
 {"id":122973,"date":"2006-09-30T00:00:00","date_gmt":"2006-09-29T22:00:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/een-zijn-en-eenzaam\/"},"modified":"2006-09-30T00:00:00","modified_gmt":"2006-09-29T22:00:00","slug":"een-zijn-en-eenzaam","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/een-zijn-en-eenzaam\/","title":{"rendered":"E\u00e9n zijn, en eenzaam"},"content":{"rendered":"<p>De beschouwers<\/p>\n<p>Eenheid was er nooit.  Niet eens vanaf het eerste begin, toen het diertje dat baby heette uit de baarmoeder werd gestoten, de navelstreng werd doorgeknipt en de jonge longetjes zich krijsend met zuurstof vulden. Eenheid was er nooit, maar de vader en moeder, die hun eigen begin allang waren vergeten, zagen dat anders. Ze bogen zich over het kind en riepen: \u2018Kijk, het is een meisje!\u2019 Of: \u2018Och, een jongetje!\u2019 Dat was iets waar ze zeker van waren. Een feit, en er waren al zo weinig feiten die onomstotelijk vaststonden, zo weinig dingen waaraan ze zich konden vasthouden \u2013 soms voelden ze zich drenkelingen met niet eens een stuk drijfhout tot hun beschikking. Want niets was wat het leek: de gezonde spullen niet in de supermarkt, de boekjes op school niet die van de ene op de andere dag vervangen werden door andere, de beelden niet die ze \u2019s avonds zagen op televisie, de werkzaamheden niet die ze overdag van hun baas op kantoor moesten doen.<\/p>\n<p>Daarom: hoera voor het feit. Hoera voor het jongetje. Hoera voor het meisje.<\/p>\n<p>Het kind werd gezoogd, gebaad, geknuffeld, gekleed. Het jongetje liet zich de boxershorts en de tuinbroeken aantrekken die zijn vader en moeder voor hem uitzochten, en toen zijn haar meer werd dan wat pluisjes dons bij het achterhoofd, ging er een likje gel in. Het meisje droeg felgekleurde broekjes, maillots, rokjes en hemdjes. Haar haar werd opgesierd met regenboogkleurige speldjes en elastiekjes. Ze waren wat ze leken. Een jongen. Een meisje. Ze groeiden op, stoeiden, studeerden voor een baan, gingen uit, solliciteerden, werden beursmakelaar, computerprogrammeur, journalist, bakker, dokter, moeder, vader. Hun eigen vader en hun moeder zeiden allang niet meer welke kleren ze moesten dragen, ze kozen zelf. Ze zagen eruit alsof ze een eenheid vormden. Een eenheid waarvan de buitenkant naadloos samenviel met de binnenkant.<\/p>\n<p>Totdat een kunstenaar hen op straat in Londen aanhield en zei: \u2018Ik ben kunstenaar en maak foto\u2019s. Portretten worden het, van gewone mensen op straat. U hoeft er niets voor te doen, niet te poseren, alleen maar stil te staan en in de camera te kijken. Wilt u meedoen? Ja?\u2019 De kunstenaar overhandigde hen een leeg wit papier en een zwarte viltstift. \u2018Wilt u hier opschrijven waar u op dit moment aan denkt? Ja?\u2019 Ze stelde haar camera in en vroeg. \u2018Kunt u de tekst voor uw buik houden? Zo is het goed. Ja, alles wat in u opkomt.\u2019<\/p>\n<p>Die ochtend had de jongen zich keurig geschoren, aftershave opgedaan, met een natte kam zijn haren in model gekamd, een wit overhemd gestreken, een stropdas om zijn nog jonge hals geknoopt, een pak aangetrokken. Klaar voor kantoor. Maar hij had wel een minuutje voor de kunstenaar. Op het stuk \u00adpapier in zijn handen schreef hij in grote blokletters: \u2018I\u2019m desperate\u2019. Hij glimlachte erbij.<\/p>\n<p>Gillian Wearing (want zij is de kunstenaar) brak in 1993 internationaal door met een serie foto\u2019s van voorbijgangers op straat in Londen. Op de vellen papier die de mannen en vrouwen in hun handen hielden, stond steeds een tekst die min of meer het tegendeel beweerde van wat je als toeschouwer voor je dacht te zien. Succes, roem, maar ook juist smerige armoede en de gelatenheid die je daarbij als toeschouwer vooronderstelt \u2013 alles wat je kon aflezen aan uiterlijk werd subtiel weersproken in die foto\u2019s.<\/p>\n<p>Wearing, die in 1997 werd genomineerd voor de Turner Prize, demonstreerde op een even eenvoudige als doeltreffende manier hoe diep verankerd onze vooroordelen zijn. Ze liet zien dat identiteit, dat amalgaam aan wispelturige verlangens, gedragingen en karaktertrekjes, iets heel anders is dan uiterlijk. Ze liet dat heus niet als eerste zien, en dat hoeft ook niet, want ze liet het op een bijzondere wijze zien.<\/p>\n<p>De schrijfster Virginia Woolf ging haar voor, op een heel andere manier. Woolf schreef zeventig jaar eerder de geestige en ontroerende liefdes\u00adroman Orlando (1928). In een zin die (schrik niet) meer dan tweehonderd woorden bevat, maar die Woolfs stijl zo mooi illustreert dat het zonde zou zijn hem te verminken of in te korten, zegt zij: \u2018De natuur die zich steeds zoveel vrijheden met ons veroorlooft, ons in zeer ongelijke delen uit leem en diamant, uit regenboog en graniet geschapen, en deze bestanddelen in een vaak zeer ontoepasselijk omhulsel gestopt heeft \u2013 want heeft niet de dichter het gezicht van de slager en de slager dat van de dichter; de natuur, die zich over al wat maar verward en raadselachtig is verblijdt, zodat wij zelfs heden \u00ad\u00ad(\u00ad1 no\u00ad\u00advember 1927) niet weten waarom wij een trap oplopen of deze weer afdalen, en onze gewone alledaagse bewegingen lijken op de koers die een schip door onbekende wateren vaart, terwijl de matroos in het kraaiennest met zijn kijker de horizon afzoekt en twijfelt: \u201cIs dat nu land of niet?\u201d, waarop wij, als wij profeten zijn \u201cja\u201d antwoorden; als wij eerlijk zijn \u201cneen\u201d; de natuur, die voor nog veel meer verantwoordelijk is dan voor deze lange en wellicht onhandzame zin alleen, heeft haar taak nog ingewikkelder gemaakt en onze verwarring vergroot niet slechts door onze geest te verrijken met een waar allegaartje van oude vodden \u2013 een stuk broek van een agent naast de bruidssluier van koningin Alexandra \u2013, doch ook door te bewerkstelligen dat deze hele santenkraam uiteindelijk met \u00e9\u00e9n enkele draad en een grote steek aan elkaar wordt geregen.\u2019<\/p>\n<p>Niets is wat het lijkt in Orlando. Man is niet man, vrouw niet vrouw. Man verandert in vrouw, vrouw in man. Fout kan goed zijn en omgekeerd. Gewetenloosheid is een grappige deugd. Een potenti\u00eble moordenaar geen monster, maar iemand met wie je schaterend rond het kampvuur kunt dansen. Woolf celebreert in deze sleutelroman de omkering van alles. Alles is voortdurend in beweging, is nooit een eenheid geweest, verandert, vervloeit; te beginnen bij de hoofdpersoon Orlando, de edelman\/edelvrouw met de mooie benen die door vier eeuwen heen danst en van sekse wisselt zoals een normaal mens \u2019s ochtends vroeg zijn onderbroek wisselt.<\/p>\n<p>Maar zoals aan de beste kunst eigen is, behoudt Orlando steeds een rafelig randje, een schuurplek, iets dat schrijnt en zich zacht jammerend uit de voeten maakt. Er is nooit all\u00e9\u00e9n maar lol, nooit eenduidig gedoe.<\/p>\n<p>In Keulen is op dit moment een grote overzichtstentoonstelling te zien, waar het onderwerp van de sekseomkering in al haar facetten wordt belicht. Museum Ludwig herbergt een van de mooiste en indrukwekkendste collecties moderne en hedendaagse kunst ter wereld, die van de in 1996 overleden chocoladefabrikant Peter Ludwig. Ooit blij geweest met \u00e9\u00e9n Picasso in een museum? In dit museum hebben ze een paar zalen vol. Russische constructivisten, Duitse expressionisten, surrealisten, abstract-expressionisten, pop-art, noem maar op, tot aan de jongste ontdekkingen op Bi\u00ebnnales en Documenta\u2019s aan toe: het museum zwelgt erin.<\/p>\n<p>Met zo\u2019n collectie als troef achter de hand is het een feest voor directeur Kasper K\u00f6nig om tentoonstellingen samen te stellen. Bruikleengevers zijn gul, want een dienst geleverd aan museum Ludwig belooft wederdiensten in de toekomst.<\/p>\n<p>Zo is ook voor deze tentoonstelling geput uit collecties van over de hele wereld, zowel openbaar als particulier. Onder de panoramische titel \u2018Het Achtste Veld. Geslacht, leven en begeren in de kunst sinds 1960\u2019 is werk van twee\u00ebntachtig kunstenaars bijeengebracht.<\/p>\n<p>Het begint al bij de kassa van het museum, dan iets verderop in de centrale hal, het trappenhuis, de overlopen, ommegangen, plekken die doorgaans alleen als transitzone worden gebruikt. De inrichter \u2013 kunstenaar Eran Schaerf \u2013 heeft met het oog op het onderwerp van de tentoonstelling alle posities willen omkeren. En met succes. De normale hi\u00ebrarchische indeling van het museum is verlaten; het centrum is periferie geworden, perifere kabinetten en zaaltjes zijn veranderd in zenuwcentra.<\/p>\n<p>Er is geen duidelijk parcours, de tentoonstelling begint niet per se bij de sixties, en bewandelt niet het chronologische traject, via de jaren van schuchtere openhartigheid tot die van militante emancipatie. Er zijn thema\u2019s, maar die zijn zo breed en losjes geformuleerd (sexy machismo, wenswerelden, identiteit en portret, transseksualiteit en nog veel meer) dat je als bezoeker vooral moet dwalen, kijken, dwalen, en ja, soms pak je met genoegen een stuk van de vaste collectie mee.<\/p>\n<p>Het \u2018achtste veld\u2019 is voor wie wel eens schaakt een bekend begrip. Hoe slechter je tegenstander speelt, hoe vaker het voorkomt. Een van je pionnen, de nederigste van al je strijdkrachten, bereikt de overkant van het veld en verandert volgens de regels van het spel in de machtigste van het veld: de koningin. Het achtste veld is zakelijk, reglementair, maar het is ook vol van po\u00ebzie. Op het achtste veld wordt de rups een vlinder, het watje wordt krachtpatser, ? wordt ?. Het is een raadselachtig, geheimzinnig vlak. Wat voelt de pion, wat speelt zich af in zijn binnenste, wat gebeurt er tijdens de metamorfose, de transformatie? Wie, w\u00e1t is hij na afloop?<\/p>\n<p>Zou het toeval zijn dat in de beroemde Metamorphosen van Ovidius gedaanteverwisselingen altijd dramatische gebeurtenissen zijn of slecht aflopen? De opgejaagde Daphne verandert in paniek in een ruisende laurierboom \u2013 veilig voor haar belager, maar je moet het maar willen. Actaeon bespiedt de badende Diana en verandert in een hert dat later door zijn eigen jachthonden wordt verscheurd. Ook bij de heel hedendaagse en hippe Antony, zanger van de New Yorkse popgroep Antony &#038; the Johnsons, leidt de ommekeer niet alleen tot geluk. Nog nooit zoveel hoop \u00e9n wanhoop horen samengaan in een liedje als in \u2018One day I\u2019ll grow up, I\u2019ll be a beautiful woman\u2019. Zeker, de jongen kan vrouw worden. Zijn verlangen is vervuld, maar er is ook iets verloren gegaan, de illusie van eenheid misschien.<\/p>\n<p>De kunstenaars die dit ambivalente gevoel het beste in hun werk tot uitdrukking weten te brengen, zijn tegelijkertijd de besten van de tentoonstelling. David Hockney is zo iemand, met zijn in 1960 en 1961 getekende Dollboy, een hulpeloos wezen in een vod dat lijkt op een jurk. \u2018Queen\u2019 staat op het papier geschreven, maar het hoofd is gebogen, de gelaatstrekken zijn uitgewist. Dit poppenjong wil koningin worden. Maar de prijs is hoog.<\/p>\n<p>Ook in de serie full color foto\u2019s die Nan Goldin in het begin van de jaren negentig maakte van travestieten in New York, en met name van Jimmy Paulette, zitten dat soort sombere weerhaken. De foto\u2019s zijn beeldschoon. Jimmy is beeldschoon. Zijn gezicht is fijn gesneden als dat van een meisje. Zijn huid is zacht als een babyvelletje. Zijn lippen zijn gestift met dieprode Chanel. Maar zijn ogen, hoe mooi hij ze ook heeft aangezet met eyeliner en mascara, ze blijven melancholiek. Jimmy zit achterin een taxi met een \u2018vriendin\u2019, beiden met even verwarde pruiken. Jimmy schminkt zich na een optreden af en wil in bad. Jimmy zit in een mini-bruidsjurkje achter op de fiets van een vrijer. Dit zijn geen foto\u2019s om te epateren. Geen foto\u2019s die zeggen: \u2018Kijk eens wat ik durf.\u2019 Dit zijn portretten van een dolend wezen, gevangen in een lichaam dat altijd jeugdig en mooi moet blijven, dat pret beleeft in de wetenschap dat het anders niet zal zijn.<\/p>\n<p>Een derde hoogtepunt vormen de erotische, zwart-witfotomontages eind jaren zestig van de oorspronkelijk tot huisschilder opgeleide Pierre Molinier (1900-1978). Molinier ontwierp in zijn huis in Bordeaux een surrealistisch liefdeskabinet. Molinier was verliefd op zijn zus, en \u2018deed\u2019 het volgens sommige bronnen voor het eerst met haar, maar dan wel pas op haar doodsbed. Hij was een benenfetisjist, een hoerenloper met sadomasochistische voorkeuren, maar hij trouwde, al was hij zijn vrouw voortdurend ontrouw, \u00e9n hij kreeg kinderen. Op een van hen werd hij op oudere leeftijd verliefd. Een van de grootste schandalen halverwege de jaren zestig betrof een visitekaartje dat hij rondstuurde en waarop hij te zien was in \u2018auto-fellatio\u2019. De truc kostte hem naar eigen zeggen (maar wat is waar?) twee jaar van intensieve yogatraining. Molinier hield het, op zijn rug liggend, de benen achter zijn hoofd geklemd in een speciaal daarvoor ontworpen metalen beugel, precies achttien dagen uit. Achttien dagen, waarin hij beweerde uitsluitend zijn eigen sperma te hebben gegeten. In 1978 schoot hij een kogel door zijn hoofd. Op de deur van zijn kamer schreef hij vlak daarvoor droogjes: \u2018Je prends ma vie. La clef est avec le conci\u00e8rge.\u2019<\/p>\n<p>In de jaren vijftig en zestig frequenteerde een stoet van mannequins en prostituees zijn huis, dat volhing met spiegels en zwarte draperie\u00ebn. Hier maakte Molinier zijn eigen leerstelling werkelijk: de wereld veranderen \u2018in een immens bordeel\u2019. In zijn studio kleedde hij zijn bezoeksters aan als poppen met maskers voor, dildo\u2019s omgesnoerd, netkousen en stilettohakken, handschoenen, en af en toe een rode roos tussen de billen geklemd. Zo fotografeerde hij ze, en die foto\u2019s ontleedde hij, versneed hij. Benen, altijd maar meer benen plakte hij aan elkaar. Een heel rad van fortuin ontstond, met als middelpunt een half bedekte kont, een gemaskerd gezicht. Het verst echter ging hij in zijn zelfportretten, waarin hij zichzelf ten tonele voerde als hermafrodiet. Ongenadig, super\u00adesthetisch en volslagen eenzaam.<\/p>\n<p>Het mooie van de bovengenoemde kunstenaars is dat ze niets hoeven, niets willen bewijzen. Hun kunst is kunst, met alle lagen van verbeelding en rijkdom aan associaties die dat oplevert. Hun kunst is geen leerstelling.<\/p>\n<p>Er zijn meer van dit soort kunstenaars in Keulen. Maar er zijn er ook die hopeloos door de mand vallen.<\/p>\n<p>Ik noem er \u00e9\u00e9n. De ge\u00ebnsceneerde homo\u00aderotische portretten van J\u00fcrgen Klauke. Ze zijn niet meer weg te denken van welke tentoonstelling dan ook over identiteit of gender-problematiek in Duitsland. Klauke fotografeert, maakt films, treedt op in performances. Inmiddels is hij ook professor aan de kunstacademie in Keulen en hij vervult nog tal van gastdocentschappen elders in Duitsland. Misschien ligt daar zijn talent.<\/p>\n<p>Klauke is zo\u2019n kunstenaar die in de tijd dat hij kunst begon te maken in het oog sprong door zijn ongegeneerde coming out. In Keulen is een serie in knalrood getoonzette foto\u2019s uit 1974 te zien die misschien wel ge\u00efnspireerd zijn op Molinier. Want ook Klauke fotografeert zichzelf in poses, hij stelt zichzelf tentoon als fetisj, met zijn leren ballenknijpers, zijn make-up, zijn spiegels, zijn dildo\u2019s en andere seksattributen. Waarom, vraag je je af, beklijven die zelf-ensceneringen van Klauke niet, en die van Molinier wel?<\/p>\n<p>Het antwoord ligt in de boodschap. Klauke brengt zichzelf opzettelijk voor het voetlicht als provocateur. Zijn exhibitionisme is agressief en assertief: kijk eens wat \u00edk durf; en: moet je wat? Het is meteen lik op stuk, een beeld in je gezicht geslingerd, dit ben ik en wie dat niet lust, dondert maar op. Heimelijkheid, suggestie, een niet te stillen, eeuwigdurend verlangen naar eenheid en volmaaktheid, kortom alle elementen die zo subtiel aanwezig zijn bij Molinier, ontbreken bij Klauke.<\/p>\n<p>In die dorre bedding dwarrelen ook de \u00adfotodocumenten neer van operatieve geslachtsveranderingen, van ruige leernichten en in sc\u00e8ne gezette vrijages. Een vuistdikke catalogus vol theorie\u00ebn over gender, interseksualiteit en homoseksualiteit kan niets afdoen aan de indruk dat je hier met middelmatige (en dus geen) kunst te maken hebt. Deze werken zijn propaganda. Ze zijn technisch vernuftig in elkaar gezet, maar hun inhoud is zo plat als een pannenkoek. Ze verbeelden geen verlangen, maar exploiteren dat.<\/p>\n<p>Tentoonstelling: \u2018Das Achte Feld. Geschlechter, Leben und Begehren in der Kunst seit 1960\u2019.<\/p>\n<p>Tot en met 12 november. Museum Ludwig, Bischofsgartenstrasse 1, Keulen. Dinsdag t\/m zondag 10-18 uur, eerste vrijdag van de maand: 10-22 uur.<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Onder de panoramische titel \u2018Het Achtste Veld. Geslacht, leven en begeren in de kunst sinds 1960\u2019 is in Keulen een grote tentoonstelling te zien die het onderwerp \u2018sekseomkering\u2019 in al haar facetten belicht. Vol heimelijkheid, suggestie, en een niet te stillen, eeuwigdurend verlangen naar eenheid en volmaaktheid.<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[27],"tags":[],"acf":[],"author_name":"Lucette ter Borg","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/122973"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=122973"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/122973\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Lucette ter Borg","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=122973"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=122973"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=122973"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}