
 {"id":12289,"date":"2015-03-13T10:00:00","date_gmt":"2015-03-13T08:00:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/hoe-de-grote-nihilist-volhardde-in-een-leugen\/"},"modified":"2015-03-13T10:00:00","modified_gmt":"2015-03-13T08:00:00","slug":"hoe-de-grote-nihilist-volhardde-in-een-leugen","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/hoe-de-grote-nihilist-volhardde-in-een-leugen\/","title":{"rendered":"Hoe de grote nihilist volhardde in een leugen"},"content":{"rendered":"<div class=\"lead\">Het leven van W.F. Hermans werd gekenmerkt door wrok en wraak. Zijn grootste vijand was hijzelf, maar heel anders dan zijn biograaf denkt.<\/div>\n<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<p>Op 27 april 1995 kreeg de terminale kankerpati\u00ebnt op kamer 18 van de afdeling B3 van het Academisch Ziekenhuis in Utrecht de verlossende injectie toegediend. Vervolgens keerde hij zich op zijn zij, wendde zich af van zijn vrouw en zoon en stierf, \u2018eenzaam als alleen Willem Frederik Hermans eenzaam kon zijn\u2019. <\/p>\n<\/p><\/div>\n<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<p>In het tweede en laatste deel van de Hermansbiografie onder de titel <span class=\"Cursief\">De zanger van de wrok<\/span> komt biograaf Willem Otterspeer in de slothoofdstukken goed op dreef. Hij geeft een kritische analyse waaruit blijkt dat Hermans steeds meliger werd, hoewel ik toch in de lach schoot van Hermans\u2019 observatie: \u2018Minister Ernst Hirsch Ballin probeerde met zijn snor indruk te maken op middelbareschoolmeisjes.\u2019 En Otterspeer schrijft een mooi hoofdstuk over het verschil tussen Mulisch en Hermans, een ontluisterende relaas over zijn fysieke aftakeling en een liefdevol hoofdstuk over Frans Janssen, Hermans\u2019 vertegenwoordiging op aarde, die na een jarenlange vriendschap vanwege een kleinzieligheid persona non grata werd. <\/p>\n<p>Ook schroomt Otterspeer niet om een ferm oordeel uit te spreken over de latere romans en essays. Het is dus niet allemaal kommer en kwel in de tweedelige biografie, maar toch is deze grafsteen van ruim tweeduizend pagina\u2019s teleurstellend. Het bronnenonderzoek stelt teleur, de compositie deugt niet en bovenal laat de biograaf kansen tot interpretaties liggen.<\/p>\n<\/p><\/div>\n<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<p><b>Door haar minnaar doodgeschoten<\/b><br \/>Dat slordige onderzoek kan makkelijk ge\u00efllustreerd worden aan de hand van enkele voorbeelden. Neem de zogenaamde zelfmoord van Hermans\u2019 zus Corry. Tot in het oneindige is herhaald dat Corry en haar 23 jaar oudere minnaar Pieter Blind gezamenlijk zelfmoord pleegden. Otterspeer verheft de \u2018zelfmoord\u2019 van Corry zelfs tot de queeste van Hermans\u2019 schrijverschap. Maar waarom dan toch? Corry is door haar minnaar doodgeschoten voordat die zichzelf een kogel door het hoofd joeg. Hoezo zelfmoord? Otterspeer blijft daar op hameren als de koddebeier die volhoudt dat hij gelijk heeft omdat \u2018het nu eenmaal zo is\u2019. Maar de documenten over deze zaak spreken andere taal. Als Otterspeer ze had opgezocht, dan had hij in het politiedossier kunnen lezen: \u2018Een automatisch pistool werd in de hand gevonden van de man.\u2019 En om elke twijfel uit te sluiten, werd een ondubbelzinnige conclusie toegevoegd: \u2018moord resp. zelfmoord\u2019.<\/p>\n<p>Een andere kwestie die terug te voeren is op slordigheid, betreft Hermans\u2019 vermeende intieme verhouding met de tekenares Fiep Westendorp. Otterspeer suggereert dat Hermans een relatie met haar had in de jaren veertig. Een van zijn \u2018meelezers\u2019, Jan Gielkens van het Huygens Instituut voor Nederlandse Geschiedenis in Den Haag, heeft in een vermakelijk artikel onlangs geschetst hoe de biograaf aan die wijsheid komt: op dezelfde wijze als je zou kunnen \u2018aantonen\u2019 dat Hermans en Reve \u2018een geheime relatie\u2019 hadden. Dus door het met de bronnen niet zo nauw te nemen, zelfs door geen enkele bron te noemen voor die kortstondige relatie met Westendorp. <\/p>\n<\/p><\/div>\n<div class=\"wpg-element streamer\">\n<blockquote>\n<p>Op die manier zou je ook kunnen aantonen dat Hermans een &#8216;geheime relatie&#8217; met Gerard Reve had: door gewoon geen enkele bron te noemen.<\/p>\n<\/blockquote>\n<\/div>\n<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<p>Deze meelezer werd door Otterspeer na de verschijning van het eerste deel van de biografie een onbenullige filoloog genoemd, iemand die niet begreep dat hij, Otterspeer, \u2018een biografie schrijft met literaire middelen\u2019. Wat er mis aan is om je dan wel eerst te verdiepen in de bronnen voor je \u2018met literaire middelen\u2019 dat boek schrijft, vermeldt Otterspeer niet. Dat is te begrijpen, want de bronnen over Westendorp onthullen nog een ander groot geheim. Maar dan moet je wel verder kijken dan het Hermansarchief, bijvoorbeeld in oude jaargangen van vier gelijkgeschakelde tijdschriften die de nazi-uitgeverij Opbouw in 1941, 1942 en 1943 uitgaf: Fiep Westendorp tekende voor het genazificeerde weekblad <span class=\"Cursief\">Cinema &#038; Theater<\/span>. <\/p>\n<p>Waar de hakenkruizen over de pagina\u2019s dansen, leverde Westendorp haar aandeel met tekeningen. Was het niet raadzaam geweest als de biograaf hier wat dieper ingedoken was? Temeer omdat zo\u2019n beetje het hele oeuvre van Hermans in het teken staat van de Tweede Wereldoorlog en het gelieg daarover. Niet alleen in zijn proza, maar ook in zijn essayistische werk. De Weinreb-affaire (was de Joodse geleerde Weinreb collaborateur of helper van joden?) is maar \u00e9\u00e9n van de vele voorbeelden.<\/p>\n<\/p><\/div>\n<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<p><b>Gefrustreerde academicus<\/b><br \/>Dan de compositie van deze biografie. Otterspeer werkt chronologisch. Dus in dit tweede deel begint hij met Hermans\u2019 loopbaan als fysisch geograaf aan de universiteit van Groningen. Dat zit vrij logisch in elkaar en het is ook mooi dat goed uitgelegd wordt waarom het spaak liep. Er zijn talloze mensen ge\u00efnterviewd die in die tijd met Hermans te maken hadden, als student, collega of bestuurder. <\/p>\n<p>Het is wel duidelijk dat Hermans een stroeve en gefrustreerde academicus was, bozig omdat hij geen hoogleraar was geworden. Maar in deze biografie wordt minstens zo overtuigend aangetoond dat hij in zijn academisch werk niet vooruit te branden was. Hij gaf bijna geen college en publiceerde na zijn proefschrift hoegenaamd niets meer op zijn vakgebied. Des te meer tijd besteedde hij aan het schrijven van romans. Verder publiceerde hij artikelen in <span class=\"Cursief\">Het Vrije Volk<\/span>, <span class=\"Cursief\">Het Vaderland<\/span> en <span class=\"Cursief\">Het Parool<\/span>. En, zo maakt Otterspeer duidelijk, Hermans maakte enorm veel reizen, zogenaamd onderzoeksreizen als geograaf maar in werkelijkheid waren het vakanties of tripjes die met zijn literaire activiteiten samenhingen. <\/p>\n<\/p><\/div>\n<div class=\"wpg-element streamer\">\n<blockquote>\n<p>Hermans maakte zogenaamd onderzoeksreizen, maar in werkelijkheid waren het vakanties of tripjes die met zijn literaire activiteiten samenhingen.<\/p>\n<\/blockquote>\n<\/div>\n<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<p>In feite verschilde Hermans niet zoveel van Theun de Vries over wie hij in <span class=\"Cursief\">Mandarijnen op zwavelzuur<\/span> schreef dat die reisjes maakte op kosten van het Hongaarse bejaardenparadijs om bij terugkeer de Nederlandse literatuur te bekladden. Vervang \u2018het Hongaarse bejaardenparadijs\u2019 door \u2018Groningse universiteit\u2019 en de analogie is compleet.<\/p>\n<p>Het is mooi dat we nu precies weten welke reisjes Hermans toen maakte, maar waarom is het nodig elke briefkaart of brief te citeren? Als Hermans in 1957 in Spanje zit, stuurt hij een gezellig keuvelende brief naar een vriend. Otterspeer citeert er vijfhonderd woorden uit. Is dit een cruciale brief? Helemaal niet. Het is mooi weer in Spanje, zijn vrouw Emmy wordt soms voor een Marokkaanse aangezien en bijna niemand in Spanje wist waar Nederland lag. En als dat nu een enkele keer gebeurde, maar nee, Otterspeer citeert er maar op los. De ene brief na de andere. <\/p>\n<p>Gelukkig zijn er geen brieven bewaard gebleven over zijn niet startende auto in Turkije. Een paar potige Turken duwden de witte Morgan aan en Hermans reed ervandoor. Na een kilometer of vijf kwam hij tot de ontdekking dat hij Emmy had achtergelaten en moest hij terug. Het is een van de weinige keren dat de biograaf Emmy als bron opvoert, een andere keer als het over Hermans\u2019 overspeligheid gaat: \u2018Mijn bed was het warmst.\u2019<\/p>\n<\/p><\/div>\n<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<p><b>Tot in den treure samenvatten<\/b><br \/>De chronologische werkwijze van Otterspeer leidt tot het vreemde resultaat dat over bijna elke Hermanstitel twee keer uitgebreid wordt geschreven. In het ene hoofdstuk krijgen we minutieus de ontstaansgeschiedenis van <span class=\"Cursief\">De donkere kamer van Damokles<\/span> uit de doeken gedaan, met de brieven aan zijn uitgever Geert van Oorschot en aan vrienden, soms meer dan een pagina druks, in extenso geciteerd en zo meer. Twee hoofdstukken later wordt dan het hele boek nog eens samengevat. Met zijn toneelstuk <span class=\"Cursief\">King Kong<\/span> precies hetzelfde: eerst uitgebreid besproken in het hoofdstuk \u2018Toneel\u2019, verderop een apart hoofdstuk met de samenvatting. Otterspeer citeert een opmerking van Multatuli over biografie\u00ebn die Hermans ter harte nam voor zijn eigen biografie <span class=\"Cursief\">De raadselachtige Multatuli<\/span>: \u2018Een biograaf die m\u2019n gedrukte werken tot uitgangspunt neemt om m\u2019n leven te beschrijven, kan niet veel anders dan onzin voor de dag brengen.\u2019 Laat dat nu precies zijn wat Otterspeer zelf heeft gedaan, vaak door \u2018de gedrukte werken\u2019 van Hermans tot in den treure samen te vatten.<\/p>\n<p>Het is een werkwijze die Hermans in zijn nadagen zelf ook toepaste. Toen hij louter voor het geld veel woorden wilde produceren voor het weekblad <span class=\"Cursief\">NieuwsNet<\/span> onthulde hij aan Frans Janssen: \u2018[ik] houd het eenvoudig en deins voor een herhaling hier en daar niet terug. Trouwens, het herhalen is een kunst op zichzelf, die ook bij het schrijven van romans en novellen te pas komt: op zo\u2019n manier herhalen dat de lezer het eigenlijk niet merkt, of, als hij het wel merkt, het juist fijn vindt hetzelfde nog eens te horen in andere bewoordingen.\u2019 Het is een kwestie van smaak, net zoals Otterspeer \u2018De heilige Maria Juana\u2019 van Hermans een \u2018van de geslaagdste erotische gedichten uit de Nederlandse literatuur\u2019 vindt:<\/p>\n<p><i>Je bent zestien jaar. <\/i><br \/>        <i>En de kamer waarin wij leven<\/i><br \/>        <i>Is een en al bed. <\/i><\/p>\n<\/p><\/div>\n<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<p><b>Staalkaart van bedriegers<\/b><br \/>Het is mooi om mislukking en wrok als uitgangspunten te nemen ter verklaring van Hermans\u2019 drijfveren, en dat is hier en daar ook goed uitgewerkt. Toch is het vreemd dat de biograaf zijn best doet de grootste ontdekking die ten grondslag ligt aan deze biografie zo te relativeren dat er niks van overblijft. Misschien hangt dit samen met het euvel van slordig bronnenonderzoek. Het gaat hier natuurlijk over het nieuws dat Hermans zich tijdens de Tweede Wereldoorlog heeft aangemeld bij de Kultuurkamer. Dat is niet door Otterspeer zelf uit de archieven opgedolven, maar werd hem aangereikt door een medewerker van het NIOD, zo schrijft hij eerlijk. Nu zou je denken dat een dergelijk, niet eerder aan de openbaarheid gekomen feit van grote invloed is geweest op de naoorlogse schrijver die beroemd werd door zijn nihilistische kijk op de bezettingstijd. Zijn <span class=\"Cursief\">De donkere kamer van Damokles<\/span> is lang de staalkaart van bedriegers en bedrogenen geweest. Het kleineren van het verzet zien we in <span class=\"Cursief\">De tranen der acacia\u2019s <\/span>natuurlijk, in het geclaimde verzetsverleden van J.B. Charles en in de Weinreb-affaire. Aan Frans Janssen biechtte Hermans op dat vooral \u2018het gangsterdom\u2019 in het verzet hem boeide.<\/p>\n<p>De maatschappij als jungle. Of het nu tijdens de oorlog was, op de universiteit van Groningen of in zijn Parijse flat, waar hij door een verwarde man uit Den Bosch 31 messteken kreeg toegediend. In <span class=\"Cursief\">Ik heb altijd gelijk<\/span> laat hij Lodewijk Stegman zeggen: \u2018Een land dat zich niet kan verdedigen, dat is helemaal geen land, dat moet z\u2019n bek stijf dichthouden.\u2019Wat doet Otterspeer? Om die aanmelding bij de Kultuurkamer <span class=\"Cursief\">kalt zu stellen<\/span> voordat zijn biografie verscheen, schreef hij \u2013 in de Volkskrant \u2013 dat Hermans te veel <span class=\"Cursief\">schrijver<\/span> was om zich met beuzelarijen als de Kultuurkamer bezig te houden. Let wel, Hermans was twintig jaar en had los van een artikeltje in een blaadje van de Nederlandse Jeugdbond voor Natuurstudie <span class=\"Cursief\">De Inktzwam<\/span>, de schoolkrant en een korte bijdrage aan het <span class=\"Cursief\">Algemeen Handelsblad<\/span> nog nooit iets gepubliceerd. Nou ja, in de geest was hij natuurlijk wel een schrijver. Otterspeer denkt overigens dat Hermans zijn aanmelding bij de Kultuurkamer waarschijnlijk vergeten was, maar toch concludeert hij: \u2018Schrijven was zijn vak, dat wilde hij doen en dat was het enige wat hij wilde doen. Als hij daarvoor zijn ziel aan de duivel moest verkopen, kon hem dat niets schelen.\u2019<\/p>\n<\/p><\/div>\n<div class=\"wpg-element streamer\">\n<blockquote>\n<p>Het is vreemd dat de biograaf zijn best doet de grootste ontdekking die ten grondslag ligt aan deze biografie zo te relativeren dat er niets van over blijft<\/p>\n<\/blockquote>\n<\/div>\n<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<p>Wat een flauwekul! Hermans, zo lezen we duizend pagina\u2019s verderop bij Otterspeer, wilde helemaal niet schrijven, hij was liever wiskundige geworden en aan het schrijven als activiteit had hij een hekel. Het was allemaal ergernis en wrok. Maar nog belangrijker: was het niet Hermans die als scherpslijper de ene aanval na de andere opende op mensen die tijdens de Tweede Oorlog verkeerde keuzes hadden gemaakt? Hoe fel reageerde hij op Willem Aantjes toen die door Loe de Jong als voormalig lid van de Waffen SS werd ontmaskerd. De Jong corrigeerde dat later in <span class=\"Cursief\">Germaansche<\/span> SS, maar voor Hermans maakte dat geen verschil. Zeker voor zo\u2019n rancunemens die zijn geheugen als wapen gebruikte, is het ondenkbaar dat Hermans zijn eigen aanmelding bij de Kultuurkamer vergeten zou zijn. <\/p>\n<p>Natuurlijk heeft Otterspeer wel gezien dat het wringt. Hij lost dat op door de kwestie Aantjes af te sluiten met de zin: \u2018Dit zei Hermans, die zich in de oorlog tactisch terzijde had gehouden en zich had aangemeld bij de Kultuurkamer.\u2019 Klopt, maar de biograaf ziet er geen aanleiding in om zijn eerdere conclusies (\u2018vergeten\u2019 en \u2018kon hem niets schelen\u2019) te herzien.<\/p>\n<p>Is het niet eerder andersom geweest? De ambitieuze W.F. Hermans meldt zich in 1942 aan bij de Kultuurkamer omdat er dan tenminste iemand is die hem als \u2018schrijver\u2019 erkent. Anders dan Osewoudt, die in <span class=\"Cursief\">De donkere kamer van Damokles <\/span>tevergeefs wil bewijzen dat Dorbeck wel degelijk bestaat, volhardt Hermans in een leugen die nog niet bestaat omdat niemand hem ooit vroeg naar dat lidmaatschap van de Kultuurkamer. Hij grijpt elke gelegenheid aan om de zogenaamde dapperheid van verzetsstrijders belachelijk te maken omdat hij uit eigen ervaring weet dat een gespiegelde houding, namelijk collaboratie, ook niets voorstelt. Gewoon een formuliertje invullen, dat vervolgens niet goed in een kaartenbakje wordt gezet en daarom onopgemerkt blijft. Altijd moet er die angst zijn geweest dat iemand ooit zijn geheim zou onthullen.<\/p>\n<\/p><\/div>\n<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<p><b>Panisch van angst<\/b><br \/>Toen Hermans in 1988 Adriaan Venema op bezoek kreeg, ontving hij hem uiterst vriendelijk. In een roman van Hermans zouden we het een beetje <span class=\"Cursief\">over the top<\/span> vinden dat de grote ontmaskeraar van Nederlandse schrijvers die tijdens de oorlog collaboreerden, advies komt vragen bij de schrijver die zelf lid van de Kultuurkamer was. Venema wist dat niet. Hermans schreef hem dat hij nooit een verzetsheld is geweest. Dat is waar. Wel had hij direct na de oorlog mensen als Ed Hoornik en Bert Voeten scherp aangevallen toen die over hun oorlogservaringen schreven. Bert Voetens oorlogsdagboek <span class=\"Cursief\">Doortocht<\/span> recenseerde hij als een leugenachtig boek. Tegen Venema daarover ruim veertig jaar later: \u2018Toen ik in 1946 Voetens <span class=\"Cursief\">Doortocht<\/span> besprak, wist ik niets van zijn oorlogsverleden. De leugenachtigheid van een boek kan dus ook al in het oog springen, zonder dat de lezer bekend is met de (verzwegen) waarheid. [\u2026] Eigenaardig is en blijft, dat toch velen in 1946 geweten moeten hebben dat Voeten diensten voor de Kultuurkamer had verricht, en dat niemand erover sprak, of er aanstoot aan nam.\u2019 <\/p>\n<\/p><\/div>\n<div class=\"wpg-element streamer\">\n<blockquote>\n<p>Was het niet Hermans die als scherpslijper de ene aanval na de andere opende op mensen die tijdens de Tweede Wereldoorlog de verkeerde keuzes hadden gemaakt?<\/p>\n<\/blockquote>\n<\/div>\n<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<p>Niet helemaal oprecht noemt Otterspeer dat. Nee, Hermans moet panisch van angst zijn geweest! Hij had sowieso een grote angst voor het onbekende. Maar de wetenschap dat zijn lidmaatschapskaart ooit boven water kon komen, moet als het zwaard van Damokles boven zijn hoofd hebben gehangen. Waarom schrijft Otterspeer daar niet over? Als Hermans zijn aanmelding meteen na de bevrijding zou hebben opgebiecht, was er niet zoveel aan de hand geweest. Maar door te volharden in zijn stilzwijgen over deze zaak, maakte hij de radicale sprong voorwaarts en koos de aanval op figuren die precies hetzelfde hadden gedaan als hij. De aanval op zichzelf. Dat is de mislukkingskunstenaar Willem Frederik Hermans.<\/p>\n<\/p><\/div>\n<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<p><b>Dol op oude klokken<\/b><br \/>In al dat navertellen van romans wordt duidelijk dat Hermans zichzelf in feite alleen maar schrijver vond omdat hij als wetenschapper mislukt was. Zijn bewondering voor techniek was groot, groter dan voor cultuurhistorische beschouwingen die waarschuwen voor de vooruitgang. Daarom was hij ook zo dol op oude klokken, schrijfmachines en auto\u2019s. Een heel ander soort beschaving dan die waar Johan Huizinga het over had: \u2018Wij leven in een bezeten wereld. En wij weten het. Het zou voor niemand onverwacht komen, als de waanzin eensklaps uitbrak in een razernij, waaruit deze arme Europese mensheid achterbleef in verstomping en verdwazing, de motoren nog draaiende, en de vlaggen nog wapperende, maar de geest geweken.\u2019 Waarop Hermans cynisch reageert met: \u2018Weet je wat pas erg zou zijn, als de mens blijft voortkletsen terwijl die machines uitvallen.\u2019<\/p>\n<p>Je moet Otterspeer nageven dat hij zelf ooit voorgesteld heeft twee of drie biografen aan het werk te zetten, ieder met een andere invalshoek en maar kijken wie het beste boek schrijft. Het is hem niet te verwijten dat hij nu de winnaar van deze gedroomde wedstrijd is alleen omdat er geen concurrentie was. <\/p>\n<p>De grootse les uit het leven van Hermans, schrijft Otterspeer, is zijn \u2018roekeloze waarheidsvinding\u2019. Als je met \u2018roekeloos\u2019 bedoelt \u2018tegen beter weten in\u2019, dan heeft Otterspeer gelijk, maar het is het gelijk van de koddebeier.<\/p>\n<\/p><\/div>\n<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<p><span class=\"Cursief\">Willem Otterspeer, \u2018De zanger van de wrok. Willem Frederik Hermans. Biografie, deel II (1953-1995)\u2019, De Bezige Bij, 1150 p., \u20ac 49,90<\/span><\/p>\n<\/p><\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Hermans was zijn eigen grootste vijand, maar op een andere manier dan zijn biograaf denkt<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":232042,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","ep_exclude_from_search":false,"footnotes":""},"tags":[],"class_list":["post-12289","post","type-post","status-publish","format-standard","has-post-thumbnail","hentry","editie-261"],"acf":[],"author_name":"Hans Renders","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/12289","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=12289"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/12289\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Hans Renders","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:featuredmedia":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media\/232042"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=12289"}],"wp:term":[{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=12289"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}