
 {"id":122853,"date":"2006-10-07T00:00:00","date_gmt":"2006-10-06T22:00:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/de-geboorte-van-het-romantische-dwepen\/"},"modified":"2006-10-07T00:00:00","modified_gmt":"2006-10-06T22:00:00","slug":"de-geboorte-van-het-romantische-dwepen","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/de-geboorte-van-het-romantische-dwepen\/","title":{"rendered":"De geboorte van het romantische dwepen"},"content":{"rendered":"<p>De moeilijkheid met het woord \u2018romantisch\u2019 is dat je altijd moet uitleggen wat je bedoelt als het je niet gaat om zwoel kaarslicht en romantische liefde. Van \u2018romantisch\u2019 bestaat een dagelijkse en een historische versie. De dagelijkse, zwoele versie is onderdeel van het gewone spraakgebruik geworden en losgezongen van de historische. In de historische betekenis van \u2018romantisch\u2019 gaat het om de periode vanaf ongeveer 1790 waarin gebroken werd met het denken van de achttiende-eeuwse Verlichting en het daarvoor kenmerkende rationalisme. Als reactie daarop legde de Romantiek, grofweg, de nadruk op het gevoel. Het geloof en het gevoel spraken de romantici meer aan dan het onderzoekende oog en het vergrootglas van de Verlichting.<\/p>\n<p>Het is een hardnekkige mythe dat tijdens de Verlichting het gevoel en de verbeelding geen kans kregen (de componist Schubert noemde de Verlichting in zijn dagboek \u2018dat lelijke skelet zonder vlees en bloed\u2019), maar het is natuurlijk goed te verdedigen dat de Romantiek in vergelijking met de Verlichting de \u2018zachte krachten\u2019 veel meer tot ontplooiing liet komen. De Romantiek koesterde, afgezien van het gevoel, de droom, de intu\u00eftie, de fantasie, het instinct, het onbewuste en al het irrationele en bovenzinnelijke. Het wereldbeeld van de romantici werd beheerst door het idee van de verschillen tussen mensen en nationaliteiten. Dat betekende een uitgesproken anti-universalisme. Tijdens de Romantiek kreeg het individualisme een nieuw gezicht, want ieder mens was uniek en onverwisselbaar. Ieder mens was \u2018eenmalig\u2019. Tijdens de Verlichting was er juist gezocht naar wat mensen gemeen hadden, wat er universeel aan hen was. Dat gebeurde vooral om misstanden (slavernij, despotisme) aan te klagen en de weg vrij te maken voor het opstellen van universele mensenrechten.<\/p>\n<p>HEEL WAT TYPISCH ROMANTISCHE eigenschappen hebben zich in de loop van de negentiende en twintigste eeuw in ieder westers individu genesteld, zozeer dat Maarten Doorman zijn boek over de doorwerking van de Romantiek in de geschiedenis tot in onze tijd De romantische orde kon noemen. Toch wil dat niet zeggen dat daarmee de kous af is. Onder Romantiek kan veel vallen, van rockmuziek tot bloed en bodem. De Romantiek kan vol tegenstrijdigheden, overdrijvingen en Schw\u00e4rmerei zitten waarvan de doorwerking allerminst vanzelfsprekend is. Zoals bijvoorbeeld te zien is aan Novalis, de jong gestorven (28) romantische schrijver en dichter bij uitstek, van wie voor het eerst na iets meer dan tweehonderd jaar zijn bekendste boek is vertaald: De blauwe bloem. Heinrich von Ofterdingen. Als deze roman model zou staan voor d\u00e9 Romantiek, dan zouden we ons permanent met ons hoofd in een \u2018onzichtbare wereld\u2019 moeten bevinden, weg van de werkelijkheid. We zouden omgeven zijn door stralend licht, een ziel hebben die openstaat voor de goedheid van de hele wereld (\u2018een hemels gevoel doorstroomde zijn binnenste\u2019), een \u2018gemoed\u2019 hebben dat vibreert op de stemmingen die de weldadige natuur ons aanreikt, en in de genezende krachten van getallen geloven.<\/p>\n<p>IN \u2018HEINRICH VON OFTERDINGEN\u2019 IS DE Romantiek zo romantisch als maar mogelijk is, met een hoofdpersoon die alles wat hij ziet alleen maar in verheven, bewonderende superlatieven kan benoemen, of met mensen verkeert die dat ook doen. Dat de roman over zoiets interessants als \u2018de geboorte van een dichterschap\u2019 gaat, wekt grote verwachtingen, maar het is vrij snel duidelijk dat dit dichterschap van de bovennatuurlijke, etherische, dwepende soort is. Het is niet eenvoudig je daarin te verplaatsen. De verheven, boven alles uit stijgende instelling van Heinrich von Ofterdingen laat zich het best verklaren met een citaat uit Novalis\u2019 eigen dagboek van 16 april 1800: \u2018Wie eenmaal duidelijk is geworden dat deze wereld het Rijk van God is (&#8230;), die bewandelt onverstoord het sombere pad des levens en ziet met diepe goddelijke rust de stormen en gevaren des levens aan.\u2019 Heinrich von Ofterdingen wordt door anderen in deze bovennatuurlijke sfeer, waarin niets hem kan deren, ingeleid en meet zich dan vanzelf de houding van de dichter als engelachtig etherisch wezen en ziener aan. Hij heeft contact met de \u2018oertijd\u2019 en met de \u2018oneindigheid\u2019; hij vermeit zich in het aanhoren van sagen waarin dode plantenzaden tot leven worden geroepen, geesten huizen in boomstammen en dode stenen aan het dansen worden gebracht.<\/p>\n<p>De romp van de roman is nog tamelijk realistisch. Heinrich von Ofterdingen gaat met zijn moeder op reis om zijn grootvader op te zoeken die zijn nu twintigjarige kleinzoon nog nooit heeft gezien. Ze reizen in het gezelschap van kooplieden die onderweg zaken doen. Die kooplieden vertellen hem voor het eerst over het bestaan van dichters en hun geheime gaven, ook al hebben ze zelf niet veel affiniteit met zulke mensen. Al snel begrijpt Heinrich dat hij zelf \u2018van nature\u2019 zo\u2019n dichter is. Bij zijn grootvader aangekomen, ontmoet hij de echte dichter Klingsohr (die in hem meteen de dichter herkent) en zijn dochter Mathilde, op wie hij meteen verliefd wordt, en zij op hem. Onderweg heeft het gezelschap verschillende ontmoetingen, en worden verhalen verteld waarin fantastische dingen gebeuren. De sfeer is doortrokken van gelukzaligheid. Het zijn sprookjes met weinig of geen moraal, maar waarin het gaat om de evocatie van vrede, weldadigheid, verzoening en hemelse zaligheid als gevolg van het schrijven van gedichten, \u2018die wonderbaarlijke kunst\u2019. Op de eerste paar pagina\u2019s van het derde hoofdstuk, waarin de kooplieden Heinrich over een oude koning en zijn schitterende rijk vertellen, staan meer dan twintig juichende bijvoeglijke naamwoorden die, in plaats van je in de bijbehorende jodelstemming te brengen, dwars in je hoofd gaan zitten: de koning voert een schitterende staat, houdt feesten met een overvloed aan tongstrelende zaken, met wijze en voorkomende mannen, met knappe, bevallige jongeren, en onuitsprekelijk lieve meisjes, die oneindig dierbaar zijn, en die vol hartstocht de dichtkunst zijn toegedaan, die de gedichten met innig genoegen lezen, want de beschermde en vereerde dichters hebben een weldadige invloed, aangezien ze voor een harmonische stemming zorgen. Waarna een alinea wordt afgesloten met: \u2018Vrede van hart en ziel en het aanschouwen van een zelfgeschapen, gelukkige wereld waren de kenmerken van deze heerlijke tijd geworden, en tweedracht kwam alleen voor in de oude sagen van de dichters, als een vroegere vijand van de mens.\u2019<\/p>\n<p>GEDURENDE DE HELE ROMAN WORDT Hein\u00adrich alleen maar bewonderd, tot je er wee van wordt: \u2018De jonge Ofterdingen werd door ridders en vrouwen geprezen om zijn bescheidenheid en zijn ongedwongen, sympathieke gedrag, en de laatsten hielden hun blik graag gericht op zijn innemende gestalte.\u2019 Op zijn beurt is hij anderen alleen maar aan het prijzen. Dit zou allemaal nog kunnen als het een aanloop was tot een wending in het verhaal die tegenwicht zou bieden tegen deze superlatieven-orgie, maar die blijft uit.<\/p>\n<p>De blauwe bloem wordt dan ook beschouwd als het \u2018oerboek\u2019 van de vroegere Romantiek. Hier komt de romantische \u2018Schw\u00e4rmerei\u2019 vandaan. Heinrich wordt onweerstaanbaar door een blauwe bloem aangetrokken sinds hij die in een droom heeft zien veranderen in een teder gezicht. Sinds Novalis geldt \u2018de blauwe bloem\u2019 als het symbool van het onbereikbare hoogste ideaal. Het wemelt in de roman van woorden die met on- beginnen: onbeschrijflijk, onuitsprekelijk, onbereikbaar, oneindig, maar Heinrich krijgt desondanks wel zijn blauwe bloem: de dochter van Klingsohr, Mathilde.<\/p>\n<p>Novalis was bevriend met de romantische idealisten Friedrich en August Wilhelm Schlegel, met Schelling en Ludwig Tieck. En met Schleiermacher, de auteur van Uber die Religion, de beroemd geworden \u2018rede tot de ontwikkelden onder haar verachters\u2019 die Willem Jan Otten in 1999 aangreep om in een toespraak aan de Vrije Universiteit zijn overgang tot het katholicisme te verklaren. Novalis was indertijd uitermate ingenomen en \u2018begeistert\u2019 door de rede van Schleiermacher. Religie was \u2018het gevoel van verbondenheid met een hogere wereld\u2019. Ook Novalis wilde in alles het \u2018oneindige\u2019 zien. \u2018Wat is religie anders dan een oneindige eensgezindheid, een eeuwige vereniging van liefhebbende harten?\u2019 staat in De blauwe bloem.<\/p>\n<p>De Novalis die hier naar voren komt, is de enigszins wereldvreemde dromer van wie veel woorden vervliegen in het oneindige bij gebrek aan substantie. Maar er zijn eigenlijk twee Novalissen. Er is nog een andere, en dat is de jurist en mijnbouwingenieur Novalis. Van die Novalis wist men wel dat hij in zijn vrije tijd schreef en filosofeerde, maar dat moest gezien worden als \u2018Nebenarbeit\u2019, niet als iets wat zijn leven volledig in beslag nam. In het uitstekende nawoord dat Arnold Heumakers bij De blauwe bloem heeft geschreven, schrijft hij dat men lang de nadruk heeft gelegd op de eerste, dweepzieke Novalis. Dat kwam door zijn vriend Ludwig Tieck die hem na zijn dood zo typeerde in de biografische schets voor de eerste uitgave van het nagelaten werk. Heinrich Heine volgde hem daarin.<\/p>\n<p>Maar er was ook nog een andere vriend, een collega zelfs bij de zoutmijnen van het Kurf\u00fcrstentum Sachsen: August Coelestin Just. Die zag Novalis niet als een romantische dweper, maar als iemand die vier keer zo snel kon lezen als een ander, die niets tegen techniek had (in 1799 schrijft hij in een brief dat hij veel onder grond is: \u2018Jetzt leb ich ganz in der Technik\u2019), die goed thuis was in de natuurwetenschappen en in de esthetica, die het werk van Plato, Kant, Hemsterhuis en Fichte grondig kende. Wat deze Novalis typeerde, was zijn grote vernuft, brede eruditie en professionele toewijding. Die blijkt ook uit de recentste uitgave van zijn werk in Duitsland: die gaat vergezeld van bijlagen waarin de droge rapporten zijn opgenomen die hij in zijn hoedanigheid van mijningenieur maakte. Daaruit blijkt dat Novalis het onder zijn verantwoordelijkheid resorterende gebied zo grondig in kaart bracht en onderzocht, dat zijn werk van het grootste belang is gebleken voor de latere mijnbouw.<\/p>\n<p>In het voetspoor van August Coelestin Just acht Heumakers de \u2018schw\u00e4rmerische kant\u2019 van Novalis niet het meest de moeite waard, maar juist zijn intellectuele kant: \u2018De unieke combinatie van po\u00ebzie, filosofie en wetenschap die we in heel zijn werk tegenkomen.\u2019 Dat lijkt mij terecht, maar dat wil nog niet zeggen dat over het hoofd gezien moet worden dat grote delen van De blauwe bloem niet te harden zijn vanwege onwezenlijke hoogvliegerij. Het toppunt is het sprookje dat Klingsohr in het negende hoofdstuk vertelt. Het is van zo\u2019n chaotische en onwezenlijk fantasie dat fysieke afkeer het lezen ervan bemoeilijkt.<\/p>\n<p>Hoe intrigerend Novalis\u2019 romantische en professionele bemoeienis met harde wetenschappen ook was, het leverde toch vooral wereldvreemde idee\u00ebn op. Schlegel schreef aan Schleiermacher dat Novalis bezig was religie en fysica door elkaar te klutsen: \u2018Dat zal een interessant roerei worden.\u2019 Novalis was op zoek naar een laatste waarheid in de wetenschappen en de wereld. Al die wetenschappen moesten volgens hem iets gemeenschappelijks hebben, een hogere eenheid. Hij zocht het in analogie\u00ebn, zodat hij chemie en filosofie met elkaar verbond, wiskunde en po\u00ebzie, geologie en geschiedenis. Dat was geen po\u00ebtisch spel, het was ernst. Het kwam neer op magisch idealisme. Hij maakte zich ook een voorstelling van het samenkomen van \u2018hogere filosofen\u2019 en romantische kunstenaars in een \u2018Kosmopolietenloge\u2019, waar zij \u2018Ritter vom Geist\u2019 konden worden die met hun \u2018toverkunst\u2019 grote verbanden zouden leggen om een \u2018sch\u00f6ne Gesellschaft\u2019 en een \u2018Weltfamilie\u2019 te laten ontstaan. Novalis was op zoek naar de \u2018wereldziel\u2019.<\/p>\n<p>HOE DE PO\u00cbTISERING VAN DE WERKE-lijkheid vreemd kan uitpakken, is te zien in het vijfde hoofdstuk van De blauwe bloem. Daarin ontmoet Heinrich een oude wijze mijnwerker die vertelt hoe hem \u2018het benijdenswaardige geluk\u2019 ten deel viel in de mijnen te mogen werken en daardoor deelgenoot werd van \u2018wonderbaarlijke kennis\u2019. Hij werd een van de \u2018onderaardse helden\u2019 die in de \u2018donkere, wonderbaarlijke kamers\u2019 de \u2018hemelse gaven\u2019 mochten ontvangen. \u2018Mijnheer,\u2019 zegt de oude man tegen Heinrich, \u2018er bestaat geen kunst die haar beoefenaars gelukkiger en edeler heeft gemaakt, die het geloof in een hemelse wijsheid en beschikking sterker heeft gewekt en de onschuld en kinderlijkheid van het hart zuiverder heeft bewaard dan de mijnbouw.\u2019<\/p>\n<p>Dit is bepaald een idealistische voorstelling van zaken: hier is geen sprake van de mijn als een onderaardse hel, geen stoflongen, geen claustrofobie, geen dagelijks leven in duisternis. Novalis dacht alleen maar aan het contact dat hij in een mijn had met de \u2018oerwereld\u2019: in de vorm van de wonderbaarlijke ertsen die in de diepten te vinden waren. Daar dweepte hij mee, en vergat de harde werkelijkheid van de mijnbouw. De oerwereld is voor Novalis een deel van de hogere, onschuldige, onzichtbare wereld. De dichter begrijpt de natuur beter dan de geleerde, vond hij.<\/p>\n<p>Novalis kan zo algemeen tot de klassieken van de Duitse literatuur worden gerekend omdat hij op een intelligente manier iets onmogelijks wilde: de romantisering van alles. Dat wil zeggen: van alles moest romantische po\u00ebzie gemaakt worden. Die intentie heeft iets onweerstaanbaars, maar in de praktijk is het beter om niet alles tot roze po\u00ebzie te willen omsmeden. Er is banaliteit die banaliteit moet blijven als je de werkelijkheid niet wilt vertekenen. Een zoutmijn is niet het paradijs.<\/p>\n<p>Dat Novalis de spreekwoordelijke romantische dichter en schrijver werd, was het gevolg van de \u2018schw\u00e4rmerische Wendung\u2019 die hij maakte na de dood van zijn geliefde Sophie von K\u00fchn, die hij op twaalfjarige leeftijd leerde kennen en die in 1797 op haar vijftiende overleed. Novalis was toen vijfentwintig. Daarna trad een intrigerend psychologisch-artistiek proces in werking waarbij de dood van Sophie geleidelijk aan niet meer werd betreurd, maar veranderde in het verlangen om zelf ook dood te zijn, om bij haar te kunnen zijn. Novalis raakte in een toestand waarbij het verschil tussen leven en niet-leven verdween. In zijn dagboek doet hij verslag van dagelijkse bezoeken aan haar graf. Hij voelde dan haar nabijheid (\u2018ihre n\u00e4he war f\u00fchlbar\u2019, \u2018ich war innig mit ihr\u2019) en raakte in zo\u2019n romantisch-enthousiaste gemoedstoestand dat Sophie als persoon opging in zijn mystieke verlangen om bij haar in de dood te zijn. De dood was het verlangde \u2018hemelse vaderland\u2019, of het \u2018nieuwe gouden tijdperk\u2019. Er moet iets opzettelijks in gezeten hebben, wat tot satire uitnodigde. Het wonderlijke is dat al deze dweperij afkomstig was van, wat zijn vriend Schlegel noemde, \u2018ein so ausgebildeter Geist\u2019, en dat je dat ook voortdurend merkt. Zijn scherpzinnigheid en luciditeit bleven er doorheen schemeren.<\/p>\n<p>Novalis, \u2018De blauwe bloem. Heinrich von Ofterdingen\u2019, vertaling Ria van Hengel, nawoord Arnold Heumakers. Athenaeum-Polak &#038; Van Gennep, 224 pagina\u2019s, \u20ac 22,50<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Het heeft meer dan twee eeuwen geduurd voor het oerboek van de romantische literatuur in het Nederlands werd vertaald: De blauwe bloem van Novalis(1772-1801). Deze roman over de wording van een esoterisch dichterschap was de geboor\u00adteakte van het wellustige romantische Schw\u00e4rmen.<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[293,27],"tags":[],"acf":[],"author_name":"Carel Peeters","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/122853"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=122853"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/122853\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Carel Peeters","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=122853"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=122853"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=122853"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}