
 {"id":122813,"date":"2006-10-07T00:00:00","date_gmt":"2006-10-06T22:00:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/een-poezen-aaiende-samoerai\/"},"modified":"2006-10-07T00:00:00","modified_gmt":"2006-10-06T22:00:00","slug":"een-poezen-aaiende-samoerai","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/een-poezen-aaiende-samoerai\/","title":{"rendered":"Een poezen aaiende samoerai"},"content":{"rendered":"<p>Portret Ilja Leonard Pfeijffer<\/p>\n<p>Twee jaar geleden gaf Ilja Leonard Pfeijffer in een interview een recept voor een bestseller: \u2018Je kiest een vrouwelijke hoofdpersoon die in alle opzichten beter is dan de vrouwen die het boek moeten lezen, maar niet te veel. Die vrouwelijke hoofdpersoon gaat op zoek naar zichzelf, dat is heel belangrijk. En dat zoeken vindt altijd plaats in Itali\u00eb, bij voorkeur in Toscane. Daar heeft ze zeven minnaars op een rij, die allemaal een bepaald aspect van haar persoonlijkheid vertegenwoordigen. Uiteindelijk, in het roerende slothoofdstuk, besluit ze het grote geluk toch maar gewoon thuis bij haar eigen man te zoeken. Belangrijk is wel dat er intussen uitvoerig over eten geschreven wordt. Nou, dan ben je er. 400.000 exemplaren \u00e0 2 euro\u2019s royalty per boek.\u2019<\/p>\n<p>Dat boek ligt er inmiddels. Het heet Het ware leven. Een roman en is geschreven door Ilja Leonard Pfeijffer. De openingszin luidt: \u2018Hoewel ik heel goed weet wat de mensen willen, is het mijn vaste voornemen het verhaal van tweede luitenant Ferdinand Boeb uitvoerig te vertellen.\u2019 Wie op grond daarvan uitsluitend denkt aan bloedstollende verhalen over Russische veldtochten, krijgt meer dan verwacht. Het ware leven beschrijft niet alleen de barre belevenissen tijdens veldtochten in Rusland, maar ook het verhaal van Eugenie van Zanten, de schrijfster van De heuvels van Amalfi. En \u00f3\u00f3k het verhaal van Marinda, de rondborstige serveerster. En het verhaal van het personage Ilja Leonard Pfeijffer.<\/p>\n<p>\u2018Ik wilde eens een boek maken met een heleboel personages,\u2019 zegt Pfeijffer (ooit treffend beschreven als \u2018twee meter po\u00ebzie met de haren van een zeventiende-eeuwse zeevader\u2019). \u2018Tegelijkertijd is het een commentaar op het literaire klimaat in Nederland. Mensen hebben geen zin meer in fictie. Als iets overduidelijk bedacht is, vinden ze het stom tijdverlies. Ze willen op zijn minst de illusie dat het echt gebeurd is. Ze willen iets opsteken van een boek. Mensen zijn hopeloos op zoek naar een houvast. En in verzinsels vind je geen houvast.\u2019 Een van de vertellers in het boek verzucht: \u2018Laat er in hemelsnaam een plot zijn in dit boek. Anders is het helemaal zinloos. Er moet een verhaal zijn, al is het maar omdat we niet willen dat onze grootste angst bewaarheid blijkt. Een boek als recept voor het ware leven.\u2019<\/p>\n<p>Pfeijffer, genietend: \u2018Ja, daarom komen er ook echte recepten in voor. Omdat het boek eigenlijk zelf ook een recept is.\u2019<\/p>\n<p>Boh\u00e9mien<\/p>\n<p>Citaat uit Het ware leven: \u2018Er zijn twee soorten levens. Ofwel je doet wat je moet doen, of je denkt er tot bloedens toe over na wat je allemaal zou kunnen doen. In het eerste geval ben je gelukkig, in het tweede een mens van deze tijd. In het eerste geval ben je je niet bewust van welk dilemma dan ook, in het tweede geval mis je je juk, doel en grote verhalen.\u2019<\/p>\n<p>Pfeijffer: \u2018Een van de centrale thema\u2019s van het boek: de problemen die opgeroepen worden door de grote vrijheid die wij, tenminste hier in het vrije Westen, genieten. Denk maar aan slogans als: \u201cSucces is een keuze.\u201d Of: \u201cIemand worden, het kan.\u201d Dat wordt bijna automatisch opgevat als: \u201cTja, je had alle vrijheid. Als het mislukt, kan dat maar \u00e9\u00e9n ding betekenen, namelijk dat jij een loser bent.\u201d Het beklemmende is dat mensen alles kunnen doen met hun leven, maar meestal doen ze iemand na. Ze kiezen een personage, een soort atavar. Zoals mensen zich op internet een personage kunnen aanmeten, gaat het in het echt vaak ook.\u2019<\/p>\n<p>Pfeijffer heeft zijn atavar gekozen: \u2018Een boh\u00e9mien-achtig ideaal waarbij persoonlijke vrijheid het grootste goed is. Vier jaar geleden heb ik mijn baan als graecus opgezegd bij de Universiteit van Leiden om fulltime schrijver te kunnen zijn. Als ik voor mijn veertigste getrouwd had willen zijn en kinderen zou willen, had ik die keuze nooit gemaakt. Maar ach, die zogenaamde free<\/p>\n<p>spirit van mij is natuurlijk ook allemaal fictie. Ik heb mijn rol net zo goed gekozen. In mijn boek heb ik het niet voor niets over de dichter die de dichter speelt. Het verschil is alleen dat ik het w\u00e9\u00e9t.\u2019<\/p>\n<p>Opvallend is dat het boek niets weg heeft van de wilde taalexplosie van Het grote baggerboek, het vorige boek van Pfeijffer. Op de vraag of hij zich heeft moeten beheersen, schiet hij uit zijn slof: \u2018Nee, stijl is een k\u00e9\u00faze. Stijl is een bestudeerd effect. Een schrijver kan net als een schilder voor iedere schepping weer andere kleuren op zijn palet zetten. Veel critici hebben het idee dat een stijl iets persoonlijks zou zijn, iets onvervreemdbaars. Het is bijna de grootste lof om van een schrijver te zeggen dat hij zijn eigen stijl heeft. Ik vind dat flauwekul. Dan ben je een one trick pony. Arnon Grunberg is zo\u2019n pony. Hij schrijft goed, maar het is wel alsmaar hetzelfde trucje. Ik ben liever een soort Stravinsky die de ene keer een symfonie in C maakt, een andere keer een stuk voor tuba en ballerina en dan weer een ragtime of een twaalftoonsstuk. Ik gebruik graag allerlei tonen en stijlen door elkaar voor mijn eigen doel.\u2019<\/p>\n<p>Op het moment schrijft hij een toneelstuk voor het gezelschap Annette Speelt: De eeuw van mijn dochter. Een klassieke tragedie in vijf bedrijven over de consequentie van de politiek van Balkenende. \u2018De openingssc\u00e8ne is de begrafenis van Balkenende met een rouwrede, uitgesproken door de grootste acteur van Nederland, die wordt gespeeld door Jaap Spijkers. Ik heb het geschreven in rijmende alexandrijnen in de taal van Vondel. Op de Uitmarkt in Den Haag hebben we een voorproefje gegeven. Er waren maar twee acteurs van de cast, Michel Sluismans en Thijs R\u00f6mer, dus ik moest zelf ook spelen.\u2019<\/p>\n<p>Nog geen twee weken daarvoor had Pfeijffer Thijs R\u00f6mer en Katja Schuurman in Frankrijk in de echt verbonden. R\u00f6mer had hij leren kennen door Het grote baggerboek; in een toneelstuk over Theo van Gogh hadden ze daaruit voor een scheldkanonnade van tien minuten een tekst gebruikt. \u2018Het klikte onmiddellijk tussen ons, we werden vrienden en uiteindelijk hebben Katja en Thijs mij gevraagd hun huwelijksceremonie vorm te geven. Met een mooie retorische opening heb ik ze welkom geheten op het kasteel. Daarna heb ik de lach gehaald met een klein woordje van de Baggeraar \u2013 ik wist dat Katja en Thijs elkaar ooit het hele boek hadden voorgelezen. Vervolgens declameerde ik het gedicht dat ik speciaal voor ze geschreven had: een exuberante definitie van het woord \u201cja\u201d. Daarna kon ik ze officieel tot man en vrouw verklaren.\u2019<\/p>\n<p>Nerd<\/p>\n<p>Zo\u2019n extravert optreden bij een acteurshuwelijk leek er in zijn jeugd niet direct in te zitten. Ilja Leonard Pfeijffer werd in 1968 geboren in Rijswijk. Zijn naam is ontleend aan het boek Ilja, de kleine ganzenhoeder. Vader was neerlandicus, gespecialiseerd in de Middeleeuwen, en gaf les op het Sint Maartens College in Voorburg; moeder was remedial teacher op de Petrusschool in Rijswijk. Zij nam het onderwijs van de kleine Ilja vroeg ter hand: op zijn derde kon hij lezen, op zijn vierde worteltrekken. Pfeijffer: \u2018Ik was een braaf, zoet jongetje. Wilde nooit buitenspelen, was altijd bezig dingetjes te maken. Een boekje met wijsheden over Het Levenspad der Mensen, verluchtigd met illustraties en eigenhandig ingenaaid met naald en draad. Kopie\u00ebn van oud-Griekse potscherven op de scherven van mijn moeders bloempotten.\u2019<\/p>\n<p>In een eerder interview in Vrij Nederland vertelde Pfeijffer hoe hij als jongen een compleet land verzonnen had en daar niet alleen landkaarten van maakte, maar zelfs een eigen taal verzon van bijna twintigduizend woorden. \u2018Ik denk dat er veel psychiaters te vinden zijn die dat als ongezond beschouwen en dat graag zouden willen genezen. Maar ik ben goed in staat empathie te hebben met mijn eigen fantasie. Mocani\u00eb bestaat nog steeds. Het is geen plek waar ik dagelijks kom, er gaan maanden voorbij dat ik er niet aan denk, maar ik kan de taal nog steeds spreken. Als ik in Rijswijk uit de trein stap, hoor ik mezelf ineens weer praten in mijn eigen taal. Hooguit betrap ik me op een kleine ergernis dat ik het niet meer zo goed spreek als vroeger.\u2019<\/p>\n<p>Een verlegen, slim jongetje dus, dat hoge cijfers haalde en op het gymnasium de pauzes niet boterhammen smijtend in de aula doorbracht, maar bij zijn grootouders om de hoek, de poes aaiend en warme chocolademelk drinkend. Hij kan niet goed de overgang naar gevreesde criticus verklaren. \u2018Eigenlijk ben ik nog steeds een schuchtere poezen aaiende jongeman. Ik weet niet of ik erg ben veranderd. Het is altijd zo geweest dat ik mij in mijn gedachten zekerder voelde dan tussen levende mensen. Dat is nog steeds zo, al weet ik dat beter te verbergen. Eigenlijk zit die nerd nog altijd in mij, al heeft hij zich nu een ander postuur en een wat andere coiffure aangemeten.\u2019<\/p>\n<p>Stefan Haensel, uroloog verbonden aan het Havenziekenhuis in Rotterdam, leerde Ilja op twaalfjarige leeftijd kennen. \u2018Tien jaar lang hebben we iedere zaterdagavond dij aan dij gezeten als klarinettisten van het Hofstads Jeugd Orkest. Ilja was spitsvondig, humoristisch en helemaal bezeten van muziek. Ik kwam er achter dat hij zich ook bezighield met po\u00ebzie toen ik een advertentie aantrof in het blaadje van Cultureel Jongeren Paspoort waarin hij zich aanbood als \u201cbrooddichter\u201d. Hij was toen een jaar of veertien. Iets later, hij was toen zeventien of achttien, richtte hij de K\u00f6chel Society op, een genootschap dat zich ten doel had gesteld om Mozart te bestuderen. We hebben beiden overwogen om naar het conservatorium te gaan, maar zagen daar allebei vanaf. Alles wat Ilja doet, doet hij gedreven. Toen hij getuige was bij mijn huwelijk hield hij niet zomaar een toespraakje, nee, hij schreef een hele opera. Onze vriendschap is altijd blijven bestaan. Ik vertel hem tegenwoordig over de nieuwste operatietechnieken en hij maakt mij deelgenoot van zijn bonte bestaan onder de vips. Dat laatste zou trouwens wel eens een valkuil kunnen zijn. Ik zie hem weliswaar niet als vip in een ijsdansshow terechtkomen, maar het gevaar zit er in dat hij vergeet waar het allemaal om begonnen is: gewoon goed schrijven. Inmiddels ken ik de staalkaart van zijn kunnen wel een beetje. Bij Het grote baggerboek vond ik de eerste hoofdstukken hilarisch, daarna kwam ik er nauwelijks doorheen. Ik betrap me steeds vaker op de gedachte: de puberpuistjes zijn nu wel uitgeknepen, schrijf nou gewoon eens dat prachtige boek. Want dat hij dat kan, daar ben ik honderd procent van overtuigd.\u2019<\/p>\n<p>Samoerai<\/p>\n<p>Classicus Frans Blom, verbonden aan de Universiteit van Amsterdam, leerde Ilja kennen tijdens de studie klassieke talen in Leiden. \u2018Ilja was toen nog een ranke jongeling. Heel braaf, heel sportief. Deed aan wielrennen, atletiek, judo en tennis. Bijna zes jaar zijn we huisgenoten geweest, we zaten in een bijzonder studentenhuis waarvan vrijwel iedereen is gepromoveerd. Op college stak Ilja met kop en schouders boven iedereen uit. Hij was niet alleen leergierig maar ook \u201ceergierig\u201d. Hij hield statistieken bij van de scores van alle medestudenten \u2013 de gele sector met de hoogste cijfers moest hij in de gaten houden, die kwamen te dicht bij hem in de buurt. Nu kan hij daar om lachen, maar toen was het hem ernst. Hij volgde allerlei extra vakken, zeer buitenissige soms, zat regelmatig als enige student bij een hoogleraar.<\/p>\n<p>Als vriend was hij loyaal. Als ik door mijn dubbele studie in de problemen kwam met tentamens, maakte hij zonder aarzelen twee tentamens met twee verschillende handschriften. Ilja was op een intellectuele manier heel speels. Zelfs in al zijn vrijetijds\u00adbestedingen stelde hij zich op als strateeg. Hij is een groot tacticus. Zal nooit zomaar aan iets beginnen, hij bedenkt altijd eerst een plan. In het prille begin van het computertijdperk speelden we een ingewikkeld spel, Bolo genaamd, waarvoor we hele veldslagen bedachten. De helft van onze promotietijd is daaraan opgegaan. In De vierkante man heeft hij een gedicht aan mij opgedragen, \u201cNolens Bolens\u201d. In ons vakdispuut werd hij zonder moeite achtereenvolgens questor, ab-actis en praeses. Rollen die hij met verve en op een vermakelijke manier vervulde. Op die manier kwam hij ook moeiteloos aan vriendinnetjes. In de verliefd\u00adheden van Ilja zit altijd een patroon. Hij wordt ongelooflijk verliefd, wil zijn hele leven aan haar geven, maar er komt altijd een moment waarop hij zijn eigen leven weer wil oppakken. Een leven delen met Ilja is bijna niet mogelijk. Ik heb al heel wat meisjes ongelukkig zien worden. Hij leidt een leven dat voor een vrouw niet is vol te houden: altijd veel drinken en nachten doorhalen. Zelfs als vriend moet ik af en toe even afstand nemen; dat leven is soms te heftig voor me. Ilja is ijzersterk. Drinkt La Chouffe, zwaar bier, slaat daar moeiteloos tien tot vijftien van achterover. Een ander verliest dan zijn spraakvermogen, maar aan Ilja merk je niets.<\/p>\n<p>Ilja houdt ervan om tegen schenen te schoppen, niet in de laatste plaats ter meerdere eer en glorie van zichzelf. Hij heeft razendsnel alles door, beredeneert alles, kan alles haarscherp onder woorden brengen. Gevoel staat bij hem niet hoog in het vaandel. Het is geen kwetsbare man.\u2019<\/p>\n<p>De Italiaanse filosofe Chiara Robbiano, die zes jaar met Ilja samenwoonde, is het daar absoluut niet mee eens. \u2018Wie zijn gedichten in Dolores \u2013 elegie\u00ebn leest, kan onmogelijk zeggen dat Ilja zich niet laat zien. Neem alleen al het gedicht \u201cIk was bijna de moeite waard\u201d. Ik zie Ilja als een samoerai, een man met een grote natuurlijke wijsheid en een grote innerlijke balans. Ik vind hem wijs volgens de definitie van de Griekse filosofen: het zijn niet de dingen die onrust veroorzaken, maar wat jij er zelf mee doet. Dat Ilja soms als ongevoelig overkomt, is omdat hij geen energie wil besteden aan het voeren van zwakte of verdriet van zichzelf. Hij wil mensen niet lastigvallen met zijn gevoelens. In dat opzicht is Ilja een bijna ridderlijke man.\u2019<\/p>\n<p>Negen jaar geleden kwam Chiara naar Nederland voor een promotieonderzoek over Parmenides en een hoogleraar raadde haar aan eens met Pfeijffer te gaan praten. \u2018Van Parmenides wist hij niet veel, maar om drie uur \u2019s nachts waren we nog aan het praten. Na tien dagen moest ik terug naar Itali\u00eb. Na \u00e9\u00e9n dag belde Ilja op en vroeg: \u201cMag ik de trein nemen naar Genua?\u201d Aan het eind van de zomer ben ik definitief teruggekomen naar Nederland. Hij heeft mij de kunst van het genieten geleerd. Toen ik hem vroeg wat het woordje \u201cleuk\u201d betekende, zei hij: \u201cDat is het belangrijkste woord dat jij moet leren.\u201d Tot die tijd had ik mij alleen op mijn studie gestort. Met Ilja wordt de wereld altijd spannender, door zijn ogen wordt de wereld mooier. Ik heb een paar jaar geleden een eind gemaakt aan onze relatie, maar ik weet: wat wij hebben, is voor altijd. We doen samen aikido, we hebben alle examens gedaan.\u2019<\/p>\n<p>\u2018Ik besefte pas gaandeweg,\u2019 zegt Pfeijffer later, \u2018dat aikido eerder een filosofie is dan een krijgskunst. Aikido is een weg die leidt tot bewustwording, zelfkennis, eenwording met het universum, kortom al die mooie dingen die iedereen wel wil. Uiteindelijk misschien zelfs tot verlichting. Geen haar op mijn hoofd had overwogen ermee te beginnen als ik toen geweten had dat ik als de eerste de beste pendelaar of magnetiseur  in volle ernst gedachten zou gaan wijden aan de eenheid van tegendelen in de natuur. Maar voor ik het wist, oefende ik thuis met wapens, groette \u2019s ochtends de vier windrichtingen en deed bij tijd en wijle een dans voor de goden. In de supermarkt beoefende ik tot mijn niet geringe verbazing en ergernis van andere klanten allerlei vormen van tai sabaki met een winkelwagentje. Ik had nooit kunnen voorzien dat aikido mij zou beroven van mijn zelfgenoegzaamheid en mij bescheidenheid bij zou brengen door mij aan het twijfelen te brengen.\u2019<\/p>\n<p>Chiara Robbiano: \u2018Ik weeg eenenzestig kilo, minder dan de helft van zijn gewicht, maar ik kan hem werpen. Dat vergt vertrouwen, dat hebben wij in elkaar. In de ogen van Ilja staat voortdurend een kinderlijke verwondering te lezen, maar die gaat altijd gepaard met een zekere ironie. Hij zal nooit primair reageren. Dat is wat wij met elkaar gemeen hebben. Het besef: er is altijd een ruimte tussen jou en de dingen. Dat heeft ook iets tragisch. Met hoeveel passie je ook bezig bent, je weet ook: dit is maar spel.\u2019<\/p>\n<p>Overdrijver<\/p>\n<p>Het personage Ilja Pfeijffer zegt in Het ware leven. Een roman: \u2018Zodra ik iets op papier zet, treedt de bewapening in en overgiet ik alles met een scherpe pepersaus.\u2019 Pfeijffer gaat er prat op dat alle feiten in zijn boeken kloppen. Is dit dan een uitspraak over de echte Pfeijffer, die zijn imago van om zich heen slaand criticus bevestigt?<\/p>\n<p>\u2018Het is een misverstand dat ik er plezier aan zou beleven om mensen te grazen te nemen,\u2019 zegt hij. \u2018Als ik een polemiek start, is het omdat ik het belangrijk vind. Po\u00ebzie dient serieus genomen te worden. Dat betekent dat ik moet ingrijpen als het misgaat.\u2019<\/p>\n<p>Hij luistert onbewogen naar een citaat uit zijn essay over Kopland (uit Het geheim van het vermoorde geneuzel) waarin hij een avond beschrijft op een po\u00ebziemanifestatie: \u2018Dichters dansen niet. De enige dichter die dat wel deed, was Rutger Kopland. Als een olijke circusbeer stond hij met klapwiekende armen in zijn dichterscolbertje te hupsen op het opzwepende ritme van de etnisch verantwoorde bongo\u2019s. Het was curieus om te zien. Hij deed uitgelaten of hij net de Nobelprijs had gewonnen. Maar kijk eens hoe gewoon hij ondanks al die huldigingen is gebleven, hij doet gewoon een vrolijk dansje als hij vrolijk is, daar zit hij toevallig helemaal niet mee. In dat veelgelauwerde grijze hoofd is altijd iets overgebleven van het dromerige kleine jongetje dat urenlang naar grassprietjes kon kijken, ontroerd op zijn hurken met een stokje zat te peuren in een verse koeienvlaai, en dat opeens zomaar ging dansen wanneer hij opeens zomaar vrolijk was.\u2019<\/p>\n<p>Pfeijffer: \u2018Mijn aanval was inderdaad zwaar onder gordel.\u2019<\/p>\n<p>Maar hij heeft er geen wroeging over. \u2018Het was subsidiair aan de opvattingen die ik in het stuk wilde verkondigen. Natuurlijk ben ik er helemaal niet op uit om Kopland het zwijgen op te leggen, ook al zeg ik soms plagerig van wel. Ik wil discussie uitlokken en om mensen wakker te schudden, moet je soms overdrijven. Als Kopland een onbeduidende debutant geweest zou zijn, had ik niet eens de moeite genomen mijn mond open te trekken. Maar hij is een soort icoon en daar stoor ik me aan. Ik erger me aan zijn po\u00ebzie van emotie met het pistool op de borst, aan die kritiekloze verering. En als je tegen dertig jaar heiligverklaring op moet boksen, moet je alles uit de kast halen.\u2019<\/p>\n<p>Hij heeft hem daarna nog eens ontmoet: \u2018Ik moest laatst in Deventer op een tuinfeest signeren en ik bleek samen met hem aan een tafel te zitten. Ik gaf hem een hand, waarop hij vriendelijk naar mijn geestelijke gezondheid informeerde.\u2019<\/p>\n<p>Dominee<\/p>\n<p>Niet alle dichters reageerden zo sereen op de aanvallen van Pfeijffer. Dichteres Esther Jansma sloeg terug met een Pfeijffer-pastiche: \u2018De omwentelaar\u2019, met als laatste regels: \u2018Verlopen voorlopige opvoedkundige hufter \/ Met zijn mansbakje rammelend snakkend naar aandacht \/ Jij bent zijn niets zijn riedel uit hoop op u alles.\u2019<\/p>\n<p>Een verontwaardigde Esther Jansma: \u2018Ik had na de zoveelste aanval op Kopland opeens totaal genoeg van zijn geblaat. Maar ik had geen zin in de zoveelste polemiek in proza en dacht: Esther, hou je bij je leest, gebruik het medium zelf om te zeggen wat je van zijn moralisme vindt. Ik geloof niet in het op\u00addelen van het dichterlijke speelveld in trut-po\u00ebzie en hoge, verheven po\u00ebzie. Pfeijffer is als een ouderwetse dominee aan het uitmaken wat Hoge Po\u00ebzie is. Hij beschouwt zichzelf als een van de weinige originele makers daarvan en legt zijn po\u00ebtica als criticus ook aan anderen op. Ik hou niet van die po\u00ebtica, het is me te ADHD-achtig. Druk behang, zo barok dat je door alle frutsels, fratsen en geintjes het ontwerp niet meer kunt ontwaren. Ik denk dat hij al vroeg in zijn carri\u00e8re heeft besloten zichzelf niet te laten zien, hij komt op mij over als een poseur. Tot en met dat lange haar op de schouders. Gelukkig wordt de canon niet bepaald door domineesdichters.\u2019<\/p>\n<p>Vorige maand betrad ook Hagar Peeters het strijdtoneel met een groot stuk in po\u00ebzietijdschrift Awater waarin ze de aanval opende op Ilja Pfeijffer en dichter en Volkskrant-po\u00ebziecriticus Piet Gerbrandy \u2013 niet alleen beiden dichter en criticus, maar toevallig ook allebei in Leiden opgeleid classicus, en samen ook wel de Terrible Twins genoemd.<\/p>\n<p>Pfeijffer, bereidwillig gravend in zijn herinnering: \u2018Ging dat niet over het onderscheid tussen mannelijke en vrouwelijke po\u00ebzie? Mannen zouden geneigd zijn zich meer te verlaten op het intellect en vrouwelijke po\u00ebzie had een directere verhouding tot de werkelijkheid en was meer uit op ontroering. En volgens Hagar was die laatste stroming onder recensenten totaal niet vertegenwoordigd. Zodat dat type po\u00ebzie dat \u201cvrouwelijk\u201d genoemd wordt, gediscrimineerd wordt. Ik moet zeggen: je reinste flauwekul. Ik let daar niet als eerste op, ook niet als tweede, en evenmin als derde. Bovendien zijn er zat mannelijke dichters die voldoen aan de criteria die zij vindt gelden voor vrouwelijke po\u00ebzie. Kopland bijvoorbeeld. Maar dichteressen als Astrid Lampe of Anneke Brassinga kun je helemaal niet in dat hokje stoppen. Kortom, dat onderscheid is volkomen gratuit. Het is wel zo dat ik als po\u00ebziecriticus zelden geporteerd ben van po\u00ebzie die niets anders doet dan rechttoe rechtaan ontroeren. Ik vind overigens dat Hagar Peeters haar eigen po\u00ebzie onrecht aandoet als ze zichzelf klakkeloos schaart onder die po\u00ebzie, ze is veel geraffineerder dan dat. Zeker in haar tweede bundel Koffers zeelucht.\u2019<\/p>\n<p>Hufter<\/p>\n<p>Ook voor dichter en romancier Robert Anker was de maat vol. In zijn vorig jaar verschenen zomerdagboek duidde hij Pfeijffer steevast aan met \u2018de Hufter\u2019.<\/p>\n<p>\u2018Ik had liever dat hij een echte degelijke aanval op mij had uitgevoerd dan dat geklaag en gejammer,\u2019 zegt Pfeijffer. \u2018Anker is typisch een exemplaar van de 1071-maffia, de schrijvers met de postcode Amsterdam-Zuid. Mannen van middelbare leeftijd die af en toe een waardeloos bundeltje publiceren, maar wel een bolwerk van literaire macht. Ze gaan over alle beurzen, zitten in alle commissies, in alle jury\u2019s. Met De Revisor kregen we daar last van: onze subsidie dreigde ons te worden afgenomen. En als je kijkt wie er in de commissie zitten, ja hoor, dan zijn dat weer Martin Reints en Tom van Deel. Daar zit gewoon ouderwetse rancune achter. Ik heb de bundel van Marjoleine de Vos, Van Deels vrouw, negatief besproken. En als diezelfde Tom van Deel die De Revisor de nek probeert om te draaien tegelijkertijd een juichend stuk schrijft over het literaire tijdschrift Raster waar zijn vrouw in de redactie zit, dan wordt het te doorzichtig voor woorden. Ze zien mij als een bedreiging van hun machtspositie. En terecht.\u2019<\/p>\n<p>Robert Anker, zuchtend: \u2018O god, die arme Tom van Deel. Waarom moet die man het nu al twintig jaar ontgelden? Als je gaat kijken waar de macht zit, kom je veel eerder uit bij Rob Schouten, maar die doet daar helemaal niet moeilijk over. Die geeft dat vrolijk toe: ha, lekker, macht uitoefenen. Het is toch zielig om meteen aan een maffia te denken als de subsidie van je blaadje wordt ingetrokken? Het komt niet eens bij hem op om te denken: misschien vinden mensen dit gewoon geen goed blaadje.\u2019<\/p>\n<p>Over de kwaliteit van de gedichten van Ilja Pfeijffer is Anker kort: \u2018Ik vind hem geen goede dichter. Ik vind het helemaal niks en ik denk niet dat ik de enige ben. Wat zijn essays betreft: hij is een scherpzinnig criticus, als hij tenminste niet met zijn verborgen agenda bezig is. Van mij mag Pfeijffer een kruistocht voeren tegen po\u00ebzie die hem niet aanstaat. Sommige reputaties mogen best eens afgestoft worden. Maar als hij klappen uitdeelt, moet hij ze wel terug verwachten.\u2019<\/p>\n<p>Po\u00ebziecriticus Rob Schouten schiet in de lach: \u2018Ik heb dezelfde postcode als Tom van Deel, maar ik weet niks van een maffia. Ik vermoed dat het veel te maken heeft met het feit dat De Revisor de liefdesbaby is van Ilja, en dat vroeger was van Tom van Deel. Het lijkt me meer een kleine stammenoorlog. Ik vind het een beetje gekeutel. En Robert Anker heeft gelijk: ik zit in heel wat meer jury\u2019s, wie komt mij binnenkort beschuldigen van nepotisme?\u2019<\/p>\n<p>Dichter Erik Menkveld: \u2018Ilja Pfeijffer is op dit moment zelf een van de machtigste mensen in de literatuur. Hij is po\u00ebziecriticus bij NRC Handelsblad, redacteur van De Revisor en bepaalt zo wie er kan debuteren, schrijft voor po\u00ebzietijdschrift Awater en doet overal zijn zegje. \u2018Dat maffiagedoe gaat niet over literatuur, dat gaat over kleinzieligheid. Maar dat Ilja het lef heeft om af en toe grote reputaties aan te pakken, vind ik leuk. Ik vind hem een vrolijke oproerkraaier. Door de knuppel in het hoenderhok te gooien, maakt hij een flinke discussie los. Niet alleen in het openbaar, maar ook in de hoofden van de dichters die hij aanpakt. Ilja vindt dat po\u00ebzie brutaal, lawaaiig, ronkend en ranzig moet zijn. Iedereen die zichzelf andere doelen stelt, vindt hij saai en duf. Die krijgen ervan langs. Hij is niet bepaald een subtiele jongen. Ik vind dat persoonlijk voor een criticus een wat eenzijdige houding, maar ik denk niet dat die andere po\u00ebzie daarmee ondersneeuwt. Ach, Ilja zelf zal ongetwijfeld een heel sentimentele, lieve jongen zijn die zich aan alle kanten pantsert met ironie en cynisme. Misschien is het daarom zo onverdraaglijk voor hem om te zien dat vrouwen zich ongepantserder vertonen. Heeft hij daarom zo\u2019n hekel aan Anna Enquist, Esther Jansma en Marjoleine de Vos.\u2019<\/p>\n<p>Rob Schouten zet vraagtekens bij die vermeende hegemonie van Ilja Pfeiffer. \u2018Dat Ilja zijn eigen po\u00ebtica als criticus uitdraagt, zou kwalijk zijn als hij cultureel dictator van Nederland was. In dat geval zou ik direct een ticket naar Nieuw-Zeeland nemen. Maar aangezien er genoeg andere critici zijn die een ander geluid laten horen, is er niks aan de hand. Veel gevestigde dichters die door Ilja zijn aangepakt, kunnen daar slecht tegen, terwijl ik denk: recensies zijn helemaal niet voor dichters bedoeld maar voor lezers. Je merkt in het literaire circuit wel dat hij veel vijanden heeft gemaakt. Veel mensen gaan hem uit de weg.\u2019<\/p>\n<p>Menkveld: \u2018Van de week kocht ik de verzamelde werken van Horatius. Toen ik de vroege satirische verzen las, dacht ik ineens: hier hebben Pfeijffer en Gerbrandy het vandaan, dat baldadige, venijnige toontje. Ook het feit dat veel van die gedichten gaan over seks, lekkere wijven en bier drinken. Die hardheid, afstandelijkheid en ironie, die komen regelrecht uit de oudheid waarmee ze allebei zijn opgegroeid.\u2019<\/p>\n<p>Simson<\/p>\n<p>\u2018Ik merk dat ik even een beetje moe ben geworden van po\u00ebzie,\u2019 zegt Ilja Pfeijffer. \u2018En ik weet niet of dat aan mij ligt of aan de po\u00ebzie. Misschien krijg je als recensent wel een beetje te veel op je bureau. Ik zie zo\u2019n honderd\u00adtachtig bundels per jaar, dat is om de dag een dichtbundel. Zelf ben ik even gestopt met po\u00ebzie. Mijn bundel In de naam van de hond was een soort ultieme consequentie van mijn po\u00ebtica, maar dat heeft geen recensent gezien.\u2019<\/p>\n<p>Rob Schouten: \u2018Ik wist niet zo goed raad met die laatste bundel. Een valkuil van Ilja is de retoriek. Het moet allemaal groots en meeslepend, maar hij moet uitkijken dat hij niet gaat galmen als Bilderdijk en Marsman. Je kan niet alsmaar door blijven stormen en briesen. Ik ben benieuwd naar zijn nieuwe roman, nieuwsgierig naar zijn meer kwetsbare kanten. Kwetsbaarheid op zichzelf is geen groot goed, maar een mooie eigenschap in proza en po\u00ebzie. Niet dat ik zit te wachten op een gekwetst en gekneusd ego dat alleen maar loopt te snotteren, maar tot nu toe laat hij vooral het andere uiterste zien.\u2019<\/p>\n<p>Schouten herinnert zich scherp de eerste ontmoeting met Pfeijffer: \u2018Ik dacht verrast: precies Theophile Gautier. Een Franse dichter uit de negentiende eeuw, net als Pfeijffer een academicus die behoorlijk dwarslag. Er bestaat een foto van Ilja met kort haar. Hij heeft me die foto al vier of vijf keer laten zien, en ik kan er niet genoeg van krijgen. Het is een curieuze, andere Ilja naar wie ik buitengewoon nieuwsgierig naar ben. Er zit een rare Simson-achtige kant aan het verhaal. Misschien is het wel net zo moeilijk om van po\u00ebtica te veranderen als om je haren af te knippen.\u2019<\/p>\n<p>Pfeijffer: \u2018Rob Schouten kan gerust zijn: dit nieuwe boek is een antwoord op alles. Onlangs suggereerde Piet Gerbrandy nog in een dubbelinterview in NRC Handelsblad: \u201cBij mij gaat het om de inhoud, bij Ilja om het spel.\u201d Ik denk dat mijn grootste kracht ligt in mijn stilistische vermogen. In principe kan ik alles. Maar dat is tevens mijn grootste valkuil. Mensen beschouwen mijn virtuositeit als harnas en zien slechts de buitenkant. Ik word gezien als een arrogante vlerk die overal een spel van maakt. Na Het ware leven kan niemand dat meer zeggen.\u2019<\/p>\n<p>Uiteindelijk, zegt Pfeijffer, gaat het allemaal om de notie \u2018authenticiteit\u2019. \u2018Bij Zomergasten zag ik die man van Idols. Hij had het over de x-factor, dat wat geloofwaardig is op de televisie. Hij was nog net niet zo primitief dat hij zei: als het echt gebeurd is, is het geloofwaardig en ontroerend, en als het verzonnen is niet. In de politiek zie je in toenemende mate dezelfde tendens: de geloofwaardigheid van de boodschapper is van groter belang dan de kwaliteit van de boodschap. En geloofwaardigheid komt voort uit authenticiteit. Maar wat is authenticiteit wanneer iedereen bij voortduring een rol speelt? Iedereen gedraagt zich zoals hij denkt dat het hoort voor iemand die zo\u2019n soort iemand is als hij denkt dat hij is. Iedereen maakt de keuzen die passen bij die rol. Waarom trouwt een kassameisje op haar achttiende en een rechtenstudente op haar dertigste? Wij hebben tegenwoordig de mogelijkheid het heft in handen te nemen. En wat kiezen wij? Wij kiezen niet wat we werkelijk willen, want wij hebben geen flauw idee wat we werkelijk willen. Wij kiezen een atavar, een kant-en-klaar personage met bijbehorende levensloop. Wij spelen het leven na dat wij hebben gekozen. Geef een mens keuzevrijheid en hij slaat aan het imiteren. En dan noemen ze mijn boek een parodie. Het ware leven is een parodie. En nog kitsch ook. Zo.\u2019<\/p>\n<p>Pfeijffer en de anderen<\/p>\n<p>Met een gongslag kwam Ilja Leonard Pfeijffer in 1998 de literatuur binnen, met zijn debuut Van de vierkante man. Afgelopen moest het zijn met de stille, serene Faverey-po\u00ebzie.<\/p>\n<p>Het eerste, inmiddels bijna klassiek geworden, gedicht uit de bundel klonk als een oorlogsverklaring:<\/p>\n<p>Afscheidsdiner<\/p>\n<p>u kunt afruimen<\/p>\n<p>de witomrande amuse gueule uit de<\/p>\n<p>nouvelle cuisine<\/p>\n<p>van chrysanten die in de vaas op de tafel bij het raam staan<\/p>\n<p>maar niet in de vaas op de tafel bij het raam staan<\/p>\n<p>vegetarische stilleventjes geschetst met de zilverstift<\/p>\n<p>laat met de lardeerpriem doorregen goed<\/p>\n<p>gevulde<\/p>\n<p>wildbraad aanrukken en op een rondborstig banket<\/p>\n<p>van dansend vlees zappen naar glimmend wellustig vlees<\/p>\n<p>als een clip in grootbeeld kleur<\/p>\n<p>serveer mij in roomboter gebakken beelden<\/p>\n<p>en verzen met boulemie<\/p>\n<p>Voor zijn debuutbundel ontving Pfeijffer de C. Buddinghprijs.<\/p>\n<p>De jonge graecus zat niet stil: binnen vier jaar publiceerde hij twee dichtbundels, schreef een 750 bladzijden tellend proefschrift en een literatuurgeschiedenis van de antieken. Daarna publiceerde hij tegelijkertijd een nieuwe dichtbundel (Dolores) en een roman: Rupert, die onmiddellijk de Anton Wachterprijs kreeg. Pfeijffer is daarmee de enige Nederlandse schrijver die zowel de belangrijkste debuutprijs voor proza als po\u00ebzie heeft gekregen.<\/p>\n<p>Ofschoon de prijzen bleven toestromen, waren meningen in de kritiek verdeeld. Prees de een hem als de wederopstanding van Lucebert, de Keizer der Vijftigers, schreef de ander meesmuilend: &#8216;Pfeijffer is nog lang geen Keizer, een barse en brute roofridder is het.&#8217; Soms waren de tegenstrijdige geluiden zelfs binnen \u00e9\u00e9n stuk te horen: &#8216;Werk van een vitaliteit waar je met jaloezie naar opkijkt, het heeft niets van dat gereserveerde dat je van je zelf zo goed kent, niets van dat zuinige en bangige, het gooit zichzelf in de strijd, pakt je bij je kloten, zoent je op je bek, zet de tanden in je nek. Testosteron in taal is het,&#8217; schreef Hans Goedkoop, maar hij eindigde zijn stuk met de woorden: &#8216;Maar wat hou je over als het vuurwerk is uitgespetterd?&#8217;<\/p>\n<p>Intussen bleek Pfeijffer een uitstekend ambassadeur van zichzelf. Keer op keer belandde hij in het middelpunt van de aandacht door zijn felle polemieken. Zijn baldadige essays over po\u00ebzie werden hem door mededichters niet altijd in dank afgenomen. Het leverde hem zelfs een echte haat-website op: &#8216;Epibreren&#8217;. Pfeijffer: &#8216;Er stond een portretje op van mij en als je daar met je muis overheen ging kwam er een Furby te voorschijn. Er stond pesterige waninformatie op, bijvoorbeeld dat ik een autobiografie had geschreven: Ik, als vette engel. En dat ik de auteur was van Philip en de anderen &#8211; waarschijnlijk omdat ik veel energie gestoken had in het afbranden van Nooteboom. Het grappige is dat ik die informatie nog wel eens tegenkom bij luie journalisten. Jammer, fout gegoogled, denk ik dan.&#8217;<\/p>\n<p>Zijn tweede roman Het grote baggerboek, ook wel &#8216;het vunzigste boek van de Nederlandse literatuur&#8217; genoemd, werd zowel voor de Ako Literatuurprijs genomineerd als voor de Gouden Uil 2005. Het grote baggerboek wordt inmiddels vertaald in het Frans.<\/p>\n<p>Zijn derde roman, Het leven. Een roman, verschijnt volgende week. Intussen heeft hij zich beziggehouden met het schrijven van een aantal (ongepubliceerde) &#8216;aikido-gedichten&#8217;,<\/p>\n<p>po\u00ebzie ge\u00efnspireerd door de oosterse krijgskunst die hij beoefent.<\/p>\n<p>Horen wij hier een vleugje Faverey?<\/p>\n<p>iemand leert deemoed<\/p>\n<p>en zijn pak wit te houden<\/p>\n<p>iemand leert dat zuiver buigen ertoe doet<\/p>\n<p>terwijl hij altijd geleerd had dat een goede vraag<\/p>\n<p>meer waard is dan een antwoord<\/p>\n<p>hoor hoe de prullenbak ritselt<\/p>\n<p>vol met nachtegalen<\/p>\n<p>hij buigt oprecht<\/p>\n<p>voor de stilte van wit<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Ooit was hij een braaf, zoet jongetje. Inmiddels, bij het uitkomen van zijn derde roman, is Ilja Leonard Pfeijffer bekend als gevierd, verguisd en gevreesd dichter, romancier, criticus en sluiter van vip-huwelijken. Wie is Ilja Pfeijffer? Poseur of loyale vriend? Hufter of tacticus? Dominee of polemist? ADHD-po\u00ebet of man met een grote innerlijke balans? Portret van een oproerkraaier: \u2018Hij is niet bepaald een subtiele jongen.\u2019<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[27],"tags":[1267],"acf":[],"author_name":"Elisabeth Lockhorn","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/122813"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=122813"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/122813\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Elisabeth Lockhorn","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=122813"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=122813"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=122813"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}