
 {"id":122319,"date":"2006-10-28T00:00:00","date_gmt":"2006-10-27T22:00:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/alles-is-onder-vuur-komen-te-liggen-crossing-border-special-2006\/"},"modified":"2006-10-28T00:00:00","modified_gmt":"2006-10-27T22:00:00","slug":"alles-is-onder-vuur-komen-te-liggen-crossing-border-special-2006","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/alles-is-onder-vuur-komen-te-liggen-crossing-border-special-2006\/","title":{"rendered":"\u2018Alles is onder vuur komen te liggen\u2019; CROSSING BORDER SPECIAL 2006"},"content":{"rendered":"<p>Interview \/ Gastschrijver en archeoloog David van Reybrouck<\/p>\n<p>David van Reybrouck resideert in een appartement boven boekhandel  Athenaeum, hoog boven het Am\u00adsterdamse Spui. Hij hoeft de deur maar uit te stappen en hij staat \u00f3f tussen de boeken \u00f3f aan de toog. In caf\u00e9 De Zwart werd hij al voorgesteld aan zijn literaire jeugdheld A.F.Th. van der Heijden, bij Hoppe drinkt hij dagelijks een pint.<\/p>\n<p>Toen Van Reybrouck (Brugge, 1971) werd uitgenodigd als eerste bewoner van het nieuwe Amsterdamse schrijvershuis hoefde hij niet lang na te denken. \u2018Het aanbod had niet op een beter moment kunnen komen. Ik verlangde naar een andere omgeving, wilde weg uit Brussel. In de jaren negentig heb ik al eens vijf jaar in Nederland gewoond: ik heb er vrienden gemaakt. Bovendien heb ik hier genoeg te doen.\u2019<\/p>\n<p>Dat is een understatement. Langs een wand van zijn tijdelijke werkkamer ligt het complete werk in uitvoering in stapeltjes te wachten. De komende drie maanden schrijft Van Reybrouck hier aan zijn nieuwe boek over Brussel en aan zijn eerste dichtbundel. Daarnaast vragen de voorbereidingen voor een standaardwerk over Congo (\u2018ik leer Lingala, een van de twee belangrijkste talen daar\u2019), de verfilming van zijn toneelstuk Die Siel van die Mier (\u2018met Johan Grimonprez, van Dial h-i-s-t-o-r-y. Sublieme regisseur\u2019) en de columns voor dagblad De Morgen zijn aandacht. \u2018Ik beweeg me op de vier grote velden: proza, po\u00ebzie, theater en essayistiek. En ik doe het alle vier verschrikkelijk graag.\u2019<\/p>\n<p>Lekker rustig schrijven zal hier nog niet meevallen. Er is altijd de dagelijkse afleiding van het literaire leven \u2013 hij heeft zijn eerste lezing alweer gegeven, de eerste boekpresentatie bezocht. En een buurman probeert de Belgische gast dwars door de muur in te wijden in nieuwe Nederlandse hiphop. De schrijver raapt zijn moed bijeen, klopt aan bij de buren, en na enige tijd gaat de volumeknop zowaar naar links. \u2018Ik wil nochtans graag kennismaken met de Nederlandse rap. Een interessant genre, maar nu even niet.\u2019<\/p>\n<p>Hij moet nog wennen in hartje Amsterdam, met uitzicht op Het Lieverdje, het Maagden\u00adhuis en de Kalverstraat. \u2018Ik kom oorspronkelijk van het platteland rond Brugge. Ik ben er met mijn broer, die nu psycholoog is, opgegroeid met het wilde tuinieren van de jaren zeventig. We hadden er een weiland, teelden er groenten, hielden beesten. Een idylle. Ik heb ook een pied-\u00e0-terre op het West-Vlaamse platteland waar ik in \u00adabsolute desolaatheid en stilte aan mijn gedichten werk. Ik weet zeker dat ik me daar ooit definitief zal terugtrekken. Maar voorlopig wil ik het publieke debat opzoeken. En dus de stad.\u2019<\/p>\n<p>Van Reybrouck, gepromoveerd archeoloog, debuteerde in de literatuur op een minder goed gekozen moment: twee weken na 11 september 2001. En zijn boek, De plaag, w\u00e1s al niet gemakkelijk te verkopen. Een meeslepende mengeling van reisverhaal, literaire thriller, wetenschapsgeschiedenis en journalistiek. Een oude plagiaataffaire rond een boek over termieten van de enige Belgische winnaar van de Nobelprijs voor de literatuur, Maurice Maeterlinck, voert de schrijver in het boek naar het Zuid-Afrika van na de apartheid. \u2018Ik begon aan het boek als een reportage voor De Morgen. De volgorde van de ervaringen bepaalde de structuur van een roman. Ik weet nog dat ik in mijn dagboek schreef: hier zit misschien wel een boekje in. En \u2019s anderendaags schreef ik: geen boekje, een b\u00f3ek.\u2019<\/p>\n<p>Zijn debuut bleef niet onopgemerkt: de kritieken waren lovend, het werd genomineerd voor de Gouden Uil, hij kreeg de Vlaamse Debuutprijs. Het schrijven van De plaag markeerde zijn afscheid van de wetenschappelijke wereld. \u2018Ik bevrijdde mezelf eindelijk van het academische schrijven, dat ontzettend defensief is. Je probeert je in een wetenschappelijk artikel op alle flanken af te dekken tegen potenti\u00eble kritiek. Je aandachtigste lezers zijn tevens je felste concurrenten.\u2019<\/p>\n<p>Van Reybrouck begon met het schrijven van zijn literaire debuut na de voltooiing van zijn proefschrift, in 2000, aan de Universiteit van Leiden. En nu is hij dus terug in Nederland. Het valt hem niet mee, zoals hij Nederland een kleine tien jaar later aantreft. \u2018Toen ik hier de eerste keer woonde, leek jullie land een welvarend, sociaal-democratisch gidsland. Inmiddels heeft de staat stelselmatig zijn belangrijkste taken afgestoten. De Nederlandse overheid lijkt minder politieke of morele keuzes te maken in het belang van een gemeenschap en steeds meer te denken in termen van efficiency. Het is alsof Nederland zichzelf steeds weer moet uitvinden. Die volstrekte bouwwoede, dat verlangen om het land nog n\u00e9t een beetje beter in te richten. Als ik vanuit Brussel naar Amsterdam rijd, ken ik de afrit Leiden niet meer terug. Allemaal bedrijfsterreinen. Het ziekenhuis waar ik mijn verstandskiezen ben kwijtgeraakt aan een ruwe kaakchirurg: onherkenbaar. Het Nederlandse landschap wordt niet beheerd, maar kapotgemaakt. En waarom? Het aantal inwoners is inmiddels toch zeker niet verdubbeld?\u2019<\/p>\n<p>Het heeft iets aanmatigends, \u00adbeaamt de gastschrijver, om als passant te komen te vertellen wat er hier allemaal misloopt. En dan nog wel uitgenodigd door het Fonds van de Letteren, een gesubsidieerde instelling. Maar h\u00edj toont tenminste nog belangstelling. \u2018De meeste Vlamingen houden zich totaal niet meer bezig met Nederland. Vlaanderen had ooit een minderwaardigheidscomplex, maar het is nu zo hip en welvarend dat het Nederland hooghartig de rug heeft toegekeerd.\u2019<\/p>\n<p>We zijn niet de enigen die voor de Vlamingen niet meer meetellen. \u2018Voor buitenstaanders lijkt het lachwekkend,\u2019 zegt Van Reybrouck, \u2018maar er bestaat een geweldig momentum voor het uitroepen van de Vlaamse onafhankelijkheid. Het klinkt als een idioot project. Het \u00eds ook een idioot project. Maar het is akelig om te zien hoeveel politici en zakenmensen meegaan in dat nieuwe discours. Ik word daar razend van, een land runnen is iets anders dan een bedrijf leiden. Walloni\u00eb is het armste gewest van Belgi\u00eb en natuurlijk zouden we goedkoper af zijn als we ons daar geen zorgen meer over zouden maken. Maar de natiestaat kan en mag niet alleen ingericht worden met de principes van markt. Heel andere criteria zijn daarin van belang, zoals het solidariteitsbeginsel en de vormgeving van de maatschappelijke orde. Dat blijft nogal achterwege in het debat over de Vlaamse onafhankelijkheid.\u2019<\/p>\n<p>Een vorige generatie Vlaamse intellectuelen heeft zich daar nauwelijks mee hoeven inlaten, omdat de kwestie niet werkelijk speelde. \u2018Mijn generatie moet nu gaan aantonen dat het mogelijk is om je te betrokken te voelen bij de toekomst van Vlaanderen in Belgi\u00eb zonder je te branden aan fascisto\u00efde romantiek. Maar ook zonder de ideologische smetvrees van de postmoderne generatie.\u2019<\/p>\n<p>Als relatieve buitenstaander voelt Van Rey\u00adbrouck zich steeds beter thuis in het Vlaamse literaire klimaat. Niet heel Vlaanderen is in zichzelf gekeerd, merkt hij daar. \u2018Met name rond mijn uitgeverij, Meulenhoff-Manteau, verzamelen zich schrijvers met een frisse opvatting over de maatschappelijke rol van de schrijver. Het is de generatie die zich niet wil laten verlammen door de postmoderne twijfel, maar betrokkenheid nastreeft.\u2019 Met Geert Buelens en Jan Goossens werkt hij aan een boek over Belgi\u00eb, dat in het voorjaar 2007 moet verschijnen, met als werktitel: Waar Belgi\u00eb voor staat. Belgi\u00eb is een prachtig schaalmodel voor Europa, vindt Van Reybrouck. \u2018Met veel goodwill en behoorlijk wat geld is er een nationale constructie bedacht waarbinnen verscheidenheid en meertaligheid kunnen blijven bestaan. Europa kan onze ervaring goed gebruiken. Er zijn slechtere voorbeelden. In de hele Belgische kwestie is nooit een dode gevallen. Belgi\u00eb is een vreedzame Balkan.\u2019<\/p>\n<p>Daarnaast is Van Reybrouck actief als initiator van een alternatief stadsdichterschap voor Brussel. \u2018Een stad waar honderd talen worden gesproken, heeft niet echt behoefte aan een stadsdichter in het Vlaams. De bedoeling is om een collectief samen te brengen van dichters van allerlei afkomst en gezindte. We moeten opkomen voor het pluralisme, de veelzijdigheid van de natiestaat, voor de scheiding tussen kerk en staat, het darwinisme. Te weinig mensen staan erbij stil hoezeer alles wat ons lief is de laatste jaren onder vuur is komen te liggen. Wat in de jaren negentig een achterhoedegevecht leek, staat weer opnieuw op de agenda. Helaas, maar het is niet anders.\u2019<\/p>\n<p>Van Reybrouck ging ooit archeologie studeren omdat dat vak tegengestelde richtingen verzoende die hem allebei lief waren. \u2018Handenarbeid en intellectuele arbeid, cultuurfilosofie en natuurwetenschap, binnen en buiten. Ik werk nog steeds ontzettend graag met mijn handen. Voor een schrijver voel ik mij opvallend goed thuis in de Gamma.\u2019<\/p>\n<p>Het was 1989, de Muur was net gevallen, hij leek zich veilig terug te kunnen trekken in de ivoren toren van de wetenschap. \u2018Op mijn engagement zat niemand te wachten. De wereld zou ook zonder mijn inbreng wel een gunstiger wending nemen.\u2019 Maar toen De plaag verscheen, was er te veel gebeurd om archeoloog te blijven, vertelt Van Reybrouck. De wereldorde wankelde, er vond een tragedie plaats in zijn eigen leven. Terwijl hij overwoog zijn baan als wetenschappelijk medewerker op te zeggen (\u2018het was me ook te vast\u2019) kwam het verzoek of hij De plaag voor het toneel wilde bewerken en begon hij aan een nieuw boek. Slagschaduw had dit najaar moeten verschijnen, maar is uitgesteld tot volgend voorjaar. \u2018Mijn vader stierf, na een lange ziekte, op het moment dat ik aan de laatste versie bezig was. Na de begrafenis heb ik nog een week doorgewerkt, maar toen viel het stil. Kort daarvoor was ook nog eens mijn relatie afgelopen.\u2019<\/p>\n<p>Slagschaduw gaat over Brussel, het is een roman volgens de uitgever, een novelle volgens de schrijver zelf. \u2018Bij een roman denk ik toch meer aan een baaierd van verhaallijnen en personages. De roman als koninginnegenre, daar heb ik niet veel affiniteit mee. Mijn krachtigste literaire ervaringen zijn ongetwijfeld het lezen van romans geweest, van schrijvers als Stijn Streuvels en A.F.Th. van der Heijden. Maar als ik zelf zoiets probeer, heb ik het gevoel dat ik poppenkast zit te spelen. Dat ik mannetjes bedenk die authentiek moeten overkomen terwijl het marionetten blijven, in een wereld van bordkarton. Ik houd niet van die afstand tussen mijzelf en mijn lezer. In een novelle of een essay heb je een grotere stilistische vrijheid en kun je experimenteren. Je staat ook dichter bij de lezer. De meeste affiniteit heb ik dus, nogal voorspelbaar, met figuren als Ter Braak en Du Perron en bij ons August Vermeylen. Daarnaast met romanschrijvers met een duidelijke humanistische missie: Albert Camus, Heinrich B\u00f6ll.\u2019<\/p>\n<p>Zijn nieuwe boek is veel minder waargebeurd dan De plaag, waarin de schrijver en de ik-persoon vrijwel samenvallen, zegt Van Reybrouck. Maar des te autobiografischer. \u2018De plaag is een open, naar de wereld gericht boek, dat aan de orde stelt wat er speelt in het nieuwe Zuid-Afrika. Dit nieuwe boek is veel kleiner. Het gaat over de wanhoop die een essenti\u00eble voorwaarde is voor mededogen. Een sleutelzin in de novelle luidt: ik ben de toerist van mijn eigen gemoed. Je kunt volgens mij pas echt solidair zijn met anderen wanneer je eenmaal een totale vreemde voor jezelf bent geweest.\u2019<\/p>\n<p>Die schokkende en alles bepalende ervaring beleefde Van Reybrouck toen hij bij een ongeluk vijf goede vrienden verloor. Hij vertelt, aarzelend en zichtbaar aangedaan. \u2018Je herinnert je misschien het ongeluk in februari 1998, in de Italiaanse wintersportplaats Cavalese? Een piloot probeerde daar met zijn straaljager onder een kabelbaan door te vliegen, maar dat mislukte. Het vliegtuig sneed de kabels door en de gondel met twintig mensen, onder wie vijf van mijn beste vrienden, stortte tachtig meter naar beneden. Ik stond op de volgende berghelling.\u2019<\/p>\n<p>Er zou op de luchtmachtbasis van de Navo een club zijn geweest, vertelt Van Reybrouck, waarvan piloten lid mochten worden als ze onder de kabelbaan doorvlogen. De actie werd gefilmd door de copiloot, maar de \u00advideoband bleek te zijn gewist. Alleen voor dat vernietigen van bewijsmateriaal werd de piloot veroordeeld, tot zes maanden cel. Op de twintig aanklachten wegens dood door schuld volgde vrijspraak. De piloot bleef altijd ontkennen dat hij had geprobeerd te stunten, zodat de nabestaanden zelfs de werkelijke toedracht werd onthouden. \u2018De dreiging van een erg hoge strafmaat is niet altijd gunstig om de waarheid te achterhalen. De Amerikaanse piloot riskeerde voor het militaire tribunaal een celstraf van meer dan tweehonderd jaar. Dan begrijp je dat er op zo\u2019n moment geen sprake is van openhartigheid van de beklaagde. Ik geloof dat je soms moet kiezen voor de rechtspraak waarin waarheid belangrijker is dan bestraffing, zoals in de Zuid-Afrikaanse waarheidscommissie het geval was. Het kennen van de waarheid kan een grotere troost bieden dan wraak.\u2019<\/p>\n<p>Ten tijde van deze ramp werkte Van Reybrouck aan zijn proefschrift over een klassiek debat in de prehistorische archeologie: in hoeverre is er iets te leren over de prehistorische mens door te kijken naar primitieve mensenrassen of mensapen. Na het ongeluk in Cavalese leek aanvankelijk niets meer relevant, en al helemaal niet dat oude wetenschappelijke debat. \u2018Ik ging heel erg aan mijn proefschrift twijfelen. Ik heb het kunnen afmaken door het als een schrijfopdracht te beschouwen en er niet al te veel meer over na te denken \u2013 met de blik op oneindig. Je kunt je op zo\u2019n moment in je leven terugtrekken in zelfbeklag. Of je kunt proberen om je ervaring te gebruiken in je relatie tot anderen. Wat er toen is gebeurd, kleurt nog altijd alles wat ik doe. De twaalfde stelling van mijn dissertatie was: \u201cIn het licht van onze eindigheid is wetenschap beoefenen zoiets als pootje baden tijdens een overstroming. Journalistiek is zandzakjes aandragen, po\u00ebzie zwemmen.\u201d Ik sta er nog steeds volkomen achter.<\/p>\n<p>V\u00f3\u00f3r het ongeluk was ik ambitieus academisch. Daar is een sterk verlangen naar relevantie voor in de plaats gekomen. Het is heilzaam om je eigen sterfelijkheid vroeg te onderkennen. Mijn tijd is niet onbeperkt.\u2019<\/p>\n<p>Hij mag dan zijn gestopt met archeologie als wetenschap, maar zijn liefde voor het verleden is niet weg, zegt Van Reybrouck, en wijst om zich heen naar de strak moderne inrichting van het net opgeleverde schrijversappartement. \u2018Ik woon hier tijdelijk te midden van design uit het derde millennium. Mijn eigen huis in Brussel heb ik juist ingericht met bric-\u00e0-brac uit de negentiende en de vroege twintigste eeuw. Dat is mij liever. Ik wil wat het verleden heeft opgeleverd niet terzijde schuiven en afdoen als irrelevant. Dat geldt voor materi\u00eble zaken en voor idee\u00ebn. Er zijn buitengewoon waardevolle elementen uit het verleden meegekomen die wij niet moeten loslaten. Met name de traditie van het existentialisme en het humanisme.\u2019<\/p>\n<p>Van Reybrouck wil niet de onheilsprofeet uithangen, maar wat hem opvalt is het \u2018extreme consumentisme\u2019 in Nederland, vergeleken met Vlaanderen. \u2018Net als in Berlijn, dat na het nazisme en het socialisme stilaan de hoofdstad van het hedonisme is, maakt Amsterdam op mij een nogal decadente indruk. Op de eerste dag dat ik hier was, liep ik naar de Noordermarkt. Het was een warme herfstdag, de terrassen zaten vol met al die mooie Amsterdamse mensen. Terwijl ik daar liep, merkte ik dat je in het centrum van Amsterdam een permanent gegons, een drone hoort en voelt. Als je je ogen sluit, dan hoor je het rommelen in de verte. Een permanente lage frequentietrilling zoals je die ook wel in elektronische muziek hoort. Ik heb er een gedicht over geschreven, \u201cKwetsen\u201d, naar de pruimen die ik op de Noordermarkt leerde kennen. Het begint met de regel: \u201chet nadert als duizend bange paarden\u201d.<\/p>\n<p>Ik wil het graag claimen als het eerste WO III\u00ad-gedicht van de Nederlandse letteren. Want dat is de dreiging die ik voel in Amsterdam, en in Berlijn, eigenlijk ook als ik kranten en websites lees. Mogelijk dat passiviteit en decadentie gepast zijn omdat het toch allemaal verkorven is. Je kunt dan gaan shoppen en feesten. Maar ik verkies weerbaarheid.\u2019<\/p>\n<p>David van Reybrouck (Brugge, 1971) studeerde archeologie en filosofie in Leuven en Cambridge. Hij promoveerde in 2000 in Leiden. Tot 2005 was hij postdoctoraal onderzoeker aan de K.U. Leuven. In 2001 verscheen zijn literaire debuut De plaag \u2013 het stille knagen van schrijvers, termieten en Zuid-Afrika. In 2004 schreef hij voor Josse De Pauw de theatermonoloog Die Siel van die Mier. Volgend voorjaar verschijnt zijn novelle Slagschaduw. Van Reybrouck schreef reportages voor De Morgen en is nog steeds columnist van dat dagblad. Hij is de eerste bewoner van de nieuwe schrijversresidentie in Amsterdam. Ge\u00adwoonlijk woont en werkt hij in Brussel.<\/p>\n<p>Kwetsen<\/p>\n<p>Het nadert.<\/p>\n<p>Het nadert als duizend bange paarden.<\/p>\n<p>Iemand hangt de was nog op.<\/p>\n<p>Er is visite.<\/p>\n<p>Er zijn bramen.<\/p>\n<p>Het nadert als een schaduw<\/p>\n<p>van de schoorsteen naar de melk.<\/p>\n<p>Er wordt gebeld, gezoend, geweld.<\/p>\n<p>Het tandvlees bloedt.<\/p>\n<p>Het nadert:<\/p>\n<p>het is een middag, een avond, een uur<\/p>\n<p>het wordt een kleur van hevig vuur<\/p>\n<p>een houtsnijwerk van tranen.<\/p>\n<p>Het wordt traag en gedragen.<\/p>\n<p>Iets met doeken en dadels,<\/p>\n<p>iets met linten en letsels.<\/p>\n<p>Het is nu al te laat.<\/p>\n<p>De moeder wast kwetsen<\/p>\n<p>en schikt ze op de taart.<\/p>\n<p>David van Reybrouck staat donderdag 16 november in Theater aan het Spui, Zaal 2<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Even leek het erop dat archeoloog David van Reybrouck zich terug zou trekken in de ivoren toren van de wetenschap. Maar toen kwam hij met De plaag, een meeslepende mengeling van reisverhaal, literaire thriller en wetenschapsgeschiedenis. Nu is hij writer in residence in Amsterdam. Hij praat over de teloorgang van Nederland, de maat\u00adschappelijke rol van de schrijver en de twee rampen die alles veranderden.<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[27],"tags":[1267],"acf":[],"author_name":"Mischa Cohen (archief)","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/122319"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=122319"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/122319\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Mischa Cohen (archief)","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=122319"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=122319"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=122319"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}