
 {"id":122017,"date":"2006-11-11T00:00:00","date_gmt":"2006-11-10T22:00:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/kleine-tovenaar-op-het-literaire-veld\/"},"modified":"2006-11-11T00:00:00","modified_gmt":"2006-11-10T22:00:00","slug":"kleine-tovenaar-op-het-literaire-veld","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/kleine-tovenaar-op-het-literaire-veld\/","title":{"rendered":"Kleine tovenaar op het literaire veld"},"content":{"rendered":"<p>Een neon-verlicht studiezaaltje in Amsterdam, eerste helft van de jaren negentig. \u2018Wacht. Wil je die laatste zin nog eens voorlezen \u2026 Nog een keer\u2026 N\u00f3g een keer.\u2019 Anthony Mertens luistert, voorover gebogen, diepe fronsen in het voorhoofd. Met elke herhaling groeit het effect van de voorgelezen woorden. Wij, studenten, ervaren hoe luisteren overgaat in aanvoelen. De taal wordt tastbaar.<\/p>\n<p>Stilte. Mertens kijkt op, kijkt rond, kijkt iedereen aan. Ik probeer na te gaan of ik de woorden \u2013 die nog lijken te echo\u00ebn in het lokaal \u2013 nu beter begrijp of juist minder goed. Het is allebei, die zin heeft aan betekenis gewonnen en is tegelijkertijd steeds raadselachtiger geworden. Mertens zegt nog steeds niks. De studenten ook niet. Dan is het college afgelopen, of is het tijd om een sigaretje te roken.<\/p>\n<p>Zo herinner ik mij de mooiste colleges uit mijn studie Nederlands aan de Universiteit van Amsterdam. De zinnen die Mertens ons liet voorlezen, waren afkomstig uit de wereldliteratuur. Op het Instituut voor Neerlandistiek werkten ook docenten die nooit een buitenlands boek behandelden. Wel deelden zij aan het begin van het college een werkschema uit. Of ze gaven een korte samenvatting van hun vorige college, zo compleet en helder dat je je afvroeg waarom dat college een vol uur had moeten duren. Zulke dingen deed Anthony Mertens niet. Hij was gul met zijn kennis, maar schonk die uit de losse pols. Onder de studenten was hij veruit de populairste docent op het instituut.<\/p>\n<p>Dat instituut is een van de zes plaatsen in Nederland waar men opgeleid kan worden tot neerlandicus. Het is een onderdeel van \u2018geesteswetenschappen\u2019 zoals de voormalige faculteit der letteren tegenwoordig heet.<\/p>\n<p>Neerlandici heb je in twee soorten: zij die na hun afstuderen zelf weer nieuwe neerlandici gaan opleiden en zij die buiten het onderwijs aan de slag willen, waarbij ze merken dat hun universitaire titel op zich wel gewaardeerd wordt maar er zelden gevraagd wordt naar specifiek vakinhoudelijke kennis. Hoewel Mertens als docent per definitie tot de eerste soort behoorde, had hij de uitstraling van de tweede. Ik had altijd het gevoel dat hij ons niet zozeer opleidde tot neerlandicus alswel tot weldenkend, scherp lezend mens.<\/p>\n<p>Behalve docent was Mertens literatuurcriticus bij De Groene Amsterdammer en, later, redacteur bij uitgeverij Querido. In die drie hoedanigheden speelde hij een grote rol in het Nederlandse literaire bedrijf. Of eigenlijk waren het vier hoedanigheden, want buiten kantooruren was hij een onvermoeibare animator van het literaire debat in de caf\u00e9s op en rond het Amsterdamse Leidseplein. \u2018Ook een niet te onderschatten verdienste,\u2019 zegt collega-criticus Kees Fens.<\/p>\n<p>In iedere werkomgeving zijn de ziellozen in de meerderheid en trekt de enkeling de aandacht die for better or for worse zijn hele ziel en zaligheid inbrengt in wat hij doet. De kleine, ietwat morsige gestalte van Mertens, met een air van Brabantse joie de vivre om zich heen, lijkt dat effect gehad te hebben waar hij zich ook bevond. Noem zijn naam en negen van de tien keer is de eerste reactie een ten hemel geslagen blik en de verzuchting \u2018Ah, Anthony\u2026\u2019<\/p>\n<p>Ineens pati\u00ebnt<\/p>\n<p>Criticus, wetenschapper, redacteur en animator; de vier rollen van de beroepslezer die samen het wel en wee bepalen van het \u2018literair bedrijf\u2019 (onder die titel schreef Mertens voor het tijdschrift Literatuur over zijn ervaringen bij de uitgeverij). Hij heeft ze tussen 1974 en 2004 alle vier gehad.<\/p>\n<p>Het is vreemd om over hem in de verleden tijd te schrijven, nog vreemder moet het voor hem zijn om over zichzelf in de verleden tijd te lezen. Toch overkwam het al degenen die ik voor dit verhaal heb opgezocht: ze vervielen telkens in de verleden tijd als ze spraken over hun oud-collega, docent, redacteur, vriend Anthony Mertens.<\/p>\n<p>Dat komt doordat Mertens ineens heel oud lijkt geworden. Sinds de nacht van 13 juli 2004 om precies te zijn, toen hij een herseninfarct kreeg dat onder meer zijn leesvermogen zwaar heeft aangetast. Als beroepslezer is hij volledig arbeidsongeschikt verklaard. Maar met de gepassioneerde lezer die boeken zin voor zin op de tong proeft, gaat het al weer wat beter. Dankzij noeste oefening kan hij weer kleine porties literatuur tot zich nemen. Op dit moment smaakt Nabokovs Lolita hem het beste.<\/p>\n<p>Maar het meest opmerkelijke aan zijn nieuwe leven is dat Mertens, die op alle vier de hoeken van het literaire veld heeft gestaan, nu ineens een stap op de middenstip zet. Hij openbaart zich als schrijver. In het literaire tijdschrift De Revisor schrijft hij \u2018onder de noemer Mertens\u2019 over hoe het is om \u2013 na een levenlang nooit acht te hebben geslagen op zijn gezondheid \u2013 ineens pati\u00ebnt te zijn. Over de eerste dagen na het herseninfarct schreef hij: \u2018In mijn lichaam vindt een bombardement plaats van duizenden nucleaire wilsmomenten; talloze stroomstootjes die afketsen op een muur van onverschilligheid. Mijn neiging om op rechts te gaan liggen, brengt transpiratie over heel het lichaam, ik voel het tussen mijn liezen schrijnen. Later zal de verpleegster mijn liezen insmeren met zinkzalf en me poederen alsof ik een baby ben.\u2019<\/p>\n<p>\u2018Toen hij dat herseninfarct kreeg, dacht ik, Mertens zou Mertens niet zijn als hij zich hierbij neerlegde,\u2019 zegt Henk Bernlef, die Mertens kent als zijn redacteur bij Querido. \u2018Toen ik zijn eerste stuk in de De Revisor had gelezen heb ik gezegd: er is een schrijver in je opgestaan. Als hij verder gezond blijft, kunnen we nog wel wat van hem verwachten op literair gebied. Ik hoop dat hij ermee doorgaat.\u2019<\/p>\n<p>Als de schrijver in hem zich inderdaad verder opricht, zoals Bernlef voorspelt, zullen rondom Mertens weer andere critici, wetenschappers en redacteuren hun zegje daarover doen; die reidans in het literair bedrijf is onveranderlijk. Ondertussen is dat bedrijf zelf sterk veranderd in de jaren dat Mertens er deel van uitmaakte.<\/p>\n<p>De literatuurkritiek heeft een andere plaats in de kranten en weekbladen gekregen. De boekenbijlagen verliezen hun vertrouwde identiteit. Aan de universiteit heeft de backlash van de democratisering geleid tot de komst van een nieuwe hi\u00ebrarchie vol managers. De literaire uitgeverijen tenslotte, maken nu vrijwel allemaal deel uit van een concern met een winststrategie, wat onvermijdelijk doorwerkt op het contact tussen auteurs en redacteuren.<\/p>\n<p>Het verhaal van Mertens is verbonden met het verhaal van deze veranderingen.<\/p>\n<p>Hij heeft, zou je kunnen zeggen, schotsen moeten springen tussen universiteit, uitgeverij en kritiek.<\/p>\n<p>Pretogen<\/p>\n<p>De Engelse Reet is een bruin, klein dranklokaal waar de buitenwereld buiten gehouden wordt door een dik zwart gordijn. Hoe onstuimig de seizoenen die voorbij trekken, in De Engelse Reet zullen ze niet eens de lichtval veranderen. Een veilige haven. Hier zit Mertens graag. Aan zijn pretogen herken ik mijn oude docent.<\/p>\n<p>Na het herseninfarct heeft hij alles opnieuw moeten leren: slikken, praten, lezen. Zijn zoons Tim en Martijn hebben hem dagelijks geholpen, met hem geoefend. \u2018De jongens zijn de adem van mijn leven,\u2019 zegt Mertens achter een groot glas Palm. Maar nog steeds moet hij bij het praten \u2018elk woord over de drempel dragen\u2019. De drempel. Kernbegrip uit zijn proefschrift Sluiproutes en dwaalwegen. Nu het beeld voor de barri\u00e8re in zijn legendarische flux de bouche.<\/p>\n<p>Kinderboekenschrijfster Judith Eiselin zei in een interview in Folia over Mertens: \u2018Toen ik voor de eerste keer les had van Mertens, dacht ik: waarom doet niemand iets, die man krijgt dadelijk een hartaanval. Zo ging hij op in het vak. Mertens was gepassioneerd en liefdevol.\u2019 Journalist en tv-presentator Matthijs van Nieuwkerk schreef: \u2018De studie was taai en saai behalve moderne letterkunde met Anthony Mertens, de kleine tovenaar die zelfs de romans van literaire charlatans als Jacq F. Vogelaar en Sybren Polet kon laten dansen.\u2019 Typerend is ook een artikel van Trouw-redacteur Peter Henk Steenhuis. Dat begint niet met de schrijver over wie het artikel moet gaan, maar met een beschrijving van Mertens die college geeft over die schrijver. Voor wie les van hem heeft gehad, is een deel van de literatuur verbonden aan zijn stem, zijn pretogen.<\/p>\n<p>\u2018Ja,\u2019 zegt hij met zijn nieuwe stem als hij naar deze citaten luistert, \u2018ik heb veel studenten gehad die nu verder zijn dan ik.\u2019 Dat hij voor die studenten misschien de schouder is geweest waar zij op konden gaan staan, lijkt niet bij hem op te komen. \u2018Erudiet op een manier die jou deed geloven dat alles ook voor jou binnen handbereik lag,\u2019 omschrijft publicist en oud Balie-directeur Chris Keulemans de colleges van de man \u2018die zichzelf geloof ik nooit heeft durven toegeven hoe belangrijk hij geweest is voor de literatuur in Nederland\u2019.<\/p>\n<p>Eerste liefde<\/p>\n<p>Anthonius Maria Josef Angela Mertens werd geboren in Eindhoven in 1946. Zijn ouders hadden een winkel en lazen Elseviers Weekblad. \u2018Uitgesproken rechtse mensen,\u2019 zegt Mertens, die zich precies herinnert wanneer hij zelf links geworden is. \u2018Op een regenachtige zondagmiddag, ik was zeventien, trok ik zomaar een boek uit de boekenkast. Ik was alleen thuis en ik had zin in een boek met een lekker smaakje. Maar mijn hand viel op Opmars naar de galg, dat beroemde boek over de Neurenbergse processen. Ik zag de foto\u2019s van stapels lijken, mijn hart stond stil. Toen mijn ouders thuiskwamen wilde ik dat ze mij uitlegden wat er in de oorlog gebeurd was. Waarom? Hoe? Vanuit die woede ben ik marxist geworden.\u2019<\/p>\n<p>Zijn eerste liefde in de literatuur was Messiah van C.C. Krijgelmans. Een vergeten boek bestaande uit \u00e9\u00e9n zin van tachtig bladzijden. De jonge Anthony las het zichzelf hardop voor en ontdekte \u2018de geheimen van het ritme, de cadans, de modulatie\u2019 die voor hem de essentie van literatuur uitmaken. \u2018Voor je literaire carri\u00e8re is het beter als je die aspecten leert bij Homerus, Vergilius, Dante, Donne of P.C. Hooft, maar ik heb ze op een avond bij C.C. Krijgelmans ontdekt,\u2019 schreef hij later over deze ervaring in het literaire tijdschrift Raster. Ook het Latijn uit de katholieke kerk vormde zijn literaire oor, al maakte het hem dan niet doof voor de bekoringen van Marx. Hij ging in Eindhoven langs de deuren met zijn eerste eigen dichtbundel Voorbij de laatste rotonde, geschreven samen met zijn vriend Pieter Baken. \u2018Mijn eerste intertekstuele titel,\u2019 glundert hij nu. Niet alleen woonde hij aan het eind van de straat, hij had ook de bundel Voorbij de laatste stad van Gerrit Achterberg gelezen.<\/p>\n<p>Na het gymnasium en de dienstplicht vertrok Mertens in 1968 naar Amsterdam om Nederlands te studeren. Maar ook om een stap naar de grote wereld te zetten. In Eindhoven waren het theater van Beckett en de films van Bergman wel doorgedrongen, en een bril zoals Remco Campert droeg, had hij er ook op de kop weten te tikken. Maar hij had er alleen maar gulzige honger naar m\u00e9\u00e9r van gekregen.<\/p>\n<p>In het dubbele pand van het Instituut voor Neerlandistiek van de UvA tussen de Herengracht en de Keizersgracht, zetelde Garmt Stuiveling als hoogleraar Moderne Letterkunde. De man geldt tot de huidige dag als een embleem van de oude tijd. Als kind had hij \u2018oom Herman\u2019 en \u2018tante Jet\u2019 mogen zeggen tegen de dichters Gorter en Roland Holst. Onder zijn leiding lag het studieprogramma vast, de studenten meldden zich jaarlijks in groten getale en bij mooi weer vonden de colleges plaats in de tuin.<\/p>\n<p>Zichtbare student<\/p>\n<p>In het voorjaar van 1969 werd alles anders. De hete Parijse wind van \u2018Mai \u201968\u2019 had er een jaar over gedaan om via de universiteiten van Leuven, Tilburg en Nijmegen Amsterdam te bereiken. Emeritus-hoogleraar Marijke Spies, destijds nog gewoon docent, herinnert zich hoe Anthony Mertens haar na afloop van een college vroeg: waarom moeten wij dit weten? \u2018Daar had ik wel een antwoord op, maar daarna vroeg hij weer: ja maar waar\u00f3m? Ik wist steeds minder wat ik moest antwoorden en na zes keer waarom was ik gewonnen voor de democratisering.\u2019<\/p>\n<p>Waren de Maagdenhuisbezetting en andere acties uit die roerige tijd erop gericht om de studenten de volledige macht aan de universiteit te verschaffen, op het Instituut voor Neerlandistiek gingen studenten en staf samen om de tafel zitten om een nieuw curriculum op te stellen. De oude Stuiveling ging overal in mee, vond het eigenlijk prachtig dat het revolutionaire elan dat oom Herman bezongen had over de studenten vaardig werd.<\/p>\n<p>Voor Marijke Spies was de jonge Anthony een \u2018uiterst zichtbare student. Niet dat hij in de instituutsraden of de Asva zat, maar hij viel op door zijn vakinhoudelijke kennis. Volgens mij heeft hij Adorno echt begrepen, ik niet hoor! Marx wel. Maar ik was meer van de oude Marx, Anthony en zijn vrienden lazen de jonge Marx.\u2019 (Ruim dertig jaar later verwerkte Spies deze periode in haar roman Een onschuldige familie. Haar redacteur bij uitgeverij Querido was Anthony Mertens.)<\/p>\n<p>Op de faculteit sloot Mertens zich aan bij twee iets oudere hemelbestormers, de latere literatoren Cyrille Offermans en Yves van Kempen. Gedrie\u00ebn schreven ze een pil van een verhandeling over \u2018materialistiese literatuurtheorie\u2019.<\/p>\n<p>Niet alleen wat de inrichting van de universiteit betreft waren het wervelende tijden, ook vakinhoudelijk was er veel nieuws te beleven. Tijdens een voortgangsbespreking over de \u2018materialistiese literatuurtheorie\u2019 opperden de jonge honden dat zij ook Walter Benjamin wilden behandelen. Yves van Kempen herinnert zich dat Stuiveling aandachtig luisterde en zei: \u2018Ben Jamin, ja daar heb ik van gehoord.\u2019<\/p>\n<p>Het waren de hoogtijdagen van de stencilmachine. Mertens en zijn maten draaiden een stapeltje extra exemplaren van hun boekwerk en legden dat bij boekhandel Athenaeum op het Spui. Daar werd het opgemerkt door Jacq Vogelaar, die evenals Mertens, Van Kempen en Offermans zijn weg van onder de rivieren naar Amsterdam had gevonden. Vogelaar, die toen al zijn bekroonde verhalenbundel Het heeft geen naam had geschreven, zorgde ervoor dat Materialistiese literatuurtheorie werd uitgegeven bij SUN in Nijmegen.<\/p>\n<p>Met Vogelaar erbij werden plannen gesmeed voor een hele serie gezamenlijk te schrijven boeken bij SUN, maar daar kwam het niet van. Mertens studeerde af, niet bij Neerlandistiek, maar bij Algemene Literatuur Wetenschap, waar hij zijn nieuwsgierigheid naar wat er over de grenzen van ons taalgebied gebeurde beter kon botvieren. De professor, Teun van Dijk, was z\u00e9\u00e9r vooruitstrevend. \u2018Ik had net Roland Barthes en de structuralisten ontdekt, kreeg ik van hem te horen dat die allang weer achterhaald waren,\u2019 herinnert Mertens zich. \u2018Bleek ik toch twee weken te laat begonnen te zijn met ze te lezen.\u2019<\/p>\n<p>Performer<\/p>\n<p>Na zijn studie gaf hij een jaar les op een avondschool. In 1974 keerde hij terug naar het Instituut voor Neerlandistiek om als docent Jacq Vogelaar op te volgen. Inmiddels was een nieuwe hoogleraar aangetreden, J.J. Oversteegen. Die zag in Mertens een adept van professor Van Dijk, zijn antagonist in alle opzichten. \u2018De hele staf was tegen mij,\u2019 herinnert Mertens zich zijn eerste werkdag, \u2018ze waren bang dat ik in mijn eentje de hele democratisering nog eens kwam overdoen.\u2019<\/p>\n<p>Met de studenten was het contact wel van meet af aan goed. Mertens viel op door zijn \u2018combinatie van lichaamstaal en verbaliteit\u2019 zoals zijn collega, thans hoogleraar Moderne Letterkunde, Marita Mathijsen het omschrijft. \u2018Hij was een performer.\u2019<\/p>\n<p>Omstreeks dezelfde tijd begon hij over literatuur te schrijven in De Groene Amsterdammer, waar op dat moment een discussie woedde over de vraag: wat is revolutionaire literatuur. De kwalificatie \u2018literatuurcriticus\u2019 beviel hem niet. Hij noemde zich liever een schrijvende lezer.<\/p>\n<p>Bij hem thuis in de Bijlmer legt hij uit wat het verschil is. \u2018De term criticus impliceert dat je een oordeel geeft over een boek. Dat wil ik niet, ik wil alleen mijn leeservaring beschrijven.\u2019 We drinken bier en eten haring. Zijn vriend en compagnon de route Van Kempen is er ook. Het is meteen gezellig, maar toch is er iets waardoor het huis een minder veilige haven lijkt dan De Engelse Reet. Het lukt me niet om goed om me heen te kijken want ik wil me concentreren op wat Mertens zegt, net als vroeger tijdens de colleges. En net als toen schaam ik me als hij merkt dat ik een boek dat ter sprake komt niet heb gelezen.<\/p>\n<p>Een stuk muur is met schoolbordverf gitzwart gemaakt. Bernlef vertelde van het bijzondere moment dat K. Schippers en hij aan deze tafel zaten met hun vrouwen, vlak nadat Mertens was thuisgekomen uit de revalidatie. De gevolgen van het herseninfarct waren toen nog veel nadrukkelijker aanwezig. Mertens wilde iets uitleggen en schreef op die schoolbordmuur wat hij niet kon zeggen. Hij moest met links schrijven omdat het infarct zijn rechterarm had uitgeschakeld. \u2018Op een gegeven moment nam hij het krijtje over in zijn rechterhand zonder er zelf erg in te hebben,\u2019 vertelde Bernlef. \u2018Hij ging door met zijn betoog en schreef iets op. Het was de vrouw van K. Schippers die als eerste uitriep: \u201cAnthony, je schrijft met rechts!\u201d Meteen schreef hij op de muur aan zijn eigen vrouw: \u201cIk schrijf je naam, Dorothee, yes I do.\u201d\u2019<\/p>\n<p>Pas na een tijdje begrijp ik wat me zo verontrust in de flat: Mertens zit voor een l\u00e9ge boekenkast. Navraag leert dat hij zijn boeken ergens in depot heeft gedaan, het moet uitgezocht worden, er moet een kernbibliotheek overblijven.<\/p>\n<p>Ik vraag wanneer, op welke momenten van de dag, hij las. Of het niet moeilijk is om daar tijd voor te vinden als je met hart en ziel je werk wilt doen, thuis een gezin hebt en je ook nog graag in het caf\u00e9 vertoeft? \u2019s Avonds laat, is zijn eerste antwoord. En \u2019s ochtends vroeg, komt er achteraan. \u2018En midden op dag toch ook wel,\u2019 vult Van Kempen aan. Inderdaad, zegt Mertens, \u2018en natuurlijk het hele weekend.\u2019<\/p>\n<p>Toen Mertens in 1974 als docent begon, las hij Brecht met zijn studenten. Maar in de jaren die volgden, verbreedde zijn aandacht zich van \u2018revolutionaire literatuur\u2019 in maatschappelijke zin tot alles wat een omwenteling wil veroorzaken in literaire zin.<\/p>\n<p>In 1979 schreef Mertens in het literaire tijdschrift Raster een aanklacht tegen het \u2018nieuwe proza\u2019 dat zich aandiende in Nederland. Het was een vilein geschreven afranseling van Jeroen Brouwers, Maarten \u2019t Hart, Jan Siebelink en anderen, die hij verweet dat zij in een juist zeer traditionele romanvorm louter werkten aan een \u2018stilering van zichzelf\u2019. (\u2018Alleen mijn dood zal ik niet beschreven hebben,\u2019 verklaarde Brouwers in die dagen.) In Vrij Nederland noemde Carel Peeters, hoewel evenmin gediend van het nieuwe proza, Mertens naar aanleiding van dit stuk \u2018een engel uit de hel (\u2026) een barbaar\u2019, en ook dat kan de pretogen van Mertens nog steeds doen glinsteren. \u2018Als ik Careltje tegenkom, zeg ik altijd: \u201cPas op! Hier is de hooligan van de literatuur.\u201d\u2019<\/p>\n<p>Het is opvallend dat juist deze geuzennaam hem zo\u2019n plezier doet, want in werkelijkheid is hij helemaal geen hooligan, maar een allemansvriend. Middelmatige studenten op de universiteit, auteurs die op de uitgeverij meer eisten dan ze konden waarmaken, hadden van hem niet veel te duchten. Het stuk in Raster is een uitzondering. Hij weet dat zelf beter dan wie dan ook. \u2018Ik ben een typisch voorbeeld van een zachte heelmeester die uiterst stinkende wonden maakt.\u2019<\/p>\n<p>\u2018Hij is bang om anderen voor het hoofd te stoten,\u2019 zegt oud VN-hoofdredacteur Xandra Schutte. Zij volgde in 1987 samen met Chris Keulemans en Joost Zwagerman het eerste college over postmodernisme bij Mertens. Toen zij later bij De Groene Amsterdammer ging werken, besprak ze Mertens\u2019 stukken over literatuur met hem. Sindsdien zijn ze elkaar niet meer uit het oog verloren. \u2018Hij is beter in bewonderen dan in kritiseren,\u2019 weet zij.<\/p>\n<p>Inktzwarte depressie<\/p>\n<p>De jaren tachtig begonnen met felle, ernstige discussies over de taak van een schrijver en de gewenste vorm en inhoud van een roman. In de media was veel meer aandacht voor literatuur dan nu. Tegelijkertijd was op de universiteit \u2018de Restauratie\u2019, in Mertens\u2019 woorden, in volle gang. Hij kreeg te maken met waarnemers die zijn colleges bijwoonden om te turven hoeveel tijd hij aan de verschillende onderdelen van het didactische programma besteedde. Dat leverde spanning op. Nu nog schiet Mertens in een paroxisme van drift als hij eraan denkt hoe \u2018de PvdA in die jaren tachtig de universiteit stelselmatig heeft afgebroken\u2019. \u2018Van Kemenade, Klein, Peper, Ritzen, Netelenbos, ik haat ze. Zoals die Peper over zijn wetenschappelijke staf sprak toen hij nog hoogleraar was, dat was smerig, daardoor werd de hele universiteit ge\u00efncrimineerd. Ook Jan Blokker heeft meegeholpen dat klimaat te scheppen.\u2019 Zijn kwetsbare voorkomen geeft de woede een extra felle dimensie. Marita Mathijsen vertelde al hoezeer ze zijn opwinding mist tijdens vergaderingen op het instituut: \u2018Goed kwaad worden is ook een talent dat steeds schaarser wordt aan de universiteit.\u2019<\/p>\n<p>Halverwege de jaren tachtig werd het Mertens te veel. Hij knapte. \u2018Hij stond op zijn kop in bed, lag de hele nacht wakker,\u2019 zegt zijn vrouw Dorothee. Mertens verdween in \u2018een inktzwarte depressie\u2019, zoals Marita Mathijsen het noemt. Hij sloot zich een jaarlang van alles en iedereen af. \u2018Ik herinner me er weinig van,\u2019 zegt hij nu. \u2018Van de jaren zestig en zeventig en ook van de jaren negentig ken ik bijvoorbeeld de muziek. Maar uit de jaren tachtig zit niks in mijn hoofd.\u2019 Met veel psychotherapie en lange wandelingen kwam hij er weer bovenop. E\u00e9n ding weet hij nu zeker: \u2018De oorzaak lag geheel in de universiteit.\u2019<\/p>\n<p>Vlak na zijn \u2018ontwaken\u2019 uit de depressie werd van hogerhand het besluit genomen dat stafleden aan de universiteit gepromoveerd dienden te zijn. In de jaren zestig en zeventig was dat volgens Marijke Spies \u2018bijna not done\u2019, nu moest het.<\/p>\n<p>Noodkreet om waardering<\/p>\n<p>Mertens broedde al lang op een verhandeling over het werk van Jacq Vogelaar, maar hij wist niet hoe hij het wetenschappelijk moest krijgen. In die tijd hadden zijn zoons Martijn en Tim soms moeite om hun vader terug te vinden achter de stapels boeken en paperassen in zijn werkkamertje. \u2018Een deel van onze jeugd heeft in het teken gestaan van dat proefschrift,\u2019 zeggen zij nu. Maar het liep zo dat Mertens het boek voltooide juist toen de jongens op de leeftijd kwamen om mee naar het caf\u00e9 te kunnen. \u2018Dus eigenlijk was het gewoon een Brabantse opvoeding: tot je dertiende bij je moeder en dan met pa de kroeg in,\u2019 zeggen ze nu. Martijn is na enkele verkennende schreden in het literair bedrijf nu manager in een callcenter. Tim werkt in de horeca. Als barman van caf\u00e9 De Zwart op het Spui had hij jarenlang zijn vader als vaste klant.<\/p>\n<p>De dag van zijn promotie was wellicht de gelukkigste uit zijn leven, heeft Mertens vaak gezegd. Het applaus dat opklonk uit de zaal toen het \u2018cum laude\u2019 werd uitgesproken, brengt nog steeds de tranen terug in zijn ogen, schreef hij in het eerste Revisor-stuk. De VPRO maakte een uitzending over de promotie en J.P Gu\u00e9pin vergeleek het proefschrift in de Haagse Post met de werken van Horatius en Aristoteles.<\/p>\n<p>Onder de applaudisserende aanwezigen was ook Kees Fens, toen nog hoogleraar Moderne Nederlandse Letterkunde in Nijmegen, maar vooral beroemd om zijn stukken in de Volkskrant op maandag en vrijdag. \u2018Fens was mijn idool, zoals voor anderen Johan Cruijff,\u2019 schetst Mertens de verhoudingen. Fens herinnert zich: \u2018Toen ik hem feliciteerde, zei hij: \u2018Ik heb in mijn leven al zoveel theorie\u00ebn aangehangen, jij maar \u00e9\u00e9n. Dat is knap.\u2019 Maar het knappe van hem is dat hij niet verzopen is in al die theorie\u00ebn. Ik had graag gewild dat hij mijn opvolger was geworden als hoogleraar in Nijmegen. Maar geen enkele universiteit heeft hem hoogleraar willen maken. Ze zijn bang voor dat boh\u00e9mien-achtige in hem. Na alle hervormingen heeft de universiteit zijn formaliteit teruggevonden en verdraagt geen brille meer. Terwijl het de vonk van zo\u2019n enkeling is waar het om gaat.\u2019<\/p>\n<p>De Amsterdamse hoogleraar Marita Mathijsen is het daarmee eens. \u2018Het hoogleraarschap is misschien een tombola. Maar universitair hoofddocent (uhd) had hij zeker moeten worden. Daarmee had de universiteit hem kunnen behouden. Zijn vertrek naar de uitgeverij was een noodkreet om waardering.\u2019 Maar Mathijsen had begin jaren negentig nog niet de bestuurlijke invloed op de universiteit die ze nu heeft. Marijke Spies was wel betrokken bij de toekenningen van uhd-schappen en noemt het achteraf \u2018een blunder dat ik niet voor hem heb gepleit. De rest van de stafleden waren brave lieve lui, maar geen uitdagende of stimulerende figuren. Mijn reden om hem niet door te duwen, was dat ik zo\u2019n uhd-schap vooral zag als organiseren, besturen, handig zijn met geld.\u2019<\/p>\n<p>Elk blijk van erkenning bleef uit. Mertens begon genoeg te krijgen van de universiteit. Toen uitgeverij Querido hem uitnodigde om redacteur te worden, aarzelde hij niet lang.<\/p>\n<p>Niet dat Querido zijn favoriete uitgeverij was. \u2018Toen ik op mijn zestiende keek naar de boeken op de plank boven mijn bed, zag ik al dat ze allemaal hetzelfde logo droegen: dat van De Bezige Bij.\u2019 Dat is het fonds waar nieuwe experimentele auteurs van oudsher onderdak vinden, en bovendien was de uitgeverij oorspronkelijk eigendom van de auteurs, conform de idealen van de jaren zestig. Het \u2018tijdschrift in boekvorm\u2019 Raster waar Mertens veel in schreef, wordt ook door De Bezige Bij uitgegeven. Maar de vacature deed zich nou eenmaal voor bij Querido. Het was voor Mertens de eerste schots die voorbij kwam drijven. Hij sprong erop.<\/p>\n<p>\u2018Wat mij het meest gestoord heeft,\u2019 zegt Marita Mathijsen, \u2018is dat de faculteit hem geen tegenaanbod gedaan heeft. Getalsmatig was men wel blij met zijn vertrek. In het gecijfer over waar er nog bezuinigd kon worden, kwam het goed uit.\u2019<\/p>\n<p>Misstap<\/p>\n<p>De overstap vond plaats per 1 september 1994. \u2018Dat was de grootste misstap uit je leven,\u2019 zegt zijn vrouw zodra het onderwerp ter sprake komt. Mertens knikt bevestigend. \u2018Ik had op de universiteit moeten blijven en over literatuur moeten blijven schrijven.\u2019 Het werk bij de uitgeverij impliceerde vanzelfsprekend dat er een einde kwam aan zijn stukken over literatuur in De Groene. Dorothee, zijn vrouw, werkt er nog steeds op de abonnementenadministratie.<\/p>\n<p>Op de uitgeverij was hij een even a-typische figuur als hij was geweest op de universiteit, vertellen mensen uit het boekenvak. Haasse, Krol, Lieske genoten van de samenwerking, andere prominente Querido-auteurs vroegen speciaal hem om hun boeken te begeleiden. Al waren er ook die, zoals Margriet de Moor, het fonds juist verlieten omdat ze niet met hem wilden werken. Hoe het mogelijk was dat noch de uitgeverij, noch Mertens zelf van te voren heeft gezien dat zij niet voor elkaar bestemd waren, is een raadsel.<\/p>\n<p>Het arbeidscontract moet meer op wederzijdse bewondering dan op rationele gronden tot stand zijn gekomen. Voor de uitgeverij betekende de komst van Mertens een prestigeslag. In de ogen van het \u2018literaire bedrijf\u2019 nam het soortelijk gewicht van Querido flink toe op de dag dat hij er zijn intrede deed. Het is misschien te ver gezocht om een direct verband te leggen, maar in de jaren daarna wonnen Querido-auteurs achter elkaar prijzen. De Librisprijs 1995 voor Thomas Roosenboom met Gewassen vlees en in 1996 voor Alfred Kossmann met Huldigingen. Van der Heijden, die naar men zegt de drijvende kracht achter Mertens\u2019 komst naar de uitgeverij is geweest, kreeg in 1997 de Ako-prijs voor Onder het plaveisel het moeras. In 1996 kreeg bovendien de typische Mertens-auteur K. Schippers de P.C. Hooftprijs voor zijn hele oeuvre. \u2018Zoals hij, zo zou ik willen schrijven,\u2019 zegt Mertens over hem.<\/p>\n<p>Mertens, van zijn kant, ging enthousiast aan de slag. De erkenning die hij op de universiteit had moeten ontberen, kreeg hij nu wel. En niet van de eerste de beste, maar van de fine fleur van de Nederlandse letteren. Hij genoot van het contact met de auteurs, en dat was wederzijds. Het imago van Querido als een koele uitgeverij zonder veel persoonlijke contacten, werd doorbroken. Maar van meet af aan ging er ook veel mis.<\/p>\n<p>Mertens\u2019 gebrekkige talent voor organisatie kwam hier veel schrijnender aan het licht dan op de universiteit. Dat zijn werkkamer een chaos was, moest hij weten. Maar hij maakte vaak dubbele afspraken, miste deadlines en was moeilijk bereikbaar voor zijn collega\u2019s. Het verlanglijstje waarmee hij binnenkwam, met onder meer het plan voor een essayreeks, verdween in de prullenbak.<\/p>\n<p>Jager, dokter, makelaar<\/p>\n<p>Ook Thomas Lieske, wiens romans allemaal door Mertens begeleid werden, weet dat de man slordig is. \u2018Als ik een tweede versie van een manuscript bij hem inleverde, zorgde ik er wel voor dat ik daar een paar dingen instopte waardoor ik hem zelf altijd kon onderscheiden van de eerste, want het risico dat Anthony ze door elkaar zou halen, was niet denkbeeldig.\u2019 Maar voor Lieske is zo\u2019n anekdote alleen de inleiding op wat hij werkelijk vindt van Anthony Mertens: \u2018Ik houd van die man.\u2019<\/p>\n<p>Lieske vertelt over het ontstaan van zijn roman Gran Caf\u00e9 Boulevard: \u2018Ik heb de neiging om halverwege het schrijfproces vast te komen zitten. Dan krijg ik behoefte aan een gesprek, maar zonder dat ik iemand mijn manuscript wil laten lezen. Ik heb toen met Anthony een lange wandeling gemaakt door Parijs en hem tijdens het lopen verteld over mijn boek. De historische achtergrond waartegen ik het verhaal wilde plaatsen en de uiterst persoonlijke kern waar het uiteindelijk om moest gaan. Toen ik na uren uitgesproken was, zei hij: \u201cIk zal vijftien opmerkingen maken.\u201d En dat deed hij, alsof hij het manuscript voor zich had liggen.\u2019<\/p>\n<p>Grijnzend bevestigt Mertens de anekdote. \u2018Het waren eigenlijk zestien opmerkingen. De laatste was: en nu wil ik graag een pilsje.\u2019<\/p>\n<p>In zijn column over \u2018het literaire bedrijf\u2019, die hij sinds zijn overstap naar de uitgeverij schreef voor het tijdschrift Literatuur, mijmerde hij over zijn vakgenoot Maxwell Perkins, die in lang vervlogen tijden bij uitgeverij Scribner\u2019s and Sons auteurs als Hemingway en Fitzgerald op symbiotische wijze begeleidde bij het schrijven van hun meesterwerken, auteur en redacteur \u2018aan elkaar verslingerd in volledige toewijding, genialiteit en alcohol\u2019. Kan zoiets nog bestaan, vroeg Mertens zich af, in een tijd waarin \u2018het boekenvak, en ook het literatuurbedrijf, tot in het uiterste is vercommercialiseerd\u2019? Hij beschouwde de opeenvolgende taken van een redacteur als die van: \u2018jager, dokter, makelaar\u2019 maar constateerde dat zijn nieuwe vak meer leek op die van een \u2018gambler\u2019 die niet meer peinst over \u2018een dienende taak bij de verrijking van de literatuur\u2019, maar wel over zijn eigen carri\u00e8re. Aan het eind van die column troostte Mertens zich met de gedachte dat het werk bij de uitgeverij wel een mooie vorm van education permanente is.<\/p>\n<p>Zo is het met al die stukjes: allengs verbitterder constateringen over het vak waarin hij terecht is gekomen, afgesloten met een plichtmatige opbeuring. Opvallend is ook dat hij in de eerste aflevering aankondigt een volgende keer in te gaan op \u2018de mogelijkheden van een uitgever om publieke belangstelling voor een boek op te wekken\u2019. In aflevering twee zegt hij dat dit voornemen nog even moest wachten, en daarna horen we er nooit meer iets van. \u2018Ik heb geen commerci\u00eble kant,\u2019 weet Mertens inmiddels. \u2018Ik moet het meer hebben van succes d\u2019estime.\u2019 Op de Frankfurter Buchmesse kreeg hij het in de kleine uurtjes naar zijn hoofd geslingerd door een jongere collega, dronken van wijn en haar eigen succes: \u2018Je bent niet commercieeeeeel Anthony.\u2019<\/p>\n<p>Helemaal gelijk had deze harpij van de nieuwe mentaliteit in het literaire bedrijf niet. De Encyclopedie van de domheid van Matthijs van Boxsel is een doorslaand succes voor Querido in geld en in prestige. Anthony Mertens was degene die zich er hard voor maakte. Van Boxsel studeerde ook aan het Instituut voor Neerlandistiek. \u2018De grap is dat ik Anthony tijdens mijn studie heb gemeden als de pest, omdat ik toentertijd niks met avant-garde-literatuur had. Bovendien ben ik geen bierdrinker en hecht ik zeer aan nette kleding.\u2019 Maar toen Mertens als redacteur de uitgave van de encyclopedie erdoor drukte, kwamen zij nader tot elkaar. \u2018Querido beschouwde de encyclopedie enerzijds als een hobby, anderzijds als te literair. Bedoeld werd: niet aan de straatstenen te slijten. Maar Anthony hield voet bij stuk, met het argument dat het juist dit soort boeken was waarvoor hij bij de uitgeverij was gekomen.\u2019<\/p>\n<p>Machteloos<\/p>\n<p>Het derde deel van de encyclopedie heeft Van Boxsel aan Mertens opgedragen. Ondertussen zit hij met de handen in het haar over de vraag wie hem zou kunnen begeleiden nu Mertens arbeidsongeschikt is geworden. \u2018Zijn belangrijkste eigenschappen: kunnen enthousiasmeren, je net zo lang uithoren tot het je zelf duidelijk werd waar je nu eigenlijk mee bezig was, zijn eruditie vooral. Editeren of \u201ctekstbehandeling\u201d was niet zijn sterkste kant, denk ik, om nog maar te zwijgen van planning of commercieel inzicht. Ik kan me nog zijn schrik herinneren toen hij te horen kreeg dat ook hij zou worden \u201cafgerekend op het resultaat\u201d.<\/p>\n<p>Hij was machteloos tegenover die newspeak.\u2019<\/p>\n<p>Xandra Schutte zag in die jaren hoe de man die zij \u2018gesticulerend, krom als een bokser\u2019 voor de klas had zien staan en die later een vriend was geworden toen zij beiden bij De Groene Amsterdammer werkten, steeds meer ging lijden aan \u2018het gevoel dat hij zijn talenten niet waargemaakt had. Ik zou wel willen schreeuwen tegen hem: dat heb je w\u00e9l!\u2019<\/p>\n<p>Lichamelijk vertoonde hij wat zijn zoons Martijn en Tim noemen \u2018een soort aanloop van medische dingetjes\u2019. Een heup die stijf werd. Een oog dat nauwelijks meer zag. De dokter weet het aan een verwaarloosde suikerziekte. Uit scans na het herseninfarct is gebleken dat er al meerdere tia\u2019s aan vooraf gegaan waren.<\/p>\n<p>Maar Anthony Mertens is niet verslagen. Als hij zijn haring op heeft, vertelt hij dat hij die dag al weer een paar mooie zinnen heeft geschreven voor de volgende aflevering van zijn column in de Revisor. \u2018Ik heb niet alleen opnieuw moeten leren praten, ik moet ook mijn hele geheugen opnieuw ordenen. Het lijkt alsof het kortetermijngeheugen plaats maakt voor dingen van heel lang geleden. Ik ben mezelf opnieuw aan het uitvinden.\u2019<\/p>\n<p>\u2018Eigenlijk,\u2019 verzucht Matthijs van Boxsel, \u2018zou Anthony Mertens zo iemand als Anthony Mertens moeten hebben om hem te begeleiden.\u2019<\/p>\n<p>Op 10 november verschijnt bij de Bezige Bij \u2018Lezen, man!\u2019 van Anthony Mertens, een bundeling essays, interviews en kritieken, ingeleid door Kees Fens<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Criticus, wetenschapper, redacteur en vooral enthousiasmerend animator: Anthony Mertens heeft jarenlang alle rollen van de beroepslezer met verve vervuld, tegen de achtergrond van een snel veranderend literair bedrijf. Nu, twee jaar na een herseninfarct waardoor hij weer moest leren lezen, openbaart hij zich als schrijver. \u2018Ik ben mezelf opnieuw aan het uitvinden.\u2019<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[27],"tags":[1267],"acf":[],"author_name":"Pieter van den Blink","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/122017"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=122017"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/122017\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Pieter van den Blink","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=122017"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=122017"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=122017"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}