
 {"id":121715,"date":"2006-11-25T00:00:00","date_gmt":"2006-11-24T22:00:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/een-kaddisj-voor-een-verdwenen-wereld\/"},"modified":"2006-11-25T00:00:00","modified_gmt":"2006-11-24T22:00:00","slug":"een-kaddisj-voor-een-verdwenen-wereld","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/een-kaddisj-voor-een-verdwenen-wereld\/","title":{"rendered":"Een kaddisj voor een verdwenen wereld"},"content":{"rendered":"<p>Beschouwing \/ Wereldliteratuur van de grootste Roemeense schrijver<\/p>\n<p>Het Paradijs bestaat voor de Roemeens-joodse schrijver Norman Manea. Het strekt zich uit langs Amsterdam Avenue, tussen de 86ste en de 87ste Straat, met als hart de delicatessenwinkel van Barney Greengrass, die gespecialiseerd is in de joodse Oost-Europese keuken. De schrijver in ballingschap komt daar uit heimwee naar zijn kinderjaren. Op die New Yorkse vitrine met bakkerswaren staat \u2018Piine-covrigi-chifle-cozonaci\u2019 ofwel \u2018brood-pretzels-bolletjes-cake\u2019. Precies zoals thuis, in het Noord-Roemeense sjtetl, voordat de oorlog begon. Soortgelijke inscripties kan ik me herinneren van de communistische staatswinkels. Wilde je een zuurtje kopen, dan betrad je een winkel met op de ruiten de typering \u2018winkel voor consumptiegoederen gemaakt van suiker, glucose, natuurlijke en synthetische zoetstoffen, verkocht per kilo of per stuk\u2019. Niet simpelweg \u2018snoepwinkel\u2019, maar een mond vol taal, louter uit angst voor duidelijkheid en helderheid.<\/p>\n<p>Het is typerend dat Norman Manea (1936) deze opsomming citeert op de eerste bladzijden van De terugkeer van de hooligan, zijn memoires. Alsof hij de argeloze lezer wil waarschuwen voor de ingewikkelde Roemeense ziel die altijd de voorkeur geeft aan langdradigheid en ondoorzichtigheid. Al in de eerste passages ontpopt Manea zich als een tobberige denker in de greep van problematische gevoelens, complottheorie\u00ebn en een onbedwingbare analysedrift.<\/p>\n<p>Het wordt dan ook geen gezellige lunch met zijn vriend Philip Roth die hij in de bovengenoemde deli ontmoet. Het is 1997 en Roth spoort de Roemeense tobber aan om naar Roemeni\u00eb te reizen, voor het eerst sinds zijn emigratie tien jaar daarvoor. Hij houdt voet bij stuk dat Manea met zijn verleden in het reine moet komen om zijn unieke levensverhaal te vertellen.<\/p>\n<p>Vrijwel niemand kent de Noord-Roe\u00admeense streek waar Manea vandaan komt: het sprookjesachtige Bucovina, met lieflijke heuvels en pittoreske dorpen, vestingsteden en bergkloosters beschilderd met hallucinerende bijbeltaferelen. Ik heb er vroeger vele zomervakanties doorgebracht en ben nog steeds bekoord. Dit multiculturele noorden was het thuisland van veel Roemeense joden en hoofdtoneel van de jodenvervolging. Norman Manea werd in 1941, als vijfjarige, gedeporteerd naar de werkkampen in Transnistri\u00eb waar zeker vijftigduizend joden het leven lieten. Verhalen die ik van mijn ouders kende, maar waar tijdens mijn jeugd onder Ceausescu niemand over durfde te schrijven. Zelfs nu druppelt het joodse leed de hedendaagse Roemeense literatuur maar mondjesmaat binnen.<\/p>\n<p>Ook Manea zal, ondanks Roths aansporing, niet meteen de sluizen openbreken. Hij wil niet terug naar Roemeni\u00eb, uit angst \u2018voor de wirwar van verbanden waaruit ik me nog niet had losgemaakt\u2019. Dus sleurt hij eerst zijn lezer deze wirwar in, door zijn Roemeense en joodse paradigma\u2019s te defini\u00ebren, zijn levensthema\u2019s uit te lichten en een dialoog te ontketenen met de wereldliteratuur. Kafka! Nietzsche! Freud! Cioran! Tolstoj! Musil! Kundera! Heidegger! Plato! Neruda! Allen paraderen langs met gewichtige gedachten.<\/p>\n<p>Geheel tegen de codes in van bestsellende levensverhalen opent Manea zijn verhaal met een derwisjdans rond de geesten van zijn verleden. Met de theoretici van het Roemeense antisemitisme, zoals de beroemde filosoof Mircea Eliade, die het Roemeense fascisme tijdens de Tweede Wereldoorlog verheerlijkte. Met de joodse schrijver Mihail Sebastian die in zijn oorlogsdagboeken beschrijft hoe de intellectuele elite van zijn land de jodenhaat omhelst. En bovenal met het duivelse personage Ari\u00ebl, oom van de auteur, rebels zionist en punker avant la lettre \u2013 blauwgeverfde haren in 1934!<\/p>\n<p>Vanuit de boekwinkel van Manea\u2019s grootvader waarschuwt Ari\u00ebl in opzwepende redevoeringen dat het in het vreedzame Bucovina zo gebagatelliseerde antisemitisme afzichtelijke vormen zal aannemen. Vertrek nu! roept hij. Maar zijn onheilsprofetie is niet besteed aan de goedmoedige gettoburgers die liever reikhalzen naar de laatste mode uit Parijs. In zulke passages toont Manea zich als de verleidelijke romancier die hij kan zijn.<\/p>\n<p>Kan zijn. Want zo ver zijn we nog lang niet. Eerst, zo verklaart Manea, moeten waanzin, fantomen en allegorie\u00ebn de revue passeren. Aldus presenteert hij een zeldzaam staaltje Roemeense literatuur, waarvan ik aannam dat die al lang uitgestorven was. Daarin verduistert de taal juist de werkelijkheid in een labyrint vol metaforen en aforismen. Een idio\u00adsyncratische wereld met codes slechts bedoeld voor intimi, zoals in veel romans uit de communistische censuurtijden. Dat waren boeken geschreven in een hallucinatoire stijl, liefst onbegrijpelijk en beladen met verwijzingen naar de wereldliteratuur. Intellectuele capriolen die de naar eruditie snakkende lezer uit het land zonder vrije pers en buitenlandse boeken moesten bedienen. Maar die bovenal bij de ongeletterde censor de slaap moesten verwekken, opdat hij zo\u2019n onbevattelijke woordenbrij als ongevaarlijk zou goedkeuren. In handen van de lezer thuis was die \u2018woordenbrij\u2019 echter een formule voor het leven zelf, voor alles wat verboden was. Het ontcijferen ervan bij kaarslicht werd een exercitie in vermaak en troost tijdens de elektriciteitsloze hongerwinters van Ceausescu.<\/p>\n<p>Op mijn middelbare school in de hoofdstad fluisterden dissidente docenten ons destijds in dat dit soort romans pas echte kunst was. Omdat ze in niets beantwoorden aan de eisen van het socialistisch realisme. Omdat goede literatuur de werkelijkheid vooral verdraait. Uit de binnengesmokkelde contemporaine buitenlandse literatuur, wisten we dat het gelukkig ook anders kon.<\/p>\n<p>Ook in De terugkeer van de hooligan had Manea zijn punt minder hoogdravend kunnen maken. De feiten zijn tenslotte beladen genoeg. Uit zijn taalexperiment herrijst de verteller als ongelovige jood die de ontwikkeling van het antisemitisme op de pas volgt, tijdens de fascistische dictatuur en tijdens het nationalistische Roemeense communisme. Als hij, eenmaal in de Verenigde Staten, over het Roemeense antisemitisme begint te publiceren, krijgt hij kritiek uit het postcommunistische Roemeni\u00eb. Na zijn artikel dat het fascistische gedachtegoed van Mircea Eliade ontmaskerde, werd hij in de Roemeense pers beschimpt als \u2018dwerg van Jeruzalem\u2019 en verrader van \u2018nationale waarden\u2019. Reden voor Manea om de geuzenaam \u2018hooligan\u2019 aan te nemen: de onaangepaste, de troublemaker, maar ook Eliades koosnaam voor de relschoppers van de fascistische IJzeren Garde.<\/p>\n<p>Ondertussen wacht de geconditioneerde lezer op Manea\u2019s schrijnende levensverhaal, dat de auteur niet zomaar prijs zegt te willen geven. Dat siert hem. Het was gemakkelijk geweest om de plot van zijn leven te laten versmelten met de geschiedenis. Iedereen die in een dictatuur heeft geleefd, waar de politiek het collectieve lot van alle burgers trof, zou dat kunnen. Manea groepeert liever zijn levensfeiten rondom thema\u2019s die zijn leven beheersen: de lethargische charme van de joodse bourgeoisie, het hardnekkige Roemeense antisemi\u00adtisme, deportatie en ballingschap, zijn moeder, zijn liefdes, zijn schrijverschap.<\/p>\n<p>Er is \u00e9\u00e9n thema dat domineert: dat van vertrek en terugkeer. Nadat zijn val uit het paradijs werd ingezet met de deportatie naar Transnistri\u00eb, een werkkamp dat Norman en zijn ouders in tegenstelling tot zijn grootouders overleefden, komt zijn hele leven in het teken te staan van \u2018het land verlaten\u2019. Amper teruggekomen uit Russische detentie \u2013 jawel, het Rode Leger placht joodse dwangarbeiders te ontvoeren voor eigen gebruik \u2013 wordt zijn moeder aangespoord door familieleden om in te pakken voor emigratie naar Isra\u00ebl. Inpakken, verzucht de vermoeide vrouw die als een Mutter Courage man en kind van de hongerdood heeft weten te redden. Inpakken, terwijl ze niet eens hadden uitgepakt.<\/p>\n<p>Briljant vangt Manea in dergelijke passages de paradoxale angst voor verandering die de Roemenen typeert. Er is geen Roemeen die zich tijdens de dictatuur nooit afgevraagd heeft: waarom blijf ik? Er waren joden die met een bundel vodden op de rug in de rij stonden voor paspoorten naar Isra\u00ebl. Zo niet de familie Manea. Zij behoorden tot de groep die telkens smoesjes verzonnen om  te blijven. De elegante vader die het vuile kamp niet eens wilde overleven, was blij weer thuis te zijn. De dappere moeder die iedereen inprentte dat overleven \u00e1ltijd de moeite waard is, wil nooit meer ontheemd raken. Zij blijven een ziekelijk en kibbelend duo in een aftandse flat die zoon Norman regelmatig bezoekt om er absurde dialogen te voeren, als in een toneelstuk van Ionescu.<\/p>\n<p>Manea zal pas voor ballingschap kiezen, als hem iets essentieels ontnomen wordt: de taal. Er is een treffende metafoor die hij gebruikt voor zijn verbondenheid met het Roemeens. Nadat hij als vierjarig kind van huis was weggelopen, bindt zijn vader hem vast aan de poot van de eettafel. Decennia later, als de zoon zich afvraagt waarom hij de hel van Ceausescu niet verlaat, ontdekt hij dat hij zichzelf vastgebonden heeft, aan zijn schrijftafel: als schrijver die zijn taal nodig heeft. Maar het mocht niet baten. De voormalige ingenieur, die in 1966 literair debuteerde, had ooit voor de wetenschap gekozen, omdat hij hoopte dat die hem zou beschermen tegen de \u2018houten taal\u2019, de leugens en leuzen. Maar dat gebeurt niet.<\/p>\n<p>In 1974 wordt hij alsnog fulltime schrijver, om naar een idee\u00ebnwereld te kunnen emigreren. Zijn talent wordt meteen erkend. De tien romans en verhalen die hij in Roemeni\u00eb publiceerde, maakten geen enkele concessie aan de partij-ideologie. Nadat hij tijdens een schrijverscongres in 1986 een voorzichtig pleidooi houdt voor maatschappijkritische literatuur, begint zijn vervolging. Hetzelfde jaar nog verlaat hij het land met een tijdelijk paspoort voor Duitsland. Een jaar later emigreert hij samen met zijn vrouw vanuit Berlijn naar Amerika waar hij in het Roemeens zal blijven schrijven.<\/p>\n<p>Als hij eenmaal aan het autobiografische vertellen slaat, vult Manea zijn bladzijden gretig, alsof de dood hem op de hielen zit. Essayistische stukken, geografische beschrijvingen, filosofische verhandelingen, politieke tirades en Proustiaanse hoogliederen op de moeder wisselen elkaar rap af. Alle personages krijgen bijnamen en typeringen die tientallen keren herhaald worden. Dat is geen slordigheid. Door telkens hun bijnamen en functie in het verhaal te herhalen, wil Manea ze blijven verheffen uit vergankelijkheid en anonimiteit.<\/p>\n<p>Als hij later tenslotte zijn reis naar Boe\u00adkarest maakt, noteert hij soortgelijke herhalingen. Daarbij vermeldt hij alle adressen van de flats die hij en anderen bewoond hebben. Niet als een opgefokte nostalgicus, maar als kroniekschrijver van de enige Europese hoofdstad die door de bulldozers van een despoot verwoest is. In de late jaren tachtig bestonden er geen kaarten meer van Boekarest. Manea geeft de verdwenen wijken een plek in de literatuur. Daarom laat hij zijn bejaarde New Yorkse vriend Saul die ansichtkaarten uit zijn Roemeense vaderland verzamelt, in trance de namen van geliefde straten herhalen. Als een kaddisj voor de verdwenen getto\u2019s van de Donaustad.<\/p>\n<p>Manea heeft scherp nagedacht over literaire proc\u00e9d\u00e9s die het hem mogelijk maken aan de clich\u00e9s van de ik-vertelling te ontsnappen. Zoals zijn landgenoten verschillende maskers moesten opzetten om onder diverse regimes te overleven, zo neemt Manea per hoofdstuk verscheidene gestalten aan. Hij is het moederskind, de minnaar, de holocaustoverlever, de enthousiaste jonge communist, verrader van dezelfde doctrine, toneelregisseur, onderzoeker van archieven, psychoanalyticus, aanklager, brievenschrijver aan zichzelf en verdelger van de eigen hersenschimmen. Daardoor laat hij zien dat een verleden zich nooit lineair en compleet openbaart, maar juist de kronkels van de geest nodig heeft om duiding te krijgen.<\/p>\n<p>Pas dan ontstaat er ruimte voor de overlevingsverhalen uit Transnistri\u00eb, zijn jeugdige revolutionaire escapades, die ene verloren liefde voor een sjikse, het communistische dwangarbeidskamp dat zijn vader als politiek gevangene ternauwernood overleefde. En passant geeft hij ook een zedenschets van de het literaire leven in Boekarest en begeleidt hij zijn ouders naar hun levenseinde: de dementerende moeder die in een vijandig ziekenhuis Jiddische wartal uitslaat en de vader die als bejaarde weduwnaar alsnog naar Isra\u00ebl emigreert.<\/p>\n<p>Als Manea in 1997 naar Boekarest terugkeert, komt ineens een andere schrijver aan het woord. Bondig, scherp en onbarmhartig schetst hij het Roemeense heden, nu in dagboekvorm. Alle verhaallijnen vallen samen, alle maskers worden afgeworpen, alle Normans worden \u00e9\u00e9n: de New Yorkse auteur en docent Europese literatuur aan het Bard College die een kijkje komt nemen in het moederland.<\/p>\n<p>\u2018Je moet in dat land geen voet meer zetten. Bescherm je rust. Geef dat niet op\u2019, had vriend Saul Bellow hem in Amerika toegefluisterd. Maar de zoon van de joodse moeder gaat, al is het maar om het graf te zien van de vrouw wier begrafenis hij niet kon meemaken. Zij rust nu op een heuvel, ver van haar ouders begraven in een naamloos Russisch bos. Ver ook van haar incontinente man wiens billen gewassen worden door een Duitse verpleger die Wiedergutmachung praktiseert.<\/p>\n<p>Pas tijdens zijn omzwervingen door joods, literair of mondain Boekarest kan Manea zijn kwellende heimwee bezweren. Eindelijk kan de ratio beoordelen en veroordelen, staat hij zich gemene ironie toe en brille in het afrekenen met oude fantomen. Verreweg de beste passages uit deze dagboekaantekeningen zijn die waarin hij in aller rust wespennest Boekarest observeert en absurde stadsc\u00e8nes beschrijft. Zoals een pompeuze Seideravond vol hoogwaardigheidsbekleders. Of een verloederd schrijversechtpaar op straat, voortgetrokken door twee immense bruine honden die, zo gonst het in literair Boekarest, de leiding hebben.<\/p>\n<p>Ingewijden in het intellectuele leven in Boekarest zullen waarschijnlijk smullen bij deze reis- en roddelpassages. Voor anderen is dit boek een duizelingwekkende inwijding in onbekende geschiedenis en een pleidooi tegen wrokgevoelens en slachtofferschap. Ook zijn deze memoires een hommage voor de Europese vitaliteit, hier vertegenwoordigd door onbekende Roemeens-joodse mannen en vrouwen uit prachtige, onbekende steden, die zelfs in verschrikkelijke tijden in de pas probeerden te lopen met een betere wereld.<\/p>\n<p>De schrijver zelf heeft met deze imposante memoires zijn taal herwonnen. Met dit boek verschaft hij, als enige contempo\u00adraine romancier, het Roemeens een plaats in de wereldliteratuur. Hij blijft een balling, maar wel \u00e9\u00e9n die nergens op de kaart thuis h\u00f3\u00e9ft te zijn. De taal is zijn huis, \u2018het slakkenhuis\u2019 zoals hij dat noemt. Een onderkomen dat hij altijd met zich mee draagt en waarin hij zich terug kan trekken om, geheel op zijn Roemeens, alles overhoop te halen. Of hij nu door de Upper West Side wandelt of door het wereldse Bulevardul Magheru in Boekarest.<\/p>\n<p>Norman Manea, \u2018De terugkeer van de hooligan\u2019, vertaling Ellen Bredius, Meulenhoff, 432 pagina\u2019s, \u20ac 24,90<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>In imposante memoires vertelt Norman Manea zijn unieke levensverhaal. Over deportatie en ballingschap,  zijn moeder en zijn liefdes, over kwellende heimwee en tegenstrijdige adviezen van Philip Roth en Saul Bellow.<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[293,27],"tags":[],"acf":[],"author_name":"Nausicaa Marbe","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/121715"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=121715"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/121715\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Nausicaa Marbe","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=121715"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=121715"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=121715"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}