
 {"id":121711,"date":"2006-11-25T00:00:00","date_gmt":"2006-11-24T22:00:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/leeuw-of-lam-verkiezingsspecial\/"},"modified":"2006-11-25T00:00:00","modified_gmt":"2006-11-24T22:00:00","slug":"leeuw-of-lam-verkiezingsspecial","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/leeuw-of-lam-verkiezingsspecial\/","title":{"rendered":"Leeuw of lam; VERKIEZINGSSPECIAL"},"content":{"rendered":"<p>De vertrekkers (slot) \/ Wie en wat vertegenwoordigt de volksvertegenwoordiging?<\/p>\n<p>Honderdvijftig landgenoten gaan straks, als alles goed gaat, voor vier jaar in de Tweede Kamer elf miljoen stemgerech\u00adtigden vertegenwoordigen. Maar wat de gelukkigen in \u2019s lands vergaderzaal gaan uitvoeren, lijkt onduidelijker dan ooit. Ja natuurlijk: partijstandpunten uitdragen. De regering steunen of achter de broek zitten. En nieuwe wetten helpen aannemen of verwerpen. Dat moet van de Grondwet.<\/p>\n<p>Maar als je, zoals Vrij Nederland de afgelopen weken gedaan heeft, zeven uit de Kamer vertrekkende oude rotten vraagt naar hun ervaringen en naar hun kijk op het parlement, dan valt er aan hun antwoorden weinig gemeenschappelijks af te lezen. \u2018Wat is het parlement eigenlijk?\u2019 vroeg het vertrekkende Kamerlid Jozias van Aartsen zich hardop af. \u2018En wat zou het parlement moeten zijn? Hebben we daar nog wel een scherp beeld van in Nederland?\u2019<\/p>\n<p>Nee dus.<\/p>\n<p>Zelfs over de kwaliteit van de Kamer denken de vertrekkende Kamerleden heel verschillend. Waar de een, Lousewies van der Laan van D66, een \u2018bolwerk van klassiek conservatisme\u2019 ziet dat aan het feitelijke controlewerk nauwelijks toekomt, ziet de ander, Bibi de Vries van de VVD, een Kamer die \u2018eigenlijk hartstikke goed\u2019 functioneert. Klaas de Vries (PvdA) noemt de Kamer steeds minder een leeuw en steeds meer een lam, maar collega Siem Buijs (CDA) roemt de mogelijkheden om vanuit de Kamer dingen te verbeteren. Farah Karimi (GroenLinks) vindt de parlementaire controle een farce, wat Buijs en Bibi de Vries op hun beurt dwaas noemen.<\/p>\n<p>In feite kon ik de zeven vertrekkende Kamerleden die ik sprak geen vraag voorleggen of ik mocht er antwoorden op noteren die, soms lijnrecht, tegenover elkaar staan. De ex-fractievoorzitter van de VVD Jozias van Aartsen vond bijvoorbeeld dat er in de Kamer hooguit plaats was voor vijfenzeventig leden. Maar zijn jarenlange en meest directe kompaan Bibi de Vries, ex-vicefractievoorzitter van de VVD, zag echt niet welk probleem daarmee opgelost wordt. Farah Karimi van GroenLinks noemde het schandalig, zo wei\u00adnig on\u00addersteuning als Kamerleden in Nederland krijgen. Dat waren Lousewies van der Laan (D66) en Klaas de Vries (PvdA) volmondig met haar eens. Maar die steun vonden Siem Buijs (CDA) en Jozias van Aartsen (VVD) volkomen overbodig.<\/p>\n<p>Controleert de Tweede Kamer de regering naar behoren? Vrij algemeen is de sombere conclusie onder de vertrekkers: nee. En dat kan ook niet, omdat een meerderheid van de Kamerleden zich a priori verbonden heeft aan een regeerakkoord, dat van een aantal sleutelonderwerpen tamelijk precies vertelt wat ze wel en wat ze niet mogen vinden. In dit geval gaat het adagium van de ex-PvdA fractievoorzitter in de Eerste Kamer op, die tegen nieuw benoemde collega\u2019s gewoon was te zeggen: u denkt misschien dat u hier zit om ja of nee te zeggen, maar geloof me, u zit hier in feite om ja of ja te zeggen. Voor veel parlementaire backbenchers \u2013 en dat zijn er in alle fracties nogal wat, geen mens komt per fractie verder dan een enkele naam die hem vertrouwd in de oren klinkt \u2013 neemt dat regeerakkoord al gauw de plaats in van een eigen mening, en krijgt het de waarde die de letterlijke tekst van de Koran voor O.B. Laden heeft.<\/p>\n<p>En het is waar: als het onderwerp zogezegd vrij is, want niet voor vier jaar vastgelegd, dan schort het de Kamerleden aan voldoende tijd en helpers om het in al zijn consequenties te doorgronden.<\/p>\n<p>Van nog veel groter belang is de tegenstelling die het duidelijkst bleek uit de gesprekken die ik met Klaas de Vries (PvdA) respectievelijk met Jozias van Aartsen (VVD) voerde. Klaas de Vries toonde zich nostalgisch naar een tijdperk in de geschiedenis van de Tweede Kamer waar Jozias van Aartsen juist grondig mee wilde afrekenen. Hun geschil scharnierde rond de rol die ze toekennen aan de politieke partij als zodanig, waarbij het van ondergeschikt belang is dat de een jarenlang met de oranjeblauwe vlag van het liberalisme heeft lopen zwaaien en de ander met de dieprode vlag van de sociaal-democratie. Kamerleden die het met van Aartsen eens zijn, kun je ook in de PvdA tegen het lijf lopen. Kamerleden die meer met de benadering van Klaas de Vries op hebben, tref je ook in de VVD aan.<\/p>\n<p>Klaas de Vries, om met hem te beginnen, verbaasde zich hevig over de persoonlijke vrijheden die het Kamerlid zich anno 2006 heeft toege\u00ebigend. In vroeger dagen was het volgens hem ondenkbaar dat hij of een fractiegenoot van hem zonder grondig voorafgaand politiek overleg in de fractie en zonder toestemming van de fractiesecretaris, de fractievoorzitter, het fractiebestuur en de partijleiding zelfs maar een vraag aan een minister zou mogen stellen. Tegenwoordig hoort De Vries soms bij toeval dat een van zijn partijgenoten een motie ingediend heeft. Namens wie of wat spreekt zo iemand dan? Namens zichzelf? Of namens het sociaal-democratische wereldbeeld dat hij in de Kamer vertegenwoordigt? Klaas de Vries hunkert naar een partij waarvan de individuele leden een gezamenlijke kijk op de omringende wereld delen waarvan ze in het parlement gedisciplineerd getuigenis afleggen.<\/p>\n<p>Jozias van Aartsen denkt, geheel daaraan tegenovergesteld, dat de toekomst van het parlement er somber uitziet als het individuele Kamerlid niet veel meer dan nu een individueel mandaat van de kiezer krijgt. En als hij niet de ruimte krijgt om onafhankelijker op te treden, zo nodig ook van zijn eigen partij.<\/p>\n<p>In de praktijk van vandaag weet het doorsnee-Kamerlid inderdaad nauwelijks meer namens wie hij wat in welke samenhang in het parlement te zeggen heeft. Dat probleem bestond een jaar of twintig terug nog niet. Toen was een socialist nog een geharnast tegenstander van het sigarenrokend kapitalistenliberalisme. Een rooms-katholiek hoefde geen moment te twijfelen of pater Schaepman, doctor Romme en professor De Quay wel krachtig genoeg voor het heil van de paus opkwamen. En elke gereformeerde kiezer wist de zondagsheiliging bij zijn voormannen van Abraham Kuyper tot en met Barend Biesheuvel in vertrouwde handen.<\/p>\n<p>Zulke gesloten wereldbeelden, in Neder\u00adland alleen nog terug te vinden bij het opkomend islamisme, zijn intussen gelukkig bij het oud vuil gezet. Geen mens die op Wouter Bos stemt, ziet in hem nog de verwoorder van \u00e1l zijn standpunten. Geen mens die de voorkeur geeft aan Balkenende meent nog dat JP-de-ex-MP in alle opzichten de meest voortreffelijke man is.<\/p>\n<p>Deze, op zichzelf bevrijdende, ideologische verwa\u00adtering heeft in de Kamer helaas een overmaat aan volksvertegenwoordigers opgeleverd die zichzelf niet meer zien als de representant van een sluitend wereldbeeld, maar als mede-uitvoerders van een regeringsbeleid. Samen vormen ze van alles, maar geen getrouwe afspiegeling van de Nederlandse bevolking. Ze worden integendeel vrijwel exclusief gerekruteerd uit een hooggeschoolde, in de ambtenarij gevormde bovenlaag. En ze hebben zich, van daaruit, zodanig met het bestuurlijke vereenzelvigd, dat ze, als waren ze artsen die zich van potjeslatijn bedienen, voor anderen nauwelijks nog verstaanbaar spreken.<\/p>\n<p>Sindsdien ziet de Nederlandse kiezer het door\u00adsnee-Kamerlid niet meer als een gekozen vertrouweling, maar als een charismaloze apparatsjik, die zijn functie te danken heeft aan de partij die hem na sollicitatie hoog op de kieslijst benoemd heeft. Dat is de kloof tussen kiezer en gekozene, waarvan het feitelijke bestaan keer op keer door onderzoek wordt bevestigd. Of anders wel door het Nederlandse volk zelf dat dan en masse tegen iets stemt, bijvoorbeeld een Europese Grondwet, omdat de politieke elite er zo eenduidig v\u00f3\u00f3r is. Niet voor niets zweeft het kiezersvolk sindsdien als vliegers langs de kustlijn en vertrouwt het zijn stem gaarne toe aan een dode man als P. Fortuyn of aan een levende persoon als J. Marijnissen, belichamers van de onvrede.<\/p>\n<p>Jozias van Aartsen en Klaas de Vries hebben met elkaar gemeen dat ze hunkeren naar een soort van Kamerlid dat in het parlement getuigt van een herkenbaar wereldbeeld dat door een partij (Klaas de Vries) of door hemzelf als individu (Jozias van Aartsen) wordt beleden. Van Aartsen gaat daarin het verst. Hij pleit voor de invoering van een districtenstelsel dat het Kamerlid een eigen kiezersmandaat geeft. En hij vindt dat het uit moet zijn met het parlementaire meebesturen, zodat de Kamer haar wekelijkse werkzaamheden in anderhalve dag kan voltooien. Daardoor komt er in de Kamer ook weer plaats voor een bakkersknecht, een postbode en een trambestuurder, voor mensen kortom die niet gepokt en gemazeld zijn in het bestuurlijke. Alleen zo, meent Van Aartsen, kan de gevaarlijke kloof tussen de kiezers en de gekozenen gedicht worden.<\/p>\n<p>Onder de vertrekkende Kamer\u00adleden die ik sprak, waren er ook die de kloof allang gedicht hadden, eenvoudig door het bestaan ervan te ontkennen. Maar helaas. Een verontrustend maatschappelijk verschijnsel verdwijnt niet, eenvoudig door de hand voor het oog te slaan. Een onverdachte organisatie als het Sociaal Cultureel Planbureau concludeerde kort geleden nog dat tweederde van alle Nederlanders matig tot zeer wantrouwend staat tegenover \u2018de politiek\u2019 en \u2018Den Haag\u2019. Hohoho, zeggen de kloofontkennende Kamerleden. Het volk weet mij anders opperbest te vinden! Als ik bij Nova op de televisie geweest ben, heb ik de volgende dag wel honderd mailtjes! Zie je wel? Er is helemaal geen kloof tuisen mij en mijn kiezers!<\/p>\n<p>Het grote probleem van de Nederlandse parlementaire democratie is dat de partijen die de dienst uitmaken veel van hun gezag en daarmee een hoop voorheen trouwe volgelingen hebben verloren. Als antwoord daarop hebben ze hun greep op het openbaar bestuur aanzienlijk versterkt. Ze benoemen niet alleen de kandidaten voor een Kamerzetel, ze bepalen ook in onderling overleg wie de leiding krijgt over een ambtelijke dienst, wie waar burgemeester wordt of commissaris van de Koningin en wie zich voorzitter mag noemen van een der talrijke adviesraden. Er zijn in Nederland bijna evenveel actieve partijleden als er functies in het openbaar bestuur te verdelen zijn.<\/p>\n<p>Op het moment dat ze nog vers en onbedorven waren, sprak ik, aan het begin van de zojuist afgelopen Kamerperiode, met een groot aantal jonge, nieuwe Kamerleden die toen nog, ongeacht de partij waar ze toe behoorden, vol animo waren om het allemaal heel anders te gaan doen. Een man als Mark Rutte sprak enthousiast over zijn verlangen om de bestaande partijstructuren binnen de VVD op te blazen en om daarnaast een nieuwe liberale organisatie op te bouwen die de macht van het achterhaalde partijbaronnenstelsel moest breken. Amper vier jaar later mocht hij, onder de hoede van de oude VVD-bonzen, zijn partij ter stembus aanvoeren. En ook van de andere jonkies werd de laatste tijden weinig of niets verfrissends meer vernomen.<\/p>\n<p>Het Nederlandse kiezersvolk bestaat inmiddels voornamelijk uit vrij zwevende individuen. Bij die sociologische waarheid past het inderdaad om, zoals Van Aartsen bepleit heeft, ook de keuze van Kamerleden sterker dan nu het geval is te individualiseren. De Tweede Kamer is dringend aan een herbezinning omtrent het eigen functioneren toe. Daarzonder zal het stelsel bij elke nieuwe verkiezing kwetsbaar blijken voor de stem van de onvrede, de stem van het protest.<\/p>\n<p>Onmacht<\/p>\n<p>Verkiezingsspecial<\/p>\n<p>De kiezer heeft gesproken en moet nu weer vier jaar zijn mond houden. Hij heeft zijn stem toevertrouwd aan de honderdvijftig leden van de Tweede Kamer die woensdag werden gekozen. Maar maken die dat vertrouwen waar?<\/p>\n<p>In de drie stukken die hierna volgen, worden stevige vraag\u00adtekens gezet bij het functioneren van het Nederlandse parlement. Kamervoorzitter Frans Weisglas signaleert &#8216;dat er toch wel erg veel Kamerleden zijn voor wie de eigen profilering voorop staat&#8217;. In een rondgang langs politieke denkers en strategen tekent Marcel ten Hooven op dat &#8216;de Tweede Kamer te zeer met het bestuur is vervlochten&#8217; en dat &#8216;alles is afgestemd op de beleids\u00adagenda van de regering&#8217;. Gerard van Westerloo, die de afgelopen weken zeven vertrekkende parlementari\u00ebrs interviewde, concludeert: voor de kiezers is het Kamerlid geen gekozen vertrouweling meer, maar een charismaloze apparatsjik. Dat is de kloof tussen kiezer en gekozene.<\/p>\n<p>Pagina 30-47<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Functioneert het parlement naar behoren? Of draagt het bij aan de kloof tussen kiezer en gekozene? Over deze vragen liet Gerard van Westerloo de afgelopen weken zeven ervaren Kamerleden aan het woord die na 22 november niet in de blauwe stoeltjes terugkeren. Ze bleken het in tal van opzichten ernstig met elkaar oneens. De een zag een gapende kloof tussen kiezer en gekozenen.De ander zag nog nooit zoveel wisselwerking tussen die twee. De een wilde de Kamer met drieduizend medewerkers uitbreiden. De ander vond die gedachte een gruwel. De een meende dat de Kamer best kleiner kon. De ander wilde eerder uitbreiding. Hadden ze het eigenlijk wel over dezelfde Kamer? In deze week van de parlementsverkiezingen een samenvattende afronding. Wat zijn de plaats, de positie en de functie van de volksvertegenwoordiging in deze eeuw van het individu? En wat zouden die moeten zijn?<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[171,27],"tags":[],"acf":[],"author_name":"Gerard van Westerloo","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/121711"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=121711"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/121711\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Gerard van Westerloo","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=121711"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=121711"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=121711"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}