
 {"id":121699,"date":"2006-11-25T00:00:00","date_gmt":"2006-11-24T22:00:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/jacqueline-cramer\/"},"modified":"2006-11-25T00:00:00","modified_gmt":"2006-11-24T22:00:00","slug":"jacqueline-cramer","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/jacqueline-cramer\/","title":{"rendered":"Jacqueline Cramer"},"content":{"rendered":"<p>Hoogleraar duurzaam ondernemen<\/p>\n<p>Sinds 1990 heb ik tientallen bedrijven van binnen gezien, en ik kan je vertellen: er gebeurt daar op milieugebied ontzettend veel. Je leest of hoort er zelden wat over in de media, en dat is jammer. Want bedrijven spelen een sleutelrol op milieugebied. Niet alleen als het gaat om de directe, meetbare vervuiling die ze zelf veroorzaken bij de productie \u2013 waarbij ik moet zeggen dat de uitstoot van verontreinigende stoffen de afgelopen decennia sterk is afgenomen. Maar ook als je kijkt naar het grondstoffengebruik, de inrichting van het productieproces. Al die aspecten hebben \u00f3\u00f3k met milieu te maken.<\/p>\n<p>Milieu is veel meer dan je aan de door de overheid gestelde regels houden. Het m\u00f3\u00e9t ook veel meer zijn dan dat. Want die traditionele wet- en regelgeving levert niet veel extra milieuwinst meer op. Tegelijkertijd weten we dat het welvaartspeil de komende vijftig jaar met een factor vier of vijf zal stijgen, en de wereldbevolking zal verdubbelen. Dat betekent dat de wereldconsumptie de komende vijftig jaar vertienvoudigt. In diezelfde periode raken de grondstoffen op, en de natuurlijke hulpbronnen uitgeput. Ik wil geen doemscenario schetsen zoals Al Gore met zijn film An Inconvenient Truth doet. Ik hou er niet van mensen bang te maken. Maar niemand kan ontkennen dat we voor een heel groot probleem staan, dat we met de bestaande maatregelen niet in goede banen kunnen leiden.<\/p>\n<p>Het komt er daarom nu op aan nieuwe technieken en productieprocessen te ontwikkelen die veel meer milieuwinst opleveren. Duurzame innovatie heet dat. Daarbij snijdt voor het bedrijfsleven het mes aan twee kanten. Ze kunnen door duurzaam te produceren, door hetzelfde product met minder energie en grondstoffen te maken, hun productiekosten terugbrengen. En ze kunnen de door hen ontwikkelde technologie\u00ebn verkopen aan het buitenland. Met al die opkomende industrielanden ligt er een enorme markt voor zulke technologie. Duurzame innovatie kan daarom een succesvol exportproduct zijn. En het milieu wordt er beter van.<\/p>\n<p>Ik ben opgegroeid in hartje Amsterdam, op de Nieuwendijk. In de weekenden gingen mijn ouders kamperen aan zee, bij Zandvoort. Dan zwierf ik door de duinen, dat vond ik fantastisch. Hoe een milieuprobleem er concreet uit kan zien, zag ik jaren later. Ik studeerde na mijn middelbareschooltijd een jaar in de Verenigde Staten en logeerde bij een familie die op een heuvel bij Los Angeles woonde. Je keek vanuit hun huis op de stad, die in een kom ligt. En boven die stad zag je een dikke smogdeken hangen. Die voelde je ook echt als je door het centrum liep. Dat was dus onze toekomst, zo ging ons land eruitzien als we allemaal rijk zouden worden; de Verenigde Staten liep immers altijd een jaar of tien op Nederland voor. Ik ging daarom biologie studeren, zodat ik later milieuproblemen zou kunnen oplossen. Dat was in 1970. Twee jaar later kwam het eerste, alarmerende, rapport van de Club van Rome uit, \u201cGrenzen aan de groei\u201d. V\u00f3\u00f3r die tijd leefde milieu helemaal niet bij het grote publiek. Alleen wetenschappers maakten zich er druk om.<\/p>\n<p>In de jaren zeventig stelde de overheid de eerste milieuregels op, waar het bedrijfsleven heel defensief op reageerde. Het voldeed eraan omdat dat nou eenmaal moest. In de periode daarna waren de tegenstellingen tussen bedrijfsleven en milieu-organisaties groot. Econoom Bob Goudzwaard pleitte voor de \u201ceconomie van het genoeg\u201d. Hij stelde dat economische groei, verbetering van het milieu en bestrijden van armoede niet samengaan. Het was de tijd van de RaRa-aanslagen tegen de Makro, die vestigingen had in het Zuid-Afrika van de apartheid. Dat was midden jaren tachtig. Maar het was ook de tijd waarin de toenmalige minister van Milieu Pieter Winsemius besloot dat de overheid op milieugebied niet alleen politieagent moest spelen. De bedrijven moesten ook zelf hun verantwoordelijkheid nemen, vond hij.<\/p>\n<p>Ik was midden jaren tachtig voorzitter van Milieudefensie. Ik heb actie gevoerd tegen het openhouden van de kweekreactor in Kalkar en de kerncentrale in Borssele. Ik heb zelf de ontwikkeling doorgemaakt die ook de milieubeweging kenmerkt: van bewustzijn via activering en politisering naar bezinning en herori\u00ebntatie. Milieuactivisten ontdekten dat het vaak meer loonde om direct met het bedrijfsleven afspraken te maken, dan dat via de overheid te doen. Op die manier kregen we het cadmium uit de kratjes van Heineken. Vanaf 1989 deed ik bij TNO onderzoek naar het milieuvriendelijker maken van productieprocessen en producten. Om dat te kunnen doen, werkte ik veel samen met mensen in het bedrijfsleven. En daar zaten inmiddels allerlei deskundige, enthousiaste mensen die z\u00e9lf plannen bedachten om schoner te produceren. Vanaf de jaren negentig zijn ook de partnerships van de milieubeweging met het bedrijfsleven ontstaan. Bekende voorbeelden zijn het verantwoorde FSC-hout, en samenwerking met Unilver op het terrein van duurzame vis. Er zijn inmiddels veel meer van zulke afspraken en dwarsverbanden dan mensen denken. Waarmee ik niet wil zeggen dat dat de enige manier is waarop de milieubeweging actief zou moeten zijn. Je hebt actievoerders als Greenpeace en Milieudefensie, en aaibare organisaties als het Wereldnatuurfonds en Natuurmonumenten. Dat is juist de kracht, dat er een heel spectrum aan groepen is, met elk een eigen rol.<\/p>\n<p>Ik ben nu vooral bezig om duurzaam ondernemen als strategisch thema op de agenda van het management van het bedrijfsleven te krijgen. Tot nu toe was milieu vooral een zorg van kwaliteitsmanagers en technici. Nuttig, maar daar moet het niet bij blijven. Een bedrijf moet zich afvragen: welke producten wil ik maken met welke productieprocessen? Hoe wil ik in de wereld staan? Elk bedrijf heeft drie soorten kapitaal: economisch, sociaal, en ecologisch. Die kun je niet los van elkaar zien. Je moet kijken naar wat op de lange termijn goed is voor de overlevingskansen van je bedrijf. Dat is bij een ict-bedrijf heel anders dan bij een papierproducent. Maar allebei hebben ze met die drie soorten kapitaal te maken. Duurzaam ondernemen en maatschappelijk verantwoord ondernemen vallen daarom samen. Zeker in westerse landen, waar je werknemers je kapitaal zijn, en je ze gemotiveerd moet houden. Veel mensen in het bedrijfsleven beseffen dit, maar het is belangrijk dat ook de top van de organisatie zich hier duidelijk over uitspreekt. Want als dat gebeurt, loopt de rest ook harder.<\/p>\n<p>Je ziet dat duurzame ontwikkeling leeft onder jongeren. Ik ben wel optimistisch, ja. CoolPolitics zet het op de agenda. Twintigers weten wat fair trade is, mede dankzij een ambassadeur als Floortje Dessing. Verantwoorde kleding heeft niet langer een geitenwollensokkenimago, maar is juist hip. Ook in de marketingwereld wordt duurzaamheid steeds belangrijker. Helaas kunnen duurzame energiebronnen \u2013 zon, wind, biomassa \u2013 nog onvoldoende het toekomstige energietekort compenseren. Windenergie is nog te duur. En voor biomassa zijn miljoenen voetbalvelden nodig. Als we geen duurzaamheidseisen stellen aan het gebruik, verliezen we grote en waardevolle natuurgebieden, en ontstaan er enorme tekorten aan voedsel. Dat kan niet. Blijft over: kernenergie. Maar kernenergie voldoet niet aan de voorwaarden van veiligheid en afbreekbaarheid. Het heeft te veel onopgeloste problemen. Ik zit er heel erg mee in mijn maag. Het is een vreselijk dilemma.<\/p>\n<p>Jacqueline Cramer (1951)<\/p>\n<p>1970-1976 Studie biologie, Universiteit van Amsterdam 1985-1987 Voorzitter Milieudefensie 1996-2005 Hoogleraar milieumanagement, Katholieke Universiteit Brabant en Erasmus Universiteit Rotterdam 2005-heden Hoogleraar duurzaam ondernemen, Universiteit Utrecht 20-11-2006 Oratie \u2018Duurzaam ondernemen: van defensief naar innovatief\u2019<\/p>\n<p>Jacqueline Cramer is verder onder meer commissaris bij Shell Nederland, de Nederlandse Financie\u00ad\u00adrings-\u00adMaatschappij voor Ontwikkelingslanden en ASN Fondsen; en kroonlid van de SER<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Eerst was ze milieuactivist, nu wetenschapper. Jacqueline Cramer heeft geleerd met het vroeger zo verfoeide bedrijfsleven te praten. \u2018Je ziet dat duurzame ontwikkeling leeft onder jongeren.\u2019<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","ep_exclude_from_search":false,"footnotes":""},"tags":[],"class_list":["post-121699","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry"],"acf":[],"author_name":"Malou van Hintum","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/121699","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=121699"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/121699\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Malou van Hintum","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=121699"}],"wp:term":[{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=121699"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}