
 {"id":121563,"date":"2006-12-02T00:00:00","date_gmt":"2006-12-01T22:00:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/hoe-ijdel-kan-een-mens-zijn\/"},"modified":"2006-12-02T00:00:00","modified_gmt":"2006-12-01T22:00:00","slug":"hoe-ijdel-kan-een-mens-zijn","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/hoe-ijdel-kan-een-mens-zijn\/","title":{"rendered":"Hoe ijdel kan een mens zijn?"},"content":{"rendered":"<p>Beschouwing \/ Marcel M\u00f6ring schreef een boek voor zichzelf<\/p>\n<p>Als literair succes maar lang genoeg aanhoudt, herdruk na herdruk, wist het eerdere tegenslagen uit. Welke huidige lezer van De ontdekking van de hemel bekommert zich er tenslotte nog om dat de AKO Literatuurprijs in 1993 niet ging naar Mulisch\u2019 magnum opus, maar naar Marcel M\u00f6rings tweede roman Het grote verlangen? De bekroning van die sonate was ronduit onrechtvaardig ten opzichte van Mulisch\u2019 symfonie; de indruk heerste dat als Mulisch Het grote verlangen had geschreven, hij die prijs \u00f3\u00f3k op zijn buik had kunnen schrijven. Toch wil ik de toenmalige jury niet direct afdoen als complete malloten, want \u00e9\u00e9n ding hadden ze, als rechtgeaarde koffiedikkijkers, goed in de smiezen: binnen M\u00f6rings oeuvre behoort Het grote verlangen (1992) nog steeds tot het beste dat hij te bieden heeft.<\/p>\n<p>Ik zeg niet: \u00eds het beste, want dat is zijn novelle Bederf is de weg van alle vlees (1995), op geringe afstand gevolgd door de novelle Modelvliegen (2001). Op die korte baan, zo lijkt het, schrijft hij ontspannen. En hij beschikt dan ook over humor, altijd zo prominent afwezig binnen M\u00f6rings romanwerk.<\/p>\n<p>Het grote verlangen is dus zijn beste roman; de vorm en de dramatische inhoud zijn volledig met elkaar in balans. De opvolger In Babylon (1997) waardeerde ik bij verschijnen als een duizelingwekkende leeservaring. Maar als ik mij die turf probeer te herinneren, dan komt vooral het vertelproc\u00e9d\u00e9 voor de geest: een amalgaam van elkaar verdringende sprookjes, herinneringen, dromen, gesprekken. De inhoud, een familie-epos, is op een enkel beeld na \u2013 twee mensen in een besneeuwd huis \u2013  verbleekt. N\u00e9\u00e9, dat is geen voortijdige dementie, want ongeveer te zelfder tijd besproken boeken staan mij nog goed bij.<\/p>\n<p>Size doesn\u2019t matter, had M\u00f6ring kunnen opsteken uit een willekeurig damesblad. Maar nee, het moest nog groter, nog dikker, nog imposanter, nog gewichtiger. Na In Babylon (471 pagina\u2019s) komt Dis (508 pagina\u2019s), vrucht van negen jaar arbeid. De langverwachte roman van een ervaren schrijver, waarmee we dit literaire seizoen afsluiten. Een baksteen waarin hij zich wil meten met grote voorgangers als Dante en James Joyce.<\/p>\n<p>Zo bezien komt dat neer op: M\u00f6ring goes Mulisch. Dis is z\u00edjn De ontdekking van de hemel. Mooi, maar M\u00f6rings ambitie reikt helaas verder dan zijn talent. Wat we met Dis in handen hebben is, mild gezegd, een poor man\u2019s A.F.Th. van der Heijden.<\/p>\n<p>Het epicentrum van de wereld in Dis is het Drentse stadje Assen, begin jaren tachtig, juist in de nacht voorafgaand aan de jaarlijkse motorraces. M\u00f6ring modelleerde zijn geboorteplaats naar de in de Hel van Dante gelegen stad Dis. De flaptekst is zo goed ons de filosofische inzet te onthullen: \u2018Maar de hel van Assen wordt niet bevolkt door overspeligen, bedriegers en moordenaars. In Dis wordt de hel bewoond door mensen die net als Jakob Noach speelbal zijn van hun tijd. Hun hel is de hel die gemaakt wordt door anderen.\u2019<\/p>\n<p>Die Jakob Noach is een van de twee hoofdpersonen. Hij is zojuist verongelukt en waart nu een nacht lang met de Wandelende Jood, een Dickensiaanse geestverschijning, door zondepoel Assen. Daar loopt ook de tweede hoofdpersoon rond, de eenzaat Marcus Kolpa, die op zoek is naar de eerder door hem verstoten liefde van zijn leven, Jakobs derde dochter Chaja. Blijkens een in Dis opgenomen stripverhaal is Marcus een alter ego van M\u00f6ring; het enige verschil in beeltenis tussen de schrijver en Marcus is dat de laatste een travestietenpruik draagt.<\/p>\n<p>Uiteraard darren nog meer types rond, maar Dis draait om deze twee personages, met hun verhalen en verledens. Ze scheren langs elkaar in die nacht, Jakob met zijn eigentijdse (joodse) Vergilius als gids, Marcus als Stephen Dedalus in Ulysses.<\/p>\n<p>Het schema voor deze roman zag er vast veelbelovend uit in M\u00f6rings werkvertrek. Het was ook geen slecht idee om de diverse hoofdstukken en episodes typografisch te scheiden door afbeeldingen van Dantes hellekringen; zo kom je te weten in welke binnenste of buitenste ring zich dat deel van het verhaal afspeelt. De groteske locatie \u2013 de hel \u2013 nodigt de schrijver vanzelf uit tot een panoramisch perspectief. Waarbij hij kans ziet ook nog de gedaante van een ander personage aan te nemen: die van de Wandelende Jood\/Vergilius, op het moment dat die zich in een raaf verandert.<\/p>\n<p>Succes gegarandeerd, tenslotte was het deel over de Hel al het interessantste in De goddelijke komedie. Marcus verklaart de titel als volgt: \u2018In het Inferno, herinner je dat, komen Dante en Vergilius in de stad van de hel. (&#8230;) Waar alle zwaktes bijeen komen, een getrouwere afspiegeling van de wereld is er niet.\u2019<\/p>\n<p>Hij vervolgt: \u2018In de hel zitten de mensen die je zou willen leren kennen. De verliezers, de zwakkelingen, zij die niet passen, de durfallen, de non-conformisten, de vrijheidslievenden. Zij die geleefd hebben, zitten in de hel.\u2019 Later wordt nog gezegd dat met Dis elke plaats bedoeld kan zijn: \u2018De wereld misschien.\u2019<\/p>\n<p>De opzet van Dis is dus voorbeeldig. De thematische noemer covert alles; de locatie wekt interesse; twee alternerend weergegeven tochten door nachtelijk Assen versterken paradoxalerwijs de samenhang in het verhaal. En dan laten we nog de kracht van de vele, te vertellen verhalen buiten beschouwing. Verhalen, zo staat het ergens in Dis, zijn tenslotte deuren tot andere levens. De vele verwijzingen naar literatuur, filosofie en historie, beloofd in de flaptekst, doen de rest. Aanvallen maar.<\/p>\n<p>Maar zo\u2019n project veronderstelt een grote, Mulischesk-heldere greep op het materiaal. De kunst is om de lezer te verleiden een ingewikkeld, somtijds zelfs labyrintisch universum te betreden, zonder dat hij dat direct loodzwaar voor zijn kiezen krijgt.  Zulk narratief \u2018glijmiddel\u2019 is in De ontdekking van de hemel het Indiana Jones-achtige jongensverhaal \u2013 de speurtocht naar de Stenen Tafelen.<\/p>\n<p>In Dis heeft alleen het levensverhaal van Jakob Noach die kracht. Familie uitgemoord door de Duitsers; de oorlog overleefd in een hol in de veengrond; het familiebezit na de oorlog terugveroverd met een pistool in de vuist; zo\u2019n succes als zakenman dat hij op een gegeven ogenblik vrijwel het gehele centrum van Assen bezit. De rest van het vertelde in Dis steekt bleek, niet-urgent en bedacht af bij dit aangrijpende, gedreven vertelde verhaal.<\/p>\n<p>In het middendeel van de roman, als Jakob verongelukt is, ebt de verhaalspanning definitief weg. M\u00f6ring verzuimt aanschouwelijk te maken waarom Marcus zo\u2019n boeiend personage zou zijn. Het is direct een te slikken verhaalgegeven dat Marcus \u2018bijzonder\u2019 is, omdat hij zich niet conformeert aan de Assense zeden en omgangsvormen. Dat hij innerlijk gekweld is, blijft slechts een probleem voor hem, niet voor de lezer. De terloopse suggestie dat Marcus vermoedelijk een bastaardzoon is van Jakob, blijft een los eindje in het verhaal. Ik vrees dan ook dat Marcus\u2019 enige bestaansrecht zijn overeenkomst is met de schrijver M\u00f6ring als jonge man. Hoe ijdel kan een mens zijn?<\/p>\n<p>Andere bezwaar: meer en meer leest Dis als een brij aan ongedifferentieerde verhalen. Soms zit daar een talmoedisch juweeltje tussen, maar een brij is nooit fijn.<\/p>\n<p>Het verhaaldecor is statisch. De hele tijd horen we dat de motorduivels zoveel zuipen, brullen en op de vuist gaan. Af en toe zie je de Neanderthalers wankelen, en dat is het dan. In de hemel is geen bier, daarom drinken we het hier. Dante had, daarmee vergeleken, een keur aan creatieve zondaars in petto.<\/p>\n<p>De in Dis geventileerde filosofie, als ik die juist doorgrond, doet vaag en diffuus aan. Veel panta rhei, \u2018alles is niets, hier is nu\u2019, \u2018 altijd is nu\u2019, \u2018en nu is altijd\u2019.<\/p>\n<p>In deze passage zou je met wat goede wil aan Levinas\u2019 idee\u00ebn over de Ander kunnen denken, immers eerder aangeroepen in Het grote verlangen: \u2018\u201cDe vreemdeling is licht getroffen,\u201d zei Noach. \u201cOf laten we zeggen: wat anders is. Of misschien zelfs: de Ander. Of: het Andere.\u201d Noach knikte filosofisch.\u2019 Het verhaal van de zo andere Jood staat, predikt M\u00f6ring, ook voor dat van andere afwijkenden als gastarbeiders en roodharigen. Zijn die soms ook systematisch vergast?<\/p>\n<p>De roman telt \u00e9\u00e9n grap, die vijfendertig jaar geleden vast brandend actueel was. Het gaat dan om het Mies Bouwman-citaat \u2018lieve, lieve mensen\u2019. Het stripverhaal, dialoog tussen twee vrienden, heeft een hoog Herenleed-gehalte. De literaire allusies zijn ondiep, uitleggerig, in deze vorm reuze geschikt voor een potje Triviant. \u2018Daartussen lag een heel leven van wetten en praktische bezwaren, mijnheer Kolpa.\u2019 En: \u2018Dan hoop ik dat u uw Euridyce vindt, of moet ik zeggen: uw Beatrice&#8230;\u2019 Verderop: \u2018Ha. Kent u dat? De dichter Gorter?\u2019 Nog eentje: \u2018Midden in het donkere bos is hij, en de weg kwijt.\u2019<\/p>\n<p>E\u00e9n verwijzing stelt mij voor raadselen. Marcus vergelijkt zich meermalen met Odysseus, teruggekeerd in Ithaca. Hij wil \u2018naar huis, naar zijn Nausica\u00e4\u2019. Homerus heb ik ooit eens, l\u00e1ng geleden op school gelezen, en toen keerde Odysseus nog terug naar Penelope. Wordt het dan nu het balspelende prinsesje Nausica\u00e4, omdat die meer op de kinderloze single Chaja lijkt? Of krijgt Molly uit Ulysses aldus, via een ingenieuze omweg, een plekje? En: wat zou het?<\/p>\n<p>Tekenend voor het eenrichtingsverkeer dat Dis in hoge mate is. Even vervoerd kan M\u00f6ring raken van eigen lyriek. Er zit geen rem op: \u2018O, de sneeuw, o, de witte wereld, ongereptheid van donzige straten in avondlicht, lobbig pak dat als room op de daken ligt, het stille licht dat van de grond weerkaatst en een blauwe mist onder de bomen is, de doffe stilte in de lege straten, het ver verwijderde knerpen van eenzame voeten, de twinkeling van maanlicht, de donzen contouren van weg en huis en heg, auto\u2019s van watten, het stuiven van witte wolken op een plotselinge windvlaag, een kat die op hoge poten door een voortuin stapt, de stille sporen van een hert in het winters bos en het raadselachtige vallen van vlokken op het koude water van de eendenvijver en de hoge bomen daaromheen die nu niet meer zwart en kaal zijn maar&#8230;\u2019 Goedemorgen.<\/p>\n<p>Dis is een boek dat M\u00f6ring slechts voor zichzelf geschreven heeft. Niet onverstandig, want dan vindt tenminste iemand het ding mooi. Zoals de eenzame rukker Marcus zijn geliefde Chaja verzaakt, omdat hij \u2018zuiver\u2019 wil blijven, zo is Dis het voortbrengsel van een auteur die geen contact tot stand brengt met de buitenwereld.<\/p>\n<p>Daarin schuilt het cruciale verschil met A.F.Th. van der Heijden, nog afgezien van diens grote compositorische kunde. Beiden houden vast aan een zo langzamerhand in onbruik geraakte literatuurbenadering: het voortbouwen op de boeken van voorgangers. Intertextualiteit, de geliefde term in recensies uit de jaren tachtig van de vorige eeuw. Maar in Van der Heijdens architectuur raakt de medemenselijke maat nooit verloren. M\u00f6ring is, tragisch genoeg, zijn eigen maat der dingen.<\/p>\n<p>Spijtig, want hij kan af en toe prachtig schrijven. Hij heeft ook merkbaar zijn best gedaan om zo origineel en treffend mogelijk te formuleren. \u2018Schaduwen vielen als dode vogels uit de boomkruinen\u2019, hulde.<\/p>\n<p>Maar mooie zinnen maken M\u00f6ring niet een minder masturbatoir auteur. \u2018Mijn libido zit in mijn schrijven,\u2019 sprak hij deze zomer in het vraaggesprek met Mischa Cohen en Thomas Vanheste in Vrij Nederland. Dat die uitspraak zo letterlijk genomen moest worden, liet zich op geen enkele wijze bevroeden.<\/p>\n<p>Marcel M\u00f6ring, \u2018Dis\u2019, De Bezige Bij, 508 pagina\u2019s, \u20ac 25,\u2013<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Na negen jaar is de nieuwe, grote roman van Marcel M\u00f6ring verschenen: Dis. Met Assen als de Hel van Dante en, als we de strip in het boek mogen geloven, M\u00f6ring zelf als de masturberende eenzaat Marcus Kolpa. Een veelbelovende opzet, maar dan begint een brij aan ongedefinieerde verhalen, vage filosofietjes en ongeremde lyriek.<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[293,27],"tags":[],"acf":[],"author_name":"Jeroen Vullings","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/121563"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=121563"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/121563\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Jeroen Vullings","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=121563"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=121563"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=121563"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}