
 {"id":120801,"date":"2006-12-23T00:00:00","date_gmt":"2006-12-22T22:00:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/na-de-ommekeer\/"},"modified":"2006-12-23T00:00:00","modified_gmt":"2006-12-22T22:00:00","slug":"na-de-ommekeer","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/na-de-ommekeer\/","title":{"rendered":"Na de ommekeer"},"content":{"rendered":"<p>Weg oude leven<\/p>\n<p>Vanuit haar chalet aan de rand van het dorp kijkt Jip Wijngaarden uit over het dal. \u2018Op mooie dagen kun je in de verte het meer van Gen\u00e8ve zien,\u2019 wijst ze. \u2018En daarachter de Mont Blanc.\u2019 In de jaren tachtig werd Jip Wijngaarden (1964) een nationale beroemdheid door haar hoofdrol in Het dagboek van Anne Frank, het toneelstuk, later verfilmd, onder regie van Jeroen Krabb\u00e9. Drieduizend meisjes deden auditie, maar Jip w\u00e1s Anne Frank, al komt ze niet uit een joods gezin. Een natuurtalent, oordeelden de critici. Ze brak door in de toneelwereld, speelde in Bij nader inzien van Fransz Weisz en de film van Robert Altman over het leven van Vincent van Gogh. Een internationale carri\u00e8re wenkte. Maar toen Altman haar eind jaren tachtig vroeg naar Hollywood te komen, zei ze, totaal onverwacht, nee. Kort daarna verbrak ze haar banden met de Amsterdamse toneelwereld, en vertrok ze met haar nieuwe vriend naar Parijs. In de grachtengordel ging het gerucht dat ze \u2018in de Heer\u2019 zou zijn. Schampere stukjes verschenen in de bladen, vroegere vrienden lieten haar vallen. Toen werd het stil.<\/p>\n<p>En nu woont ze in de bergen, vlak bij de Zwitserse grens. Aan de wanden hangt haar werk, dat in de verte aan Marc Chagall doen denken. Grote, kleurige doeken, vol bijbelse thema\u2019s en verwijzingen naar de jodenvernietiging. Bij de trap hangt een schilderij dat ze zelf als een sleutelwerk beschouwt. Een rabbijn blaast op de ramshoorn, zwevend boven een doods landschap. Diep beneden hem is een trieste stoet mensen met koffers op weg naar een spoorlijn.<\/p>\n<p>Volstrekt na\u00efef<\/p>\n<p>Toen Jip Wijngaarden werd uitgekozen voor de rol van Anne Frank was ze zeventien. Een schoolmeisje van de Veluwe, groen als gras. \u2018Ik deed de vooropleiding van de kunstacademie in Utrecht. En opeens kwam Anne Frank voorbij. Ik was volstrekt na\u00efef. Ik dacht echt dat ik als Anne Frank iets tegen het anti-semitisme kon doen.\u2019 Maar het Amsterdamse acteurswereldje was veel cynischer dan ze ooit had bedacht. \u2018Toen ik net in Amsterdam was, namen ze me mee naar Yab Yum. Coca\u00efne, drank. Dat hoort er zeker bij, dacht ik. Dan zeiden ze: \u201cDit is het \u00e9chte leven, de rest is spel.\u201d En ik deed mee. Maar in de loop van die jaren begon de hypocrisie me steeds meer tegen te staan, en kreeg ik steeds meer het gevoel: waarom doe ik dit nog? Ik begon een hekel aan mezelf te krijgen. Het acteren ging me goed af, dat ging vanzelf. Maar ineens was het op. Ik wilde niet meer spelen, ik wilde niet meer doen alsof. Toen Robert Altman me vroeg of ik naar Hollywood wilde komen, zei ik: ik heb in Nederland al het gevoel dat ik verdrink. Wat moet ik d\u00e1\u00e1r dan?\u2019<\/p>\n<p>Het echte breekpunt kwam op een vrijdagmorgen in de zomer van 1989, toen Jip haar toenmalige vriend vertelde dat ze een ander had. \u2018Hij draaide helemaal door. Het liep volledig uit de hand.\u2019 Ze vluchtte naar buiten en zag hoe vanaf de tweede verdieping al haar huisraad dwars door het raam naar beneden werd gelazerd. De halve buurt stond te applaudisseren, niet wetende wat er aan de hand was. Toen de politie kwam, deed Jip geen aangifte. \u2018Ik wist dat ik het eigenlijk aan mezelf te wijten had. Ik had het z\u00e9lf zo ver laten komen. Al jaren speelde ik voor iedereen een rol, maar eigenlijk was mijn leven een puinhoop.\u2019<\/p>\n<p>Korte tijd later vertrok ze naar Parijs met haar nieuwe vriend Philippe Combes, een geluidstechnicus die ze op de set van Vincent and Theo had ontmoet, en met wie ze nog steeds samen is. Vrienden in Amsterdam namen haar hevig kwalijk dat ze zo rigoureus de banden verbrak. \u2018Achteraf begrijp ik dat wel,\u2019 zegt ze nu. \u2018Ik heb veel vrienden ook niet goed behandeld. Ze hadden het gevoel dat ik hun leven veroordeelde door uit dat wereldje te stappen. En eigenlijk was dat ook zo. Maar ik veroordeelde vooral mezelf.\u2019<\/p>\n<p>Aarzelend probeerde ze haar weg te vinden in Parijs, een stad die niet de hare was. In dezelfde tijd begon haar vriend, kleinzoon van diepgelovige wijnboeren uit het zuiden van Frankrijk, in de Bijbel te lezen. Aanvankelijk moest Jip er niets van hebben. \u2018Die verschrikkelijke, zwijgende kerk, die niets had gedaan tegen de jodenvervolging,\u2019 zegt ze. \u2018Ik dacht dat Jezus een Duitser was, met blond haar en blauwe ogen. Begon mijn eigen Philippe zich uitgerekend in het chr\u00edstendom te verdiepen!\u2019 Maar toen ze zelf in de Bijbel begon, viel alles op zijn plaats. \u2018Jezus was een jood: dat was een openbaring. Alles kwam bij elkaar. Mijn christelijke achtergrond, waar mijn ouders niets meer aan deden. Mijn verbondenheid met het joodse volk. Mijn verlangen naar waarheid, naar echtheid.\u2019 Kort daarna liet Jip zich dopen in Parijs. Oude vrienden in Amsterdam begrepen niets van haar religieuze wending. \u2018Ze zeiden: jij bent echt gek geworden, met je Jezus en je Bijbel.\u2019<\/p>\n<p>Extreme eisen<\/p>\n<p>Maar met de tijd groeide haar vertrouwen dat ze op de goede weg was. Ze verhuisde met haar man naar een dorpje in de Jura, vlak bij Gen\u00e8ve, en ging Hebreeuws studeren. Toen haar vader, chirurg op de Veluwe, ernstig ziek werd, ging ze vaak terug naar huis. \u2018Hij kon niets meer. En ik had niets meer. Ik heb toen heel veel met mijn vader gepraat. Over de extreme eisen die hij altijd aan ons had gesteld, over het gevoel dat ik altijd een rol had gespeeld en nooit mezelf kon zijn. We zijn toen veel dichter bij elkaar gekomen.\u2019<\/p>\n<p>In de loop van de jaren negentig begon ze voorzichtig met schilderen. In 2002, toen ze werd gevraagd een serie schilderijen te maken voor een tentoonstelling over de shoah in de oude synagoge in Kampen, had ze voor het eerst het gevoel dat ze zich ook schilder mocht noemen. \u2018Ik denk wel eens dat ik tien jaar in de showbusiness heb doorgebracht, en daarna tien jaar in de woestijn,\u2019 zegt ze. \u2018Uiteindelijk heb ik pas een plek gevonden door het schilderen. Er is niets romantisch aan, het is keihard werken. Maar het heeft me ontzettend veel geleerd, ook over mezelf. Mijn leven lang heb ik altijd rollen gespeeld. Maar bij het schilderen hoef ik er niet over na te denken wat anderen ervan vinden. Daardoor ben ik zelf ook veranderd. Sinds ik schilder ben ik een veel leuker mens. Vroeger dacht ik altijd: was ik maar iemand anders. Nu denk ik: ik ben tenminste mezelf.\u2019<\/p>\n<p>Van een kastje in de woonkamer pakt ze een foto van haar vader, die in 1999 overleed. \u2018Mijn ouders waren van huis uit protestants. Maar veel mensen dachten dat wij joods waren. Als kind dacht ik dat zelf ook. Toen ik een keer in de synagoge was, zei de rabbijn: \u201cAls jullie niet joods zijn, eet ik mijn hoed op.\u201d Mijn vader was geobsedeerd door de jodenvernietiging. Hij heeft me ook aangemoedigd auditie te doen voor de rol van Anne Frank. Ik ben opgegroeid met een joods hart. Dat gevoel heb ik echt. Anne Frank heeft dat versterkt. Pas de laatste jaren heb ik er mijn eigen vorm voor gevonden. Ik ben nog steeds wie ik was. Maar ik heb \u00e9\u00e9n ding geleerd: je moet je leven niet door de verwachtingen van anderen laten bepalen.\u2019<\/p>\n<p>Ad Kooijman<\/p>\n<p>Toen Ad Kooijman als jonge advocaat een jaar of drie bij het prestigieuze kantoor Clifford Chance had gewerkt, kwam een van de Londense partners op bezoek bij de Amsterdamse vestiging. \u2019s Avonds in het caf\u00e9 verklaarde de gast dat de advocatuur het mooiste vak van de wereld was, z\u00e9ker bij zo\u2019n prachtig kantoor. \u2018Nou,\u2019 zei Ad Kooijman toen, \u2018\u00edk houd er anders binnenkort mee op.\u2019 Toen zijn confr\u00e8res enigszins waren be\u00adkomen van hun verbazing en hem vroegen wat ie dan ging doen, zei hij: \u2018Timmeren.\u2019<\/p>\n<p>Een jaar later zat hij op het dak van kasteel Groeneveld in Baarn, houten sierlijsten op hun plek te timmeren. \u2018De werklui daar zagen me als een soort student die even aan kwam waaien,\u2019 zegt Kooijman nu, in de keuken van zijn aangenaam rommelige grachtenpand in Amsterdam. \u2018Dat hebben ze me duidelijk laten merken. Maar gelukkig werd ik als leerling gekoppeld aan ome Jan. Na twee jaar zei hij: nu weet je alles wat ik weet. Nu moet je gaan.\u2019<\/p>\n<p>Daarop begon Ad Kooijman (1947) zijn eigen timmerbedrijf, met twee compagnons. Vanuit een kleine werkplaats aan de Nieuwe Achtergracht deden ze alles: keukens, meubels, kleine verbouwingen. \u2018Toen ik uit de advocatuur stapte om te gaan timmeren, verklaarden allerlei lui me voor gek,\u2019 zegt Kooijman. \u2018Mijn vader was notaris. Die vond het ook niks, aanvankelijk. Maar ik heb het zelf eigenlijk nooit als een breuk gezien.\u2019 Voor Ads gevoel was de kiem al gelegd in het jaar dat hij halverwege zijn rechtenstudie in Australi\u00eb doorbracht. Met tweehonderd gulden op zak vertrok hij met een makker van het Leidse studentencorps naar Sydney. Ze werkten op een schapenboerderij, zochten saffieren in de bergen, leerden gaten graven met explosieven. \u2018Dat jaar kwam ik erachter dat je veel meer kunt dan je denkt, door gewoon maar te proberen.\u2019 Na zijn studie in Leiden en een jaar op de chartervaart in het Caribisch gebied ging hij aan de slag bij Clifford Chance. Toen werd hij timmerman.<\/p>\n<p>\u2018Ik vond dat nieuwe leven helemaal geweldig,\u2019 zegt Kooijman. \u2018Maar het was wel anders dan ik me had voorgesteld. Als advocaat dacht ik: ik loop de benen uit mijn lijf, maar waarom eigenlijk? Ik ga met een gereedschapskistje op mijn rug Europa door trekken! Maar als je timmerman wordt, staat er binnen de kortste keren een bus voor je deur met allemaal machines en gereedschap, en kom je de stad niet meer uit.\u2019 Na twee intermezzo\u2019s \u2013 een verblijf in Dakar en een blauwe maandag op een Rotterdams advocatenkantoor \u2013 stapte hij in de auto naar Frankrijk, om het middeleeuwse vak van de spantenbouw te leren. \u2018Dat was het allermooiste: zware constructies, oude technieken.\u2019 Maar echt emplooi was er niet. Na een halfjaar stond hij in de telefooncel op een Frans dorpspleintje naar Nederland te bellen voor een baan als jurist. \u2018Maar w\u00e9l in de bouw.\u2019<\/p>\n<p>Inmiddels werkt Ad Kooijman al ruim zeven jaar als bedrijfsjurist bij Ballast Nedam. \u2018Meer dan zeven jaar bij dezelfde baas,\u2019 grinnikt hij. \u2018Dat heb ik nog nooit gedaan.\u2019 Aan de muren van zijn grachtenhuis hangen de tekeningen van Marit Tornqvist, de kinderboekenillustratrice, met wie hij tien jaar geleden trouwde na een langdurig vrijgezellenbestaan. Op de deuren boven in de gang zijn de namen geschilderd van hun twee dochtertjes: Rosalie en Jasmijn. \u2018Als je een gezin hebt, pak je niet zo snel meer je biezen,\u2019 zegt Kooijman. \u2018De schoorsteen moet roken, nietwaar? En het heeft ook andere voordelen. Door dat rusteloze gerommel van mij was ik telkens weer een beginner. Ik leerde timmeren op mijn dertigste, tussen jongens van dezelfde leeftijd die er al vijftien jaar op hadden zitten. Toen ik terugging naar de advocatuur was ik een beginner van veertig. Nu begin ik \u00e9\u00edndelijk een beetje ervaring op te doen. Dat is ook wel een keer leuk.\u2019 Peinzend kijkt Ad Kooijman even voor zich uit. \u2018Ik heb er nog iets anders van geleerd. Vroeger kneep ik er tussenuit zodra iets me niet beviel. Nu ben ik gedwongen er zelf wat van te maken. Eigenlijk is dat helemaal zo slecht nog niet.\u2019<\/p>\n<p>Don Diego Poeder<\/p>\n<p>In sportschool Mesa, gelegen in het Schie\u00addamse havengebied, danst Don Diego Poeder soepel rond een bokszak. Zijn watervlugge schijnbewegingen wisselt hij af met zulke harde stoten dat de muziek uit de luidsprekers \u2013 I get knocked down, and I get up again \u2013 er ruimschoots door wordt overstemd.<\/p>\n<p>Hoog aan de muur, tussen posters van Mohammed Ali, hangt een grote foto van een van Poeders gewonnen gevechten in Amerika. \u2018Knock-out in de eerste ronde,\u2019 zegt hij even later, tussen de intervaltraining door. \u2018Na de wedstrijd kreeg die jongen te horen dat hij nooit meer mocht boksen.\u2019<\/p>\n<p>In de jaren negentig werd Don Diego Poeder (1972) wereldberoemd toen hij tweemaal achter elkaar Nederlands kampioen zwaargewicht werd, zilver haalde bij het EK, en als klap op de vuurpijl de wereldtitel van de World Boxing Union veroverde.Maar in 1999 stopte hij opeens met boksen, tot ieders verbazing. Lange tijd werd er weinig van hem vernomen, tot hij in 2003, out of the blue, de scenarioworkshop van het Rotterdams Filmfestival won. Daar stond hij ineens op het podium, wat schuchter tussen de bobo\u2019s van de Nederlandse cinema. De man die na de mavo zijn hele leven wijdde aan het boksen, die jarenlang bij het ene na het andere titelgevecht zijn tegenstander vakkundig tegen het canvas sloeg. Scenario: Don Diego Poeder.<\/p>\n<p>New York<\/p>\n<p>Zelf ziet hij zijn overstap helemaal niet als een plotselinge breuk in zijn carri\u00e8re. Het ergert hem zelfs als mensen zich erover verbazen. \u2018Waarom zou een bokser geen scenario\u2019s kunnen schrijven?\u2019 zegt hij dan. Voor zijn eigen gevoel zat de wending er eigenlijk al heel lang aan te komen. \u2018Vanaf 1996 heb ik een paar jaar in New York gewoond. Dat was een mooie tijd. Het boksen ging goed, ik had veel vrienden, er was altijd iets te doen. Maar in 1999 verhuisde ik naar Los Angeles. Daar is iedereen erg op zichzelf. Ik kende er niemand, na de training was ik altijd alleen. Dat was moeilijk. Ik kreeg steeds meer last van heimwee. Mentaal was ik gebroken. Daardoor ging het boksen ook niet meer goed.\u2019 Hij verloor twee gevechten achter elkaar, na vijf jaar louter overwinningen. De dag na de tweede nederlaag werd hij zonder pardon op het vliegtuig naar Nederland gezet. \u2018Zo hard is het in Amerika,\u2019 zegt hij. \u2018Maar eigenlijk was ik blij dat ik naar huis kon.\u2019<\/p>\n<p>Thuis in Schiedam probeerde Don Diego Poeder zijn Amerikaanse avontuur te verwerken, en te bedenken wat hij verder met zijn leven moest. Hij liep de marathon om zijn lijf in conditie te houden en voerde gesprekken met een sportpsycholoog. Dat hielp om dingen op een rijtje te zetten. \u2018Zij liet me ook een beroepskeuzetest invullen. Daaruit bleek dat ik iets met schrijven moest gaan doen. Dat dacht ik eigenlijk al.\u2019 Op school was er van schrijven niet veel gekomen. (\u2018Ja, ik heb \u00e9\u00e9n keer een gedicht geschreven. Dat vond ik heel leuk. Maar als het niet wordt aangemoedigd, ga je er niet uit jezelf mee verder.\u2019) Maar tijdens zijn bokscarri\u00e8re ging Diego na de trainingen steeds meer lezen. \u2018Daar ben ik mee begonnen toen ik in de Olympische selectie zat. Dan heb je elkaar na een paar weken niet zoveel meer te vertellen.\u2019 Zo kwam hij ook het schrijven op het spoor.<\/p>\n<p>In die onzekere jaren, terug in Nederland, deed Diego op aanraden van een vriendin mee aan de scenarioworkshop van het Rotterdams Filmfestival. \u2018Dat leek me wel wat, want ik ben gek op film. Ik heb een Stephen King-achtig scenario geschreven, over een man die rare visioenen krijgt als hij op een bank gaat zitten. En toen won ik.\u2019 Het scenario werd verfilmd, dat hoorde bij de prijs. Bij de premi\u00e8re zat zijn moeder in de zaal, trots als een pauw. \u2018En ik? Ik vond het wel stoer.\u2019<\/p>\n<p>Hij bleef schrijven, volgde cursussen, ontwikkelde idee\u00ebn. Maar schrijven is een kwestie van lange adem, ontdekte hij. Een scenario wordt niet zo een, twee, drie verfilmd. In 2005 besloot Poeder om t\u00f3ch weer een tijdje te gaan boksen. \u2018Ik dacht: die jonge generatie, die kan ik nog wel hebben. En ik dacht: dat lukt wel, naast het schrijven.\u2019 Binnen een paar maanden was hij weer Nederlands kampioen in het cruisergewicht. Maar de laatste tijd merkt hij dat het niet meer zo soepel gaat als vroeger. \u2018Ik ben nu vierendertig. Dat is oud, voor boksen. Ik krijg veel sneller last van blessures. En ik merk dat ik door het boksen te weinig aan het schrijven toekom. Dat heb ik de afgelopen jaren wel geleerd: als iets je passie is, moet je er \u00e9cht voor kiezen.\u2019<\/p>\n<p>Jan Krowinkel<\/p>\n<p>In december 2001, een paar dagen voor Sinterklaas, voelde Jan Krowinkel, zelfstandig ondernemer te Hoek van Holland, opeens een gloeiende pijn in zijn borst. Zijn linkerarm begon te tintelen, het koude zweet brak hem uit. Een etmaal later, op de intensive care van het Dijkzigt Ziekenhuis in Rotterdam, kreeg hij van de dokter te horen dat hij een zware hartaanval had overleefd.<\/p>\n<p>Daar in het ziekenhuisbed, omgeven door onheilspellende monitoren, de plakkertjes van de hartbewaking op de borst, besloot Krowinkel, zevenenvijftig jaar, dat alles anders moest. Ik werk me zes slagen in de rondte, dacht hij. Maar waarvoor eigenlijk? Na een lang gesprek met zijn vrouw besloot hij zijn bedrijf te verkopen en te gaan doen waar hij nooit aan toe was gekomen: zeezeilen.<\/p>\n<p>Zijn vrienden verklaarden hem voor gek. Hij had zich net in de schulden gestoken voor een forse uitbreiding van zijn bedrijf, een handel in recycling van verpakkingsmateriaal. De zaken gingen goed, nog een paar jaar en hij kon de onderneming met flinke winst van de hand doen. Maar Krowinkel, die ooit begon als loodgieter, was niet meer van zijn besluit af te brengen.<\/p>\n<p>Zeeziek<\/p>\n<p>\u2018Mijn arts gaf me het duwtje dat ik nodig had. Hij zei: ga zeilen, ga die reis maken! Daar ben ik hem nog steeds dankbaar voor.\u2019<\/p>\n<p>De zaak ging in de etalage, en in augustus 2003 kocht Krowinkel een zeewaardig zeiljacht. Twee weken later, na haastige voorbereidingen om de herfststormen voor te zijn, vertrok hij uit Hoek van Holland voor een zeiltocht van een paar jaar over de Atlantische Oceaan. Op weg naar de wijde horizon: Spanje, de Canarische Eilanden en Brazili\u00eb, met zijn zus en een goede vriend als bemanning.<\/p>\n<p>\u2018Het was een moeilijk moment toen we tussen de pieren doorvoeren, de zee op,\u2019 zegt Krowinkel, \u2018want ik liet mijn gezin achter. Maar het was ook een bevrijding. Alle zorgen laat je achter aan de wal. De eerste maanden na mijn hartaanval was ik iedere dag bang dat het weer zou gebeuren, dat ik opeens dood zou neervallen. Op zee had ik van die angst voor het eerst geen last meer.\u2019<\/p>\n<p>Eind jaren zeventig had Jan Krowinkel, toen nog loodgieter in Maassluis, al het plan een zeiltocht over de wereld te gaan maken. Als oefening voer hij als bemanningslid mee met een zeilrace van Zuid-Afrika naar Australi\u00eb door de beruchte Roaring Forties, het stormachtige zeegebied rond de veertigste breedtegraad. Maar toen hij een eerste zeiltocht maakte op zijn eigen jacht werden zijn vrouw en kinderen z\u00f3 zeeziek dat ze nooit meer mee wilden.<\/p>\n<p>In 1981 brandde zijn bedrijf af, en moest hij de boot verkopen. Een jaar later liep zijn huwelijk op de klippen. Hij stortte zich volledig op zijn werk.<\/p>\n<p>Via de bloemenveiling in Naaldwijk kwam hij in de recycling terecht, richtte een eigen bedrijf op, investeerde in een bedrijfsuitbreiding van vijfduizend vierkante meter.<\/p>\n<p>En toen lag hij voor hij het wist op de intensive care. \u2018Zonder die hartaanval,\u2019 zegt hij nu, \u2018had mijn leven nooit zo\u2019n wending genomen.\u2019<\/p>\n<p>Daar ging Jan Krowinkel, op zijn achtenvijftigste, het zeegat uit. \u2018De eerste dagen zat ik in spanning: hoe houdt de boot het? En de bemanning? Eigenlijk was het een sprong in het diepe.\u2019<\/p>\n<p>Maar toen ze de stormen in de Golf van Biskaje goed hadden doorstaan, kreeg hij er vertrouwen in. Madeira, Tenerife, de Canarische Eilanden, en toen: de grote oversteek. In Brazili\u00eb maakte hij in een klein kustplaatsje het carnaval mee. Tegenslag was er ook. Voor de Braziliaanse kust liepen ze vast op een zandbank. Bij Duivelseiland sloegen ze van het anker. De dieselmotor begaf het keer op keer. Maar de grote overtochten waren onvergetelijk. \u2018Het mooist van het oceaanzeilen is de rust, de ruimte,\u2019 zegt Krowinkel. \u2018En het varen \u2019s nachts: de sterrenhemel, de dolfijnen rond de boot. Soms trekken ze fluorescerende banen door het water. Daar kun je uren naar kijken.\u2019<\/p>\n<p>Scheepsmakelaar<\/p>\n<p>En nu is hij terug. Aan de kade in Enkhuizen ligt de \u2018Spirit of Delft\u2019, een zeiljacht dat Jan Krowinkel net vanuit Portugal heeft overgevaren voor een bevriende scheepsmakelaar. Dat is wat hij tegenwoordig doet: schepen overzeilen voor eigenaren die er zelf geen gelegenheid voor hebben. De afgelopen weken kregen ze de ene na de andere herfststorm over zich heen. \u2018Het was een stevig tochtje\u2019, zegt Krowinkel, de kop gebruind, het zout nog in de haren. \u2018Maar het schip kan wel wat hebben.\u2019 Intussen zijn de plannen voor een nieuwe grote reis al weer in de maak.<\/p>\n<p>Als Jan Krowinkel iets geleerd heeft van de ommekeer in zijn leven, is het wel dat je niet altijd door moet willen gaan.<\/p>\n<p>\u2018Ik dacht altijd: ik kan de wereld aan. Maar daar lag ik opeens op de intensive care, en dacht: de wereld kan m\u00edj aan.<\/p>\n<p>Ergens in mijn achterhoofd heb ik nog altijd de angst: ben ik er morgen nog? Maar ik voel me kerngezond. Ik heb geen beperkingen. Voor het geld was het misschien slimmer geweest om door te werken, maar ik kan het financieel uitzingen. Dat is genoeg. Je moet ook een keer tevreden kunnen zijn. Ik vond het moeilijk om afscheid te nemen van mijn werk. Maar ik heb er geen seconde spijt van gehad. Ik hoef nooit meer tegen mezelf te zeggen: ik ben blij dat deze dag voorbij is.\u2019<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Wie droomt er nou nooit eens van: je baan opzeggen en eindelijk gaan doen wat je altijd al hebt gewild. Toch komt het er zelden van. Vrij Nederland zocht vier mensen op die w\u00e9l een nieuw leven begonnen. Een actrice die ging schilderen in Frankrijk. Een advocaat die timmerman werd. Een bokskampioen die zich ontpopte als scenarioschrijver. En een loodgieter die nu oceaanstormen trotseert. Hoe is het ze vergaan na hun ommekeer? Wat is er uitgekomen van hun verwachtingen? Wat is er veranderd, en wat niet? \u2018Ik heb \u00e9\u00e9n ding geleerd: je moet je leven niet door de verwachtingen van anderen laten bepalen.\u2019<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[151,27],"tags":[],"acf":[],"author_name":"Thijs Broer","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/120801"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=120801"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/120801\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Thijs Broer","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=120801"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=120801"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=120801"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}