
 {"id":120789,"date":"2006-12-23T10:30:00","date_gmt":"2006-12-23T08:30:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/hersenonderzoeker-christine-van-broeckhoven-ik-heb-geen-tijd-om-zachtaardig-voort-te-kabbelen\/"},"modified":"2006-12-23T10:30:00","modified_gmt":"2006-12-23T08:30:00","slug":"hersenonderzoeker-christine-van-broeckhoven-ik-heb-geen-tijd-om-zachtaardig-voort-te-kabbelen","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/hersenonderzoeker-christine-van-broeckhoven-ik-heb-geen-tijd-om-zachtaardig-voort-te-kabbelen\/","title":{"rendered":"Hersenonderzoeker Christine Van Broeckhoven: \u2018Ik heb geen tijd om zachtaardig voort te kabbelen\u2019"},"content":{"rendered":"<div class=\"wpg-element lead-bold\">\n<p>Christine Van Broeckhoven klom op van bijstandsmoeder tot hersenonderzoeker van wereldfaam. Dit jaar werd ze uitgeroepen tot beste vrouwe\u00adlijke wetenschapper in Europa. Onlangs publiceerde ze een boek over haar leven en haar werk: Brein en branie. Een pionier in alzheimer. \u2018Als ik mild en zacht was geweest, was ik nooit dat mannenbastion van de exacte wetenschap binnengekomen.\u2019<\/p>\n<\/p><\/div>\n<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<p>Haar man doet open, sigaar in de ene hand, telefoon in de andere. Zijn vrouw is onderweg van de Universiteit van Antwerpen en kan elk moment arriveren. Of ik alvast in de voorkamer plaats wil nemen. Op de schouw prijken twee boeken. Brein en branie van Christine Van Broeckhoven en Kunstenaars en ondernemers van Marc Ruyters. Zij is een van Vlaanderens bekendste wetenschappers. Hij is journalist en oprichter van het nieuwe kunsttijdschrift H Art, waarvan zij me aan het eind van het gesprek een exemplaar in de hand zal drukken. Terwijl mijn ogen ronddwalen door het fraaie herenhuis, komt Van Broeckhoven binnengesneld. Het is een gelukkig toeval dat van allebei dit najaar een boek verscheen, licht ze toe. Haar man heeft al enkele kunstboeken geschreven, voor haar is het een nieuw avontuur. \u2018Vrouwen in de wetenschap blijven een uitzondering. Ze vroegen me eens op te schrijven hoe ik dat gedaan heb. Hoe het is als vrouw aan de top. Ik heb zeker drie jaar gezegd: nee, nee, ik heb daar geen tijd voor. Aan het begin van het jaar heb ik de L\u2019Or\u00e9al\/UNESCO-prijs gekregen voor de beste wetenschapster in Europa. En toen heeft men doorgedrukt dat er een boek zou komen.\u2019<\/p>\n<p>Dat klinkt als een verplichting, maar zo bedoelt ze het niet. Ze heeft het alleen al zo druk als hoogleraar te Antwerpen en wetenschappelijk directeur van het departement moleculaire genetica van het Vlaams Instituut voor Biotechnologie, waar ze tachtig mensen onder haar hoede heeft. Daarnaast is ze onderzoeksdirecteur van het laboratorium voor neurogenetica in het Instituut Born-Bunge, dat de grootste hersenbank van Belgi\u00eb beheert, een collectie hersenen die vanaf 1933 wordt verzameld.<\/p>\n<p>Van Broeckhoven heeft een imposante reeks publicaties in toonaangevende bladen als Science en Nature op haar naam staan. In 1993 kreeg ze de prestigieuze Potamkin-prijs voor haar onderzoek naar alzheimerdementie van de Amerikaanse Academie voor Neurologie. Vele onderscheidingen volgden. Niet alleen in vakwetenschappelijke kringen, ook in de publieke arena heeft ze haar reputatie gevestigd. In 2005 ontving ze in Belgi\u00eb de Arkprijs van het Vrije Woord, een bekroning die haar maatschappelijke engagement onderstreepte. Onlangs werd ze Grootofficier in de Leopoldsorde, een van de hoogste koninklijke onderscheidingen. Wie bij haar op audi\u00ebntie gaat, bestookt ze in sneltreinvaart met haar inzichten, terwijl ze onrustig in haar stoel heen en weer schuift als ze een vraag maar dwaas vindt. In Brein en branie, waarin ze verhalen over haar wetenschappelijke loopbaan en persoonlijke ervaringen als DNA-strengen door elkaar heeft geweven, schrijft ze dat ze de logische geest van haar vader en het temperament van haar moeder in de genen heeft. Haar vader typeert ze als een snelle denker. \u2018Hij kon er de pest in hebben als iemand niet even snel van begrip was als hij.\u2019 Zo vader, zo dochter, blijkt al snel.<\/p>\n<p>Nu is Van Broeckhoven dan een zelfbewuste wetenschapper en een bekende Vlaming, maar haar weg naar de top kende vele hobbels. In 1975 studeerde ze af in de biochemie, in januari 1980 voltooide ze haar promotieonderzoek in de moleculaire biologie. En toen werd ze in een tijd van economische crisis werkloos. \u2018Ik heb van alles geprobeerd. In het onderzoek. Bij bedrijven. In de medische vertegenwoordiging. Bij bierbrouwer Stella Artois, waar ze iets wilden beginnen met de genetische manipulatie van graangewassen. Ze waren er echt aan het polsen of ik als vrouw wel drie tot zes maanden naar China wilde gaan. Op mijn brieven naar petrochemische bedrijven in de Antwerpse haven is helemaal nooit een reactie gekomen. Je kon verwachten dat ze daar zeker en vast geen vrouwen aannemen.\u2019<\/p>\n<p>Jarenlang maakte Van Broeckhoven de verplichte gang naar het stempellokaal. In Brein en branie tekent ze op hoe ze daar werd afgesnauwd door ambtenaren \u2018die geen moment ongelegen lieten om me te doen aanvoelen dat ik een parasiet was en de staat leegzoog. Ik was een vrouw en had een kind, twee eigenschappen die voor hen het afdoende bewijs leverden dat ik natuurlijk helemaal niet wilde werken.\u2019 Die dochter had ze gekregen met haar eerste man, van wie ze begin jaren tachtig scheidde.<\/p>\n<p>Na jaren van vruchteloos sol\u2013liciteren ging ze in 1983 bij de universiteit van Antwerpen aan de slag als werkloze met vrijstelling van stempelcontrole. Als eerste in Belgi\u00eb beproefde ze er de technieken van de moleculaire genetica. Het DNA uit bloed halen. Het in stukken knippen van het erfelijke materiaal met enzymen. Het manipuleren en kloneren van genen. Niemand in Belgi\u00eb was in die tijd al bezig met de moleculaire genetica. Daarom ging ze maar meteen op bezoek bij de top drie van de wereld, om van hen de kunst af te kijken hoe je een toplaboratorium opzet. En toen ging het snel. Binnen enkele jaren had ze haar eigen laboratorium op de kaart gezet. Eerst nationaal, als de plek in Belgi\u00eb waar justitie de \u2018papa-test\u2019 kon laten uitvoeren, een genetische test om het vaderschap vast te stellen. Dan internationaal, met in 1987 een eerste publicatie over alzheimerdementie in Nature. Sindsdien heeft Van Broeck\u00adhoven wereldwijd aanzien verworven op het gebied van hersenziekten, vooral alzheimer. Vandaag weet ze, met de sys\u00adtematische logica van een wetenschapper pur sang, ook aan de leek helder uit te leggen waar haar naam en faam als alzheimeronderzoeker op berusten.<\/p>\n<p>Haar triomftocht in de genetica van alzheimerdementie begon met een zoektocht naar een genetische fout op chromosoom 21. Bekend was dat Down-pati\u00ebnten drie in plaats van twee kopie\u00ebn van dat chromosoom hebben en dat zij ook alzheimer krijgen. Bij mensen met deze vorm van dementie zit een soort eiwitkoek tussen de zenuwcellen in het hersenweefsel \u2013 plakken in vaktaal. In de hersencellen zelf zijn een soort eiwitdraden te vinden \u2013 kluwen in het jargon. Precies dezelfde kluwen en plakken zijn bij Down-pati\u00ebnten zichtbaar. \u2018We dachten daarom: er moet wel een gen op chromosoom 21 liggen dat erbij betrokken is. Een collega in Duitsland toonde aan dat op dit chromosoom het gen ligt voor het amylo\u00efde-eiwit, dat voorkomt in de plakken. Wij zochten uit of er in dat gen een erfelijke fout zit die de ziekte kan verklaren.\u2019<\/p>\n<p>In eerste instantie trachtte Van Broeck\u00adhoven die fout te vinden bij twee Belgische families waarin alzheimer op jonge leeftijd voorkomt, gemiddeld al vanaf het vijfendertigste jaar. In de collectie van het Instituut Born-Bunge waren er hersenen van overleden pati\u00ebnten uit deze families opgenomen. Maar bij deze mensen was er niets mis met het amylo\u00efde-gen. \u2018Je kunt dan twee dingen besluiten: zeggen dat het bewuste gen niets met alzheimer te maken heeft, of dat er in deze families ergens anders een fout moet zijn. Ik heb het laatste besloten en ben koppig blijven zoeken naar families waar er wel een fout in het amylo\u00efde-gen zat.\u2019 Die vond ze in Nederland. De pati\u00ebnten in deze families hadden ofwel alleen hersenbloedingen ofwel hersenbloedingen samen met alzheimer. \u2018Daarmee lieten we zien dat de twee verschijnselen deel waren van dezelfde ziekte. Dat was mijn eerste pionierswerk. Daarvoor heb ik in 1993 de Potamkin-prijs gekregen.\u2019<\/p>\n<p>Een mooi resultaat. Maar is zo\u2019n duidelijk aanwijsbare genetische fout die op \u00e9\u00e9n gen ligt nu vaak de oorzaak van alzheimer? Van Broeckhoven: \u2018In families waarin de ziekte wordt doorgegeven van generatie op generatie \u2013 een dominant patroon noemen we dat \u2013 is het duidelijk dat het \u00e9\u00e9n fout is op \u00e9\u00e9n gen. De ziekte openbaart zich dan vaak jong, voor het vijfenzestigste levensjaar.\u2019 Dus, prent ze ritmisch in: \u2018jonge pati\u00ebnten \u2013 duidelijke genetica \u2013 \u00e9\u00e9n fout. Maar dat is minder dan 1% van de totale groep van pati\u00ebnten. Bij de andere 99% is het niet \u00e9\u00e9n fout, maar een genetisch risicoprofiel.\u2019<\/p>\n<p><b>In 99% van de gevallen is het complex. Wat betekent dat voor de mogelijkheden om er in therapievorm iets aan te doen?<\/b><br \/>\u2018Dat is meteen een hele stap. We gebruiken genetica om meer te leren over het ziekteproces. En we hebben zeker iets geleerd over de belangrijke rol van het amylo\u00efde-eiwit. Met die kennis wordt er gewerkt aan medicatie die erop is gericht te zorgen dat er geen plakken in de hersenen worden gevormd of dat de plakken opgelost worden.\u2019<\/p>\n<p><b>Dat soort medicatie werkt op eiwit-niveau. Heeft kennis van het genetische risicoprofiel nu een bijdrage geleverd aan het zoeken naar een therapie?<\/b><br \/>\u2018Nee, nee, dat is echt niet de bedoeling! Met gentherapie heeft het niets te maken. Het amylo\u00efde-eiwit heeft verschillende belangrijke functies in de hersenen. Je kunt dat eiwit niet zomaar uitschakelen. Zo\u2019n risicoprofiel is wel belangrijk voor het identificeren van mensen met een hoog risico. Als je eraan kunt zien dat iemand een grote kans heeft op zijn vijfenzestigste dement te worden, zou je misschien al met medicatie kunnen beginnen op vijfenvijftigjarige leeftijd. Ook kan het patroon iets zeggen over de waarschijnlijkheid dat je op een bepaald type medicatie zult reageren.\u2019<\/p>\n<p><b>Is screening op dat soort dingen wenselijk?<\/b><br \/>&#8216;Natuurlijk. Iedereen weet dat hij een risico heeft op dementie op hogere leeftijd. Als je het te laat constateert, zijn mensen al dement en kun je het alleen nog een beetje afremmen. Hoe eerder je met medicatie kunt beginnen, hoe beter. Een andere reden is dat we weten dat sommige medicaties niet werken of neveneffecten veroorzaken bij mensen met een bepaald genetisch profiel. Waarom dan niet eerst testen?\u2019<\/p>\n<p><b>Er zijn talloze ziekten die je kunt krijgen. Moe\u00adten we daar allemaal op gaan screenen?<\/b><br \/>\u2018Waar dient gezondheidszorg anders voor? Als je dat niet wenselijk vindt, waarom dan mensen door alle mogelijke ziektes heen slepen? Natuurlijk wil men dat, men stelt enorm hoge eisen aan de levenskwaliteit. We screenen nu toch ook op borstkanker en prostaatkanker? Wat is het verschil? De gebruikers vragen daar toch om? Ik heb daar geen enkel probleem mee. We zijn niet aan het screenen of iemand al dan niet intelligent is.\u2019<\/p>\n<p>Dat alles op alles gezet moet worden om alzheimer zo vroeg mogelijk te signaleren en middelen te vinden om het te voorkomen of te bestrijden, is voor Van Broeckhoven zonneklaar. Ze vindt het \u2018het verschrikkelijkste dat een mens kan overkomen\u2019.<br \/>In Brein en branie verklaart ze haar gedrevenheid als hersenonderzoeker uit een aantal vormende persoonlijke ervaringen. De dood op jonge leeftijd van haar broer Paul. De lichamelijke en geestelijke aftakeling van haar vader na een herseninfarct. En het gruwelijke jaar dat ze doorbracht in Villa Madonna, een katholieke kinderkolonie. Daar werd ze op achtjarige leeftijd naartoe verbannen toen haar moeder geveld was door tbc. De nonnen knipten haar lange haar af, gaven haar een nummer en ontluisden haar regelmatig nodeloos met een harde borstel. In haar boek schrijft Van Broeckhoven dat ze in Villa Madonna heeft geleerd dat respect voor iemands persoonlijkheid het belangrijkste is wat er is. En die ervaring verbindt ze met haar gedrevenheid om als hersenonderzoeker te strijden tegen alles wat de persoonlijkheid aantast. Of het nu alzheimer is of een andere zenuwziekte.<\/p>\n<p><b>Hier bent u vooral als alzheimeronderzoeker bekend, in Amerika heeft u ook een reputatie als het gaat om andere hersenziekten. Wat zijn op dat terrein uw wapenfeiten?<\/b><br \/>\u2018Toen ik met Alzheimer startte, ben ik tegelijk begonnen met onderzoek van de perifere zenuwziekten met de mooie naam Charcot-Marie-Tooth die de bovenste en onderste ledematen verzwakken. Dat zijn de namen van drie neurologen die de ziekten voor het eerst beschreven. Wij hebben in Antwerpen het belangrijkste ziektemechanisme gevonden, een verdubbeling van een deel van de erfelijke code op chromosoom 17. Dat hebben we niet gepubliceerd gekregen in Nature. Het was zo\u2019n nieuw mechanisme en dan van een toen onbekende Belgische onderzoeksgroep. Uiteindelijk is het gepubliceerd en hebben we onze erkenning ervoor gekregen. In deze wereld van perifere zenuwziekten ben ik ook zeer goed bekend. Ik heb ook op manisch-depressieve psychosen gewerkt. Daar kan ik alleen maar van zeggen dat we helaas niet veel doorbraken hebben geboekt. Dat geldt niet alleen voor mijn onderzoeksgroep hoor, maar ook voor de anderen. Psychosen zijn gewoon nog veel complexer. Recent hebben we wel gescoord in frontaalkwabdementie met een artikel in Nature. Verder werken we ook op de ziekte van Parkinson.\u2019<\/p>\n<p><b>Bent u als wetenschappelijk directeur van uw onderzoeksdepartement echt nog inhoudelijk betrokken bij al die onderzoeken of vooral bezig met besturen?<\/b><br \/>\u2018Ik doe het management van het departement en van het onderzoek in mijn eigen onderzoeksgroep. Waar ik het meest mee bezig ben? Dat is een vraag voor iemand die veertig uur werkt. Ik werk constant, h\u00e8. In de vorige twee jaar heb ik een reorganisatie doorgevoerd, en dat heeft wel wat tijd gevraagd. Dit jaar ben ik weer echt terug in mijn eigen groep. Ik zou ongelukkig zijn als ik mijn onderzoek zou moeten laten varen. Ik ben waarschijnlijk wel een goed manager. We zijn niet voor niets gegroeid van \u00e9\u00e9n persoon naar tachtig. Maar alleen maar managen, daar ben ik niet toe bereid.\u2019<\/p>\n<p><b>Op uw publicaties van de laatste tijd staat altijd een flink rijtje namen.<\/b><br \/>\u2018Wij kunnen aan een publicatie wel zien wie de belangrijkste auteurs zijn: de eerste en laatste drie auteurs. Alle publicaties waar ik op sta, zijn publicaties waar ik wetenschappelijk aan bijgedragen heb. Wat betreft het genetische deel: dat is voornamelijk mijn gedachtengoed. Ik ben nog zeer actief in het onderzoek. Anders zouden we nooit die Nature-paper gehaald hebben.\u2019<\/p>\n<p><b>U heeft twee grote prijzen gehad, die ook wel \u2018De Nobelprijs voor alzheimer\u2019 en \u2018De Nobelprijs voor vrouwen\u2019 genoemd worden. Maakt u kans op de echte Nobelprijs?<\/b><br \/>\u2018Ik houd me daar niet bij bezig. Het is een loterij. Ten eerste moet je eerst oud worden. Man-zijn helpt ook. Je moet voorgedragen worden door de Academie, een comit\u00e9 van mannen. Ik ben me zeer bewust van mijn bijdrage, hoor. Maar niet geselecteerd worden voor de Nobelprijs wil nog niet zeggen dat je niet goed bent. Ik lig daar niet van wakker, dat is verloren tijd.\u2019<\/p>\n<p><b>In 2001 heeft u een jaar in Amerika gewerkt. Nooit overwogen echt naar het beloofde land van de wetenschap te trekken?<\/b><br \/>\u2018Aan het eind van de jaren tachtig was ik op gesprek bij de Rockefeller University in New York. Ik heb toen besloten daar niet te blijven. Mijn man was niet bereid zijn job op te geven. Hij had daar gelijk in. Ik had al twee kinderen. Had ik die niet gehad, dan was een transatlantische relatie nog te overwegen geweest. Ik heb gewacht tot mijn dochters zestien en twintig waren, en toen ben ik in 2001 op sabbatsjaar gegaan bij het Scripps Research Institute in San Diego. Als je in Amerika werkt, en je kijkt van daaruit naar Vlaanderen, dan denk je: hoe heb ik dit in godsnaam allemaal vol kunnen houden? Waar had ik gestaan als ik in Amerika had gezeten? Want in Belgi\u00eb verlies je veel tijd met het voeren van gevechtjes om je positie te bereiken en te behouden.\u2019<\/p>\n<p>De sleutel tot hoe ze dat heeft gered is wellicht dat ze in dat verschrikkelijke jaar in Villa Madonna heeft leren vechten. Keihard is ze daar geworden, schrijft ze in Brein en branie. Maar op een andere plek in het boek houdt ze vol dat ze vooral als een straffe tante overkomt. Is ze het nu echt of lijkt het maar zo? \u2018Ik denk dat ik nu opnieuw wat milder word. Maar ik heb een hele periode gehad dat ik een beetje \u00f3verstrijdvaardig was, te makkelijk in de verdediging ging, een beetje argwanend was ten opzichte van mensen, mijn standpunt absoluut wilde verdedigen. Ik ben erg veeleisend. Wat ik echt heb moeten leren, is dat ik van andere mensen niet kan eisen wat ik van mezelf vraag. Dat andere mensen niet dezelfde interesse hebben en niet altijd tot het uiterste willen gaan. Mijn man is minder zwart-wit dan ik. Voor mij is \u00e9\u00e9n en \u00e9\u00e9n twee, ik zie geen enkele andere mogelijkheid. Maar wat ik van hem heb geleerd is dat je af en toe moet relativeren en moet open staan voor nieuwe dingen.\u2019<\/p>\n<p><b>Was het nodig hard te zijn om ver te komen in de wetenschap?<\/b><br \/>\u2018Het heeft me zeker geholpen in het bereiken van mijn positie. Was ik al direct mild en zacht geweest, dan zou ik nooit dat mannenbastion zijn binnengekomen en zouden ze over mijn hoofd hebben gelopen. Ik ben iemand die heel kort en krachtig kan formuleren, zonder rond de pot te draaien, zodanig dat de anderen schrikken en moeten ademhalen en jij tijd hebt. Vroeger deed ik dat op natuurlijke wijze, nu gebruik ik het meer als een tactiek.\u2019<\/p>\n<p><b>Betekent dat niet dat u een man moest worden om het mannenbastion te nemen?<\/b><br \/>\u2018Ik weet niet of dat manneneigenschappen zijn. Als ik in bestuursraden zat met allemaal mannen die maar aan het spreken waren, dacht ik: z\u00e9g nu toch een keer iets. Ik vond dat ze veel te traag vooruit gingen, te zacht met elkaar omgingen. Kort en krachtig optreden, ik heb dat nooit als een mannelijke eigenschap gezien. In de piramide van de man zijn er meer die van onder zitten dan van boven. Als een man wordt geboren, is er de verwachting dat hij gaat werken. Van een meisje is die verwachting er nog altijd niet. Als je dat doet, ok\u00e9. Maar het zit niet ingebouwd in onze opvoeding. Je vindt meer gemotiveerde en sterke vrouwen in hogere functies, juist omdat ze niet aan verwachtingspatronen voldoen. Ik heb geen tijd om zachtaardig voort te kabbelen. Als ik thuiskom, moet ik nog van alles doen. Ik denk dat daadkracht eerder iets is voor vrouwen in topfuncties dan voor mannen.\u2019<\/p>\n<p><b>Heeft u het gevoel dat u veel heeft moeten opofferen om zo ver te komen?<\/b><br \/>\u2018Ik heb een gezin en doe zeker de taken die gedaan moeten worden. Mijn werk is een prioriteit en mijn gezin is een prioriteit. Als ik dan nog tijd over zou hebben, zou ik mijn hobby\u2019s oppakken. Maar dat heb ik niet, dus die heb ik allemaal opgegeven. Gewoon een krant lezen of film kijken, daar heb ik nagenoeg geen tijd voor.\u2019<\/p>\n<p><b>U hebt weinig last van valse bescheidenheid. Is zo\u2019n zelfbewuste houding nodig om iets te bereiken?<\/b><br \/>\u2018Je moet weten waar je voor staat, wat je kan en wat je beperkingen zijn. Als je jezelf niet naar waarde kunt schatten, kun je een ander ook niet naar waarde schatten. Ik kan ook goed zeggen wat ik niet kan. Vrouwen hebben allemaal de neiging te denken dat ze minder zijn. Ze hebben zeg maar een X-chromosoom te veel. Als een man zijn volle gewicht in de schaal legt, zeggen ze \u201coh\u201d, en zetten een stapje terug.\u2019<\/p>\n<p><b>Bij de observatie van een klas peuters heeft u al snel in de gaten wie het later ver zal schoppen, schrijft u. Bent u niet te zeker van uw oordeel?<\/b><br \/>\u2018Mensen die extravert zijn, die outspoken zijn, leidersfiguren die opvallen in de groep, hebben meer kansen dan mensen die introvert zijn. Je persoonlijkheid helpt. We leven in een maatschappij. Hoe beter je in het beeld past, hoe meer kansen je krijgt. Dat is nu eenmaal zo.\u2019<\/p>\n<p><b>En die eigenschappen vindt u aangeboren, biologisch bepaald.<\/b><br \/>\u2018De mens is het resultaat van de versmelting van een eicel en een zaadcel. Een component van het DNA komt van de vader, de andere van de moeder. Een mengeling van die twee kopie\u00ebn is je biologische erfenis. Daar ligt alles in vast van de mens. Het is toch niet fout om dat te zeggen? Waar moet het anders vandaan komen?\u2019<\/p>\n<p><b>De omgeving?<\/b><br \/>\u2018Nee, nee! Dan moet het nog steeds in je erfelijke moleculen liggen. De omgeving kan niets veranderen aan een individu als het individu er niet op kan reageren. En het kunnen reageren op een omgeving ligt in je biologische erfenis. Simpel.\u2019<\/p>\n<p><b>Gevoelens zijn ook biologisch, zegt u.<\/b><br \/>\u2018Natuurlijk. Als je verliefd bent, is dat toch een biologisch gegeven, wat anders? Psychische processen, wat zijn dat? Waar zetelen die? Dat zit toch in je hersenen? Dan is het toch biologisch?\u2019<\/p>\n<p>Dat mag Van Broeckhoven dan vinden, zelf geeft ze er in Brein en branie blijk van de taal van de psychologie nodig te hebben om haar eigen gevoelens te beschrijven. Ze vertelt in het boek hoe ze wegzakte in een diepe depressie. En hoe ze er door met vrouwelijke collega\u2019s over te praten en erover te schrijven uit is geklommen. Bewijst ze zelf niet dat we de taal van de psychologie nodig hebben? Wat helpt het om het allemaal biologisch te noemen, als we er in andere termen over spreken? \u2018Als het biologisch is, kan het behandeld worden,\u2019 repliceert Van Broeckhoven.<\/p>\n<p><b>Maar uw eigen therapie bestond uit praten en schrijven.<\/b><br \/>\u2018Ja, ik. Ik ben een uitzondering. De meeste mensen met een majeure depressie krijgen medicatie. Die medicatie werkt op het chemische onevenwicht dat ontstaan is in de hersenen. Zijn ze er beter van geworden? Velen wel. Dus is het biologisch. Wat is er fout aan het zo te noemen? Dat doet toch geen afbreuk aan het menszijn? Vergeet niet dat er iets bestaat als manisch-depressieve psychose. Daarvan vindt iedereen het normaal dat het in de hersenen zit. Dat is gewoon de andere kant van het continu\u00fcm. Wat mensen zo gevoelig maakt, is dat ze bang zijn. Zou men dat kunnen gaan misbruiken, bijvoorbeeld door iets in het drinkwater te doen, zodat alle mensen uitvlakken? Natuurlijk is er een gevaar aan alles wat nieuwe kennis is. Daar moeten we mee leven. Maar de complexiteit van onze hersenen is zo groot dat gericht ingrijpen in het gedrag en het echt veranderen zo goed als onmogelijk is.\u2019<\/p>\n<p>Een paar uur lang heeft Van Broeckhoven onderwezen over alzhei\u00admerdementie, haar wetenschappelijke licht over de wereld laten schijnen en verteld over de volharding waarmee ze het mannenbastion van de exacte wetenschappen heeft bestormd. In de stilte na de storm praten we nog even na, over het huis waarze opgegroeid is en dat ze later van haar ouders heeft gekocht. \u2018Ik heb hier min of meer vanaf 1957 gewoond. Ik reis heel veel, ik sta echt wel open voor de wereld. Maar dit huis voelt als een soort thuisbasis. Ik zie veel van mijn leven en jeugd hierin. Mijn broer lag hier in deze kamer opgebaard. Dat wil ik niet vergeten. Dat heeft veel indruk op mij gemaakt. Het relativeert veel. Het maakt dat je jezelf moet dwingen om nu te leven, en niet later.\u2019<\/p>\n<\/p><\/div>\n<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<h3>CURRICULUM VITAE Christine Van Broeckhoven<\/h3>\n<p>Geboren 9-4-1953, getrouwd met Marc Ruyters, twee dochters | 1975-1980 Werkt aan dissertatie in de moleculaire biologie | Sinds 1983 Aanstelling aan de Universiteit van Antwerpen, vanaf 1997 als hoogleraar | 1996 Bijzonder hoogleraar Alzheimer leerstoel Leiden | Sinds 1996 Wetenschappelijk directeur Vlaams Instituut voor Biotechnologie \u2013 departement Moleculaire Genetica | Sinds 2004 Lid European Research Advisory Board | 2006 Grootofficier in de Leopoldsorde<\/p>\n<\/p><\/div>\n<p>\u00a0<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Christine Van Broeckhoven klom op van bijstandsmoeder tot hersenonderzoeker van wereldfaam. Dit jaar werd ze uitgeroepen tot beste vrouwe\u00adlijke wetenschapper in Europa. Onlangs publiceerde ze een boek over haar leven en haar werk: Brein en branie. Een pionier in alzheimer. \u2018Als ik mild en zacht was geweest, was ik nooit dat mannenbastion van de exacte wetenschap binnengekomen.\u2019<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[47,459,1625,405,457],"tags":[783],"acf":[],"author_name":"Tomas Vanheste","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/120789"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=120789"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/120789\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Tomas Vanheste","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=120789"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=120789"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=120789"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}