
 {"id":120479,"date":"2007-01-13T00:00:00","date_gmt":"2007-01-12T22:00:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/trots-zijn-is-moeilijk-hoor\/"},"modified":"2007-01-13T00:00:00","modified_gmt":"2007-01-12T22:00:00","slug":"trots-zijn-is-moeilijk-hoor","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/trots-zijn-is-moeilijk-hoor\/","title":{"rendered":"\u2018Trots zijn is moeilijk, hoor\u2019"},"content":{"rendered":"<p>Interview Maarten Biesheuvel<\/p>\n<p>aren geleden,\u2019 vertelt Maar\u00adten Biesheuvel, \u2018was er een bijeenkomst van de Nescio-club. Aan een kleine ronde tafel zaten Karel van het Reve, K. Schippers, Hugo Brandt Corstius en ik. \u201cVier P.C. Hooftprijswinnaars bij elkaar,\u201d zei Karel. \u201cMaar Maarten h\u00e9\u00e9ft \u2019m helemaal niet,\u201d riep Hugo. Waarna Karel zei: \u201cDie krijgt hij nog wel een keer.\u201d\u2019<\/p>\n<p>Karel van het Reve heeft gelijk gekregen. Half december was het zover. De jury prees zijn verhalen, samengebracht in meer dan een dozijn bundels, om de verbeeldingskracht, de absurdistische humor en de stilistische rijkdom.<\/p>\n<p>In Sunny Home, zijn groengeverfde houten huisje in Leiden, is de laureaat nog steeds een beetje beduusd. Maar hij is vooral blij. En hij heeft er al over nagedacht hoe de plechtige prijsuitreiking op 24 mei in het Letterkundig Museum zou moeten verlopen.<\/p>\n<p>\u2018Ik was er bij toen Rudy Kousbroek en Karel van het Reve de P.C. Hooftprijs kregen uitgereikt op het Muiderslot. \u201cDat wil ik ook,\u201d zei ik tegen Anton Korteweg, maar hij vertelde dat het daar al vele jaren niet meer plaatsvindt. Jammer dat het daar niet meer kan. Ik was verrast. Ik wist helemaal niet of dit jaar de prijs zou worden toegekend voor proza, po\u00ebzie of essays. En ik wist ook niet dat de bekendmaking in december speelde. Ik was stomverbaasd toen Ieme van der Poel me belde.\u2019 Van der Poel is de vice-voorzitter van de stichting P.C. Hooftprijs voor Letterkunde. \u2018Zij zei: \u201cMeneer Biesheuvel, we willen u de P.C. Hooftprijs voor proza geven. Mag ik u vragen of u hem wilt accepteren?\u201d \u201cLaat ik dat maar doen,\u201d zei ik.<\/p>\n<p>Toen Rudy Kousbroek in 1975 de prijs kreeg, speelde Vera Beths viool. Zij had een zwart leren jackie aan, bloot over haar lichaam, met overal ritsen die open konden. Je hoefde maar aan een rits te trekken en dan zou er z\u00f3 een tiet bloot komen.\u2019<\/p>\n<p>Eva Biesheuvel: \u2018Zij trad ook op toen Hugo Brandt Corstius, uiteindelijk in tweede instantie, de prijs kreeg. Toen bespeelde ze vrolijk een rinkelbom. Daarom wil Maarten haar nu ook bij z\u00edjn prijsuitreiking.\u2019<\/p>\n<p>Biesheuvel: \u2018Vera gaat \u201cDie drei Zigeuner\u201d spelen van Liszt, voor viool en piano. Dat swingt de pan uit. De pianist is Stanley Hoogland. Bij de uitreiking in mei ga ik niet zingen. Ik heb mijn leven lang heel veel sigaren gerookt, mijn stem is een beetje gezakt. Wie weet zing ik t\u00f3ch, maar dan a capella: Plaisir d\u2019Amour.\u2019 Hij heft aan, met een mooie bariton: \u2018Plaisir d\u2019amour ne dure qu\u2019un moment. Chagrin d\u2019amour dure toute la vie.\u2019<\/p>\n<p>\u2018Nee, ik zal waarschijnlijk niet spreken. Misschien ga ik vragen of Eva het dankwoord houdt. Ik heb \u00e9\u00e9n keer een dankwoord uitgesproken, dat was toen ik de erepenning van de stad Leiden kreeg. Toen durfde ik dat nog. Maar wellicht krijg ik in de tussentijd een idee, waar ik een verhaaltje van maak. Ik denk er ook over om een van mijn verhalen voor te lezen. Misschien wel dat verhaal waarin ik, als kind, op de rug van een engel naar het eind van de wereld reis. We komen in een sappig weitje, met madelieven en paardebloemen. Daar staat een schutting: het eind van de wereld. De engel tilt mij op. Ik kan eroverheen kijken en zie tot mijn verbazing mijn eigen huis.<\/p>\n<p>Van het geld dat bij de prijs hoort, ga ik geen lange zeereis maken. Nee hoor, ik blijf veilig thuis. Ik maak wel een zeereis door mijn kamer. Mensen reizen tegenwoordig zo belachelijk veel. Pascal zei het al: als de mensen gewoon in hun kamer bleven, zou de wereld er beter uitzien.<\/p>\n<p>In de krant stond dat ik een deel van het prijzengeld aan de Partij voor de Dieren wil geven. Ik belde daar Maarten \u2019t Hart over op. Hij zei: \u201cDat zijn rijkaards. Je moet het geld niet aan die mensen geven.\u201d\u2019<\/p>\n<p>Eva Biesheuvel: \u2018Dat van die Partij voor de Dieren was een misverstand. Iemand van de radio belde en vroeg mij: \u201cGeeft u nog iets weg?\u201d Het was een uur na de bekendmaking. Ik antwoordde: \u201cMisschien doen we iets voor dieren,\u201d en dat begreep Maarten verkeerd.<\/p>\n<p>Ik ben wel lid van de Partij voor de Dieren, Maarten en ik hebben er allebei op gestemd. We houden veel van dieren. Hier in huis wonen nu vier poezen en het hondje Bruno.\u2019<\/p>\n<p>Biesheuvel: \u2018Ik wil graag een varkentje in huis. Maar dat wil Eva niet. Het schijnen zulke lieve huisdieren te zijn, en ze ruiken lekker, een beetje bitter. Je moet ze toch kunnen leren op een krant te schijten. De andere dieren moeten natuurlijk meteen van het varkentje houden. Misschien kan ik Eva nog ompraten. Ik kan tegen haar zeggen dat ik minder last heb van sombere buien of zware depressies als er zo\u2019n varkentje in huis is. Ik zag jaren geleden bij Rudy Kousbroek een leuke foto van een dame die in een kamer zit te lezen met een varkentje naast zich. Het dier zit er zo schattig bij. Sindsdien verlang ik naar een varkentje.\u2019<\/p>\n<p>Op 26 januari verschijnt bij Van Oorschot een bijzondere uitgave: een uitgebreide en herziene editie van Zeeverhalen. Met een cd waarop Biesheuvel nieuwe verhalen voorleest. De zeemansverhalen zijn hem het dierbaarst. Bij Van Oorschot verschijnt ook, half 2008, het Verzameld Werk. Is dat niet zuur voor Meulenhoff? Biesheuvel debuteerde daar in 1972 met In de bovenkooi, dat de hemel in werd geprezen en druk na druk beleefde. Het gros van zijn bundels verscheen daarna ook bij Meulenhoff.<\/p>\n<p>Maarten Biesheuvel legt uit hoe het zit. \u2018Begin jaren zeventig lagen er bij ons thuis bijna duizend bladzijden verhalen. Karel van het Reve heeft daar In de bovenkooi uit samengesteld, en legde de door mij getikte vellen op het bureau van Geert van Oorschot. Die begon te lezen. Hij stuitte op een gereformeerd verhaal waarin de schrijfster Jacoba Vreugdenhil voorkomt. Dat is mijn tante. Van Oorschot moest niets van gereformeerden hebben en wilde het niet uitgeven. Later heeft hij op de televisie gezegd dat hij daar spijt van had als haren op zijn hoofd. Dat heeft Wouter van Oorschot in zijn oren geknoopt. Vervolgens nodigde Theo Sontrop van Meulenhoff mij uit om het boek bij hem uit te geven. Sontrop was mijn redacteur. Hij sleutelde aan mijn teksten. Meestal was ik het met hem eens. Maar niet altijd. In \u201cOculare Biesheuvel\u201d komt een reeks namen voor van bijna drie pagina\u2019s. \u201cTwaalf namen is wel genoeg,\u201d vond Theo. Ik stopte mijn verhalen in mijn koffertje en liep naar de deur. \u201cHo, stop,\u201d zei Theo, \u201cdan handhaven we die hele opsomming.\u201d Karel van het Reve noemde het later de mooiste namenlijst uit de literatuur na de lijst met schepen bij Homerus.\u2019<\/p>\n<p>Theo Sontrop bracht Biesheuvel in contact met De Harmonie. \u2018Het leek hem een goed idee als er nu een klein boekje zou komen, uitgegeven door Jaco Groot. Dat liep anders. De kasten zaten stampvol verhalen. Jaco stelde de bundel Slechte mensen uit die stapels samen, en daarna Het nut van de wereld. Hij koos niet alleen goede verhalen.<\/p>\n<p>In die tijd was ik er slecht aan toe. Ik had diepe depressies, lette niet zo goed op. Later, in 1980, heb ik een compilatie uit die twee boeken samengesteld, De wereld moet beter worden. Ik was inmiddels teruggegaan naar Meulenhoff. In die tijd had ik gelukkig een baan. Als medewerker van het Leids Academisch Ziekenhuis had ik een leven als een luis op een zeer hoofd. Toen kon ik weer schrijven. Daarvoor was er een periode van angst en beven, van bang zijn voor het niets, voor alles. Ik heb eerder ook gewerkt voor de Stichting Moeilijk Toegankelijke Wetenschappelijke Literatuur, bij het bureau voorlichting, en in de bibliotheek van het Vredespaleis. Fulltime schrijven ging nog niet, dat is eigenlijk ook nooit gegaan, maar met een baan erbij was ik toch erg productief.\u2019<\/p>\n<p>Biesheuvel heeft eens gezegd dat hij veertig procent publiceert van wat hij schrijft. \u2018Ja, dat is zo. Eva gooit heel veel weg. Eva is mijn eerste lezer. Het is ook waar dat ik maar een derde van wat er is gepubliceerd echt goed vind. Mijn motto luidt: vriendelijk, trots, bescheiden en nieuwsgierig. Ik vind dat ik, het geheel overziend, met zo\u2019n duizend bladzijden toe zou kunnen.<\/p>\n<p>Trots zijn is moeilijk, hoor. Ja, ik ben trots op Eva natuurlijk. Zij heeft mij door het leven gesleept. Maar trots op mijzelf ben ik eigenlijk niet zo erg. Nu ik de P.C. Hooftprijs heb gekregen, ben ik nog altijd niet trots.<\/p>\n<p>Ik ben het wel voor zover mij de prijs als outsider is overkomen. Ik lees geen kranten. Ik kijk ook zelden naar de televisie. Ik loop \u2019s avonds met onze hond door de straten en zie mensen met een krant voor de tv zitten. Ze lezen wat en kijken daarna weer naar de tv en ik denk: Jezus, wat een banaal bestaan. Ik babbel met Eva van hal tien \u2019s ochtends tot \u2019s avonds laat. Dat is heel wat prettiger en ook nuttiger.\u2019<\/p>\n<p>Hij aait het hondje dat zacht ronkend naast hem op de bank ligt te slapen. \u2018Bruno is zo lief, die kan vast goed met dat varkentje overweg. En met de poezen worden het heus ook geen gevechten. O, zo\u2019n varkentje met dat leuke stopcontact en die beweeglijke snuit.\u2019<\/p>\n<p>Hij heeft het nog even over zijn uitgevers. \u2018In 2005, toen het vervelend werd bij Meulenhoff, ging ieder\u00e9\u00e9n daar weg. Toen het de verkeerde kant dreigde op te gaan, suggereerde ik om naar Van Oorschot te gaan. Een uitgave van mijn Verzameld Werk was mijn idee. En natuurlijk ook van Eva. Wouter van Oorschot zei meteen ja.<\/p>\n<p>Met dat Verzameld Werk wordt het nog flink ingewikkeld. Ik denk dat het drie delen van duizend bladzijden dundruk worden. M\u00e9t leeslint. Al zou ik er niet tegen zijn als het vier delen van achthonderd pagina\u2019s zouden worden. Maar hoe moet het met de plaatjesboeken? In het Biesboek staan veel foto\u2019s en tekeningen, en voor Hoe de dieren in de hemel kwamen heeft Charlotte Mutsaers mooie illustraties gemaakt. Die moeten op dik papier worden afgedrukt, anders schemeren de plaatjes door de tekst heen.\u2019<\/p>\n<p>\u2018Vroeger had ik voortdurend ontzettend veel idee\u00ebn en invallen. Dankzij de pillen die mijn manische depressiviteit in toom houden, kon ik daar orde in aanbrengen. Ik wist welk idee ik zou uitwerken. Tegenwoordig is die stroom van invallen er niet meer. Gerard Reve zei: ik kan niets verzinnen. Bij mij is dat ook zo. Mijn hele autobiografie zit al in mijn werk. Toch heb ik na de Oude geschiedenis van Pa, uit 2002, nog een boekje gemaakt.\u2019 Hij loopt naar de kast en haalt het tevoorschijn. \u2018Kijk, Raadgeving in het holst van de nacht.\u2019<\/p>\n<p>Het boekje is in 2004 verschenen bij de Avalon Pers in een beperkte oplage. \u2018Dit wordt het laatste onderdeel van het verzameld werk. Ja, ook \u201cHeer en slaaf\u201d staat daar in. Het is een van mijn mooiste verhalen. Lees maar.\u2019<\/p>\n<p>Op een slavenmarkt koopt een heer de meest ziekelijke slaaf. Hij neemt hem mee naar huis en geeft hem heerlijk te eten en te drinken. De heer heet Paulus, de slaaf Abdul. De heer maakt een verrukkelijk bad klaar voor de slaaf, en daarna \u2018rost hij hem lekker droog\u2019. Abdul wil werk lezen van Ibn Batouta, de heer bezorgt het hem. Binnen de kortste keren zijn Paulus en de voormalige slaaf Abdul twee heren. De laatste alinea: \u2018\u201cIk heb het beste met je voor,\u2019 zegt de heer. \u201cDat begrijp ik,\u201d zegt Abdul. \u201cMorgen graag verse vijgen.\u201d De zon gaat onder en wij laten de twee mannen aan hun lot over. Hoe zal dat aflopen? \u201cDat vraag ik me ook af,\u201d zegt de schrijver.\u2019<\/p>\n<p>In Biesheuvels exemplaar staat op de halve pagina wit na het slot in forse hanepoten met potlood: Nicht weiter. De vertelling die daarna komt, heeft hij doorgekrast. Hij wil daar een ander verhaal voor in de plaats, \u2018Herinnering aan Sjaan\u2019. Hij legt het uit. \u2018Ik b\u00e9n wellustig,\u2019 zegt hij. \u2018En ik houd van roken en drinken, maar daar heb ik weinig over geschreven. Dat heb ik aan anderen overgelaten. Maar in mijn verzameld werk moet toch ook iets erotisch staan. In dit verhaal is de hoofdrol voor het meisje over wie ik al heb geschreven in \u201cSjaan, a sweet memory\u201d. Dat staat in mijn debuut In de bovenkooi. \u201cHerinnering aan Sjaan\u201d heb ik geschreven voor het nummer van De Tweede Ronde dat was gewijd aan wellust. Het verscheen in 2005. Lees het, het is een schattig geschreven wellustig verhaaltje.\u2019<\/p>\n<p>De eerste zin: \u2018Toen ik achttien was was Sjaan zestien en ze had wonderlijk mooie benen.\u2019 De jongen kan daar geen genoeg van krijgen. Er ontstaat een vreemde situatie. Ze zijn in de kelder. Tegen de muur staat een fiets. De jongen haalt de ketting van het rad, zodat de fiets nooit van zijn plaats kan komen. Sjaan gaat op het zadel zitten en trapt. De jongen ligt op de grond om het zogenaamde ongemak te herstellen. \u2018Heb je goed zicht?\u2019 vraagt ze, terwijl ze haar duim in haar mond steekt, waarna ze op verzoek van de jongen haar korte rokje nog wat hoger optrekt. \u2018Ach,\u2019 zegt Biesheuvel vertederd, \u2018dat is zo ironisch, zo dubbel.\u2019<\/p>\n<p>Hij veert op en zegt: \u2018Ik schrijf dan wel niet zo veel meer, maar tekenen doe ik nog wel. Af en toe maak ik een tekening, die Eva dan bewaart.\u2019 Eva Biesheuvel komt tussenbeide en zegt dat het nu ook weer niet zo is dat er een stapel tekeningen ligt.<\/p>\n<p>Hij loopt weer naar de kast waar zijn oeuvre in staat en komt terug met het Biesboek. Hij slaat pagina 61 open en wijst: \u2018Dit vind ik mijn mooiste tekening. Er is geschreven dat mijn tekeningen lijken op die van Saul Steinberg. Kijk eens, die voetjes van die vogel. Zo mooi, en die schattige teentjes. En hier, de verstelschroeven van een contrabas in de rug van die vogel, om de snaren te spannen. Dat is toch mooi!<\/p>\n<p>Een van de laatste tekeningen die ik heb gemaakt staat nu op de nieuwjaarskaart voor 2007 van Eva en mij.\u2019 Hij laat hem zien. \u2018Op een tafel staat een heel klein maal klaar, in een minuscule kom, voor een heleboel personen: een mannetje, een ratje, een soort kabouter met een puntmuts, een hondje, een vogel met alweer van die sierlijke pootjes. Ikzelf sta er ook op, ik ben dat mannetje linksonder dat zijn hand heft om te laten weten: ik wil \u00f3\u00f3k nog wat!<\/p>\n<p>Vroeger leidde een idee tot woorden, nu tot een tekening.\u2019<\/p>\n<p>Hij denkt even na en zegt: \u2018Eigenlijk vind ik die heel erg korte verhalen het leukst. Het zijn bijna tekeningen. De allerkortste gaat over het vangen van een brood, \u2018Da nobis panem quotidianum hodie\u2019. De titel is een zin uit het Onze Vader in het latijn. Het staat in Oude geschiedenis van Pa. Hij pakt het boek erbij en draagt het voor met zijn karakteristieke, nasale stem: \u2018Hij ging uit om de dagelijkse kost voor hemzelf, zijn vrouw en kinderen te vangen. Het kostte hem \u00e9rg veel moeite maar eindelijk schoot hij zijn prooi. Bezweet gaf hij die aan zijn vrouw. \u201cMaar het is een brood,\u201d zei ze. \u201cJa,\u201d zei hij, \u201cen je hoeft er niets meer aan te doen, het is al geb\u00e1kken!\u201d\u2019<\/p>\n<p>Biesheuvel lacht. \u2018Ja, die hele korte liggen me wel goed. Dit is een soort gedicht, een absurd gedicht.\u2019<\/p>\n<p>Over v\u00e9\u00e9l schrijven gesproken: Biesheuvel weet inmiddels dat hij aanvankelijk niet tot de kanshebbers op de P.C. Hooftprijs werd gerekend. De namen die werden genoemd waren A.F.Th. van der Heijden, Jeroen Brouwers en Arnon Grunberg. Biesheuvel: \u2018Die hebben allemaal heel veel geschreven. Ik vind het helemaal niet nodig om zo krankzinnig veel te schrijven. Al ging het schrijven mij ooit ook heel gemakkelijk af. Ik zat een tijdje met Eva te praten, kreeg een idee, rende naar boven en draaide een vel papier in mijn Remington. Dan ging het van drrrmmm, drrmm, drmmm, en daarna whamm, de hendel van de wagen,\u2019 \u2013 hij doet enthousiast de bewegingen na \u2013 \u2018en weer drrmm. Ik noemde die schrijfmachine, vrij naar Johnny the Selfkicker de samopisatel, de zelfschrijver. Ik schreef tien bladzijden in anderhalf uur!<\/p>\n<p>Weet je wie ik de beste Nederlandse schrijvers vind? Nescio, Elsschot en Gerard Reve. Als ik dat zeg, vragen mensen mij: en W.F. Hermans dan? Dan antwoord ik: nee, voor mij zijn het deze drie. Over mij zeggen critici soms dat er geen ontwikkeling in mijn werk zit. Daar haal ik mijn schouders over op. Ik zeg, net zoals Gerard Reve spitsvondig opmerkte: ik kan toch niet iemand anders herhalen?\u2019<\/p>\n<p>\u2018Ik was vaak als gast bij het Nescio-lees\u00adclubje. Ik heb daar weleens verhalen voorgelezen. \u201cHet wonder\u201d bijvoorbeeld. Over een reisje op mijn veertiende met mijn vader naar de Vogezen en het vinden van de aardas. Dat vonden ze erg mooi. Het \u00eds ook mooi, net zoals \u201cBrommer op zee\u201d. In \u201cHet wonder\u201d laat ik mijn vader zeggen: \u201cIk denk dat die aardas in het verre Java naar buiten komt. Aan die kant moet ie ook eens nodig gesmeerd worden.\u201d En zoals mijn vader zei, nadat hij met zijn hand de aardas had gevoeld: \u201cDe mythe gebiedt nu Gods hand te voelen, maar ik voel helemaal niets!\u201d Ach, mijn vader.<\/p>\n<p>De Nescio-club bestaat niet meer, maar destijds maakten we een keer per jaar een tochtje op een stoomboot door de landschappen van Nescio, over de Vecht of door Noord-Holland. Ik mocht vaak aan het roer staan. Dan kwamen we op Het IJ en de boot ging enorm schommelen. \u201cWie staat er nu weer aan het stuur,\u201d vroegen de anderen. \u201cBies natuurlijk.\u201d Dat w\u00e1s ook zo. Ik zag die boeien niet tijdig want ik zie slecht. Ik ontweek ze op het laatste moment, en dat gaf rare schuivers. Maar ja, aan het roer staan is nu eenmaal een oude droom van me. Die geef je nooit op.\u2019<\/p>\n<p>\u2018Als ik een varkentje had, dan zou ze Sjaan moeten heten. Dat is een mooie naam, maar alleen als je het spelt als s.j.a.a.n., niet als Jeanne. Ik denk dat ik weet waar dat verlangen naar een varkentje vandaan komt. In de oorlog werd ik, om aan te sterken, ondergebracht in een boerderij in Maasland. Het was een kleine boerderij, met gras, hooi en voor de grap hielden ze varkens en biggetjes. Die liepen gewoon op het erf \u2013 tegenwoordig leven ze in een soort concentratiekamp. Ze kregen eten uit een hoge trog. De grote dieren konden daar bij, maar de kleintjes niet. Voor de biggetjes was er een soort opstapje. E\u00e9n varkentje sprong de trog in en begon daar, al zwemmend, gulzig te eten. Maar er was een grote zeug en die wipte hem er pardoes uit. Dat ben ik nooit vergeten. Misschien was het Sjaan wel.\u2019<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Beduusd hoorde Maarten Biesheuvel in december dat hij de P.C. Hooftprijs had gewonnen. De stroom idee\u00ebn en invallen is tegenwoordig opgedroogd, maar af en toe schrijft hij nog een verhaal, of maakt hij een tekening. En hij sleutelt aan zijn Verzameld Werk. \u2018 Ik b\u00e9n wellustig.\u2019<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[27],"tags":[1267],"acf":[],"author_name":"Martje Breedt Bruyn","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/120479"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=120479"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/120479\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Martje Breedt Bruyn","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=120479"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=120479"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=120479"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}