
 {"id":119699,"date":"2007-02-10T00:00:00","date_gmt":"2007-02-09T22:00:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/boven-het-maaiveld-special-kenniskapitaal\/"},"modified":"2007-02-10T00:00:00","modified_gmt":"2007-02-09T22:00:00","slug":"boven-het-maaiveld-special-kenniskapitaal","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/boven-het-maaiveld-special-kenniskapitaal\/","title":{"rendered":"Boven het maaiveld; SPECIAL KENNISKAPITAAL"},"content":{"rendered":"<p>Toptalenten in Nederland<\/p>\n<p>Pensioenen<\/p>\n<p>Ralph Koijen<\/p>\n<p>Lans Bovenberg, expert met internationale bekendheid op het gebied van vergrijzing en directeur van Netspar, over econoom Ralph Koijen: &#8216;Pensioenen en verzekeringen &#8211; niemand weet het, maar dat is een van de terreinen waarin Nederland wereldleider is. Denk aan bedrijven als ING en Fortis. En aan onze goedgevulde pensioenfondsen. Ralph Koijen levert daar een essenti\u00eble bijdrage aan.<\/p>\n<p>Zo jong als hij is, heeft hij zich verdiept in twee aspecten van de vergrijzing die nu hot issues zijn. Zijn specialisme is beleggen op de lange termijn: hoe kunnen pensioenfondsen zich indekken tegen inflatie? Verder houdt hij zich bezig met de voor- en nadelen van collectieve pensioenfondsen. En hoe kan meer keuzevrijheid binnen die fondsen eruitzien?<\/p>\n<p>Hij hielp het ABP bij het vaststellen van zijn langetermijnvisie. Zo zorgt hij ervoor dat ons pensioen gelijke tred houdt met de inflatie. Het ABP kondigde deze maand aan minder op de beurs te beleggen en meer in private equity. Door zijn aanwezigheid bij ABP heeft Ralph daar zijn steentje aan bijgedragen.<\/p>\n<p>Nu zit hij voor een jaar in de Verenigde Staten om zich te ontwikkelen en te verbreden. Dat is het walhalla van de economische wetenschap. Hij werkt er samen met de beste mensen op zijn gebied, is er een enorm netwerk aan het opbouwen.<\/p>\n<p>Ralph is goed in drie dingen: hij weet wat er speelt in de wetenschap, kent zijn vak uit de praktijk \u00e9n hij is ondernemend. Die combinatie noem ik de gouden driehoek. Een<\/p>\n<p>b\u00e8ta die dat allemaal in zich heeft, daar is een ernstig tekort aan.&#8217;<\/p>\n<p>RALPH KOIJEN LEEFTIJD 25 | STUDEERDE AAN Universiteit Tilburg, financi\u00eble econometrie | VAN\/TOT 1999-2003 | WERKZAAM ALS Ph.D. student (aio) | ADVIESFUNCTIE ABP<\/p>\n<p>Water<\/p>\n<p>Bas Jonkman<\/p>\n<p>Marcel Stive, hoogleraar Kustwater\u00adbouwkunde, wetenschappelijk directeur van het Water Research Centre Delft en lid van het Expertise Netwerk Waterkeringen, over waterbouwkundige Bas Jonkman: &#8216;Hoeveel mensen verdrinken er bij een overstroming? Dat is kort gezegd waar Bas Jonkman in is afgestudeerd en nu op promoveert.<\/p>\n<p>Jonkman heeft net zijn proefschrift ingeleverd. Hij geeft belangrijke informatie op grond waarvan nu beleid wordt gemaakt. Wat zijn de gevolgen en risico&#8217;s van overstromingen? Welke maatregelen kunnen we nemen om deze te reduceren? Het zijn belangrijke vragen, gegeven het feit dat we verwachten dat het in de toekomst vaker zal misgaan. Ze zijn ook steeds relevanter nu de overheid overweegt niet meer te investeren in het verhogen van dijken, maar evacueren als optie te nemen. Dan moet ze wel eerst de risico&#8217;s kunnen inschatten. Jonkmans model wordt nu meegenomen in die overweging. Voor zijn onderzoek dook hij in de archieven van de watersnoodramp in 1953, toen in Zeeland achttienhonderd mensen verdronken. In 2005 reisde hij naar New Orleans om daar data te verzamelen. Voor New Orleans was evacuatie zeer effectief, maar in de Nederlandse situatie is evacuatie van kustgebieden gedoemd te mislukken.<\/p>\n<p>Een hurricane zie je dagen van tevoren aankomen. Je kunt dan goed waarschuwen. Een dijkdoorbraak in Nederland verloopt waarschijnlijk anders. Het is dagen slecht weer, en niet zeker of er een overstroming zal komen. Als die dijk inderdaad doorbreekt, hebben mensen 24 uur om te evacueren. Dat is heel kort.<\/p>\n<p>Wat doe je als je hoort dat je je uit de voeten moet maken? Je rijdt eerst naar huis om je dierbaren op te halen en dan vertrek je. Dat veroorzaakt gigantische files. Er komen allerlei sociologische en psychologische factoren bij kijken. Ook die onderzocht Jonkman.<\/p>\n<p>In de wetenschap hebben veel mensen moeite met breed denken. Het is vaak mierenneuken. Deze jongen heeft de eruditie om breed te kunnen kijken, over de grenzen van de wetenschappen heen. Dat maakt hem bijzonder.&#8217;<\/p>\n<p>BAS JONKMAN LEEFTIJD 29 | STUDEERDE AAN TU Delft | VAN\/TOT 1995-2001 | PROMOTIE 2002-2007, proefschrift: &#8216;Loss of life estimation in flood risk assessment&#8217;, onderzoek naar slachtoffers ten gevolge van overstromingen | WERKZAAM ALS Specialist Veiligheid Hoogwater, bij Rijkswaterstaat<\/p>\n<p>Duurzaamheid<\/p>\n<p>Nicole van Dam<\/p>\n<p>Louise Vet, professor in evolutionaire ecologie en directeur van het Neder\u00adlands Instituut voor ecologie (NIOO-KNAW), over chemisch ecoloog Nicole van Dam: &#8216;Planten zijn niet alleen de longen van onze aarde, ze zijn ons belangrijkste voedsel. Tegen insecten en andere organismen die hen bedreigen, brengen ze chemische verdediging in stelling: ze produceren de meest toxische stoffen op aarde om hun belagers van het lijf te houden en, als ze worden aangevallen, bovendien aantrekkelijke geurstoffen die de vijanden van hun vijanden aantrekken. Er zijn in de natuur daardoor weinig problemen met insectenplagen. Wel in de landbouw, waar we meestal minder resistente planten gebruiken, die door de kwekers vooral zijn veredeld op productieverhoging of op mooi, groot of lekker. Een insectenplaag gaan we dan te lijf met chemische bestrijdingsmiddelen, met alle nadelen voor mens en natuur. In 2000 heeft het NIOO-KNAW een nieuwe groep gestart om de nog onbekende interactie tussen het boven- en ondergrondse voedselweb te onderzoeken en vooral de rol die de verdediging van planten hierbij speelt. We lopen hiermee voorop in de wereld. Nicole van Dam is als vooraanstaand chemisch ecoloog een spil in dit onderzoek. Ze was de eerste chemisch ecoloog die de effecten van ondergrondse vraat op bovengrondse voedselketens nauwkeurig in kaart heeft gebracht; nu volgen anderen en is het belang ervan breed doorgedrongen. Kennis over de koppeling van ondergrondse en bovengrondse ecologische processen is \u00f3\u00f3k van belang voor natuurontwikkeling en natuurbehoud. En om, bijvoorbeeld, de ecologische risico&#8217;s van genetisch gemodificeerde planten te bepalen, een risico dat nog nooit in de bodem is onderzocht.<\/p>\n<p>Voor haar onderzoek ontving Nicole van Dam een prestigieuze VIDI-beurs van NWO. Haar publicaties worden internationaal gretig ontvangen en goed geciteerd, en ze is een geliefd en enthousiast spreker op internationale congressen. Ze is een internationale topper op haar vakgebied.&#8217;<\/p>\n<p>NICOLE VAN DAM LEEFTIJD 41 | STUDEERDE AAN Universiteit Wageningen | VAN\/TOT 1984-1990 | POST-DOCTORAAL ONDERZOEK Universiteit Leiden (1994-1995), University of California Riverside (1995-1997), Max Planck Instituut voor Chemische Ecologie, Jena (1997-2000), NIOO-KNAW (2000-2003) | PROMOTIE 1990-1995, Universiteit Leiden | Proefschrift &#8216;Production, distribution, and function of secondary metabolites&#8217; | WERKZAAM ALS Research scientist (sinds 2005 Senior Research Scientist) bij het NIOO-KNAW<\/p>\n<p>Ruimtevaart<\/p>\n<p>Marco Beijersbergen<\/p>\n<p>Johan Bleeker, hoogleraar Ruimte\u00adon\u00ad\u00adder\u00ad\u00ad\u00adzoek aan de Universiteit van Utrecht en tot eind 2003 directeur van SRON (het Nederlandse Instituut voor Ruim\u00adte\u00adonderzoek), over Marco Beijers\u00adbergen: &#8216;Ik heb hem in 1997 voor het eerst ontmoet in zijn rol als technisch-wetenschappelijk consultant bij ESTeC tijdens de bouw van een grote Europese r\u00f6ntgen-ruimtelescoop. Marco was toen een jonge postdoc en viel niet alleen op door zijn grondige fysische kennis van instrumentele concepten, maar ook door zijn belangstelling voor nieuwe technologie. Zijn drive was toen al duidelijk: een optimale synthese tot stand brengen tussen wetenschap en innovatieve technologie. De ontwikkeling van fysische instrumentatie voor de ruimtevaart (zijn leeropdracht als bijzonder hoogleraar aan de Universiteit Leiden) is daarvoor de ultieme uitdaging. Marco&#8217;s ondernemingsgeest en eigen visie resulteerden, onvermijdelijk, in het opzetten van een eigen bedrijf, cosine Holding, hij wilde geen &#8220;pareltje&#8221; blijven in de kroon van een of ander consultancybureau. Marco vormt de spil van alle activiteiten: acquisitie, organisatie, meewerkend voorman en coach, inhoudelijk klankbord. Een opmerkelijke combinatie van affiniteit met wetenschap, toptechnologie en ondernemerschap. Cosine voert hoofdzakelijk onderzoeks- en ontwikkelingsopdrachten uit voor Europese ruimtevaartprojecten van ESA. Daarin vormt het een brug tussen de wetenschap en bedrijven die zijn gespecialiseerd in technologie en engineering. Het bedrijf ontwikkelt, simuleert en test optica voor ruimtetelescopen en speelt een centrale rol in de ontwikkeling van revolutionaire nieuwe technieken voor het maken van scherpe afbeeldingen in r\u00f6ntgenlicht. Het doorontwikkelen van deze techniek kan op korte termijn leiden tot de mogelijkheid om ruimtetelescopen te bouwen die, met hetzelfde gewicht, meer dan tienmaal het lichtverzamelend oppervlak hebben en veel scherper r\u00f6ntgenbeelden maken dan tot nu toe mogelijk leek.&#8217;<\/p>\n<p>MARCO BEIJERSBERGEN LEEFTIJD 38 | STUDEERDE AAN Universiteit Delft (1987-1988, propaedeuse Technische Natuurkunde), Universiteit Leiden (1988-1991, doctoraal Experimentele Natuurkunde) | PROMOTIE 1991-1996, Universiteit Leiden, proefschrift &#8216;Phase singularities in optical beams&#8217; | WERKZAAM ALS Directeur-eigenaar van cosine Science &#038; Computing BV en cosine Research BV (sinds 2000) en bijzonder hoogleraar Fysica van Ruimtevaartinstrumentatie aan de Universiteit Leiden (sinds 2005) | MEDEUITVINDER VAN silicium gaatjeslenzen voor r\u00f6ntgenstraling (2001)<\/p>\n<p>Hightech systemen<\/p>\n<p>Dave Blank<\/p>\n<p>Frans van Vught, ex-rector en bestuursvoorzitter Universiteit Twente, thans topadviseur Europese Commissie en lid van het Innovatieplatform, over nanotechnoloog Dave Blank: &#8216;De combinatie van nanotechnologie en materiaalwetenschappen is een van de aantrekkelijkste en meest innovatieve vakgebieden in de hightech sector. Daar wordt bijvoorbeeld gewerkt aan stoffen met ingebouwd geheugen: denk maar aan een overhemd dat de drager automatisch zijn medicijnen toedient. Dat is allemaal niet zo heel ver weg. Daves grootste verdienste is dat hij materialen heeft voorzien van een compleet nieuwe wetenschappelijke benutting, waardoor dit soort futuristische toepassingen mogelijk worden.<\/p>\n<p>Met het MESA+ instituut behoort Neder\u00adland internationaal tot de top vijf op het gebied van de nanotechnologie. Als weten\u00adschap\u00adpelijk directeur van het instituut neemt Dave dus een belangrijke positie in. Hij is bij uitstek iemand die de koppeling tussen fundamenteel academisch onderzoek en praktische toepassingen kan maken. Hij is begonnen op de LTS en is via de MTS en de HTS opgeklommen, gepromoveerd en uiteindelijk hoogleraar geworden. Die motivatie om het allerhoogste te bereiken, vind ik prachtig.<\/p>\n<p>In Nederland is een tekort aan technisch opgeleiden, dus we moeten heel veel doen om te zorgen dat de generatie hierna internationaal ook kan meedoen. Dave heeft de motivatie om anderen daarbij te betrekken; hij is erg begaan met onderwijs, met leerlingen en studenten. Hij is niet voor niks hoofdredacteur van www.natuurkunde.nl, hij heeft aan de wieg gestaan van de nieuwe bacheloropleiding Advanced Technology aan de Universiteit Twente en is lid van de adviesraad van het ROC van Twente. Dave heeft een groot hart voor de toekomst.&#8217;<\/p>\n<p>DAVE BLANK LEEFTIJD 54 | STUDEERDE AAN HTS Enschede | VAN\/TOT 1972-1976 | PROMOTIE 1987-1991, Universiteit Twente, proefschrift over hoge temperatuur supergeleidende dunne lagen | WERKZAAM ALS hoogleraar anorganische materiaalkunde, faculteit Technische Natuurwetenschappen, Universiteit Twente | NU wetenschappelijk Directeur MESA+ Instituut voor Nanotechnologie<\/p>\n<p>Creatieve industrie<\/p>\n<p>Arjan Brussee<\/p>\n<p>Erwin van der Zande, hoofdredacteur van techlifestyle magazine Bright, over Arjan Brussee: &#8216;Nederland is echt een kikkerlandje als het gaat om games. Arjan is onze rots in de branding. Hij werkt nu aan Killzone 3 voor de Playstation 3 spelcomputer die in maart op de markt komt. Het budget daarvan is hoger dan dat voor de film Zwart\u00adboek. Twee jaar geleden kwamen hij en zijn team met zijn grootste klapper: het actiespel Killzone voor de Playstation 2.<\/p>\n<p>Daar zijn wereldwijd twee miljoen exemplaren van verkocht. Dan tel je mee. Brussee was op het juiste moment op de juiste plaats. Zijn doorbraak was in 1994 met platformspel Jazz Jackrabbit. Hij richtte Orange Games op, dat in 2000 opging in Lost Boys Games. Twee jaar later werd het Guerrilla, dat eind 2005 onderdeel werd van Sony en exclusief titels voor het Playstation-platform ontwikkelt. Hij heeft een talent voor games, maar ook zakelijk inzicht. Er lijkt soms een minderwaardigheidscomplex te bestaan als het om grote mediaproducties gaat: we wachten wel wat er uit de VS of Japan komt. Maar dat hoeft helemaal niet. Big Brother is een succesvol exportproduct. Een vriendensite als Hyves is ook populair in Brazili\u00eb. En in Nederland kunnen we dus ook een gamehit maken. Aan Killzone 3 werken nu honderdtwintig mensen van over de hele wereld in Amsterdam. Je hoeft niet groot te zijn om iets groots te maken. Je moet geloven in eigen kunnen. Voor mij is Arjan een inspirerend voorbeeld.&#8217;<\/p>\n<p>ARJAN BRUSSEE LEEFTIJD 34 | EERSTE GAME 1994, &#8216;Jazz Jackrabbit&#8217; | EIGEN BEDRIJF 2002, Guerrilla | GROOTSTE GAME 2004, &#8216;Killzone&#8217; | OVERNAME 2005, gekocht door Sony | NU BEZIG MET &#8216;Killzone 3&#8217;<\/p>\n<p>Life sciences<\/p>\n<p>Menno de Jong<\/p>\n<p>Jaap Goudsmit, hoogleraar armoede-gerelateerde infectieziekten AMC en wetenschappelijk directeur Crucell Holland BV, over Menno de Jong: &#8216;Talentvol zijn is een etiket dat op iemand wordt geplakt. In een land als het onze brengt dat risico&#8217;s met zich mee. De wereld om de talentvolle heen ontleent aan het etiket alleen al het gevoel dat het etiket zelf indirect betekent dat de anderen tot de vermaledijde massa der minder getalenteerden behoren. Kritiek op de uitverkorenen is makkelijk omdat ze hun uitverkiezing nog zullen moeten meemaken. De schoonheid van de loopbaan van de talentvolle is alleen achteraf te meten. De meesten zullen het niet waarmaken, een enkeling wel.<\/p>\n<p>Daarom heb ik iemand uitgekozen die het nu, zo&#8217;n tien jaar na zijn promotie, lijkt waar te maken. Dat is Menno de Jong. Hij is gepromoveerd op het AMC op een proefschrift over het falen van aids-behandeling. Menno is arts en medisch microbioloog. Hij is weggegaan uit het AMC om in Vietnam te gaan werken en precies op dat moment brak de storm van vogelgriep los. Hij was op de goede plaats op het goede moment, een eigenschap die de talentvolle toevalt, maar niet bij toeval. Een talent beschikt over serendipiteit, gedefinieerd volgens Merton &#038; Barber als &#8220;de gelukkige combinatie van wijsheid en geluk waarbij iets niet geheel per ongeluk wordt ontdekt&#8221;.<\/p>\n<p>Menno publiceerde in de laatste twee jaren vanuit Vietnam drie artikelen in het beste medische tijdschrift van de Verenigde Staten, The New England Journal of Medicine, en \u00e9\u00e9n in Nature Medicine, het beste van Europa. Elk van die artikelen is een mijlpaal in het onderzoek naar vogelgriep, waarbij Menno ingenieus gebruikmaakte van de technieken die hij had geleerd en toegepast tijdens zijn aids-onderzoek. Nederland kan er trots op zijn zo&#8217;n talent te hebben voortgebracht.&#8217;<\/p>\n<p>MENNO DE JONG LEEFTIJD 43 | STUDEERDE AAN Universiteit van Amsterdam | VAN\/TOT 1982-1996 | PROMOTIE 1990-1996 AMC Amsterdam, proefschrift over medicijngebruik bij hiv-1 infecties | SPECIALISATIE 1996-2000 microbiologie | WERKZAAM ALS 2000-2003 Arts-microbioloog, LUMC Leiden\/AMC Amsterdam | NU Hoofd virologie-lab, Hospital for Tropical Diseases Ho Chi Minh City (Vietnam)<\/p>\n<p>Voeding<\/p>\n<p>Rob van Dam<\/p>\n<p>Martijn Katan, hoogleraar voedings\u00adleer aan de Vrije Universiteit Amster\u00addam, over Rob van Dam: &#8216;Door de toenemende vetzucht, massaal, wereldwijd, neemt ook diabetes snel toe. Het gaat om zulke grote aantallen mensen, dat er nooit genoeg geld zal zijn om de lichamelijke gevolgen daarvan op te vangen. We moeten dus voorkomen dat mensen dik worden. En als ze dik worden, onderzoeken hoe je dan toch diabetes kunt voorkomen.<\/p>\n<p>Rob van Dam is daarmee bezig. Hij heeft een gedeelde aanstelling aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en aan Harvard University in Boston; de kern van zijn onderzoek is de vraag hoe je kunt voorkomen dat mensen diabetes krijgen.<\/p>\n<p>Ik vind hem vooral bijzonder vanwege de manier waarop hij aan zijn onderzoeken werkt. Voor onderzoek op het gebied van voeding en gezondheid moet je de materie van verschillende kanten attaqueren. Van Dam doet dat. Hij was student in Wageningen toen ik daar werkte en ik heb hem aanbevolen bij mijn collega in Harvard voor een stage. Die waren zo tevreden dat ze hem hebben gehouden. Van huis uit is Rob van Dam epidemioloog. Maar hij gaat niet alleen achter de computer zitten, hij doet ook experimenten en genetische studies. Die breedheid heb je nodig in een toegepast vak als voeding.<\/p>\n<p>Hij heeft nu al een publicatierecord waar een ouder iemand jaloers op kan zijn. Of hij bij de diabetes blijft, weet ik niet. Maar er is zat te ontdekken als je aanpakt en je gelooft niet zonder meer wat anderen zeggen. Met die instelling kan hij ver komen.&#8217;<\/p>\n<p>ROB VAN DAM LEEFTIJD 31 | STUDEERDE AAN Universiteit Wageningen (Voeding en Gezondheid) | VAN\/TOT 1993-1998 | PROMOTIE 1998-2003, onderzoek uitgevoerd bij het RIVM en de Harvard School of Public Health, promotie bij de faculteit geneeskunde, VU Amsterdam; proefschrift: &#8216;Diet, physical activity, genetic susceptibility, and risk for type 2 diabetes&#8217; | WERKZAAM ALS Onderzoeker Diabetes Epidemiologie, RIVM | NU Universitair Docent, Instituut voor Gezondheids\u00adwetenschappen, VU Amsterdam (sinds 2002), Research Scientist, Department of Nutrition, Harvard School of Public Health (sinds 2005), Assistant Professor, Channing Laboratory, Harvard Medical School and Brigham and Women&#8217;s Hospital (sinds 2006)<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Volgens de overheid is Nederland sterk \u00e9n veelbelovend op een aantal sleutelgebieden als water, creatieve industrie, voedsel, hightechsystemen, life sciences, pensioenen, duurzaamheid en ruimtevaart. Acht gezichtsbepalende en gearriveerde deskundigen op dit gebied wijzen hun meest vernieuwende Nederlandse vakgenoot aan. Wie zijn onze nieuwe toptalenten?<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[27,405],"tags":[],"acf":[],"author_name":"Barbara van Erp, Hidde van den Brink, Juliette Berkhout","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/119699"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=119699"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/119699\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Barbara van Erp, Hidde van den Brink, Juliette Berkhout","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=119699"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=119699"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=119699"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}