
 {"id":119327,"date":"2007-02-17T00:00:00","date_gmt":"2007-02-16T22:00:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/verteld-verdriet\/"},"modified":"2007-02-17T00:00:00","modified_gmt":"2007-02-16T22:00:00","slug":"verteld-verdriet","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/verteld-verdriet\/","title":{"rendered":"Verteld verdriet"},"content":{"rendered":"<p>Beschouwing \/ De weduwe van Louis Ferron<\/p>\n<p>Wie een persoonlijk verhaal vertelt over verlies, verdriet, rouw, weet zich van een aandachtig gehoor verzekerd. Ver\u00admits je datzelfde verhaal niet bl\u00edjft vertellen, zoals benevelde stamgasten in een uitspanning wel eens plegen te doen. Verteld verdriet heeft een hoge eenmaligheidswaarde, hoe universeel van aard ook.<\/p>\n<p>Toch bevatten juist zulke verhalen de adem van het echte, van onversneden authenticiteit, van iets dat ons raakt, misschien vrees inboezemt, maar niettemin van a tot z fascineert. Vraag een willekeurige lezer naar zijn favoriete boek uit het oeuvre van een schrijver en in de meeste gevallen komt hij aan met titels als Tussen mes en keel en Schaduwkind. Zo krachtig kan het autobiografische verhaal zijn: een prismakijker gericht op het bestaan van de ander, die we denken te zijn, verlangen te zijn of juist vrezen te zijn.<\/p>\n<p>Eigenlijk kan het alleen misgaan als de spreker zo\u2019n verhaal nadrukkelijk gaat vormgeven. Dat geldt a fortiori voor de schrijver. Tegelijkertijd zal juist hij zich bekommeren om die vormgeving, vooral bij zo\u2019n autobiografisch verhaal met het keurmerk van ellende. Juist hij weet dat hij het aan zijn stand of roeping verplicht is iets anders te doen dan lineair, zonder gezochte metaforiek, welhaast documentair, als een groot registerend oog zo\u2019n verhaal te vertellen. Zo bezien is het schrijven van zo\u2019n boek \u2013 al wens je niemand de aanleiding toe \u2013 de ultieme test, de lakmoesproef: wie komt verder dan een getuigenis?<\/p>\n<p>We zijn alleen al in de Neder\u00adlandse literatuur schitterende rouwverhalen rijk. Recentelijk: I.M. van Connie Palmen, Taal zonder mij van Kristien Hemmerechts en Schaduwkind van P.F. Thom\u00e9se. Buiten de taalgrens is het genre ook schier onuitputtelijk: van Simone de Beauvoirs Un mort tr\u00e8s douce tot Joan Didions The Year of Magical Thinking.<\/p>\n<p>Schitterend, schreef ik, omdat de aanduiding \u2018verkillend tot op het bot\u2019 niet op al die literaire hoogtepunten van toepassing is. Ik begrijp donders goed waarom literaire schrijvers voor een literaire oplossing kozen, het is ook bijna naar afspraak tussen de geconditioneerde literatuurlezer en de literaire auteur: schijnbare afstand via een onverwacht perspectief is wat we van de literatuur verwachten.<\/p>\n<p>Maar toch knaagt het tijdens lezing als een schrijver zo\u2019n intiem onderwerp wat te veel verliteratuurt, zich in die deplorabele omstandigheden toont als iemand die zich vooral bekommert om de literaire traditie. \u2018Rouw is rauw,\u2019 schreef Connie Palmen naar waarheid in haar emotionerende, autobiografische roman I.M. En het rauwe mag niet uit het zicht of buiten de gevoelservaring raken door de kunst. Dan laadt de schrijver de verdenking van onwaarachtigheid op zich.<\/p>\n<p>Hachelijke woorden, besef ik als ik ze overlees. Het is een dunne grens die per geval opnieuw getrokken moet worden. Slechts een intimus kan beoordelen of een schrijver niet integer met zijn onderwerp omgesprongen is. Buitenstaanders reppen daarom beter over twijfel aan de waarachtigheid, om het gevoel te benoemen dat je een te gemanipuleerde tekst over persoonlijk verdriet leest.<\/p>\n<p>Vermoedelijk werp ik zoveel reserves en bezwaren op tegen het rouwgenre, omdat ik bij zulke boeken geneigd ben mijn literaire eisenpakket minder publiekelijk in stelling te brengen. Kritiek op andermans verdriet kun je beter voor je houden, dicteert de beschavingscode. Ook al staat er \u2018roman\u2019 op het schutblad. De beste oplossing trof ik aan in de boekenkast van een schrijfster die ik eens interviewde. Die beschikte over een plankje \u2018leed\u2019, veelal egolectuur en tranentrekkende geschriften die haar door diep meevoelende lezers waren toegestuurd.<\/p>\n<p>Dat is een fraaie oplossing, omdat het verdrietgenre zo diffuus is. Niet alleen in de zin van literair en niet-literair verbeeld, vernieuwend als I.M. of juist conventioneel. Ook is er een wereld van verschil tussen de getuigenis, de rouwliteratuur, de sterfbedbeschrijvingen, de persoonlijke biografie en het relaas van de melancholieke verweesde na het grote verlies.<\/p>\n<p>Lilian Blom, auteur van De tuinkamer, koos voor de niet-pretentieuze aanpak. De aanduiding \u2018roman\u2019 ontbreekt. Het is, staat op de omslag, gewoonweg \u2018haar eerste boek\u2019. Dat lijkt mij niet alleen een kwestie van bescheidenheid, haar onderwerp is immers de schrijver Louis Ferron (1942-2005), naast wie een zekere nederigheid past. Ook geeft het, vermoed ik, aan dat ze niets wilde verzinnen. Het is de waarheid, haar waarheid \u2013 twintig jaar lief en leed gedeeld \u2013 en die is genoeg.<\/p>\n<p>\u2018Eerlijk\u2019 is een buitenliterair criterium, maar ik kan en wil er in mijn waardering van De tuinkamer niet omheen. Zo zal het geweest zijn, geen moment twijfelde ik aan de waarachtigheid bij al die sc\u00e8nes uit een huwelijk. Temeer omdat Blom de intimiteit tussen Ferron en zichzelf toont door hun wat kinderlijke manier van communiceren weer te geven. Voor de buitenwereld is dat even curieus als volwassen mannen die hun geliefde \u2018baby\u2019 noemen of, zoals het echtpaar Durlacher-de Winter ooit in een interview hun beider koosnaam prijsgaf: \u2018poep\u2019.<\/p>\n<p>Terug naar Blom en Ferron, en het boek over zijn sterfbed en hun relatie. Zij is de Jiddische mamma, hij is het berouwvolle jongetje. Zij beschrijft hem voortdurend met diminutiefjes: \u2018Zijn beentjes bungelden.\u2019 Hij is \u2018die kleine\u2019, \u2018die slome\u2019. Steeds portretteert Blom hem als een jongetje, ontwapenend als hij kennelijk in hun relatie kon zijn.  \u2018Hij roerde in zijn kopje en keek me aan als een klein jongetje dat om vergeving van zijn moeder smeekt.\u2019<\/p>\n<p>Uiteraard is hun beider voorgeschiedenis debet aan de rollen die ze voor elkaar vervulden. Zij gedeeltelijk joods, hij Duits maar als buitenechtelijk WO-II kind in neerdrukkende omstandigheden in de Haarlemse Bomenbuurt opgegroeid. De tuinkamer getuigt niet alleen van Ferrons echtelijke leven, maar ook leest het boek als een persoonlijke biografie van Ferron. Het wordt duidelijk hoezeer Ferrons jeugd zijn latere leven gekleurd en voor een groot deel versjteerd heeft.<\/p>\n<p>De tuinkamer deed mij nog het meest, in positieve zin, denken aan het onsentimentele miniatuurtje van Anne Philipe, Le temps d\u2019un soupir. Ook dat boek leest als de intieme biografie van haar man de kunstenaar, in dit geval de innig beminde Franse acteur G\u00e9rard Philipe. Net als Anne Philipe haalt Lilian Blom Ferron als het ware naar zich toe, pelt ze de schil van zijn roem in de buitenwereld af en toont ze hem als hoe hij werkelijk was. Hij: \u2018Weet je, lief, ik ben niet van nu, ik ben van vroeger. Jij bent van nu&#8230; maar ook van vroeger.\u2019 Verderop: \u2018En niemand leest me.\u2019<\/p>\n<p>Blom toont navrant hoe ze hengelt naar een openlijke, verbale liefdesbetuiging, die hij haar almaar onthoudt. Vooral dat blijkt het grote verschil tussen hen: hij komt van Mars, zij van Venus. Hebben ze weer ruzie, maken ze het goed met stomende seks in de echtelijke sponde, wil ze het alsnog uitpraten! Hij: \u2018Lil, ik ben geen pr\u00e1ter. Vrouwen willen altijd praten. Alles moet uitgemolken worden. Het is nu toch weer goed?\u2019 Zij, streng: \u2018Nee, lieve schat, het was lekker maar deze afloop is niet bevredigend.\u2019<\/p>\n<p>Toch krijgt Lilian haar liefdesbetuiging als Louis op zijn sterfbed zegt dat hij \u2013 hij kampt met geheugenverlies \u2013 alle vrouwen Lil gaat noemen, omdat hij haar naam niet uit zijn geheugen wil wissen, \u2018zelfs als ik dood ben.\u2019 Haar reactie houdt ze wijselijk voor zich: \u2018Toch nog een liefdesverklaring, bedenk ik, terwijl mijn hart een kort, doch hevig luchtsprongetje maakt. Ik weet tevens dat ik hem met deze onverwachte betuiging niet moet confronteren, want dan gaat hij het afzwakken om maar vooral geen sentimentaliteit op te roepen.\u2019<\/p>\n<p>Het zijn de indringende details, zorgvuldig gekozen en krachtig aangewend, die het ontroerende De tuinkamer een eigen literaire glans verlenen. Het meisje in de supermarkt dat, terwijl Ferron aan het doodgaan is, \u2018nog een prettige dag\u2019 wenst. Ferron die almaar grappen maakt over apen. In het caf\u00e9 zegt hij zoiets als: nu nog een glas bier en dan ga ik een aap kopen. Aan het eind van De tuinkamer komen we er, met Lilian Blom, achter dat een mottig poppenkastaapje, hem meegeven door zijn liefhebbende Duitse surrogaat-moeder toen hij alleen met een koffertje op de trein naar Nederland werd gezet, zijn tederste, meest verborgen gehouden jeugdherinnering belichaamde. Die gebeurtenis markeerde de dramatische breuk in zijn leven: verbannen uit het paradijs, waar oprecht van hem gehouden werd, naar het morose Haarlem, waar zijn kille natuurlijke moeder op hem wachtte. Naar de kleinburgerlijke Bomenbuurt, die hem nooit meer zou verlaten, getuige de wijze waarop hij zijn eten verorbert: \u2018Hij schepte een grote hoeveelheid aardappelen en een klein schepje groenten op zijn bord, sneed het vlees in kleine stukjes en begon daarna alles gedachteloos door elkaar te prakken.\u2019<\/p>\n<p>Het blijft speculeren hoe de oude huzaar Ferron d\u2019outre tombe zou oordelen over De tuinkamer. Mijn inschatting is dat hij er menig glas op zou heffen. Gelijk heeft ie.<\/p>\n<p>Lilian Blom, \u2018De tuinkamer\u2019, De Bezige Bij, 160 pagina\u2019s, \u20ac 17,50<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Rouw is een lastig genre: welke schrijver komt verder dan een getuigenis zonder het te veel te \u2018verliteraturen\u2019? Lilian Blom deelde twintig jaar lief en leed met schrijver Louis Ferron en koos in haar boek De tuinkamer voor de niet-pretentieuze aanpak.<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[293,27],"tags":[],"acf":[],"author_name":"Jeroen Vullings","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/119327"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=119327"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/119327\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Jeroen Vullings","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=119327"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=119327"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=119327"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}