
 {"id":118905,"date":"2007-03-10T00:00:00","date_gmt":"2007-03-09T22:00:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/de-sekteleider\/"},"modified":"2007-03-10T00:00:00","modified_gmt":"2007-03-09T22:00:00","slug":"de-sekteleider","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/de-sekteleider\/","title":{"rendered":"De sekteleider"},"content":{"rendered":"<p>Beschouwing \/ Ontboezemingen van J.J. Voskuil<\/p>\n<p>Pas bij hernieuwde kennismaking beseffen we hoezeer we in loop der jaren vertrouwd met hem zijn geraakt en hoezeer we hem gemist hebben: J.J. Voskuil (1926), de eigenzinnige schrijverspersoonlijkheid achter zijn debuut Bij nader inzien en de roman-in-afleveringen Het Bureau. In de bundel \u2018portretten en herinneringen\u2019 Onder andere, die leest als toegift bij een oeuvre, bedient Voskuil zich niet meer van zijn alter ego Maarten Koning. Evenmin maakt zijn vrouw Nicolien haar opwachting. Maar de ik-persoon en zijn niet-fictieve L. (Lousje) reageren net zo op de hen omringende werkelijkheid als we gewend zijn van het echtpaar Koning, zoals opgetekend door Maarten\/Voskuil.<\/p>\n<p>Dan doel ik nog niet eens op de vele, tot in detail opgetekende echtelijke ruzies, ditmaal onder meer over hoe je principieel een ontbijt prepareert en de ordentelijke wijze van stofzuigen \u2013 met het minste risico op beschadiging van L\u2019s ge\u00ebrfde spinnewiel. Even karakteristiek is de afstandelijkheid van de ik-persoon bij menselijk contact. Zelfs in het buurtrestaurant, waar ober Piero de bestelling komt opnemen: \u2018Ik geef hem een hand. \u201cHoe is het?\u201d vraagt hij. L. antwoordt dat we met vakantie zijn geweest. Het is allemaal net iets te intiem.\u2019 Typerend is ook het onversneden negatieve oordeel: \u2018Ik nam goulash. Het was uitgesproken smerig.\u2019 En uitermate herkenbaar is de drukte om bijzaken. De Westertoren zwiept, zegt een vriend, die op bezoek is. Voskuil gaat direct de encyclopedie erbij halen. Hij kijkt daarin bij de afdeling Burgerlijke bouwkunde, maar vindt niets. Toch vindt er dan nog een verwoede discussie plaats of een toren wel of niet kan zwiepen.<\/p>\n<p>Een mens verandert niet, zegt Voskuil tweemaal in Onder andere. Dat is een merkwaardige uitspraak, want de naar hem gemodelleerde Maarten Koning verandert juist wel in Het Bureau. Eerst wordt hij sympathieker en kwetsbaarder, daarna ronduit antipathiek, terwijl de andere ruim tweehonderd personages vrijwel hetzelfde blijven. Vermoedelijk bedoelt Voskuil dat een mens trouw aan zichzelf blijft \u2013 toch even iets anders dan \u2018niet veranderen\u2019.<\/p>\n<p>Geen beter middel om Voskuils trouw aan zijn literaire zelf te meten dan door de mieters-test. Mieters: de nuffige uitdrukking die danig opgeld doet in Bij nader inzien. Mieters: het \u2018cool\u2019 van de naoorlogse student. Het is even wachten, tot pagina 138 van Onder andere, waar het eerste \u2018mieters\u2019 weerklinkt: \u2018\u201dMozart heeft iets van een charlatan,\u201d gaf ik toe. \u201cHij is heel mieters, maar al wel een charlatan.\u201d\u2019 Maar daarna is het je reinste hitbingo: mieters verlaten, mieterse lamp, mieters portret, mieters stil, mieterse vent, mieters huis, en heel veel: verdomd mieters. Ik heb geturfd, \u2018mieters\u2019 passeert in Onder andere veertig keer.<\/p>\n<p>Een dialoog tussen huisvriend Kees (de broer van Frida Vogels) en Voskuil: \u2018\u201dZeg, ik heb natuurlijk van Henriette gehoord dat je een boek aan het schrijven bent. En ik wou je nog zeggen dat ik dat verdomd mieters vind!\u201d<\/p>\n<p>\u201cDat weet ik nog niet,\u201d weerde ik af, \u201cwant ik heb het nog niet af en ik weet ook niet of ik het af krijg.\u201d<\/p>\n<p>\u201cMaar ik vind het verdomd mieters!\u201d<\/p>\n<p>\u201cIk hoop het. Ik ben ook wel een eind, misschien komt het ook wel af, maar het is een hele worsteling en helemaal niet altijd leuk.\u201d<\/p>\n<p>\u201cNee,\u201d hij stond al op straat, \u201cmaar ik wou je toch even zeggen dat ik het verdomd mieters vind.\u201d\u2019<\/p>\n<p>Met de vintage Voskuil zit het dus wel snor, maar is dit ook, zoals zijn uitgever ons wil doen geloven, zijn \u2018meest persoonlijke boek tot dusver\u2019? De vraag is bovendien in hoeverre dat een aanbeveling is, want de drie delen met meticuleus verslaggegeven voettochten die het echtpaar Voskuil tussen 1957 en 1992 ondernomen heeft, zijn dermate persoonlijk dat ik het uitlezen ervan heb uitgesteld tot na de pensioengerechtigde leeftijd. Ook in Onder andere ontbreekt zulk proza met een hoog dagboekgehalte niet. Over de expeditie Breda-Sliedrecht-Amsterdam bijvoorbeeld, een fietstocht bij Zwolle, een dagje in Urk, de Uitmarkt, een bezoekje aan Antwerpen: verwaarloosbare schetsjes, waaruit we vooral leren dat zij slibtongetjes verorberde en hij mosselen. Verdomd mieters.<\/p>\n<p>Vertederend zijn de vele vig\u00ad\u00adNETJES van dieren, van poezen tot aanvliegende duiven. Bewon\u00adderens\u00adwaardig is het overtuigende j\u2019accuse dat Voskuil schreef als activist van de Stichting Varkens in Nood. Beklemmend is de herinnering aan een razzia in de Tweede Wereldoorlog. Hilarisch is het verhaal van Voskuils prestaties als elfjarige voetballer: \u2018\u201cDat is die vent die de bal in zijn eigen doel gekopt heeft,\u201d hoorde ik een van hen zeggen.\u2019<\/p>\n<p>Maar Voskuils kracht als schrijver komt pas in zicht als hij zich opstelt als een literaire etnograaf, die veldwerk verricht onder familieleden, aangetrouwde familie, vrienden en kennissen. Als in zijn romans legt hij daar rekenschap af van zijn bestaan, door te laten zien hoe hij reageert op al die personen, hoe zij weer reageren op hem. Dat onderzoek geschiedt uit een behoefte aan zelfverheldering, weldadig gerelativeerd door humor.<\/p>\n<p>Aldus staan in Onder andere schilderachtige portretten van zijn grootvader en vader, beiden socialist, van zijn eerste uitgever Geert van Oorschot, van L.\u2019s debiele nichtje Fransje, van de eveneens onaangepaste nicht Saar, van hun sombere kennis en latente homoseksueel Steven, zelfs van een hele volksgemeenschap in de Amsterdamse Jordaan \u2013 de buurt waar het echtpaar Voskuil woonde voordat die trendy werd. Zelfs bevat de bundel een portret op novelleformaat, van hun dwarse vriend Kees.<\/p>\n<p>De schrijver Voskuil, blijkt maar weer eens uit deze portrettengalerij, moet het vooral niet slechts over zichzelf hebben \u2013 denk aan die wandeldagboeken. Hij gedijt het best bij het materiaal dat het contrast tussen de door conventies bepaalde werkomgeving en het voortgezet studentikoze, huiselijk bestaan oplevert, met die aanloop van sociale misfits en boh\u00e9miens tegen wil en dank. Zijn positie verwoordt hij treffend in de uitspraak: \u2018Als je onafhankelijk wilt blijven, moet je een baan hebben\u2019. Tevens schuilt die in een prikkelend oordeel over het schrijverschap van Nescio. Hij is niet weg van diens terugblik op de jeugdromantiek in Dichtertje en Titaantjes. \u2018Het was me liever geweest als hij over de tijd dat hij directeur was had geschreven.\u2019<\/p>\n<p>Naar eigen zeggen schrijft Vos\u00adkuil \u2018om orde op zaken te stellen, (&#8230;) niet om een bijdrage te leveren aan de literatuur\u2019. De vraag is of hij zich daar wel aan houdt. Het verhaal over Kees eindigt plompverloren, met de mededeling dat de verbintenis met hun vriend en zijn nieuwbakken echtgenote plotseling na achttien jaar ophield. De laatste zin luidt: \u2018(&#8230;) maar dat is een ander hoofdstuk, dat ik niet zal schrijven.\u2019 Waarom het nare weglaten? Staat dat niet haaks op de genadeloze eerlijkheid die hij altijd zo hoog in het vaandel heeft?<\/p>\n<p>Ook vraag ik me wel eens af waar de grens loopt tussen orde op zaken stellen en iemand afschrijven en zelfs de geschiedenis herschrijven. Steven doet benepen over geld, waarop Voskuil met hem breekt. De schrijver concludeert dan: \u2018Voor mij was dat het einde van een vriendschap die nooit een echte vriendschap was geworden.\u2019 Curieus, want uit de daarvoor beschreven jarenlange verhouding spreekt geen verschil in intensiteit met andere underdogs die bij de Voskuiltjes thuis een warm welkom vinden.<\/p>\n<p>In het portret van Geert van Oorschot staat hoe Gerard Kornelis van het Reve reageerde op de paar bladzijden die hij las in Bij nader inzien, dat toen nog als manuscript op het bureau van de uitgever lag. \u2018Die man schrijft karig! Is dat een aardige man? (&#8230;) En gaat dat vijftienhonderd bladzijden zo door?\u2019 Weliswaar zei hij daarna \u2018Ik koop dat boek\u2019, maar het gaat mij om de door hem opgeworpen vraag of Voskuil wel zo\u2019n aardige man is. Het is goed mogelijk \u2013 zelfs een vereiste daar er fascinatie in het spel is \u2013 om op grond van Onder andere een psychogram van de persoonlijkheid Voskuil te maken.<\/p>\n<p>Zelf schrijft hij dat contact met anderen, hoe aardig ook, hem radeloos maakt als hij het tot stand moet brengen. En: \u2018Ik wil van de mensen af zijn, een behoefte die wijst op een neurotische persoonlijkheid zoals ik vandaag in het Handelsblad las. (&#8230;) Open en ge\u00efnteresseerd met anderen verkeren, dat moet het toppunt van heerlijkheid zijn. Iemand openhartig, met grote ogen in een ontspannen gezicht, vriendelijk aankijken, zonder \u00e9\u00e9n ogenblik aan dat gezicht of aan het lijf dat eronder zit te denken, het is een onbereikbaar ideaal.\u2019 Verderop zegt hij onomwonden dat hij de pest heeft aan mensen en zich daarom isoleert. Regelmatig zegt hij zich \u2018bedreigd\u2019 te voelen, met als komisch hoogtepunt het bezoek van een rat:<\/p>\n<p>\u2018\u201cHoor je hem?\u201d<\/p>\n<p>\u201cJa, ik hoor hem. Laat hem nou maar. Hij doet je heus niets.\u201d<\/p>\n<p>\u201cDaar ben ik niet bang voor. Ik wil hem alleen niet in mijn huis. Ik wil niemand in mijn huis.<\/p>\n<p>\u201cWat doe je verschrikkelijk kinderachtig.\u201d<\/p>\n<p>\u201cNiemand! Ook geen rat!\u201d\u2019<\/p>\n<p>Enerzijds is er die bedeesdheid en afstandelijkheid, anderzijds steekt af en toe, immer plotseling , een enorme bloeddorst de kop op. Soms verwoordt hij die nog omsluierd: \u2018Iemand die op je plaats gaat zitten is een bedreiging voor de mensheid en het is verdomd moeilijk om dat filosofisch te bezien.\u2019 Maar als hij in een restaurant \u2018geen aangename mensen\u2019 ontwaart, onder wie \u2018een formidabele man met een kaalgeschoren hoofd\u2019, is zijn reactie: \u2018Ik zou ze graag doodschieten en negeer ze verder.\u2019 Bij het zicht op een loslopende hond die een drukke straat wil oversteken: \u2018Ze zouden kunnen beginnen om de mensen die die hond los laten lopen en de automobilisten die niet voor hem stoppen tegen de muur te zetten. Dat is te weinig. Ik weet het. Maar het is een begin.\u2019<\/p>\n<p>Dan zijn er nog zijn vastgeroeste oordelen. Tot tweemaal toe moeten we lezen dat Surinamers zulke ouwehoeren zijn. Bij de dood van de moeder van Fransje noteert hij: \u2018De godsdienstige vrouw, de christelijk-gereformeerde juffrouw Hazewinkel, zei niet veel. Ze zat het grootste deel van de tijd in het geniep te bidden.\u2019 Waarom \u2018in het geniep\u2019? Verschuilt ze zich soms achter een gordijn om te bidden? Waarschijnlijker is het dat bidden voor Voskuil een suspecte activiteit is.<\/p>\n<p>Hij waardeert in anderen, zijn vrienden meestal, hun originaliteit en authenticiteit. \u2018Voor onevenwichtige mensen heb ik een zwak.\u2019 Kennelijk ook voor eerlijkheid, want \u2018stiekem\u2019 gebruikt hij als scheldwoord. \u2018Een onaangenaam, kruiperig mannetje met smerige, stiekeme idee\u00ebn.\u2019 En ook bescheidenheid, want aan patsers heeft het echtpaar een hekel. Daarom nemen ze in de bioscoop \u2018parket\u2019 en niet \u2018stalles\u2019. In Kees, die hij een baantje op het Bureau heeft bezorgd, waardeert hij diens onaangepastheid \u2013 een ander zou dat botheid noemen.<\/p>\n<p>Hier steekt hij de loftrompet van Kees: \u2018Op het Bureau wilde hij met niemand iets te maken hebben. Hij dronk ook geen koffie. De Bruin vatte dat op als een belediging, maar daar trok hij zich niets van aan. Op een dag wilde hij wel koffie en dat zei hij tegen hem.<\/p>\n<p>\u201cMaar ik ga pas over \u00e9\u00e9n, twee, drie minuten inschenken.\u201d<\/p>\n<p>\u201cDat kan me niet schelen. Ik zeg alleen dat ik een kop koffie wil.\u201d<\/p>\n<p>De Bruin stak toen een heel verhaal af, waarover wist hij niet meer, want hij luisterde niet naar geleuter. \u201cJe geeft me koffie of je geeft me geen koffie,\u201d zei hij, \u201cmaar voor je geleuter heb ik geen tijd.\u201d\u2019<\/p>\n<p>Maar die eigenzinnigheid mag nooit ten koste gaan van hem, Voskuil. Voorwaarde voor vriendschap lijkt te zijn dat je je totaal aan hem uitlevert, lid wordt van de sekte die hij aanvoert. Op het moment dat Van Oorschot de durf toont een beroerd boek van Voskuil hardhandig af te wijzen, treedt er een breuk in hun relatie op. Pas als Van Oorschot, die uit Voskuils portret naar voren komt als groots, sympathiek en emotioneel, vlak voor zijn dood excuses aanbiedt voor die afwijzing, wordt hij vergeven. Zoiets maakt wellicht inzichtelijk waarom iedere ijdele snipper van Voskuil uitgegeven lijkt te moeten worden. Het is voor deze zwart-witdenker volledige aanvaarding of uitbanning.<\/p>\n<p>Zo onwrikbaar je principes in stelling brengen, doet aan vroeger denken. W.F. Hermans gedroeg zich ook zo. De vraag is waaraan het echtpaar Han en Lousje\/ Maarten en Nicolien bij zoveel lezers vandaag de dag appelleert.<\/p>\n<p>Humor natuurlijk. Lachen om een wandelend anachronisme, een gestudeerde Malle Pietje \u2013 vrij naar de jeugdserie Swiebertje. Het echtpaar neemt een telefoon: \u2018Na enig aarzelen, want we beschouwden het als een concessie aan een beschaving waar we niets mee op hadden, dienden we een aanvraag in.\u2019 En dan deze mededeling: \u2018Als ik weer thuis ben, schenk ik mezelf een borrel in en ik neem een handvol pinda\u2019s.\u2019 Geen Nacho cheese, Krek Snek, of Super Yamato mix, maar pinda\u2019s. Een handvol.<\/p>\n<p>Uiteraard is ook herkenbaarheid, knap gestileerd, aantrekkelijk aan Voskuils wereld. In zekere zin werkt vrijwel iedereen op een Bureau, met zonderlinge collega\u2019s. Sc\u00e8nes uit een huwelijk, teleurstelling in vriendschap of een dementerende moeder zijn ook wijdverbreid. Toch verklaart dat alles niet afdoende het charisma van de persoonlijkheid die opstijgt uit Voskuils proza.<\/p>\n<p>Van Oorschot noemt Voskuil in een brief een \u2018aardige betrouwbare moralist\u2019. Het echtpaar ziet hij als \u2018zindelijke mensen\u2019. Inderdaad zijn het verantwoorde types, Voskuil en Lousje. Een wereldvreemd nichtje leggen ze uit dat je niet rechts mag stemmen en dat auto\u2019s uit den boze zijn. Nederland is radicaal veranderd, maar Voskuil is bokkig zichzelf gebleven. Hij herinnert zich met genoegen een vooroorlogse 1 mei-optocht, waar Drees, z\u2019n vader en hijzelf in mee liepen: \u2018Het was indrukwekkend. Hier liepen de goeden, die straks de kwaden zouden verdrijven, op hun weg naar een betere wereld. Vanaf dat ogenblik voelde ik me socialist, en diep in mijn hart voel ik me dat nog, al stem ik tegenwoordig op De Groenen.\u2019<\/p>\n<p>Weliswaar luiden de laatste woorden van Onder andere dat \u2018dit verleden onherroepelijk voorbij is\u2019, maar het is een kleine stap van de Vrijzinnig Christelijke jeugdcentrale, waar de jonge Voskuil lid van was en belangstelling kreeg voor de ethiek van het socialistische gedachtegoed, naar de uitzinnige populariteit van een partij als de ChristenUnie, zelfs onder niet-confessionelen. Zoals Geert Mak met zijn everseller Hoe God verdween uit Jorwerd, Gerbrand Bakker met zijn literaire boerenroman Boven is het stil, en Jan Siebelink met Knielen op een bed violen over zijn calvinistische jeugd, stilt Voskuil bij menige lezer de behoefte aan een vertrouwd baken in deze veranderlijke tijden. Maar zolang nostalgie zich in zo\u2019n krankzinnig jasje hult als bij Voskuil, prijzen we ons gelukkig.<\/p>\n<p>J.J. Voskuil, \u2018Onder andere \u2013 Portretten en herinneringen\u2019, G.A. van Oorschot, 432 pagina\u2019s, \u20ac 27,50<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>In Onder andere, de bundel \u2018portretten en herinneringen\u2019 van J.J. Voskuil, zit weer alles wat de schrijver van Het Bureau zo populair maakt: de in detail opgetekende echtelijke ruzies, het studentikoze huishouden, de dwarse nostalgie. Via de fijne schilderingen van de mensen in zijn omgeving biedt Voskuil ook een ontnuchterend zelfportret. Hij is een mensenhater.Met humor.<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[293,27],"tags":[],"acf":[],"author_name":"Jeroen Vullings","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/118905"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=118905"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/118905\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Jeroen Vullings","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=118905"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=118905"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=118905"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}