
 {"id":118849,"date":"2007-03-10T15:40:00","date_gmt":"2007-03-10T13:40:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/gert-vlok-nel-wees-asseblief-lief-vir-my\/"},"modified":"2007-03-10T15:40:00","modified_gmt":"2007-03-10T13:40:00","slug":"gert-vlok-nel-wees-asseblief-lief-vir-my","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/gert-vlok-nel-wees-asseblief-lief-vir-my\/","title":{"rendered":"Gert Vlok Nel: Wees asseblief lief vir my"},"content":{"rendered":"<div class=\"wpg-element lead-bold\">\n<p>De Zuid-Afrikaanse dichter\/zanger Gert Vlok Nel was lange tijd slechts in kleine kring bekend, maar nu wordt hij door Nederlands publiek omarmd. Zijn tien jaar oude cd Beaufort-Wes se beautiful woorde is een bescheiden hit en deze maand tourt hij door het land. Fleur Bourgonje sprak de verlegen, kettingrokende eenling over zijn jeugd, zijn po\u00ebzie en de twee jaar dat hij werkelijk gelukkig was: \u2018Geluk berooft me van de noodzaak tot schrijven\u2019<\/p>\n<\/p><\/div>\n<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<p>Begin december 2006 reden mijn reisgenote en ik door de Zuid-Afrikaanse halfwoestijn Groot Karoo recht op Beaufort-Wes aan. Het was rond het middaguur. Het uur van de  heetste zon, oogverblindend licht, een niet door wolken maar roofvogels verstoorde azuren lucht boven een roodbruine aarde, het blinkende staal van een netwerk van rails op een indrukwekkend rangeerterrein. Het uur ook van honger en dorst, en van de vermoeidheid na het uren en nog eens uren over een rechte weg \u2013 de Kanniedoodroute \u2013 tussen gelaagde, afgeplatte bergen en over toendra-achtige vlaktes almaar op een doel achter de horizon af gaan. <\/p>\n<\/p><\/div>\n<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<p>We waren op doorreis. We moesten Coles\u00adberg bereiken voor de avond viel, want zowel de rechte snelweg als daarna het zandpad naar boerderij Hanglip waar we mochten overnachten, zijn in het donker gevaarlijk. Honderden kilometers hadden we nog voor ons. Toch hielden we lang halt in het centrum van Beaufort-Wes, schuin tegenover de plek waar een monument voor de trekboeren is opgericht: een ossenkar met blanke Boeren die in de negentiende eeuw met hun kudde vetstaartschapen hun heil in de Karoo kwamen zoeken, niet van plan voor de oorspronkelijke bevolking terug te deinzen, om het even of het mens of dier betrof. Nog langer geleden was dit stadje, toen amper een nederzetting, een plek van wetteloosheid, een halteplaats voor weggelopen slaven, schapendieven, wapensmokkelaars en misdadigers die naar het niemandsland ten noorden van de Oranjerivier vluchtten. Maar voor ons was het op 4 december 2006 de plek waarvan we wisten dat de dichter\/zanger Gert Vlok Nel er opgroeide, waar hij \u2019s nachts lag te luisteren naar rangerende treinen en blaffende zwerfhonden, en overdag misschien zijn eerste beautiful woorde op papier zette.<\/p>\n<p>Na de zwarte koffie en een toevallig bezoek aan het museumpje waarin de wassen chirurg Christiaan Barnard op een wassen operatietafel triomfantelijk een wassen hart in een blank maar bloederig wassen lichaam plaatst, begonnen we op goed geluk in de bijna verlaten straten van Beaufort-Wes onze zoektocht naar Gert Vlok Nel. Van de aanwijzingen die we kregen werden we niet veel wijzer. Wie? Gert Vlok? O, Vlok Nel. Maar welke: de oude, de jonge, de neef, de oom? De dichter, de zanger. O die? Die woont geloof ik in een van de lage huisjes voorbij het ziekenhuis. Die lage geverfde huisjes. Allemaal eender. Twee rijen achter elkaar.<\/p>\n<p>Ik hield de cd Beaufort-Wes se beautiful woorde in mijn hand. Op het tekstboekje staat een foto van Gert met zijn vader. Ze poseren voor een laag lichtgeel huisje met een afrastering van gaas eromheen en een voor Zuid-Afrika aangenaam argeloos hek erv\u00f3\u00f3r; aan weerszijden van het hek staan palen die een elektriciteits- of telefoondraad in de lucht houden. Gert is in het zwart gekleed, de vader draagt trui, broek en schoenen in pastelkleuren. Mijn reisgenote stuurde haar auto behendig straat in, straat uit, pad op, pad af, terwijl ik mijn plaatje liet zien aan de weinige mensen die zich in de hitte op straat waagden. We belden zomaar ergens aan, we klopten op gesloten deuren. Een oudere vrouw gaf, na haar achterdocht te hebben overwonnen, de gouden tip. Ze liep haar woonkamer in, pakte de telefoon en draaide het nummer van tante Vlok Nel, en die tante legde uit hoe we konden komen bij het lichtgele huis, nummer 3 van een onverstaanbare straat, het huis van Albert Vlok Nel en neef Gert.<\/p>\n<p>Precies zoals in de mooie documentaire die Walter Stokman over het Beaufort-Wes van Gert Vlok Nel heeft gemaakt, zat de vader in pastelkleurige kleren op een stoel bij de openstaande deur. Hij kwam op het hek toegelopen, draaide zich halverwege het pad om, liep het gangetje in, kamde met precies dezelfde zorg als in de beginsc\u00e8ne van de film zijn haar en kwam toen als een gentleman naar buiten om ons te begroeten. Hij glunderde bij het zien van de cd met de foto en de naam van zijn zoon. Ik vroeg naar Gert. Ik zou zijn zoon, zei ik, graag vertellen hoe prachtig ik zijn gedichten vind, hoe indrukwekkend zijn liedjes, hoe bijzonder zijn voordracht. Maar Gertie is in de garage, zei hij. Al de hele dag.<\/p>\n<p>Hij bood stoelen aan, het was duidelijk dat hij zijn gezelschap zo lang mogelijk wilde vasthouden. Hij schonk koel water in en wees op de schilderijen aan de muur van een voorkamertje. Van Gertie, zei hij trots, hij zingt niet alleen, hij schildert ook. Schroom beving me, ik loop niet graag onuitgenodigd door andermans werkvertrek. Kon hij misschien naar de garage bellen, waagde ik te vragen. Ach, dat gaat zo gemakkelijk niet, en misschien is hij daar ook niet, antwoordde hij. Blijf toch wachten, bij Gertie weet je het nooit.<\/p>\n<p>Terwijl we gedrie\u00ebn in de schaduw zaten te wachten kwamen buren langs. Ik vroeg naar Eida, de dolende, verkrachte jonge vrouw die in de film zegt dat ze alleen gelukkig is als ze zingt en daarom voortdurend neuriet en zangeressen nadoet. Ze bleek achter het huis te wonen, bijna op het erf; misschien kwam ook z\u00edj zomaar binnenlopen. En de honden, natuurlijk, ook de straathonden van beautiful Beaufort-Wes zochten beschutting tegen de muren van het huis waarvan de hoofdbewoner al uren in een garage zat, of ergens anders, wie weet waar en waarom en voor hoe lang. <\/p>\n<p>We namen afscheid zonder de dichter\/zanger te hebben ontmoet. De zon van Groot Karoo was al ver voorbij haar hoogste punt en we hadden de rest van de Kanniedoodroute nog af te leggen. Misschien mag ik van geluk spreken dat hij niet is komen opdagen en een mythe blijft; dat is wat ik dacht bij het wegrijden uit Beaufort-Wes. Op het verraderlijk monotone ritme van \u2018Koos die lyn is dood tussen my hart &#038; jou mond se mooiste woorde \/ en tussen jou woorde &#038; die oorde waar die ver winde waai\u2019 reden we in volle vaart noordwaarts door een verlatenheid die nog droger en schitterender was dan het deel van de Karoo dat al achter ons lag.<\/p>\n<p>Op 2 februari 2007 staat Gert Vlok Nel een paar meter van me vandaan in de opgebroken straat voor het station van Tilburg kleumend voor zich uit te kijken. Ik ben een paar dagen eerder naar zijn optreden in Paradiso geweest. Het toeval bracht ons na afloop kort bij elkaar. Er kwam een afspraak van. <\/p>\n<p>Hij ziet me niet aankomen. Terwijl ik op hem toeloop, steekt een allochtone zwerver bedelend zijn hand naar hem uit. Hij voelt in de zak van zijn zwarte leren jack, haalt er een pakje sigaretten uit, geeft het hem. De zwerver glundert, vraagt een vuurtje, krijgt een vuurtje en een glimlach en een kameraadschappelijk handgebaar. <\/p>\n<p>Gert Vlok Nel ten voeten uit. Dat besef ik aan het eind van de middag, in de trein terug naar huis.<br \/>Ik weet evenmin de weg in Tilburg als Gert Vlok Nel. We gaan van caf\u00e9 naar caf\u00e9 op zoek naar een stil plekje waar stevig gerookt mag worden, want hij praat zacht en is kettingroker. Op een somber uitziend plein vinden we een restaurant dat ons op het overdekte terras tolereert. Warm is het er niet, stil ook niet, maar het ziet er tot zijn vreugde blauw van de rook. Hij is moe van een optreden in de Achterhoek maar leeft op na een paar espresso\u2019s en mijn verslag van het bezoek aan zijn vader in Beaufort-Wes terwijl h\u00edj in een garage zat. Garage? Hij haalt vragend zijn schouders op. Wanneer was dat? Op 4 december. Hij schiet in de lach, hij herinnert zich niet of hij toen in Beaufort-Wes was. <\/p>\n<p>\u2018Men denkt,\u2019 zegt hij dan in het Engels op de bedachtzame manier die hij handhaaft tijdens het uren durende gesprek, \u2018dat ik in Beaufort-Wes ben geboren. Dat is niet zo. <\/p>\n<p>Mijn ouders woonden in Ceres bij de Karoo\u00adpoort toen ik in 1963 het licht zag. Ik ben de derde van acht: vijf jongens en drie meisjes. Mijn vader pachtte in een heel afgelegen gebied een schapenfarm. De winst moest hij afstaan. We waren straatarm en zagen alleen maar zo nu en dan een levend wezen. Als we een stofwolk aan de horizon zagen, en dat gebeurde soms maar eens in de maand, wisten we dat er een vrachtwagen aan kwam. <\/p>\n<p>Dat betekende vreemdelingen, opschudding. Ik herinner me dat we achter ma\u2019s rok kropen in afwachting van wat er zou gebeuren. <br \/>De lucht was bijna altijd strakblauw. Als er zo nu en dan wolken aan de hemel verschenen, renden we in opperste opwinding in het rond. Regen! Water! Meestal viel er geen drup. De school was vijftien kilometer verderop. Mijn vader leerde me al vroeg lezen. Hij heeft me verteld dat ik drie was toen hij me \u2019s avonds op zijn knie zette om samen met hem uit de Bijbel te lezen. Hij wees woorden aan die ik moest herhalen en op moest schrijven. Ik herinner me het woord \u2018goedertierenheid\u2019; h\u00edj kon mij dat niet uitleggen en \u00edk kon het niet schrijven. Aan de hand van de Bijbel heb ik al heel jong leren lezen en schrijven en ik zong ook graag. Spelenderwijs ontwikkelde ik een taal- en klankgevoeligheid die ongewoon was in mijn familie en mijn milieu. <\/p>\n<p>Op een gegeven moment verhuisden we naar Beaufort-Wes. Zoals zoveel mannen in die tijd werd mijn vader spoorwegarbeider. We bleven arm, maar het was een andere armoe dan die van voorheen. Treinen kwamen, treinen gingen. Mensen kwamen, mensen gingen. Ik groeide op. Ging naar school. Werd opstandig, weemoedig. In mijn familie komt veel depressiviteit voor. Van mijn vijf broers zijn er twee behandeld, medicijnen, operaties, en ook een zusje en een paar neven lijden aan depressies. Melancholie zit ons in de genen. Ik ben jaren manisch-depressief geweest, maar heb nu lang genoeg geleefd om er niet meer aan overgeleverd te zijn. Het lijkt erop dat het leven zelf me heeft genezen. <\/p>\n<p>Op m\u2019n achttiende ben ik uit huis gegaan. Ik kon niet met mijn moeder overweg. Ze was een harde, dominante vrouw. Als ik te laat thuiskwam, was de deur op slot. Dan stond zij op het erf met een riem. Ik was de meest desastreuze van de acht: lastig, onfatsoenlijk, ongelovig. Pas toen ik vertrok, leek ze van me te gaan houden. Ze begon me te paaien. Er wordt wel gezegd dat de meeste mannelijke dichters een dominante moeder hebben gehad, dat zou goed kunnen. Mijn pa bleef ondanks zijn zware leven zachtaardig.\u2019 <\/p>\n<p>Hij praat bijna onverstaanbaar. Steekt de ene sigaret na de andere aan. Is verlegen, voorkomend. <br \/>\u2018Op mijn vijfentwintigste beschreef ik in een brief aan een vriendin woord voor woord het telefoongesprek dat ik die dag met een oom had gevoerd. Toen ik de brief overlas, dacht ik: maar dit is een gedicht! Ik wilde helemaal geen dichter zijn, ik wilde schilderen, maar vanaf dat moment hoorde ik po\u00ebzie in alles: in straatgesprekken, in ruzies, in verhalen die verteld werden, in de woorden die gelukkige of ongelukkige geliefden tegen elkaar zeiden. De ene associatie riep de andere op, ik hoorde ketens van klanken. Ik luisterde en las. Ongeveer drie jaar heb ik toen gedichten geschreven, in het Afrikaans, vijfendertig in totaal. Er zijn twee bundels van gemaakt: Om te lewe is onnatuurlijk en Om Beaufort-Wes se beautiful woorde. Liedjes? Ongeveer tien, de liedjes die op de cd Beaufort-Wes se beautiful woorde staan. Sommige fragmenten ontstonden in een oogwenk, over andere strofen heb ik heel lang gedaan: steeds iets veranderd, weggegooid, bijgevijld. Daarna heb ik zestien jaar zo goed als niets meer geschreven. De waarachtigheid van de woorden was weg.\u2019<br \/>Die mooiste woorde is verby. Die mooiste jare is verby. Die mooiste liefde is verby. Die mooiste drome is verby. Zo bezingt hij in Epitaph zijn weemoed om het verlies van de intensiteit en scherpte van zijn verleden. Voortdurend naar de juiste woorden zoekend probeert hij mij nu uit te leggen waarom hij al die jaren geen po\u00ebzie meer heeft geschreven, hij, de beatnik die om zijn authentieke talent destijds in Zuid-Afrika in kleine kring werd bewonderd en pas de laatste jaren door een breder, internationaal publiek lijkt te zijn ontdekt. <br \/>\u2018Ik heb horen zeggen dat po\u00ebzie een engel is. Opeens is die engel bij je in de kamer en gaat naast je staan of stilletjes in een hoek zitten. Je moet haar koesteren, lief voor haar zijn, aandacht voor haar hebben, anders vliegt ze weg. En als ze wegvliegt, komt ze nooit meer terug.\u2019 <\/p>\n<p>Wat heb je naast zingen en dichten zoal gedaan in je leven, wil ik hem vragen, maar hij is me voor.<br \/>\u2018Ik heb van alles gedaan. Ik heb kort Engels en geschiedenis gestudeerd. Twee jaar was ik soldaat, zeven jaar bewaker op de universiteit van Stellenbosch. Ik werkte als ober, als barman; dat waren ongelukkige maar heel creatieve jaren. Ik ben ook straatzanger geweest. Straatv\u00e9nter. Zwerver. Alcoholist.\u2019<\/p>\n<p>Het terras van het restaurant is gehuld in nevel. Opgewonden jong\u00adelui schuiven hun stoelen hard\u00adhandig tegen de onze. Ze beginnen ons te overschreeuwen. Over onze hoofden heen geven ze hun bestelling door. <\/p>\n<p>Als ik hem aarzelend vraag wanneer hij het gelukkigst was, blijft hij lang stil. Hij denkt na. Inhaleert diep. Ten slotte zegt hij met zijn naar binnen gekeerde stem dat hij in zijn leven eigenlijk maar \u00e9\u00e9n keer werkelijk gelukkig is geweest. Van 1999 tot 2001. Ik zeg dat dat heel lang is, dat werkelijk geluk meestal maar kort duurt. Hij knikt, toch duurde dit geluk twee volle jaren. De periode dat hij op straat leefde. Kind noch kraai had. Geen dak boven z\u2019n hoofd. Geen geld op zak. Geen microfoon voor z\u2019n mond. Geen schijnwerper op z\u2019n gezicht. Hij was gelukkig omdat hij zich vrij voelde. Een nomade. Solidair met andere nomaden. Samen met een boezemvriend van de hand in de tand, van dag tot dag levend. Maar opeens was het over. Op een goeie ochtend, zonder aanwijsbare reden, was het geluk eruit. Zoals een liefde zonder aanwijsbare reden opeens over kan zijn. <\/p>\n<p>Hoe hij zich voelt nu hij weer bij zijn vader in Beaufort-Wes woont, vraag ik hem. Voor het eerst weegt hij zijn woorden niet.<br \/>\u2018Mijn vader woont bij m\u00edj! De indruk is gewekt dat ik een zoon ben die bij zijn vader is blijven wonen, het omgekeerde is waar. Ik ben pas een paar jaar geleden teruggegaan naar Beaufort-Wes. Het huisje waarin je hebt zitten wachten tot ik uit de garage kwam, is van mij. Ik woon graag tussen gewone mensen. Ik ben een soort socialist, ik houd van eenvoud, van geven en delen. Op een goeie dag werd er op de deur geklopt. Het was mijn vader. Hij leefde al een tijdje gescheiden van mijn moeder en zwierf van familielid naar familielid. We dronken wat. Opeens vroeg hij of hij mocht blijven. Hij is gebleven. Van mijn leven weet hij weinig. Hij heeft me nooit zien optreden maar toch is hij trots op me. Mijn moeder heeft niet de minste voeling met wat ik doe. We gaan nu goed met elkaar om. Het leed is geleden. Er is een paar jaar geleden in mijn leven iets gebeurd waardoor ik tot bezinning kwam.\u2019<\/p>\n<p>Wat die gebeurtenis was,vraag ik hem niet, daar is hij de man niet naar, maar w\u00e9l of hij soms terugverlangt naar de tijd van wees asseblief lief vir my en ek kon nie meer slaap nie, nie meer lag nie, nie meer iets vir mekaar doen nie, nooit ooit vir mekaar soen nie, of hij heimwee heeft naar de hartverscheurende jaren die zulke buitengewone gedichten en liedjes hebben voortbracht; zou hij er veel voor over hebben om weer zo bevlogen te schrijven?<\/p>\n<p>Hij kijkt langs me heen naar iets wat ik niet zie en geeft geen antwoord. Het is al gaan schemeren, straks moet hij in Popcentrum 013 gaan optreden, waarom zou hij nog met mij gaan zitten filosoferen over gemis en hartzeer omwille van de po\u00ebzie? Maar hij neemt alle tijd om een nieuwe sigaret op te steken. <\/p>\n<p>\u2018Eigenlijk,\u2019 zegt hij na lang zwijgen en naar buiten staren, \u2018moeten jij en ik bang zijn voor geluk. Het berooft ons van de noodzaak tot schrijven. Het ontdoet onze observaties en emoties van hun scherpe kanten. Het ontneemt ons onze most beautiful woorde. Het gaat met de engel aan de haal.\u2019<\/p>\n<\/p><\/div>\n<p>\u00a0<\/p>\n<div class=\"wpg-element paragraaf-kader\">\n<h3>De tour van Gert Vlok Nel<\/h3>\n<p>17 maart &#8211; Lantaren\/Venster, Rotterdam; <br \/>18 maart &#8211; Poppodium Romein, Leeuwarden;<br \/>22 maart &#8211; Doornroosje, Nijmegen; <br \/>29 maart &#8211; Patronaat, Haarlem;<br \/>30 maart &#8211; Paard van Troje, Den Haag;<br \/>31 maart &#8211; Vredenburg, Utrecht (Nacht van de Po\u00ebzie) <br \/>1 april &#8211; Hedon, Zwolle<\/p>\n<\/p><\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>De Zuid-Afrikaanse dichter\/zanger Gert Vlok Nel was lange tijd slechts in kleine kring bekend, maar nu wordt hij door Nederlands publiek omarmd. Zijn tien jaar oude cd Beaufort-Wes se beautiful woorde is een bescheiden hit en deze maand tourt hij door het land.<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[47,85,83,207],"tags":[783,2825],"acf":[],"author_name":"fleur bourgonje","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/118849"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=118849"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/118849\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"fleur bourgonje","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=118849"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=118849"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=118849"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}