
 {"id":118203,"date":"2007-04-07T00:00:00","date_gmt":"2007-04-06T22:00:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/overbelaste-moeder-verslaat-lease-opa\/"},"modified":"2007-04-07T00:00:00","modified_gmt":"2007-04-06T22:00:00","slug":"overbelaste-moeder-verslaat-lease-opa","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/overbelaste-moeder-verslaat-lease-opa\/","title":{"rendered":"Overbelaste moeder verslaat lease-opa"},"content":{"rendered":"<p>Beschouwing \/ Navolgers van Simon Carmiggelt<\/p>\n<p>Humor, dat ligt altijd gevoelig. Noem je in een literaire kritiek het werk van een auteur \u2018hilarisch\u2019, of \u2018komisch\u2019 \u2013 wat vaak hetzelfde betekent \u2013, dan geldt dat als compliment. Maar waardeer je iemand welgemeend als \u2018humorist\u2019, dan verwijs je hem in de ogen van de lezer automatisch naar het hopeloze tweede plan. Schuifdeurenwerk: daar huizen de manische moppentappers, uitgerangeerde goochelaars, verschrikkelijke buutreedners, aangetrouwde \u2018leuke\u2019 ooms, sleetse practical jokers en zelfgenoegzaam hinnikende leraren. In die hoek wil, kortom, niemand geplaatst worden. Humor lijkt in de kritiek veelal gezien te worden als een gevaarlijk goedje, beter om daar verre van te blijven. Voor je het weet slaat het maar terug op de recensent, die serieus genomen wil worden. Met als gevolg dat er heel wat lichte letterheren en dito dames rondhuppelen in de literatuur, die ofwel vrijwel genegeerd worden, ofwel strikt zwaartillend besproken worden.<\/p>\n<p>Tot de eerste categorie behoort Rinus Ferdinandusse met zijn dit jaar verschenen roman Een hand om in te bijten, per pagina goed voor minimaal vier lachsalvo\u2019s. Tot de tweede reken ik Arie Storm (De bruid en de kogel) en Ilja Leonard Pfeijffer (Het ware leven, een roman); ik miste in menig recensie dat beiden behoorlijk wat leuke flauwe grappen opdissen. Dan heb je nog schrijvers als Thomas Verbogt en Herman Koch die ontzettend komisch kunnen uitpakken, maar die zichzelf niet als zodanig willen afficheren. Het blijft zwaar tobben in Nederland christenland.<\/p>\n<p>Nog lastiger om humoristische schrijvers het juiste gewicht toe te kennen, wordt het als ze zich reeds op de cover van hun boek als lolbroek presenteren. Het bontst maakt publiekslieveling Kees van Kooten het met zijn nieuwe product Episodes, een romance: op de voorplat prijkt een kiekje geschoten door zijn echtgenote Barbara van Kooten, waarop de jolige bejaarde met een paashaasstrik om zijn kop over de grond kruipt \u2013 dit vermoedelijk ten behoeve van zijn kleinzoontje, die we op de achterflap mogen aanschouwen. Het afschrikwekkendst is nog de vreet-me-maar-op-uitdrukking op Van Kootens gelaat. Toe, zie mij eens leuk doen!<\/p>\n<p>Ook bij de voorplat van Sylvia Wittemans verhalenbundel Pekingeend bij nacht moeten we door iets heen bijten, namelijk de nietszeggende en oubollige ondertitel \u2018En andere pogingen tot Echt Heel Erg Gelukkig Worden\u2019. Hoofdletters, daar moet je mee uitkijken.<\/p>\n<p>Er is nog een overeenkomst tussen beide humoristen: beide zijn erkend bewonderaar van de peetvader van dit genre, de innig betreurde S. Carmiggelt. Witteman stelde onlangs een bundel samen met diens honderd beste cursiefjes, getiteld Ik lieg de waarheid, en gebruikte het voorwoord om zijn en haar soort humor te duiden: \u2018Zelf hield Carmiggelt zich bij het schrijven streng aan zijn rol van buitenstaander, een toeschouwer van het leven, die op uiterst verfijnde wijze van elke denkbare situatie de humor wist bloot te leggen. Niet de humor van de slapstick, de practical joke en de platte grap. Maar de humor als noodsprong, de strohalm van de antiheld, die in de harde buitenwereld zo toch een methode vindt om zich staande te houden.\u2019<\/p>\n<p>Goed getypeerd. Had Kees van Kooten deze inzichten maar eerder tot zich kunnen nemen. Wat een ijdel boekje is Episodes. De ondertitel \u2018Een romance\u2019 moet betrekking hebben op de liefdesrelatie die de schrijver met zijn tweejarige kleinzoon Roman heeft, maar de eigenliefde blijkt sterker in deze weergave. Wat neemt die man zichzelf ontiegelijk serieus. In twee\u00ebntwintig biedermeiertafereeltjes presenteert Van Kooten zich als de ideale lease-opa. Beetje schalks genieten van de aandacht die hij op zijn grijze dag, kinderzitje pontificaal op de sportieve fiets, nog van hupse jonge dingen en leuke vrouwtjes krijgt. Hij noemt zich \u2018onweerstaanbaar leuk\u2019 en grossiert naar eigen zeggen in \u2018hectoliters onvervangbare opaliefde\u2019.<\/p>\n<p>Op zich signaleert hij iets interessants: \u2018grootvaders die van de geboorte af aan zo misselijkmakend verliefd op hun kleinkind zijn als zij nog nooit op een vrouw of meisje waren\u2019. Dat klinkt nogal verontrustend, maar als dat kennelijk onderdeel van de menselijke natuur is, dan dient een schrijver zo\u2019n schemerterrein zonder morele zelfcensuur te onderzoeken. Zo schreef familievader Blake Morrison ooit in As if over de onbedoelde, fysiologisch bepaalde opwinding die hem beving toen een van zijn jonge spruiten op zijn kruis plaatsnam. Zoiets horen we liever niet, maar in Morrisons handen leverde het superieure literatuur op. Van Van Kooten hoeven we dat niet te verwachten, want Kees is een heel normale jongen. Snel voegt hij aan het bovenstaande citaat de gedachte toe: \u2018\u2013 aangezien deze nieuwe verliefdheid aseksueel is\u2019. De mensen zouden anders eens denken.<\/p>\n<p>Van Kooten houdt zich aan \u00e9\u00e9n register: lyrische bewondering voor Roman. Ieder wissewasje ophemelen. Dat verveelt na een paar bladzijden. Slechts eenmaal ziet hij kans zijn tekst reli\u00ebf te verlenen en iets van empathie te betrachten. Roman zit voor de eerste keer in de draaimolen en opa stelt zich voor hoe dat moet zijn. \u2018De draaimolen heeft eigenlijk helemaal niets met plezier te maken. De enigen die zorgeloos lachen zijn de omstanders, maar de feestvarkens zelf moeten met gespannen smoeltjes hun eerste soloreis door tijd en ruimte maken. (&#8230;) Allemaal een strakke blik naar voren, alsof de tocht kilometers rechtuit zal gaan.\u2019<\/p>\n<p>Een zeldzame passsage, helaas. Voortdurend wil Van Kooten laten zien dat hij een kranige durfal is, bijvoorbeeld in zijn woordspelingen: \u2018Er trippelen drie afgepeigerde leernichten langs, want het afgelopen weekend was het gay per reet in Amsterdam.\u2019 Gay per reet, I rest my case.<\/p>\n<p>Episodes bevat kortom nogal wat beschoft, in de kern politiek-correct proza waarvoor je met de hoofdstedelijke burgervader vast mee mag op thee-expeditie. De man, ooit zo leuk begonnen met typetjes en Treitertrends, die Nederland jarenlang de morele maat nam, verscholen achter het veilige mombakkes van de satiricus, toont zich in dit autobiografisch proza een knorrig burgermannetje. Hij is gierig, keert iedere euro om, houdt niet van feestjes en wil al dat bloot op straat het liefst verbieden.<\/p>\n<p>Woonde ik in dezelfde wijk als Van Kooten, ik zou mijn huis direct in de verkoop gooien, want hij houdt er rare gewoontes op na. Na de Sint Maartenviering besluit de schrijver zich aldus te ontdoen van resten snoepgoed: \u2018Om tien uur \u2019s avonds heb ik, in het besef dat er alweer een sprookje uit was, de resterende inhoud van mijn schaal met lekkers verdeeld over een zestal kinderrijke adressen in onze straat. In etappes heb ik al mijn stoepsnoep naar binnen gestort door de brievenbus, maar alleen waar deze horizontaal in de deur zat.\u2019 Zou het plezant zijn om \u2019s nachts anoniem rotzooi door je brievenbus gekieperd te krijgen? Gaat het wel goed met Van Kooten? Vinden de mensen dit leuk? Ik niet.<\/p>\n<p>Sylvia Witteman, die is pas leuk. Dat vindt ook Kees van Kooten, gezien zijn citaat op de achterflap van Pekingeend bij nacht: \u2018Sylvia Witteman voegt iets toe aan de literatuur met haar hilarisch goede grappen, swingende schrijfstijl en vooral haar zelfrelativering. Haar stukken gaan over mislukken en als iets mislukt, is het leuk.\u2019<\/p>\n<p>Zeer waar, maar er is nog wel iets meer te zeggen over deze zevenenzeventig literaire miniverhaaltjes, die eerder onder het mom van columns verschenen in Volkskrant Magazine. Columns met een kop en een staart zijn het eigenlijk niet. Gemeten aan krantenactualiteit gaat het in die gestileerde erupties eigenlijk nergens over, maar daar is ze juist heel goed in. Anders dan bij Van Kooten is het juist vruchtbaar dat ze het vooral over zichzelf heeft. Haar venster op de wereld houdt ze uitgesproken klein. Het gaat nogal eens over de kinderen, over het huishouden, over wederverkopers aan de deur, boodschappen doen en avonturen via de thuiscomputer, jezelf googlen of naar schoolbank.nl surfen op zoek naar \u2018gewone vrolijke mensen, aanstichters van re\u00fcnies\u2019.<\/p>\n<p>Witteman lees je voor de lach, die opgewekt wordt door haar gevoel voor het absurde en haar leep ingezette literaire trucs. Ze begint vaak met een quasi-gewichtige stelling, die vervolgens zo snel mogelijk geconcretiseerd, ondergraven en vooral verlaten wordt. \u2018Wie een beetje op wil schieten in het leven doet er verstandig aan onbegrepen feiten gelaten naast zich neer te leggen.\u2019<\/p>\n<p>Met name heeft ze oog voor wat afwijkt, een \u2018bellenpoetser\u2019 die zijn diensten aanbiedt, of een naar alcohol ruikende vrouw die beschimmeld smakende wafels aan de deur verkoopt \u00e0 raison van vijf euro per stuk. Vaak bedient Witteman zich van absurde opsommingen, of van een absurd element in een opsomming. Wat is bijvoorbeeld een speciale gelegenheid waarbij gerookt mag worden? \u2018Niet alleen een behaald examen, gestorven poes of nieuwe liefde vallen in deze categorie, maar bijvoorbeeld ook een bijzonder goed gelukte stoofschotel, een foto van een slapende ijsbeer in de National Geographic of louter het feit dat men al een hele dag niet gerookt heeft.\u2019<\/p>\n<p>Ook de metafoor is nooit ver weg. Over haar jongste kind dat het ziekenhuis verlaat: \u2018Mager als een zeepaardje, blijmoedig een volgend schampschot van het noodlot tegemoet.\u2019 Haar manier van schrijven is ronduit hyperbolisch. Zo vallen bij de verjaardag van de als \u2018huisvriend\u2019 aangeduide echtgenoot vrienden juichend binnen met \u2018een bakfiets vol drank en een half schaap\u2019.<\/p>\n<p>Knap is hoe ze regelmatig de alcoholroes in woorden weet te vangen door geleidelijk, binnen een zin, tussen beschrijving en gedachten te switchen: \u2018Nu wordt het echt bijna gezellig, er komen wederzijdse kennissen binnen, kurken knallen, eigenlijk is een grand caf\u00e9 helemaal zo erg nog niet en wat een lieve mensen allemaal.\u2019 Sowieso vermeit ze zich graag in associatief woordspel: \u2018Laatst vond ik onder de kattenbak nog een versteende halve muis terug, en de knagende vraag diende zich aan waar de andere helft was gebleven.\u2019<\/p>\n<p>Dol lijkt ze op lyrisch te beschrijven smerigheid: \u2018Voedsel dat niet wordt gegeten bederft nu eenmaal, zeker in een al wat oudere ijskast die puilt van met gulzig wanbeleid aangeschafte lekkernijen: daar wordt menig kaasje vanuit een appelmoeshinderlaag beslopen door lichtschuwe schimmels, maakt een verslijmd preiblad een macaber walsje met een ontbindende halve haring en cre\u00ebert een van God verlaten schaaltje stamppot ongestoord zijn priv\u00e9-ecosysteem, compleet met flora, fauna en eigen dampkring. Ik gooi dus nogal wat weg.\u2019<\/p>\n<p>Maar nog meer lijkt ze verzot op de suggestie van sluipende akeligheden, die zich immer onverwacht aandienen. \u2018\u201cGa je mee bowlen?\u201d, vroeg een kennis die verder eigenlijk heel aardig is.\u2019 De ultieme Witteman-truc is haar aanwending van het bijvoeglijk naamwoord. Schrijven is schrappen weten we, en adjectivitis ligt bij menig schrijver op de loer. Maar Witteman kan zich dit risico veroorloven, ze komt er telkens goed mee weg. Zo\u2019n bijvoeglijk naamwoord is bij haar een registerwisseling op zich, waardoor de lezer plotsklaps belandt in lugubere realiteit. Zo leunt een pubermeisje verlegen tegen de hals van \u2018een bedroefd paard\u2019. Ook beschrijft ze hoe ze als broedse moeder-in-spe baby\u2019s van anderen bewondert en ruikt \u2018aan het argeloze schedeltje\u2019.<\/p>\n<p>In haar nawoord bij de Carmiggelt-bloemlezing citeert ze vol instemming een dichtregel van de oude Simon: \u2018Maar lachen \u2013 alles wat ik zeker weet.\u2019 Lachen als enig bestaanshouvast voor de ontredderde.<\/p>\n<p>Witteman beschrijft zich niet zozeer als iemand die mislukkingen verzamelt, maar als een onbestemd gemankeerd type, dat wat wezenloos, onthecht en weerloos de wereld tegemoet treedt en zich zo goed mogelijk staande houdt. Een sympathieke pati\u00ebnt. Haar enige verweer is die vaak vileine, sarcastische taal.<\/p>\n<p>Je zou kunnen beweren dat ze de tijdgeest vangt waar ze schrijft over een modern gezinsleven, met overbelaste jonge ouders, ondresseerbare kinderen en het gistende besef, op niets gestoeld, dat alle anderen het zoveel beter doen. Van een politieke kleur is in deze verhalen geen sprake, of je zou de neiging om te lachen rechts moeten noemen, zoals Harry Mulisch weleens gezegd heeft. De liefde lijkt ze opgegeven te hebben, maar haar driekoppig kroost en de drank zijn haar heilig. \u2018Om erger te voorkomen trek ik me terug in de keuken en drink grote slokken uit de fles wodka in de vriezer.\u2019<\/p>\n<p>Debet daaraan is mogelijk een ongelukkige jeugd, die af en toe door de chaos van haar alledaags bestaan kiert. Als kind was ze lelijk, werd ze gepest, haar ouders waren gescheiden, haar vader was aan de drank. Over de vondst van een beschadigd 8 mm-filmje uit die tijd: \u2018Veel meer dan een minuut of acht is er van mijn jeugd niet over, maar het is meer dan genoeg.\u2019<\/p>\n<p>\u2018Daarna staren wij lang en zwijgend uit het keukenraam terwijl het buiten slijmerig begint te regenen.\u2019 Geen lachebekje lijkt me die Witteman, op grond van dit semi-autobiografische proza. Maar dat waarover ze misschien niet zelf beschikt, verstrekt ze de lezer met gulle hand: een klaterende lach.<\/p>\n<p>S. Carmiggelt, \u2018Ik lieg de waarheid. De beste Kronkels\u2019, samengesteld en ingeleid door Sylvia Witteman, De Arbeiderspers, 231 pagina\u2019s, \u20ac 15,\u2013<\/p>\n<p>Kees van Kooten, \u2018Episodes. Een romance\u2019, De Bezige Bij, 127 pagina\u2019s, \u20ac 15,\u2013<\/p>\n<p>Sylvia Witteman, \u2018Pekingeend bij nacht. En andere pogingen tot Echt Heel erg Gelukkig Worden\u2019, De Arbeiderspers, 239 pagina\u2019s, \u20ac 14,95<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Wat een ijdel boekje heeft het lyrische burgermannetje Kees van Kooten geschreven met Episodes: een romance. En hoe echt grappig is Sylvia Witteman, die in haar literaire kleinoden de wereld tegemoet treedt als weerloze, wat onbestemd gemankeerde ouder.<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[293,27],"tags":[],"acf":[],"author_name":"Jeroen Vullings","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/118203"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=118203"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/118203\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Jeroen Vullings","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=118203"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=118203"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=118203"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}