
 {"id":117811,"date":"2007-04-21T00:00:00","date_gmt":"2007-04-20T22:00:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/het-is-alsof-ik-opeens-deel-mag-uitmaken-van-de-geschiedenis\/"},"modified":"2007-04-21T00:00:00","modified_gmt":"2007-04-20T22:00:00","slug":"het-is-alsof-ik-opeens-deel-mag-uitmaken-van-de-geschiedenis","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/het-is-alsof-ik-opeens-deel-mag-uitmaken-van-de-geschiedenis\/","title":{"rendered":"\u2018Het is alsof ik opeens deel mag uitmaken van de geschiedenis\u2019"},"content":{"rendered":"<p>Interview \/ Schrijver Charles Frazier<\/p>\n<p>Een gehavende houten vlonder slingert door het moeras, aan weerskanten dichte tropische vegetatie. Overal vandaan gekrijs van beesten. We banen ons een weg door de Everglades en schrijver Charles Frazier vertelt. Het ene verhaal na het andere, softspoken, met zangerig zuidelijk accent, onderbroken door lange pauzes. Over zijn vader bijvoorbeeld: een Tweede Wereldoorlog-veteraan, werkzaam als boekhouder voor scholen in North Carolina, die bij het begin van de twee maanden zomervakantie de gezinsleden zijn auto in joeg, en vervolgens lang in dubio stond bij een tweesprong: wordt het ditmaal Maine of Wyoming?<\/p>\n<p>Frazier had bij het contact vooraf slechts \u00e9\u00e9n verzoek: of het interview \u2018buiten\u2019 mocht plaatsvinden. In een omgeving waar z\u2019n gedachten de ruimte krijgen. Daartoe \u2018deden\u2019 we eerst de Big Cypress Swamp in Florida. Nu volvoeren we een marsh trail in een stuk woest gebleven Everglades, waar alligators, cougars en volgens Frazier zelfs boa constrictors huizen. Die afgedankte huisdieren hebben zich tot geduchte natuurlijke vijanden van de alligators ontwikkeld. Er vinden zelfs megagevechten plaats, waarbij de boa\u2019s verliezen, weet Frazier. Dus houd afstand van dat water. Laatst zocht een jonge vrouw, moe van het joggen, daar even verkoeling voor haar voeten. Hap, weg enkels.<\/p>\n<p>Charles Frazier (1950) mag dan een puike natuurgids zijn, dat is niet de reden dat ik hem wil spreken. Voor alles is hij de auteur van de onge\u00ebvenaarde historische roman Cold Mountain, een Odyssee ten tijde van de Amerikaanse Burgeroorlog, ge\u00ebnt op de geschiedenis van een verre voorzaat. De roman beschrijft de queeste van Inman die is gedeserteerd uit het zuidelijke leger en maar \u00e9\u00e9n ding wil: naar huis, naar zijn geliefde Ada.<\/p>\n<p>Op het moment dat ik Frazier ontmoet, verschijnt Dertien manen, de Nederlandse vertaling van zijn eind vorig jaar uitgekomen tweede roman Thirteen Moons. Wederom historische fictie: nu gaat het om de fictieve memoires van de negentigplusser Will Cooper, losjes gebaseerd op het negentiende-eeuwse levensverhaal van de legendarische William Holland Thomas. Als twaalfjarig jongetje werd hij verstoten door de blanken en liefdevol opgenomen door de Cherokees. Hij werd het eerste blanke opperhoofd van de Cherokees, en slaagde er miraculeus in om het land in North Carolina, waar zijn stam woonde, te behouden \u2013 tegen de wil van de regering te Washington in.<\/p>\n<p>Dertien manen is een heel ander boek dan de epische sage Cold Mountain, doordat we meekijken met de onbetrouwbare verteller Will Cooper naar de historie van zijn leven en van zijn eeuw. Wat mythe is en wat ontluisterende geschiedenis valt niet altijd uit te maken. Frazier schotelt ons in Dertien manen geen valse romantiek voor: de \u2018nobele wilden\u2019 maakten zich \u2013 net als hun blanke tegenstrevers \u2013 schuldig aan slavernij. Sommigen van hen waren zelfs plantagehouders. \u2018Weinig Amerikaanse lezers waren zich daar bewust van,\u2019 zegt Frazier, \u2019het schokte ze. Maar die rijke indiaanse plantagehouders waren vaak op zijn minst half Schots. Ze dachten werkelijk dat ze veilig zouden zijn als ze zoveel mogelijk als blanken zouden leven. Toch werden ze uiteindelijk, tezamen met hun meest traditionele stamgenoten, gedwongen te verhuizen naar Oklahoma \u2013 met hun zwarte slaven.\u2019<\/p>\n<p>Eens een indiaan, altijd een indiaan?<\/p>\n<p>\u2018Mijn personage Will zegt: je bent die je denkt te zijn. Zijn geliefde Claire stelt: je bent zoals anderen je zien. Will is wat na\u00efef Amerikaans daarin. De ge\u00efntegreerde Cherokees namen cultureel zoveel als ze maar konden van ons over, maar toch werden ze anders bevonden dan wij. Ze deden hun kinderen op school in New England, waar ze opgeleid werden tot gentlemen en waar vandaan ze vaak met blanke vrouwen terugkeerden. Ze adopteerden onze taal, onze kleren, onze bezittingen, onze gebruiken, zelfs de slavernij, en niets daarvan deed er uiteindelijk iets toe. Ze waren geen Amerikaanse staatsburgers, ze leefden in de Cherokee Nation, dus moesten we van ze af. Zonder uitzonderingen.\u2019<\/p>\n<p>Gelooft u in een historische schuld ten opzichte van de indianen?<\/p>\n<p>\u2018Het is moeilijk om naar gebeurtenissen van tweehonderd jaar geleden te kijken en daar onze huidige gedachten op los te laten over hoe we mensen moeten behandelen. Misschien is het terecht om van genocide van native Americans te spreken, misschien ook niet. We wilden gewoon hun land hebben en we namen het. De Schotten, mijn voorouders, waren hun land uitgejaagd door de Engelsen, ze kwamen in Amerika en verjaagden indianen van h\u00fan land.<\/p>\n<p>Verbazingwekkend is dat er desondanks nog zoveel van hun cultuur bestaat. Voor mij getuigt het van zoete ironie dat de meest traditionele Cherokees, onder leiding van Will Thomas en zijn indiaanse vriend, het opperhoofd Janaguska, op wie mijn personage Bear gebaseerd is, dankzij de krachtigste wapens van de blanken hun lapje land en daarmee hun cultuur konden behouden: ze bedienden zich van voor indianen wezensvreemde zaken als eigendomsrecht en geld.<\/p>\n<p>Tegenwoordig is het in veel gevallen heel lucratief als je kunt aantonen dat je van indiaanse afkomst bent. In hun reservaten mogen ze casino\u2019s exploiteren en de vaak enorme winst wordt hoofdelijk over de stamleden verdeeld. Ook de Cherokees vestigen daar nu hun hoop op. Maar er verandert veel. Vroeger was het enige wat ertoe deed dat je lid was van een clan, niet of je indiaans of Schots bloed had. Nu telt slechts de bloedlijn. Daarom wil ik in Dertien manen die andere cultuur tonen, die andere manier om naar de wereld te kijken, via hun benadering van tijd. Ze rekenen niet in twaalf maanden, maar onderscheiden dertien manen. Het is een teken voor de lezer dat hij een reis in het verleden maakt en een andere wereld betreedt.\u2019<\/p>\n<p>In werkelijkheid reist Charles Frazier liever niet. Al helemaal niet naar het buitenland. Het verblijf in Roemeni\u00eb, om de filmopnamen van Cold mountain bij te wonen, staat hem nog levendig bij. Het gezin Frazier arriveerde daar in de oktobermaand, met sneeuw en regen. Bovendien moest het bezorgde ouderpaar daar hun toentertijd zeventienjarige oogappel Annie achterlaten; ze wilde langer blijven. Gelukkig bood de met Thanksgiving door hoofdrolspeelster Nicole Kidman gefourneerde kalkoen een huiselijke aanblik, daar in het verre Roemeni\u00eb.<\/p>\n<p>Frazier woont in twee staten tegelijk. Zijn vrouw annex businessmanager Katherine en zijn nu twee\u00ebntwintigjarige dochter Annie, studente oud-Grieks, zijn actief in de paardensport, dus wonen ze een paar maanden per jaar in West Palm Beach, Florida, als de horseshow er is. Die periode in zijn majestueuze huis in de Palm Beach Polo Club verdraagt hij, tot ze weer naar hun ranch in Raleigh, North Carolina, kunnen, waar hij paarden fokt. Weg van de achtbaanssnelwegen in Florida, terug naar de bergen en wouden en de dagenlange tochten door de wildernis op zijn mountainbike.<\/p>\n<p>Frazier: \u2018Ik ben bepaald door de aarde. Deels omdat ik in Asheville, North Carolina opgroeide, een klein plaatsje omgeven door bergen en bossen. Naar de wereld kijk ik altijd via het landschap, via dieren, bomen. Om erover te kunnen schrijven, moet ik een plek redelijk kennen. Als ik in North Carolina terug ben, ben ik terug in de bossen, ieder dag. Ik heb beweging nodig. Voor mijn geestelijk evenwicht moet ik dagelijks minimaal twintig mijl door ongebaand terrein fietsen. Dat maakt mijn hoofd helder. Soms gaat mijn dochter mee, meestal ben ik daar helemaal alleen. Ik houd niet van de hele dag in een kamer zitten. Al op vijfjarige leeftijd beklom ik met leeftijdgenootjes een kleine berg die zich tegenover ons huis bevond. Die sensatie van fysieke vrijheid is diep verankerd in mij.\u2019<\/p>\n<p>Aan Dertien manen werkte hij de afgelopen vijf jaar. Daarvoor zette hij vijf jaar geen pen op papier. Te zeer opgeslokt door het succes van zijn romandebuut Cold Mountain.<\/p>\n<p>\u2018Mijn boek kwam in mei 1997 uit, in september stond het nummer \u00e9\u00e9n op de New York Times Bestseller List. In november kreeg ik de National Book Award, daarna verschenen de vertalingen. Ik moest tweemaal naar Engeland. Vervolgens kwam de verfilming door Anthony Minghella. De boektournees gingen maar door. Andere schrijvers kunnen zoiets combineren met schrijven. Ik niet.\u2019<\/p>\n<p>En waar hield de schrijver Frazier zich verborgen voordat er iets van hem gepubliceerd werd?<\/p>\n<p>\u2018In de klas. Maar de arbeidsmarkt was zo slecht en het lesgeven was zo ongelooflijk niet opwindend dat ik zelfs overwoog rechten te gaan studeren. Voor ik dat zou doen, dacht ik: laat ik eens kijken wat voor roman ik kan schrijven. Ik hoopte op een verkoop van zo\u2019n tienduizend exemplaren, een paar goede recensies en vooral een betere onderwijsbaan.\u2019<\/p>\n<p>Doorslaggevend voor zijn succes was dat de zelfstandige boekhandels Cold Mountain oppikten. \u2018Als zo\u2019n boekhandelaar je roman aan een klant aanraadt, dan neemt die dat serieus. Verleden september kwam m\u2019n uitgever in Asheville, hij keek naar het boektoerneeprogramma voor Dertien manen dat ik had opgesteld en zei: \u201cDat slaat nergens op. Ik zie geen Boston, New York en Chicago. Ik zie Jackson en Oxford, Mississippi.\u201d Ik zei: \u201cDaar begon het allemaal.\u201d\u2019<\/p>\n<p>En of. Voor Thirteen Moons kreeg Frazier van zijn uitgever een voorschot van ruim acht miljoen dollar. Daarenboven leverden de filmrechten hem drie miljoen dollar op. De roman belandde direct op de derde plaats van de New York Times Bestseller List en ontving lof van literaire critici.<\/p>\n<p>Welke veranderingen brengt zulk succes?<\/p>\n<p>\u2018Beroemdheid? Welnee. De mensen van de horseshow hier zijn niet zulke grote lezers. In Asheville zijn mensen verbaasd dat ik naar dezelfde kruidenier blijf gaan. Dan zeg ik: wat wil je, ik leef, kook en eet nu eenmaal hier. Echt aangenaam was het om met die miljoenen een stichting voor liefdadigheidsprojecten in het leven te roepen. Veel leuker dan een nieuwe auto kopen \u2013 dat deed ik ook. We hebben ondermeer geld gestoken in The Cherokee Translation Project. Het Cherokee is een van de weinige indiaanse talen die een geschreven vorm kennen, en het middendeel van Dertien manen, dat over de gedwongen migratie van de Cherokees naar Oklahoma gaat, zal in een tweetalige editie verschijnen. Daarna willen we kinderboeken in het Cherokee vertalen. Verder zetten we een bibliotheek op in de Appalachen. Zoiets was allemaal niet mogelijk geweest met een lerarensalaris.\u2019<\/p>\n<p>Voelt u zich een Southern writer?<\/p>\n<p>\u2018Je blijft in de ogen van de roddelzieke literaire journalisten uit het noorden een \u201cregionale\u201d schrijver. Als je uit het zuiden komt, ben je in hun ogen een \u201czuidelijke\u201d schrijver. Kom je uit Connecticut, dan ben je gewoon een schrijver. Zo iemand vragen ze nou nooit: ga je n\u00f3g een boek schrijven dat in New York speelt? Voor mij is het een enorm compliment, southern writer. Ik lees nu eenmaal graag auteurs uit het zuiden en westen, zij zijn nu eenmaal meer gepreoccupeerd met ruimte. Ik bewonder Cormac McCarthy mateloos; hij is de grote gorilla in de kamer, de William Faulkner voor mijn generatie \u2013 intimiderend goed. Het is een eer om tot het gezelschap gerekend te worden van schrijvers als Jim Harrison, Thomas McGuane, Steven Millhauser en Reynolds Price. Voor iemand voor wie schrijvers altijd onbereikbare helden waren, is het alsof ik opeens deel mag uitmaken van de geschiedenis.\u2019<\/p>\n<p>Geschiedenis \u2013 als \u00e9\u00e9n term Frazier karakteriseert is het die wel. Zijn denken, zijn werk, is doordesemd van het belang van geschiedenis. Het probleem van de Verenigde Staten, misschien wel het probleem van de moderne westerse wereld, acht Frazier het geringe historisch besef: \u2018In dit land gaan we altijd maar verder. We herinneren ons ons verleden niet. Toen ik nog lesgaf, als lector aan een universiteit, vroeg ik mijn studenten hoe ver terug ze hun familiegeschiedenis kenden en het was verbazingwekkend hoeveel van hen niets wisten dat voorbij de generatie van hun grootouders reikte.\u2019<\/p>\n<p>Zelf geeft hij het goede voorbeeld. \u2018Toen we onze kleine boerderij in North Carolina kochten, Annie was toen een jaar of zes, gingen we daar naar de plaatselijke bibliotheek en onderzochten wie dat land allemaal in bezit hadden gehad. Zo ver mogelijk terug in de geschiedenis. Eerst de familie van de boer van wie we het kochten, daarna een grootgrondbezitter, nog verder een Lord in Engeland en uiteindelijk de Cherokees. We spitten een alfalfaveld om om er gras voor de paarden in te planten, en vonden daar een pijlpunt. Dat geschiedenis zo tastbaar en dichtbij is, wilde ik haar laten inzien. Tja, in Amerika denken we nu eenmaal dat honderd jaar een lange tijd is, terwijl de Schotten denken dat honderd mijl ver te gaan is.\u2019<\/p>\n<p>Dertien manen bevat achterin een curieus \u2018Woord van de schrijver\u2019, waarin de auteur lezers erop wijst dat zijn boek een roman is en dat de geografie en de geschiedenis daarin gefilterd zijn door zijn verbeelding. Ge\u00efnteresseerden in non-fictionele achtergronden verwijst hij tot slot uitdrukkelijk naar enkele academische titels.<\/p>\n<p>De schrijver, desgevraagd: \u2018Dat is bedoeld om idioten bij de kruidenier erop te wijzen dat Dertien manen een roman is. Spreekt zo\u2019n vent je in de winkel aan en zegt: ik las een artikel van een historicus en die schrijft dat je het \u201cgrotendeels\u201d bij het juiste eind hebt. Ik zeg, verdomme, het is een roman, het is fictie. Je lacht erom, maar Katherine vond vanochtend op het internet een bericht over een gek die Inmans route, een verz\u00f3nnen route, voor een krant wil gaan nalopen en die uiteindelijk bij mijn huis in Asheville gaat aanbellen \u2013 jezus, ik verz\u00edn dingen.\u2019<\/p>\n<p>Legt het historisch vertelmateriaal u juist niet aan banden?<\/p>\n<p>\u2018Nee, de geschiedenis biedt zo\u2019n rijke bron dat ik er alle kanten mee op kan. Zeker omdat we heel veel niet weten over het verleden. Ik houd ervan om een wereld te scheppen die je niet kent. Om geloofwaardig over gebeurtenissen in 1830 te schrijven, moet je hetzelfde doen als voor een sciencefictionboek. Bovendien heeft historische fictie, met dat genre vergeleken, als voordeel dat het je doet nadenken over hoe we geworden zijn wie we zijn.<\/p>\n<p>Over honderd jaar zal dit continent onherkenbaar en onleefbaar zijn. Er zal zo weinig open ruimte zijn, dat het overal z\u00f3 zal zijn.\u2019 Hij wijst met afschuw op een achtbaanssnelweg, die verderop het einde van de Everglades markeert. \u2018Huizen, gebouwen \u2013 en mensen.\u2019 Pauze, dan: \u2018Ik kan mij herinneren dat ik als kind in de late jaren vijftig in de krant las dat de Verenigde Staten honderd miljoen inwoners telden. Dat zijn veel mensen, dacht ik toen al. Nu zijn het er tweemaal zoveel.\u2019<\/p>\n<p>De frontier is toch al een tijd weg.<\/p>\n<p>\u2018Maar we doen alsof die nog bestaat, omdat het zo\u2019n vormend concept was voor de persoonlijkheid van het land. Ik doel op de capaciteit van Amerikanen om almaar naar het westen te gaan, driehonderd jaar lang, als je iets beters of anders wilde, als je weg wilde van wie je was of van het leven dat je leidde. Altijd lag die mogelijkheid open. Dertien manen illustreert, in een verhaal dat bijna een eeuw omspant, het geleidelijke verlies van dat besef.\u2019<\/p>\n<p>Uw beide boeken brengen ook een economie zonder geld in kaart.<\/p>\n<p>\u2018Daar schrijf ik over, omdat ik het van vroeger ken: mijn grootouders leefden zo. Ze hadden boerderijen en wat ze fokten en lieten groeien, vormde ongeveer negentig procent van wat ze nodig hadden. Ze kwamen voor die resterende tien procent aan geld door wat tabak te telen. Buiten de geldeconomie te leven maakte ze onafhankelijk. Nu doet niemand dat meer. Maar de schaduwkant van die vrijheid was dat je met een slecht jaar fors in de problemen kwam.\u2019<\/p>\n<p>De weerzin in uw roman tegen de politiek, in het bijzonder tegen de zittende president, doet actueel aan.<\/p>\n<p>\u2018Regelmatig krijgen we in dit land de president die we verdienen. President Andrew Jackson, de beruchte indianenhater, was de president die toen bij het land paste. Ik hoorde van mijn vertaalster dat er in het Cherokee geen scheldwoorden bestaan. Maar het ergste dat je kunt zeggen is djakkaskunah. Dat betekent: Jackson \u2013 na al die jaren. Klaarblijkelijk zijn er ook nog Cherokees die geen briefjes van twintig dollar willen hebben, met Jacksons beeltenis.<\/p>\n<p>Veel mensen in zijn regering waren het niet eens met zijn politiek om de indianen alsmaar naar nog onherbergzamere gebieden te verdrijven. Ook het Supreme Court was daartegen, maar Jackson reageerde met: wat denken jullie daar aan te kunnen doen? Andrew Jackson verjoeg de indianen omdat ze een multiculturalistische spiegelsamenleving van de onze vormden.\u2019<\/p>\n<p>Hij zucht diep. \u2018De afgelopen jaren was de politiek ronduit ontmoedigend. Politiek is hier als een slingerklok die in de progressieve richting zwaaide toen ik opgroeide, maar die de laatste kwart eeuw ver ter rechterzijde uitkomt. Laatst zag ik een programma op de televisie over een jeugdheld van me: de gouverneur van North Carolina in de vroege jaren zestig, Terry Sandford. Ongelooflijk hoe progressief hij was in die tijd en die streek. Hij pompte geld in het onderwijs, hij zette zich in voor de burgerrechten, hij steunde Martin Luther King. Hij was een verlichte zuidelijke politicus, zoals we die te weinig hadden de afgelopen vijfentwintig jaar. De wereld zou er dan anders uit hebben gezien.\u2019<\/p>\n<p>Bent u indertijd opgeroepen om naar Viet\u00adnam te gaan?<\/p>\n<p>\u2018Als je ging studeren, kreeg je vrijstelling van militaire dienst. Tot \u00edk, in de herfst van 1969, naar de universiteit ging. Op de televisie werd  de eerste loting gehouden. Een soort spelletjesshow waarbij nummers uit een hoed getrokken werden. Zaten we daar als achtien-, negentien-, twintigjarigen naar te kijken, in het besef dat ons lot bezegeld werd door lottoballetjes. Ik kon er niet naar blijven kijken, dus ik ging in de stad rondlopen. Toen ik terugkwam, had mijn kamergenoot een heel laag nummer gekregen, dertig, zodat hij vrijwel direct opgeroepen zou worden. Ik was nummer driehonderdvijfentwintig.<\/p>\n<p>Een paar dagen later belde ik het leger op om te vragen hoe ik nummer driehonderdvijfentwintig moest interpreteren. Ze zeiden: leef maar door, we zullen je niet oproepen tenzij de Russen in Main Street gaan landen. Dus ik had geluk.<\/p>\n<p>Ik herinner me mijn grootvader die vermoedelijk in 1878 geboren is. Hij was een boegbeeld van onafhankelijkheid, alleen al het idee dat de regering de macht had om mensen op te roepen hinderde hem. Hij was meer tegen de dienstplicht dan tegen de oorlog. Maar op het moment dat naar Canada vluchten door de meeste volwassenen die ik kende als verraad werd gezien, zei hij: als je wordt opgeroepen, hoop ik dat je naar Canada gaat.\u2019<\/p>\n<p>Dat is de mentaliteit in Cold Mountain.<\/p>\n<p>\u2018Zoveel soldaten in de Burgeroorlog voelden zich geen deserteurs toen ze wegliepen, ze hadden zich immers vrijwillig aangemeld voor de oorlog. Zolang het ons zinnig lijkt, dachten ze, blijven we. Zoniet, dan vertrekken we. Denk eens hoe anders Amerika nu zou zijn als er een dienstplicht zou zijn. Er zou dan niet zoveel eensgezindheid bestaan over de oorlog in Irak.<\/p>\n<p>Ja, deze oorlog, ach, uiteindelijk eindigen alle oorlogen&#8230; Maar mijn God, wat voor rotzooi wordt het om daar vandaan te komen. Dit voelt als het begin van de Honderdjarige oorlog. Over de war on terror zei Hunter Thompson kort voordat hij stierf: onze kleinkinderen zullen nog in deze oorlog vechten. Zo voelt het inderdaad.\u2019<\/p>\n<p>Ook de nieuwe roman waaraan Frazier werkt heeft met oorlog te maken, zij het indirect. \u2018Het leger kwam begin jaren zestig in mijn geboorteplaats Raleigh, sloot de vallei af, en begon daar met gigantische wargames. Als voorbereiding op Vietnam. Australische commando\u2019s verborgen zich in de bergen, zij waren guerrilla\u2019s. Het leger moest ze bestrijden en de inwoners, w\u00edj, werden opeens als Vietnamese burgers behandeld.\u2019<\/p>\n<p>Maar het wordt toch echt een andere roman dan de vorige twee, benadrukt hij. \u2018Er zijn twee manieren om een verhaal te vertellen. E\u00e9n: een man gaat op reis \u2013 dat heb ik nu al tweemaal gedaan. Twee: een vreemdeling komt in de stad \u2013 dat ga ik nu doen.\u2019<\/p>\n<p>Probleem is alleen dat er zich nog geen beeld aan hem geopenbaard heeft. Als dat gebeurt, weet hij, kan hij schrijven. \u2018Het eerste wat ik zag toen ik aan Cold Mountain begon, was het beeld van de soldaat die, de eerste nacht in het ziekenhuis, door het raam naar buiten gaat. Buiten, alleen, een deserteur, ziek van oorlog, die probeert naar huis te komen. Te voet.<\/p>\n<p>Bij Dertien manen zag ik dat jongetje in de regen, op een paard met een kaart in de regen, die erachter probeert te komen waar hij heen moet. Alleen in de regen.\u2019<\/p>\n<p>Schrijven. Iedere dag kan hij wel iets leukers verzinnen om te doen. \u2018Maar het is de laatste vijftien jaar nu eenmaal iets wat ik gekozen heb om te doen. Zelfs \u00e9\u00e9n dag vrij kan de flow onderbreken. Ik weet pas of het een goede of een slechte dag wordt als ik ga zitten. Meestal schrijf ik liever dan dat ik naar de muur staar. De urgentste vraag die ik mezelf stel is: schrijf ik zinnen die me gelukkig maken? Ik kan jaren werken aan \u00e9\u00e9n sc\u00e8ne, net zo lang tot de taal me voorttrekt. Katherine en Annie zijn mijn lezers. Maar met Dertien manen liet ik niks lezen, twee jaar lang niet. Ze waren vast bang dat ik als die vent uit The Shining steeds hetzelfde zinnetje zat te tikken.\u2019<\/p>\n<p>Hij sombert verder over het dagelijkse juk dat hij zichzelf heeft opgelegd: \u2018Ik heb de regelmaat nodig, niets mag dat onderbreken. Dat maakt het leven erg vervelend. Omdat we niet reizen, niet uit eten gaan.<\/p>\n<p>Toen ik mijn baan opzegde om te gaan schrijven, had Katherine een voltijdsbaan en was Annie nog klein. Ik werd de ouder die zijn kind naar school bracht, die meeging op schoolreis. Ik dacht dat ik maar een jaar vrij moest nemen van het lesgeven, maar het werden er meer. Toen ik de National Book Award won en iets moest zeggen, had ik niks voorbereid, ik ging er niet van uit dat ik zou winnen. Dus ik zei: Hoeveel vrouwen zouden zeggen: schat, zeg je baan op, ga die roman nu eens schrijven waar je van droomt?<\/p>\n<p>Inmiddels weet ik dat je als schrijver alleen tot iets kunt komen als tenminste \u00e9\u00e9n naaste in je gelooft.&#8217;<\/p>\n<p>Charles Frazier, \u2018Dertien manen\u2019, vertaling Jan Smit, Van Holkema &#038; Warendorf, 360 pagina\u2019s, \u20ac 18,95<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Charles Frazier is de auteur van het onge\u00ebvenaarde Cold Mountain, een (ook verfilmde) Odyssee ten tijde van de Amerikaanse Burgeroorlog. Deze week verschijnt Dertien manen, de Nederlandse vertaling van zijn tweede historische roman Thirteen Moons. Een twaalfjarig jongetje wordt verstoten door blanken en liefdevol opgenomen door de Cherokees. De \u2018nobele wilden\u2019 maken zich \u2013 net als hun blanke tegenstrevers \u2013 schuldig aan slavernij. \u2018Die rijke indiaanse plantagehouders dachten dat ze veilig zouden zijn als ze zoveel mogelijk als blanken zouden leven.\u2019<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[293,27],"tags":[],"acf":[],"author_name":"Jeroen Vullings","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/117811"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=117811"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/117811\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Jeroen Vullings","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=117811"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=117811"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=117811"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}