
 {"id":117643,"date":"2007-04-28T00:00:00","date_gmt":"2007-04-27T22:00:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/duurzaam-ondernemen-levert-geld-op\/"},"modified":"2007-04-28T00:00:00","modified_gmt":"2007-04-27T22:00:00","slug":"duurzaam-ondernemen-levert-geld-op","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/duurzaam-ondernemen-levert-geld-op\/","title":{"rendered":"Duurzaam ondernemen levert geld op"},"content":{"rendered":"<p>Reportage \/ Nederlandse multinationals en het milieu<\/p>\n<p>In de grootste brouwerij van Europa ruikt het doordringend naar mout, maar daarbuiten nauwelijks. Dat was vroeger wel anders in Zoeterwoude, toen rook je de fabriek al op kilometers afstand. \u2018Geen fabriek,\u2019 corrigeren Jaco Bakker, manager Safety, Health and Environment van Heineken en Mark van Rijn, manager Corporate Affairs, verontwaardigd. Dat past niet bij het imago van Heineken, vinden ze.<\/p>\n<p>Heineken is op een goede manier bezig met milieu, zei de huidige minister van Milieu Jacqueline Cramer eind vorig jaar tegen Vrij Nederland, toen nog in haar hoedanigheid als hoogleraar duurzaam ondernemen. En niet alleen de bierbrouwer. Bij allerlei Nederlandse multinationals zijn, aldus Cramer, \u2018heel enthousiaste mensen actief. Er gebeurt daar op milieugebied veel meer dan de meeste mensen weten.\u2019<\/p>\n<p>Zo komt het dat we nu door het brouwhuis lopen, straks een uitvinding van Akzo Nobel gaan bekijken in het met moderne kunst overladen hoofdkan\u00adtoor in Arnhem, en daarna in de hitte van de Philips tl-lampen\u00adfabriek in Roosendaal staan.<\/p>\n<p>De Zoeterwoudse brouwerij is goed voor tien miljoen hectoliter bier per jaar, acht procent van de totale jaarlijkse bierproductie van Heineken. In zes brouwstraten staan tussen de brede loopbruggen gigantische roestvrijstalen tanks naast elkaar \u2013 inhoud zo\u2019n driehonderd hectoliter per stuk \u2013 waarin de voorfasen van het \u2018heerlijk helder\u2019 gisten en borrelen. De gist, die zorgt voor de specifieke smaak, is bedrijfsgeheim. Vanuit Zoeterwoude gaat de gist naar veel Heinekenbrouwerijen over de hele wereld: 115, verdeeld over 65 landen, met in totaal bijna zestigduizend werknemers.<\/p>\n<p>We staan bij een tank waarin wort \u2013 moutpap \u2013 wordt gekookt. \u2018Bij dat koken komt een heleboel damp vrij. Een jaar of vijf geleden ging die gewoon de buitenlucht in. M\u00e9t de geur.\u2019 Daar had Zoeterwoude op een bepaald moment geen zin meer in, en Heineken maakte van de nood een deugd.<\/p>\n<p>Bakker: \u2018Als je waterdamp condenseert, dus langs een koud oppervlak laat glijden, en je vult dat koude oppervlak met koud water, dan wordt dat water warm.\u2019 Hij wijst naar het buizenstelsel tussen twee tanks. \u2018Op deze manier halen we 95 procent van de geur weg en winnen we veel warmte terug. Die gaat met een pijp naar het gebouw, dat zo wordt verwarmd. En we verhitten er een van de pasteurs mee, een mega-verwarming waarin de flesjes bier door verhitting worden gepasteuriseerd zodat ze lang houdbaar zijn.\u2019<\/p>\n<p>De hete wort moet na het koken gekoeld worden voordat er gist aan toegevoegd kan worden. De ideale temperatuur is vijf, zes graden. Het koude water dat de hete wort koelt, wordt vanzelfsprekend zelf warm. Bakker: \u2018Dat gaat naar de eerste ketel waar je warm water nodig hebt. Zo probeer je alle warmte die je hebt, te gebruiken.\u2019<\/p>\n<p>Totale investeringskosten om warmte terug te winnen: circa vijf miljoen euro. \u2018Als we hier een nieuwe brouwerij hadden gebouwd, had het misschien een tiende gekost, dan waren al deze processen meteen in het ontwerp meegenomen,\u2019 denkt Bakker. De nieuwste brouwerij in Ama, Nigeria, daar kun je de best practices van Heineken bekijken, zegt hij met lichte afgunst in zijn stem. Alle Heineken-brouwerijen zijn met elkaar verwikkeld in een competitie om het laagste water- en energieverbruik. De energiekosten maken twee tot drie procent van het totale product uit, wereldwijd een bedrag van tweehonderd miljoen euro. Zoeterwoude zit bij de laagste verbruikers, maar is niet de allerlaagste. Dat steekt toch een beetje \u2013 en dat is ook precies de bedoeling.<\/p>\n<p>Etikettenpulp<\/p>\n<p>Wat heeft bier brouwen te maken met het milieu? Veel. Brouwerijen verbruiken enorm veel zoet water: voor elke liter Hei\u00adne\u00adken is gemiddeld 5,2 liter water nodig. Voor het brouwproces zelf, maar ook voor het reinigen van de hervulbare flesjes en het schoonmaken van de productielijnen. Brouwerijen hebben veel afvalwater met organische resten dat gezuiverd moet worden, ze stoten geur uit (\u2018stank\u2019 mag je net zomin zeggen als \u2018fabriek\u2019) en ze produceren afval: etiketten, kroonkurken, kapotte flesjes, blikjes. Buiten staan grote afvalbakken voor groen en bruin glas, etikettenpulp \u2013 daar worden tissues van gemaakt \u2013 en containers met slibrestanten uit het afvalwater. Dat slib wordt verbrand. \u2018Het recyclepercentage afvalstoffen is op deze brouwerij 99,5 procent, misschien zelfs nog meer,\u2019 zegt Bakker.<\/p>\n<p>De afvalwaterzuivering van de Heineken\u00adbrouwerij in Zoeterwoude is qua grootte te vergelijken met een stad: geschikt voor tweehonderdduizend \u2018vervuilingseenheden\u2019. Op het terrein staat een biogasmotor die warmte en elektriciteit maakt, en die draait op biogas dat in de afvalwaterzuivering wordt opgewekt. \u2018De elektriciteit is voor het kantoor en kan ongeveer tachtig procent van de daar benodigde capaciteit leveren. Wat we tekort komen, vullen we aan uit onze eigen warmtekrachtcentrale,\u2019 legt Bakker uit. Die centrale, die op aardgas draait en elektriciteit en warmte maakt, levert aan de brouwerij.<\/p>\n<p>Bakker: \u2018Alle machines en verpakkings\u00adlijnen draaien erop, en de warmte hebben we nodig in het brouwhuis, de pasteur of in het reinigingsproces. Als je warmte \u00e9n elektriciteit nodig hebt, zoals wij, is dit veel effici\u00ebnter dan een stoomketel, waarbij je water opwarmt en stoom produceert, en elektriciteit koopt. Qua elektriciteit zijn we bijna helemaal zelfvoorzienend. Aardgas kopen we, natuurlijk. De toekomst is dat we bierbostel, een restproduct dat bestaat uit kaf, onopgeloste eiwitstoffen en moutkiemen, ook kunnen vergassen. Nu gaat dat nog als voedsel naar de koeien.\u2019 Van Rijn grinnikt: \u2018Zo leveren we ongewild toch nog een bijdrage aan het broeikaseffect: door het methaan dat de koe opboert.\u2019<\/p>\n<p>De milieu-investeringen die in Zoeterwoude zijn gedaan en die \u2013 in tegenstelling tot energiebesparing \u2013 niet direct geld opleverden, waren nodig omdat de brouwerij tegen de grenzen van zijn milieuvergunning aanliep. \u2018Zomaar\u2019 in milieu investeren omdat het er beter van wordt, is niet aan de orde. Bakker, verbaasd: \u2018Bedoel je all\u00e9\u00e9n uit idealistische motieven? Zo hou je een bedrijf niet in stand. Ik heb thuis zonnepanelen omdat ik dat leuk vind. Maar als je dat bij Heineken zou willen doen, praat je over een terugverdientijd van dertig jaar. Dat is veel te lang. Dan kun je je geld waarschijnlijk beter in een programma in Afrika stoppen. De drie p\u2019s, people, planet en profit, moeten wel in evenwicht zijn.\u2019<\/p>\n<p>De milieubeweging denkt wat dat betreft te vaak alleen in issues en te lokaal, vindt hij. \u2018Voor de Nederlandse situatie kan iets zinvol lijken, maar als je kijkt naar het geheel van Heineken, kan een andere investering nuttiger zijn. Als je additionele investeringen doet om de milieubelasting terug te brengen, is je terugverdientijd ongeveer tien jaar. Als je een nieuwe fabriek neerzet, is dat twee jaar.\u2019<\/p>\n<p>Heine\u00adken zou ook nooit een verpakking niet maken uitsluitend omdat die slechter is voor het milieu. Hoewel&#8230; Van Rijn: \u2018We hadden een poos geleden een researchproject, een blikje met blik eromheen; als je dat openmaakte, kwam er een reactie met zuurstof en koelde dat blikje af. Een zelfkoelend blikje, dus. Superhandig, maar wat is de ecologische prijs daarvan? Er zijn veel consumenten die zeggen: een verpakking die zo ongelofelijk meer belastend is voor het milieu dan een normale verpakking, willen we helemaal niet.\u2019 Hij geeft toe dat het een \u2018heel duur blikje\u2019 geworden zou zijn. \u2018Maar mijn vrouw haalt bij Albert Heijn kleine bakjes voor\u00adgegaarde rijst, terwijl je voor dat geld ook een hele zak rijst kunt kopen. Er zijn consumenten die voor gemak kiezen.\u2019 Bakker: \u2018In afgelegen gebieden waar het erg warm is, in de woestijn, daar zou het kunnen werken.\u2019<\/p>\n<p>Eco-effici\u00ebnt<\/p>\n<p>Heineken is bezig met het energie-effici\u00ebnter maken van zijn productieproces; het product zelf, bier, is al eeuwen hetzelfde. Alleen de verpakking verandert.<\/p>\n<p>Voor Akzo Nobel en Philips, de andere twee bedrijven waar we langsgaan, zijn ook de producten z\u00e9lf object van verbetering. Sterker nog: het feit dat een aantal producten eco- effici\u00ebnt is, is hun unique selling point.<\/p>\n<p>\u2018Dit is high risk, dat zeg ik eerlijk,\u2019 zegt Mike Zeitler, en hij zet een op het oog doodgewone rechthoekige, kartonnen doos op tafel. In de bovenste twee kleppen is een handvat gemaakt, zodat je hem als een tas kunt dragen. Zo eenvoudig kan innovatie eruit zien. Een doos die je gewoon bij het oud papier kunt zetten.<\/p>\n<p>En dat is het hem nou juist, legt Zeitler, een van de drie leden van Akzo Nobels Innovation Unit, uit: dat k\u00e1n met deze doos. Ondanks het feit dat er een coating op zit die water- en vetafstotend is. Hij giet er water uit een petflesje in en inderdaad, het wordt niet opgezogen. \u2018Andere dozen die dezelfde eigenschap hebben, hebben een coating die niet te recyclen is. Die dozen gaan de vuilnisbelt op, of worden verbrand. Dat is het verschil,\u2019 zegt hij. Hij wijst naar het flesje. \u2018Deze coating is gemaakt van scrap-pet, gerecyclede petflessen die tot hars zijn gesmolten. Dat hars lossen we op in een mengsel op waterbasis.\u2019<\/p>\n<p>Een prachtig product, heel geschikt om verse etenswaren naar de supermarkt te vervoeren. Het zou voor een forse vermindering van de afvalberg kunnen zorgen. Maar is er ook een bedrijf te vinden dat zulke dozen gaat gebruiken? Wat moet je doen om een duurzaam product ook daadwerkelijk te kunnen verkopen?<\/p>\n<p>Vergroenen<\/p>\n<p>\u2018Ik werk hier nu achttien jaar,\u2019 zegt Henk de Bruin, senior vice president corporate sustainability office, van Philips. \u2018Mijn taak in het leven is anderen in ons bedrijf aan te jagen om dingen duurzamer te doen. Veranderingsprocessen in een bedrijf kosten tijd, gaan niet altijd makkelijk en moeten concurreren met andere prioriteiten. Wereldwijd heeft Philips twintig mensen in dienst die zich met het aansturen van duurzaamheid bezighouden. We kijken wat de trends zijn op dit gebied, wat de concurrenten doen en de fore runner-bedrijven, hoe investeerders tegen dit soort zaken aankijken, wat de ngo\u2019s (non gouvernementele organisaties, zoals milieuorganisaties en ontwikkelingshulporganisaties) vinden. Waar lopen we v\u00f3\u00f3r, waar gaat het goed, waar lopen we achter? Als dat bepaald is, kijken we welke afdeling in het bedrijf een verbeterprogramma zou moeten opstarten, en gaan we met zo\u2019n afdeling in gesprek.\u2019<\/p>\n<p>Dat gaat tegenwoordig makkelijker dan een aantal jaren geleden, zegt De Bruin. \u2018Milieu begint van zijn softe imago af te komen. \u201cGroen\u201d doet niet meer denken aan geitenwollensokken, maar is hip. Dat is ook nodig, wil het succesvol zijn in een bedrijf.\u2019<\/p>\n<p>Zijn collega bij Akzo Nobel, Andr\u00e9 Vene\u00adman, bevestigt dat het vergroenen van het bedrijf nogal wat voeten in de aarde heeft. \u2018Zelfs als dat het bedrijf netto geld oplevert, wil dat niet zeggen dat het automatisch wordt doorgevoerd. Bij ons werken zestigduizend mensen. De managers zijn inmiddels om. Maar is elke marketeer die bij ons werkt ervan overtuigd dat een eco-effici\u00ebnt product voordelen biedt voor bepaalde klanten? Nee. De een zegt: leuk, dit is voor mij een nieuwe markt, die ga ik onderzoeken. En de ander: ik wil gewoon mijn product verkopen.<\/p>\n<p>In het opzetten van nieuwe productieprocessen zie je dezelfde discussie. Je hebt mensen die echt willen innoveren, en mensen die zeggen: het is toch prima hoe deze fabriek is gebouwd? Ik weet hoe hij werkt, ik ben altijd al zuinig geweest met energie en water, ik moet niet te veel nadenken over die nieuwe methode van energiebesparing. De researchers op hun beurt moeten producten ontwikkelen die effici\u00ebnt zijn, goed gemaakt kunnen worden, afbreekbaar zijn en vooruit lopen op de nieuwe milieuwet- en regelgeving. Er is dus een cultuuromslag nodig, daar zijn we hier de komende jaren nog wel mee bezig. Zo\u2019n omslag begint aan de top van een onderneming, die moet zeggen: wij willen dit hoog op de agenda hebben, dit is de kern van ons bedrijfsbeleid, en dit dragen wij uit.\u2019 Dat gebeurt in ons bedrijf ook, zegt Ve\u00adne\u00adman, en met reden: \u2018Duurzaam ondernemen slaat aan omdat het goed ondernemen is.\u2019<\/p>\n<p>Cashen<\/p>\n<p>Bij Akzo Nobel en bij Philips zijn ze ervan overtuigd: de huidige aandacht voor duurzaamheid is geen hype, en bovendien is die aandacht alleen maar goed voor het bedrijf. Sterker nog: de overheid zou op het gebied van wet- en regelgeving best een tandje bij mogen zetten. Strengere milieuregels spelen een innoverend bedrijf in de kaart. Het is een duidelijke boodschap aan de minister van Milieu, die in haar vorige leven onder meer bij deze bedrijven over de vloer kwam om daar duurzaamheidsprocessen te begeleiden en te activeren.<\/p>\n<p>\u2018Het is goed voor het milieu om de komende tien jaar van de gloeilamp over te stappen naar de spaarlamp,\u2019 zegt Henk de Bruin. \u2018Al betekent dat best wel wat voor een bedrijf als het onze, omdat we nog heel veel gloeilampfabrieken hebben staan.\u2019<\/p>\n<p>Maar Philips is klaar met die verouderde technologie. Als de gloeilamp brandt, levert hij vijf procent licht en vijfennegentig procent warmte. In de negentiende eeuw, toen hij werd uitgevonden, was dat fantastisch. Maar we rijden ook al lang niet meer met paard en wagen. Bovendien is de behoefte aan licht in West-Europa de afgelopen tweehonderd jaar met een factor twaalfduizend toegenomen. Dat schreeuwt om effici\u00ebntere technologie.<\/p>\n<p>Philips wil nu eindelijk weleens cashen met een vinding die energie-effici\u00ebnter is, een langere levensduur heeft en qua lichtopbrengst inmiddels niet meer onderdoet voor de gloeilamp: de spaarlamp. De Bruin: \u2018Wanneer Australi\u00eb en Californi\u00eb die omslag ondersteunen, en ook de Europese Unie over beleid op dit gebied begint na te denken, zijn wij daar natuurlijk blij mee. Er zit een vervangingsslag aan te komen, en dat betekent omzet voor een bedrijf als het onze.\u2019<\/p>\n<p>Consuminderen is  geen optie<\/p>\n<p>\u2018Duurzaam ondernemen is eigenlijk hetzelfde principe als \u201ceen slimme meid is op haar toekomst voorbereid,\u201d\u2019 vindt Andr\u00e9 Veneman van Akzo Nobel. \u2018Je wilt dat je fabriek in 2030 ook effici\u00ebnt is. En dan weet je: de grondstoffen worden schaars, de CO2-prijzen stijgen en de olieprijzen staan onder druk. Alleen een bedrijf dat hiermee rekening houdt in zijn bedrijfsvoering en zijn technologie, en zijn innovatie daarop inzet, is een bedrijf van de toekomst. Bovendien, zorgvuldig met al die bronnen omgaan, is geld waard. Vorig jaar hebben we honderd miljoen euro bespaard op energie ten opzichte van het referentiejaar 1990. We hebben liever dat we CO2-rechten kunnen verkopen, dan dat we ze moeten aanschaffen.<\/p>\n<p>Punt twee is dat in 2030 de wereldbevolking ongeveer negen miljard bewoners zal tellen. Nu al zouden we 1,4 werelden nodig hebben als alle mensen hetzelfde consumptieniveau zouden hebben als wij. We moeten dus op een andere manier met grondstoffen, olie en zoet water omgaan.\u2019<\/p>\n<p>De technologie gaat de oplossing brengen, zeggen De Bruin en Veneman eensgezind. Consuminderen is geen optie. Niet voor het bedrijf, dat zich op nieuwe markten wil begeven en graag wil groeien \u2013 stilstand is immers achteruitgang. En niet voor de consument, wiens gedrag de afgelopen jaren alleen maar is gekenmerkt door m\u00e9\u00e9r: meer vlieguren, meer autokilometers, meer kilo\u2019s papier, meer liters verf, meer luxeproducten.<\/p>\n<p>Daar komt bij dat de komende decennia de verdunning van de huishoudens zal doorzetten. In 2030 verwacht het CBS 3,4 miljoen singles. Er komen steeds meer eenlingen achter de voordeur, met allemaal hun eigen koelkast (of twee), tv (of twee), pc (of twee), auto (of twee), en ga zo maar door.<\/p>\n<p>De welvaart zal bovendien stijgen, wat betekent: iedereen zijn eigen vlakscherm-tv, zijn eigen zonnebank, zijn eigen led-verlichting waarmee elke ruimte al naar gelang je stemming in elke gewenste kleur uitgelicht kan worden. En elk jaar een nieuw verfje van Akzo Nobel op de muren, om het thuis niet te laten versaaien. Om maar wat te noemen.<\/p>\n<p>\u2018Wat de consument wil, is leading,\u2019 bevestigt De Bruin. \u2018Daarbinnen maken wij een product dat voldoet aan de hoogste duurzaamheidseisen die Philips stelt. Ik ben in 1993 leiding gaan geven aan de milieu-afdeling. Vanaf dat moment zijn er vierjaarsprogramma\u2019s ge\u00efntroduceerd waarin een holistische benadering van het product voorop staat, een zogenaamde lifecycle-benadering. We kijken naar \u00e1lle milieubelastingselementen van een product: energie, afval, water, alles wat nodig is vanaf het begin om het product te maken, tot en met het einde van de levensduur. Inclusief de verpakking, het transport, noem maar op. Daar hebben we een reductiedoelstelling op gelegd. In de jaren tachtig deed je aan milieu als je je pro\u00adductie\u00adprocessen verbeterde, maar het gaat uiteindelijk ook om het product zelf.\u2019 Het resultaat is de serie Green Flagships van Philips, apparaten die volgens de principes van Ecodesign zijn ontwikkeld en op verschillende milieupunten substantieel beter scoren dan hun voorgangers of producten van concurrenten. De Bruin: \u2018Van onze omzet in 2006 van 29 miljard euro betreft ruim 4 miljard producten met een uitstekende milieuperformance.\u2019<\/p>\n<p>En ja, daar zitten dan ook nogal wat lcd-tv\u2019s bij, die veel energie-ineffici\u00ebnter zijn dan de oude beeldbuis-tv. Maar dat mag je van Philips geen voorganger noemen, want dat is een heel andere technologie. Bovendien is de verwachting dat ook de lcd-tv in de toekomst milieuvriendelijker wordt. Het innoveren gaat door; het feit dat Philips inmiddels een tl-buis kan maken die tachtigduizend branduren heeft, bewijst dat ook bestaande technologie verbeterd kan worden.<\/p>\n<p>Schone verf<\/p>\n<p>De combinatie van schaarste aan grondstoffen, de noodzaak om als bedrijf te groeien en de verlangens van veeleisende consumenten, resulteren bij de verlichtingsmarkt in luxere uitvoeringen van bestaande producten (bijvoorbeeld de lcd-tv in plaats van de beeldbuis), nieuwe luxeproducten (bijvoorbeeld de zonnebank) en extra producten (bijvoorbeeld led-verlichting, om thuis met behulp van verschillende kleuren verschillende sferen te cre\u00ebren). Kijken we naar de verven, dan wil Akzo Nobel natuurlijk het liefst dat we niet alleen ons huis per seizoen aanpassen, maar ook onze auto wat vaker in de lak zetten \u2013 om maar wat te noemen.<\/p>\n<p>Dan hebben we het alleen nog maar over de westerse high advanced markets. Daar komen de new emerging markets nog bij, van snelgroeiende economie\u00ebn als India en China. Samen op termijn goed voor twee miljard potenti\u00eble kopers van lampen en verf.<\/p>\n<p>\u2018Geloof nou maar gewoon dat ook in deze landen mensen meer welvaart willen, en in een auto willen rijden. Daar zijn we hier niet uniek in. En dan ben je erbij, of niet. Wij willen er bij zijn, bij die markt,\u2019 zegt Veneman, die in een vorig leven als tropenarts in vluchtelingenkampen werkte.<\/p>\n<p>Akzo Nobel wil graag dat ontwikkelingslanden net zoveel en zo vaak gaan verven als wij. Ze gebruiken nu twee liter per jaar per hoofd van de bevolking; in het Westen is dat tien keer meer. \u2018We hebben in de afgelopen jaren in landen als India en Bangladesh honderdduizend mensen met een klein autospuitbedrijfje getraind om met onze producten om te gaan. Dan zeggen we: je bent een uitstekend vakman, misschien moeten we je ook nog helpen met boekhouden en met het beschermen van je persoonlijke gezondheid en het milieu. In Turkije en Marokko hebben we tienduizend schilders getraind, in Vietnam schilders en architecten.\u2019<\/p>\n<p>Akzo Nobel werkt samen met de Vietname\u00adse Environmental Protection Agency (VEPA). Veneman: \u2018Die wil graag van ons leren hoe je schoon kunt produceren, zonder chroom en lood in de verf, zoals wij doen. Daarom zijn onze verven ook iets duurder dan die van lokale concurrenten. Samenwerken met VEPA is goed voor onze reputatie ten opzichte van de Vietnamese overheid, we hopen dat we daar een nieuwe fabriek kunnen bouwen. En we willen graag dat het lood verdwijnt uit de verf van de buurman. We helpen daarom ook met het verbeteren van de wetgeving op dat punt.\u2019<\/p>\n<p>Zo slaat het bedrijf wel heel veel vliegen in \u00e9\u00e9n klap. Want natuurlijk hoopt het dat al die autolakkers en schilders schone verf gaan gebruiken \u2013 schone verf van Akzo Nobel.<\/p>\n<p>Glimmen<\/p>\n<p>Ook Philips heeft projecten lopen in onwikkelingslanden. Henk de Bruin noemt er twee: Smile (Sustainable Model In Lighting Everywhere), een oplaadbare spaarlamp, en Woodstove, een oven. Allebei in India.<\/p>\n<p>Bij de introductie van de lamp kwam Phi\u00adlips dingen te weten die researchers niet uit zichzelf hadden bedacht. De Bruin: \u2018We hadden het eerste prototype gemaakt, een mooie, sfeervolle spaarlamp. Die werd getest en wat bleek: als je helemaal geen licht hebt, wil je het koudste en witste licht dat er is, licht dat wij hier afschuwelijk vinden. Maar d\u00e1\u00e1r gaat het erom dat iedereen ziet dat jij \u2019s avonds licht hebt. Daar kwam nog wat bij. We hadden een behoorlijk stevig design gemaakt, dachten we. Maar uit marktonderzoek bleek, dat het nog een stukje steviger moest. Want \u2019s avonds werd die lamp mee naar buiten genomen, naar de wc, of om een vastgelopen irrigatiepompje te repareren. Als mensen onderweg een slang tegenkwamen, kreeg die een tik op zijn kop met de lamp. Daar hadden we geen rekening mee gehouden.\u2019<\/p>\n<p>De Bruin waarschuwt voor een te westerse manier van denken. \u2018Je zou zeggen: we maken een product waarvan wij denken: dat is het beste wat er is voor dat geld, dat is het helemaal. Maar zelfs als mensen heel weinig geld te besteden hebben, kun je een low, medium en high segment in de markt ontdekken.\u2019<\/p>\n<p>Dat de houtoven een succes kan gaan worden, daar twijfelen maar weinig mensen aan. Niet alleen verbruikt hij de helft minder brandstof dan een traditionele houtoven, er komt ook nauwelijks rook vanaf. \u2018Ze hebben in India hun houtovens binnen staan, en dat betekent dat er heel veel rook in huis is. Als gevolg daarvan sterven er in India jaarlijks 1,6 miljoen mensen, met name kinderen. Onze oven reduceert de rook met ruim 90 procent. Dus van dat probleem zijn ze af.\u2019<\/p>\n<p>Toch is dat niet de reden waarom de Phi\u00adlips-oven verkoopt, zegt De Bruin. \u2018Dochters moeten hun moeder helpen bij het koken, maar dan staan ze in de vieze rook. Hun kleren gaan stinken, terwijl hun vriendje buiten staat te wachten. Daar hebben ze geen zin in. Deze oven lost ook dat probleem op. Dochters helpen hun moeder nu veel beter.\u2019<\/p>\n<p>Bovendien wees marktonderzoek uit dat de oven van glimmend materiaal gemaakt moet worden. Zo niet dan wordt hij, ondanks zijn evidente gezondheids- en milieuvoordelen, niet gekocht.<\/p>\n<p>Ineffici\u00ebnte systemen<\/p>\n<p>Consumenten zijn belangrijk, maar daarnaast er een gigantische professionele markt voor verlichting. \u2018We onderscheiden daarin kantoren-, industrie- en winkelverlichting,\u2019 zegt Joep Rooijmans, senior product manager van Philips Roosendaal. Daar gaan de tl-buizen naartoe die de consument alleen in zijn garage of onder zijn keukenkastjes acceptabel vindt, maar die niet zijn weg te denken in fabrieken en kantoren.<\/p>\n<p>\u2018Kijk je in Europa, dan zie je dat de technologie veel verder is dan de markt. Er zijn nog veel ineffici\u00ebnte systemen ge\u00efnstalleerd,\u2019 zegt Rooijmans. \u2018Vaak is degene die besluit over de aankoop van een verlichtingsbron niet degene die ook de budgethouder is voor de energiekosten.\u2019 En dat is jammer, want: \u2018Als alle Europese kantoren zouden overstappen op de effici\u00ebnste technologie, zou dat een besparing van 1 miljard euro opleveren,\u2019 weet Gertjan van der Weijden, product manager Europe voor tl-lampen. \u2018Zuiniger is vaak duurder, maar dat verdien je wel in twee jaar terug. De technologie die nu gebruikt wordt, is vaak dertig tot veertig procent minder effici\u00ebnt dan mogelijk is. Dat scheelt acht miljoen ton CO2, een equivalent van vierhonderd miljoen bomen.\u2019<\/p>\n<p>\u2018Wat goed is voor de wereld, is goed voor ons. Dat meen ik oprecht,\u2019 zegt Rooijmans. Maar de wereld heeft wel een duwtje in de goede richting nodig. En dat betekent dat de overheid aan zet is. Want die behelpt zich nog steeds met energieverspillende technologie uit de jaren zestig en zeventig. \u2018Practice what you preach,\u2019 vermaant De Bruin diezelfde overheid dan ook. \u2018Technologie heeft pas impact op het moment dat je dat grootschalig neerzet. Overheden zijn gigantische afnemers van verlichting, maar elke gemeente mag zelf uitzoeken wat hij aankoopt. Wanneer je als overheid waarschuwt voor global warming, zou je beleidsmaatregelen kunnen nemen om interne inkoopprocessen te vergroenen. Voorwaarden stellen aan de energie-effici\u00ebntie van verlichting, dus. Op dat gebied valt nog een wereld te winnen.\u2019<\/p>\n<p>\u2018Overheden kunnen heel veel invloed hebben wanneer ze threshold levels bepalen voor de minimumlichteffi\u00ebntie op kantoren. Dat gaat veel sneller dan wanneer wij elke klant apart daarvoor moeten winnen,\u2019 zegt Rooijmans.<\/p>\n<p>Voor de toekomst voorspelt hij de opmars van de led-technologie. De lichtopbrengst van led\u2019s is nu nog te laag; je kunt er geen krant bij lezen. Maar op termijn zal blijken dat de spaarlamp \u2013 een opgevouwen tl-buis \u2013 maar een tussenstation was.<\/p>\n<p>Zeepokken<\/p>\n<p>Bij het merk International Paint van Akzo Nobel is intussen de nieuwste generatie verven geboren. De Intersleek is bedoeld voor de professionele markt van zee- en cruiseschepen. De coating zorgt voor een spekgladde buitenkant waardoor het schip makkelijker door het water glijdt en, daardoor, brandstof bespaart. De verf voorkomt bovendien dat algen en zeepokken zich hechten aan de scheepsromp. En dat is belangrijk, want hoe meer aangroei zich hecht aan de scheepsromp, hoe meer weerstand het schip heeft,  hoe groter het brandstofverbruik en dus ook de CO2-uitstoot.<\/p>\n<p>\u2018Eerdere generaties verven hadden hetzelfde effect, maar die bevatten tributyltin (tbt), een zwaar metaal dat niet wordt afgebroken en in het oppervlaktewater en het sediment terecht kwam,\u2019 legt technical manager International Paint Ger Koert van Akzo Nobel uit op zijn kantoor in Rhoon. \u2018Die tbt heeft bijna de hele oestercultuur in Frankrijk vernietigd, alle schelpen werden week. En de purperslakken gingen imposeks vertonen.\u2019<\/p>\n<p>Verf met tbt mag sinds 2003 niet meer gebruikt worden, en vanaf 2008 op geen enkele scheepsromp meer voorkomen. Daarom werden de biologisch afbreekbare biociden ge\u00efntroduceerd. Koert: \u2018Maar daar zit nog steeds koper en dus ook biociden in. Die verven vallen onder de bestrijdingsmiddelenwet. Intersleek is verf op basis van siliconen, volledig biocidevrij. De kennis was er al begin jaren zeventig. R&#038;D is er jaren mee bezig geweest om dat door te ontwikkelen, en in de jaren negentig is die verf commercieel ge\u00efntroduceerd.\u2019<\/p>\n<p>Dat viel nog niet mee, zegt hij. \u2018Ik loop zelf al drie\u00ebndertig jaar in de droogdokken rond en weet uit ervaring dat de scheepvaart heel behoudend is. Mensen doen het zoals hun vader het deed. Je moet ze echt overhalen om onze verf te proberen op een deel van het schip. Daar komt bij dat men huiverig is om siliconen te gebruiken, want als iets eenmaal met siliconen in aanraking is geweest, kun je het niet meer met andere producten behandelen.\u2019<\/p>\n<p>De Intersleek houdt de romp net zo goed schoon als de vroegere tbt-verf, en zorgt bovendien vergeleken met de oude verf voor een brandstofbesparing van 4,5 procent. Inmiddels varen er tweehonderd zeeschepen met Intersleek-verf op hun romp.<\/p>\n<p>Na Intersleek 425 en 700, wordt nu Inter\u00adsleek 900 in de markt gezet. \u2018Een combinatie van siliconen en teflon; n\u00f3g gladder, een nog lagere weerstand, nog meer aangroeicontrolerend en nog glanzender ook,\u2019 zegt Koert trots. Dat laatste is van belang voor de luxe cruiseschepen.<\/p>\n<p>Al die vooruitgang kost ook wat. Koert: \u2018Deze verf is per vierkante meter vier \u00e0 vijf keer duurder dan de traditionele verven. Een groot containerschip is aan een behandeling, die ongeveer tien dagen duurt, een half miljoen dollar kwijt. Dankzij Intersleek 900 kan 6 procent brandstof bespaard worden. Op een verbruik van zo\u2019n 160 ton brandstof per dag voor een containerschip, met een brandstofrekening van zo\u2019n 14 miljoen dollar per jaar, is de investering binnen zes maanden terugverdiend.\u2019<\/p>\n<p>Friteszakjes<\/p>\n<p>En hoe is het afgelopen met de kartonnen doos van Mike Zeitler? \u2018Het probleem met dit product is, dat je niet met \u00e9\u00e9n klant te maken hebt, maar met allerlei sectoren,\u2019 zegt Zeitler. \u2018De papierfabrikant die de coating erop zet, wil eerst weten of het resultaat wel echt goed is. Dat kost tonnen papier, die machines gaan met een snelheid van honderden meters per minuut. Dat papier kan weer gerecycled worden maar ja, het kost w\u00e9l geld. Dus je moet iemand kunnen overtuigen dat het de moeite waard is.<\/p>\n<p>Daarna gaan we naar degene die verpakkingen verkoopt, die moet zijn klanten, boeren bijvoorbeeld, vertellen dat zij een andere doos moeten aanschaffen. Tenslotte komt die doos bij de supermarkt terecht. Dat is de end-consumer, degene die echt profijt heeft van het product. Want recyclen levert geld \u00f3p, terwijl verbranden of bij het afval gooien alleen maar geld k\u00f3st. Als je het helemaal doorrekent, zouden supermarkten miljoenen kunnen besparen. Maar dan moet de hele keten wel op gang zijn.\u2019<\/p>\n<p>Een van onze marketingactiviteiten is met klanten als McDonald\u2019s applicaties identificeren die we zouden kunnen vervangen, zegt Zeitler. \u2018Hun friteszakjes, bijvoorbeeld. Op dit moment lopen er voor McDonald\u2019s projecten voor papieren bekertjes met deze coating erop. Met deze actie willen we laten zien dat het werkt. We gaan met de end-consumer naar de papiermensen en zeggen: dit is de toepassing, dit zou je kunnen verkopen.\u2019<\/p>\n<p>\u2018Ik ben niet echt een environmentalist,\u2019 zegt Zeitler. \u2018Maar more economic value for less ecological footprint is niets anders dan anticiperen op strengere regels en toekomstige schaarsteproblemen. Als je bezig bent met productontwikkeling, maak dan niet iets waarvan je weet dat het straks niet meer voldoet. Daar heeft je bedrijf niets aan.\u2019<\/p>\n<p>Jacqueline Cramer: \u2018Kernenergie is geen optie\u2019<\/p>\n<p>De overheid moet met strengere regels komen en de hand in eigen boezem steken, zeggen Andr\u00e9 Veneman (Akzo Nobel) en Henk de Bruin (Philips), die bij hun bedrijven verantwoordelijk zijn voor duurzame ontwikkeling. Innoverende bedrijven hebben daar baat bij, en het is goed voor de maatschappij. Dus mevrouw Cramer: doe uw best!<\/p>\n<p>De minister van Milieu geeft aan dat ze het advies van beide heren ter harte wil nemen. Er zijn twee soorten regels mogelijk. Cramer: \u2018Er zijn regels om grote vervuilers aan te sporen tot verbetering door minimumeisen te stellen. En er zijn regels om koplopers via voortschrijdende normstelling te stimuleren hun producten of productieproces te verbeteren omdat zij daar voordeel bij hebben. Beide dingen wil ik doen.<\/p>\n<p>Bij klimaat- en energiebeleid moet iedereen meedoen, we moeten samen die doelen bereiken. Dat betekent dat ik tegen elke sector zeg: in totaal moet u dit halen. Komt u zelf niet met plannen, dan zal ik door strengere normen te stellen een einddoel defini\u00ebren dat acceptabel is voor uw product of productieproces.\u2019<\/p>\n<p>Hierbij moet ze wel rekening houden met Brussel. Afspraken die in Europees verband worden gemaakt mogen alleen aangescherpt worden als daar een goede reden voor is, legt ze uit. \u2018Een land met veel industrie of een hoge bevolkingsdichtheid mag op sommige punten wel wat strenger zijn. Maar dan hebben we het over uitzonderingen op de regel. Strengere eisen aan elektrische apparatuur stellen bijvoorbeeld, kan alleen in Europees verband. D\u00e1\u00e1r worden de stand by- percentages vastgesteld. Waar ik dat kan, ga ik de normen gefaseerd verscherpen. Maar dat kan ik niet overal.\u2019<\/p>\n<p>Dat de overheid zelf het goede voorbeeld zou moeten geven, daar is de minister het hartgrondig mee eens. \u2018Het regeerakkoord heeft zes pijlers. Een daarvan is duurzame leefomgeving, daar ben ik co\u00f6rdinator van. Maar duurzaamheid speelt natuurlijk ook een grote rol in economie en innovatie, een andere pijler, en in de Europese en internationale verhoudingen, denk maar aan de millenniumdoelen.<\/p>\n<p>In feite moet duurzaamheid doorklinken in de thema\u2019s, ambities en resultaten van het h\u00e9le kabinetsbeleid, want overal zijn raakvlakken met people, planet en profit. Ik wil dan ook, en dat is heel nieuw, dat de overheid net zoals bedrijven gaat rapporteren over duurzame ontwikkeling.\u2019<\/p>\n<p>Niet alleen het beleid, ook de bedrijfsvoering van de overheid moet duurzamer, zegt Cramer. Daarbinnen heeft ze drie prioriteiten.<\/p>\n<p>\u2018Om te beginnen wil ik een duurzaam inkoopbeleid voor alle producten waarvan we een bepaald volume afnemen \u2013 hoeveel moet nog worden vastgesteld. Dat varieert van kantoormeubilair tot spullen die de weg- en waterbouw nodig heeft, de verlichting die wordt gebruikt, enzovoort. Echt \u00e1lles. Op die manier willen we proberen producten aan te bevelen die qua duurzaamheid het beste scoren, om zo een markt te cre\u00ebren voor duurzame producten. De overheid is een heel grote inkoper.\u2019<\/p>\n<p>Daarnaast gaat Cramer zich inspannen voor energiebesparing en duurzame energie. \u2018Spaarlampen, led-lampen, wind- en zonne-energie, biomassa. Op de heel lange termijn, maar dat is pas over een jaar of veertig, is ook waterstof een optie. Dat zou een gigantische ommezwaai vergen, want dan verandert je hele systeem van brandstofvoorziening.\u2019 Kernenergie gaat wat haar betreft \u2018in de ijskast\u2019. \u2018Daar ben ik geen voorstander van,\u2019 zegt ze beslist, \u2018zeker niet onder de huidige condities. De risico\u2019s zijn veel te groot en het afvalprobleem is nog lang niet opgelost.\u2019<\/p>\n<p>Ten slotte zet Cramer in op vermindering van de mobiliteit. \u2018Daarin trek ik samen met minister Eurlings van Verkeer op. Ik denk aan meer thuis- en telewerken, maar daar kan ik nu nog niet zoveel over zeggen.\u2019 Ook wil de minister het wagenpark van de overheid vergroenen. Zelf geeft ze alvast het goede voorbeeld: ze rijdt in een Mercedes op gas.<\/p>\n<p>Cramer bevestigt dat ze, anders dan haar voorganger Pieter van Geel, het tij mee heeft. \u2018In het kabinet wordt dit beleid breed gedragen, de burgers onderkennen de ernst van het klimaatprobleem en ook bedrijven zeggen dat het zo niet langer meer kan. Dat broeide al een poosje. \u2018Duurzame ontwikkeling wordt cool. De Cool Hunters die in Europa rondlopen, jonge trendsettende stedelingen, hebben het allemaal over \u201ceco\u201d.\u2019 Toen ook bekende publieke figuren zich erover gingen uitspreken en een paar regeringsleiders een vlammend betoog hielden, sloeg de publieke opinie om. Er is echt iets aan de hand, daar is iedereen nu wel van overtuigd.\u2019<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Bij Nederlandse multinationals, zei de huidige minister van Milieu Jacqueline Cramer vorig jaar in Vrij Nederland, gebeurt op milieugebied veel meer dan de meeste mensen weten. Vrij Nederland ging op haar advies langs bij Heineken, Philips en Akzo Nobel. We vroegen de aanjagers van duurzame ontwikkeling binnen die bedrijven op welke initiatieven ze trots zijn, en waar ze tegenaan lopen. \u2018Milieu begint van zijn softe imago af te komen. Maar die cultuuromslag heeft nog wel een paar jaar nodig.\u2019<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","ep_exclude_from_search":false,"footnotes":""},"tags":[],"class_list":["post-117643","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry"],"acf":[],"author_name":"Malou van Hintum","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/117643","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=117643"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/117643\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Malou van Hintum","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=117643"}],"wp:term":[{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=117643"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}