
 {"id":117361,"date":"2007-05-12T00:00:00","date_gmt":"2007-05-11T22:00:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/de-geschiedenis-is-een-geil-dier\/"},"modified":"2007-05-12T00:00:00","modified_gmt":"2007-05-11T22:00:00","slug":"de-geschiedenis-is-een-geil-dier","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/de-geschiedenis-is-een-geil-dier\/","title":{"rendered":"De geschiedenis is een geil dier"},"content":{"rendered":"<p>Beschouwing \/ De verborgen geschiedenis van Parijs<\/p>\n<p>Wat werd het volk weer gevleid tijdens de afgelopen Franse verkiezingscampagne. De kandidaten knielden voor de gewone man, zijn angsten en verlangens werden bespeeld als violen. La France d\u2019en bas, de kleine luyden waar de geschiedenis zo vaak overheen kijkt, liet zich kietelen en kwam in groten getale stemmen \u2013 waarna het nu weer vijf jaar zijn bek moet houden natuurlijk.<\/p>\n<p>Niet de kiezers, maar de gekozenen krijgen doorgaans een plaats in de annalen. De geschiedenis walst, mensen kruipen. Om die twee bewegingen tegelijkertijd te vatten, is een wijde en scherpe blik nodig, en om van die waarneming een verhaal van te maken, veel talent. Andrew Hussey, een Engelsman die sinds jaren tussen de Parijzenaars woont, beschikt over beide. Daar bovenop heeft hij lef. Met die drie eigenschappen schreef hij de \u2018verborgen geschiedenis\u2019 van Parijs. Het lef is nodig om te besluiten, zoals Hussey deed, de hele geschiedenis te vertellen. Niet die van \u00e9\u00e9n periode, of van \u00e9\u00e9n arrondissement, of van \u00e9\u00e9n ontwikkeling, nee: vanaf de pre-Romeinse nederzettingen tot de banlieue-rellen van 2005, stap voor stap en bijna straat voor straat. Met verborgen bedoelt hij dat daarbij de nadruk ligt op het lage deel van de geschiedenis, l\u2019en bas, waar de generaties elkaar roemloos en anoniem opvolgen in een zoektocht naar beschutting, eten en seksuele bevrediging. Vooral dat laatste fascineert de auteur, wat zijn boek des te aangenamer maakt om te lezen.<\/p>\n<p>Geschiedenis voor Hussey is niet iets dat zich langs de jaartallen voortsleept van staatsvorm naar staatsvorm, van oorlog naar oorlog of van troonsopvolging naar revolutie, maar een geil dier dat door de goten van de straten krioelt, zich bij nacht en ontij bezat en ondertussen, onbewust, vorm geeft aan de stad. Een vorm die uiteindelijk permanenter is dan alle paleizen en triomf\u00adbogen van de grote geschiedenis bij elkaar.<\/p>\n<p>Deze benadering is niet nieuw. Hussey noemt eerbiedig C\u00e9line als \u2018wellicht de grootste chroniqueur van de verborgen geschiedenis van de stad\u2019, en er zijn anderen. Maar C\u00e9line kende elke porie en elk orgaan van de gewone Fransman. Hussey is een buitenstaander, en al moet hij voor of door het schrijven van dit boek een ingewijde zijn geworden, dat onderscheidt hem. Met Britse subtiliteit beschrijft hij het Parijse fenomeen van \u2018een exclusief caf\u00e9 waar het niet per se aangenaam toeven is\u2019. En met de zelotische liefde van de ware francofiel bewijst hij zelfs voor iets Angelsaksisch als de punkrock een Parijse oorsprong. Wat hij haat is \u2018Parisiana \u2013 de kitscherige toeristenversie van de stad\u2019. Al in zijn beschrijving van het in 1605 gereed gekomen Place des Vosges, dat koning Henri IV in overeenstemming wenste met de klassieke maatstaven die hij in Itali\u00eb had gezien, klinkt zijn achterdocht jegens frisse fa\u00e7ades. Hij is pas tevreden als hij kan constateren dat het beeldschone, vierkante plein al snel in bezit wordt genomen door hoeren en duellerende heren.<\/p>\n<p>Maar een C\u00e9line is hij zeker niet. Daarvoor is zijn stijl te beschaafd en bovendien heeft Hussey een moraal. In de eerste tweehonderd pagina\u2019s van Parijs, de verborgen geschiedenis ligt het er zelfs nogal dik bovenop: leve de multiculturaliteit die van alle tijden is. \u2018Gemeenschappen uit Algerije en Marokko\u2019 zouden zich al in de protohistorie, nog voordat de Kelten zich aan de oevers van de Seine nederzetten, hebben opgehouden in wat tegenwoordig Parijs heet, schrijft hij. Het gebruik van de moderne namen van die twee landen in een passage die eeuwen voor het begin van onze jaartelling is gesitueerd, doet geforceerd aan. Alsof de auteur wil duidelijk maken dat de immigranten uit Algerije en Marokko die zich sinds de tweede helft van de twintigste eeuw in Parijs vestigen, niet als nieuwkomers mogen worden beschouwd. De eerste figuur die sprekend wordt opgevoerd in dit boek is bovendien Tariq Ramadan (zie VN 16, 21-04-2007), van wie Hussey leert: \u2018Het is geen kwestie van een botsing van beschavingen, (\u2026) maar dat moslims zich weren tegen wantrouwen en vooroordelen.\u2019 En dat dan in het hoofdstuk over de vroege Middeleeuwen.<\/p>\n<p>Gelukkig lijkt Hussey naarmate zijn verhaal vordert beter te beseffen dat het vertellen van de integrale geschiedenis van Parijs een zo ambitieuze onderneming is dat hij de botsing der beschavingen beter voor een volgend boek kan bewaren. Hussey is op zijn best als hij gewoon feiten etaleert, zonder te trachten historische verbanden te leggen. Evenmin als een C\u00e9line is hij een Huizinga, al citeert hij ook die met instemming. Hij is meer van de weetjes dan van het grote begrijpen, maar daar is niets mis mee. Zijn feitenkennis over Parijs is verbluffend, duizelingwekkend en levert vijfhonderd pagina\u2019s leesplezier op, te lezen met het stratenboekje onder handbereik. Zo leert men niet alleen alle plaatsen kennen waar in Parijs de duivel is verschenen, maar ook dat La Samaritaine zijn naam dankt aan een beeld van Christus en de samaritaan dat vroeger op de plaats van het warenhuis stond, dat het woord boulevard komt van het Duitse Bollwerk, en dat de eerste Parijse beschermheilige, Saint Denis, nadat hij onthoofd was (\u2018daar waar nu de Rue Yvonne-le-Tac ligt\u2019), zijn eigen hoofd oppakte en nog een tijd door Montmartre liep onder het reciteren van gebeden. Verspreid over de betere toeristengidsen is deze informatie ook wel te vinden \u2013 en Hussey wil ook dat zijn boek zo gebruikt wordt \u2013 maar hier staat het mooi, allemaal bij elkaar.<\/p>\n<p>Tussen die feiten door kruipt overal dat geile beest. Waar Saint Denis zijn laatste stappen zette, bevindt zich nu het hart van de Parijse seksindustrie. De Samaritaine staat aan de Pont Neuf, die vanaf zijn voltooiing in 1607 een aantrekkingskracht had op de Parijzenaars die er \u2018doelloos of op zoek naar seks of geld\u2019 kwamen rondwandelen. En de boulevards, door andere stadshistorici meestal beschouwd als verkeersaders, zijn bij Hussey het jachtterrein van flaneurs en hoeren. Waarom de Parijzenaars juist van de Pont Neuf zo opgewonden raakten, maakt Hussey overigens niet duidelijk. Ook zijn lezing van de Franse Revolutie is vrijwel geheel seksueel. \u2018Op het hoogtepunt van de Terreur was de drang naar seks in de stad zo groot dat zelfs de minst teer uitgevallen hoeren vertelden dat ze uitgeput waren en klanten moesten teleurstellen,\u2019 weet hij. Het mist iedere historische onderbouwing, maar je ziet het wel voor je. De geschiedenis van Parijs als een \u2018panseksueel carnaval\u2019, dat geeft toch zin om er weer eens heen te gaan.<\/p>\n<p>Parijs is zo vaak beschreven als hoofdstad van de Verlichting, of juist hoofdstad van het christendom, hoofdstad van de democratie, hoofdstad van de kunst, hoofdstad van de spektakelmaatschappij (Hussey, historicus, schreef eerder een biografie van de situationist Guy D\u00e9bord, de bedenker van die term), dat het een verrijking is om naast al die elitaire geschiedenissen van de stad nu ook over deze complete kroniek uit de onderbuik te beschikken. Tegelijkertijd maakt Hussey\u2019s bewonderenswaardige onderneming wel duidelijk dat het gewone moeilijker is te inventariseren dan het bijzondere.<\/p>\n<p>Want dat Parijs Parijs is doordat er daar zoveel grote geesten geboren werden, bijzondere gebouwen verrezen en belangrijke daden werden verricht, dat is duidelijk. Maar dat Parijs ook Parijs is doordat er eeuw na eeuw gegeild en gekwijld is, lijkt moeilijker te beargumenteren. Waren er in andere steden dan geen kleine luyden met grote lusten? Kookte het bloed in Parijs sneller dan elders? Hebben de Parijzenaars iets in hun genen dat hen in dit soort zaken onderscheidt van de rest van de wereld? Daarop moet Hussey juist weer ontkennend antwoorden, om niet in conflict te komen met zijn multiculturele adagium. De Parijse identiteit is voor hem een kwestie van stijl, en aan constante verandering onderhevig. Dat is zo ongerijmd als het leven zelf, maar in het licht van zijn monumentale werk moet het Hussey vergeven worden. Net als het uitvoerige verslag van zijn ontmoeting met porno-onderneemster Ovidie. Met al zijn sympathie voor de zelfkanters en seksbelusten maakt Hussey juist haar belachelijk. \u2018Ovidie was een kleine vrouw met bodypiercings, gehuld in een zwarte pyjama en keek me aan met de harde blik van een jonge mao\u00efst.\u2019 Desalniettemin bespreekt hij juist met haar de vraag waar het volgens hem allemaal om draait, in Parijs en daarbuiten: \u2018Met wie neuken we en waarom.\u2019<\/p>\n<p>Andrew Hussey, \u2018Parijs, de verborgen geschiedenis\u2019. Arbeiderspers, 548 pagina\u2019s, \u20ac 34,95. Verschijnt 12 mei.<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Parijs de stad van de Verlichting? Ja, als je kijkt vanuit de grote geesten die er leefden. Maar het Parijs van de kleine luyden is vooral gevormd door de zucht naar seksuele bevrediging, vertelt Andrew Hussey in zijn prikkelende biografie van de stad.<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[293,27],"tags":[],"acf":[],"author_name":"Pieter van den Blink","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/117361"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=117361"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/117361\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Pieter van den Blink","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=117361"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=117361"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=117361"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}