
 {"id":117197,"date":"2007-05-19T00:00:00","date_gmt":"2007-05-18T22:00:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/een-lamlendige-gelukzoeker\/"},"modified":"2007-05-19T00:00:00","modified_gmt":"2007-05-18T22:00:00","slug":"een-lamlendige-gelukzoeker","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/een-lamlendige-gelukzoeker\/","title":{"rendered":"Een lamlendige gelukzoeker"},"content":{"rendered":"<p>Een van de directe gevolgen van de overstelpende hoeveelheid literaire biografie\u00ebn die de afgelopen jaren in het voorheen zo biografie-arme Nederland verschenen, is dat er heel wat mythes en gemeenplaatsen over Nederlandse schrijvers naar de prullenmand konden. Zo blijkt Du Perron in de biografie van Kees Snoek in plaats van een echte vent vooral een kleingeestig en jaloers mannetje, Jan Hanlo komt uit de biografie van Hans Renders naar voren als een grotere gek dan we dachten en van Hendrik de Vries rest na Jan van der Vegts biografie vooral een ouwe zeur.<\/p>\n<p>Aan de dichter J.C. Bloem valt minder te ontmythologiseren. Allicht komt dat omdat er al goede biografische schetsen van hem bestonden, van S\u00f6temann en Gretha Donker (over Bloem als jurist) en natuurlijk het befaamde Leven met J.C. Bloem van Bloems voormalige echtgenote Clara Eggink. Inmiddels weet iedereen wel dat de grote dichter een zeldzaam indolent mens was, en een ultrarechtse reactionair. Uit de zojuist verschenen Bloem-biografie van Bart Slijper, Van alle dingen los. Het leven van J.C. Bloem blijkt niets anders, integendeel: de bewijslast stapelt zich alleen maar op en we weten nu nog meer en in detail wat voor lamlendig leven Bloem leidde.<\/p>\n<p>Jacques Bloem, burgemeesterszoon en ministerskleinzoon, heeft zijn hele leven gehunkerd naar het herenleven uit de negentiende eeuw, dat voor hem de beschaving en het geluk belichaamde. Maar omdat hij het geld niet had om als een aristocraat te leven en almaar mislukte, eerst in talloze kantoorbaantjes en later als ambtenaar, kon hij die gewenste stand niet ophouden en zat hij het grootste deel van z\u2019n leven te verkommeren.<\/p>\n<p>In het nawoord bij zijn biografie legt Slijper een verband tussen Bloems maatschappelijke mislukking en zijn dichterschap aan de hand van zijn bekende dichtregels \u2018Is dit genoeg, een stuk of wat gedichten \/ Voor de rechtvaardiging van een bestaan.\u2019 \u2018Hij heeft nooit ook maar iets anders dan zijn dichterschap doorgezet. En dat was geen luiheid, hoe lui hij ook geweest mag zijn. Luiheid is een ontoereikend begrip om zijn gebrek aan daadkracht te verklaren. De bijna volkomen dadenloosheid \u2013 alleen zijn armoede dwong hem om wat te doen \u2013 was niet in de eerste plaats tegenzin om eens een keer iets uit te voeren. Nee, het was vooral de zinloosheid van al dat werk. Het geluk was altijd verdwenen wanneer hij langskwam, het was al voorbij voordat hij kon beginnen.\u2019<\/p>\n<p>Zo bezien was \u2019s mans lethargie dus een vorm van bestaanstekort en melancholie, die aan de andere kant de brandstof voor zijn gedichten leverde. Want Bloem is ongetwijfeld een van de grootste Nederlandse dichters, die zich met een paar onvergetelijke regels vol verlangen en besef van de condition humaine onsterfelijk heeft gemaakt: \u2018Ten einde is dit wellicht nog \u2019t meest \/ Te kunnen zeggen: het is even \/ Tussen twee stilten luid geweest.\u2019 Een meester ook van de herhaling, of de iets gewijzigde herhaling die haast typerend voor zijn eigen leven was: \u2018Voorbij, voorbij, o en voorgoed voorbij\u2019 of \u2018Denkend aan de dood kan ik niet slapen, \/ En niet slapend denk ik aan de dood.\u2019 Regels die in het collectieve geheugen van de Nederlandse cultuur zijn neergedaald.<\/p>\n<p>Maar wat een futloos bestaan inderdaad. Slijpers biografie leest haast als een case-study van de slapjanus. Idyllische jeugdjaren in de grote patrici\u00ebrswoning in Oudshoorn, waarnaar Bloem zijn hele leven bleef terughunkeren. Geen wonder want daarna liep het al gauw fout. Vader Bloem raakte z\u2019n kapitaal kwijt, de jonge Bloem doubleerde op school en sleepte zich vervolgens door een studie rechten waar hij helemaal geen zin in had, zakte keer op keer voor zijn examens en zelfs de stellingen voor zijn promotie (indertijd voor juristen een sinecure) leende hij bij anderen. Vervolgens een gang langs allerlei kantoorbaantjes waar hij het zelden langer dan een paar jaar uithield. Het inkomen dat hij eraan overhield ging voornamelijk op aan boeken (Bloem bezat tenslotte een enorme bibliotheek van twintigduizend stuks, dat wel; hij moet een van de meest belezen dichters van Nederland zijn geweest) en aan alcohol. Want behalve tot maatschappelijk nietsnut ontwikkelde hij zich ook nog tot een onvervalste zuiplap. En hij zat altijd in de schulden.<\/p>\n<p>Op achtendertigjarige leeftijd, tijdens een van zijn baantjes als eindexamengecommiteerde, ontmoet hij de leerlinge Clara Eggink, een scherp, slim meisje, negentien jaar jonger dan hij. Eigenlijk valt Bloem z\u2019n hele leven lang op meisjes uit de arbeiders- en boerenstand, maar hij trouwt met haar. Ze krijgen een zoon, Wim, maar na een paar jaar is Clara al niet meer bestand tegen het leven met Bloem en ze scheiden. Kenmerkend voor Bloem is dat hij, lusteloos, nooit meer een ander heeft gezocht. Eggink zal zijn leven lang toch wel bij hem in de buurt blijven, zelfs voor haar ex-echtgenoot blijven zorgen. Dat zegt wel iets over de lijdzaamheid in Bloem, hij liet zich maar een beetje pamperen.<\/p>\n<p>Het liefst leest hij, een favoriete bezigheid die Slijper als volgt verklaart : \u2018Lezen was voor Bloem, in ieder geval voor een deel, behoefte aan stilstand, aan een wereld buiten de alledaagse realiteit, een middel dus om zich af te keren van de dagelijkse gang van zaken. Voor actuele maatschappelijke ontwikkelingen bracht hij maar bij vlagen belangstelling op en dan altijd in negatieve zin.\u2019<\/p>\n<p>Bloem was niet alleen een uitgesproken antidemocraat (dat waren meer schrijvers in zijn tijd) die Mussolini bewonderde, hij was ook een onaangename antisemiet. \u2018Ik ben tegen elke jood,\u2019 meldde hij en toen hij in de oorlog weer eens in geldnood zat, slaakte hij de volgende weerzinwekkende verzuchting: \u2018In dezen tijd van Jodenvervolgingen moeten, dunkt mij, die f 2000 toch te vinden zijn.\u2019 Voor de oorlog was Bloem een tijdje lid van de NSB, maar het tekent de man dat hij het lidmaatschap liet verlopen. Trouwens, hij mag dan een aartsreactionair zijn geweest met enige tijd nazi-sympathie\u00ebn, hij was ook anti-Duits. Cultureel gesproken was hij veel meer op Frankrijk gericht. Je krijgt sterk het gevoel dat hij er feitelijk helemaal geen ideologie op nahield, alleen maar een beetje zat te vibreren op zijn gevoel dat het in de vroegere standenmaatschappij beter moest zijn geweest.<\/p>\n<p>Slijpers feitenrelaas maakt het bepaald niet eenvoudig sympathie voor deze man op te brengen. Zowel Bloems werkgevers als zijn vrienden rapporteren over zijn hemeltergende sloomheid. Een kantonrechter voor wie hij als griffier werkte, schreef in een notitie: \u2018Mr. J.C. Bloem totaal onbekwaam.\u2019 Vriend Adrianus Roland Holst kon ook slecht tegen deze slak op een teerton. De Prins der Dichters wenste te Bergen niet te wandelen met \u2018zoo\u2019n langzaam strompelend wezen, die voortdurend een halve meter achter mij blaast en kuchelt.\u2019<\/p>\n<p>Het meest opzienbarende feit in dit leven is dan nog de voorwaardelijke veroordeling tot drie maanden gevangenisstraf die Bloem in 1920 krijgt opgelegd, omdat hij in een dronken bui een veldwachter oneerbare homoseksuele voorstellen zou hebben gedaan. Een rare zaak, Bloem was ongetwijfeld een echte hetero maar de drank had hem kennelijk op een ander spoor gezet.<\/p>\n<p>Hoe je het ook wendt of keert, de titel van Slijpers biografie Van alle dingen los lijkt voor de maatschappelijke mens Bloem vooral een eufemisme, ze moet wel op zijn dichterlijke kant slaan. Want het is waar, deze alcoholische slome duikelaar wist in po\u00ebzie die hele apathische levenshouding prachtig te sublimeren. Een gedicht als \u2018Bezinning\u2019, helemaal Bloem in zijn berustende ontgoocheling, laat zien wat een verslapen en verzopen leven toch nog kan opleveren:<\/p>\n<p>De bekende huizen, de bekende<\/p>\n<p>Mensen, en dit leven, dat vergaat<\/p>\n<p>In de spinsels van het z\u00f3 gewende,<\/p>\n<p>Dat ik \u2019t niet meer haat \u2013<\/p>\n<p>Tot die altijd mindere ogenblikken<\/p>\n<p>Dat de slaap dunt en mijn ogen schier<\/p>\n<p>Opengaan in een verbijsterd schrikken:<\/p>\n<p>Waarom ben ik hier?<\/p>\n<p>Hier of elders, \u2019t is hetzelfde leven,<\/p>\n<p>Want hetzelfde hart dat, ondermijnd<\/p>\n<p>Door een onverzoenlijk tegenstreven,<\/p>\n<p>Aan zichzelf verkwijnt.<\/p>\n<p>Een scherpe diagnose, dit gedicht. Slijpers conclusie, na alle belastende feiten, dat Bloem niet zozeer lui was alswel leed aan walging om de zinloosheid van het bestaan is me overigens iets te vriendelijk en po\u00ebtisch: de voornaamste indruk die van de gebiografeerde overblijft is er toch een van imponerende slapte en nietsdoen.<\/p>\n<p>Slijper schrijft het allemaal kordaat op. In deze tijd waarin biografie\u00ebn al gauw een lengte van negenhonderd pagina\u2019s beslaan is de biografie van een zo belangrijk dichter als Bloem met nog geen vierhonderd pagina\u2019s compact te noemen. Geen stoet aan details en nutteloze uitweidingen. Ook psychologiseert hij niet al te zeer. Dat hoeft ook niet want Bloems handelen, of liever gezegd het gebrek daaraan, dringt je zijn psychologie al genoegzaam op. Alleen wil Slijper een doodenkele keer iets te jolig zijn en laat zijn stijl het zo nu en dan afweten. \u2018Het gegeven dat de schulden zo hoog zijn opgelopen, duidt er uiteraard op dat het niet betalen van rekeningen chronische vormen heeft aangenomen.\u2019 Dat kan heel wat eenvoudiger en fraaier.<\/p>\n<p>Dat was trouwens wel een zeldzame verdienste van Bloem, dat hij behalve als dichter ook als essayist en criticus zo klaar en helder, zonder omslag van woorden kon zijn. Je zou bijna zeggen energiek, een woord dat voor de rest werkelijk in geen enkel opzicht van toepassing was op J.C. Bloem.<\/p>\n<p>Bart Slijper, \u2018Van alle dingen los. Het leven van J.C. Bloem\u2019, uitgeverij De Arbeiderspers, 390 pagina\u2019s, \u20ac 34,95<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Van enige vorm van daadkracht kan J.C. Bloem niet worden beschuldigd, blijkt uit een nieuwe biografie van Bart Slijper. Leed de dichter aan de zinloosheid van het bestaan, zoals Slijper betoogt, of was hij gewoon een hemeltergende nietsnut?<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[293,27],"tags":[],"acf":[],"author_name":"Rob Schouten","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/117197"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=117197"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/117197\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Rob Schouten","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=117197"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=117197"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=117197"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}