
 {"id":117041,"date":"2007-05-26T00:00:00","date_gmt":"2007-05-25T22:00:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/slaven-van-de-klok\/"},"modified":"2007-05-26T00:00:00","modified_gmt":"2007-05-25T22:00:00","slug":"slaven-van-de-klok","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/slaven-van-de-klok\/","title":{"rendered":"Slaven van de klok"},"content":{"rendered":"<p>Beschouwing \/ De maakbaarheid van de tijd<\/p>\n<p>In Gullivers reizen (1726) van Jonathan Swift reageren de kleine inwoners van Lilliput met verbazing op het horloge dat de hoofdpersoon draagt. \u2018De merkwaardige machine wekt de hoogste interesse van de koning die lang en aandachtig kijkt naar het ronddraaien van de grote wijzer, dat hij net zo onverklaarbaar vindt als het voortdurende geraas in het binnenwerk.\u2019 Het apparaat wordt onderzocht, maar de meningen van de Lilliput-geleerden lopen sterk uiteen. Ze vermoeden dat het horloge een nog onbekend dier is of een geest die Gulliver vereert. \u2018We zijn geneigd tot het laatste want hij verzekerde ons dat hij bijna nooit iets doet zonder dat ding te raadplegen.\u2019<\/p>\n<p>Net als dat van Gulliver wordt het leven van veel westerlingen gedicteerd door de klok. Om zeven uur opstaan, van negen tot vijf werken en dat van iedere maandag tot en met vrijdag, totdat de kalender aangeeft dat je vijfenzestig bent en dan ga je met pensioen. Als aliens naar de aarde zouden afdalen om onzichtbaar het gedrag van Nederlanders te bestuderen, dan zouden ze net als de inwoners van Lilliput verbaasd zijn over de relatie tussen klokken en mensen.<\/p>\n<p>De ene persoon veert verschrikt op als de wekker afgaat. Een ander haalt tevreden glimlachend een broodtrommel tevoorschijn. Een klok lijkt op een mysterieus communicatieapparaat waarmee een of ander opperwezen met een deel van de mensheid communiceert.<\/p>\n<p>De gedachte dat er zoiets bestaat als een monotoon voorttikkende Goddelijke Tijd stamt van Isaac Newton. Ook de klokken die vanaf de zeventiende eeuw worden gebouwd, zoals het slingeruurwerk van Huygens, waren typische toepassingen van de revolutionaire wetten en filosofie\u00ebn van Newton. Scheepvaarders waren dolblij met klokken die ze konden gebruiken op een schip, zodat ze makkelijker hun positie op open zee konden bepalen. Nog blijer waren industri\u00eblen en fabrieks\u00addirecteuren die traantjes wegpinkten bij de gedachte aan een wereld waarin alle werk\u00adnemers op tijd aan het werk gingen. Gedurende de industri\u00eble revolutie in de negentiende eeuw verschenen overal uurwerken. En dat is niet meer veranderd. We hoeven ons geen zorgen te maken dat klokken uitsterven. Een computerscherm zonder de doortikkende tijd in de rechterbovenhoek is bijna ondenkbaar.<\/p>\n<p>Dat Einstein zo\u2019n honderd jaar geleden het wereldbeeld van Newton onderuit kegelde, heeft daar weinig aan veranderd. In de relativiteitstheorie heeft ieder punt, iedere planeet, iedere ster en ieder wezen zijn eigen tijd. In onze aardse praktijk vallen de verschillen niet op, maar het is goed om je te realiseren dat er sinds Einstein niet zoiets bestaat als \u2018de tijd\u2019.<\/p>\n<p>Nog zinniger is het om erbij stil te staan dat er naast de tijd van de natuurkunde, de kalenders en de klokken een ander soort tijd bestaat. De tijd zoals een individu die ervaart. Een half uur in de stoel van de tandarts is een langer half uur dan een half uur in de armen van je minnaar of minnares. Dat weet iedereen. Een voetballer kan op een tiende van een seconde inschatten wanneer een bal voor zijn voeten valt. Toch moet hij ieder moment op de stadionklok kijken of de laatste minuut al voorbij is. Het menselijke tijdsgevoel is de ene keer waardeloos en de andere keer opvallend goed.<\/p>\n<p>Zo blijkt een mens een knappe klok te zijn als het gaat om de vierentwintiguurscyclus. Net als vrijwel ieder ander levend wezen zijn we vergroeid met het feit dat de aarde elke vierentwintig uur om zijn as draait en dat we de helft van de tijd van het zonlicht zijn beroofd. Het is zelfs zo dat elk van onze honderd biljoen lichaamscellen een eigen vierentwintiguurscyclus heeft. Zoals een mimosa \u2019s ochtends hoopvol zijn bloemen opent, zo opent de mens \u2019s ochtends zijn ogen. Ook als je honderd meter onder de grond in een donkere grot gaat zitten mokken, blijft deze dagelijkse cyclus bij benadering bestaan. Het blijkt zo te zijn dat de meeste mensen buiten het bereik van de zon een iets langere cyclus ontwikkelen: ergens tussen de vierentwintig en zesentwintig uur. Het zonlicht is nodig om de innerlijke klok iedere dag gelijk te zetten. Het geweld waarmee dat gebeurt, bepaalt of je een ochtendmens bent of een avondmens.<\/p>\n<p>De wijzers van een menselijke klok geven het begin van de dag en de nacht netjes aan, maar daartussenin is het een zootje. Dan weer schieten de wijzers een stukje vooruit en dan weer vertragen ze. Probeer eens te denken aan het verstrijken van het afgelopen uur, of het uur daarvoor. Het is hopeloos. Waar begon het uur? Wat heb ik eigenlijk gedaan?<\/p>\n<p>Maar ondanks dat zelfs een tweedehands wekker onze innerlijke klok hard uitlacht, hebben mensen wel degelijk een verfijnd tijdsgevoel. We weten niet hoe lang het rode stoplicht op weg naar kantoor gemiddeld op rood staat. Maar we hebben het direct in de gaten als er iets mis is met het stoplicht en het te l\u00e1ng op rood staat.<\/p>\n<p>Hersenonderzoek laat zien dat het menselijk gevoel voor tijd uit dezelfde bron komt als waaruit motorische vaardigheden opborrelen. Lopen, schrijven, het uitstrekken van een vingerkootje, het openen van je hand. Mensen doen dat met gevoel voor ritme. Het voelt niet goed om dat soort dingen te snel of te langzaam te doen. Probeer maar eens heel langzaam of snel \u2018gewoon\u2019 te lopen. Dat kun je beter aan pantomimeartiesten overlaten. Parkinsonpati\u00ebnten verliezen met de fijne motoriek ook het fijne tijdsgevoel.<\/p>\n<p>Volgens een hypothese van de Amerikaanse hersenonderzoeker Warren Meck is de menselijke klok te vergelijken met een aantal percussionisten die ieder een ander constant ritme trommelen. In zo\u2019n geval zal de bongo na verloop van tijd samenklinken met de conga. Op een ander moment klinken de bongo en de trommel tegelijk, en na langere tijd klinken zelfs de bongo, de conga en de trommel een keer op hetzelfde moment. Het zijn volgens Meck dit soort ijkpunten die in ons onderbewuste een gevoel van tijd geven. Het zou verklaren waarom we onmiddellijk in de gaten hebben dat een stoplicht te lang op rood staat. (\u2018H\u00e9, de trommel en de conga klonken tegelijk en hij staat nog op rood. Dat is vreemd.\u2019)<\/p>\n<p>Belangrijk voor het tijdsgevoel is ook het geheugen. Zonder geheugen zou je ieder moment ontwaken in het nu. Het geheugen zorgt ervoor dat je weet waar je vandaan komt en dat je je een voorstelling kunt maken van waar je heen wilt. Maar ook het geheugen lijkt in niets op een geordende tijdlijn met gebeurtenissen, zoals je die in een boek over de opkomst en de ondergang van de dinosauri\u00ebrs ziet. Je herinnert je onverwachte ontmoetingen, een ongeluk met de fiets, een sticker van de juf, maar data herinner je je alleen als er vliegtuigen in wolkenkrabbers vliegen, als de president van Amerika wordt vermoord of als je kinderen geboren worden. Als je terugdenkt aan de afgelopen tien jaar zul je schrikken. Hele jaren lijken verdwenen te zijn. Als je beter je best doet of een fotoboek uit de kast trekt, zul je opgelucht merken dat de ene herinnering de andere oproept.<\/p>\n<p>Als geen ander dook de Franse schrijver Marcel Proust in de labyrinten van zijn geheugen. Aan het einde van zijn \u00c0 la recherche du temps perdu vergelijkt de hoofdpersoon zichzelf met een steltloper die op de lange onophoudelijk groeiende stelten van zijn geheugen loopt. Het duizelde hem toen hij zoveel jaren onder zich aanschouwde, alsof hij kilometers hoog was.<\/p>\n<p>De ene persoon van veertig zal op hogere stelten lopen dan de andere. Misschien wel belangrijker dan de tijd die de kalender aanwijst, is de manier waarop de vergane tijd zich nestelt in ons geheugen. Aandacht en concentratie zijn hierbij belangrijke gereedschappen. Als we tijdens een romantisch diner aandacht schenken aan de omgeving van onze geliefde, aan het binnenkomen en vertrekken van de gasten, het langzaam donker worden en het aanspringen van de straatverlichting, zullen we het gevoel hebben dat het diner langer duurt. Als we op het werk aandacht schenken aan onze werkomgeving en nieuwe dingen opmerken, zal de werkdag eerder worden opgeslagen in het langetermijngeheugen.<\/p>\n<p>De fysicus Stefan Klein, die eerder de populair-wetenschappelijke hit De geluksformule schreef, somt op wat hersenonderzoekers en psychologen de laatste decennia ontdekt hebben over het menselijk tijdsgevoel. Klein betoogt stap voor stap dat je zelf invloed hebt op het verstrijken van de tijd. Met het nemen van de tijd, rekt de tijd op. Een jachtig ongeconcentreerd bellen en mailen laat de tijd daarentegen krimpen.<\/p>\n<p>De belangrijkste les is dat we geen slaven van de klok zijn, maar dat we de klok tot onze slaaf kunnen maken. Een zen-boeddhist zal misschien verveeld gapen bij dit inzicht. Toch zou eigenlijk iedereen dit boek moeten lezen. Vooral mensen die nu denken: maar ik heb helemaal geen tijd om een boek lezen.<\/p>\n<p>Stefan Klein: \u2018Tijd, een gebruiksaanwijzing\u2019, Ambo, 293 pagina\u2019s, \u20ac 19,95<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Niemand van veertig voelt zich veertig jaar oud.  En de tijd om leuke dingen te doen lijkt altijd te kort, terwijl een saaie werkdag veel te lang is. Waarom dat zo is en wat we eraan kunnen doen, vertelt wetenschapsjournalist Stefan Klein in zijn nieuwe boek: Tijd, een gebruiksaanwijzing.<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","ep_exclude_from_search":false,"footnotes":""},"tags":[],"class_list":["post-117041","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry"],"acf":[],"author_name":"Gerard Janssen","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/117041","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=117041"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/117041\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Gerard Janssen","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=117041"}],"wp:term":[{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=117041"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}