
 {"id":117033,"date":"2007-05-26T00:00:00","date_gmt":"2007-05-25T22:00:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/leverancier-van-links-gedachtegoed\/"},"modified":"2007-05-26T00:00:00","modified_gmt":"2007-05-25T22:00:00","slug":"leverancier-van-links-gedachtegoed","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/leverancier-van-links-gedachtegoed\/","title":{"rendered":"Leverancier van links gedachtegoed"},"content":{"rendered":"<p>Profiel \/ Uitgever Rob van Gennep<\/p>\n<p>Het gebeurde eind april van dit jaar, ergens in New York. Op een drukbezochte receptie ontwaarde de Zuid-Afrikaanse dichter\/schrijver Breyten Breytenbach zijn Hongaarse collega Gy\u00f6rgy Konr\u00e1d. Eigenlijk kende hij Konr\u00e1d niet goed, alleen via Rob van Gennep, de man die ooit hun beider uitgever was. En toch was dat geen enkel beletsel.\u2018We liepen naar elkaar toe, keken elkaar aan en het enige dat we zeiden was: \u201cRob!\u201d. Dat was genoeg. We waren er allebei trots op dat wij vrienden van Rob van Gennep waren geweest.\u2019<\/p>\n<p>Op de Frankfurter Buchmesse dacht bijna iedereen dat hij wel de belangrijkste uitgever van Nederland moest zijn. Waarom zaten schrijvers van wereldliteratuur anders uitgerekend in zijn stand een glaasje te drinken? In werkelijkheid was zijn uitgeverij maar een heel klein bedrijfje. Toch was Rob van Gennep als uitgever van het politieke boek jarenlang een spin in het web van links Nederland. Hij publiceerde de dagboeken van Che Guevara, maar ook Tien over rood, Annie Cohen-Solal en G\u00fcnter Walraff.<\/p>\n<p>\u2018Van Gennep was een icoon,\u2019 kenschetst Volkskrant-hoofdredacteur Pieter Broertjes. \u2018Mijn generatie zou zich geen raad hebben geweten zonder de boeken van Van Gennep. Hij leverde de munitie voor ons gedachtegoed.\u2019 Deze maand, op 5 mei, zou Rob van Gennep, zeventig geworden zijn. In werkelijkheid werd hij maar zesenvijftig, gestorven na een slopend ziekbed aan de spierziekte ALS. \u2018Rob is iemand die je blijft missen. Zulke mensen zijn er eigenlijk niet meer.\u2019<\/p>\n<p>Goede komaf<\/p>\n<p>Robert Onslow van Gennep werd op 5 mei 1937 geboren in Wassenaar, als oudste van vier kinderen. Een typisch VVD-gezin, zou hij later zeggen, waar in verkiezingstijd affiches van Oud voor de ramen hingen. De familie was van goede komaf, kon pronken met een familiewapen en stond vermeld in het zogenoemde herenboekje als goedburgerlijk geslacht. Zijn ouders vonden hem een lastig kind en plaatsten hem op zijn veertiende uit huis, bij een leraar in Meppel. Later zou hij nog vaak vertellen over zijn eerste vrijpartijen in bedauwde Drentse weilanden. Eens per jaar toog hij naar zaal Ogterop, om de Dutch Swing Collegeband te zien spelen. Niet dat hij zo van die muziek hield, maar daar kwamen wel alle leuke meiden op af. In zijn vrije tijd hockeyde hij. Met talent. Uiteindelijk haalde hij zelfs het Nederlands hockeyelftal. Als Nederland in 1956 niet de Olympische Spelen in Melbourne had geboycot \u2013uit protest tegen de Russische inval in Hongarije \u2013 had Van Gennep op dat internationale sportpodium kunnen schitteren.<\/p>\n<p>In zijn diensttijd zat hij in het hockeyelftal van de luchtmacht. \u2018Zo kon hij mooi onder allerlei oefeningen uitkomen,\u2019 herinnert Van Genneps slapie Douwe Fokkema zich. \u2018Kwamen wij na drie dagen bekaf terug van een veldoefening, vertelde hij stralend hoe mooi dat toernooi in Keulen net was geweest.\u2019<\/p>\n<p>Fokkema had Van Gennep leren kennen door puur toeval, \u2018omdat we alfabetisch lagen; Fokkema naast Van Gennep\u2019. Toch viel zijn oog onmiddellijk op zijn buurman. \u2018Hij lag Ter Braak te lezen. Zelf was ik ook gek van literatuur, dus we hadden direct contact.\u2019<\/p>\n<p>Fokkema kan zich niet herinneren dat de twintigjarige Van Gennep al veel belangstelling aan de dag legde voor politiek. \u2018Dat engagement was er zeker nog niet. Hij had vooral belangstelling voor literatuur. En voor meisjes natuurlijk.\u2019<\/p>\n<p>De vriendschap met Douwe Fokkema \u2013 die later hoogleraar vergelijkende literatuurwetenschap werd \u2013 zou een doorslaggevende wending aan Van Genneps bestaan geven. Niet zozeer door Fokkema zelf \u2013 \u2018nadien hebben we elkaar maar heel weinig meer gesproken\u2019 \u2013 maar omdat deze hem in contact bracht met Johan Polak, die Fokkema kende uit zijn studententijd. \u2018Ik beschouw mijzelf eigenlijk als het \u201c&#038;\u201d-teken tussen Polak &#038; Van Gennep,\u2019 zegt Fokkema.<\/p>\n<p>Johan Polak en Rob van Gennep leken ogenschijnlijk tegenpolen; Van Gennep was een vlotte, voorkomende charmeur, Polak een houterige classicus. Toch bleken de womanizer en de homoseksuele leraar klassieke talen het samen wonderwel te kunnen vinden. Van Gennep mocht zijn eerste gedichten publiceren in Polaks tijdschrift. Maupertuus. Nadien richtten ze samen met dichter\/reclameman Martin Veltman Cartons voor Letterkunde op. In diezelfde tijd maakte Van Gennep kennis met Jaap Jansen, die net als hij studeerde aan de Politiek Sociale Faculteit in Amsterdam. \u2018Of studeerde,\u2019 nuanceert Jansen, \u2018laten we zeggen dat we er ingeschreven stonden. We hebben allebei precies \u00e9\u00e9n tentamen gedaan.\u2019<\/p>\n<p>Toch moet die studietijd hebben bijgedragen aan zijn politieke vorming, vermoedt journalist Igor Cornelissen, die later bij Van Gennep zou publiceren. \u2018Hij kwam er in contact met een totaal andere wereld, kreeg college van Jacques Presser. Dat moet zijn wereldbeeld hebben be\u00efnvloed.\u2019<\/p>\n<p>Maar de grootste invloed op zijn denken kwam van Ted van Gennep, een broer van zijn vader. Ted van Gennep was van huis uit theoloog, en werd vanwege zijn linkse denkbeelden De Rode Dominee genoemd. Oom Ted bracht zijn neef in contact met literatuur, liet hem Bloem en Nijhoff lezen en vertelde hem over Marx en Lenin.<\/p>\n<p>Oprechte vriendschap<\/p>\n<p>In 1962 begonnen Johan Polak en Rob van Gennep een eigen uitgeverij, samen met Jaap Jansen. Ze betrokken een verdieping van een statig pand uit 1650 in de Amsterdamse Handboogstraat. Ze hoefden niet op een dubbeltje te kijken; Polak was als erfgenaam van de in 1889 gestichte essencefabriek Polak &#038; Schwarz (in 1958 omgedoopt tot International Flavors &#038; Fragrances Inc.) zeer vermogend. Waar Van Gennep vooral zijn charme inbracht, bracht Polak zijn geld in. De eerste uitgave was het proefschrift van \u2018oom Ted\u2019, en de oraties van de hoogleraren Johan Barendregt en Frits Staal. Van politiek getinte publicaties was de eerste jaren nog geen sprake. De politieke bewustwording kwam heel geleidelijk tot stand. \u2018Wij zijn van voor de oorlog,\u2019 legt Jaap Jansen, die tot aan Van Genneps dood zijn vaste kompaan in de uitgeverij zou blijven, uit. \u2018Wij hadden het idee: hier is iets ongelofelijks gebeurd en niemand praat daar nog over. Terwijl er echt een gat geslagen was in Amsterdam. Dat was het begin van onze belangstelling voor politiek. Je wilde iets, maar je had eigenlijk nog geen idee. We werden dus maar lid van de PvdA.\u2019<\/p>\n<p>Het contact tussen Johan Polak en Rob van Gennep verliep aanvankelijk buitengewoon harmonieus. \u2018Tussen die twee mannen was oprechte vriendschap,\u2019 stelt Jaap Jansen terugblikkend vast. \u2018Johan vond Rob prachtig, maar ook ontzettend leuk. Dat l\u00e9ven dat hij uitstraalde, dat ontembare enthousiasme was ook voor hem onweerstaanbaar.\u2019<\/p>\n<p>Polak was danig verkikkerd op zijn zakenpartner. Dat wist Van Gennep zelf maar al te goed, volgens oud VN-journalist Igor Cornelissen. \u2018Rob heeft mij meermalen schaterend verteld hoe Johan hem toefluisterde: \u201cAch Robbie, zullen we even knuffelen achter het gordijn? Ik vind je zo\u2019n mooie jongen.\u201d\u2019 Maar gaandeweg groeide het duo uit elkaar, merkte de latere NRC-redactrice Ite R\u00fcmke, die in de jaren zestig als secretaresse op de uitgeverij werkte. \u2018Rob werkte zich \u2013 afgezien van escapades met vrouwen tussen de middag \u2013 een slag in de rondte. Johan kwam om een uur of elf binnen, keek wat rond en ging weer weg. Rob en Jaap waren duidelijk de stuwende kracht. Dat leidde tot spanningen onderling. Johan was best jaloers op Rob, op zijn charme, zijn uitstraling. Tegelijk was hij stapelgek op hem.\u2019<\/p>\n<p>Revolutie<\/p>\n<p>Halverwege de jaren zestig begon het politieke klimaat te veranderen. De zompigheid van de jaren vijftig maakte plaats voor Provo en Dolle Mina. Rob van Gennep ging er geheel in op, door onder meer de Kritiese Bibliotheek op te zetten. Hij zorgde ervoor dat zijn uitgeverij App\u00e8l van D\u201966 publiceerde en kort daarna het spraakmakende Tien over rood, het manifest van Nieuwlinks tegen de oude PvdA-top. Voor de presentatie van Tien over rood belegde hij zelfs een heuse persconferentie; destijds een absolute noviteit in de boekenwereld. Tien over rood was bepalend voor zijn eigen politieke bewustwording, zou Van Gennep later verklaren. \u2018V\u00f3\u00f3r Tien over rood was ik erg ongevormd, maar de uitgave, het werken eraan met de mensen uit de partij, maandenlang, dat was een grote gebeurtenis voor me.\u2019<\/p>\n<p>Johan Polak zag het aanvankelijk met een mengeling van bevreemding maar ook sympathie aan. Hij was zelfs een van de ondertekenaars van Tien over rood. Al berustte dat op een  intern misverstand, onthult Ite R\u00fcmke. \u2018Rob had mijn naam bij de ondertekenaars gezet. Dat wilde ik helemaal niet. Maar ja, als mijn naam geschrapt zou worden, zou er een raar stukje wit openblijven. Johan is toen uit hoffelijkheid op mijn plaats gaan staan. Uit vriendschap voor Rob.\u2019<\/p>\n<p>De uitgeverij viel ook op door bijzondere literaire uitgaven. Philip Roths Vaarwel, Columbus werd er gepubliceerd. En Van Gennep ontdekte Elias Canetti, die hij ook naar Nederland haalde voor een lezingentournee. De ontdekking van Canetti was eigenlijk het rechtstreekse gevolg van een van zijn seksuele escapades, vertelde hij in 1994 in de Volkskrant. Op een nacht in bed bij Faith, een literair agente in Londen, kon hij de slaap niet vatten. \u2018Ik pakte in den blinde een boek boven het bed. Ik heb het in \u00e9\u00e9n nacht uitgelezen. Briljant. De Engelse titel was Auto da F\u00e9, dat later bij ons als Het Martyrium zou verschijnen.\u2019<\/p>\n<p>De onderneming groeide ondertussen gestaag en verhuisde naar de Keizersgracht. In 1966 openden Polak en van Gennep ook een eigen boekhandel, Athenaeum, aan het Spui in Amsterdam. Op de plek waar tot dan toe een keurige galerie grossierde in pittoreske heidelandschapjes en huilende zigeunerinnetjes werd een boekhandel gehuisvest die zich specialiseerde in lectuur en literatuur die naadloos aansloten op de tijdgeest.<\/p>\n<p>Polak volgde de politieke interesse van Van Gennep met steeds meer argwaan. Waar Van Gennep droomde over de revolutie, fantaseerde Polak liever over weer een nieuwe uitgave van Boutens of Bloem. Zwaar verliesgevende boeken, dat wel. Maar ach, die verliezen zuiverde de vermogende Polak uit eigen zak wel weer aan. Ondertussen bleef de tijdgeest als een veenbrand in Van Gennep oplaaien. Dankzij hem verscheen in 1968 bij Polak &#038; Van Gennep het veelbesproken Black Power-boek van Stokeley Carmichael. In datzelfde jaar benaderde hij Fran\u00e7ois Masp\u00e9ro, die in Frankrijk Che Guevara\u2019s Boliviaans dagboek had uitgegeven. Of hij per omgaande een kopie kon ontvangen. Op 10 juli 1968 ontving Van Gennep het origineel in het Spaans en een kopie in het Frans. Hij zette per direct zes mensen aan het werk om het dagboek zo snel mogelijk te vertalen. \u2018Rob belde op een avond op,\u2019 vertelt publiciste Lisette Lewin, een van de vertalers. \u2018Hij zei: ik heb iets heel bijzonders dat zo snel mogelijk vertaald moet worden vanuit het Frans. Binnen een paar dagen moet het af zijn. Ik weet nog dat ik echt peppillen heb geslikt om \u2019s nachts te kunnen doorwerken. Zelf had ik totaal niet het gevoel: dit is iets heel bijzonders. Maar Rob was er helemaal vol van. Zo links als die man was.\u2019<\/p>\n<p>In augustus 1968 lag het boek in de winkel. Vijfduizend exemplaren werden vrijwel direct verkocht, in september en november volgden nieuwe drukken. Johan Polak deelde de linkse intenties van zijn compagnon inmiddels allang niet meer, vertelde hij in 1991 aan de NRC. \u2018Ik vond de ontwikkeling in communistische richting die Rob nam erg vervelend. Zelf heb ik een gruwelijke hekel aan het communisme.\u2019<\/p>\n<p>\u2018Johan begreep steeds minder van wat Rob dreef,\u2019 zegt Van Genneps weduwe Hedda, zelf jarenlang documentairemaakster bij de VARA. \u2018Toen Rob later zijn winkel aan de Nes had, vroeg Johan: \u201cZeg Robbie wat do\u00e9 jij daar eigenlijk? Maak jij soms b\u00f3mmen in die kelder?\u201d Hij had een ongelofelijke hekel aan vrouwen, en al helemaal aan mij. Ik kwam Johan een keer tegen terwijl ik met mijn zoontje in de kinderwagen op straat liep. Hij keek misprijzend in die wagen, en zei: \u201cO Hedda, wat is dat kind l\u00e9lijk. En hij lijkt helem\u00e1\u00e1l niet op Rob!\u201d\u2019<\/p>\n<p>Wietboek<\/p>\n<p>Er was wel degelijk sprake van een diepgevoelde vriendschap tussen de twee, zegt Hedda van Gennep. \u2018Er is nooit echt ruzie geweest. Ze hebben altijd waardering voor elkaar gehouden.\u2019 Toch was de scheiding voor beide partijen een bevrijding, weet Jaap Jansen. \u2018Het begon een chique, luxe gevangenis te worden. Che Guevara uitgeven, maar wel met stucwerk op de Keizersgracht. Dat ging behoorlijk wringen.\u2019<\/p>\n<p>Op 1 januari 1969 gingen Johan Polak en Rob van Gennep officieel hun eigen weg. Polak onder de naam Athenaeum\/Polak &#038; Van Gennep \u2013 \u2018Ik hield zoveel van Rob dat ik die naam niet kwijt wilde\u2019 \u2013 Rob van Gennep splitste zich af als Van Gennep N.V.<\/p>\n<p>Van Gennep N.V. ontwikkelde zich tot een socialistische uitgeverij, die zich vooral manifesteerde met politieke boeken. Het fonds strekte zich uit van Het wietboek en De bevrijding van Angola tot publicaties van Noam Chomsky. En als er al winst werd gemaakt, ging die \u2013 geheel volgens de ide\u00eble doelstellingen \u2013 naar goede doelen. Uit het verslag van de aandeelhoudersvergadering van 1 september 1972 blijkt dat het Angola Comit\u00e9 en het Nederlands Comit\u00e9 Vietnam dat jaar elk met duizend gulden werden verblijd. De nog resterende vijfhonderd gulden werd overgemaakt aan het Suriname Comit\u00e9. De aandeelhouders van Van Gennep N.V. waren overigens allerminst uit op grote rendementen. Wie een aandeel bij Van Gennep kocht \u2013 \u00e0 vijfhonderd gulden \u2013 deed dat als statement, stelt aandeelhoudster Hanneke Groenteman. \u2018Die vergaderingen waren vooral heel erg leuk. Want wie waren die aandeelhouders? Dat waren vooral de vrienden van Rob en Hedda, Hedda\u2019s moeder en de telefoniste. Vast ritueel was ook altijd dat de timmerman, David Heijt, een vraag stelde: \u201cJa, ik wil nou toch wel eens weten hoe de directie dit of dat ziet\u2026\u201d En dan kwam Rob met de jaarcijfers. Heel ontroerend eigenlijk.\u2019<\/p>\n<p>De timmerman liet zich inderdaad niet onbetuigd, blijkt bijvoorbeeld uit het verslag van de jaarvergadering van 10 december 1989. In de rondvraag verzoekt hij de directie met klem in het vervolg minder moeilijke woorden te gebruiken. \u2018Rob van Gennep belooft hierop eenvoud.\u2019<\/p>\n<p>Onwerkbaar systeem<\/p>\n<p>Een van Van Genneps latere succesauteurs was Peter van Straaten. Al moest de tekenaar zelf aanvankelijk nogal aandringen op publicatie. \u2018Ik zei: Rob, ik wil zo graag uitgegeven worden. Rob antwoordde: \u201cAch, dat moet je helemaal niet willen, joh.\u201d Hij kende mijn werk eigenlijk niet. Ik tekende voor Het Parool, maar dat las Rob niet. Dat vond-ie veel te rechts. Toen ik in 1968 met Vader en zoon begon, belde hij: dat wil ik wel. Die eerste bundel werd direct een seller; er werden er 55.000 van verkocht. Van de tweede 40.000. De uitgeverij leunde in die tijd erg op mij. Ik stond er niet zo bij stil, was allang blij dat ik uitgegeven werd.\u2019<\/p>\n<p>\u2018We geven boeken uit om te bewijzen dat het anders kan,\u2019 vertelde Van Gennep in 1973. \u2018Onze structuur is natuurlijk in principe die van een arbeidersraad. Al wil ik niet verhelen dat de structuur die we nou hebben, die van een collectief, dat die er van onderop gekomen is. Vanuit de mensen.\u2019 Want het waren de werknemers zelf die begin jaren zeventig stelden dat het socialisme bij Uitgeverij en Boekhandel Van Gennep niet alleen in woord en geschrift beleden diende te worden, maar wel degelijk ook in de dagelijkse praktijk. En dus werd besloten tot de vorming van een collectief, waarbij absolute gelijkheid voorop stond. Iedereen verdiende evenveel  \u2013 de directie kreeg exact hetzelfde uitbetaald als de telefoniste \u2013 en belangrijke beslissingen werden in gezamenlijkheid genomen. \u2018Alleen mensen met kinderen verdienden iets meer,\u2019 herinnert Fred Schmidt, verkoper in Van Genneps boekhandel, zich. \u2018Dat gold voor Rob en voor mij.\u2019 Het bleef ondanks die toelage een karig inkomen: bij zijn dood in 1994 verdiende Rob van Gennep zo\u2019n 2200 gulden bruto. Achteraf heeft Schmidt zich afgevraagd waarom Van Gennep zijn autonomie als directeur zonder morren inleverde. \u2018Ik denk dat hij dat deed uit een intense keurigheid.\u2019<\/p>\n<p>Schmidt bewaart geen goede herinneringen aan dat collectief. Het maakte onherroepelijk de weg vrij voor middelmaat. \u2018Voor mensen die iets konden, was het hoogst vervelend. Je werd gewoon naar beneden getrokken.\u2019 Het was nou ook weer niet zo dat de telefoniste bepaalde welke boeken wel of niet werden uitgegeven, daar was de redactiecommissie voor. Maar het kwam toch regelmatig voor dat een boek niet gepubliceerd werd omdat het collectief het niet wilde. Schmidt: \u2018Ik herinner mij een boek van een psychiater uit het noorden van het land. Die had een theorie dat een homoseksueel nooit langs een urinoir zou kunnen lopen zonder opgewonden te raken. Een homoseksuele medewerker die niet eens in de redactiecommissie zat, maakte daar bezwaar tegen. Toen ging de uitgave niet door.\u2019<\/p>\n<p>Ook Jaap Jansen zag de beperkingen van het collectief in. In feite was het zelfs een volstrekt onwerkbaar systeem, denkt hij nu. \u2018Er zat een leugen in: \u201cWij zijn allemaal gelijk, wij hebben allemaal even veel te vertellen.\u201d Dat was natuurlijk onzin. Rob en ik hadden nou eenmaal veel meer inzicht in de zaken. Als ik heel eerlijk ben, moet ik zeggen dat we ook geen zwaargewichten, geen echte persoonlijkheden om ons heen wilden. Rob klaagde vaak: \u201cIk moet altijd alles bedenken, alles zelf doen. Zeggen jullie nou ook eens wat.\u201d Dan zag ik anderen denken: ik kijk wel linker uit. Want hij serveerde suggesties van anderen keihard af. In die zin kon hij verschrikkelijk autoritair zijn.\u2019<\/p>\n<p>Seksist<\/p>\n<p>\u2018Ach, dat collectief\u2026,\u2019 zegt tekenaar Peter van Straaten, terwijl hij ostentatief naar zijn hoofd grijpt. \u2018Daar werkten vr\u00e9selijke mensen. Er was een vrouw bij\u2026 ik heb Jaap en Rob een krat champagne beloofd als zij zou opkrassen. Het was totaal niet leuk om daar te komen. Je kreeg het gevoel dat je ze l\u00e1stig viel.\u2019<\/p>\n<p>Het voordeel van het collectief was, zegt Fred Schmidt, dat het altijd veel aandacht van de pers trok, het nadeel was dat er veel idioten op afkwamen. \u2018Bij vacatures kwamen er echt krankzinnigen solliciteren. Als je geluk had, bleef de minst krankzinnige hangen. Dat is uiteindelijk geculmineerd in die waanzinnige staking in 1976.\u2019<\/p>\n<p>De staking waar Schmidt het over heeft, was in november 1976 dagenlang voorpaginanieuws. In de boekhandel van Van Gennep werkte een verkoopster, die uit feministische overwegingen weigerde mannelijke klanten te woord te staan. Fred Schmidt, destijds collega van de bewuste dame: \u2018Ze was een radicaal-lesbische feministe. Die hadden we vast aangenomen omdat we dat wel weer apart en grappig vonden. Maar die vrouw was echt een miskleun.\u2019 Zelf was hij in die tijd ook niet altijd even aardig, hoor, voegt Schmidt er direct aan toe. \u2018Als iemand ons in de winkel de weg vroeg, zeiden we rustig: \u201cWij zijn niet van de VVV.\u201d Maar helemaal geen mannelijke klanten te woord staan, dat was natuurlijk onwerkbaar.\u2019 Van Gennep besloot de feministe op staande voet te ontslaan. Daarop schakelde zij de vakbond in. \u2018Wij waren fel tegen vakbonden. Dat vonden we echt iets voor burgermensen die vooral bezorgd zijn om hun vakantiedagen.\u2019 Het arbeidsconflict leidde tot grote verdeeldheid binnen het collectief. Zes van de veertien medewerkers weigerden het ontslag te aanvaarden en gingen over tot staking. Dagenlang werd voor de deur van de winkel gedemonstreerd; de zaak werd door de vrouwenbeweging paars geschilderd en er werden affiches opgehangen met \u2018Van Gennep is een seksist\u2019. (Onder aanvoering overigens van Anja Meulenbelt, die kort daarvoor bij Van Gennep nog de bestseller De schaamte voorbij had gepubliceerd.)<\/p>\n<p>Hedda van Gennep ziet haar man nog thuiskomen. W\u00f3\u00e9st. \u2018Ik zei: maar Rob, je b\u00e9nt ook een seksist. Hij vroeg: \u201cWat is dat dan?\u201d Ik legde het uit. \u201cJa,\u201d zei hij toen, \u201cdat ben ik inderdaad wel.\u201d Toen iemand de volgende dag vroeg: \u201cZal ik de affiches weghalen?\u201d zei Rob: \u201cNee hoor. Ik heb gisteren met Hedda gepraat en ik b\u00e9n inderdaad wel een seksist.\u201d\u2019<\/p>\n<p>Jaap Jansen moet grinniken wanneer hij aan die staking terugdenkt. Eigenlijk is het schandelijk dat hij er om lacht. \u2018Maar het was z\u00f3 absurd, echt een Koot en Bie-situatie.\u2019<\/p>\n<p>Maar ja, het paste wel in de tijd, analyseert Hedy d\u2019Ancona. D\u2019Ancona was midden jaren zeventig actief in de vrouwenbeweging. En toch stond ze, zegt ze nu, aan de kant van Van Gennep. \u2018Ik wist hoe ver de gelijkheid in dat bedrijf was doorgevoerd. Het was onzin om juist Rob aan te vallen. Maar ja, ik heb zelf ook wel idiote dingen beweerd. Ik stond aan de kant van lesbo\u2019s die bloed weigerden van mannelijke donoren. Nu denk ik: nou j\u00e1 zeg\u2026 dat is bijna fascistisch. Maar toen bestonden zulke dingen.\u2019<\/p>\n<p>De zaak kwam uiteindelijk voor de rechter. Die besliste op 23 december 1976 in het nadeel van de uitgever. Van Gennep haalde bakzeil; vier stakers werden teruggenomen, met twee \u2013 onder wie de recalcitrante lesbische verkoopster \u2013 werd een afvloeiingsregeling getroffen.<\/p>\n<p>\u2018Voor Rob was het verschrikkelijk,\u2019 zegt Jaap Jansen. \u2018Een dr\u00e1ma. Dat mensen voor wie hij zo zijn best had gedaan hem keihard afvielen, vond hij onverdraaglijk. Het is de enige keer geweest dat ik hem echt heb zien huilen.\u2019<\/p>\n<p>De kwestie veranderde uiteindelijk veel. \u2018V\u00f3\u00f3r de crisis had je het leuke gevoel: wij zijn een heilstaat in het klein. Nadien werd het allemaal zakelijker.\u2019<\/p>\n<p>Mannenstreken<\/p>\n<p>In het huis van Hedda van Gennep is de geest van Rob van Gennep nog altijd voelbaar. Langs de trap kijken Nelson Mandela en Che Guevara indringend op de bezoeker neer. En in de keuken, waar Hedda thee maakt, blikt Lenin nog onverstoorbaar voor zich uit. \u2018Daar zat Rob altijd,\u2019 wijst ze, op een van de stoelen langs de tafel. Jarenlang was deze keuken het kloppend hart van links Nederland. \u2018Wie hier niet allemaal aan tafel gezeten hebben\u2026\u2019 Hun huis was bovendien een uitvalsbasis voor politieke vluchtelingen. \u2018Weet je nog, mam, die Edmond?\u2019 vraagt C\u00e9line van Gennep aan haar moeder. \u2018Die was gemarteld in Chili. Hoe lang heeft die hier wel niet gezeten? Ik denk weken, h\u00e8?\u2019<\/p>\n<p>Haar moeder: \u2018Ja. En herinner jij je Dieter van het socialistisch pati\u00ebntencollectief uit Heidelberg nog? Die was verbrand door een ontploffing met een butagasfles. Jezus Christus, wat stonk dat.\u2019 Maar het hoorde onherroepelijk bij hun opvattingen. \u2018Verdrukte mensen steun je. Klaar!\u2019<\/p>\n<p>Rob was begin twintig, zij bijna dertig toen Hedda en hij elkaar ontmoetten. Wat hun bond? Dat is bijna niet te vertellen, zegt ze. Met niemand kon ze zo lachen als met hem. Ondanks de ontelbare ruzies die ze hadden. Want het was, zacht gezegd, een turbulent huwelijk. \u2018Op zeker moment zei ik, vanuit een soort feministisch bewustzijn: vanaf nu kook ik niet meer. Ik liet alles expres aanbranden. Toen is Rob op een kookgroep gegaan. Maar daar maakten ze alleen maar chili con carne.\u2019<\/p>\n<p>Ze wist dat ze hem moest delen met ontelbare andere vrouwen. \u2018Je kon in De schaamte voorbij precies lezen hoe Rob vreemdging. Dat vond ik natuurlijk niet leuk. Maar het hoorde bij hem. Je wist dat je niet in alle compartimenten van zijn bestaan toegang had.\u2019<\/p>\n<p>Al hadden ze wel een afspraak: nooit wegblijven zonder dat even te laten weten. \u2018De vaste formulering was: \u201cIk sta bij Utrecht zonder benzine.\u201d Dan wist ik het wel.\u2019<\/p>\n<p>Maar als het om relaties van zijn vrouw ging, was de uitgever aanzienlijk minder vrijgevochten, stelt Hedy d\u2019Ancona. \u2018Als Hedda serieus verliefd was, vond hij dat absoluut niet ok\u00e9. Voor hemzelf golden andere maatstaven. Dat was minder serieus, dat waren maar mannenstreken. Misschien was dat ook wel waar. Hij kon buitengewoon charmant zijn, kon vrouwen het gevoel geven dat ze heel speciaal waren. Ik heb ook echt weleens een keertje met hem gevree\u00ebn. Maar hij was geen man om in verliefdheden weg te zwijmelen. Daar was hij toch te analytisch en te cynisch voor. Daarom was het ook zo\u2019n goede uitgever.\u2019<\/p>\n<p>\u2018Rob was een ongel\u00f3felijke womanizer,\u2019 zegt Hanneke Groenteman. \u2018Echt dwangmatig. In Frankfurt dachten ze zelfs dat hij met een heel andere vrouw getrouwd was. En toch, de rust vond hij bij Hedda. Dat huis, die boeken, dat was toch zijn anker. Hij mag zijn dode handen dichtknijpen dat hij Hedda had. Anders was zijn leven een puinhoop geworden.\u2019<\/p>\n<p>Lekkere knul<\/p>\n<p>Wie in het archief van Uitgeverij van Gennep, bewaard in het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis in Amsterdam, de negentien meter aan dozen en mappen doorzoekt, stuit doorlopend op onvermoede schatten. Zo meldt begin jaren zeventig de jonge journalist Ischa Meijer zich bij de uitgeverij, met het typoscript van Een rabbijn in de tropen, getikt op kopijpapier van HP Magazine. De flaptekst, genoteerd in groene inkt, heeft hij er zelf bijgeleverd. \u2018Een Rabbijn in de tropen is het verhaal van een bizarre jood, uitgebuit door chr. hond uitgever [..] Het is de eerste naoorlogse joodse roman die niet lieb\u00e4ngelt met dat sentimentalisme van de oorlog. Virtuoos geschreven als het is ontpopt Ischa na opschudding te hebben veroorzaakt met onconventionele theaterkritieken en persoonlijk geladen interviews zich als een romancier van tot nu toe ongekende klasse.\u2019 Uiteindelijk komt het niet tot een samenwerking. Een rabbijn in de tropen zal in 1977 verschijnen bij uitgeverij Bert Bakker. Geen punt, laat Van Genneps kompaan Jaap Jansen de journalist weten. \u2018Wat ons betreft geen nare gevoelens. Inmiddels hebben we wel geld van je te vorderen: voorschot en boekenrekening. Het lijkt ons redelijk dat Bertje dat overneemt.\u2019<\/p>\n<p>In 1967 benadert Van Gennep uitgeverij Random House om de rechten te kopen van het destijds fameuze Black Power, van Stokeley Carmichael en Charles Hamilton. Als vertaler wordt Wim Wilmink \u2013 later bekend als tekstdichter Willem Wilmink \u2013 aangezocht. Wilmink is bij nader inzien doodongelukkig met de opdracht, laat hij Van Gennep op 16 november 1967 weten. \u2018Ik heb steeds het idee dat ik de felle boutade van Carmichael en Hamilton aan het afzwakken ben, verstokte en gesettelde liberal als ik nu eenmaal ben (of word).\u2019 Hij verzoekt Van Gennep dringend om een vervanger te zoeken, maar maakt de vertaling uiteindelijk toch af.<\/p>\n<p>Soms probeert Van Gennep zijn auteurs te stimuleren door ze een boek toe te sturen. Op 23 maart 1976 denkt hij tekenaar Peter van Straaten te inspireren met een uitgave van een Duitse collega-tekenaar. \u2018Ik hou nogal van Kurt Halbritter en bestelde daarom zijn zojuist verschenen boek Jeder hat das Recht. Jaap riep meteen: dat moet je aan Peter sturen, want zo\u2019n boek kan hij beslist even goed maken. [&#8230;] Ik stuur je mijn exemplaar om je aan het denken te zetten.\u2019 Dat blijkt een misrekening. \u2018Dag Rob. Jij vindt ook alles maar mooi als het links is, h\u00e8?\u2019, schrijft Van Straaten terug. \u2018Kurt Halbritter! Die man heeft er niets van begrepen. Het is dat ik niet te beledigen ben, anders was ik toch knap beledigd. Mij te vergelijken met die Duitse knoeier!\u2019 Maar de relatie is er niet door beschadigd, blijkt uit Van Straatens ondertekening: \u2018Dag lekkere knul. Kusjes. Peter.\u2019<\/p>\n<p>Opmerkelijk is de correspondentie tussen Van Gennep en Boudewijn B\u00fcch. B\u00fcch wordt halverwege de jaren tachtig door de uitgever benaderd met de vraag of hij niet voor Van Gennep zou willen schrijven. Van Gennep ondertekent zijn verzoek per ansichtkaart op 24 februari 1984 half ironisch met: \u2018Warme en linkse groeten van je potenti\u00eble uitgevershandlanger.\u2019 Dat valt bij B\u00fcch in goede aarde. \u2018Beste Rob, kandidaat-uitgever. Dank voor je wellevend kaartje. Waarom zend je mij een roodaangestipt wijf? Heb je geen leuke jonge knullen (seksist dat ik daar ben!) [..] Je kriebelige handschrift wordt door mij, uiteraard, geconserveerd. Ik kan het niet heel goed lezen doch ik ontwaarde wel: \u201cje potenti\u00eble uitgever\u201d. Dus ik vanavond al mijn vrienden bellen: \u201cHay suffie, weet je wie mij schreef? Robbie! En weet je wattie schreef? Je potente uitgever!\u201d Heb ik \u2013 dat laat zich denken \u2013 helemaal niet getelefoneerd. Ik heb, maar dit in het allerstriktste vertrouwen, helemaal geen vrienden. Ik ben een IBM-slaaf, m\u00e9t correctielint.\u2019<\/p>\n<p>Slaaf en uitgever komen amper een week later al tot een afspraak: B\u00fcch zal voor Van Gennep een standaardwerk gaan schrijven: Literaire vriendschappen; twee eeuwen hartstocht en letteren. \u2018Beste Boudie,\u2019 schrijft Van Gennep op 12 november 1985 in de brief waarin hij hun beider afspraken nog even samenvat. \u2018Je levert je kopij ten laatste 1 april 1986 bij ons in. Je houdt er rekening mee dat collega Sontrop (directeur van de Arbeiderspers \u2013 CV) je daaropvolgende werk niet eerder dan november \u201986 uitgeeft, zodat ons rijke boek tenminste twee maanden als de nieuwe B\u00fcch kan gelden.\u2019 Maar Literaire vriendschappen zal nooit verschijnen. Het voltooide omslagontwerp \u2013 met minnekozende engelen \u2013 blijft voor altijd gevangen tussen vetvrij archiefpapier.<\/p>\n<p>Gay-afdeling<\/p>\n<p>Naast de boekwinkel aan het Spui opende Van Gennep een modern antiquariaat en in 1975 een filiaal van zijn boekhandel in Rotterdam. Maria Heiden werd er filiaalhouder en daarmee officieel compagnon van Van Gennep. Nog altijd hangt buiten haar winkel het uithangbord met aan de ene kant Rosa Luxemburg \u2013 als verwijzing naar de politiek \u2013 en aan de ander kant James Joyce, die de literatuur verbeeldt. Van Gennep kwam regelmatig poolshoogte nemen in Rotterdam. Heiden kon zich enorm driftig maken als ze hem al vanuit de auto hoorde roepen dat er nodig geveegd moest worden. \u2018Hij was toch wel echt de baas, en dat liet ie op zo\u2019n moment graag merken. Hij bemoeide zich met alles, terwijl ik dat helemaal niet wilde. In de winkel sprak hij soms klanten van mij aan en begon over een boek. \u201cW\u00e1t? K\u00e9nt u dat niet? Maar dat is echt bel\u00e1chelijk!\u201d En toch pikte je het van hem.\u2019<\/p>\n<p>Van Gennep kon zich ook buitengewoon opwinden over de aanwezigheid in de winkel van Heidens kat Rosa. Later kwam er zelfs nog een poes bij. \u2018Als Rob langs kwam moest er \u00e9\u00e9n poes de winkel uit. Soms lukte dat niet op tijd. Dan bulderde Rob: \u201cGodverdomme, nou zie ik nog een andere poes!\u201d Nee Rob, antwoordde ik dan, dat is Rosa, met haar winterjas aan. En dan stond-ie toch heel verbaasd te kijken: \u201cWinterjas? M\u00e9\u00e9n je dat nou?\u201d Op dat soort momenten was hij enorm aandoenlijk.\u2019<\/p>\n<p>Christiane Hardy solliciteerde in 1979 naar een vacature in de boekhandel van Van Gennep in Amsterdam. Ze kreeg een briefje terug waarin haar werd meegedeeld dat ze \u2018niet geschikt\u2019 was bevonden. Toen ze Rob van Gennep kort daarna tegenkwam, sprak ze hem daarop aan. Ze vond dat ze op z\u2019n minst uitgenodigd had moeten worden. Blijkbaar vond de uitgever dat ook, want korte tijd later werd ze alsnog bij de uitgeverij ontboden. Wanneer Hardy over die ontmoeting praat, schiet ze nog altijd in de lach. \u2018Want ik kwam tegenover een enorm comit\u00e9 te zitten. Ze keken naar me, op een manier van \u201cwat een nuf\u201d.\u2019 Vervolgens werd ze streng ondervraagd. \u2018Ze wilden weten wat ik van politieke partijen wist, wat ik van Trotski had gelezen. Maar ik bracht het er goed af. Ik had in Duitsland gestudeerd, had Het Kapitaal van voor naar achter gelezen. Ik werd dus aangenomen.\u2019<\/p>\n<p>Het is inmiddels dertig jaar geleden. Hardy woont al weer jarenlang in Wenen waar ze tot voor kort werkte voor de OVSE. En toch staat de tijd bij Van Gennep haar nog loepzuiver voor de geest. Ze werkte eerst twee jaar in de boekwinkel, later als redacteur op de uitgeverij. \u2018Die winkel liep toen nog aardig. Het wemelde er van mensen van de universiteit. We hadden in die dagen ook een heel grote gay-afdeling. Dat had nog niemand.\u2019 Van Gennep kwam dag en nacht in de winkel, herinnert Hardy zich. \u2018\u2019s Ochtends begon hij op het Antikwariaat. Rob veegde de stoep, liep iedereen te commanderen, zelfs omstanders. Hij werd niet voor niks de Burgemeester van het Spui genoemd. Daarna liep hij door de winkel. Echt als een baas, hoor. Lagen er bij de kassa pennen zonder dop, dan kon hij ontploffen. \u201cDie doppen moeten erop. Weet je wel wat dat k\u00f3st?\u201d\u2019 Die aanvallen van zuinigheid overvielen hem vaker. Verkoper Fred Schmidt kwam ooit ernstig met zijn baas in aanvaring nadat hij besloten had de boekenvoorraad vast te leggen op kaartjes. \u2018Tot dan toe deed ik alles uit mijn hoofd. Dat was natuurlijk onwerkbaar. Dat kaartsysteem was veel effici\u00ebnter. Maar Rob explodeerde toen hij het zag. \u201cWel verd\u00f3mme, ben je g\u00e9k geworden? Wat denk jij dat die kaartjes k\u00f3sten?\u201d\u2019<\/p>\n<p>Handel is handel<\/p>\n<p>Tegelijk zette Van Gennep groot in op boeken. Voor de rechten van Het parfum van Patrick S\u00fcskind bood hij honderdduizend gulden. Toch ging het boek rakelings aan Van Genneps neus voorbij. \u2018 Maar hij zag dus wel de potentie van zo\u2019n boek,\u2019 zegt Igor Cornelissen. \u2018Hij had daar een heel goed commercieel gevoel voor. Af en toe stond hij rood, maar dan kwam hij toch weer opeens met G\u00fcnter Walraff op de proppen.\u2019<\/p>\n<p>Walraffs boek Ik Ali werd in 1985 een onverbiddelijke bestseller. In een jaar tijd werden er meer dan honderdduizend exemplaren van verkocht. Cornelissen pestte Van Gennep daar wel mee. \u2018Dan zei ik: vind je d\u00e1t nou literatuur? Maar dan zei Rob: \u201cLuister Igor, handel is handel.\u201d Dat was weer even de kurk waarop hij kon drijven. En van die kurken kon hij mij dan weer uitgeven.\u2019<\/p>\n<p>In 1988 schoot Van Gennep weer in de roos, nu met de biografie van Jean-Paul Sartre, geschreven door Annie Cohen-Solal. Het boek werd een eclatant verkoopsucces, zeker nadat de schrijfster zich in het boekenprogramma van Adriaan van Dis voor een groot kijkerspubliek \u00e9n de gastheer zelf onweerstaanbaar had weten te maken \u2018De rechten voor die biografie kocht Rob dus wel al acht jaar daarvoor,\u2019 tekent redactrice Christiane Hardy daarbij aan. \u2018Toen moest het nog helemaal geschreven worden. En wie zat er in die dagen nou te wachten op Sartre? Maar Rob geloofde in het onderwerp, en vertrouwde op Cohen-Solal.\u2019<\/p>\n<p>Dat vertrouwen was niet alleen gestoeld op zakelijke gronden. Kunstenaar Jan Vanriet, een vriend van Van Gennep uit Antwerpen, was er toevallig getuige van hoe Cohen-Solal Van Gennep in Amsterdam opbelde met een voorstel dat allerminst zakelijk van aard was. \u2018Ik hoorde hem smoezen in het Frans. \u201cNon cherie, pas ici. Non non.\u201d Toen hij ophing, keek hij mij aan aan en zei grijnzend: \u201cMitterrand!\u201d\u2019<\/p>\n<p>Adriaan van Dis leerde Van Gennep kennen toen hij in 1974 op diens verzoek samen met Jan Louter Breyten Breytenbachs bundel De boom achter de maan vertaalde. Van Dis studeerde in die tijd Zuid-Afrikaans. \u2018Dat gold in die dagen als een besmette studie. Breytenbach daarentegen was geheel onverdacht. Dat maakte mijn schuldgevoel weer een beetje goed.\u2019<\/p>\n<p>De band met Van Gennep werd hechter toen Van Dis samen met de uitgever zitting nam in een comit\u00e9 dat Breytenbach tijdens zijn gevangenschap \u2013 hij zat ruim zeven jaar wegens hoogverraad in een Zuid-Afrikaanse cel \u2013 wilde ondersteunen. \u2018Hij wist precies hoe dingen geregeld moesten worden. Het feit dat hij mij vroeg of ik Breyten bij wilde staan bij zijn missie, zegt iets over zijn eigen daadwerkelijke betrokkenheid bij het Zuid-Afrikaanse verzet. Hoe kon hij er anders iets van af weten?\u2019<\/p>\n<p>Breyten Breytenbach komt nog altijd woorden tekort wanneer hij Van Gennep moet typeren. \u2018Hij had eigenlijk een soort zeeroversuitgeverij. Als je hem zag, wist je: die heeft nog inkt aan zijn handen. Ik ben eigenlijk nog altijd in de rouw. Zo iemand heb ik nooit meer gevonden. Rob was niet alleen uitgever, maar ook een vriend. Toen ik in de gevangenis zat, heeft hij een comit\u00e9 opgericht om mij te steunen. Om mij maar op de radar te houden. Daar ben ik hem eeuwig dankbaar voor. Hij was ook degene die mijn gevangeniservaringen later fatsoeneerde tot een boek. Vanuit uitgeverij Van Gennep is De Albinoterrorist verkocht aan het buitenland. Hij onderhandelde enorm goed voor me, informeerde me over elke stap. En hij was een echte raadgever. Rob zei: \u201cJongen, je hebt met dit boek nu veel geld verdiend. Ga er voorzichtig mee om. Zo\u2019n boek schrijf je niet zomaar weer. Je kunt moeilijk opnieuw naar de gevangenis.\u201d\u2019<\/p>\n<p>De bemoeienis van Van Gennep ging ver. Breytenbach: \u2018De inkomsten liepen ook via hem. Hij was een soort bankier voor me. Ik belde hem op: Rob, we zijn van plan om een huis in Spanje te kopen. Wat denk je ervan? Ik zag hem echt als een broer.\u2019 Breytenbach heeft, zegt hij, zijn faam als auteur voor een groot deel aan Van Gennep te danken. Dat is geen valse bescheidenheid, bezweert hij. \u2018Als ik niet bij hem had gezeten was mijn werk veel minder opgepikt. Rob was voor internationale uitgevers een standaard. Als hij iets goed vond, vertrouwden zij het. Ongelezen tekenden ze er op in. Rob is voor mij een onschatbaar belangrijk paspoort naar belangrijke uitgevers en landen geweest.\u2019<\/p>\n<p>Monsterlijk<\/p>\n<p>\u2018Heb je dit wel eens gezien?\u2019 vraagt Ed. van Thijn, terwijl hij een klein boekje op tafel legt: Het derde kabinet Den Uyl vergadert. Het werd door uitgeverij Van Gennep in 1979 gemaakt, bedoeld om Joop den Uyl, die twee jaar daarvoor had moeten aanzien hoe zijn tweede kabinet er ternauwernood niet gekomen was, een hart onder de riem te steken. Van Thijn glundert wanneer hij vertelt over die opwindende dagen waarin het werkje in het diepste geheim op de uitgeverij gemaakt werd. \u2018Een beetje zoals Tien over rood ontstaan is. Rob genoot enorm van die samenzweerderige sfeer. Zoiets vond hij geweldig.\u2019<\/p>\n<p>Het boek was bedoeld om Den Uyl te verrassen op zijn zestigste verjaardag. Op die negende augustus 1979 toog het hele gezelschap auteurs \u2013 onder wie Marcel van Dam en Joop van Tijn \u2013 naar Buitenveldert om de oud-premier het boekwerkje aan te bieden. Dat dreigde op een groot fiasco uit te draaien. \u2018Joop deed open en schrok zich dood. Hij werd zelfs een beetje kwaad. Het duurde een hele tijd voordat we \u2019m in de goede stemming wisten te krijgen.\u2019<\/p>\n<p>Van Gennep zorgde dan wel voor de productie van Het derde kabinet Den Uyl vergadert, hij leverde er zelf geen bijdrage op schrift aan. \u2018Hij hield zich strikt aan het adagium: ieder zijn vak. Maar hij kon anderen geweldig stimuleren. Hij overtuigde mij ervan dat ik dat Dagboek van een onderhandelaar moest gaan schrijven. Ik vond het doodeng. Maar Rob zei: \u201cEd, dat kun je.\u201d Hij heeft mij zelfvertrouwen gegeven als schrijver. Daar heb ik tot op de dag van vandaag profijt van.\u2019<\/p>\n<p>Pieter Broertjes, begin jaren tachtig sociaal-economisch redacteur bij de Volkskrant, was ook een auteur die door Van Gennep ontdekt werd. De huidige hoofdredacteur van de Volkskrant schreef in die dagen samen met Arendo Joustra veelvuldig over de grote ambtenarenstakingen van begin jaren tachtig. \u2018Op een dag belde Rob op: \u201cDaar wil ik een boek over. Kunnen jullie deze week langskomen?\u201d\u2019 Broertjes was sprakeloos. \u2018Ik belde direct Arendo: Jezus Christus, weet jij wie net gebeld heeft? Rob van Gennep! Toch een icoon van links Nederland.\u2019 Broertjes ziet zich nog binnenkomen op de uitgeverij, samen met Joustra. \u2018Na zesentwintig trappen kwamen we in een heel grote kamer vol boeken. Hij dirigeerde ons naar een oude afgetrapte Chesterfieldbank. \u201cGa daar maar zitten.\u201d Zaten we als twee jongetjes, vanaf heel laag, naar de grote Van Gennep op te kijken. Dat deed-ie expres, denk ik. Omdat je niet een te grote bek moest hebben. Hij had helemaal in zijn hoofd hoe dat boek er uit moest zien. Een beeldverhaal, met een lopend expos\u00e9 eronder. \u201cPlus kaders waarin jullie dingen gaan uitleggen.\u201d\u2019 De hele kerstvakantie werkten ze onafgebroken door. Gecoacht door Jaap Jansen. \u2018Die ondersteunde ons, en kookte zelfs voor ons. Jaap runde de tent. Rob was dan wel het boegbeeld van de uitgeverij \u2013 een wilde vent, gedreven door emoties en hormonen \u2013 maar Jaap zorgde ervoor dat de zaak kon blijven draaien.\u2019<\/p>\n<p>Ambtenaren in actie verscheen in februari 1984 en bleek uiterst succesvol. Er werden bijna negenduizend exemplaren van verkocht.<\/p>\n<p>Typisch Rob van Gennep, vindt Karin Spaink. Hij ging nou eenmaal altijd af op zijn intu\u00eftie, \u2018in combinatie met zijn kennis en ervaring\u2019. Zo ging het ook bij haar. Spaink werkte begin jaren tachtig samen met Hedda aan een tv-uitzending van Kijk haar, over seksueel geweld. \u2018Hedda nam me een keer mee naar huis. Ze introduceerde me en binnen tien minuten zei Rob: volgens mij moet je een boek voor me maken.\u2019 Spaink typeert hem als \u2018een grote lawaaierige man met een heel groot hart\u2019. \u2018Maar soms kon hij ook monsterlijk zijn. Als je iets zei, kon hij heel erg tegen je uitvallen. Dat hoorde bij hem. En hij hield zo ontzettend veel van boeken. Hij was op ongelofelijk veel terreinen thuis. Echt renaissancistisch breed. Zulke mensen zijn er bijna niet meer.\u2019<\/p>\n<p>Boeken inpakken<\/p>\n<p>Van Gennep leefde voor zijn werk, zeggen zijn vrienden. De uitgeverij en de boekhandel gingen voor alles. \u2018Hij riep altijd: we leven niet voor de gezelligheid,\u2019 aldus Jaap Jansen. \u2018Er moest gew\u00e9rkt worden. Terwijl hij wel degelijk heel geestig en gezellig kon zijn. Maar meestal vond hij dat niet nodig.\u2019<\/p>\n<p>Peter van Straaten: \u2018Rob werkte ontzettend hard. Op zaterdag zat ik altijd met vrienden bij Hoppe. Ik riep vaak: Rob, kom er even bijzitten. \u201cNee, nee, ik moet nog boeken inpakken.\u201d\u2019<\/p>\n<p>Hanneke Groenteman: \u2018Als Hedda jarig was, zaten er soms wel dertig man in die keuken. Kwam Rob binnen, keek verstoord naar het bezoek en zei: \u201cWat doen al die mensen hier?\u201d Vervolgens ging hij boven op zijn kamer zitten werken.\u2019<\/p>\n<p>Ite R\u00fcmke: \u2018Hij vond het idioot als ik lunchpauze nam. \u201cWat ga je doen?\u201d vroeg hij dan. Boodschappen doen, zei ik. En hij weer: \u201cB\u00f3\u00f3dschappen doen?\u201d Ja, want ik krijg eters vanavond. Ik heb namelijk ook een priv\u00e9leven, Rob. Dat vond hij buitengewoon mal.\u2019<\/p>\n<p>\u2018Eigenlijk vond hij alles gekkigheid,\u2019 zegt C\u00e9line, zijn dochter. \u2018Kleding, uit eten gaan, feestjes, dat vond hij allemaal onzin. Als mijn moeder jarig was, kocht ik altijd een cadeautje dat hij aan haar kon geven. Zelf dacht hij daar niet aan. Dan zei ik: hier pap, dit moet je aan mamma geven, want ze is jarig. Naar dat soort dingen stond zijn hoofd gewoon niet.\u2019<\/p>\n<p>Ook op vakantie was er voor ontspanning nauwelijks plaats. Jeroen Krabb\u00e9 kampeerde in de jaren zeventig elke zomer met een vaste vriendengroep \u2013 onder wie Hanneke Groenteman en de familie Van Gennep \u2013 steevast op Kontiki, een camping in de buurt van Saint-Tropez. \u2018Rob sliep de eerste weken alleen maar,\u2019 herinnert Krabb\u00e9 zich. \u2018Ik had niet echt het gevoel dat hij erbij was. Met Hedda was het altijd gezellig, maar Rob deed daar nauwelijks aan mee.\u2019<\/p>\n<p>Vertederd bekijkt hij de foto\u2019s van die zonovergoten zomers van weleer. Daar zitten ze; een jeugdige Krabb\u00e9, een stralende Groenteman en een duidelijk nog niet gebruinde Van Gennep. \u20181974\u2019 staat eronder. \u2018Kijk, hier zijn ze er net,\u2019 zegt Krabb\u00e9 tegen zijn vrouw Herma. \u2018Je z\u00ed\u00e9t hoe moe hij is. En kijk eens wat daar ligt,\u2019 zegt hij, wijzend op een boek dat op de rand van het campingtafeltje ligt. \u2018Woutertje Pieterse! Jaha, typisch Rob. Altijd lezen. Lezen en slapen, dat was het vooral. Totaal geen man voor ontspannen kletsverhalen. Hoewel ik wel een keer samen met hem naar voetbal heb gekeken. Een finale van een of ander toernooi waarbij Nederland tegen Duitsland speelde. Nederland verloor. Na afloop was Rob zo overstuur. Hij was een paar dagen totaal onaanspreekbaar.\u2019<\/p>\n<p>Bergafwaarts<\/p>\n<p>In de jaren tachtig begon het politieke boek steeds meer terrein te verliezen. Van Gennep verlegde de koers naar buitenlandse literaire auteurs. Soms zeer succesvol, bijvoorbeeld in het geval van Gy\u00f6rgy Konr\u00e1d, Peter N\u00e1das en Elfriede Jelinek. Maar de gloriedagen van het linkse boek waren voorbij. Jaap Jansen: \u2018De laatste jaren ging dat bedrijf bergafwaarts we hebben het nog een tijd gered met het antiquariaat. Maar de glorietijd was voorbij. We waren niet geslaagd als Nederlandse uitgeverij, hadden vrijwel geen grote Nederlandse auteurs in ons fonds. Literaire auteurs wilden niet met ons geassocieerd worden vanwege ons links politieke imago. Dat lag ook sterk aan ons. Wij koesterden niet, hadden sterk de mentaliteit van: ja, leg je manuscript daar maar op die stapel. Daar verover je geen harten mee.\u2019 Langzaamaan zag hij de bevlogenheid van zijn metgezel verdampen. \u2018Rob raakte teleurgesteld. Hij kreeg een hekel aan de uitgeverij. Iets van: is dit het nou? Hij sprak er niet over, hoor. Maar ik voelde bij hem een soort treurigheid die laatste jaren. De glorie van de grote politieke uitgeverij bestond niet meer. Die vertaalde literatuur was zeker niet onsuccesvol. Maar we waren een van de velen geworden.\u2019<\/p>\n<p>Maria Heiden: \u2018De uitgeverij was wel heel bekend, maar altijd in de marge. En de maatschappij veranderde. Vroeger had ik een politieke boekhandel, nu nog maar een plankje. Wie leest er nog Mao? Che Guevara staat alleen nog op T-shirts van mensen die naar Cuba gaan.\u2019<\/p>\n<p>Jaap Jansen: \u2018Het doet me pijn om het te zeggen, maar ik denk dat Rob zijn eigen idealen overleefd heeft. Dat vond ik erg verdrietig om te zien. Hij spande zich niet meer in voor de uitgeverij, was alleen nog in het antiquariaat te vinden.\u2019 Eigenlijk een begrijpelijke ontwikkeling, nu Jansen er over nadenkt. \u2018De uitgeverij begon ooit met \u201cRob en Johan\u201d. Daarna werd het politiek van aard. Toen ook dat afliep, moesten we onszelf opnieuw uitvinden. Maar nog een keer een bocht nemen, dat lukte niet meer.\u2019 Hij zwijgt geruime tijd, de rook van zijn sigaret naar de nok van zijn woonkeuken blazend. \u2018Voor de uitgeverij zou het goed geweest zijn als wij eerder waren opgevolgd. Rob en ik werden zelf het blok aan het been. De schwung was weg, het feestje was voorbij.\u2019<\/p>\n<p>\u2018Dat het in retrospectief niet zo gelopen is als we toen hoopten,\u2019 zei Van Gennep kort voor zijn dood, \u2018dat er nu minder democratie is dan we toen hoopten en minder zorg, dat er minder betrokkenheid is bij het sociale leven dan we allemaal hoopten, is uitermate jammer.\u2019<\/p>\n<p>\u2018Weet je wat zo erg is?\u2019 zegt Jansen, buitengewoon ernstig. \u2018Rob heeft nooit kunnen oogsten. Ik had hem zo graag nog jaren in een fantastisch antiquariaat aan het werk willen zien. Lekker in zijn stofjas. Dat is hem door het leven niet gegund.\u2019<\/p>\n<p>Chocolademousse<\/p>\n<p>Eind 1992 begon Rob van Gennep voor het eerst met fysieke klachten te kampen. Thuis, aan tafel, kon hij zijn lepel niet goed meer oppakken, op kantoor viel zijn pen steeds vaker uit zijn handen. Simone Vanriet, de vrouw van de Antwerpse kunstenaar Jan Vanriet, ziet Van Gennep nog de trap van hun huis opstrompelen. \u2018Hij moest halverwege zelfs even stilstaan. \u201cJa Simone,\u201d zei hij nog, \u201cik begin een oude man te worden.\u201d\u2019<\/p>\n<p>In het Academisch Medisch Centrum werd aanvankelijk een nekwervelhernia vastgesteld. Na behandeling leek hij enigszins te herstellen. Alleen viel het Hedda op dat hij steeds slechter begon te lopen, \u2018alsof hij dronken was\u2019. \u2018Bij controle in het AMC heb ik gezegd: ik vind dat hij achteruitgaat.\u2019 Uiteindelijk werd de diagnose gesteld: Amyotrofe Lateraal Sclerose, een verlammende spierziekte met dodelijke afloop. \u2018Die professor zei: \u201cMeneer Van Gennep, als u nog op reis wilt, moet u het nu echt doen.\u201d Dus dat was wel duidelijk.\u2019<\/p>\n<p>Met Oudejaar 1993 zaten Hedda en Rob van Gennep thuis in de Van Eeghenstraat. Alleen. Zelfs de kinderen had hij weggestuurd. Het was de treurigste jaarwisseling in de vijfendertig jaar dat ze samen waren geweest. Elkaar gelukkig nieuwjaar wensen zou absurd zijn, ze wisten allebei dat ze op de drempel stonden van een bang nieuw jaar, het jaar waarin hij zou sterven. \u2018Rob stortte even helemaal in,\u2019 zegt Hedda van Gennep. \u2018Ik weet nog dat hij heel verdrietig zei: \u201cHedda, ik had zo graag een oude boekhandelaar willen worden.\u201d\u2019<\/p>\n<p>Het ziekteverloop bleek buitengewoon agressief. Aanvankelijk kon Van Gennep nog zijn kamer op de uitgeverij bereiken met een inderhaast aangebrachte invalidenlift, maar al snel lukte ook dat niet meer. Nog \u00e9\u00e9n keer glorieerde hij voor de buitenwereld, bij het feest ter gelegenheid van het vijfentwintigjarig bestaan van Van Gennep, in januari 1994. Hij lachte breed, op het podiumpje in zijn rolstoel, maar alle aanwezigen beseften dat dit een afscheid was. Kort daarna wilde hij ook nog een soortgelijke bijeenkomst voor zijn vrienden en vriendinnen in Vlaanderen. Een feest dat natuurlijk zou moeten plaatsvinden ten huize van zijn Antwerpse vriend Jan Vanriet. \u2018We hadden een uitgebreid buffet georganiseerd met allerlei spirituali\u00ebn,\u2019 vertelt Vanriet. \u2018Rob wilde hier ook per se als eerste zijn, zodat hij, gezeten op een soort troon, nog \u00e9\u00e9n keer als een gastheer zijn vrienden kon onthalen.\u2019 Maar daarvoor moest Van Gennep wel eerst de trap van Vanriets herenhuis zien op te komen. Uiteraard had Vanriet daar bij stilgestaan. \u2018Ik had geregeld dat hij met een ambulance van zijn hotel hierheen vervoerd zou worden en daarna door twee professionele verplegers omhoog zou worden gedragen.\u2019 En toch ging het mis. De verbijstering is nog altijd van Vanriets gezicht af te lezen. \u2018Wat gebeurde er? Rob en Hedda kwamen aan in het hotel en checkten in. De ambulance kwam aanrijden, die kerels reden hem naar buiten, maar waren vergeten hem vast te gespen. Hij kiepte zo voorover uit het karretje en smakte op de straat. Onder het bloed, vol builen, met een gezwollen oog is hij naar het ziekenhuis gebracht. Ondertussen liep het hier vol. Een heel zenuwachtige, bedrukte stemming. Na twee uur wachten kwam Rob alsnog naar hier. Gehavend en onder de pijnstillers. Iedereen was verbijsterd over wie er werd binnengebracht. Hedda was het liefst direct naar huis gegaan, maar Rob insisteerde dat het door zou gaan. Het werd een buitengewoon hallucinante avond. Na afloop in de auto schijnt Rob nog wel enthousiast gezegd te hebben: \u201cToch leuk h\u00e8, al die lieve Vlaamse vrienden van mij.\u201d\u2019<\/p>\n<p>Het lichamelijke verval verliep pijlsnel. Hedda van Gennep: \u2018Hij kon steeds minder. Je verandert langzaam in een baksteen. Hij riep maar steeds tegen mij: \u201cIk ben een kat in de zak, h\u00e9b je een leuke jongeman, gaat ie veel eerder dood dan jij.\u201d\u2019 Eten werd bijna onmogelijk. Zijn verslapte mond- en kaakspieren verdroegen alleen nog chocolademousse. Die werd elke dag vers gemaakt door Jeroen Krabb\u00e9. Het enige dat nog wel ging, was roken, zij het uiterst moeizaam. Bezoekers moesten zijn Gauloises voor hem aansteken, die dan door een ingenieus apparaat \u2013 ontworpen door een vriend \u2013 heen en weer naar zijn mond werden bewogen. Van Gennep bleef ogenschijnlijk ongebroken onder zijn lot. Een maand voor zijn dood analyseerde hij bijna onderkoeld zijn situatie in de Volkskrant. \u2018Omdat ik niet geloof in alternatieve onzin als je eigen pis opdrinken, heb ik mij neergelegd bij de gedachte dat de ziekte niet te bestrijden is en dat ik gewoon doodga voor mijn tijd.\u2019<\/p>\n<p>Te groot<\/p>\n<p>Toen hij in april 1994 ook nog werd gekweld door een longontsteking was het voor hem genoeg. \u2018Hij zei: Hedda, ik wil niet meer. Bel de dokter maar.\u2019 Op 13 april 1994, een kleine maand voor zijn zevenenvijftigste verjaardag, zou een drankje hem uit zijn lijden gaan verlossen. Daar moest dan wel absoluut 100 cc van gedronken worden. \u2018Dat hebben we van tevoren ook geoefend, om te kijken of hij dat nog wel drinken kon.\u2019<\/p>\n<p>In het allerlaatste uur was ook Jaap Jansen aanwezig, Van Genneps trouwe kompaan. De huisarts vroeg juist hem of hij het dodelijke vocht wilde toedienen. \u2018Op zoiets kun je geen nee zeggen.\u2019<\/p>\n<p>Jansen vertelt het quasi-nonchalant, maar terwijl hij erover praat zindert de emotie door elke lettergreep heen. Voor de gelegenheid had hij zijn mooie Engelse jasje aangetrokken. \u2018Je gaat niet zomaar ergens naar toe.\u2019 Dat moet Van Gennep nog geconstateerd hebben, want hij adviseerde zijn vriend fluisterend om dat nette colbertje maar liever uit te trekken. \u2018Straks spuug ik er misschien overheen.\u2019 Van Gennep wilde per se het bekertje met de olifant erop. Dat lag het prettigst aan zijn lippen. \u2018Ik hield zijn hoofd in mijn arm, zette het bekertje aan zijn mond. Ik zei nog: nou Rob, dit is dan onze allerlaatste samenwerking. Daar moest hij om glimlachen. Hij dronk maar de helft op. De dokter riep paniekerig: \u201cR\u00f3b!&#8230; Rob Pol\u00e1k!.. wel alles opdrinken.\u201d\u2019 Hoofdschuddend: \u2018Ja zeg\u2026 Rob Polak! Als Rob het nog gehoord heeft, heeft ie er om moeten lachen. Dat kan niet anders.\u2019<\/p>\n<p>Wie er die dag voor hem wegviel? Jansen: \u2018Iemand die mijn leven gered heeft. Hij heeft mijn toekomst bepaald, mij er doorheen gesleept. Zoals hij voor iedereen een vader was.\u2019<\/p>\n<p>\u2018Wat ik heel kenmerkend vond,\u2019 vertelt Karin Spaink, \u2018was het moment dat hij gekist werd. Hij bleek niet in die kist te kunnen. Ze hebben een grotere moeten laten komen. Zelfs dood bleek hij nog te groot.\u2019<\/p>\n<p>Fred Schmidt: \u2018En toen hebben we nog een erg leuke week gehad met dat lijk boven. Er is een complete wijnwinkel doorheen gegaan. Het was treurig, maar ook ongelofelijk mooi.\u2019<\/p>\n<p>Van Genneps kleindochter Rosa van tien deed voor het rouwbezoek steeds de deur open. \u2018Komt u naar de dode Robbeke kijken?\u2019 Nadat ze het luikje van de kist een tijdje open had gehouden, schoof ze het resoluut weer dicht. \u2018Poppetje gezien, kastje dicht. En nu kunt u bij Hedda een glas wijn halen.\u2019<\/p>\n<p>Na vijf dagen werd de kist definitief gesloten. Met naast Van Gennep zijn lievelingsboeken, zijn Gauloises en zijn aansteker. En een potje chocolademousse.<\/p>\n<p>Epiloog<\/p>\n<p>Na de dood van Rob van Gennep leidde zijn uitgeverij een paar jaar een kwijnend bestaan. Het plan om Van Gennep onder te brengen bij De Bezige Bij mislukte. In 1998 werd het bedrijf samengevoegd met de Wereldbibliotheek. Sinds 1 januari 2003 is uitgeverij Van Gennep weer zelfstandig, onder leiding van Chris ten Kate. Er worden zo\u2019n vijftig titels per jaar uitgegeven: vertaalde romans van bijvoorbeeld Elfriede Jelinek en Peter N\u00e1das en Nederlandse literatuur, waaronder de Sandwich-reeks van Gerrit Komrij. De erven Van Gennep hebben geen enkele bemoeienis meer met het bedrijf.<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Als uitgever van het politieke boek was Rob van Gennep jarenlang een spin in het web van links Nederland. Als hij veertien jaar geleden niet was gestorven aan een spierziekte, zou hij deze maand zeventig zijn geworden. Collega\u2019s, verwanten en vrienden over een icoon. \u2018Mijn generatie zou zich geen raad hebben geweten zonder de boeken van Van Gennep.\u2019<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[399,27],"tags":[],"acf":[],"author_name":"Coen Verbraak","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/117033"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=117033"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/117033\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Coen Verbraak","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=117033"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=117033"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=117033"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}