
 {"id":116861,"date":"2007-06-02T00:00:00","date_gmt":"2007-06-01T22:00:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/ik-wil-voor-de-lezer-onzichtbaar-blijven-special-detective-thrillergids-2007\/"},"modified":"2007-06-02T00:00:00","modified_gmt":"2007-06-01T22:00:00","slug":"ik-wil-voor-de-lezer-onzichtbaar-blijven-special-detective-thrillergids-2007","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/ik-wil-voor-de-lezer-onzichtbaar-blijven-special-detective-thrillergids-2007\/","title":{"rendered":"\u2018Ik wil voor de lezer onzichtbaar blijven\u2019; SPECIAL DETECTIVE &#038; THRILLERGIDS 2007"},"content":{"rendered":"<p>Interview Elmore Leonard<\/p>\n<p>Elmore Leonard is in de Verenigde Staten een veelgelezen schrijver, maar zijn naam doet geen bel rinkelen bij de inwoners van Detroit die ik een paar dagen lang op mijn pad tref. Geen enkele. Tot ik wat verfilmingen van Leonards romans noem. Hombre, Mr. Majestyk, Stick, Out of Sight, Get Shorty, Be Cool en vooral Jackie Brown \u2013 ja, die kennen ze allemaal: cool. Ach, film is nu eenmaal een populairder medium dan literatuur. En Leonard-lezers zullen zich vast ook in en nabij diens woonplaats ophouden, want alle Borders- en Barnes and Noble-filialen die ik daar bezoek, herbergen tenminste dertig van Leonards twee\u00ebnveertig leverbare crime- en western-titels: romans en korte verhalen. Hoog opgetast ligt de hardcover-editie van zijn nieuwste: Up in Honey\u2019s Room \u2013 het vervolg op The Hot Kid. Dat doet zo\u2019n boekhandel daar niet zomaar: Elmore Leonard grossiert in zogeheten eversellers.<\/p>\n<p>De hoogbejaarde wereldkampioen van de crime novel doet z\u00e9lf de deur open van zijn riante villa in Bloomfield Village, de noordelijke regio van Detroit. En wel in T-shirt. Niet zomaar een marineblauw T-shirt; op de voorgrond prijkt een gelige stripfiguur: een bij met een machinegeweer. \u2018Seabees\u2019 staat daaronder.<\/p>\n<p>\u2018Helemaal uit Holland,\u2019 zegt hij, als we in de woonkamer zitten. Ja, zeg ik, waarom noemen ze u eigenlijk \u2018Dutch\u2019?<\/p>\n<p>Ten antwoord schuift hij grinnikend het T-shirt bij zijn rechterschouder omhoog. Daar, op die magere oudemannenarm, staat in bijna vervlogen blauwe letters: Dutch .<\/p>\n<p>\u2018Het eerste jaar op school noemden ze me Elmur of Elmer, niemand kon Elmore uitspreken. Tot er in het tweede jaar een kerel naast me kwam zitten die zei: ik ga je Dutch noemen. Naar een beroemde pitcher in de Major Leagues, Dutch Leonard, hij was geloof ik een Duitser. Vanaf toen ging iedereen me Dutch noemen.\u2019<\/p>\n<p>Tijdens de Tweede Wereldoorlog diende Leonard \u2013 in 1925 geboren in New Orleans, opgegroeid in Detroit \u2013 bij de marine. Daar liep hij zijn tattoo op. \u2018Ik zat bij het Seabees-bataljon, in de Pacific verzorgden we landingsbanen voor gevechtsvliegtuigen \u2013 dit T-shirt heb ik toev\u00e1llig aan, geloof me \u2013 en toen we terugkwamen, zat ik op een schip dat in Seattle afmeerde. Daar liep ik een vriend van een ander schip tegen het lijf, we dronken, hadden pret en passeerden een tatoeagesalon. Ik ging naar binnen en zei: ik wil een zeebij met een machinegeweer. Hij: ok\u00e9, dat is twee dollar vijftig. Ik had \u00e9\u00e9n dollar! Ik zei: wat kan ik krijgen voor een dollar? Hij zei: je initialen, je nummer of je bijnaam. Ik zei: Dutch. Hij zei: tuurlijk. Het was blauw en rood. Nu is het alleen nog blauw.\u2019<\/p>\n<p>Elmore Leonard spreekt even vitaal als hij schrijft. Nergens weerklinkt zijn hoge leeftijd, al eist die inmiddels zijn tol: \u2018In oktober word ik twee\u00ebntachtig. Ik begin tegenwoordig wat later, vind wat meer afleiding, maar als ik eenmaal ga schrijven, zit ik er ook helemaal in en gaat de tijd snel. Ik schrijf dagelijks minder pagina\u2019s dan tien jaar geleden, ik blijf maar herschrijven, verbeteren. Ik heb nu vijfenvijftig pagina\u2019s geschreven van mijn nieuwe boek, Foley is Back. Ik ben tevreden over mijn personages, onder wie de bankrover Jack Foley, en ik weet dat ze iets gaan uithalen, maar ik heb nog geen idee wat.\u2019<\/p>\n<p>U hebt een indrukwekkend oeuvre ge-schreven, wat wilt u nog ontdekken over misdaad?<\/p>\n<p>\u2018Er is niks dat ik wilde doen dat ik nog niet gedaan heb \u2013 ik ken mijn beperkingen. Ik weet hoe ik moet schrijven om effectief te zijn, dus dat doe ik. Ik probeer alleen steeds beter te schrijven. Door onzichtbaar te blijven en de personages het werk te laten doen. Zou ik kiezen voor een literaire stijl, zelf tussen de personages en de lezer gaan staan, dan zou mijn werk erg matig worden. Ik schrijf al zesenvijftig jaar, je moet iets leren, dus je leert hoe je moet schrijven: op een zo natuurlijk mogelijke manier.\u2019<\/p>\n<p>Is misdaad anders dan toen u begon?<\/p>\n<p>\u2018Alle fictionele misdaad is veel netter dan wat misdaad werkelijk is. Twee jaar geleden vonden er vierhonderd moorden plaats in Detroit, in de late jaren zeventig waren dat er zevenhonderd, Detroit werd de murder capital genoemd. Wat voor moorden? Meestal persoonlijke toestanden. Iemand wordt dronken, wordt kwaad op een ander en schiet hem neer. Schiet zijn vrouw neer of zij hem. Veel heeft met drugs te maken, drive-by\u2019s, schoten in huis, schieten op onschuldigen. Over geen van die vierhonderd moorden kun je een mystery schrijven. Ik schrijf crime.\u2019<\/p>\n<p>Wat is het verschil voor u tussen een mystery en crime?<\/p>\n<p>\u2018Bij een mystery weet de lezer niet wie het gedaan heeft. Ik vind er niks aan, aan whodunits. Het interessantste karakter blijft gewoonlijk buiten beeld, je moet erachter komen wie hij is. Zoals bij Agatha Christie, een beroerde schrijfster die ik niet meer zou kunnen lezen. Zoals ik er meer niet te pruimen vind. Twintig jaar geleden schreef een criticus over mij: hij  vertoont een Mickey Spillane-houding ten opzichte van vrouwen. Sindsdien let ik erop dat ik een vrouw niet meer als een vrouw zie, maar als een persoon \u2013 dat maakt alle verschil.\u2019<\/p>\n<p>Maar is het kwaad niet altijd hetzelfde?<\/p>\n<p>\u2018Zeker, maar onze gebruiken veranderen: meer is toegestaan. In The Hot Kid wil Carl Webster de beroemdste wetsdienaar in Amerika zijn. De slechterik, miljonairszoon Jack Belmont, wil staatsvijand nummer \u00e9\u00e9n worden. Dat is nu eenmaal slechtheid: een simpele situatie. Maar ik probeer slechteriken zo menselijk te maken dat je ze kunt zien en ze kunt horen overdrijven en opscheppen. Ik koester genegenheid voor mijn personages, althans voor de meesten. Iemand wordt crimineel omdat hij lui is of dom, of omdat hij zichzelf heel wat vindt. Hij denkt dat hij het kan maken om alles te doen wat hij wil. Dat is genoeg. Ik denk niet in termen van goed en kwaad.\u2019<\/p>\n<p>Kunnen mensen veranderen?<\/p>\n<p>\u2018Absoluut. Ik was tot 1977 een drinker en ik stopte daarmee toen ik bij de AA ging. Het kostte me drie jaar voor ik aan het idee wilde om dat te doen, maar sindsdien heb ik geen druppel meer gedronken. Je hebt, ergens, een hogere kracht in je die je aanboort.\u2019<\/p>\n<p>Hoe is het om over drank te schrijven nadat je ermee gestopt bent? Ik krijg altijd dorst als ik uw boeken lees.<\/p>\n<p>\u2018Ik houd nu eenmaal van drinkers. Dus ik zit er niet mee. Ik ga ook naar feestjes. En in een van mijn boeken zit een alcoholicus die naar AA-bijeenkomsten gaat.\u2019<\/p>\n<p>Waarom zijn uw hoofdrolspelers meestal criminelen?<\/p>\n<p>\u2018Ze zijn leuker. Een goeierik is een goeierik, hij kan niet nog beter worden. Dus zo\u2019n hoofdpersoon moet meer zijn zoals de politie vandaag de dag is. Af en toe iemand in elkaar rammen. Ik vel geen oordelen in mijn boeken, nooit.\u2019<\/p>\n<p>Zijn er ook personages waar u een hekel aan krijgt?<\/p>\n<p>\u2018Ik had de schurft aan een schoft in Glitz. Hij vermoordde vrouwen en verkrachtte ze daarna. Maar meestal zijn slechteriken gewoon slechteriken. Ik begon met het schrijven van westerns in de jaren vijftig. Voor pulpmagazines, die me twee cent per woord betaalden. De schurken waren niet zo slecht, ze waren gewoon hard en ruig. Binnenkort komt er een vijftig miljoen dollar-verfilming van een Apache-verhaal van me uit. Ik schreef die 4500 woorden in 1953, kreeg er negentig dollar voor. Aan Hollywood verkocht ik dat verhaal voor vierduizend dollar. Als de film klaar is, krijg ik nog eens tweeduizend. Nogal wat van mijn boeken zijn verfilmd, maar alleen bij Get Shorty, Out of Sight en vooral Jackie Brown pakte het goed uit.\u2019<\/p>\n<p>Hoe komt dat?<\/p>\n<p>\u2018Quentin Tarantino geeft zijn eigen draai aan mijn werk. Jackie Brown is z\u00edjn titel, de mijne is Rum Punch. Vlak voordat zijn film in productie zou gaan, belde hij en zei: ik was bang je het afgelopen jaar te bellen. Ik zei: waarom? Omdat je de titel veranderde en een zwart meisje de hoofdrol gaf? Hij zei: ja. Ik zei: doe wat je wilt. Ik denk dat Tarantino de beste bewerking gemaakt heeft. Omdat hij, met al zijn vrijheden, trouw bleef aan de geest van mijn boek. Bij mij bezit een wapenhandelaar een video met meisjes, bij Tarantino heet die video Chicks Who Like Guns. Meisjes in bikini die machinegeweren afschieten!\u2019<\/p>\n<p>Waarom gaat het zo vaak mis met die verfilmingen?<\/p>\n<p>\u2018Mijn boeken zien eruit als films, met al die sc\u00e8nes en dialogen. Het enige wat je hoeft te doen is er wat uit gooien en je hebt een film. Maar zo gauw de scenarioschrijver en de regisseur erbij komen, gaat het mis. De scenarioschrijver wil al zijn clich\u00e9s kwijt. Hij wil laten zien dat hij ook een schrijver is. Bij Be Cool vroeg de regisseur om advies. Als iemand iets grappigs zegt, zei ik, zwenk dan niet de camera naar iemand anders voor een lach of grijns. Want mijn personages nemen zichzelf heel serieus. Ook al vinden wij het grappig, ze staan niet grappig te doen. En wat doet ie? Iedereen in die film hengelt naar gelach.<\/p>\n<p>Ook de verfilming van Killshot, mijn beste roman, is niet iets om naar uit te zien. Donna, een vijftigjarige blanke oud-gevangenisbewaarster die gelooft dat Elvis nog leeft, vriendinnetje van twee jongere criminelen tegelijk, wordt gespeeld door een aantrekkelijk jong zwart meisje. Slaat nergens meer op.<\/p>\n<p>Ik kan geen politieke correctheid gebruiken bij de manier waarop ik een verhaal vertel. Omdat de klank bij mijn schrijven zo belangrijk is. Hoe mensen klinken. Meestal zijn ze onopgeleid.\u2019<\/p>\n<p>Wanneer werd u zich bewust van de kracht van de dialoog?<\/p>\n<p>\u2018Wat ik wil is: show, don\u2019t tell. Maar literaire schrijvers lijken eerder te vertellen dan te tonen \u2013 zij beschikken, anders dan ik, over de taal, de woorden. Ik gebruik zoveel dialogen, om zelf uit beeld te blijven en om de personages te laten kennen. Ik stelde ooit tien schrijfregels op: geen prologen; geen weersbeschrijvingen; nooit andere werkwoorden dan \u201czei\u201d bij een dialoog; nooit een bijwoord toevoegen aan \u201czei\u201d; kijk uit voor uitroeptekens; nooit \u201cplotseling\u201d gebruiken; niet te veel dialect; vermijd gedetailleerde beschrijvingen van personages; sowieso niet te veel beschrijven; schrap het deel dat lezers willen overslaan. Kortom, wat je moet doen, is luisteren. Dat is nog knap moeilijk bij een historische roman als Up in Honey\u2019s Room die vlak na de Tweede Wereldoorlog speelt. Welke uitdrukkingen gebruikten we toen?\u2019<\/p>\n<p>Nochtans lijkt het verleden nabij, als je naar Elmore Leonard luistert. De jaren dertig van de vorige eeuw, toen misdaad glamour had met gangsters als Dillinger, \u2018Pretty Boy\u2019 Floyd en Bonnie en Clyde, is zijn favoriete periode.<\/p>\n<p>Even levendig spreekt hij over recente gebeurtenissen. \u2018Mijn zus is net gestorven. Ze woonde in Little Rock, Arkansas. Ik bezocht haar regelmatig. Ze had vijf kinderen en een echtgenoot met wie ik niet kon opschieten. Hij was een spraakzaam type, hij hield ervan om op een toneel te staan, en hij praatte, praatte, praatte en kwam nooit tot de kern. Ik lette erop hem nooit een vraag te stellen, omdat hij er eindeloos over zou doen niet te antwoorden. Hij is de enige tegen wie ik ooit heb gezegd dat hij zijn bek moest houden. Tweemaal. In 1956 en in de late jaren tachtig. Hij was niet veranderd.\u2019<\/p>\n<p>Wat een personage.<\/p>\n<p>\u2018Dat probeerde ik. Maar het is moeilijk om een saai iemand interessant te maken. Hij was een erg onsuccesvolle advocaat.\u2019<\/p>\n<p>De vraag wie hem vormde tot de schrijver die hij is, maakt heel wat los. \u2018Mijn vader werkte bij General Motors, hij stierf jong. Iedereen zei altijd dat ik zo op hem lijk, maar mijn moeder is vierennegentig geworden, dus ik heb besloten dat ik meer naar haar aard. Naarmate ik ouder word, realiseer ik me hoe waar dat is. Ze was de aardigste persoon die ik kende. En ze schreef. Drie korte verhalen die ze maar bleef herschrijven.<\/p>\n<p>Ze werd lid van een boekenclub in de jaren veertig en de boeken bleven binnenstromen. Ik las al die bladzijden, dikke pagina\u2019s met woorden en woorden, en dacht: mijn God, ze zijn allemaal te lang.<\/p>\n<p>Ze hield van mijn boeken. Als ze \u201csex\u201d zei, bewoog ze haar mond niet. Sekk, zei ze. En: dat moet in de slaapkamer blijven. Ik zei: ze zijn in de slaapkamer! Dat vond ze maar niks, maar ze genoot ervan dat ik boeken schreef en dat zij ze allemaal in huis had. Als je binnenkwam, leek het wel een altaar voor mij.\u2019<\/p>\n<p>Ook een negatieve ervaring deed zijn schrijverschap ontluiken. \u2018In de jaren vijftig werkte ik op een reclamebureau, ik werd er gek van, de hele tijd reclames voor Chevrolet schrijven op verplicht kittige wijze. Ik ga over de cavalerie en de Apaches schrijven, besloot ik, want dat was toen populair. Wat een opluchting toen ik mijn eerste verhaal kon slijten. Dat was het begin.\u2019<\/p>\n<p>Bestaat er een formule voor bestsellers?<\/p>\n<p>\u2018Vermoedelijk wel, maar ik heb hem niet. De meeste lezers willen bij een boek meteen weten waarover het gaat. Zoals bij James Patterson, die op zijn minst vijf boeken per jaar schrijft. Dat kan dus niet. Patricia Cornwell is verantwoordelijk voor al die CSI-flauwekul die op de televisie komt. Niets daarvan is accuraat.<\/p>\n<p>Dan die vent Grisham, die wil je niet lezen. De slechteriken zijn slecht, de goeien zijn goed, zo simpel is het bij hem. Ik heb The Firm u\u00edtgelezen omdat ik wilde weten hoe het afliep \u2013 dat was de enige reden. Bovendien was ik ziek.\u2019<\/p>\n<p>Waarom is misdaadliteratuur toch zo populair?<\/p>\n<p>\u2018Omdat het een begin, een middendeel en een einde heeft en het goede overwint. Als kind wist ik, net als de meeste lezers nu, ook niet wat goed schrijven inhoudt, het ging me om de verhalen en de plots. De boeken aan de top van de New York Times bestsellerlijst zijn allemaal plotdriven. Nou, die van mij niet. Ik wil helemaal niet dat de lezer zich bewust raakt van een plot, hij moet oog krijgen voor de mensen.\u2019<\/p>\n<p>Wat vindt u van de hedendaagse vrouwen\u00adthriller?<\/p>\n<p>\u2018Uitzinnig populair hier. Tachtig procent van de boeken wordt nu eenmaal door vrouwen gekocht. Dat is de enige reden. Daarom belandt de zo onderhoudende Janet Evanovitch direct op nummer \u00e9\u00e9n als ze een boek publiceert. Vrouwen raken w\u00edld van haar boeken.\u2019<\/p>\n<p>De vraag welke schrijvers hij w\u00e9l apprecieert, voert Leonard naar zijn boekenkasten. \u2018Van Richard Bissell leerde ik het meest. Schrijver uit de jaren vijftig. Totaal ondergewaardeerd. Hij schrijft zo natuurlijk; hij laat de personages, op wie hij gesteld is, hun verhaal doen \u2013 in dialogen. Hij toonde mij hoe je een boek schrijft zonder dat het geschreven lijkt. Een van zijn boeken opent in een hotelkamer. Een vrouw zit op het bed. Ze kijkt naar een man die uit het raam kijkt, ze zegt: waar kijk je in \u2019s hemelsnaam naar? Hij zegt: St. Louis, Missouri.<\/p>\n<p>Alleen Ernest Hemingway was nog belangrijker. Je kunt je eigen proza wel laten klinken als Hemingway, maar het zal nooit Hemingway zijn. Er staat altijd nogzoveel meer in zijn alinea\u2019s. Zijn roman over de Spaanse burgeroorlog For Whom the Bell Tolls las ik continu toen ik begon met schrijven, ik zag het boek als een western.\u2019<\/p>\n<p>\u2018Geen verspild leven, denk ik,\u2019 merkt Leonard op als hij mij zijn kasten met eigen werk toont en de rijen drukken en vertalingen beziet. \u2018Dat moet ik dan ook aan uw tweede vrouw vragen,\u2019 zeg ik. \u2018Ik ben heel makkelijk in de omgang,\u2019 zegt hij. En dan: \u2018Het viel mijn vrouw op dat ik verander als ik over een slechterik schrijf. Ik ben dan wat onbehouwener. Maar dat is juist de fun. Ze te ontmoeten, die serieuze gasten.<\/p>\n<p>Soms loop ik jaren met iets in mijn hoofd. Een foto van een vlezige man en een aantrekkelijke vrouw. Met geweren. Ze staan voor een federale rechtbank in Miami, een shotgun leunt op haar heup. Het zijn federal marshalls en ze bewaren de vrede tijdens een drugsproces. Ik zag haar foto en wist: dat is een boek. Ze werd Karen in Out of Sight.\u2019<\/p>\n<p>Wat zou u zijn als&#8230;<\/p>\n<p>\u2018Dood!\u2019<\/p>\n<p>&#8230;u geen schrijver was geworden?<\/p>\n<p>\u2018Ik zou me dood hebben gedronken. Waarschijnlijk.\u2019<\/p>\n<p>Elmore Leonard, \u2018Hot Kid\u2019 (The Hot Kid, 2005), vertaling Daphne de Heer, Uitgeverij 521, 320 p., \u20ac 17,90<\/p>\n<p>Elmore Leonard, \u2018Up in Honey\u2019s Room\u2019, William Morrow, 292 p. (verschijnt aanstaande juni bij Uitgeverij 521 onder de titel \u2018Big Deal\u2019)<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Elmore Leonard (1925), wereldkampioen crime fiction, schreef ruim veertig \u2018eversellers\u2019. Veel ervan zijn verfilmd. Een plot vindt hij niet interessant, whodunits ook niet, maar de psychologie van de slechterik des te meer. Bestaat er een formule voor bestsellers? \u2018Vermoedelijk wel, maar ik heb hem niet.\u2019<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[293,27],"tags":[],"acf":[],"author_name":"Jeroen Vullings","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/116861"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=116861"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/116861\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Jeroen Vullings","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=116861"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=116861"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=116861"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}