
 {"id":116433,"date":"2007-06-16T00:00:00","date_gmt":"2007-06-15T22:00:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/onder-fotografen\/"},"modified":"2007-06-16T00:00:00","modified_gmt":"2007-06-15T22:00:00","slug":"onder-fotografen","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/onder-fotografen\/","title":{"rendered":"Onder fotografen"},"content":{"rendered":"<p>Fotodocument \/ Koos Breukel<\/p>\n<p>De voormalige Volvogarage vlakbij het Amsterdamse Vondelpark is woning, fotostudio en oefenruimte. Hier woont Koos Breukel, \u2018beroemd fotograaf, leraar en drummer\u2019 om zoon Casper (7) te citeren. Eind vorig jaar was Koos Breukel (45) een Geheimtip van zakenblad Forbes : \u2018Een van de interessantste portretfotografen uit Nederland.\u2019 De boodschap: beleg nu in werk van deze ondergewaardeerde topfotograaf en het is binnenkort cashen.<\/p>\n<p>Het object van speculatie houdt kantoor omringd door fotoboeken, een zeer uitgebreid drumstel en foto\u2019s van zijn helden in de fotografie: Robert Frank, Richard Avedon, met bril op het voorhoofd. Maar ook, verrassender, collega Bert van Goethem: en profile, sigaret met askegel tussen zijn lippen. \u2018Ik was Berts assistent toen ik net begon, hij liet me zien hoe belangrijk het grote gebaar is. Hij leerde me dat monumentaal denken vaak meer oplevert dan bescheidenheid.\u2019<\/p>\n<p>Breukel heeft in de tentoonstelling Onder fotografen zijn persoonlijke grande parade van fotografen om zich heen verzameld. Leermeesters, voorbeelden, leerlingen van de Rietveld Academie en vrienden. Van Gerard Petrus Fieret, die tegenwoordig de duiven van Den Haag voert, tot Daya Cahen, tot voor kort Breukels assistent.<\/p>\n<p>Sinds hij eind jaren tachtig met zijn inmiddels overleden collega en vriend Eric Hamelink een fotostudio in Amsterdam begon, heeft Breukel tussen de bedrijven door vele tientallen portretten gemaakt van collega\u2019s. In Onder fotografen combineert hij die portretten van ruim vijftig collega\u2019s met een persoonlijke keuze uit hun werk.<\/p>\n<p>\u2018Een prachtig toeval\u2019 vindt Breukel het, dat zijn tentoonstelling zo dicht volgt op het verschijnen van het niet onomstreden boek Dutch Eyes &#8211; Nieuwe geschiedenis van de fotografie in Nederland. Zelf komt hij er in dat standaardwerk helemaal niet slecht vanaf. Op verzoek wil hij wel even het aantal verwijzingen tellen: zeven. \u2018En Kadir van Lohuizen en Anton Corbijn staan er maar zes keer in. Niet slecht gedaan, toch?\u2019<\/p>\n<p>Maar even serieus: met zijn eigen selectie voor Onder fotografen kan hij het beeld corrigeren dat door Dutch Eyes is ontstaan. Die pil van 576 pagina\u2019s, die in de Engelse vertaling mede het gezicht van de Nederlandse fotografie in het buitenland bepaalt, vertoont volgens Breukel nogal wat hiaten. \u2018En sowieso moet je zo\u2019n boek altijd Vol. 1 noemen, om de afvallers de hoop te geven op plaatsing in een eventueel Vol. 2.\u2019 Tot er zo\u2019n deel twee is, stelt Breukel er graag zijn eigen, niet minder subjectieve, keuze tegenover. \u2018Paul Kooiker wordt in Dutch Eyes \u00e9\u00e9n keer terloops vermeld, terwijl hij een van onze interessantste conceptuele fotografen is. Zijn werk is in alle museumcollecties te vinden, maar wordt in dit boek niet serieus genomen. Hetzelfde geldt voor fotografen als Annaleen Louwes, Leo Divendal, Dana Lixenberg. Zij krijgen bij mij eerherstel.\u2019<\/p>\n<p>Zwervend bestaan<\/p>\n<p>Het idee voor de tentoonstelling ontstond nadat Breukel de medewerking van het Fotomuseum Den Haag had gevraagd bij het portretteren van vier bewonderde collega\u2019s. Mannen die ondanks het succes van hun werk om verschillende redenen ver buiten de gevestigde orde terecht waren gekomen. Via het Fotomuseum kreeg hij zo een bijzondere kwartet voor zijn 8&#215;10 inch Deardorff platencamera. \u2018Gerard Fieret fotografeert allang niet meer, hij leidt een zwervend bestaan. Om hem binnen te halen, hebben we hem een maaltijd in het museum aangeboden. Omdat Fieret er was, kwam ook Votja Dukat opdagen. Wally Elenbaas, inmiddels vijfennegentig jaar oud, werd door het museum uit Rotterdam gehaald. En ook Paul Blanca meldde zich. Zijn eeuwige geworstel met drugs is heel tragisch. Maar als fotograaf ben ik gefascineerd door die innerlijke onrust.\u2019<\/p>\n<p>De collectie fotografenportretten begon ooit met Ed van der Elsken, zoals voor Koos Breukel \u00e1lles is begonnen bij Van der Elsken. \u2018Ik koos voor de fotografie nadat ik het geweldige Sweet life (1966) had ontdekt in de boekenkast van de vader van mijn meisje. Dat verslag van een wereldreis van Van der Elsken was het eerste fotoboek dat ik onder ogen kreeg. Grofkorrelige foto\u2019s afgedrukt in koperdiepdruk. Verpletterend. Kort daarna liet ik mijn eindexamen voor wat het was en meldde ik me bij de foto-academie in Den Haag.\u2019<\/p>\n<p>Najaar 1990 belde een wederzijdse vriend, de schrijver Simon Vinkenoog, met de boodschap dat Van der Elsken ernstig ziek was. \u2018Ik wist dat hij in de buurt van Edam woonde, maar ik had zijn adres niet. Wel zijn boek Avonturen op het land, met een luchtfoto die Van der Elsken van zijn boerderij had gemaakt. Ik had al mijn spullen klaarstaan voor een opdracht in Den Haag, maar ik gooide het boek in de auto en ging op zoek. Face your fears: ik wilde hem per se fotograferen, juist omdat ik tegen hem opkeek en een beetje bang voor hem was. Ik vond die boerderij, maar hij was niet thuis. Na een tijdje stopte een busje, en daar werd hij uit geholpen. Ik ben uit mijn auto gesprongen en heb een aantal foto\u2019s van hem gemaakt. Voor \u00e9\u00e9n keer fotografeerde ik zoals hij zelf ook werkte: geen flauwekul, recht op je doel af. Kort daarna is hij overleden.\u2019<\/p>\n<p>Ed van der Elsken was een held, maar ook een vertegenwoordiger van de jaren-zestigfotografie waartegen hij zich moest afzetten, zegt Breukel. \u2018Ik wilde net zo authentiek zijn als hij, maar dan op m\u00edjn manier. Al snel bleek: als je je afzet tegen de een, dan word je met een ander vergeleken. Nu eens lijkt het op Richard Avedon, dan weer is het net Craigie Horsfield. Helemaal geen slecht gezelschap, daar niet van, maar ik probeer liefst heel ver uit de buurt te blijven van mensen die ik bewonder. Ik laaf me alleen aan hun mentaliteit: ze zijn net als ik verslaafd aan het waarheidsserum dat een beeld kan bevatten. Het vertelt iets over wie je zelf bent.\u2019<\/p>\n<p>Duivenstront<\/p>\n<p>Die waarheid beviel Gerard Petrus Fieret kennelijk niet bijzonder goed. De inmiddels twee\u00ebntachtigjarige kunstenaar schonk enkele jaren geleden zijn laatste duizend prints, beschimmeld en door duivenstront aangetast, aan het Fotomuseum Den Haag. Fieret was al langer een \u2018fotograaf voor fotografen\u2019. Terwijl verzamelaars goed betalen voor werk van zijn hand, doet hij allang niet meer mee als actief kunstenaar. Zijn rauwe, smoezelige, rotzooierige, viezige foto\u2019s graven dieper dan het humanistische, levenslustige werk van Ed van der Elsken. Al Breukels portretten tonen loners, maar Gerard Fieret is een extreem voorbeeld. \u2018Ik ken wel de angst om op die manier oud te worden, als eenzame zonderling. Veel fotografen hebben een vorm van autisme. Ik heb mezelf tot nu toe niet laten kisten, al zijn er wel perioden geweest dat ik dacht: ik trek de deur dicht en ik wil met niemand meer iets te maken hebben.\u2019<\/p>\n<p>De tentoonstelling Onder fotografen gaat op het eerste gezicht over zijn collega\u2019s, maar is in feite \u00e9\u00e9n groot zelfportret, zegt Breukel. \u2018Ik heb foto\u2019s gekozen waarin ik facetten van mijn zoon zie, van mijn vrouw, van mijn vrienden, van mijzelf. Van Daya Cahen laat ik behalve foto\u2019s ook de film The Stalin that was played by me zien, over haar ontmoeting met Stalins kleinzoon. Als ik naar hem kijk, herken ik ook de autoriteit van mijn vader. Er is geen betere kunstvorm om je eigen gevoelens op te projecteren dan fotografie. Jezelf in iemand anders zien is een feest der herkenning \u2013 en tegelijkertijd zeer verontrustend. Zit die eenzaamheid die ik herken in die foto, of in mijzelf?\u2019<\/p>\n<p>Zonder tranen<\/p>\n<p>De fotografenportretten van Breukel laten bewonderde buitenstaanders zien: van Philip Mechanicus, die Breukel fotografeerde vlak voor \u00e9n vlak na zijn dood, tot Rineke Dijkstra, die hij in Polen assisteerde bij het maken van de strandfoto\u2019s waarmee ze beroemd zou worden. Hemzelf past vooral bescheidenheid, zegt Breukel. \u2018Ik heb niet het gevoel dat ik een bijzonder talent heb. Talent in de fotografie wil voor mij zeggen dat het werk recht uit de ziel tot stand komt. Dan mag het best technisch onvolmaakt en onscherp zijn. Ik heb grote bewondering voor het rechtstreekse. Ikzelf moet de werkelijkheid juist beheersen, naar mijn hand zetten. Bij mij moet het beeld scherp zijn, technisch perfect, groot afgedrukt. Om de emotie een kans te geven, moet ik het dus van onderwerpen hebben die uit zichzelf emotioneel beladen zijn.\u2019 De rol van de dood en het lijden in Breukels werk is dan ook opvallend. Dat hij fotoboeken maakte over danser Michael Matthews en fotograaf Eric Hamelink, die beiden stierven aan een slopende ziekte, kwam voort uit vriendschap. Een serie over de overlevenden van de Faro-vliegramp ontstond vanuit zijn belangstelling voor het posttraumatisch stress-syndroom, nadat hij zelf een zwaar auto-ongeluk had overleefd.<\/p>\n<p>In alle gevallen probeert Breukel zich te houden aan de fotografenwijsheid die door collega Koen Wessing kernachtig werd geformuleerd: \u2018Met tranen in je ogen kun je niet fotograferen.\u2019 Op de tentoonstelling is een beeld uit Wessings indrukwekkende reportage van een Tibetaanse luchtbegrafenis te zien. \u2018Een zoon draagt het lichaam van zijn vader in een soort rugzak de berg op. Uiteindelijk zal het lijk worden opgegeten door de gieren, maar die zijn op deze foto nog niet in beeld. Ik heb een foto uitgekozen waarop de vader net uitgepakt is. De zoon en zijn metgezel staan gebogen bij dat lichaam, heel liefdevol. Meestal houd ik er niet van als je in een foto de aanwezigheid van de maker vermoedt, maar dit is bijna religieus in beeld gebracht. Je voelt de stilte van de fotograaf.\u2019<\/p>\n<p>Fotoselectie en portretten Koos Breukel<\/p>\n<p>Koos Breukel, \u2018Onder fotografen\u2019, 23 juni tot en met 30 september in het Fotomuseum Den Haag, www.fotomuseumdenhaag.nl. Catalogus \u20ac 27,50, Veenman Publishers<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>In Onder fotografen heeft fotograaf Koos Breukel zijn persoonlijke grande parade om zich heen verzameld.De tentoonstelling lijkt over zijn collega\u2019s te gaan, maar is in feite \u00e9\u00e9n groot zelfportret. \u2018Zit die eenzaamheid die ik herken in die foto, of in mijzelf?\u2019<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[27],"tags":[],"acf":[],"author_name":"Mischa Cohen (archief)","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/116433"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=116433"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/116433\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Mischa Cohen (archief)","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=116433"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=116433"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=116433"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}