
 {"id":116047,"date":"2007-06-30T00:00:00","date_gmt":"2007-06-29T22:00:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/loopgravenoorlog\/"},"modified":"2007-06-30T00:00:00","modified_gmt":"2007-06-29T22:00:00","slug":"loopgravenoorlog","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/loopgravenoorlog\/","title":{"rendered":"Loopgravenoorlog"},"content":{"rendered":"<p>Reportage \/ Omarska vijftien jaar later<\/p>\n<p>Het is een mo oie voorjaarsdag in de Republika Srpska. Hanen kraaien. Langs de weilanden van Kevljani fietsen kinderen naar school. Kasim, een kleine man met vriendelijke ogen, wijst ons de begraafplaats waar acht jaar geleden 172 naamloze lijken werden opgegraven. Hij bewoont iets verderop een villa waarbij de boerenhoeves in het niet vallen. Vorige maand, vertelt hij besmuikt, is hij gearresteerd met een auto vol hasjplanten. Over de onverharde weg komt de postbode aangekacheld. Hij zet zijn brommertje stil en haalt de post voor Kasim uit zijn tas. De twee mannen babbelen wat, de postbode vervolgt zijn weg. Kasim kijkt hem na. \u2018Die, dat was een van de bewakers in Omarska toen ik er gevangen zat.\u2019<\/p>\n<p>En nu staan ze gewoon met elkaar te praten? \u2018We doen alsof er nooit iets is gebeurd. Ik kan hem wel van zijn brommer trekken maar voor je het weet, zit je vijftien jaar vast. Tijdens de oorlog had je hier geen wetten. Nu wel.\u2019 Hij neemt ons mee naar een grasveld een paar honderd meter verderop. Hier werd in 2004 een massagraf met 456 doden gevonden. Tegen het einde van de Bosnische oorlog groeven de Servi\u00ebrs de lijken van hun slachtoffers op uit de mijnen en bossen waar ze vermoord waren en verspreidden ze, vaak in stukken, over het hele gebied. De sporen moesten worden uitgewist. Midden op het gras staat een houten bordje. Grobnica, graf, is er in witte letters op geschilderd.<\/p>\n<p>In het voorjaar van 1992 begon hier, in wat nu de Servische entiteit van de republiek Bosni\u00eb-Herzegovina is, de etnische zuivering. Bosniaken (Bosnische moslims) en Bosnische Kroaten werden uit hun huizen gedreven en in de kampen van Omarska, Trnopolje en Keraterm opgesloten. Op 5 augustus 1992 wisten Ed Vulliamy van The Guardian en een televisieploeg van ITN er binnen te dringen. De beelden van prikkeldraad en graatmagere mannen gingen de wereld over. Een paar weken later werden de kampen gesloten. Ruim zevenduizend mensen hadden er vastgezeten. Vijftien jaar later voeren overlevenden en nabestaanden een moeizame strijd met lokale bestuurders en de grootste staalmagnaat ter wereld om in Omarska een herinneringscentrum te openen.<\/p>\n<p>Muren onder het bloed<\/p>\n<p>Kasim rijdt ons via een sluipweg tot vlak bij het reusachtige complex van de ijzermijn, een roestbruin monster uit socialistische tijden. Het is mij, ondanks e-mails en telefoontjes, niet gelukt toestemming te krijgen het terrein te bezoeken. Adjunct-directeur Predrag \u0160orga vertelde me dat er verbouwingen gaande waren die het te riskant zouden maken. Kasim blijft op honderd meter van het complex staan. Hij durft niet verder. \u2018Als ze ons zien, bellen ze meteen de politie.\u2019 Fotograaf Zijah Gafic en zijn vader, oud-commandant van de militaire politie in het Bosnische leger, rijden met hun auto door tot aan de sloot die het terrein omringt. Zijah stapt uit en maakt foto\u2019s van het witte huisje aan de rand van het complex. Daar werden gevangenen afgetuigd. Er kwam zelden iemand levend naar buiten. De lijken werden buiten in het gras gelegd en later in een vrachtwagen geladen, dezelfde wagen waarin ook het eten \u2013 \u00e9\u00e9n maaltijd per dag per gevangene \u2013 werd vervoerd. Toen de laatste gevangenen opdracht kregen het witte huis schoon te maken zaten de muren onder het bloed.<\/p>\n<p>In de auto waarin ik met Kasim en tolk Elvis zit te kijken, hangt een zweetlucht. Ze schelden binnensmonds op de roekeloze fotograaf. Een paar eindeloze minuten lang tijgert Zijah langs het kroos, op zoek naar het juiste perspectief. Dan stapt hij weer in. We scheuren weg, over de spoorlijn, terug naar het kalme boerenland. Foto\u2019s van niks, moppert Zijah, als we Kasim hebben afgezet. Een sloot, een wit gebouwtje, pas geverfde fabrieksgebouwen. En toch. De noodzaak van het tochtje wordt niet betwist. We moesten die plek zien. En vastleggen.<\/p>\n<p>Waarom is dat belangrijk? Omdat het bestaan hier stokt. In de stadjes en weilanden rond Omarska botst de herinnering op de ontkenning, het verhaal op het zwijgen. De ontkenners willen verder, de herinneraars zoeken iets om bij stil te kunnen staan. Veel van de Servi\u00ebrs die in 1992 bij de politie of het leger zaten, wonen hier nog. Ze zijn nu postbode, advocaat of bankdirecteur. Bij het oprakelen van de geschiedenis hebben ze geen belang. Zolang de Republika Srpska bestaat, zijn ze betrekkelijk veilig. Maar dan moet de conjunctuur omhoog en de werkloosheid omlaag. Daar ligt hun prioriteit. De nieuwe premier Milorad Dodik maakt daar werk van. Srpska zit in de lift. Stilstaan bij het verleden is tijdverlies. Het is de paradox van een land waar daders en slachtoffers door elkaar wonen. Zwijgen, de geschiedenis bevriezen, is de snelste manier om vooruit te komen. Praten, van de geschiedenis een lopend verhaal maken, zet de tijd stil. Maar zolang dat niet mag, zolang er niet naar de verhalen wordt geluisterd, komt de toekomst geen stap dichterbij.<\/p>\n<p>Niets te zoeken<\/p>\n<p>De afgelopen jaren keren steeds meer Bosniaken en Kroaten die de kampen overleefden terug uit het buitenland. In het nabijgelegen Kozarac woonden voor de oorlog ruim twintigduizend mensen. Het oude stadje werd in mei 1992 door de Servi\u00ebrs aangevallen, ontruimd en platgebrand. \u2018Nu,\u2019 zegt gemeenteraadslid Teufik Kulasic, \u2018wonen er weer zevenduizend mensen. En van de veertien moskee\u00ebn, allemaal verwoest, hebben we er dertien herbouwd.\u2019 De lange hoofdstraat leeft weer. Discotheek Spider baadt dag en nacht in blauw licht. Naast de herbouwde school ligt een gloednieuw basketbalveld. Er is een nieuwe orthodoxe kerk gebouwd. In caf\u00e9 Picadilly smaakt de whisky goed. De huizen zijn in oude staat hersteld. Er is een internetcaf\u00e9. Kozarac is uit de as herrezen. Maar op de plekken waar hun leven gebrandmerkt raakte, in die zomer van 1992, hebben de terugkomers niets te zoeken.<\/p>\n<p>Op de parkeerplaats van Keraterm, een voormalige tegelfabriek in de industriewijk van de regionale hoofdstad Prijedor, ligt tussen de auto\u2019s een kleine steen. Er staat op dat hier mensen zijn omgekomen. Geen aantallen, geen namen, geen herkomst. Het autolakbedrijf van Max Meyer, de huidige eigenaar, lijkt niet te floreren. Onder de lentebloesem van een boom achter de uitgestorven fabriekshal ligt een herdershond aan een ketting.<\/p>\n<p>Er zit roet op de witte muren van het vroegere cultureel centrum in Trnopolje. Uit de hoge ramen is het glas weg. Boven het podium staat nog in rode letters \u2018Leve de communistische partij en kameraad Tito\u2019. In dit gebouw en op het grasveld erachter zaten duizenden mensen vast. \u2018\u2019s Nachts,\u2019 vertelde een vrouw die het overleefde in een interview, \u2018liepen de bewakers over het veld om in te rammen of te schieten op de mensen die er lagen te slapen. Of ze kwamen het vrouwenvertrek binnen en lazen de namen op van jonge meisjes. Die moesten mee. Sommige zagen we terug, verkracht en gemarteld \u2013 andere niet.\u2019 Alleen de voorkant van het gebouw is opgeknapt: daar dreef gemeentesecretaris Zeljko Karajic tot voor twee maanden een barretje. Op zelfgetimmerde tafels staan nog lege flessen. Aan de oprijlaan staat een zwarte adelaar met een orthodox kruis \u2013 ter nagedachtenis aan de Servische soldaten die in de oorlog zijn gevallen.<\/p>\n<p>En de kantoorgebouwen van de mijn in Omarska, waar de vooraanstaande Bosniaken en Kroaten uit de regio zaten opgesloten, gaan maar twee keer per jaar open voor de overlevenden en nabestaanden. Sinds enkele jaren komen ze hier bij elkaar op 6 augustus, de dag dat het kamp sloot. Ed Vulliamy was erbij in 2004. Nu de fabriek weer in bedrijf is, lijkt zijn nachtmerrie uit te komen \u2018dat Omarska als tastbare geschiedenis verdwijnt. Dat de kamers waar vrouwen werden verkracht kantoren worden. Dat de kantine, waar mannen in de rij stonden voor een kom waterige soep, werknemers een snelle hap voorzet. Dat de betonnen binnenplaats waar mannen werden afgeslacht een parkeerplaats wordt voor glanzende Skoda\u2019s. Dat de hangar waar de gevangenen dicht op elkaar gepropt zaten weer een opslagruimte wordt. Dat het rode huis en het witte huis, waar mannen werden opengesneden en doodgeknuppeld, worden gesloopt of voor opslag van gereedschap gebruikt.\u2019<\/p>\n<p>De derde bewakingsploeg<\/p>\n<p>In het gerechtshof van Bosni\u00eb, vlak buiten het centrum van Sarajevo, zit de rechter erbij alsof hij corvee heeft. Midden voor zijn balie staat een maquette van Omarska. Op de publieke tribune zitten zes mensen, onder wie drie buitenlanders. Voor de zitting babbelen advocaten in toga met hun cli\u00ebnten, de Vier van Prijedor.<\/p>\n<p>Momcilo Gruban, roepnaam Ckalja, een veertiger met een lange neus en een permanent opgetrokken linkerwenkbrauw, kijkt even onze kant op om te zien of er nog leuke vrouwen tussen zitten vandaag. De onderzoeksters van BIRN, het bureau dat dagelijks verslag doet van de zittingen, weten zich nooit raad met zijn geflirt. Gruban, slotenmaker van beroep, was in Omarska hoofd van de derde bewakingsploeg. Wie tijdens zijn dienst naar de wc moest, liep kans om in elkaar geslagen of zelfs meteen afgemaakt te worden, omdat hij en de andere bewakers vonden dat de toiletten stonken.<\/p>\n<p>Du\u0161an Fu\u0161tar had in Keraterm dezelfde functie. Hij is de oudste van de vier, een kalend mannetje met een snor en kraaloogjes, dat iets weg heeft van de tandarts in Marathon Man. Hij en zijn mannen bewerkten gevangenen met stalen kabels en bajonetten.<\/p>\n<p>Als enige van de vier oogt Du\u0161ko Kne\u017eevic nog steeds als een boef. Kaal en hoekig, in een lichtgrijs pak dat te krap om zijn schouders zit, met van die ogen die suggereren dat hij heel lief is met kinderen. Hij lacht onderdanig mee met elke grap van de boomlange advocaat van Fu\u0161tar, die onder zijn toga een leren jasje en spijkerbroek draagt. Voor de oorlog was Kne\u017eevic kelner. In Omarska bekleedde hij geen functie, maar het stond hem vrij om binnen te lopen en te doen waar hij zin in had. Hij verbrijzelde de knie\u00ebn van een gevangene met een paar klappen van zijn knuppel. Een staaf met een metalen kop gebruikte hij om een vader en zoon in elkaar te slaan, waarna hij ze dwong hun bloed van de tegels te likken. Een dag later bezweken ze aan hun verwondingen.<\/p>\n<p>Dat zijn althans een paar van de beschuldigingen die de Australische aanklager laat optekenen uit de mond van de getuigen. Vanachter een bureau links in de rechtszaal kijken ze  hun beulen voor het eerst weer in de ogen. De vier lijken nauwelijks te luisteren en laten het aan hun advocaten over om af en toe loom op te staan en te protesteren als de vragen ze te suggestief worden. In de pauze roken de advocaten een sigaretje voor de deur, ginnegappend, hun toga\u2019s opengeslagen in de lentezon.<\/p>\n<p>De enige die in de plooi blijft, is \u017deljko Mejakic. Voor de oorlog werkte hij bij de politie. Hij werd commandant van kamp Omarska. Hij is rossig en klein. Zijn strenge, regelmatige gezicht en zijn rechte houding tijdens de getuigenverklaringen \u2013 de anderen hangen onderuit \u2013 geven hem nog steeds een zekere autoriteit. Toen buitenlandse journalisten het kamp uiteindelijk ontdekten, in augustus 1992, bleef hij erbij staan als ze de gevangenen vragen wilden stellen.<\/p>\n<p>Altijd al zo mager<\/p>\n<p>\u2018Na de ontruiming van het kamp bleef een groep van honderdzeventig man achter. We kregen bevel de journalisten alleen te zeggen hoe de omstandigheden nu waren,\u2019 vertelt Satko Mujagic. \u2018Op 12 juli waren er nog mensen levend verbrand op een berg van rubber banden. Een gevangene was gedwongen de ballen van een ander af te bijten. Nu de buitenwereld lucht had gekregen van de kampen kregen we ineens twee maaltijden per dag en bedden om in te slapen. Ik loog tegen de journalisten dat dit geen concentratiekamp was. Hoe kom je dan zo mager? vroegen ze. Voor de oorlog woog ik zevenenzeventig kilo. Ik was zeker dertig kilo afgevallen en kon nauwelijks op mijn benen staan. Ik zei maar dat ik altijd al zo mager was geweest.\u2019<\/p>\n<p>Mujagic was een van de vijf mannen die het witte huis moesten schoonmaken. Opgegroeid in Kozarac was hij aan het begin van de oorlog opgeroepen voor het leger. Hij vocht aan het Kroatische front, maar deserteerde en werd in mei 1992, na de ontruiming van Kozarac, met zijn vader in Omarska opgesloten. In augustus werd hij overgeplaatst naar Manjaca, een militair kamp. Uiteindelijk belandde hij via de UNHCR in Nederland. Hij studeerde rechten en kwam te werken voor de IND, waarvoor hij nu de Europese grensbewaking evalueert. Hij spreekt rap en vlekkeloos Nederlands, met het staccato van iemand die zich niet wil laten overmannen door het verhaal dat hij vertelt. \u2018Ik heb drie keer een etnische zuivering meegemaakt. Eerst ongewild als bezetter, met het Joegoslavische leger in Kroati\u00eb, toen als slachtoffer in Omarska en ten slotte als \u2018redder\u2019 toen ik in 1999 met de IND tijdens de Kosovo-oorlog duizend Albanese vluchtelingen uit Macedoni\u00eb naar Nederland heb gehaald.\u2019<\/p>\n<p>In 1998 kwam hij voor het eerst terug in Kozarac, voor de herbegrafenis van zijn neef die was gevonden in een massagraf. \u2018Ik stond te huilen op de ru\u00efnes van ons oude huis.\u2019 Tegenwoordig zamelt hij met zijn stichting Optimisti 2004 vanuit Nederland geld in voor weeskinderen in Kozarac, en ook voor bankjes, prullenbakken en sportvelden. \u2018De gemeente Prijedor behandelt Kozarac als een slechte stiefmoeder, we moeten onszelf helpen.\u2019 Mujagic is een van de drijvende krachten achter het Omarska-gedenkteken dat de overlevenden en nabestaanden willen oprichten in het witte huis.<\/p>\n<p>\u2018Als het er niet komt, verliezen we allemaal,\u2019 zegt Emsuda Mujagic, zijn tante, een zonnige blonde vrouw die in Kozarac \u2018Het huis van de vrede\u2019 heeft ingericht voor de vrouwen van verdwenen mannen. \u2018Dan verdwijnt alles wat er gebeurd is onder water. Op dit moment laten ze ons maar twee keer per jaar toe, bij de herdenking van de aanval op Kozarac op 24 mei en de sluiting van het kamp op 6 augustus. Verder komen we er nauwelijks in.\u2019<\/p>\n<p>Recht op bezoek<\/p>\n<p>In het caf\u00e9 aan de overkant zit Edin Ramulic (37) klaar met de papieren op tafel. Izvor, de organisatie waarvan hij persvoorlichter is, komt binnenkort met de derde editie van het boek der vermisten. \u2018In de regio Prijedor zijn nog steeds 3524 mensen zoek.\u2019 Ramulic is een driftige verteller met een smeulende blik. \u2018Omarska ligt aan een doodlopende weg. Als je er niet hoeft te zijn, kom je er niet. De bevolking is volledig Servisch. Wat mij betreft moet het hele terrein onaangeraakt blijven \u2013 het witte huis, de piste en de kantine. In een normale samenleving zou zo\u2019n oord van genocide zo blijven als het was. En het recht op bezoek had allang moeten worden geregeld. Maar dit is niet de normale wereld.\u2019<\/p>\n<p>Voor de campagne om het Omarska-gedenkteken verdergaat, wachten Satko, Emsuda en Edin eerst op de erkenning van de vereniging van ex-gevangenen. Mirsad Duratovic (33), een zacht sprekende, vroeg grijze jongen is de voorzitter. Hij was zeventien in Omarska. Zijn jongere broer werd in zijn huis vermoord. Uit zijn hele familie verloor hij in de oorlog zestig mensen. \u2018Ik heb hier een mooie jeugd gehad, daarom ben ik teruggekomen uit Duitsland. Ik heb geen rust tot alle doden zijn gevonden. Onze vereniging wil de rechten van de voormalige gevangenen regelen. De registratie is aangevraagd, we wachten nu op goedkeuring.\u2019 Op mijn vraag of hij als ex-gevangene recht heeft op een uitkering, lacht hij zuinig. \u2018Als ik in de federatie Bosni\u00eb-Herzegovina had gewoond, dan wel. Maar hier in Republika Srpska niet. We zijn in gesprek met premier Dodik over compensatie voor de mensen die in de kampen hebben gezeten. Een enkele individuele aanvraag heeft tot nu toe succes gehad. Een man in Banja Luka krijgt nu vijf euro voor elke dag dat hij heeft vastgezeten. Het geld stelt niets voor, maar het gaat ons om de erkenning.\u2019<\/p>\n<p>Officieel is Bosni\u00eb-Herzegovina \u00e9\u00e9n staat. In de praktijk werken de regeringen in Sarajevo en Banja Luka, ook na jaren van internationaal toezicht, nauwelijks samen. Zeker niet in de geschiedschrijving van de oorlog. Van verschillende mensen hoor ik dat de centrale overheid in Sarajevo de Bosniaken in Republika Srpska weinig steun biedt \u2013 omdat men dan ook de Servische slachtoffers van de oorlog binnen de eigen federatie zou moeten helpen. Elk gebaar van herdenking of van eerherstel aan de getroffenen van de andere partij geldt als erkenning van de eigen schuld.<\/p>\n<p>De oorlogsmonumenten vertellen het verhaal. Het ene verhaal, dat steekt de lucht in. Het andere ligt eronder begraven. Elke gedenksteen die wel of juist niet wordt opgericht, zegt iets over de loopgravenstrijd om de herinnering. En twee erfenissen uit de tijd dat dit land nog Joegoslavi\u00eb heette, bezorgen de twee partijen \u2013 de herinneraars en de ontkenners \u2013 argumenten die ze te voorschijn kunnen halen zodra een doorbraak uit de impasse dreigt. Dit was een land met een monumentenfixatie: het was vergeven met herinneringen aan de gedeelde strijd tegen het fascisme. Maar die monumenten waren wondertjes van evenwichtskunst: ze mochten geen enkele bevolkingsgroep achterstellen bij de andere. Tito\u2019s eenheid en broederschap waren heilig. Vandaar dat de herinneraars niet rusten voor ze een plaats hebben, een gedenksteen, een wit huis. Vandaar ook dat de ontkenners, zeker waar ze in de meerderheid zijn, monumenten weigeren die het tegendeel vertellen van hun verhaal.<\/p>\n<p>Prijedor en zijn omgeving staan vol monumenten. Generaals en soldaten die vielen voor een \u2018vrij Srpska\u2019 worden in beton en zwart marmer herdacht in de stad waar in 1992 de Bosnische moslims en Kroaten van huis en bezit werden beroofd, voordat ze naar de kampen moesten. Oorlogsburgemeester Stakic en een paar van zijn handlangers zijn in Den Haag veroordeeld, maar in Prijedor heerst geen schuldgevoel. Voor het hoofdkantoor van de metaalfirma die de mijnen rond de stad beheert, staat een buste van psychiater Ra\u0161kovic, mede-oprichter van de nationalistische SDS. De slachtoffers van de etnische zuivering in 1992 moeten het doen met het naamloze plakkaat op de parkeerplaats van Keraterm en het houten bordje in het gras bij Kevljani. Wie moet die ongelijkheid doorbreken? Het is tijd voor een gesprek met de burgemeester.<\/p>\n<p>Kille woede<\/p>\n<p>Marko Pavic verpersoonlijkt beide erfenissen van Joegoslavi\u00eb. De monumenten die er staan, heeft hij onthuld. \u2018Wij zorgen voor onze veteranen, zoals de regering in Sarajevo zorgt voor zijn shahids (het islamitische woord voor martelaren, CK).\u2019 Maar een monument in Omarska? \u2018Dat is nog te vroeg. Ik ben er niet voor. Waarom wel voor de dode moslims en Kroaten hier, en niet voor de Servische doden in de federatie?\u2019 Directeuren, burgemeesters en ministers in de Balkan zijn bijna altijd van dit soort barse, ontoeschietelijke vijftigers. Zolang het gaat over het economische herstel van Prijedor en het naleven van de vereiste EU-criteria spreekt hij met een zekere, zij het plichtmatige geestdrift. Zodra ik hem vraag waarom er een orthodox kruis voor de Servische gevallenen staat bij het kamp voor de Bosnische moslims en Kroaten in Trnopolje, verstrakt hij. Zijn kille woede aan de andere kant van de tafel is intimiderend. \u2018Ik heb gisteren de hele dag getwijfeld of ik u te woord moest staan. Nu weet ik dat ik de verkeerde beslissing heb genomen. U heeft het recht niet die vraag te stellen. Wat er in Trnopolje en Omarska gebeurd is, weten u en ik niet. Ik was er niet. U ook niet. De verdachten staan op dit moment terecht. Zo lang niet vast staat wie de daders en de slachtoffers waren, willen de mensen in Omarska geen monument. Pas als de geschiedenis is vastgesteld, mag er een gedenkplaats komen.\u2019<\/p>\n<p>Tijdens de oorlog was Pavic directeur van de PTT in Prijedor. Volgens een VN-onderzoek uit 1997 werd het lokale postkantoor vermoedelijk gebruikt om geld wit te wassen tijdens en na de Servische machtsovername, maar er zijn geen bewijzen dat Pavic in de kampen is geweest. Hij stuurt me weg met een opdracht. \u2018Vraag eens aan de anderen waarom er in Omarska een memorial zou moeten komen als er in Sarajevo geen toestemming wordt gegeven voor een monument voor de Servische slachtoffers daar.\u2019<\/p>\n<p>De volgende ochtend ontmoet ik Muharem Murselovic, een Bosnische versie van Jan Pronk, een idealist die zijn lange loopbaan in de Realpolitik camoufleert achter gedetailleerde tirades, wapperende handgebaren en een dunne glimlach wanneer hij het heeft over de ware aard van zijn tegenstanders. Murselovic was na de oorlog voorzitter van de gemeenteraad van Prijedor, maar legde zijn ambt neer toen de raad de vier Servische c\u2019s in het stadsembleem weigerde te vervangen door de vooroorlogse zon. Ook hij heeft vastgezeten in Omarska en Trnopolje. Nu leidt hij de oppositiepartij \u2018Voor Bosni\u00eb en Herzegovina\u2019. Ik vraag hem waarom in Omarska een gedenkteken zou moeten komen als er in Sarajevo geen toestemming wordt gegeven voor een Servisch monument.<\/p>\n<p>\u2018Aha!\u2019 Hij veert op. \u2018U bent op bezoek geweest bij Marko Pavic! Dat is zijn eeuwige wedervraag. Hij en de andere misdadigers op het stadhuis, de mannen die beslisten wie er zou leven en wie er zou sterven in Prijedor, willen alle massamoorden gelijkstellen. Ja, er zijn moorden gepleegd in de federatie, maar kampen waren er ook volgens de VN niet. Ze zeggen dat er tienduizend Servi\u00ebrs zijn vermoord in Sarajevo, maar waar is het bewijs? Van de elfduizend mensen die door Servische granaten werden gedood, was het merendeel Bosnisch. Als de Servi\u00ebrs in Sarajevo een monument willen, dan moeten ze bij mij komen. Ik zal ze helpen! Dat er daar Servi\u00ebrs zijn vermoord, bestrijd ik niet. Maar voor een monument moeten we eerst het kamp vinden en de slachtoffers identificeren. Omarska mag men daarmee niet op \u00e9\u00e9n lijn stellen.\u2019<\/p>\n<p>Staalbedrijf Arcelor Mittal<\/p>\n<p>Wordt het witte huis, vijftien jaar na de sluiting van het kamp, een gedenkplaats voor de overlevenden en nabestaanden? De beslissing ligt niet in Prijedor of Sarajevo, niet bij de ontkenners of de herinneraars, maar in Luxemburg. Daar staat het hoofdkwartier van Arcelor Mittal, het grootste staalbedrijf van de wereld, dat sinds oktober 2004 eigenaar is van de mijnen in Omarska. Lakshmi Mittal, de rijkste inwoner van Engeland, en zoon Aditya hebben een imperium gebouwd door oude ijzermijnen op te kopen en nieuw leven in te blazen. \u2018Toen ze Omarska kochten,\u2019 zegt Satko Mujagic, \u2018beseften ze niet dat ze in een land stapten waar een discussie woedt over wat een oorlogshandeling was en wat een misdaad. En oorlogsmisdaden moeten ze niet willen verdedigen, wie de dader ook was.\u2019<\/p>\n<p>In januari 2005 sprak hij met vertegenwoordigers van Mittal. \u2018Ze beloofden me het witte huis in zijn oorspronkelijke staat te laten en de vrije toegang tot het kamp te garanderen. Op 1 december 2005 beloofde Mittal op een persconferentie in Banja Luka dat er een herdenkingscentrum zou komen, door hen gefinancierd. Maar sinds februari 2006 is het stil. Als Omarska niet mag worden herdacht, wat dan wel? Wat voor toekomst gaan we tegemoet als we deze verschrikkingen uit het nabije verleden blijven ontkennen?\u2019<\/p>\n<p>Intussen is de mijn heropend. Er werken al weer zo\u2019n achthonderd mensen. Voor de werkgelegenheid in de regio is Mittal een godsgeschenk. Maar een publicitaire ramp dreigt. De nachtmerrie van Ed Vulliamy lijkt uit te komen. De gebouwen rond het witte huis zijn opnieuw geschilderd, en wie weet welke sporen uit 1992 er verdwijnen met de verbouwingen, die het voor mij zogenaamd gevaarlijk maakten het terrein te betreden. Mittal zag het risico en vroeg de bemiddelingsorganisatie Soul of Europe van de Engelse priester Donald Reeves om een oplossing te zoeken. Reeves kwam met een plan om van het herdenkingscentrum tevens een verzoeningscentrum te maken, met Milorad Dodik en vertegenwoordigers van de gemeente Prijedor, die negenenveertig procent van de aandelen bezit, in het bestuur. De organisaties van overlevenden en nabestaanden waren woedend. Ook burgemeester Pavic was radicaal tegen het plan. Sinds mei 2006 houdt Mittal de gesprekken met Mujagic, Duratovic en de andere campagnevoerders voor de gedenkplaats af.<\/p>\n<p>\u2018Mittal wil er buiten blijven,\u2019 zegt Emsuda Mujagic. \u2018Ze leggen de schuld voor het falen van het plan bij de ex-gevangenen en de ex-militairen. Die moeten er eerst onderling uitkomen, zeggen ze. Maar wij weten allang wat we willen. Intussen steunen ze in de praktijk de Servische bestuurders.\u2019 In zijn personeelsbeleid lijkt Mittal tot nu toe de Servische lijn te volgen. \u2018Onder de achthonderd werknemers zijn drie Bosnische moslims,\u2019 zegt Muharem Murselovic. \u2018Mittal heeft een prioriteitenlijst opgesteld voor het aannemen van nieuwe werknemers. Op de eerste drie plaatsen staan: mensen uit Omarska, kinderen van voormalige werknemers en kinderen van dode soldaten uit het leger van Republika Srpska. De boosdoeners dus. Op de negende plaats pas volgen Bosnische moslims en Kroaten.\u2019<\/p>\n<p>Amnesty International publiceerde vorig jaar een vernietigend rapport over het personeelsbeleid van het staalconcern in Prijedor. Edin Ramulic beweert dat de voormalige directie door Mittal is teruggehaald. \u2018Slobodan Balaban en Ostoja Marianovic, de mannen die het plan voor kamp Omarska bedachten en die alle niet-Servische werknemers ontsloegen. Ostoja liet mensen verdwijnen en hun resten verbergen. Logisch dat hij geen Bosnische moslims wil aannemen.\u2019<\/p>\n<p>Niet ver van de fabrieken in Omarska in de beboste heuvels van Ljubija liggen de ijzermijnen zelf. Ook die zijn nu eigendom van Mittal en dus verboden gebied. Maar Kemo weet de weg. Hij is een boomlange cowboy met een rauw gevoel voor humor en meer oorlogsverhalen paraat dan het hele mijnwerkersdorp bij elkaar. Hier in de bossen hield hij zich met een vriend de hele oorlog schuil voor de Servische troepen. Hij heeft twee\u00ebnzeventig familieleden verloren. Hoeveel doden hij zelf op zijn geweten heeft, vertelt hij niet. Wijdbeens banjert hij tussen de afgravingen, stampend op de van ijzer rode aarde. Voor een hal met aluminium wanden en kapotte ramen staat hij stil. \u2018In die steenverbrijzelaar, bedoeld om rots en erts te scheiden, gooiden ze de lichamen.\u2019 Even verderop, aan de oever van een kunstmatig meer, dat ligt te glanzen in het laatste zonlicht: \u2018En hier liggen ze ook.\u2019<\/p>\n<p>De Commission for Missing Persons in Bosni\u00eb schat dat in dit gebied nog resten van zevenhonderd mensen liggen. Mittal is van plan dit jaar weer te gaan delven, om de hoogovens te bevoorraden. Voor de herinneraars begint de tijd te dringen. Vanaf een zandweg uit de bossen aan de overkant van het meertje rijdt een auto naar de oever. Drie jongens stappen uit en nestelen zich met een blik bier op het strand. Uit de open portieren schalt Deep Purple over de rimpelloze oppervlakte van het meer. Smoke on the Water.<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>In het witte kantoor van de mijn in Omarska werden Bosni\u00ebrs en Kroaten doodgemarteld. Foto\u2019s van uitgemergelde gevangenen achter het prikkeldraad van dit Servische kamp schokten in 1992 de wereld, als onvervalste concentratiekampbeelden. Het witte huis lijkt een passende plaats om de slachtoffers te herdenken. Maar het is weer een kantoor en het personeel is weer overwegend Servisch. Wie regisseert het oorlogsverleden?<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[193,27],"tags":[],"acf":[],"author_name":"Chris Keulemans","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/116047"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=116047"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/116047\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Chris Keulemans","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=116047"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=116047"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=116047"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}