
 {"id":115987,"date":"2007-06-30T00:00:00","date_gmt":"2007-06-29T22:00:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/de-geschiedenis-van-de-woede\/"},"modified":"2007-06-30T00:00:00","modified_gmt":"2007-06-29T22:00:00","slug":"de-geschiedenis-van-de-woede","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/de-geschiedenis-van-de-woede\/","title":{"rendered":"De geschiedenis van de woede"},"content":{"rendered":"<p>Beschouwing \/ Sloterdijk herontdekt het eergevoel<\/p>\n<p>Zonder iets om te haten zouden we onze lust om na te denken al gauw verliezen. We zouden ook bitter weinig ondernemen. Het leven zou een stilstaande vijver worden, niet verstoord door de botsende interessen of de antipathieke passies van anderen. Haat is een motortje. We zijn voortdurend bezig ons territorium af te bakenen door alles te benoemen waar we niets van moeten hebben. Ons eigen terrein komt er des te mooier en kleurrijker voor te staan als we alles om ons heen zwart maken. Alle fijne draden van de beschaving zouden eraan gaan als de wilde schreeuw zou worden gehoord die opklinkt in onze borst wanneer we oog in oog staan met iets waar we een grondige hekel aan hebben. Het beest in ons herneemt zijn rechten.<\/p>\n<p>Dit is de strekking van het essay On the Pleasure of Hating van de Engelse essayist William Hazlitt (1778-1830). Die had geen last van de Engelse ziekte (hypocrisie) en maakte er een gewoonte van alles zo veel mogelijk bij de naam te noemen. Dat was al genoeg om hem van het etiket \u2018radicaal\u2019 te voorzien. Hazlitt schreef \u2018familiar essays\u2019, uitvoerige beschouwingen over onderwerpen die zich dicht bij huis en ziel bevinden, zoals haat, snobisme, jaloezie, boksen, doodsangst, geld en de publieke opinie. Het had heel goed gekund dat hij ook een essay had geschreven dat On the Pleasure of Admiration heette, want hij was goed in haten, maar niet minder in bewonderen. Hij schreef, hoewel hij niets van diens politieke conservatisme moest hebben, een bewonderend essay over de schrijver en spreker Edmund Burke.<\/p>\n<p>On the Pleasure of Hating gaat over een van onze rauwe impulsen. De haat-impuls is door de beschaving naar ons binnenste gedirigeerd en komt alleen in geciviliseerde vorm te voorschijn wanneer hij daar is verwerkt tot iets dat geen onnodige aanstoot geeft. Door deze \u2018haatverwerking\u2019 in ons binnenste gaan we niet vloeken en tieren, maar discussi\u00ebren, debatteren en polemiseren. Of we schrijven pamfletten en filippica\u2019s. We zijn woedend, maar in een geciviliseerde gedaante. Niet altijd en overal natuurlijk, vandaar de uitbarstingen in de vorm van vechtpartijen, opstootjes, aanslagen en oorlogen.<\/p>\n<p>Het \u2018haten\u2019 van Hazlitt staat natuurlijk niet alleen letterlijk voor een genoeglijk potje ergeren, maar vooral voor \u2018ergens stevig anders over denken\u2019: een andere smaak, een andere mening, een ander gevoel voor rechtvaardigheid. Iets haten of een andere mening hebben wil zeggen dat iemand uit is op erkenning van die mening, en in het verlengde daarvan op erkenning van zijn bestaan. Zelfbevestiging, daar gaat het eigenlijk om. Dat noemt Peter Sloterdijk in zijn boek Woede en tijd de kern van de individuele \u2018woedehuishouding\u2019.<\/p>\n<p>Alles wat te maken heeft met erkenning, geldingsdrang, strijdbaarheid, eerzucht, woede, trots, haat en felheid werd door Socrates in Plato\u2019s De staat tot het derde element in onze psyche gerekend. De andere twee zijn begeerte en verstand. Dit derde element werd aangeduid met het woord thymos en wordt meestal vertaald met eer. Thymos is het trotse en strijdbare deel van het menselijk gemoed. Dat zorgt voor bezieling of felheid.<\/p>\n<p>Omdat wel is gezegd dat het verlangen naar erkenning de belangrijkste motor van de geschiedenis is en erkenning teruggaat op thymos, duikt het begrip op bij Francis Fukuyama in zijn boek Het einde van de geschiedenis en de laatste mens. Er vallen nogal wat verwante psychologische drijfveren onder \u2018thymos\u2019, vandaar dat men in de loop der tijd vrijelijk eigen accenten is gaan leggen. Machiavelli noemde het eerzucht, Hobbes trots of ijdelheid, Rousseau had het over amour-propre, Hegel over erkenning en Nietzsche over het \u2018blozende dier\u2019 \u00dcbermensch. Hoe het ook wordt genoemd, het gaat om de drijfveer onderscheid te willen maken, verschil te zien, waarde toe te kennen, in de eerste plaats aan zichzelf, maar ook aan de mensen, daden en dingen om hen heen.<\/p>\n<p>Hoewel dat onderscheid maken dagelijks gebeurt, is er volgens Peter Sloterdijk wel degelijks iets mee aan de hand. Het \u2018thymotische\u2019 deel van de menselijke psyche is aan het eind van de twintigste eeuw in \u2018een grote bel van irrealiteit\u2019 terechtgekomen, en \u2018die heeft zich als een moederlijk omhulsel om de burgers van de welvarende wereld\u2019 gelegd. Met andere woorden: de mensen zijn verwende schepsels geworden omdat alles in het teken van de erotisering is gaan staan. Ze laten zich wiegen, en hebben geen enkele weerstand of trots meer. We leven in een slappe begeerte-samenleving.<\/p>\n<p>De impuls om Woede en tijd te schrijven is duidelijk afkomstig van Sloterdijks hekel aan de psychoanalyse. Er is een psychoanalytisch mensbeeld ontstaan waardoor de erotiek in het westerse leven dominant is geworden: de psychoanalyse heeft ervoor gezorgd dat de libidohuishouding de hele dienst is gaan uitmaken. Dat is ten koste gegaan van de \u2018thymotische energie\u00ebn\u2019. Freuds ex-leerling Alfred Adler is de enige die ooit aandacht heeft gehad voor geldingsdrang en macht in de psyche, maar hij is in de marge terechtgekomen. Sloterdijk heeft schoon genoeg van de eenzijdige erotisering van het bestaan: \u2018Wie zich voor de mens als subject van trotse en zelfbevestigende opwellingen interesseert, doet er het beste aan de knoop van de overspannen erotiek door te hakken.\u2019<\/p>\n<p>Socrates heeft het er al over: mensen maken een dubbele psychologische ontwikkeling door, aan de ene kant de eros-pool en aan de andere de thymotische pool. De erotiek is er voor het verlangen naar wat ontbreekt (onze andere helft), de thymotiek is er voor wat een mens heeft, kan en wil zijn. Vandaar dat aan de erotiek-pool de meegaandheid ten opzichte van zwakheden te vinden is, aan de thymotiek-pool de kordaatheid, de trots, het verlangen naar gerechtigheid en eer te vinden zijn, drijfveren die maken dat er iets tot stand komt. Ze zorgen voor de menselijke energie, zoals krachtcentrales voor de energie van machines. Het is aan het verstand of de rede om een balans aan te brengen tussen begeerte (eros) en trots (thymotiek). In de psychoanalyse was trots nooit iets op zichzelf, het was altijd beklagenswaardige compensatie voor iets anders.<\/p>\n<p>Wanneer Sloterdijk het in het begin van zijn boek zo opneemt voor de thymotische drijfveren verwacht je niet meteen dat daarna het grootste deel van het boek zal gaan over het onheil dat de thymotiek in de geschiedenis en de mensheid heeft gebracht. De originaliteit van Woede en tijd schuilt in zijn herontdekking (met behulp van Fukuyama) van het thymotische deel van de menselijke psyche. Maar tijdens de uitwerking moet hij overweldigd zijn door de hoeveelheid misbruik die van de thymos is gemaakt in de geschiedenis: rancune, ressentiment, megalomanie en collectieve haatcampagnes zijn ook uitvloeisels van thymotische drijfveren, maar dan als perversies, overdrijvingen, uitwassen en barbarij. Er bestaat dus geciviliseerde thymos en ongeciviliseerde thymos. Sloterdijk behandelt ze soms apart, soms door elkaar, maar uiteindelijk komt de geciviliseerde thymos niet erg uit de verf.<\/p>\n<p>Met het in herinnering brengen van revoluties, opstanden, anarchistische acties, mao\u00efstische zuiveringen en religieuze onderwerpingen legt Sloterdijk de nadruk op de thymos als door dictators gemanipuleerde en geregisseerde haat. Daardoor ontstond een \u2018volksthymos\u2019, een begoocheld collectief dat uit was op wraak. Hij schets daarmee een geschiedenis van de woede als een psychopolitiek fenomeen, hij interesseert zich maar weinig voor de inhoud van die woede. Hij weet, en wij weten, dat de meeste van die politieke woedeuitbarstingen in catastrofen zijn ge\u00ebindigd. Dat is voor Sloterdijk genoeg.<\/p>\n<p>Het bedrijven van \u2018psychopolitiek\u2019, het gebruikmaken van collectieve emoties om wraak te nemen op de bestaande verhoudingen en omstandigheden door het communisme, fascisme en nationaal-socialisme levert een wraakgeschiedenis op. De jacobijnen namen wraak op de adel tijdens de Franse Revolutie, de communistische arbeidersklasse, onder leiding van partijbonzen, nam wraak op de bourgeoisie, de mao\u00efsten namen wraak op de intelligentsia en lieten ze voor straf op het land werken of ze werden publiekelijk vernederd als volksvijandige elementen.<\/p>\n<p>Al die grote ideologie\u00ebn (communisme, fascisme, nationaal-socialisme) hadden de mensen, voor ze tot wraak over konden gaan, eerst een krenking aangepraat. Sloterdijk heeft een uitgelezen collectie neologismen waarmee hij het verzamelen van krenkingen en de woede benoemt: woedeloodsen, woedeagentschappen, woedemassa\u2019s, woedecentrale, woedereserve, woedelichaam. \u2018Woedeloodsen\u2019 zijn de plaatsen waar het collectieve ressentiment is opgeslagen, opgehoopte woede, ontstaan omdat de woede zich niet meteen kon uiten en de omweg van het uitstel moest nemen, waardoor ze een verinnerlijking doormaakte die de haat nog erger maakte.<\/p>\n<p>In de religie was ook sprake van een soort systematische wraak. Als je later in de hemel kwam was dat wraak op het zorgenrijke leven. De christenen hadden lange tijd te maken met \u2018de wraakbank van het hiernamaals\u2019. Er werd gedreigd met de hel als ze zich niet aan de geboden hielden. Zo hield men ze onder de duim. In de elfde eeuw werd er iets tussen de hel en de hemel in bedacht: het \u2018vagevuur\u2019. De opkomende burgerij liet zich niet zomaar de hel in sturen na een zonde. Het vagevuur werd een uitstel-vuurtje waarin men niet dodelijk geroosterd maar sudderend gestoofd werd. Dan was er nog een kans op de hemel. Er kwam ook nog de mogelijkheid om je in de hemel in te kopen in de vorm van aflaten.<\/p>\n<p>Sloterdijk vindt \u2018het verlangen naar wraak een van de onverkwikkelijkste menselijke roerselen\u2019. Hij staat geruime tijd stil bij de aansporingen tot het uitleven van woede en wraak in de Bijbel en de Psalmen. Het zijn geen verheffende teksten die dan te voorschijn komen. In Psalm 44 staat: \u2018Met u stoten wij onze belagers neer, met uw naam vertrappen wij onze tegenstanders.\u2019 Psalm 94 roept: \u2018God van vergelding, verschijn in uw luister.\u2019 In Psalm 137 staat: \u2018Gelukkig hij die jouw kinderen grijpt\/\/en op de rotsen verplettert.\u2019<\/p>\n<p>Het is jammer dat Sloterdijk niet systematisch ingaat op de geciviliseerde thymos. Het lijkt er even op dat hij zich als \u2018gevaarlijke denker\u2019 sterk gaat maken voor de thymotische drijfveren trots en geldingsdrang (\u2018trotse en zelfbevestigende opwellingen\u2019), maar op andere plaatsen zwakt hij dat weer af.<\/p>\n<p>Hij blijkt ook maar al te goed te weten dat de thymos in de vorm van creatieve agressie in het \u2018kapitalisme\u2019 nooit iets ondergeschiktst is geweest. Daarvoor hoeft de thymos niet speciaal opnieuw ontdekt te worden. Uiteindelijk blijkt dat Sloterdijk eigenlijk uit is op een balans tussen het uitleven van woede en van zelfbeheersing, geheel volgens de eerste suggestie van Socrates: \u2018Het socratisch-platonische thymos-concept is een mijlpaal op de weg naar de morele domesticatie van de woede. Hij bevindt zich halverwege de halfgoddelijke verering van de homerische \u2018woede\u2019 (m\u00e8nis) en de sto\u00efcijnse afwijzing van alle woedeachtige en heftige impulsen.\u2019<\/p>\n<p>Sloterdijk heeft het over de noodzaak een psychologie te ontwikkelen die meer recht doet aan \u2018de fundamentele psychodynamische omstandigheden\u2019. Dat wil zeggen dat \u2018het erotologisch gehalveerde mensbeeld\u2019 gecorrigeerd moet worden door \u2018meer besef van eigenwaarde\u2019 en \u2018zelfhandhavingsvermogen\u2019. Sloterdijk heeft, zo blijkt uit alles, een grote hekel aan onderdanigheid, onderwerping, afhankelijkheid. Hij heeft het over links \u2018miserabilisme\u2019 dat mensen in een slachtofferrol duwt. Hij gruwt geheel in Nietzscheaanse trant van de christelijke antropologie die de mens als het \u2018hoogmoedzieke dier\u2019 beschouwen en de eigenliefde als een demon. Mensen hebben volgens hem een aangeboren gevoel van eigenwaarde en rechtvaardigheid maar worden niet aangemoedigd ernaar te leven. Het door het christendom veelgesmade ego\u00efsme was in werkelijkheid tweeduizend jaar \u2018het incognito van de beste menselijke mogelijkheden.\u2019<\/p>\n<p>De apotheose van Woede en tijd heeft toepasselijk plaats op de laatste pagina. Wie daar aangekomen is verdient een compliment, want Woede en tijd is, zoals vaker bij Sloterdijk, weer een paradox van leesbaarheid en onleesbaarheid. Het is dat de lectuur van zijn boeken wel degelijk voor nieuwe inzichten zorgt, anders zou het niet gerechtvaardigd zijn om zoveel goocheltoeren met de taal aan de lezer voor te leggen. Sloterdijk is een metaforenfreak en een neologismenbakker. Hij schrijft even licht als loodzwaar. Hij is maanziek abstract en laag-bij-de-gronds concreet. Om het met Hazlitt te zeggen: It is a pleasure to hate Sloterdijk.<\/p>\n<p>De moeilijkheid met het nieuwe inzicht dat Woede en tijd oplevert \u2013 dat de thymotische drijfveren gerehabiliteerd moeten worden \u2013 is dat daaraan eigenlijk niet zo\u2019n gebrek is. Het gonst van de debatten, er is genoeg eigendunk, geen gebrek aan radicaliteit, genoeg haat en hekel. Op de laatste pagina staat dat die rehabilitatie \u2018niet te bereiken is zonder openlijke ambitiecultuur\u2019. Voordat dat men zou kunnen gaan denken dat Sloterdijk hier pleit voor een nieuwe ellebogencultuur, verschijnt even verderop gelukkig een aardige relativering: \u2018de geldingsdrang\u2019 in die ambitiecultuur \u2018moet worden gecombineerd met zelfrelativering.\u2019 Dit is nog eens geciviliseerde thymos.<\/p>\n<p>Peter Sloterdijk, \u2018Woede en tijd. Een politiek-psychologisch essay\u2019. Vertaling Hans Driessen, SUN, \u20ac19,90<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Ontbreekt het ons aan trots en geldingsdrang, aan \u2018thymos\u2019, zoals Peter Sloterdijk het in navolging van Plato noemt? In zijn nieuwe boek Woede en tijd pleit hijvoor de rehabilitatie van de trots, al weet hij ook dat er dan met verstand mee moet worden omgesprongen.<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[293,27],"tags":[],"acf":[],"author_name":"Carel Peeters","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/115987"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=115987"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/115987\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Carel Peeters","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=115987"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=115987"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=115987"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}