
 {"id":115649,"date":"2007-07-14T11:27:00","date_gmt":"2007-07-14T09:27:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/een-afghaans-leven-is-niet-goedkoop\/"},"modified":"2007-07-14T11:27:00","modified_gmt":"2007-07-14T09:27:00","slug":"een-afghaans-leven-is-niet-goedkoop","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/een-afghaans-leven-is-niet-goedkoop\/","title":{"rendered":"Een Afghaans leven is niet goedkoop"},"content":{"rendered":"<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<p>07-07-2007<br \/>Door Minka Nijhuis<\/p>\n<p>Buiten dreigen ze te worden neergeschoten, binnen kan een bombardement hen fataal worden. Afghaanse gezinnen in de vuurlinie kunnen geen kant op. Hun verschrikkelijke verhalen lijken zich eindeloos te gaan herhalen. In wie moeten ze hun vertrouwen stellen?<\/p>\n<p>Ondanks bomaanslagen en de aanblik van alle rambo\u2019s die voor particuliere beveiligingsbedrijven werken, is het mogelijk in Kabul te vergeten dat het oorlog is. In grote delen van de miljoenenstad zijn armoede en verwaarlozing tastbaarder dan het geweld. In straten waar het verkeer bumper aan bumper staat, drukken vrouwen in boerka\u2019s hun anonieme gezichten tegen je autoruit, hopend op een aalmoes. Sjofel geklede jochies, de haren dof van het vuil, leuren met kauwgum of bieden aan je schoenen te poetsen. \u2018Me your bodyguard, yes?\u2019 zegt een jongetje van drie turven hoog.<\/p>\n<p>Kinderen spelen met opgetrokken broekspijpen in een open riool. Opgehoopte vuilnis verspreidt een zure stank en op veel wegen moet je slalommen langs de kuilen. Water en elektriciteit zijn in veel huishoudens een onbereikbare luxe en de werkloosheid is hoog. Geen wonder dat de oorlog de inwoners niet voortdurend bezighoudt. Al kan dat snel veranderen. Na een zware bomaanslag op de politiemacht op 17 juni, waarbij zeker vierentwintig doden vielen, verklaarde een woordvoerder van de taliban dat er plannen zijn om de aanvallen op Kabul op te voeren.<\/p>\n<p>In het zuiden is de oorlog al onontkoombaar. Ziekenhuizen en klinieken vertellen verhalen die de buitenwereld maar nauwelijks bereiken. De vrouwenafdeling van het ziekenhuis in Tarin Kowt lijkt op het eerste gezicht verlaten. Een schoonmaakster, haar gezicht verfrommeld als een uitgedroogd appeltje, duikt op in de schemerige gang. Even verderop liggen de hoopjes doeken op een drietal britsen er zo plat en bewegingloos bij dat je de vier pati\u00ebntes eronder bijna niet ziet. Pas als ze stemmen horen, komen twee van hen tot leven. Een ander steekt alleen kreunend twee gipsarmen onder haar zwarte doek uit. De drie vrouwen en een meisje van vijf zijn half mei gewond geraakt tijdens gevechten tussen ISAF-troepen, de door NAVO geleide stabilisatiemacht, en de taliban. Het gebeurde in Sangin, ongeveer twee\u00ebnhalf uur rijden ten zuidwesten van Tarin Kowt.<\/p>\n<p>\u2018Het voelde alsof het einde van de wereld nabij was,\u2019 zegt Shabnam over het moment dat de bom haar lemen huis trof. Ze verloor drie van haar vijf kinderen. In haar stem klinkt geen emotie, alsof het verhaal over iemand anders gaat. Haar ogen staan wezenloos. \u2018Wat kan ik doen? Ik ben mijn kinderen kwijt.\u2019 Verderop in het hoofdgebouw ligt Abdul Malek. Net als zijn schoonzus op de vrouwenafdeling is hij bij de bombardementen in Sangin gewond geraakt. Hij kreeg er een zware darminfectie bij. \u2018Die gaat waarschijnlijk dood,\u2019 zegt de arts. Afgelopen maand had het ziekenhuis vijfendertig pati\u00ebnten. Ongeveer de helft van hen waren oorlogsgewonden. Die cijfers zeggen niet veel. Een van de artsen legt uit dat grote aantallen pati\u00ebnten het ziekenhuis niet bereiken doordat de veiligheidssituatie op het platteland te slecht is of de reis te lang en kostbaar.<\/p>\n<p><b>Ingewikkeld<\/b><br \/>Onder andere met Nederlandse steun is het ziekenhuis uitgebreid en van betere apparatuur voorzien. Het is een van de tientallen kleinschalige projecten op het gebied van gezondheidszorg, onderwijs en landbouw die Nederlandse militairen hier uitvoeren. Maar de reacties van de medische staf en de bezoekers die door de gangen lopen, tonen hoe ingewikkeld het met dat soort hulp gesteld is. Ze beginnen druk door elkaar te praten. Boosheid over de bombardementen heeft duidelijk de overhand. \u2018Ik ga je doden en daarna zal ik je helpen. Wat is daar het nut van?\u2019 zegt een van de staf. \u2018Met de ene hand gooien ze bommen, met de andere delen ze geld en medicijnen uit,\u2019 valt een ander hem bij.<\/p>\n<p>Ook op de bazaar, het zenuwcentrum van deze kleine provincieplaats, maken de pogingen van de Nederlanders om door hulpprojecten hearts and minds te winnen niet veel indruk. \u2018Er is vandaag geschoten op onze burgers,\u2019 vertelt Hadji Deullah, een ambtenaar, die met een paar anderen in een kleine winkel tussen de koekjes, shampoo en plastic slippers zit. \u2018Zo kunnen we ons toch niet veilig voelen?\u2019 Uit welk land de militairen afkomstig waren, weten ze niet. Navraag leert dat Australi\u00ebrs waarschuwingsschoten hebben gelost, omdat burgers te dicht bij het konvooi kwamen. Jar Mohammed, de bejaarde eigenaar van het winkeltje zit met een enorme naald en draad een sandaal te repareren. Hem zegt de Nederlandse aanwezigheid niet zo veel. \u2018Mensen maken zich zorgen over de veiligheid. En ze zijn arm en ze blijven arm,\u2019 bromt hij vanachter zijn witte baard. Het is een veelgehoorde klacht dat deze provincie al decennia wordt verwaarloosd.<\/p>\n<p>Ondertussen verzamelen zich steeds meer mensen rond de kleine winkel. Aanvankelijk staan hun ogen groot van verbazing over de buitenlandse bezoeker. Met enige argwaan volgen ze de conversatie, maar al gauw roepen ze van alles door elkaar. De een vindt dat er een brug moet komen over de rivier. De ander klaagt dat in gebieden buiten Tarin Kowt veel te weinig ontwikkeling plaatsvindt. \u2018We hebben kanalen nodig om onze akkers te bevloeien,\u2019 zegt hij. Het duurt niet lang of het gemopper richt zich meer op de overheid dan op de buitenlandse troepen.<\/p>\n<p>Mede op aandringen van de Nederlanders heeft gouverneur Abdul Hakim Munib in maart 2006 Jan Mohamad Khan vervangen, die een reputatie van wreedheid, corruptie en nepotisme had. Munib en veel van zijn medewerkers komen uit de oostelijke provincie Paktia. In Tarin Kowt bevinden ze zich, als vreemdelingen zonder een eigen stam, in een lastige positie. Sommige inwoners zijn blij dat Jan Mohamad Khan \u2013 die vooral zijn eigen stamgenoten, de Popolzai, bevoordeelde \u2013 is afgezet, maar veel anderen zijn boos en werken niet mee met het nieuwe gezag of ondermijnen dat zelfs actief. Met de aanstelling van Munib, wiens bestuurlijke kwaliteiten werden geroemd, zou er meer professionaliteit komen en zouden lokale machtsstructuren worden doorbroken. In de praktijk blijkt daar niet veel van terecht te komen. Munib bracht het afgelopen jaar meer tijd door in Kabul dan in Tarin Kowt. En er steken steeds weer verhalen de kop op dat hij en zijn staf zich schuldig zouden maken aan corruptie. Ook de mannen op de markt vinden dat ze niets zijn opgeschoten met de benoeming van Munib. Het is een gesprek dat eindeloos kan doorgaan. Tijd telt niet in een oord als Tarin Kowt. Maar buiten begint het onverbiddelijke zonlicht in zacht goud te veranderen. De schaduwen rekken zich. Het is zaak voor het donker thuis te zijn, zeggen de mannen.<\/p>\n<p><b>Oude vrienden<\/b><br \/>Op de binnenplaats van het huis van Jan Mohamad, even buiten Tarin Kowt, zitten getrouwen van hem te wachten op een kans met de ex-gouverneur te spreken. Korte potige types zijn het, met zware tulbanden en felle donkere ogen. In de hal hangt een postergroot portret van president Hamid Karzai. Mohamad en hij zijn oude vrienden. Informeel gekleed zit Jan Mohamad op de bankpartij, die bijna de hele wand in beslag neemt. Hij draagt een wit kapje en uit zijn wijde tuniek steken zwaarbehaarde armen. Een bejaarde assistent zit met halfopen mond naast hem, te luisteren naar zijn baas.<\/p>\n<p>Na een relaas over zijn jaren als gevangene van de taliban begint Jan Mohamad over zijn carri\u00e8re als gouverneur. Vrijwel alles wat hij daarover vertelt, is verkapte kritiek op zijn rivaal Munib. \u2018Ik zorgde dat het overal veilig was. Ik weet precies wie wie is in Uruzgan en ik ging achter de taliban aan.\u2019 Van het bed in de hoek van de kamer pakt hij een geweer op en een zwart vest dat bol staat van de munitie. \u2018Ik handhaafde de orde als een soldaat, niet als een bestuurder,\u2019 zegt hij, de districten opsommend die hij bereisde. \u2018Ik rijd nog altijd over de weg,\u2019 pocht hij en ook dat is een steek naar zijn tegenstander, want gouverneur Munib wordt voornamelijk ingevlogen als hij naar zijn standplaats komt. \u2018Vraag maar na bij mensen in Tarin Kowt wie ze liever als leider hebben,\u2019 zegt hij zelfverzekerd ten afscheid.<br \/>Zijn praatgrage joviale optreden vormt een behoorlijk contrast met de stemming in het kantoor van Munib. Daar wordt met een mengeling van wantrouwen en ongemak gereageerd op de komst van de buitenlandse journalist. De bebrilde gouverneur, die getooid is met een smetteloos witte tulband, kijkt voortdurend op zijn horloge. Hij is vriendelijk en beleefd, maar wil nauwelijks meer kwijt dan dat het allemaal goed zal komen in Uruzgan en dat hij zeer tevreden is met de aanwezigheid van de Nederlanders.<\/p>\n<p>De International Crisis Group verklaarde begin dit jaar in The New York Times dat er geen verband is tussen het niveau van veiligheid en de hoeveelheid hulp die naar gebieden gaat. Volgens de organisatie zijn zowel het falen van de wederopbouw als de corruptie en ineffici\u00ebntie van lokale bestuurders er de oorzaak van dat mensen zich tegen de regering keren en tegen de buitenlanders die met hen samenwerken. Ook de onvrede over het groeiende aantal burgerslachtoffers ten gevolge van gevechten tast de steun voor de regering en de coalitietroepen steeds verder aan. Volgens mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch kwamen vorig jaar zeker duizend burgers om, de meesten door geweld van opstandelingen. Die cijfers zijn niet exact, omdat onafhankelijk onderzoek in de afgelegen gebieden nauwelijks mogelijk is.<\/p>\n<p>Dit jaar hebben zware offensieven met luchtaanvallen door buitenlandse troepen al zo\u2019n tweehonderd of meer doden gekost. Mede daarom kwam het Afghaanse Hogerhuis begin mei met een wetsvoorstel voor vergroting van de Afghaanse controle op gevechtshandelingen. Buitenlandse troepen zouden alleen in actie mogen komen als ze worden aangevallen of als er overleg is geweest met de Afghaanse autoriteiten. President Hamid Karzai had begin vorige week opnieuw hevige kritiek op het optreden van ISAF en door de Verenigde Staten geleide troepen waardoor in de week daarvoor zeker negentig burgers gedood waren, onder andere in Uruzgan. \u2018Een Afghaans leven is niet goedkoop en het moet niet als zodanig worden behandeld,\u2019 zei hij.<\/p>\n<p><b>Vuurlinie<\/b><br \/>De vijfentwintigjarige Kasem ligt met een arm en een been in het gips in het ziekenhuis van Kandahar. Hij is woedend, zo woedend dat hij aanvankelijk niet wil praten. Met een verwrongen gezicht spuugt hij af en toe een zin uit. \u2018Wat hebben woorden voor nut?\u2019 zegt hij over het noodlot dat hem begin mei trof. Na een tijdje komt toch de rest van zijn verhaal. Eerst zochten Amerikaanse troepen in het dorp Garmaw naar wapens en naar taliban. Vervolgens braken er gevechten uit tussen taliban en de buitenlandse troepen. Het huis van Kasem en zijn gezin kwam in de vuurlinie te liggen. Rond tien uur \u2019s avonds werd het door een bom geraakt. Tien van zijn familieleden kwamen om. Hij noemt de namen van zijn vrouw, zijn vader, zijn zuster, vier broers en drie nichtjes. Van de andere vijftien familieleden die zich in zijn huis bevonden, raakten er vier gewond. Ook zijn zoontjes van vijf en drie. Kasem zelf werd door scherven in zijn arm en been geraakt.<\/p>\n<p>\u2018Als we naar buiten vluchtten, dreigden we te worden neergeschoten. Bleven we binnen, dan liepen we gevaar gebombardeerd te worden. Wat moesten we doen?\u2019 In het district waar zijn dorp zich bevindt, wordt voortdurend gevochten tussen de taliban en Afghaanse en coalitietroepen. Zijn woede richt zich echter niet op de taliban die de dorpen als schuilplaats gebruiken en die de steun hebben van een deel van de bevolking. Kasem ontkent dat hij een van hun medestanders is. Het is onmogelijk vast te stellen of zijn woorden waar zijn, maar hij laat er geen onduidelijkheid over bestaan waar nu zijn sympathie ligt. \u2018Als ik terugga naar huis sluit ik me aan bij de taliban,\u2019 zegt hij.<\/p>\n<p>Verpleger Abdul Bakir vertelt dat er elke dag slachtoffers van gevechten en van van bomaanslagen door de taliban binnenkomen. Hij werkt al twintig jaar in het ziekenhuis en op de vraag wat de moeilijkste periode was, antwoordt hij: \u2018Deze. Er is geen veiligheid. Het doet me denken aan de laatste dagen van de taliban in 2001 toen er ook zoveel gevochten werd.\u2019 <\/p>\n<p>Offensieven zijn geen garantie voor meer veiligheid. Dat blijkt wel uit de situatie in de districten Panjway en Zhari, enkele tientallen kilometers ten westen en zuidwesten van Kandahar, die vorig jaar het toneel waren van zware gevechten. De taliban bedreigde vanuit deze strategisch gelegen gebieden zelfs de stad Kandahar. Om dat tegen te gaan, werd in september Operatie Medusa gestart. Operatie Valkentop moest vervolgens verdere stabilisatie brengen. Ook Nederland verleende steun aan de militaire missies. Die werden aanvankelijk tot succes verklaard, maar inmiddels plaatsen militaire bronnen kanttekeningen bij die uitkomst, omdat de taliban nog steeds actief zijn. <\/p>\n<p><b>Mijnen<\/b><br \/>Hadji Baran, lid van de sjoera (lokale raad) uit het dorp Sperwan, bevestigt dat het in de omgeving allerminst veilig is en dat de herstelwerkzaamheden niet opschieten. Baran is een forse bebaarde man van eind veertig met een zware donkergrijze tulband die voortdurend tegen het dak van de hobbelende auto stoot. Op zijn schoot ligt een pistool. Twee sjoeraleden uit de omgeving werden de afgelopen week door taliban vermoord. \u2018Dat zal mij niet gebeuren,\u2019 zegt Baran terwijl hij op zijn holster klopt. Vanuit Kandahar rijdt de auto door een gebied dat de sporen draagt van decennia van oorlog. Al tijdens de Russische bezetting, van 1979 tot 1989, was dit gebied strijdtoneel. De mujahedin verzetten zich hevig en sommige gebieden kwamen nooit onder Russische controle. Er liggen veel onontplofte mijnen en andere explosieven uit die periode; de recente gevechten hebben daar nog een voorraad aan toegevoegd. In de velden werken mijnenruimers om de landbouwgrond weer bruikbaar te maken.<\/p>\n<p>Een halfuur later draait de auto vanaf de asfaltweg een golvend zandpad op dat langs een aantal dorpen voert. Hier en daar is de doorgang zo smal dat de portieren bijna tegen de ommuurde huizen schuren. Baran praat met trots over de omgeving die vermaard is om zijn druiventeelt. \u2018Wel dertig soorten,\u2019 zegt hij. Overal in het landschap staan hoge en smalle lemen gebouwen met kieren in de wand waarin druiven worden gedroogd. Hier en daar onderbreken hennepvelden en fruitbomen de wijngaarden. \u2018We verloren zeker twintig jaar van werk,\u2019 verzucht hij als het dorp Sperwan nadert en de verwoesting zichtbaar wordt. Door bombardementen zijn sommige huizen tot grote molshopen gereduceerd. Ook een moskee werd getroffen. \u2018In Afghanistan zeggen we dan dat de moskee een martelaar is geworden,\u2019 legt hij uit. Met buitenlandse hulp wordt het gebouw weer in ere hersteld.<\/p>\n<p>Begin dit jaar kwamen de paar duizend inwoners weer naar huis. Die terugkeer was een schok, vertelt Baran. Niet alleen bombardementen hadden schade aangericht. Bij de aanleg van een weg hadden Canadese militairen een twintigtal huizen met de bulldozer platgedrukt. Ook was een deel van de akkers en de watertoevoer vernield. Volgens de Canadezen was de aanleg van de brede rechte weg nodig, omdat ze op de bochtige smalle paden voortdurend werden overvallen. <\/p>\n<p>Hijgend komt de veertienjarige Najibullah over het uitgestorte grind naar de auto toegerend. \u2018Zo\u2019n grote weg hebben we niet nodig. We hebben immers niet eens auto\u2019s,\u2019 zegt hij. In het schemerige gebouw waar de sjoera samenkomt, overleggen Baran en zijn collega\u2019s hoe de dorpsbewoners compensatie voor de schade kunnen krijgen. In andere gebieden is betaald, maar in Sperwan worden de mannen al weken aan het lijntje gehouden. <\/p>\n<p><b>Brokstukken<\/b><br \/>In een huis even verderop zit de weduwe Ajani met haar drie kinderen. Ze is midden dertig en net als veel vrouwen in Afghanistan ziet ze er zeker vijftien jaar ouder uit. Naast haar schudt de bejaarde Omar Bibi een zak met geblakerde brokstukken leeg. Boos wijst ze naar de restanten van tapijt en meubilair uit haar huis dat door een bom werd getroffen. Zij en h aar familieleden overleefden het offensief, omdat ze tijdig door de autoriteiten waren gewaarschuwd. Negentien andere burgers kwamen om en ook in dorpen verderop vielen tientallen slachtoffers.<\/p>\n<p>Met buitenlandse donaties voor voedsel en huisraad zijn Ajani en haar talrijke familieleden begin dit jaar teruggekeerd in het gebied. De eerste weken voelden ze zich veilig, maar nu wordt dat minder, zegt ze. \u2018Vooral \u2019s nacht wordt er gevochten, verderop. Dat maakt de kinderen aan het huilen.\u2019 De vrouwen hebben nog andere grieven. In de hete tijd van het jaar zijn de families gewend om op het dak of de binnenplaats te slapen. Dat kan niet nu de ISAF-troepen vanaf hun post op de ommuurde huizen kunnen kijken. Bij de zeer traditionele Pashtun is het onacceptabel dat mannen die niet tot de familie behoren het gezicht van de vrouwen zien. Daarom hebben de vrouwen ook een hekel aan overvliegende helikopters. De jonge meisjes in het gezelschap doen voor hoe ze, vanwege buitenlandse pottenkijkers, voortdurend hun gezicht met sjaals bedekt proberen te houden. <\/p>\n<p>Taliban gebruikten onze dorpen en wijngaarden als schuilplaats, vertelt Baran op de terugweg. Ze hebben zich nu teruggetrokken en volgens hem zijn ze van tactiek veranderd: ze gaan geen grote confrontaties aan, maar plegen aanslagen en plaatsen bermbommen. Volgens de autoriteiten in Kandahar steunt een deel van de bevolking de taliban. Baran ontkent dat aanvankelijk, maar even later spreekt hij zichzelf tegen. \u2018Ik kan hier niemand vertrouwen,\u2019 zegt hij, wijzend naar de huizen. Hij belt voortdurend met vrienden die hij op brommers vooruit heeft gestuurd om te controleren of de omgeving veilig is. En hij neemt een lange omweg om de route van de heenreis te vermijden.<\/p>\n<p><b>Ongeloof<\/b><br \/>De weg naar het nabijgelegen Zhari-district is onheilspellend leeg. Er zit een krater in het wegdek waar een paar dagen eerder een bermbom ontplofte. Vanaf hun hoge post bij het hoofdkantoor van de politie kijken twee Canadese militairen met helm en scherfvest uit over de verlaten omgeving. Pas nadat hun tolk de bezoekers en hun spullen uitvoerig heeft ge\u00efnspecteerd, mogen we naar binnen. Op de binnenplaats loopt een tiental Canadezen met geweren rond moderne pantserwagens. De Afghaanse politie die een paar meter verderop in een gebouwtje zit, heeft nog geen fractie van dat materieel. Er hangen wat onderdelen van uniforms en pistolen aan haakjes. Maar verder lijkt de ruimte, gemeubileerd met wat kussens en een tafel, wel een ziekenboeg.<\/p>\n<p>Een vijftal jonge agenten waggelt rond. Hun ogen staan lodderig en hun haar piekt alle kanten op. Bakjes met uitgespuugde qat maken duidelijk wat hun verdwaasde staat veroorzaakt. Vier anderen strompelen binnen met ledematen in het verband. Ze zijn de dag daarvoor gewond geraakt bij een zelfmoordaanslag in Kandahar. Het gezicht van de achtentwintigjarige Abdul Hakim zit nog onder de bloedkorsten. Ook zijn linkeroor is gehavend. Of het gehoor zal herstellen, weet hij niet. Het ongeloof klinkt nog door in zijn stem als hij vertelt dat hij oog in oog stond met de dader. \u2018Toen ik de plotselinge flits in zijn ogen zag, begreep ik wat hij ging doen. Maar het was al te laat,\u2019 zegt hij.<br \/>Bij gebrek aan voldoende Afghaanse militairen voert de politie gevechtstaken uit. \u2018Politie is er voor de veiligheid, niet om te vechten. Maar we doen het omdat het in deze frontlinie nodig is. Het probleem is dat we niet genoeg manschappen en wapens hebben,\u2019 zegt hij. <\/p>\n<p>De anderen vallen hem bij. De taliban zijn in de meerderheid en goed uitgerust. Ook met hun soldij, minstens honderd tot honderdvijftig dollar per maand en vaak nog meer, zijn ze beter af dan de politie. Die krijgt ongeveer zesti De grote militaire operaties hebben de veiligheid uiteindelijk niet verbeterd, zeggen Hakim en zijn collega\u2019s. Er is tegenwoordig vrijwel geen dag dat het niet tot een treffen komt. Net als sjoera-lid Baran zegt de politie dat de taliban van tactiek is veranderd. Ze voeren geen zware gevechten; ze plegen aanslagen. \u2018De buitenlandse troepen hebben sterke voertuigen en zware wapens. Wij niet. Ze weten dat de politie zwak is en dus zijn wij het doelwit.\u2019<\/p>\n<p>Noor (niet zijn echte naam), is een ervaren Afghaanse journalist. Met een mengeling van laconieke onverschrokkenheid en gezond verstand reist hij nog altijd door het onrustige zuiden. Hij wil zijn optimisme van ruim vijf jaar geleden, toen het bewind van de taliban ten val kwam, nog niet laten varen, maar het begint te tanen. Hij weet dat de groepen die als taliban worden aangeduid een veel complexer verschijnsel zijn. Het conflict tussen autoriteiten en religieuze fanatici is niet het enige. Er spelen ook stammentwisten, vetes over land, opiuminkomsten en andere economische- en machtsbelangen. En dan is er de steun die Pakistan een aantal van deze groepen geeft en die het probleem nog ingewikkelder maakt.<\/p>\n<p>Al pratend verandert Noor van een journalist in Afghaanse dertiger die is opgegroeid met oorlog en die maar een ding wil: vrede in zijn land. <\/p>\n<p>\u2018Sommige taliban bellen me op. Kijk eens, zeggen ze, wat voor misdagers er in het parlement zitten. Waarom is er dan voor ons geen plaats in de politiek.\u2019 Noor is een tijdje stil. Hij laat het blikje frisdrank tussen zijn handen draaien. Dan zegt hij: \u2018Er zal een manier gevonden moeten worden om te onderhandelen, want zoals het nu gaat, kan het eindeloos doorgaan.\u2019<\/p>\n<\/p><\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Buiten dreigen ze te worden neergeschoten, binnen kan een bombardement hen fataal worden. Afghaanse gezinnen in de vuurlinie kunnen geen kant op. Hun verschrikkelijke verhalen lijken zich eindeloos te gaan herhalen. In wie moeten ze hun vertrouwen stellen?<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[1567,269],"tags":[783],"acf":[],"author_name":"Minka Nijhuis","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/115649"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=115649"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/115649\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Minka Nijhuis","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=115649"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=115649"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=115649"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}