
 {"id":114873,"date":"2007-08-25T11:33:00","date_gmt":"2007-08-25T09:33:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/waar-blijven-de-bioboeren\/"},"modified":"2007-08-25T11:33:00","modified_gmt":"2007-08-25T09:33:00","slug":"waar-blijven-de-bioboeren","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/waar-blijven-de-bioboeren\/","title":{"rendered":"Waar blijven de bioboeren?"},"content":{"rendered":"<div class=\"wpg-element lead-bold\">\n<p>De vraag naar biologische producten neemt toe. Maar Nederlandse boeren deinzen terug voor de overstap naar biologische bedrijfsvoering. Want bioboeren moeten voldoen aan een boekwerk van regels en voorschriften. \u2018Koepelorganisatie Biologica helpt de boel naar de knoppen met zijn protectionisme.\u2019<\/p>\n<\/p><\/div>\n<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<h3>Reportage het keurslijf van eko-keur<\/h3>\n<p>Het is een korte wandeling om de boomgaard van Bart Pijnenburg bij het Gelderse Herwijnen: zijn bedrijfje beslaat krap een hectare. Het gras staat hoog tussen de fruitbomen. Het barst er van de kruipende en vliegende beestjes. Die hebben hier geen gifspuit te vrezen. Bart Pijnenburg teelt zijn appels, peren en pruimen biologisch-dynamisch. Zeg maar biologisch met een schepje er bovenop. \u2018Dynamisch\u2019 betekent: vanuit een antroposofisch wereldbeeld waarin de samenhang tussen mensen, dieren, planten en de aarde centraal staat.<\/p>\n<p>Op dit moment heeft Pijnenburg alledaagsere zaken aan zijn hoofd: hij moet appelsap maken voor de bezoekers van de open dag. Die wordt jaarlijks georganiseerd door koepelorganisatie Biologica om de biologische landbouw onder de aandacht van het grote publiek te brengen. Hij kiept onder het toeziend oog van een groepje kinderen en ouders een mand appels in een soort versnipperaar. De stukken appel die daar uit komen, gaan in de pers. Uit een schenktuit onder aan het apparaat stroomt troebel appelsap in een grote kan.<\/p>\n<p>Pijnenburg voelt zich rentmeester van zijn stukje grond, zegt hij. Zoals het hoort bij een biologische boer, beaamt Bert van Rui\u00adten\u00adbeek, directeur van Biologica, in het statige kantoor van zijn organisatie aan de Utrechtse Nieuwegracht. Biologica is de koepel van de biologische landbouw in Nederland, en de hoeder van het EKO-keurmerk. Omdat rentmeesterschap een wat vrijblijvende richtlijn is, zijn aan het predikaat \u2018biologisch\u2019 strenge regels verbonden. Alleen etenswaren die voldoen aan de norm van controleorganisatie Skal krijgen het EKO-stempel. Skal is door het ministerie van Landbouw aangewezen als de enige instantie die Nederlandse bedrijven biologisch mag certificeren. Alleen producten van gecertificeerde bedrijven mogen volgens Europese wetgeving \u2018biologisch\u2019, \u2018eco\u2019 of organic worden genoemd. Het ministerie van Landbouw vertaalt de Euro\u00adpe\u00adse wet in samenspraak met Biologica naar de Neder\u00adlandse situatie. Dat resulteert in een boekwerk met regels en voorschriften waaraan potenti\u00eble bioboeren moeten voldoen om hun oogst biologisch te mogen noemen.<\/p>\n<p><b>Obstakel<\/b><br \/>Voor wie zijn dagelijkse boodschappen doet, is EKO vooral een emotie. Consumenten hebben het gevoel dat ze lekkerder en gezonder eten als ze bio kopen, en dat de wereld er en passant een beetje beter van wordt. Die emotie is er: de vraag naar biologische producten neemt toe. Alleen: wie moet dat allemaal produceren? Nederlandse boeren lijken terug te deinzen voor de overstap naar een biologische bedrijfsvoering. Waar het Skal-reglement voor Pijnenburg een steuntje in de rug is, blijkt het voor veel landbouwers een onoverkomelijk obstakel. Het areaal biologische landbouw in Neder\u00adland groeit mondjesmaat \u2013 en dan nog alleen omdat bestaande boeren hun bedrijf uitbreiden. Nieuwe bioboeren komen er nauwelijks bij.<\/p>\n<p>Volgens een woordvoerder van Albert ?Heijn signaleert de supermarktketen dit jaar voor het eerst tekorten op de markt. In absolute cijfers groeit de verkoop behoorlijk: in 2006 met 9,4 procent ten opzichte van een jaar eerder. Doordat de rest van de markt meegroeit, blijft het marktaandeel van biologische producten rond de twee procent zweven. Binnen Euro\u00adpa hoort Neder\u00adland daarmee niet tot de koplopers. Oostenrijk, Zwit\u00adser\u00adland en de Scandinavische landen lopen al jaren voorop, Duits\u00adland en Enge\u00adland kenden vorig jaar de grootste groei. Biolo\u00adgisch is in die landen \u2018hot\u2019, luidt de conclusie in het jaarrapport 2006 van Biologica. Dat zou het in Ne\u00adder\u00adland ook heel goed kunnen worden, zoals ook naar voren kwam uit een verkennend onderzoek van het ministerie naar de publieke opinie over het Europese Ge\u00admeen\u00adschap\u00adpelijk Land\u00adbouw\u00adbeleid, waaruit bleek dat Nederlanders \u2018vaker dan gemiddeld in Europa\u2019 prioriteit geven aan \u2018zaken die te maken hebben met het milieu, duurzame landbouwmethoden (en) dierenwelzijn\u2019.<\/p>\n<p>Aan de aanbodzijde zijn de feiten minder hoopgevend. Het biologische areaal is in 2006 licht gekrompen. Al een paar jaar wordt 2,5 procent van de Nederlandse landbouwgronden biologisch bewerkt.<\/p>\n<p><b>Rendabel biobedrijf<\/b><br \/>Als Bart Pijnenburg tijd over heeft, stapt hij in de auto en rijdt door de uiterwaarden naar het dorpje Tuil. Daar ligt, in de schaduw van de Martinus Nijhoff\u00adbrug, het bedrijf van collega-teler Gerard van Noord. In zijn boomgaard helpt Pijnenburg met snoeien en met het opbinden van de onderste takken, opdat de appels niet op de grond komen te hangen en wegrotten voor ze rijp zijn.<\/p>\n<p>Gerard van Noord heeft een boomgaard van twaalf hectare met vooral appelbomen. Hij teelt onder meer de Santana, het oogappeltje van de biologische sector.<\/p>\n<p>Bedrijven van mannen als Bart Pijnenburg en Gerard van Noord zijn de kurk waarop de biologische sector drijft. Zij moeten er voor zorgen dat de supermarktschappen gevuld blijven. Van Noord vormt met vijf andere telers de co\u00f6peratie Biofruit, een van de twee grootste leveranciers van EKO-appels op de Ne\u00adder\u00adland\u00adse markt. Biofruit levert aan een aantal supermarkten, waaronder Albert Heijn.<\/p>\n<p>Hij begrijpt het wel, zegt Van Noord, dat telers de overstap niet willen maken. Zelf begon hij in 2001 met de biologische teelt. Toen bestond er nog een omschakelingssubsidie voor landbouwers die de sprong waagden. Van Noord was het beu om alsmaar meer te produceren voor minder geld en liet berekenen dat zijn bedrijf een rendabel biobedrijf zou kunnen zijn. \u2018De omschakeling heeft me heel veel geld gekost. Je oogst minder kilo\u2019s per vierkante meter, maar je krijgt de eerste twee jaar nog geen hogere prijs voor je appels.\u2019 Daarbij moet een biologische teler vaker in de boomgaard aan het werk. Er moet meer worden gesnoeid omdat de groeiremmende middelen die in de gangbare teelt worden gebruikt, taboe zijn. Omdat hij de gifspuit laat staan, is hij ook vaker bezig om ziekten als kanker uit de bomen te snijden.<\/p>\n<p>Het imago van de biologische sector hielp ook al niet: collega-telers keken Van Noord vreemd aan toen de EKO-vlag boven zijn bedrijf werd gehesen. \u2018Ik zit hier natuurlijk in de Betuwe, daar zijn de mensen een beetje terughoudend.\u2019 Voor zijn eigen bedrijf ziet Van Noord weinig problemen aan de horizon. Hij heeft er net twee\u00ebnhalve hectare land bij kunnen kopen om nog meer Santana\u2019s te kunnen plukken. \u2018Maar misschien stop ik er over tien jaar mee. En wie neemt het dan over?\u2019<\/p>\n<p>Dat is een vraag die Biologica-directeur Bert van Ruitenbeek ook bezighoudt. Hij erkent dat de stagnerende aanwas van nieuwe producenten de biologische sector parten speelt, maar maakt zich niet al te veel zorgen: \u2018We zien over de hele linie tekorten ontstaan, maar de biologische sector in Nederland exporteert veel. In die zin kun je de tekorten tussen aanhalingstekens zetten. Bovendien: we hebben nu 2,5 procent van het landbouwareaal. Als we dat de komende jaren verdubbelen, is dat meer dan genoeg om de groei aan te kunnen.\u2019<\/p>\n<p>Ambitieuze doelen stelt de sector zich al jaren. In 2000 werd door het ministerie van Landbouw de beleidsnota \u2018Een biologische markt te winnen\u2019 opgesteld. In vier jaar moest het biologische marktaandeel stijgen naar vijf procent. In het jaarverslag van Bio\u00adlo\u00adgi\u00adca over 2004 wordt vastgesteld dat die doelstelling niet is gehaald. De montere gevolgtrekking: \u2018Omdat de groei hoopgevend was, is er inmiddels een nieuwe LNV-nota met nieuwe stimuleringsmaatregelen.\u2019 Het beoogde percentage bleef gelijk, maar nu moest het in 2007 worden gehaald. Volgens de laatste cijfers stokt de teller net onder de twee procent. Meer ambitieuze cijfers: tien procent biologisch landbouwareaal in 2010, een jaarlijkse omzetgroei van 30 procent in de natuurvoedingswinkels. T\u00e9 ambitieuze cijfers.<\/p>\n<p>Biologica moet de boeren op de een of andere manier over de streep trekken. En dat wringt soms een beetje met de uitgangspunten van de biologische sector. Biologisch boeren moet je namelijk doen vanuit de overtuiging dat wat je doet, goed is, vindt Van Rui\u00adten\u00adbeek. Gelukszoekers hoeft hij er niet bij. In dat opzicht is hij blij dat de omscha\u00adke\u00adlings\u00adsubsidie is afgeschaft: \u2018Daar kwamen ook wel eens boeren op af die dachten: zo kunnen we ons bedrijf in elk geval nog twee jaar overeind houden.\u2019 Nu onderzoekt Bio\u00adlogica of producten afkomstig van een bedrijf in omschakeling al wel voor een hogere prijs kunnen worden verkocht. Maar dat is lastig, omdat omschakelingsbedrijven geen oneerlijke concurrentie mogen vormen voor de volledig biologische bedrijven. De goede balans heeft de branche nog niet gevonden.<\/p>\n<p><b>Redding<\/b><br \/>Jacco Vooijs en Paul Bol denken de oplossing voor Van Rui\u00adten\u00adbeeks probleem te hebben, en hebben hem die op een presenteer\u00adblaadje aangeboden. Vooijs is manager voed\u00adsel\u00adveiligheid en innovatie bij Fresq, een West\u00adland\u00adse co\u00f6peratie van glastuinbouwers, Paul Bol teelt vleestomaten. Hun oplossing: geef ons ook het EKO-keurmerk. De tuinders die onder het Fresq-banier werken, telen zo schoon en duurzaam, dat hun oogst het stempel biologisch dubbel en dwars verdient, vinden ze. Ja, nu grijpen ze in het uiterste geval nog wel eens naar een chemisch goedje om een plaag de kop in te drukken. Maar als ze het EKO-keurmerk op hun verpakkingen mogen zetten, laten ze de chemicali\u00ebn meteen staan. Onder \u00e9\u00e9n voorwaarde. In de West\u00adlandse kassen wordt al lang niet meer in de grond geteeld. De paprika\u2019s, tomaten en komkommers staan er keurig in het gelid in grote bakken op poten, gevuld met substraat. Dat kan van alles zijn, van steenwol tot ordinaire potgrond. Vooijs: \u2018Ik heb tegen Bert van Rui\u00adten\u00adbeek gezegd: je moet afstappen van \u201chet moet in de grond\u201d. Sub\u00adstraat\u00adteelt zou de redding zijn van biologisch Nederland.\u2019<\/p>\n<p>De cijfers geven hem gelijk: de biologische glastuinbouw in Nederland beslaat zo\u2019n zeventig hectare. De telers die Fresq vertegenwoordigt, hebben samen zo\u2019n zeshonderd hectare. Het distributiecentrum achter het fonkelnieuwe kantoor van de co\u00f6peratie spreekt boekdelen. Vrachtwagens rijden af en aan om \u2018paprikastoplichten\u2019 \u2013 schotels met een rode, gele en groene paprika \u2013 naar alle uithoeken van Europa te vervoeren.<\/p>\n<p>Maar het gewas uit substraat halen, dat is de biologische sector een stap te ver. \u2018Glas\u00adtuin\u00adbouw is voor ons lastig,\u2019 zegt Van Rui\u00adten\u00adbeek. \u2018Wij willen produceren vanuit het ecosysteem. Een kas is een ecosysteem onder een dakje, zou je kunnen zeggen, dus wij vinden dat daar mogelijkheden moeten zijn. Maar bodem is het fundament van de biologische beweging: wij werken aan een gezond bodemleven. Substraat staat daar haaks op.\u2019<\/p>\n<p>Welnee, vindt tuinder Paul Bol: \u2018Als je aarde in een zak schept, dan is het substraat. Het is niks anders dan een controleerbare hoeveelheid grond.\u2019 Toch gaf Biologica op 14 juni onder de kop \u2018Biologica blijft trouw aan wortels\u2019 een persbericht uit waarin de deur in het gezicht van de Fresq-telers werd dichtgegooid. \u2018Als ze echt geloven dat ze zo\u2019n goed product hebben, moeten ze het toch voor een meerprijs kunnen verkopen? Het lukt ons ook,\u2019 zegt Van Ruitenbeek. (Na lezing van dit artikel, maar vlak voor verschijning, berichtte de branchevereniging op haar website dat ze \u2018naar aanleiding van discussies met kastelers en nieuwe inzichten\u2019, pleit voor een \u2018grondig onderzoeksprogramma\u2019 naar alternatieven voor grondgebonden kasteelt.)<\/p>\n<p><b>Commercieel belang<\/b><br \/>Dat Bio\u00adlo\u00adgi\u00adca de eigen beginselen koestert, is begrijpelijk, vindt Paul Bol van Fresq. Wat steekt, is dat de overtuiging van de brancheorganisatie de Nederlandse interpretatie van de Europese wet kleurt. Bol: \u2018In Denemarken mag je gewoon op biologisch substraat EKO-producten telen. Wij willen aan dezelfde wet voldoen als de telers van Biologica, maar ik ben er niet van overtuigd dat de interpretatie die controleorganisatie Skal hanteert, voldoende neutraal is.\u2019 Vooijs: \u2018Als wij nu Denemarken opbellen en zeggen: kom ons certificeren, dan kunnen we met een paar kleine aanpassingen goedgekeurd worden.\u2019<\/p>\n<p>Gesprekken met Biologica willen niet echt vlotten, en ook bij Skal viel hun boodschap niet in goede aarde. Vooijs: \u2018Ze noemden ons minimalistisch biologisch: zo min mogelijk doen en dan toch het biologische certificaat halen. Toen heb ik gezegd dat zij de boel naar de knoppen helpen met hun protectionisme. Ik heb het daarna maar even laten rusten.\u2019<\/p>\n<p>Volgens Paul Bol heeft Skal in het kielzog van Biologica het idee een commercieel belang te moeten beschermen. Het controleorgaan zou er mede voor zorgen dat het \u2018merk\u2019 EKO stevig in handen blijft van Biologica. \u2018En dat is heel tricky.\u2019<\/p>\n<p>Natuurlijk zijn de Fresq-telers ook bang de boot te missen. Als de Nederlandse biologische sector de vraag niet aankan, wijken de groothandels en supermarktketens uit naar landen waar het aanbod wel groot genoeg is. Nu al wordt een aanzienlijk deel van de biologische voedselvoorziening ge\u00efmporteerd. Volgens Paul Bol is het denkbaar dat zijn tomaten \u2018biologischer\u2019 zijn dan de ge\u00efmporteerde biologische tomaten die ernaast liggen op de groenteafdeling.<\/p>\n<p>De uitweg werd eerder al door Vooijs geopperd: naar Denemarken bellen. Certificering van biologische producten hoort volgens de West\u00adlan\u00adders onder het vrije verkeer van diensten binnen de Europese Unie te vallen. Een Deen\u00adse collega van de Skal-controleurs zou dus heel goed een Nederlandse kas kunnen inspecteren.<\/p>\n<p>Ingeborg de Groot, hoofd landbouw van Skal, zegt dat de tuinders hun pijlen op de verkeerde richten: \u2018Als Biologica vindt dat substraatteelt mogelijk moet zijn, dan kunnen de regels aangepast worden. Wij controleren alleen of bedrijven zich aan de bestaande regels houden.\u2019 Skal passeren door een buitenlandse instantie in te schakelen, is volgens haar onmogelijk. Toch denken de mannen van Fresq binnen een paar jaar formeel geregeld te hebben dat een buitenlandse inspecteur de bedrijven van hun telers mag certificeren.<\/p>\n<p><b>Gentechvrije zone<\/b><br \/>Hoogleraar plantenfysiologie Michel Haring sympathiseert met de glastuinders. Het is prachtig dat zij hun best doen om schoon en duurzaam te produceren, vindt hij. Maar biologisch is het niet. Nu is Haring niet direct een spreekbuis van de biologische sector. Zijn onderzoeksgroep doet aan de Uni\u00adver\u00adsi\u00adteit van Amsterdam onderzoek naar hoe planten signalen als ziekteverwekkers, insecten, zout en temperatuur verwerken. Nuttig onderzoek, ook voor de biologische landbouw. Maar veel van zijn inzichten verkrijgt de hoogleraar door het gebruik van gentechnologie. En gentech past in het rijtje kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen \u2013 ingrepen die volgens Brussel niet in de biologische landbouw thuishoren.<\/p>\n<p>Een week eerder, in het Utrechtse kantoor van Biologica, lagen de bordjes met de tekst \u2018gen\u00adtech\u00advrije zone\u2019 hoog opgetast. Ze werden uitgedeeld aan de leden, zodat die ze tijdens de open dagen op hun bedrijf in de grond konden slaan. \u2018Niet productief,\u2019 oordeelt Haring. En exemplarisch voor de biologische landbouw in Nederland. Niet dat biologisch Nederland van hem aan de gentech moet, integendeel. Haring is zo kritisch over gentechnologie dat het zelfs zijn collega\u2019s wel eens nerveus maakt. Maar de nieuwsgierigheid die hem drijft, mist hij wel eens bij de biologische sector. \u2018Als je aan de biologische landbouw vraagt: wat willen jullie eigenlijk, blijft het angstig stil. Dan zeg ik: je mag schreeuwen \u201cje doet het fout\u201d, maar je kunt beter je mond houden en het beter doen.\u2019<\/p>\n<p>De professor heeft het beste voor met de biologische sector. Sinds zijn studententijd doet hij zijn boodschappen bij de natuurvoedingswinkel. Soms houdt hij een praatje op de Warmonderhof, een school voor biologisch-dynamische landbouw. \u2018Zodat ze daar de duivel in eigen persoon kunnen aanschouwen. Dan zien ze: h\u00e9, hij praat, hij maakt grapjes, zijn kinderen gaan ook naar de vrije school, hij weet iets van Rudolf Steiner.\u2019? De reden dat Haring zijn onbeantwoorde liefde voor de biologische landbouw niet kan loslaten, is dat hij geen ander alternatief kent voor de bloedeloosheid van de moderne landbouwsector. Bodem en gewas horen vertroeteld te worden, van zaadje tot vrucht. En dat gebeurt te weinig, vindt hij. Tijdens het praten laat hij veelvuldig zijn handen hard op het bureaublad landen. Briesend: \u2018De achteloosheid waarmee mensen met hun planten omgaan! En dan heel banaal met zijn allen naar zo\u2019n uitzending van Live Earth kijken.\u2019<\/p>\n<p><b>Pijnpunt<\/b><br \/>Een cynicus zou kunnen zeggen dat Biologica de groei van de biologische sector in de weg staat: voor de welwillende kastuinders en de bevlogen wetenschapper blijft de poort gesloten. Biologica-directeur Van Ruitenbeek heeft er minstens twee goede redenen voor, zegt hij. In de eerste plaats moet het de consument glashelder zijn waar biologisch voor staat. Zijn organisatie heeft vijftien jaar hard gewerkt om van EKO een sterk merk te maken. En, misschien belangrijker: als je de grenzen van wat biologisch mag heten, verlegt, ontneem je de biologische sector de stimulans binnen de zelf opgelegde ge- en verboden te innoveren. \u2018Innovatie?\u2019 schampert Fresq-man Jacco Vooijs, \u2018als wij mee kunnen doen, d\u00e1n heb je het pas over innovatie.\u2019 En ook hoogleraar Haring vindt dat gebrek aan vernieuwing nu juist het pijnpunt is. ? In 1994 werkte Haring in Duitsland. <\/p>\n<p>Daar zocht de biologische sector hem op. Ze wilden weten hoe het precies zat met die genetische modificatie. De daaropvolgende jaren hield hij maandelijks workshops om uitleg te geven over zijn werk. Waartoe dat vooral heeft geleid, denkt Haring, is meer zelfkennis. \u2018Die Duit\u00adse boeren realiseerden zich dat ze niet t\u00e9gen genetische modificatie, maar v\u00f3\u00f3r biologische landbouw moesten zijn. En dat ze ook nog eens goed moesten kunnen zeggen waarom dan, en hoe ze dat wilden omzetten in een product.\u2019 De ontwikkeling van de Duit\u00adse biologische sector is sindsdien een succesverhaal, vindt hij. Niet dat dat geheel zijn verdienste is, maar hij denkt er wel zijn steentje aan te hebben bijgedragen. Een paar dingen die de Duitsers hebben gedaan, springen eruit, vindt Haring. Ten eerste: ze verkopen niet zomaar groenten, maar groenterassen. Er is een wortel veredeld die heerlijk smaakt in wortelsap, en die ligt met naam en toenaam in de winkel. En ten tweede: er wordt goed gekeken wat de behoefte is. De zaadproducent, de boer en de afnemer praten samen over dat wortelsap. Bovenal heeft de Duitse biologische sector zich vragen gesteld, en daar een antwoord op gezocht. Toegegeven, zelf heeft Haring ook een vast clubje van zo\u2019n tien Ne\u00adder\u00adland\u00adse biologische boeren met wie hij over dit soort onderwerpen praat. Maar de branche als geheel ontbreekt het aan visie, vindt hij. \u2018Het doet me pijn dat bij Biologica weinig mensen zitten met dezelfde rare bevlogenheid als ik, die dat ook onder woorden kunnen brengen.\u2019<\/p>\n<p>Het is bovendien de vraag of het winkelend publiek de strikte opvattingen van Biologica deelt over wat wel of niet biologisch is. De telers uit het Westland denken van niet. \u2018Wij leveren de kwaliteit die de consument van biologisch verwacht. Dan heb ik het dus niet over de definitie van Biologica,\u2019 zegt Paul Bol. Voedselveiligheid is het allerbelangrijkste, dat weten de mannen zeker. Jacco Vooijs: \u2018Er is op die ene geitenwollensok na geen consument die vindt dat biologisch telen per se in de volle grond moet. Mensen kopen een schoon, verantwoord geteeld product.\u2019 Sterker: hij is ervan overtuigd dat de consument zou kiezen voor groenten uit de gecontroleerde omgeving van de kas als hem die keuze werd voorgelegd: \u2018Wij hebben ons substraat beter in de hand dan zij hun grond.\u2019<\/p>\n<p><b>Niet te suf<\/b><br \/>Philip Sterck houdt zich met deze vragen zelden bezig. Voor hem geldt: wat een keurmerk heeft, kan bij hem in het schap. Ook als dat uit een Fresq-kas zou komen. Het liefst koopt hij dicht bij huis in, maar zijn aanvoer komt van over de hele wereld. Sterck is de baas van Bio-planet, de biologische formule van de Bel\u00adgische supermarktgigant Col\u00adruyt. In februari stak het concern de noordergrens over. In Eind\u00adho\u00adven werd het eerste Ne\u00adder\u00adland\u00adse filiaal geopend. Met een assortiment van zesduizend artikelen, stuk voor stuk biologisch, heeft de winkel alles in huis voor de dagelijkse boodschappen. Geen houten stellingkasten met grutten en vezels, wel een flinke selectie wijnen, kant-en-klare gazpacho en een uitgebreide kaas- en vleeswarenafdeling.<\/p>\n<p>Lekker en gezond eten willen zijn klanten, uit een verpakking die er als het even kan niet te suf uitziet. Om te groeien, moet bio weg uit de alternatieve hoek, zegt Sterck. \u2018Waar ik mee bezig ben, is de bio-drempel verlagen. Als je hier binnenkomt en je moet iets meer uitgeven voor je eten, dan moet dat aantrekkelijk zijn. Daar zit nog wel wat werk voor de sector.\u2019<\/p>\n<p>Hij is er, net als Haring, van overtuigd dat smaak en specialisatie sleutels zijn tot succes voor de biologische sector. \u2018In Belgi\u00eb zeggen we: je moet goesting krijgen. Ik heb vandaag volk, ik heb zin om goed te koken, met een authentieke smaak.\u2019 Als voorbeeld noemt hij tomaten. Zijn winkel verkoopt meer vari\u00ebteiten dan de gangbare groenteboer. Neem de coeur du boeuf, een grote vleestomaat. Ze zijn een stuk duurder dan een huis-, tuin- en keukentomaat, maar als je ze eenmaal hebt geproefd, dan hoef je geen andere tomaten meer, zegt Sterck. Naar zo\u2019n bijzondere vari\u00ebteit is het wel even zoeken op de Nederlandse markt. Ook bij de doorsnee-groenten valt er nog wel wat te verbeteren. De ene week passen er zes bloemkolen in een kist, de volgende tien, terwijl Stercks klanten iedere week een even grote bloemkool willen. \u2018Als de biologische sector wil groeien, zullen verschillende bedrijven moeten professionaliseren.\u2019<\/p>\n<p><b>Duivels dilemma<\/b><br \/>Biologisch betekent volgens Philip Sterck: lekkere en aantrekkelijke etenswaar in goed gevulde supermarktschappen. Biologisch betekent: schoon geproduceerd, met inzet van de modernste technieken, vinden Jac\u00adco Vooijs en Paul Bol. Biologisch staat voor: met bevlogenheid door mensenhanden grootgebracht, zegt Michel Haring. Nee, vindt Bio\u00adlo\u00adgica, biologisch is volgens de regels van Skal, door onze telers geproduceerd.<\/p>\n<p>Afgaande op de streefcijfers die keer op keer niet worden gehaald en de ontstane tekorten, helpt de organisatie van Bert van Rui\u00adten\u00adbeek de sector niet vooruit. Sterker nog: misschien frustreert Biologica de ontwikkeling van de biologische landbouw door de boodschap van de Fresq-telers en Michel Ha\u00adring naast zich neer te leggen. Daar staat tegenover dat de sector wel voor een duivels dilemma staat. Nadenken over zaken als efficiency en opbrengstverhoging gaat moeilijk samen met de opvattingen en het imago van de biologische sector. En verbondenheid met de bodem verhoudt zich slecht met de schaalvergroting die onvermijdelijk is als zich geen nieuwe biologische boeren en tuinders melden.<\/p>\n<p>Biologisch-dynamische fruitteler Bart Pij\u00adnen\u00adburg is er stellig over: het is mooi dat allerlei bedrijven zich op duurzame productie hebben gestort, maar aan het begrip biologisch valt niet te tornen.<\/p>\n<p>De Duitse landbouw staat voor eenzelfde dilemma, weet hoogleraar Michel Haring, en ook daar is nog geen afdoende antwoord geformuleerd. Hij neemt zichzelf \u00e9\u00e9n ding kwalijk: dat hij een grote mond heeft over bevlogenheid, maar zich nooit existentieel aan de biologische sector heeft verbonden. \u2018Wat ik de hele tijd tegen die boeren geroepen heb, roepen ze niet terug tegen mij: ga jij dan eens op de barricaden om te zorgen dat het beter wordt. Dan had ik dus op de stoel van Bert van Ruitenbeek moeten gaan zitten en ik weet donders goed hoe moeilijk dat zou zijn.\u2019<\/p>\n<p>De biologische sector mag worstelen met dit soort vraagstukken, voor Bio-planet-baas Philip Sterck is het een simpele kwestie van vraag en aanbod. Dat de vraag groeit en dat er biologische winkels bijkomen, moet voor producenten voldoende reden zijn om de omschakeling te maken. Zo niet, dan klopt hij aan bij buitenlandse aanbieders. \u2018Het gaat goed met Bio-planet. Als wij een geschikte locatie vinden, breiden we uit. Hoe groot is het marktaandeel van biologisch? Twee procent? Nog achtennegentig procent te gaan, zou ik zeggen.\u2019<\/p>\n<\/p><\/div>\n<p>\u00a0<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>De vraag naar biologische producten neemt toe. Maar Nederlandse boeren deinzen terug voor de overstap naar biologische bedrijfsvoering. Want bioboeren moeten voldoen aan een boekwerk van regels en voorschriften.<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[47,459,421,457],"tags":[2703,783],"acf":[],"author_name":"Hidde van den Brink","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/114873"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=114873"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/114873\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Hidde van den Brink","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=114873"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=114873"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=114873"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}