
 {"id":114315,"date":"2007-09-15T00:00:00","date_gmt":"2007-09-14T22:00:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/hollandse-meesterdirecteur\/"},"modified":"2007-09-15T00:00:00","modified_gmt":"2007-09-14T22:00:00","slug":"hollandse-meesterdirecteur","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/hollandse-meesterdirecteur\/","title":{"rendered":"Hollandse meesterdirecteur"},"content":{"rendered":"<p>Profiel \/ Rijksmuseum-baas Ronald de Leeuw<\/p>\n<p>Vergeet de tentoonstellingen, ook de allersuccesvolste, de drukst bezochte, de cash cows. Vergeet museumvleugels die niet afkomen, nieuwe paviljoens, restaurants met slecht eten. Vergeet ook de collectie en of die goed is ge\u00efnventariseerd en geconserveerd. Vergeet het wetenschappelijke onderzoek. Vergeet dat alles en vergeet \u00f3\u00f3k alle aankopen. Behalve die ene.<\/p>\n<p>Rembrandt.<\/p>\n<p>In de kunsthistorische wereld wordt het wat gekscherend gezegd, maar daarom is de grap niet minder waar. Wie algemeen directeur is (of is geweest) van het Rijksmuseum in Amsterdam wordt niet afgerekend op zijn vriendelijkheid, zijn geslepenheid, zijn managerskwaliteiten of kunsthistorische bevlogenheid. Nee, hij (want er heeft nooit een \u2018zij\u2019 aan het hoofd van het museum gestaan) wordt afgerekend op de Rembrandt die hij koopt. Heeft die Rembrandt topniveau, dan had de directeur topniveau. Heeft de Rembrandt dat niet, dan heeft de directeur gefaald.<\/p>\n<p>In 1965 kocht de toenmalige hoofddirecteur van het Rijksmuseum, Arthur van Schendel, Rembrandts Heilige Familie bij Avond: een miskoop, want het schilderij bleek geen echte Rembrandt. Wouter Kloek, lange tijd hoofd van de afdeling Schilderijen, kan vele jaren later nog in razernij ontsteken als iemand dat schilderij alleen maar durft te n\u00f3\u00e9men. Henk van Os, directeur van 1989 tot en met 1996, deed het beter. Hij verwierf in 1992 het portret van de vrijzinnige remonstrantse predikant Johannes Uitenbogaert, een superieur voorbeeld van wat de jonge Rembrandt vermag. Na Van Os kwam, op de valreep van 1996 naar 1997, Ronald de Leeuw.<\/p>\n<p>Bijna elf jaar later is het inmiddels, en nu is daar Catrina Hoogsaet, een portret dat Rembrandt in 1657 maakte van de gescheiden en niet onbemiddelde Catrina Hoogsaet. \u2018Catrina\u2019 geldt als onbetwist meesterwerk, een van de beste voorbeelden van de oudere Rembrandt, een van de laatste topstukken in particulier bezit, en voor Nederland van bijzondere cultuurhistorische betekenis. Want zo\u2019n vrouw als Catrina Hoogsaet, die in zeventiende-eeuws Holland door haar man voor het gerecht werd gedaagd, van geloof veranderde en zelfbewust voortleefde \u2013 op zulke onafhankelijke boegbeelden laat Nederland zich graag voorstaan.<\/p>\n<p>\u2018Catrina\u2019 zal De Leeuws lakmoesproef worden. Het schilderij is afkomstig uit de collectie van de adellijke Britse familie Douglas-Pennant, dezelfde familie die in 2004 Een burgemeester uit Delft met zijn dochter van Jan Steen aan het Rijksmuseum verkocht. D\u00e1t schilderij verwierf De Leeuw voor 11,9 miljoen euro, het duurste kunstwerk ooit door het museum aangeschaft. Toch is het maar een schijntje vergeleken bij wat de Britse schattingswaarde van \u2018Catrina\u2019 is: tussen de vijftig en de zeventig miljoen euro. Het museum zit in zijn bod \u00f3nder de vijftig miljoen euro.<\/p>\n<p>Om dat geld bij elkaar te brengen, is het doek eind december vorig jaar vanuit het familiegoed Penrhyn Castle in Noordwest-Wales naar het Rijksmuseum overgevlogen. Ministers, staatssecretarissen, vertegenwoordigers van grote fondsen, captains of industry, sponsors \u2013 allemaal zijn ze op het Rijksmuseum onthaald, \u2018gecoiffeerd\u2019 en bijgepraat door Ronald de Leeuw en Taco Dibbits, hoofd van de afdeling Beeldende Kunst. Doel: geld verzamelen voor de aankoop. De helft van het aankoopbedrag \u2013 meer dan vijftien miljoen \u2013 is aan cultuurminister Ronald Plasterk gevraagd. De rest moet komen van fondsen, van de Vereniging Rembrandt die al druk lobbyt, en van de stichting Het Rijksmuseum Fonds, dat het hele vermogen voor aankopen zal aanspreken, indien nodig. \u2018Alle andere aankopen staan nu in de wacht voor Catrina,\u2019 zegt Dibbits.<\/p>\n<p>Wie Ronald de Leeuw kent, weet dat hij op dit soort ontvangsten op zijn best is. Gedreven, charmant, z\u00e9\u00e9r indringend, met gevoel voor detail en veel kennis van zaken neemt hij zijn toehoorder bij de hand. \u2018Hij is een letterlijk deurvullende persoonlijkheid,\u2019 zegt Anthony Ruys, oud-topman van Heineken en sinds een jaar voorzitter van de Raad van Toezicht van het museum. \u2018Als hij vertelt, komt er een heele andere Rembrandt langs.\u2019<\/p>\n<p>\u2018Op d\u00ed\u00e9 bijeenkomsten gebeurt het,\u2019 zegt Dibbits. \u2018Ronald is niet iemand die eindeloos gaat zitten borrelen of loopt te lobbyen. Hij is ervan overtuigd dat zo\u2019n schilderij m\u00f3\u00e9t en dat zet hij met een enorme overtuigingskracht uiteen.\u2019 Op de achtergrond, buiten het museum, doen De Leeuws \u2018ambassadeurs\u2019 hun werk: voormalig minister-president Wim Kok, oud-SER voorzitter Herman Wijffels, multimiljonair Victor Muller \u2013 lid van de stichting Het Rijksmuseum Fonds en onder meer eigenaar van het bergingsbedrijf Wijsmuller \u2013 en nog vele anderen.<\/p>\n<p>Er bestaat daarom weinig twijfel \u00f3f Lady Pennant \u2013 een bekende van Dibbits uit de tijd dat deze nog directeur Schilderijen was bij veilinghuis Christie\u2019s in Londen \u2013 uiteindelijk zal instemmen met verkoop van het familiebezit. De vraag is alleen wann\u00e9\u00e9r de koop wordt gesloten. Tot die tijd hangt Catrina weer op Penhryn Castle. Maar daarna moet zij de parel worden aan De Leeuws kroon, het bewijs dat hij thuishoort in het hoogste echelon museumdirecteuren die het Rijksmuseum heeft gekend.<\/p>\n<p>Knorrende conservatoren<\/p>\n<p>Er zitten meer pareltjes aan die kroon: in augustus ontving De Leeuw een eredoctoraat van de universiteit van Melbourne, waar hij vorig jaar drie maanden fellow was. Hij is (nog tot volgend jaar) bijzonder hoogleraar aan de Vrije Universiteit van Amsterdam. Twee jaar geleden werd hij door de Franse ambassadeur onderscheiden tot \u2018Officier des Arts et des Lettres\u2019. Bij die gelegenheid regende het complimenten.<\/p>\n<p>\u2018Een bouwer van Europese musea,\u2019 noemde Jean-Michel Gaussot hem. \u2018Directeur van een van de meest emblematische musea ter wereld.\u2019 \u2018Iemand die zijn hele carri\u00e8re lang het gebruikelijke kader heeft willen overstijgen en zodoende de traditionele benadering van kunst totaal heeft veranderd.\u2019 Apetrots neemt De Leeuw dat soort complimenten in ontvangst, met aan zijn zijde zijn steun en toeverlaat, Gerlof Janzen. Maar naast lof is er ook kritiek \u2013 veel kritiek.<\/p>\n<p>Iedere museumverbouwing in Nederland gaat gepaard met oponthoud en gekrakeel, maar er is er niet een die zo lang duurt als de verbouwing die De Leeuw entameerde in het Rijksmuseum. Bouwketen en omheiningen versperren al jaren de Stadhouderskade en benemen wandelaars het zicht op de westgevel van Cuypers\u2019 kathedraal voor de kunst. De fietsonderdoorgang naar het Museumplein is al weer zolang gesloten dat haast niemand zich nog herinnert hoe het was om vanuit het donker de weidse lichtheid van het Museumplein tegemoet te fietsen. En de collectie is in tranches uitgeleend aan andere musea of staat elders opgeslagen tot betere tijden aanbreken.<\/p>\n<p>Het museum is sinds 2003 dicht, een miljoen kunstvoorwerpen zijn verhuisd, en sindsdien is nog geen schop buiten het gebouw de grond in gegaan.<\/p>\n<p>Alleen de Philipsvleugel is open voor publiek. Daar heeft De Leeuw een parcours uitgestippeld van hoogtepunten: een soort museum for the millions. De bezoekers, voornamelijk uit het buitenland, stromen toe. Want wat is er handiger dan het Rijksmuseum in anderhalf uur te \u2018doen\u2019 en dan op naar de pannenkoeken?<\/p>\n<p>Maar in kunsthistorisch opzicht stelt het weinig voor. En conservatoren knorren: \u2018We zijn nu wel h\u00e9\u00e9l lang al dicht.\u2019<\/p>\n<p>\u2018Het museum is een schim van zichzelf,\u2019 zegt kunsthistoricus en schrijver Gary Schwartz. \u2018De boodschap die de Philipsvleugel uitdraagt, is die van een schreeuw om aandacht.\u2019 Ronald de Leeuw, zegt Schwartz, had zich beter bewust moeten zijn van wat de verbouwing praktisch betekent, ook qua vergunningen. \u2018Hij had het museum niet al zo snel zo drastisch moeten uitkleden. Misschien had hij een noodgebouw moeten openen op het Museumplein. Ook de politiek draagt trouwens schuld aan de vertraging.\u2019<\/p>\n<p>Een andere kras op de kroon is De Leeuws autoritaire optreden. In het Rijksmuseum regeert hij met even harde hand als hij dat bij zijn vorige baan in het Van Gogh deed. \u2018Ja hoor eens,\u2019 verdedigt De Leeuw zich en schuift in zijn kantoor op zijn stoel heen en weer. \u2018Er is altijd wel een reden om niet van mij te houden. Op sommige punten heb ik geen geduld. Er zijn mensen die niets willen. Wie beslissingen neemt, neemt altijd ook beslissingen die voor heel veel mensen teleurstellend zijn. En ik ben er toevallig aan gebonden om te doen wat ik het beste vind voor het Rijksmuseum.\u2019<\/p>\n<p>Vakmaniak<\/p>\n<p>Op een doodgewone Amsterdamse werkdag gaat de wekker op de Keizersgracht om halfzeven. Als Ronald de Leeuw thuis is althans, want hij is veel op reis, zit in zijn buitenhuis in Lazio bij Rome, waar \u2019s nachts de wilde zwijnen onder zijn venster knorren, of bekijkt appartementen in Wenen, waar hij op zoek is naar een pied-a-terre. Maar op de Keizersgracht in Amsterdam staat Ronald de Leeuw steevast vroeg op en ontbijt uitgebreid met zijn man, vertaler en psychiater Gerlof Janzen. Er worden kranten gelezen, het Prinsengrachtconcert van gisteren wordt ge\u00ebvalueerd, de laatste boeken komen ter tafel.<\/p>\n<p>Om halfnegen arriveert hij in het museum. Er is koffie, van de gewone cateraar die ook de koffie voor de rest van het personeel maakt, een enkel koekje. De agenda wordt doorgenomen. Geen drank in de la, geen muziek op het werk, al is hij daar een groot liefhebber van en kan hij complete rollen uit de opera\u2019s van Wagner uit zijn hoofd zingen. \u2018Nee,\u2019 zegt Pia van de Wiel, hoofd van het directiesecretariaat: \u2018Hij is een matig mens. Ook als we succes boeken \u2013 zoals in 2004 met de aankoop van die Jan Steen \u2013 is er geen taart. Een felicitatie van hem per e-mail aan het personeel voldoet. En terecht. We werken hier wel met belastinggeld, hoor.\u2019<\/p>\n<p>De uren tikken voorbij: brieven komen binnen en gaan de deur uit, veilingcatalogi worden ingekeken, er is overleg met de stadsdeelvoorzitter over de bouwvergunningen voor de nieuwbouw, overleg met staf en directie over de herinrichting straks als het nieuwe Rijksmuseum open is, er wordt geschreven aan een toespraak, een artikel in een bundel. In kleine, zwarte Moleskine-boekjes maakt hij aantekeningen. Tussen de afspraken probeert zijn secretaresse een kwartiertje vrij te houden \u2013 zodat hij op adem kan komen of voor onverwachte dingen. Om een uur of halfzes zit het werk erop en trekt De Leeuw zijn jas weer aan. Een half uur later, stipt om zes, maakt de beveiliging een laatste rondje. Dan doven de lichten in het museum en op kantoor, en ratelen de rolluiken naar beneden.<\/p>\n<p>\u2018Hij en Gerlof,\u2019 zegt Taco Dibbits, \u2018leiden een heel regelmatig leven. Ik heb hem nog nooit uit de band zien springen. Dat kan ook niet met zoveel werk. Ronald is een echte vakmaniak. Zelfs op de personeelsborrels. Soms gaat het heel even over zijn huis in Itali\u00eb, maar dan komt hij razendsnel weer terug op het onderwerp werk. Er is geen vergadering waar hij verschijnt zonder de notulen te hebben gelezen. Hij leest al-tijd het Rijksmuseum-bulletin, en al-tijd zal hij er iets over zeggen. Hij is altijd overal op voorbereid.\u2019<\/p>\n<p>En hoe is die voorbereiding bijvoorbeeld bij een vraaggesprek? In kreukvrij donkerblauw, de schoenen gepoetst, het overhemd gestreken, nodigt hij je ontspannen binnen op zijn werkkamer in de statige kantoorvilla aan de Hobbemastraat, waar vroeger kunstverzamelaar Fritz Mannheimer woonde. De vragen heeft hij drie dagen daarv\u00f3\u00f3r al ingezien \u2013 \u2018dat wil hij nu eenmaal graag,\u2019 zegt Boris de Munnick, zijn voorlichter. De Leeuw zal vriendelijk koffie schenken, strategisch zijn in zijn antwoorden en af en toe een daverende lachsalvo laten horen. Liever bijt hij zijn tong af dan toe te geven dat het besluit van Ronald Plasterk onlangs om het Nationaal Historisch Museum aan Arnhem en niet aan Amsterdam te gunnen, hem zwaar heeft teleurgesteld. \u2018Niet onbillijk,\u2019 noemt hij die beslissing in plaats daarvan. Kritische noten van medewerkers en ex-medewerkers zal hij steeds pareren, en bovenal zal hij zijn interviewster bedelven onder een vrijwel continue woordenstroom.<\/p>\n<p>Hij praat over de succesvolle Rembrandt-Caravaggio-tentoonstelling vorig jaar, die zijn idee was. \u2018Ik ben iemand van de synthese \u2013 dat is mijn kracht.\u2019 Over het \u2018verrukkelijke team\u2019 dat hij nu heeft en waardoor hij het museum weken, soms maanden achter zich kan laten: \u2018Anders organiseer je het als directeur niet goed.\u2019 Over zijn \u2018mentale make up\u2019: onderwerpen die hem aan het hart liggen \u2013 zoals de publieksvriendelijke koers die het Rijksmuseum in de toekomst gaat varen. Over de nadruk op het verhaal dat hij wil vertellen in plaats van de feiten rond een kunstwerk: \u2018Carry your knowledge lightly. Musea zijn er om kunst te tonen, geen kunstgesch\u00ed\u00e9denis.\u2019 En over de uitbreiding van het verzamelbeleid in het Rijksmuseum naar moderne kunst. \u2018We moeten het gewoon accepteren: twintigste-eeuwse kunst wordt oude kunst. Dat weten ze bij het Louvre, de Hermitage en het Metropolitan ook allang.\u2019 In vergelijking tot tien jaar geleden noemt hij zichzelf \u2018een betere directeur\u2019. \u2018Ik ben beter gaan luisteren en beter gaan communiceren. Ik heb leren inzien dat je een probleem links de deur kunt uitdoen, maar dan komt er rechts weer een ander probleem binnen.\u2019 \u2018Geduld,\u2019 zegt hij. \u2018D\u00e1t is belangrijk.\u2019 En zachter: \u2018Soms lukt me dat.\u2019<\/p>\n<p>Ronald de Leeuws Rijksmuseum oogt transparant en eigentijds, met vlotte, vriendelijke mensen op de afdelingen communicatie, educatie en collectie. De kamergeleerden die met een vergrootglas prenten, schilderijen of zilvermerkjes bestuderen, zitten ver uit het zicht opgeborgen op de Frans van Mierisstraat. En nieuws dat vanuit het Rijksmuseum naar buiten sijpelt, is tot in de puntjes geregisseerd.<\/p>\n<p>De Leeuw zelf oogt als de erudiete en open manager die ze bij het departement zo graag aan het roer van het Rijks zien. De jaarverslagen van het museum zijn er sinds zijn komst uit gaan zien als glossy relatiegeschenken, met veel plaatjes en luchtige verhalen en alle cijfers op een rijtje achterin \u2013 inclusief De Leeuws eigen jaarsalaris van 169.147 euro (in 2005). \u2018Als de deur van de directeurskamer niet dicht is, kun je altijd binnenlopen,\u2019 zegt Pia van de Wiel van het directiesecretariaat. \u2018Laatst nog schreef een directielid in het personeelsblaadje: \u201cGoede idee\u00ebn zijn altijd welkom.\u201d En zo is het.\u2019<\/p>\n<p>Maar hoe eigentijds is een \u2018topdown-manager\u2019, die alleen functioneringsgesprekken houdt met twee mededirecteuren en vijf hoofden? \u2018Hoe dichter je bij Ronald in de buurt staat,\u2019 weet Taco Dibbits, \u2018hoe meer je van zijn beslissingen begrijpt.\u2019 Maar de meesten st\u00e1\u00e1n niet dicht bij hem in de buurt. En Gary Schwartz zegt: \u2018De Leeuw doet alsof hij in een verscheidenheid van meningen is ge\u00efnteresseerd, maar dat is hij helemaal niet. Hij is een machthebber achter gesloten deuren.\u2019<\/p>\n<p>Schakel in een schakelarmband<\/p>\n<p>Een kier van die gesloten deur knarst open als je weet dat het Rijksmuseum maar \u00e9\u00e9n van de vele functies is die Ronald de Leeuw bekleedt. In de jaarverslagen staan zijn nevenfuncties keurig vermeld. Het zijn er negenenveertig. De Leeuw heeft meer adviseurschappen, zit in meer besturen en leent zijn naam aan meer comit\u00e9s van aanbeveling dan je als normaal mens voor mogelijk kunt houden, naast het leidinggeven aan driehonderdvijftig man personeel. In feite doet hij zoveel dat het Rijksmuseum eerder een schakel in een schakelarmband lijkt dan de kroon op zijn werk.<\/p>\n<p>\u2018Ronald is heel extern gericht,\u2019 noemt Truze Lodder, zakelijk leider van De Nederlandse Opera, dat. \u2018Hij maakt zich niet afhankelijk van die ene baan bij het Rijks.\u2019 \u2018Hij is zo iemand,\u2019 voegt oud-staatssecretaris van Cultuur Aad Nuis eraan toe, \u2018die achter de schermen aan de hendels trekt van wat ik de \u201cmachinekamer van de cultuur\u201d noem.\u2019<\/p>\n<p>Wie elkaar kent, helpt elkaar. Als Wim Pijbes van de Rotterdamse Kunsthal lid wordt van de Raad van Toezicht van het Rijksmuseum, organiseert De Leeuw een tentoonstelling in de Kunsthal. Als Jan Maarten Boll, voorzitter van de Vereniging Rembrandt, lobbyt voor de financiering van \u2018Catrina\u2019, dan is het prettig om te weten dat Ronald de Leeuw lid is van het dagelijks bestuur van dezelfde Vereniging Rembrandt.<\/p>\n<p>Tussen de nevenfuncties zitten erebaantjes, zoals bij het Comit\u00e9 van Aanbeveling van het Nationaal Muziekinstrumentenfonds of van grafisch museum de Beyerd in Breda. Violist Theo Olof, voorzitter van het Nationaal Muziekinstrumentenfonds, antwoordt op de vraag naar de betrokkenheid van De Leeuw: \u2018Wie zegt u, Ronald de Leeuw? Heeft die iets met ons te maken? Ooooh?! Dat wist ik niet.\u2019<\/p>\n<p>Maar er zijn ook heel invloedrijke nevenfuncties. Zoals het voorzitterschap van de groep grote Europese museumdirecteuren die de Europese Commissie adviseert over subsidieaanvragen voor pan-Europese tentoonstellingen. Of het prestigieuze lidmaatschap van wat heel onopvallend \u2018The Steering Committee of Organizers of International Exhibitions\u2019 heet en door insiders de \u2018Bizot-groep\u2019 wordt genoemd, omdat het is opgericht door Ir\u00e8ne Bizot, het voormalige hoofd van het reusachtige Franse museumorgaan \u2018R\u00e9union des Mus\u00e9es Nationaux\u2019. De Bizot-groep is een informeel, zeer exclusief netwerk van de allermachtigsten op museumgebied: Philippe de Montebello van het Metropolitan Museum in New York zit erin, Neil MacGregor van het British Museum in Londen, Michail Pjotrovski van de Hermitage in Petersburg, Henri Loyrette van het Louvre in Parijs, \u00e9n Ronald de Leeuw.<\/p>\n<p>Zo\u2019n een \u00e0 twee keer per jaar komt de Bizot-groep bij elkaar, binnenkort, in oktober, in de Hermitage in Petersburg. Van die bijeenkomsten worden, anders dan bij bijvoorbeeld het ICOM, een internationaal genootschap van museummedewerkers en -directeuren, geen notulen bijgehouden en maar heel sporadisch mededelingen naar buiten gedaan. Lid van de Bizot-groep kun je alleen worden na uitnodiging en ballotage. \u2018Noem het een loge,\u2019 zegt Gary Schwartz. \u2018U weet wel, zo\u2019n vereniging die in de bouwwereld of de financi\u00eble wereld verboden zou worden.\u2019<\/p>\n<p>Op de Bizot-bijeenkomsten worden belangrijke beslissingen en beleidslijnen voorgekookt over collectiemobiliteit, restitutie van oorlogskunst, de organisatie van grote blockbusters. Zo wordt in 2002 een op het oog spontaan manifest door een aantal Europese museumdirecteuren gepubliceerd, waarin zij pleiten om een historische grens te stellen aan de restitutie van roofkunst. Die grens zou moeten liggen \u2018bij tijden waar andere gevoeligheden dan nu heersten\u2019.<\/p>\n<p>Het klinkt wat cryptisch, maar iedereen weet welke tijden worden bedoeld: de achttiende en negentiende eeuw, toen westerlingen onbekommerd kunstschatten uit hun kolonies mee naar huis namen of botweg kunst stalen uit landen die minder hoog in de hi\u00ebrarchie van staten scoorden. Zo ook de Britten.<\/p>\n<p>En laat nu het British Museum de Elgin Marbles, de beroemde friezen van het Griekse Parthenon, in zijn bezit hebben. En laat nu Griekenland zich in 2002 opmaken voor de Olympische Spelen, met onder andere de bouw van een nieuw, aan alle moderne eisen voldoend Parthenon-museum. De Grieken doen waar Neil MacGregor van het British Museum bang voor is: ze eisen de marmeren beelden terug. Tot op heden, onder andere dankzij de lobby van de Bizot-groep, zonder succes.<\/p>\n<p>Een manifest als dat over de Elgin Marbles zorgt voor een bittere smaak \u2013 want waarom zouden de Parthenon-friezen niet mogen terugkeren naar het Parthenon-museum als ze destijds zijn gestolen door de Britten? \u2013 maar de Bizot-groep doet ook goede dingen. Zo pleiten leden van de groep al jaren op tal van conferenties en symposia voor een versoepeling van de rechten voor bruikleenverkeer en het doorbreken van de gewoonte om geld voor bruiklenen aan collega-instellingen te vragen. Ronald de Leeuw is een van de key note speakers op dat soort bijeenkomsten. Gevat \u00e9n precies formulerend staat hij voor de microfoon, sprekers uit binnen- en buitenland hangen aan zijn lippen.<\/p>\n<p>\u2018Daar schittert hij,\u2019 zegt Schwartz die een aantal malen werd uitgenodigd om op grote bijeenkomsten te brainstormen over de toekomst van het Rijksmuseum. \u2018Ronald heeft het vermogen om iedereen op zijn gemak te stellen. Hij weet een grote sfeer van vertrouwelijkheid te scheppen.\u2019 \u2018Het voelt als een vriend,\u2019 zegt Truze Lodder, zakelijk directeur van de Nederlandse Opera.<\/p>\n<p>Die vertrouwelijke sfeer ontstaat ook snel tijdens een interview met De Leeuw. Ondanks zijn lengte \u2013 De Leeuw is meer dan twee meter lang \u2013 imponeert hij niet zozeer, als dat hij charmeert. \u2018Ik was eerlijk waar, een erg verlegen jongetje vroeger. Als ik in Rotterdam in de Schouwburg naar de kassa moest om een kaartje te kopen, brak het angstzweet me uit. Bij mijn eerste baan bij de Rijksdienst Beeldende Kunst duwde ik bij openingen de microfoon altijd in andermans handen, zodat ik zelf maar niets hoefde te zeggen. Totdat mijn baas Robert de Haas me de microfoon teruggaf en me alleen op het podium achterliet. Toen m\u00f3\u00e9st ik wel.\u2019<\/p>\n<p>Blijdschap uitstralen<\/p>\n<p>Hij is geboren op 5 oktober 1948 in Rotterdam. \u2018Een goed jaar, grappen we altijd tegen elkaar,\u2019 zegt Truze Lodder (1948). Beeldende kunst speelt in het leven van het gezin De Leeuw geen rol. De Leeuws vader drijft een bonthandel in de Passage in Schiedam, waar het jongetje Ronald vaak tussen de middag te vinden is. Al vanaf heel klein raakt hij betoverd door de luxe, de strelende zachtheid en de glans van dierenvachten. Daarnaast is hij veel in de weer met het opstellen van zijn speelgoed: hoe mooier zijn poppetjes staan, hoe tevredener het kind. De jonge Ronald kan goed leren en hij gaat naar het Gymnasium in Schiedam, waar hij in aanraking komt met literatuur, kunst \u00e9n muziek.<\/p>\n<p>Op zijn dertiende beeft de wereld op zijn grondvesten. Vrienden maar ook vijanden van De Leeuw praten er besmuikt over: De Leeuws vader pleegde zelfmoord. Wat doet dat met een kind, zeker met een enig kind dat zonder broertjes of zusjes opgroeit? Ontwikkelt hij een overbezorgdheid voor de mensen in zijn directe omgeving? Wordt hij extreem ambitieus? Onzeker? Kruipt hij weg in zijn schulp?<\/p>\n<p>\u2018Je weet niet hoe zo\u2019n gezinsdrama uitwerkt,\u2019 zegt een goede vriendin, \u2018maar ik heb me er altijd over verbaasd met hoeveel toewijding Ronald voor zijn moeder en later ook haar vriend heeft gezorgd. Wat Gerlof en hij allemaal deden en regelden, iedere week, ondanks hun drukke werk! Je bent gauw geneigd om ze in een hokje te duwen: twee homo\u2019s met een gigantisch esthetisch bewustzijn waar alles thuis precies op de juiste plaats moet staan. Maar Ronald en Gerlof zijn ongelooflijk warme en lieve mensen, die dwars door alle sociale lagen heengaan.\u2019<\/p>\n<p>\u2018Hij duldt niet zo bar veel mensen in zijn naaste omgeving,\u2019 zegt een goede kennis. Mensen die lang met hem hebben gewerkt, zoals Robert de Haas, oud-directeur van de Rijksdienst Beeldende Kunst en de Rotterdamse Kunststichting, prijzen hem als briljant man, maar persoonlijk bevriend, zoals De Haas dat wel is geworden met oud-collega\u2019s Gijs van Tuyl of Evert van Straaten \u2013 nee, dat niet. \u2018Gerlof,\u2019 benadrukt een oud-medewerker, \u2018dat is de enige mens die hij w\u00e9rkelijk vertrouwt.\u2019 \u2018Ik denk dat hij sinds de dood van zijn vader in wezen heel eenzaam is,\u2019 zegt een vriendin. \u2018Voor Gerlof gaat hij snoeihard door riemen en ruiten. Zo is hij een keer bij de koningin te eten uitgenodigd, maar Gerlof mocht niet komen. Toen was Ronald heel duidelijk, principieel: \u201cAls Gerlof niet welkom is, kom ik ook niet.\u201d Uiteindelijk ging de koningin overstag.\u2019<\/p>\n<p>De gezinstragedie heeft ook financi\u00eble consequenties. De Leeuws moeder kan de bonthandel niet meer aanhouden en verkoopt de zaak een jaar na de dood van haar man. In NRC Handelsblad zegt De Leeuw in 2000 over die verkoop: \u2018Daarna hadden we het niet ruim meer thuis.\u2019<\/p>\n<p>Dat geldgebrek is de reden dat De Leeuw na het gymnasium eerst een jaar een opleiding voor accountant volgt, waarbij de student meteen ook salaris krijgt uitbetaald. Maar musea hebben zijn grote liefde. In zijn gymnasiumtijd kan hij uren ronddwalen in Boijmans-van Beuningen en het Schiedams Museum, waar Pierre Janssen conservator is. Zijn andere liefde is de bioscoop, waar hij zich in het donker vergaapt aan de mierzoete glitterromantiek van de Sissi-films, aan het epische drama van Ben Hur, maar vooral aan Stanley Kubricks Spartacus. Hij valt niet zozeer op de halfnaakte slavenrebel, een rol van Kirk Douglas, als wel op de grimmige en op macht beluste Romeinse senator Crassus, die volgens De Leeuw briljant door Laurence Olivier wordt vertolkt.<\/p>\n<p>Na afronding van zijn accountantopleiding besluit hij in 1969 toch kunstgeschiedenis in Leiden te gaan studeren, een beslissing die vooral wordt ingegeven door het Rijksmuseum van Oudheden op het Rapenburg en in het bijzonder de afdeling Egyptische kunst daar. De Leeuw wordt een pendelende student, geen feestnummer. Als hij Gerlof Janzen ontmoet, die in Rotterdam medicijnen studeert, weet hij meteen \u2018Dit is de grote liefde. Dit is als het kan voor altijd.\u2019 De liefde is wederzijds. Het stel gaat samenwonen in 1972 in een huisje aan de Noordsingel.<\/p>\n<p>Truze Lodder, die het paar vele jaren regelmatig bij de opera in Amsterdam ontmoet, zegt: \u2018Ronald kan zoveel blijdschap uitstralen. Als een vertaling van Gerlof positief wordt besproken, zal hij je daar altijd op attenderen. Niet om op te scheppen, maar omdat hij echt geluk beleeft aan het succes van degene die hij liefheeft.\u2019<\/p>\n<p>Negentiende-eeuw-man<\/p>\n<p>Robert de Haas leert hem in Leiden kennen. \u2018Hij was jongerejaars. Een heel ernstig, heel serieus en heel gedreven jongmens. En wat goed is: hij deed ook nog dingen naast zijn studie. Ik herinner me dat hij een heel mooi boek samenstelde ter gelegenheid van het honderdjarig bestaan van de Haagse Kunstkring. Ik dacht toen al: verdorie man, er komt wel wat uit je handen!\u2019<\/p>\n<p>De Leeuw studeert in 1976 cum laude af op een onderwerp dat zijn levenslange passie zal blijven: de invloed van Wagner op de negentiende-eeuwse Franse schilderkunst. Daarna solliciteert hij bij de Rijksdienst Beeldende Kunst, wat dan nog de Dienst Verspreide Rijkscollecties heet. De Haas, in zijn statige huis vlakbij de Laan van Meerdervoort in Den Haag: \u2018Ronald werd aangesteld als Hoofd van de afdelingen Reizende Tentoonstellingen. Zijn voorganger Evert van Straaten had altijd iets tegendraads \u2013 zo van: ik doe het zelf wel, bemoei je er niet mee. Ronald was volgzamer naar mij als baas toe. Hij is autoriteitsbewust, maar wel zelfstandig. Ja, dat valt te rijmen.\u2019<\/p>\n<p>\u2018Hij leek bescheiden toen,\u2019 zegt ook Gary Schwartz, die De Leeuw leert kennen in 1985, als ze samen een tentoonstelling over Nederlandse schilderkunst in de Vancouver Art Gallery organiseren. \u2018Ronald deed museologisch handwerk, maakte beschrijvingen van objecten. Hij was vriendelijk en behulpzaam, en ik had niet het idee dat hij bij de Rijksdienst bezig was om zichzelf op te werken. Hij was serieus, publiceerde om de zoveel tijd een artikel; ik herinner me er een over ori\u00ebntalisme in de Nederlandse kunst. Ik vond hem toen aan de verlegen kant.\u2019<\/p>\n<p>De afdeling Reizende Tentoonstellingen is in de jaren zeventig nog piepklein. \u2018Je moest alles zelf doen,\u2019 herinnert De Haas zich. \u2018En tja, als je niet creatief was, dan gebeurde er dus gewoon niets.\u2019 Maar eind jaren zeventig, begin jaren tachtig verandert de houding op het departement: men wil een expansief buitenlands cultuurbeleid. De Haas: \u2018Ik gooide Ronald tien dagen na zijn aantreden al in het diepe: \u201cGa jij maar naar Polen,\u201d zei ik, \u201cen organiseer daar een tentoonstelling over vierhonderd jaar Pools-Nederlandse betrekkingen.\u201d Dat werd interessant. Anthon Beeke, onze vormgever, leerde Ronald hoe je zelfs van een tuttige gevelsteen met een Poolse ruiter erop een precieus kunstwerk kon maken, mits je die steen maar goed presenteert. Of dat je de muren van een museum een opvallende kleur kan geven, zodat de kunstwerken ineens in een heel andere sfeer worden getoond. Ja, dat Ronald die kansen he-le-maal goed heeft opgepakt, zie je aan zijn plannen voor de inrichting van het nieuwe Rijksmuseum. Ik zeg altijd: Benno Premsela begon als etaleur en eindigde als vormgever; Ronald zal eindigen als etaleur. Heus, daar is niets benepens aan.\u2019<\/p>\n<p>Bij de Rijksdienst leert De Leeuw generalistisch bezig te zijn zonder zijn specialisme te verliezen. Hij is een echte negentiende-eeuw-man. Dat is te merken aan de tentoonstellingen over de Haagse School, Hollandse Romantiek of tijdgenoten van Van Gogh die hij voor de Rijksdienst in Frankrijk en Japan organiseert. De Haas: \u2018Je hebt van die mensen die in alles zijn ge\u00efnteresseerd. Wel, dat is helemaal niets voor hem! Dat zag ik ook op vergaderingen. Ronald was ter zake, maar als zijn afdeling niet aan de beurt was, ging hij rustig boter-kaas-en-eieren zitten spelen of hij las Proust. Toch luisterde hij ondertussen met gespitste oren, of er niets ten nadele van hem werd gezegd.\u2019<\/p>\n<p>De Leeuw is \u2018tweehonderd procent effici\u00ebnt\u2019, zegt De Haas. \u2018Dat heeft goede kanten, maar ook minder goede. Tijdens de schoolreisjes die we bij de Rijksdienst maakten \u2013 een boottochtje met zijn allen naar Kinderdijk bijvoorbeeld \u2013 was hij zeker niet op zijn best. Ik heb er weleens een opmerking over gemaakt: \u201cRonald, dat soort uitjes is nuttig voor de teamgeest, voor het moreel.\u201d Maar Ronald houdt niet van small talk, is niet ge\u00efnteresseerd in kletspraatjes over politiek. Hij kan heel geestig zijn, maar alleen als mensen tegenover hem hem interesseren.\u2019<\/p>\n<p>Pietje precies<\/p>\n<p>In 1985 is het Van Gogh in Amsterdam hard op zoek naar een nieuwe directeur die het museum, dat dan twaalf jaar open is, transformeert van een wat suffig mausoleum waar \u00e9\u00e9n kunstenaar wordt gecelebreerd, tot een geoliede en publieksvriendelijke tentoonstellingsmachine. Simon Levie, die op dat moment naast het Rijksmuseum ook het Van Gogh \u2018erbij doet\u2019, is niet de geschikte man. Ted Meijer, bestuurslid van de Vincent van Gogh Stichting en Hoofd van de Directie Musea, Monumenten en Archieven bij het toenmalige ministerie van CRM, vraagt De Haas om met een voorstel voor een nieuwe, energieke directeur te komen.<\/p>\n<p>De Haas schenkt nog eens koffie in en leunt achterover in zijn fauteuil: \u2018Dat werd dus Ronald. Waarom? Omdat hij beantwoordt aan de criteria van een goede directeur: een grote visie, gedreven, oog voor detail. Zijn tentoonstelling over de Haagse School die hij bij de Rijksdienst maakte en die naar het Grand Palais, de Royal Academy en op een haartje na ook nog naar het Metropolitan in New York ging, getuigde van durf en inzicht. Daarbij is Ronald een uitgesproken pietje precies. Hij let op werkelijk elk detail. Dat heb ik zelf ook: ik erger me dood als een deurknop niet is gepoetst. Daar moet je op blijven hameren als museumdirecteur, ook als je medewerkers dat bemoeiallerig vinden.\u2019<\/p>\n<p>Louis van Tilborgh begint in 1986 als conservator in het Van Gogh te werken, in hetzelfde jaar als De Leeuw aantreedt. Van Tilborgh werkt nog steeds in het museum, tegenwoordig als senioronderzoeker bij het Van Gogh Research Project. \u2018Niemand kan het zich haast voorstellen,\u2019 zegt hij, \u2018maar het was een tijd waarin je als conservator weekenddiensten draaide aan de kassa. Aan het eind van de zondag telde je het geld en droeg dat maandag in een zakje over aan de administrateur.\u2019<\/p>\n<p>\u2018Het Van Gogh Museum stond stil,\u2019 zegt Van Tilborgh, \u2018maar met Ronald werd het hollen.\u2019 Alles gaat op de schop: er worden veel nieuwe mensen aangenomen, er wordt een wetenschappelijke afdeling opgericht en er wordt een nieuwe tentoonstellingsvleugel gebouwd waarvoor De Leeuw 37,5 miljoen gulden bij een Japanse sponsor lospeutert. Ook komt er een opmerkelijk tentoonstellingsbeleid, waarvan de eerste \u2013 Monet in Holland \u2013 in 1986 exemplarisch is voor hoe De Leeuw het wil. Een grote naam, en van die naam een relatief onbekend facet uit zijn leven of werk. Een schilder uit de tijd van Van Gogh, maar heel anders van stijl. Bijzondere, en met engelengeduld losgezeurde bruiklenen. \u2018Want wat had het Van Gogh in die tijd aan internationale contacten of reputatie?\u2019 vraagt Van Tilborgh retorisch.<\/p>\n<p>De expositie wordt de prelude tot even zorgvuldig uitgedachte tentoonstellingen rond kunstenaars bij wie De Leeuw zich als een vis in het water voelt: Strindberg, Puvis de Chavannes, Redon, Von Stuck \u2013 symbolisten en realisten, dromers, idealisten en utopisten, die allemaal rond het keerpunt van een eeuw cirkelen. Bovendien slaagt De Leeuw erin om in 1990 een enorme blockbuster rond het herdenkingsjaar van Van Gogh te organiseren. \u2018Die tentoonstelling,\u2019 zegt Van Tilborgh, \u2018zette ons met een grote klap op de kaart.\u2019<\/p>\n<p>De Leeuw gaat verzamelen. \u2018Verzamelen is de levensader van ieder museum,\u2019 vindt hij, maar bij het Van Gogh is die levensader bijna opgedroogd. Budget voor aankopen is er niet, maar wat kan het schelen? De periode tussen 1850 en 1920 wordt aandachtsgebied, en daaruit niet alleen de kunstenaars met wie Van Gogh zich verwant zou hebben gevoeld. De Leeuw wil van het modernistische keurslijf af, net als zijn collega Rudi Fuchs dat in het naburige Stedelijk Museum doet voor de twintigste eeuw. Niet langer is de negentiende eeuw het verhaal van Delacroix, Courbet, Manet, de impressionisten en post-impressionisten, schilders die als kleurrijke veters aan elkaar klitten in een opgaande lijn richting moderne tijd. De negentiende eeuw is chaos, debat, tegenstrijdigheden, nieuwe tijd die tegen oude tijd opbotst, revolutionairen versus contrarevolutionairen, protserige zwier versus armetierige soberheid. De negentiende eeuw is in De Leeuws visie \u00e9\u00e9n grote eclectische borduurlap en die borduurlap hangt hij in het Van Gogh triomfantelijk uit.<\/p>\n<p>Oud dametje<\/p>\n<p>\u2018Hij weet je belangstelling zo slim te prikkelen,\u2019 herinnert oud-staatssecretaris van Cultuur Aad Nuis zich. \u2018Elke museumdirecteur klaagt er altijd over dat hij te weinig geld heeft. Maar als iemand met een goed plan komt, dan is er altijd geld, ergens. \u201cDe pot Algemene Onderuitputting\u201d noemde Gerrit Zalm, de voormalige minister van Financi\u00ebn dat. Die pot verdelen we bij het kabinet niet ponds-pondsgewijs. Inderdaad \u2013 het is misschien niet eerlijk, maar w\u00e9l verstandig.\u2019<\/p>\n<p>Frits Duparc, directeur van het Mauritshuis in Den Haag, is de eerste die bij Nuis langskomt om een deel uit die pot te vragen voor de aankoop van de laatste Hobbema die op de markt komt. Daarna komen er meer directeuren. Ronald is een van hen.<\/p>\n<p>Nuis: \u2018Hij sleepte me mee naar een boerderijtje ergens in de Achterhoek of in Twente. Ik moest op vertrouwen meegaan, al mijn afspraken afzeggen en geheim houden wat ik zou zien. Het was al donker toen we aankwamen bij een oud dametje dat helemaal alleen woonde. Het was krankzinnig: haar hele huis, van de gang tot aan de zolder, op de wc, de trap, hing stampvol werk van de Franse symbolist Odilon Redon. \u201cDie kunst hangt hier levensgevaarlijk,\u201d zei Ronald tegen me, \u201cvroeg of laat wordt deze mevrouw beroofd.\u201d En of ik er maar voor kon zorgen dat die collectie naar het Van Goghmuseum kwam. Dat kostte wel een paar centen.<\/p>\n<p>Ik ging aan de slag, want Ronald is een bevlogen man. Er zijn er een paar in de museumwereld die eruit springen. Jan Vaessen van het Openluchtmuseum in Arnhem is zo iemand. Ronald is er ook een.<\/p>\n<p>Natuurlijk kon ik geen honderd procent open kaart tegenover de Kamer spelen, want dan lagen die Redons op straat. De erfgenamen waren als de dood voor dieven en voor de belastingdienst.\u2019<\/p>\n<p>\u2018Het was in zekere zin geniaal wat hij deed,\u2019 zegt Van Tilborgh terugkijkend, \u2018maar ook ontzettend vermoeiend. En voor sommige mensen in het museum ging hij te snel. Ronald neemt het initiatief en laat dat niet meer los. Hij is overweldigend. Je k\u00fant met hem discussi\u00ebren, maar alleen met veel moeite, want hij houdt graag het woord. Ronald loopt altijd voor de troepen uit, op alle fronten. Hij heeft een onmetelijk grote dadendrang en de wil om zoveel mogelijk dingen op zijn kop te zetten. Daarbij heeft hij oog voor alle details en is hij een ontzettende perfectionist. In de praktijk betekende het dat er voortdurend werd ge\u00efmproviseerd. Improviseren tot je er dood bij neervalt \u2013 dat was zijn adagium. Dus holden we van het een naar het ander.\u2019<\/p>\n<p>Gary Schwartz: \u2018In het Van Gogh ontwikkelde hij aan alle kanten uitdagingen. Het museum werd er spannender van, maar er kwam ook meer persoonlijke spanning. Die sfeer schiep hij bewust.\u2019<\/p>\n<p>Truze Lodder was destijds lid van de Raad van Toezicht van het Van Goghmuseum. \u2018Ronald was een z\u00e9\u00e9r aanwezige directeur, iemand die alle touwtjes in handen hield. Ronald informeerde ons vier \u00e0 vijf keer per jaar heel uitgebreid en correct \u2013 hij beschouwde de Raad van Toezicht als sparring partners. Want nee, die had hij niet in het museum. Hij had een centralistische manier van leidinggeven en was de beslisser op alle terreinen. Zijn zakelijk directeur bijvoorbeeld, die was bij wijze van spreken meer een hulpkracht. Ronald vormde zeker geen gelijkwaardig duo met hem, zoals Pierre Audi en ik dat bij de Opera zijn.\u2019<\/p>\n<p>\u2018Het k\u00f3n allemaal,\u2019 zegt Van Tilborgh, \u2018en het was een tijd heel leuk om zo te werken. Maar we groeiden groter, kregen belangrijkere bruiklenen, organiseerden omvangrijkere exposities waarbij meer instellingen en dus ook meer mensen betrokken waren \u2013 dan k\u00fan je niet meer op het laatste moment alles veranderen, zoals Ronald wilde.\u2019<\/p>\n<p>Als De Leeuw eind 1996 bekendmaakt dat hij naar het Rijksmuseum overstapt, komt dat niet, volgens Lodder, \u2018als een bliksemslag bij heldere hemel\u2019. \u2018Er is niets,\u2019 zegt ze, \u2018dat niet goed ging in het Van Gogh. De bezoekcijfers waren omhoog gegaan, internationaal was het museum een partner geworden om rekening mee te houden, budgettair was het allemaal in orde. Maar de manier waarop Ronald de boel organiseerde was zo dominant dat het verstikkend werkte. Iedereen begreep dat dit niet zo heel veel langer door kon gaan, dat hij zelf ook aan verandering toe was.\u2019<\/p>\n<p>\u2018Er heerste half opluchting,\u2019 zegt Van Tilborgh, \u2018zo van h\u00e8 h\u00e8, daar gaat-ie eindelijk. Maar ook half verdriet. We hadden tien jaar lang ontzettend op onze tenen gelopen en er waren inderdaad sleetse plekken ontstaan. Maar we zagen wel hoe goed hij was en hoe betrokken bij het museum. Ronald maakte altijd een opmerking als je een schilderij op zaal had verhangen. Zijn opvolger, John Leighton, deed andere goede dingen, maar d\u00e1t deed hij niet.\u2019<\/p>\n<p>Koudwaterschok<\/p>\n<p>De Raad van Toezicht van het Rijksmuseum benadert De Leeuw voor het directeurschap na doorslaggevend advies van de toenmalige directeur-generaal van het ministerie van OCW, Jan Riezenkamp. De Leeuw antwoordt: ja, graag. Want directeur zijn van het Rijksmuseum, die tempel vol kunst, Cuypers schatkamer uit 1885 \u2013 dat is het hoogste wat een museumman zich kan wensen. De Leeuw is ambitieus en hij is niet bang.<\/p>\n<p>Hij krijgt van de Raad van Toezicht drie opdrachten mee: hij moet het gebouw dat aan alle kanten is dichtgebouwd openbreken en renoveren; hij moet de gescheiden collecties tot een eenheid smeden en \u2013 last but not least \u2013 hij moet de organisatie moderniseren. En die organisatie \u2013 daar is het Rijksmuseum berucht om.<\/p>\n<p>Statisch, hi\u00ebrarchisch, een negentiende-eeuws bolwerk. Wie in het Rijksmuseum gaat werken, doet dat voor zijn leven. Een voorbeeld: Arthur van Schendel komt in 1933 als volontair in het museum werken. Hij werkt zich op via assistent van de afdeling Schilderijen tot hoofd van die afdeling. In 1959 wordt hij directeur. Als hij afscheid neemt in 1975 wordt hij in het jaarbericht van het museum gememoreerd als de kortst zittende directeur van het museum.<\/p>\n<p>Iedere afdeling, of het nu die van Schilderijen, Tekeningen en Prenten, Kunstnijverheid, Geschiedenis of Beeldhouwkunst betreft, heeft zijn eigen directeur of hoofd. \u2018Die hoofden,\u2019 zei een oud-werknemer eens die onder Henk van Os werkte, \u2018gedroegen zich als goden.\u2019 \u2018De afdelingen,\u2019 zegt De Leeuw, \u2018waren graafschappen. Er waren er drie\u00ebndertig toen ik aantrad, met allemaal eigen financi\u00eble zeggenschap. Dat was als span of control heel lastig. Hoeveel bordjes kun je op stokjes laten draaien zonder dat er \u00e9\u00e9n valt?\u2019 Robert de Haas: \u2018Het Rijksmuseum is een heel immobiel instituut. Wil je daar iets veranderen, dan m\u00f3et je wel met ijzeren hand regeren.\u2019<\/p>\n<p>Ook al voor de komst van De Leeuw probeert het ministerie om de organisatie op te schudden en de financi\u00eble huishouding gezond te maken. Een oud-werknemer herinnerde zich in 2000 in de Volkskrant: \u2018We noemden dat van buiten gehaalde bureau \u201cJonker Fris\u201d. Niemand nam het serieus, iedereen verzette zich er als gekken tegen.\u2019 Nuis: \u2018Leidinggeven aan het Rijksmuseum was de moeilijkste klus die er bestond. De vraag op het departement was dan ook niet of De Leeuw problemen zou krijgen, maar of hij eraan onderd\u00f3\u00f3r zou gaan.\u2019<\/p>\n<p>Zelf omschrijft De Leeuw de stemming bij zijn komst als: \u2018Pfoe, we zijn verzelfstandigd en we leven nog. En daar kwam ik: de verpersoonlijking van dat er t\u00f3ch nog dingen stonden te veranderen. Dat was een koudwaterschok voor de mensen.\u2019<\/p>\n<p>De Leeuw brengt het aantal directeuren terug tot drie, inclusief hemzelf. Een groot deel van het personeel wordt na zijn komst in 1996 onvrijwillig overgeplaatst, gaat vervroegd met pensioen, wordt ontslagen of zoekt zijn heil elders, buiten het museum. Wie niet in de smaak valt of het oordeel van de directeur in twijfel durft te trekken, zoals bijvoorbeeld masterplan-architect Hans Ruijssenaars of directeur Presentatie Annemarie Vels Heijn doet, heeft het moeilijk. Annemarie Vels Heijn stapt zelf op. Hans Ruijssenaars trekt zich zwaar gedesillusioneerd terug.<\/p>\n<p>In 2000 barst er een crisis uit tussen ondernemingsraad en directie. De Leeuw k\u00e1n en w\u00edl niet delegeren, is het verwijt. Hij is een intense ijdeltuit, een tiran die een eigen visie ontbeert en inhoud ontleent aan de idee\u00ebn van zijn voorganger Van Os. Het Rijksmuseum-gev\u00f3\u00e9l dat onder Van Os zou leven, maakt hij kapot.<\/p>\n<p>\u2018Och ja, ik ken het,\u2019 zegt De Leeuw. \u2018Dat beroemde wij-gevoel onder Van Os. Onder Van Os was alles beter. (lacht) Ik geloof dat Simon Levie me erop wees: \u201cRonald,\u201d zei Levie, \u201caan mij mankeerde ook altijd van alles. T\u00f3tdat ik wegging. Toen was ik ineens die lieve meneer Levie.\u201d Zo verging het ook Van Os: na zijn vertrek werd hij onmiddellijk heilig verklaard.\u2019 (bulderlacht) \u2018Er is dus maar \u00e9\u00e9n conclusie: als ik wil dat ze van me houden, moet ik weggaan.\u2019<\/p>\n<p>\u2018Het glas is bij De Leeuw altijd leeg,\u2019 zegt Vels Heijn in 2000 tegen de Volkskrant. \u2018Er heerst een atmosfeer van angst in het museum. Wie zich terugtrekt en onzichtbaar maakt, wordt niet ontslagen.\u2019 Een oud-werknemer die wel weg moet: \u2018Het is de combinatie van pesten en negeren die mensen de das omdoet.\u2019 Gary Schwartz, fijntjes: \u2018Ronald heeft er nooit blijk van gegeven erg betrokken te zijn bij goede werkverhoudingen.\u2019 Zijn vrouw, Loekie Schwartz, laconiek: \u2018Ronald is een schatje. Je moet alleen niet voor hem werken.\u2019<\/p>\n<p>Pieter van Zijl, als projectmanager van Stadsdeel Oud-Zuid betrokken bij alle vergunningen van het museum, maakt het mee. \u2018Als hij kwaad wordt,\u2019 zegt Van Zijl, \u2018z\u00f3\u00f3\u00f3! Dan is De Leeuw echt not amused. Het is niet dat hij schreeuwt, maar hij verheft zijn stem, de kleur van zijn gezicht en zijn ogen veranderen. Ik heb bij die gelegenheid meteen ingebonden. Waarom? Omdat het niet productief was om de ruzie aan te gaan.\u2019<\/p>\n<p>De Leeuw blijft er ontspannen bij zitten. Die eerste vier jaren waren \u2018heel zwaar\u2019, zegt hij. Ingewijden zeggen dat hij er toen serieus aan gedacht heeft om het bijltje erbij neer te gooien. \u2018Waarom zou een organisatie alleen van mij schrikken en ik niet van hen?\u2019 vraagt hij. \u2018Ik schr\u00f3k. De emoties gierden in die jaren door de gangen. In het Van Goghmuseum, dat relatief dartel was, kon iedereen zien wat het effect was van mijn strenge maar rechtvaardige beleid. Dat kon in het Rijksmuseum veel minder. Hier lopen vierhonderd mensen rond en de wandelgangen zijn hier extra lang. Te veel mensen vertellen elkaar alleen maar wat ze vrezen, en vrees is een slechte raadgever.\u2019<\/p>\n<p>De Raad van Toezicht beklemtoont in 2000 dat De Leeuw beter, of in ieder geval anders moet gaan communiceren. \u2018Herman Wijffels, de vroegere voorzitter van mijn Raad van Toezicht, zei tegen mij: \u201cRonald, emoties zijn ook feiten.\u201d En daar had hij gelijk in. Ik heb dat onderschat. Ik dacht: ze zien wel hoe redelijk mijn besluiten in de praktijk uitpakken. Maar dat zagen ze niet.\u2019<\/p>\n<p>Bouwketen en steigers<\/p>\n<p>Nu tien jaar later is het personeel vrijwel geheel ververst. Nieuwkomers, zoals Taco Dibbits of Pia van de Wiel, hebben geen zin om naar de crisisverhalen van de oudgedienden te luisteren. \u2018Dat soort verhalen kap ik meestal meteen af,\u2019 zegt Dibbits. \u2018Ik wil me daar zo veel mogelijk van afzijdig houden.\u2019<\/p>\n<p>In De Leeuws kamer in de Hobbemastraat breekt een bleek zonnetje door. Als hij iets bij het Rijksmuseum heeft bereikt, zegt hij, dan is het de gedachte veranderen die onder medewerkers leefde dat het Rijksmuseum er voor hem of haar was. \u2018Ik ben er op blijven hameren: \u201cHet museum is er niet primair voor jou. Het museum is primair een organisatie die iets wil doen voor het publiek.\u201d T\u00f3\u00e9n, in de beginjaren, moest \u00edk het zeggen. Nu zeggen de medewerkers het zelf. Dat is toch hartstikke leuk?\u2019<\/p>\n<p>Dat het personeel voor een groot deel is vernieuwd, wil niet zeggen dat er geen reorganisaties meer zijn. \u2018Ronald stapelt schoonmaak op schoonmaak,\u2019 zegt een medewerker. De laatste reorganisatie, waarbij Taco Dibbits hoofd werd van alle kunstafdelingen en oude hoofden als Reinier Baarsen en Frits Scholten weer gewoon conservator werden, dateert uit 2006. \u2018Sleutelen\u2019, noemt De Leeuw dat. \u2018Voortdurend onrust cre\u00ebren\u2019, zegt een ander.<\/p>\n<p>De buitenwereld ziet ondertussen de bouwketen en de steigers staan. Het Rijksmuseum, zeggen critici, is veranderd in een black box. De verbouwing zuigt steeds meer geld op. En al heeft Maria van der Hoeven, de vorige minister van OCW, het de Kamer op 31 januari van dit jaar nog zo expliciet beloofd \u2013 er zijn weinigen die geloven dat de verbouwing ook daadwerkelijk binnen de huidige begroting van 272 miljoen euro zal blijven. Er heerst immers een krapte op de bouwmarkt en de prijzen zijn gestegen.<\/p>\n<p>Van der Hoeven beloofde ook dat het museum in 2010 zal opengaan. Maar, opnieuw, wie gelooft dat? Men praat er niet graag over, maar nu de laatste bouwvergunning is afgegeven (waartegen tot half september bezwaar kan worden aangetekend), moet het bestek nog Europees worden aanbesteed, via advertenties, inschrijvingen en offertes die aannemers uitbrengen. De eerste schop, verwacht Pieter van Zijl, zal pas medio 2008 de grond ingaan.<\/p>\n<p>Tegen die tijd hangt Catrina Hoogsaet waarschijnlijk al in de Philipsvleugel, in de buurt van de Nachtwacht en de andere Rembrandts. In oktober zal minister Plasterk bij de presentatie van zijn najaarsnota bekendmaken wat hij voor \u2018Catrina\u2019 over heeft. Heus. Het zal genoeg zijn. Daarna moet de Britse regering de exportvergunning voor het schilderij wijzigen. Dat moet, want \u2018Catrina\u2019 staat op de toptienlijst van stukken uit Brits particulier bezit die het land niet mogen verlaten. Maar omdat het hier een aankoop betreft door het Rijksmuseum, zo verwacht iedereen, zullen de Britten soepel zijn en het exportverbod opheffen. \u2018Catrina\u2019 komt dan feitelijk weer thuis in haar land van herkomst.<\/p>\n<p>En de openingsdatum van het vernieuwde gebouw? \u2018Ooit,\u2019 zegt De Leeuw diplomatiek. \u2018Rond 2012, 2013,\u2019 schatten experts. Dat betekent dat het Rijksmuseum dan een kleine tien jaar is dicht geweest. Het betekent ook dat Ronald de Leeuw dan nauwelijks meer met zijn nieuwe museum kan experimenteren. Hij is dan vijfenzestig en gaat met pensioen.<\/p>\n<p>Ronald de Leeuw<\/p>\n<p>1948 Geboren op 5 oktober te Rotterdam<\/p>\n<p>1955-1961 lagere school, Schiedam<\/p>\n<p>1961-1967 Stedelijk Gymnasium, Schiedam<\/p>\n<p>1967-1968 Accountantsopleiding<\/p>\n<p>1969-1976 Studie Kunstgeschiedenis, Leiden (cum laude)<\/p>\n<p>1977-1984 Hoofd Tentoonstellingen Dienst Verspreide Rijkscollecties, Den Haag<\/p>\n<p>1984-1985 Hoofdconservator collecties Rijksdienst Beeldende Kunst, Den Haag<\/p>\n<p>1986-1996 Algemeen directeur Van Gogh Museum, Amsterdam<\/p>\n<p>1996-heden Hoofddirecteur Rijksmuseum, Amsterdam<\/p>\n<p>1994-heden Bijzonder Hoogleraar museumbeleid en geschiedenis van het verzamelen, Vrije Universiteit, Amsterdam<\/p>\n<p>2005 Benoemd tot \u2018Officier des Arts et ?des Lettres\u2019<\/p>\n<p>2007 Eredoctoraat universiteit van Melbourne, Australi\u00eb<\/p>\n<p>Bestuursfuncties bij onder meer: The Steering Committee of Organizers of International Exhibitions, Vereniging Rembrandt, College van Principalen (het Nieuwe Rijksmuseum), International Advisory Committee for the Hermitage, World Society of Skippers KLM, Stichting Nederlands Studenten Kamer Orkest, The Young Pianist Foundation.<\/p>\n<p>Ronald de Leeuw woont sinds 1972 samen met Gerlof Janzen. Het paar is getrouwd.<\/p>\n<p>VN 22 september 2007:<br \/>Herstel: De Leeuw<br \/>In het profiel van Ronald de Leeuw (VN 15-09-07) staat abusievelijk vermeld dat Gary Schwartz bij een tentoonstelling in Vancouver samenwerkte met De Leeuw. In plaats van dat de Philipsvleugel in het Rijksmuseum \u2018een schreeuw om aandacht\u2019 is, had Schwartz liever gezegd: \u2018Het museum is nu een schim van zichzelf. Met 400 objecten in plaats van duizenden klinkt de boodschap van het museum meer als kreten dan als een gedegen overzicht.\u2019<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Hij is een \u2018schatje\u2019, zegt de een. \u2018Een tiran,\u2019 zegt de ander. Hij is reusachtig, zeggen allen. Briljant, maar verstikkend. Bijna elf jaar lang zwaait Ronald de Leeuw nu de scepter over het Rijksmuseum in Amsterdam. In die jaren heeft hij naast lof ook veel kritiek geoogst. Portret van een saneerder die zichzelf ook als romanticus ziet. \u2018Ach, er is altijd wel een reden om niet van mij te houden.\u2019<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[27],"tags":[1267],"acf":[],"author_name":"Lucette ter Borg","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/114315"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=114315"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/114315\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Lucette ter Borg","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=114315"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=114315"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=114315"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}