
 {"id":114299,"date":"2007-09-15T00:00:00","date_gmt":"2007-09-14T22:00:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/soms-is-de-nood-zo-hoog-dat-je-moet-ingrijpen\/"},"modified":"2007-09-15T00:00:00","modified_gmt":"2007-09-14T22:00:00","slug":"soms-is-de-nood-zo-hoog-dat-je-moet-ingrijpen","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/soms-is-de-nood-zo-hoog-dat-je-moet-ingrijpen\/","title":{"rendered":"\u2018Soms is de nood zo hoog dat je m\u00f3\u00e9t ingrijpen\u2019"},"content":{"rendered":"<p>Interview Mient Jan Faber<\/p>\n<p>Onder de titel Neo Culpa publiceerde het Amerikaanse tijdschrift Vanity Fair begin dit jaar een gesprek met Richard Perle, architect van de oorlog in Irak, kopstuk van de neoconservatieve beweging en voormalig topadviseur van George Bush. Perle gaf toe dat de oorlog op een fiasco was uitgelopen \u2013 daar was geen ontkennen meer aan. Maar de neoconservatieve ideoloog bekende ook dat hij, als hij het over mocht doen, niet nog een keer voor een invasie zou pleiten. \u2018Als ik een vooruitziende blik had gehad, en had kunnen zien waar we ons nu in bevinden, en mensen me hadden gevraagd: \u201cMoeten we naar Irak?\u201d dan zou ik waarschijnlijk gezegd hebben: nee.\u2019<\/p>\n<p>Perle was niet de eerste bekende intellectueel aan de andere kant van de oceaan die publiekelijk bekende dat hij zich in Irak had vergist. Kort voor de inval in 2003 was het Francis Fukuyama, tot dan toe vurig voorstander van ingrijpen in Irak, die zich tegen de oorlog keerde. Sindsdien trok in de Amerikaanse media de ene na de andere intellectueel het boetekleed aan, van New York Times-columnist Thomas Friedman, die ooit nog had bepleit Saddam met kruisraketten op de knie\u00ebn te dwingen, tot houwdegen Robert Kaplan, die in Irak een ideaal bruggenhoofd zag voor het gewapenderhand verbreiden van de democratie in het Midden-Oosten. Van de zomer kwam ook Michael Ignatieff met een spijtbetuiging. In The New York Times bekende de Canadese mensenrechtenactivist, voorheen een uitgesproken voorstander van een humanitaire interventie in Irak, dat zijn emotionele verbondenheid met de Irakezen een realistische kijk op de situatie in de weg had gestaan.<\/p>\n<p>Maar terwijl de zelfkritiek aan de andere kant van de oceaan steeds luider klinkt, blijft het in Nederland opvallend stil. Van de commentatoren die indertijd de inval in Irak steunden, zijn de meesten simpelweg bij hun standpunt over de inval gebleven. Dat geldt niet alleen voor polemisten ter rechterzijde, zoals Leon de Winter, Afshin Ellian en Arend Jan Boekestijn, die altijd graag te keer gaan tegen de gelijkhebberij van links. Ook bedachtzamer commentatoren als Arie Elshout, adjunct bij de Volkskrant, hebben de afgelopen jaren vastgehouden aan hun steun aan de oorlog in Irak, ondanks het desastreuze verloop van de Amerikaanse missie.<\/p>\n<p>Een van de voorvechters van de \u2018rechtvaardige\u2019 oorlog is Mient Jan Faber, voormalig algemeen secretaris van het Interkerkelijk Vredesberaad. Aan de vooravond van de oorlog ontpopte hij zich tot voorstander van een omwenteling in Irak. Week in week uit verkondigde Faber op radio en tv dat het Iraakse volk recht had op bevrijding, desnoods met geweld, en zonder resolutie van de Veiligheidsraad. Voor velen kwam het als een verrassing: de voorman van de vredesbeweging die plotseling pleitte voor oorlogsgeweld. Maar zelf vond hij zijn standpunt geheel in lijn met zijn eerdere inzet voor humanitaire interventie op de Balkan, waar NAVO-bombardementen het regime van Milosevic op de knie\u00ebn dwongen. Binnen de vredesbeweging werd zijn strijdbare standpunt hem niet in dank afgenomen. Radicale pacifisten maakten hem voor verrader uit. In 2004 werd zijn functie afgeschaft, en vertrok hij naar de VU, om zich te gaan bezighouden met \u2018Human Security in War Situations\u2019. Nog steeds reist hij van het ene conflictgebied naar het andere. Binnenkort vertrekt hij weer naar Irak om oude vrienden op te zoeken en met eigen ogen te zien hoe de Irakezen proberen de burgeroorlog door te komen.<\/p>\n<p>Sinds de inval zijn er in Irak honderdduizenden mensen omgekomen en vier miljoen mensen op de vlucht gejaagd. Aan Amerikaanse zijde zijn vierduizend doden gevallen, en 28.000 gewonden. De internationale rechtsorde is geschonden, de regio is ontwricht, Irak is een broeinest van islamitisch terrorisme geworden. Is dat het allemaal waard geweest?<\/p>\n<p>\u2018Nee, natuurlijk is dat het n\u00f3\u00f3it waard geweest. Maar het is een oneerlijke vraag. Als je die vraag stelt aan de Irakezen, wat moeten ze dan antwoorden? Het is het niet waard geweest, doe ons dan toch maar de gifgasaanvallen van Saddam? Mensen met zo\u2019n dilemma opzadelen, is ethisch totaal onverantwoord. Waar het om gaat, is dat de Amerikanen en de internationale gemeenschap het beter hadden moeten doen in Irak. D\u00e1\u00e1r is het mis gegaan. En de bevolking is het slachtoffer.\u2019<\/p>\n<p>Verbondenheid met de Irakezen is voor Mient Jan Faber altijd de grote drijfveer geweest om te pleiten voor bevrijding van Irak, desnoods zonder VN-resolutie. In de jaren voor de inval was hij in het Koerdische Noord-Irak, waar Saddam Hoessein hele dorpen had laten uitmoorden met gifgas. Faber sprak met overlevenden die vertelden hoe hun familie was omgekomen, en hij besloot: deze mensen hebben er recht op bevrijd te worden, het regime van Saddam Hoessein moet weg. Hij sprak met soennitische, sjiitische en Koerdische oppositieleiders over Irak na de val van Saddam Hoessein. Maar toen hij begin 2003 zijn boodschap verkondigde in de media, kreeg hij kritiek, juist vanwege zijn persoonlijke betrokkenheid bij de onderdrukte Irakezen. Volgens Ineke Bakker van de Raad van Kerken liet hij zich er daardoor toe verleiden oorlog als de enige oplossing te zien.<\/p>\n<p>Precies dat verwijt maakt Michael Ignatieff zichzelf, in zijn mea culpa in The New York Times. Maar Mient Jan Faber wil daar niks van weten: solidariteit is niet iets dat je overboord kunt zetten.<\/p>\n<p>\u2018Op de dag van de inval in Irak zat ik bij Nova, en kreeg ik uiteraard de vraag of ik het ermee eens was. Toen heb ik gezegd: ik ben het er niet mee eens, maar ik vind w\u00e9l dat de Irakezen het recht hebben bevrijd te worden. Dat is het dilemma. Je wil solidair blijven, maar je moet je ook voortdurend afvragen waar die solidariteit toe leidt.\u2019<\/p>\n<p>Toch heeft u voor de inval gepleit.<\/p>\n<p>\u2018Nee, dat heb ik nooit gedaan. Ik heb altijd gepleit voor de bevrijding van de Irakezen, maar ik zei er altijd bij: zoals het nu gaat, kan het niet.\u2019<\/p>\n<p>Terwijl de Amerikanen de inval voorbereidden, zei u dat Irak bevrijd moest worden. Dan wist u toch dat uw pleidooi opgevat zou worden als steun aan de oorlog?<\/p>\n<p>\u2018Ik zie best het dilemma, maar ik heb besloten beide kanten te blijven benadrukken, zoveel ik kon: Irak moet bevrijd worden, maar niet op deze manier. Geen sterveling heeft dat begrepen op dat moment, omdat de sfeer zo was dat je alleen maar voor of tegen kon zijn. Maar ik weigerde te doen alsof dat dilemma niet bestond. Ik dacht: als ik nu opeens mijn mond hou over de bevrijding, pleeg ik verraad. Verraad aan mijn vrienden in Irak, en verraad aan mezelf.\u2019<\/p>\n<p>Als u had geweten wat u nu weet, had u dan nog steeds voor de bevrijding van Irak gepleit?<\/p>\n<p>\u2018Je kunt de geschiedenis niet over doen. Maar ook als ik de risico\u2019s volledig zou hebben gekend, had ik gezegd dat Irak bevrijd moest worden. Maar de vraag klopt niet, want die mogelijkheid is er niet. Je kunt de Irakezen ook niet vragen of ze liever door de kat of de hond gebeten worden. We moesten het doen met de kennis van dat moment. Natuurlijk waren er wel grote risico\u2019s dat het mis zou gaan. Ik hield mijn hart vast. Maar hoe erg het zou worden, was pas achteraf echt te zien.\u2019<\/p>\n<p>U heeft het steeds over de bevrijding van Irak. Maar Irak werd bij elkaar gehouden door de terreur van Saddam Hoessein. Was het niet ongelooflijk na\u00efef te denken dat Irak als staat kon blijven bestaan, en niet onmiddellijk uit elkaar zou vallen?<\/p>\n<p>\u2018Voor de inval heb ik uitgebreid met alle belangrijke oppositieleiders gepraat. Zij spraken over het voortbestaan van Irak als federale staat, ook de Koerden. Op dat moment leek dat een re\u00eble mogelijkheid. Dat zij er niet toe in staat waren, is pas later gebleken.\u2019<\/p>\n<p>Of wilde Mient Jan Faber toen niet zien hoe gruwelijk het mis kon gaan? De eerste fase van de oorlog verliep voorspoediger dan veel critici hadden verwacht. Toen Faber op televisie de beelden zag van juichende Irakezen langs de kant van de weg, moest hij denken aan de bevrijding in 1945, die hij als jongetje meemaakte aan de zijde van zijn vader, een Friese verzetsman. Maar de droom werd al snel verstoord. \u2018In de herfst van dat jaar was ik in Bagdad, in Sadr City. Daar vertelden de Irakezen dat ze gejuicht hadden toen de Amerikanen binnenreden, maar dat ze ook borden hadden klaarliggen met: Liberation yes, occupation no. Maar de Amerikanen maakten de ene blunder na de andere. Eerst probeerden ze Ahmed Chalabi als nieuwe leider te parachuteren, maar die had geen enkel vertrouwen van de bevolking. Toen besloten ze Paul Bremer aan te stellen als de nieuwe keizer van Irak. Daardoor hebben ze de Irakezen volledig tegen zich in het harnas gejaagd. Vanaf dat moment werden de Amerikanen alleen nog maar als bezetters gezien, en ging het echt mis.\u2019<\/p>\n<p>Heeft u zich in de Amerikanen vergist?<\/p>\n<p>\u2018Ik had gedacht dat ze het beter zouden doen. Dat ze er zo\u2019n rommel van zouden maken, had ik nooit gedacht. Ik ging ervan uit dat hun inlichtingendiensten twintig keer zo goed op de hoogte zouden zijn als ikzelf. Dat ze de belangrijkste mensen in de oppositie bij elkaar zouden halen. Dat ze rekening zouden houden met de politieke valkuilen. Het klinkt misschien goedgelovig, maar dat mag je toch verwachten van een supermacht.\u2019<\/p>\n<p>Al snel bleek dat er helemaal geen massavernietigingswapens waren.<\/p>\n<p>\u2018Voor de inval dacht iedereen dat die wapens er waren. Echt iedereen.\u2019<\/p>\n<p>Dat is niet helemaal waar. Wapeninspecteurs als Hans Blix hadden grote twijfels. En de uiteindelijke presentatie van Colin Powell voor de Veiligheidsraad was flinterdun.<\/p>\n<p>\u2018Er was inderdaad discussie over. Maar Saddam h\u00e1d geprobeerd een nucleair programma te ontwikkelen. Hij h\u00e1d geprobeerd biologische wapens te kopen. En hij h\u00e1d in het verleden chemische wapens ingezet. Mijn vrienden in Noord-Irak waren er allemaal van overtuigd dat hij het weer zou doen. Toen de Amerikanen de aanval inzetten, plakten ze allemaal hun ramen af met tape. En ik was ervan overtuigd dat als hij die wapens op dat moment niet had, hij geen moment zou aarzelen ze weer te ontwikkelen en te gebruiken als hij de kans zou krijgen. Daarom hadden de Amerikanen haast. Ze waren bang dat er niks gevonden zou worden, dat de sancties zouden worden opgeheven, en dat Saddam weer vrij spel zou krijgen.\u2019<\/p>\n<p>Er is vanaf het begin gezegd dat de inval in Irak in strijd was met het internationaal recht omdat er geen instemming was van de Veiligheidsraad.<\/p>\n<p>\u2018Dat vind ik geen doorslaggevend argument. Wat telt, is de binnenlandse situatie. Soms is de nood zo hoog \u2013 bijvoorbeeld als er een genocide aan de gang is \u2013 dat je m\u00f3\u00e9t ingrijpen, desnoods zonder de Veiligheidsraad.\u2019<\/p>\n<p>Hans Achterhuis schreef vorige week in NRC Handelsblad: \u2018Wie de strijd aangaat zonder uitzicht op een binnen een redelijke termijn haalbaar doel, mag nooit beweren dat hij een rechtvaardige oorlog voert.\u2019<\/p>\n<p>\u2018Een oorlog kan je alleen rechtvaardig noemen als er een redelijke kans op succes is. Maar Achterhuis suggereert ook, met zijn \u201credelijke termijn\u201d, dat je alleen interventies voor kortere tijd kunt plegen. Daar ben ik het niet mee eens. Een oorlog kan ook rechtvaardig zijn als er misschien wel tien of twintig jaar gevochten moet worden. Ik moet er niet aan denken dat de Amerikanen na Pearl Harbor hadden gezegd: nou, laat die Duitsers maar hun gang gaan, want als we ingrijpen, zou het best eens lang kunnen duren. In Nederland is het besef dat er soms echt gevochten moet worden helemaal weggezakt. Nederland houdt niet van oorlog. Als er over militaire missies wordt gesproken, hebben we het er vooral over hoe we ergens zo snel mogelijk weg kunnen komen. Zo is het ook in Irak gegaan, en zo dreigt het nu weer te gaan in Afghanistan.\u2019<\/p>\n<p>Bedoelt u dat Nederland in Uruzgan moet blijven?<\/p>\n<p>\u2018Ja, ik vind van wel. Als je belooft dat je een bijdrage zult leveren aan de stabiliteit in zo\u2019n land, moet je de consequenties dragen. Dan moet je niet weglopen.\u2019<\/p>\n<p>Volgens Michael Ignatieff begint een goed oordeel in de politiek met het besef wanneer we onze fouten moeten toegeven. Welke fouten heeft u zelf gemaakt in de aanloop naar de oorlog?<\/p>\n<p>\u2018Ondanks al mijn contacten in Irak heb ik onvoldoende voorzien dat het zo uit de hand zou lopen. Ik ben er door mijn gesprekken met allerlei groepen in Irak en Koerdistan geleidelijk achter gekomen dat de cultuur in die regio veel harder is dan je je als westerling kunt voorstellen. Je vijand van vandaag kan je vriend van morgen zijn, en je vijand van \u00f3vermorgen. Allianties wisselen razendsnel. Als ik dat toen beter geweten had, waren de alarmbellen misschien harder gaan rinkelen. Ik dacht dat de oppositieleiders hun verantwoordelijkheid zouden grijpen, maar ze waren allemaal bezig met hun eigen, ondoorzichtige belangen. Daar heb ik me echt in vergist. Ik denk wel eens, als ik de ellende in Irak zie: wat hebben we gedaan. Maar toch heb ik er geen spijt van dat ik gepleit heb voor de bevrijding van Irak. Je k\u00e1n je vrienden in Irak niet vertellen dat Saddam toch maar moet blijven zitten. Dat k\u00e1n niet. Ik zou dat nog steeds niet over mijn lippen kunnen krijgen.\u2019<\/p>\n<p>Spijt<\/p>\n<p>Francis Fukuyama<\/p>\n<p>Thomas Friedman<\/p>\n<p>Robert Kaplan<\/p>\n<p>Michael Ignatieff<\/p>\n<p>Geen spijt<\/p>\n<p>Afshin Ellian<\/p>\n<p>Leon de Winter<\/p>\n<p>Arie Elshout<\/p>\n<p>Arend Jan Boekestijn<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Terwijl in het buitenland de zelfkritiek van intellectuelen die de inval in Irak steunden steeds luider klinkt, blijft het in Nederland stil. De meeste voorstanders van een inval zijn bij hun standpunt gebleven. Zo ook Mient Jan Faber: \u2018Ook als ik de risico\u2019s volledig zou hebben gekend, had ik gezegd dat Irak bevrijd moest worden.\u2019<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[193,27],"tags":[],"acf":[],"author_name":"Thijs Broer","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/114299"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=114299"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/114299\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Thijs Broer","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=114299"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=114299"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=114299"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}