
 {"id":113375,"date":"2007-10-19T17:15:00","date_gmt":"2007-10-19T15:15:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/jan-wolkers-ik-denk-niet-dat-ik-in-mijn-leven-veel-gemorst-heb\/"},"modified":"2007-10-19T17:15:00","modified_gmt":"2007-10-19T15:15:00","slug":"jan-wolkers-ik-denk-niet-dat-ik-in-mijn-leven-veel-gemorst-heb","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/jan-wolkers-ik-denk-niet-dat-ik-in-mijn-leven-veel-gemorst-heb\/","title":{"rendered":"Jan Wolkers: \u2018Ik denk niet dat ik in mijn leven veel gemorst heb\u2019"},"content":{"rendered":"<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<p>04-02-2006<br \/>Coen Verbraak<\/p>\n<p>De jubileumtentoonstelling \u2018Jan Wolkers, hommage aan een dubbeltalent\u2019, biedt een overzicht van meer dan een halve eeuw beeldend werk en literatuur van de veelzijdige kunstenaar. Coen Verbraak sprak met hem over zijn scheppend bestaan. \u2018Als je ouder wordt, kun je je waarneming steeds beter uiten in je werk. Mijn werk wordt voor mijn gevoel steeds intenser.\u2019<\/p>\n<p>Hij mag dan onlangs tachtig geworden zijn, Jan Wolkers werkt nog bijna elke dag. Hij schrijft, of schildert in z\u2019n atelier. De laatste maanden is zijn productie iets teruggelopen, omdat hij vanwege wondroos aan beide enkels zes weken lang het bed moest houden. Doodziek was hij, van de hoge doses penicilline. Dat kon niet anders. Want aan wondroos kun je doodgaan. \u2018Balkenende had het ook. Maar bij hem was het een straf van God. Hij had het verdiend. Ik niet.\u2019 Wat hij die zes weken gedaan heeft? Nou, hij mocht zich dan \u2018bijna een lijk\u2019 voelen, dat was natuurlijk geen reden voor ledigheid. Hij heeft ondertussen een cursus cellospelen gevolgd. De afdruk van de steun staat nog in de matras. Inmiddels is hij dankzij zijn fabuleuze lichaamskracht \u00e9n de kundigheid van zijn fysiotherapeut weer zo goed als hersteld. Al schildert hij in zijn atelier nu tijdelijk nog zittend op een stoel. <\/p>\n<p>Achter ons staat het ontwerp van zijn Rembrandtmonument, dat op zijn verjaardag in Leiden werd onthuld. Vlak ernaast van een soortgelijk kunstwerk dat hij net heeft ontworpen voor de Keukenhof. En hij is ook weer aan het schrijven, zegt Wolkers. Waarom ook niet? \u2018Tachtig\u2019 betekent voor hem eigenlijk niets. Hij is nooit met leeftijden bezig geweest. \u2018Heb je ooit aan mij gemerkt dat ik me oud voelde?\u2019 vraagt hij aan zijn vrouw Karina. \u2018Nee, h\u00e8?\u2019 Ze glimlacht en schudt haar hoofd. \u2018Ik heb toch geen moment last gehad van mijn leeftijd? Ik heb juist altijd heel erg veel gekund. Leeftijd heeft daar niet veel mee te maken. Welnee. Ben je g\u00e9k! Ga maar eens naar het Frans Hals-museum. Die laatste schilderijen, die Hals maakte toen hij rond de tachtig was, zijn werkelijk fenomenaal. Ik hoop dat dat ook voor mijn werk geldt.\u2019<\/p>\n<p>We zitten in de lichte woonkamer van zijn huis op Texel, met riant zicht op de tuin waar de winter langzaam binnensluipt. Het gesprek laat zich geen moment in vastomlijnde oevers dwingen, maar meandert in onvoorspelbare bochten van onderwerp naar onderwerp. Binnen \u00e9\u00e9n minuut gaat het zowel over God, voetbal en de kwaliteiten van Hans Teeuwen \u2013 \u2018Wat is die jongen g\u00f3\u00e9d!\u2019 \u2013 als over de schoonheid van Texel en de grenzeloze uitgestrektheid van de kosmos. Terwijl Wolkers vertelt, met dat intrigerende, slepende stemgeluid dat zijn woorden een oudtestamentische nadruk geeft, blijven de blauwe ogen vrijwel onafgebroken gefixeerd op de tuin. Want kijk, daar zit een koperwiek. Zie ik hem? D\u00e1\u00e1r, net achter die twee merels. \u2018Kijken is heel belangrijk voor mij,\u2019 zegt hij. \u2018Ik kijk altijd. Er kan mij geen vogel ontsnappen.\u2019<\/p>\n<p>Ook de rode kat komt bepaald geen aandacht te kort. \u2018Dag jochie,\u2019 zegt Wolkers vertederd, terwijl het beest zich tegen zijn linkerhand aanschurkt en zich daarna mauwend op zijn achterpootjes verheft. \u2018Ga je haasje spelen?\u2019 Tot voor kort had hij twee katten. Maar Knorretje is inmiddels niet meer onder ons. De ontslapene rust onder een door zijn baas vervaardigde glazen sculptuur, in de voortuin. Ja, hij heeft er echt om gehuild, zegt Wolkers. \u2018Je l\u00e9\u00e9ft met zo\u2019n dier.\u2019 Maar het contact met Voske, de voorganger van Knorretje, was n\u00f3g hechter. \u2018Net als met je eerste meisje, h\u00e8.\u2019 Voske lag altijd trouw bij zijn schrijfmachine. Een geniale kat. \u2018Als ik een sigaar wilde opsteken, gaf hij een tikje tegen de lucifers, zodat ik erbij kon. Hij was heel slim, kon zelf alle deuren openen. En hij was g\u00e9k op voetbal. Want dan wist-ie dat ik minstens anderhalf uur voor de tv bleef zitten. Dan lag hij spinnend op mijn schoot, hopend op een verlenging. M\u00e9t strafschoppen. Hij is ook op mijn schoot gestorven. Ik hoorde later van Dick Hillenius hoe bijzonder dat was. Want katten die gaan sterven kruipen meestal weg.\u2019 Voske werd gecremeerd en in een prachtige Chinese urn begraven op de Amsterdamse volkstuin van Wolkers, \u2018bij een stek van een tulpenboom die Boerhaave in de zeventiende eeuw nog heeft geplant.\u2019 Toen hij naar Texel verhuisde, gingen boom en urn natuurlijk mee. Nu rusten Voske en Knorretje broederlijk naast elkaar. Wanneer hij naar zijn atelier wandelt, kan hij ze in het voorbijgaan even groeten.<\/p>\n<p>Het creatieve proces verloopt nog precies zoals vroeger. Als Wolkers aan een sculptuur begint, maakt hij eerst een paar schetsen en vervolgens maquettes van karton. En dan w\u00e9\u00e9t hij: z\u00f3 moet het worden. \u2018Met de zekerheid des geloofs.\u2019 Bij het schrijven werkt het eigenlijk niet anders. \u2018Ik word meegetrokken door een innerlijke wegwijzer die me precies vertelt wat er moet gebeuren. Ik denk nooit aan wat de lezer er straks van gaat vinden, ik volg mijn eigen kompas.\u2019 Hij schrijft nog altijd op een schrijfmachine. Nooit op een computer. Ja zeg, stel je v\u00f3\u00f3r! Hij op een computer! \u2018Als je dat ding aanzet, is het net of je voor een leeggevist aquarium zit. Mijn zoons zijn er zo reusachtig handig mee. Ik niet. Ik heb tegen ze gezegd: als je me leert hoe ik hem aan moet zetten, gooi ik hem in de poel.\u2019 Hij kan alleen schrijven in absolute stilte. Tijdens het schilderen mag hij graag Glenn Gould en Geoffrey Madge draaien, maar bij het schrijven is elk geluid een stoorzender. \u2018Als er een mus tjilpt, schiet ik hem dood.\u2019<\/p>\n<p>Als u terugdenkt aan de jongen die u was, zou die dan trots zijn op de man die u geworden bent?<\/p>\n<p>\u2018Jazeker, want ik ben mezelf altijd trouw gebleven. Daar ben ik wel trots op. Wat die jongen wilde? Die wilde exploderen, denk ik. Als je de brieven leest aan Wim (hij doelt op Ach, Wim, wat is een vrouw?, de vorig jaar verschenen briefwisseling met zijn jeugdvriend Wim de Kler) dan kun je zien wat er op jonge leeftijd allemaal al in mij omging. Ik was zowel na\u00efef als wijs, en had vooral een onstil\u00adbare honger naar kunst. Ik was een jaar of acht toen ik van klei een soort afgodjes kneedde. Met een merkwaardig kopje en een sterk geprononceerde neus. Ze stonden op een blokje waar ik met een spijker mysterieuze tekens in kraste. Letterlijk spijkerschrift, alleen wel onleesbaar. Ik bakte ze stiekem in de kachel, haalde ze uit de as voordat mijn vader de boel om ging schudden. Een enkele keer vergat ik het. Dan zei hij: Ik heb alw\u00e9\u00e9r zo\u2019n vreemd poppetje gevonden.\u2019<\/p>\n<p>Thuis, in het godvrezende gezin in Oegst\u00adgeest, speelde kunst geen enkele rol. Vanaf zijn twaalfde jaar trok hij er zelf op uit, bij voorkeur naar volkenkundige musea. Niet dat hij nou per se schoonheid zocht, dat klinkt dan weer zo esthetisch. Nee, hij zocht \u00e9chtheid. \u2018Ik beleefde in die kunst toch een soort eeuwig leven, voelde de ziel, de geschiedenis van al die volken.\u2019 Die uitheemse kunst bleef hem fascineren. Toen Wolkers een beetje geld begon te verdienen, schafte hij niet \u2013 zoals de meeste schrijvers \u2013 een kek sportautootje aan, maar kocht hij Afrikaanse maskers.<\/p>\n<p>Zijn ouders begrepen niets van zijn artistieke ambities. Al voelden ze, denkt Wolkers, toch een vaag soort trots. \u2018Rond 1965, toen Terug naar Oegstgeest net was verschenen, kwam er een pastoor langs op een damesfiets. Tegenwoordig rijden pastoors op een gewone fiets, met vrouw en kinderen achterop, maar dat was toen nog niet het geval. Die man kwam heel belangstellend informeren naar mijn broer. Waarschijnlijk een homo. Mijn ouders waren toch wel onder de indruk dat het boek van hun zoon de interesse van een pastoor had weten te wekken.\u2019 Zijn vader vroeg nadien, als hij bij z\u2019n ouders langskwam, steevast: Z\u00f3, kom je weer inspiratie opdoen? Maar daar hoefde hij niet voor naar huis te komen, zegt Wolkers. \u2018Ik zie alles nog voor me.\u2019 Hij herhaalt het, nu ernstig en tergend langzaam: \u2018Ik zie alles nog voor me.\u2019 Zijn vader is al jaren dood. En toch is hij er nog. Hij ziet hem soms onverhoeds in de spiegel, wanneer hij zich staat te scheren. \u2018Dan kijkt mijn vader me opeens aan. Ja, gek h\u00e8?\u2019 Op een bepaalde manier ontroert dat hem ook. \u2018Dan zie ik hem weer staan, voor de scheerspiegel. Met dat ouderwetse, kromme scheermes. En daarna met dat blokje aluin over z\u2019n huid, om de wondjes te deppen. Zo\u2019n vierkant glasachtig blokje, ik zie het z\u00f3 voor me. Als glas dat bevroren is.\u2019 Hij zwijgt, zegt dan peinzend: \u2018Ik denk dat daar mijn fascinatie voor glas vandaan komt.\u2019<\/p>\n<p>Of een kunstenaar \u00e1nders kijkt, dat weet hij eigenlijk niet. Misschien is het vooral een verschil in intensiteit. Al heeft een schilder waarschijnlijk net iets meer oog voor details. \u2018Iemand die in een kruidenierswinkel kaas afsnijdt, beleeft die gaten in de kaas misschien toch anders. Terwijl die gaten werkelijk sch\u00edtterend kunnen zijn.\u2019 Lyrisch: \u2018Je ziet ze \u00e1demen. Soms loopt er ook een beetje zweet uit. Dat nam ik als kind al waar. Ik zag mijn vader achterham afsnijden, zag hoe het vetrandje langzaam om dat mes heenflubberde \u2013 dat vergeet je niet.\u2019<\/p>\n<p>Hoe verloopt als u schildert het proces van observeren naar cre\u00ebren?<\/p>\n<p>\u2018Dat is een heel vreemd proces. Het is alsof je gezichtsvermogen doorloopt tot in de verf.\u2019 Hij draait zich om, wijst naar de twee doeken op de schildersezel in de woonkamer. Het zijn beide paletten van dwarrelende kleuren. Het ene ademt zomerhitte, het andere de kilte van de winter. \u2018Die onderste heeft te maken met sneeuw, met de duinen en verdorde gewassen. Dat heb ik niet nageschilderd. Helemaal niet. Ik ga niet met een ezel in die duinen staan. Het zijn gedachtelandschappen, gevangen in verf. Je schildert nooit alleen met je ogen. Dat zeiden ze vroeger wel eens van Monet: Hij is alleen maar een oog. Maar w\u00e1t voor een oog! Schilderen begint met kijken. Maar je schildert uiteindelijk vooral met je ziel.\u2019<\/p>\n<p>Als schilderen met kijken begint, begint schrijven dan vooral met denken?<\/p>\n<p>\u2018In zekere zin wel. Dat zou je denkkijken kunnen noemen. Ik schrijf heel visueel, heel ruimtelijk. Misschien heeft dat ook met mijn beeldend werk te maken. Dat versterkt elkaar. Je merkt aan wat ik beschrijf dat het gez\u00ed\u00e9n is. Bij veel schrijvers denk ik: ja zeg, je kunt me nog meer vertellen.\u2019<\/p>\n<p>Hij leest weinig nieuwe literatuur. \u2018Ik kijk veel dingen in, maar daar blijft het vaak bij.\u2019 Liever leest hij geschiedenis, \u2018bijvoorbeeld over Johan de Witt\u2019. En hij herleest veel. \u2018Lijmen van Elsschot is nog steeds een fantastisch verhaal.\u2019 Al is er \u00e9\u00e9n jonge collega wiens werk hij op de voet volgt: Arnon Grunberg. \u2018Die is z\u00f3 bezeten van schrijven.\u2019 Jaren geleden kwam Grunberg naar Texel om Wolkers te interviewen voor de VPRO-gids. \u2018Hij had net Blauwe maandagen gepubliceerd, maar dat wist ik niet. Ik kende hem helemaal niet. Ik vroeg van alles aan hem, en hij vertelde mij allerlei verhalen. Ik zei: Godverdomme jongen, dat lijkt op mijn geschiedenis. Hij komt uit een joods gezin, ik uit een gereformeerd milieu; dat lijkt sterk op elkaar. Ik zei: Die prachtige verhalen van je moet je opschrijven, hoor! Bij het afscheid gaf hij mij Blauwe maandagen.\u2019 Gierend van het lachen: \u2018En daar stond het allemaal in. Z\u00f3 geestig.\u2019<\/p>\n<p>Inspiratie is in elk geval niet af te dwingen, weet Wolkers. Het is vooral een kwestie van geduld, van wachten. \u2018Als ik met een doek begin, zit ik eerst een uur te kijken. Nee, dat is geen vacu\u00fcm, eerder een volcu\u00fcm. Ik wacht totdat er in mij een soort aanval opwelt.\u2019<\/p>\n<p>Werkt dat hetzelfde bij het schrijven?<\/p>\n<p>\u2018Om te beginnen is het fysiek heel anders. Als ik zo\u2019n schilderij maak, dan is dat gewoon een soort drift. Het lijkt een beetje op schermen. Je schermt met je penseel op dat doek. Daardoor reiken je gedachten tot in de verf. Voor schrijven moet je een ander soort geduld hebben. Je probeert een staat op te roepen waarbij de woorden gaan stromen. Dan wordt het een noodzakelijkheid. Dan m\u00f3\u00e9t het. En dan moet het z\u00f3, en niet anders.\u2019<\/p>\n<p>\u2018Het succes van mijn boeken heeft voor mij die andere kunstvormen mogelijk gemaakt. Door die welvaart kon ik mij andere dingen permitteren. Ik weet nog dat ik in de contraprestatie zat. Ik kon elke zaterdag tachtig gulden ondersteuning halen, bij meneer Serier. Op een dag zei hij: \u201cDit is de laatste keer dat ik u geld hoef te geven.\u201d Ik vroeg verbaasd: \u201cHoezo?\u201d \u201cNou,\u201d zei hij, \u201cik heb net Kort Amerikaans gelezen. En ik weet zeker dat dat een groot succes gaat worden.\u201d\u2019 Wolkers lacht, raspend. \u2018Hij heeft gelijk gehad.\u2019<\/p>\n<p>Vanaf dat moment kon hij eigenlijk doen wat hij wilde. \u2018Veel schilders werken voor galeries. Dat brengt verplichtingen met zich mee. Ik had dat niet, kon zelf bepalen wat ik deed. Dat is natuurlijk een geweldige luxe. Ik verkocht mijn werk ook bijna niet. Tot op de dag van vandaag heb ik er een enorme hekel aan om iets te verkopen. Dan is het w\u00e9g. Net alsof je een stuk van jezelf hebt verpatst, alsof je je ziel aan de duivel hebt verkocht. Als ik al verkoop, dan het liefst aan musea; dan kunnen andere mensen er ten minste nog plezier van hebben.\u2019<\/p>\n<p>Een bijkomend voordeel van de afwisseling van al die kunstvormen is dat hij nog nooit van z\u2019n leven met een writer\u2019s block geconfronteerd is. \u2018Ik zou niet weten wat dat is. Dat komt ook omdat ik mezelf nooit gedwongen heb om ieder jaar een boek te schrijven. Ik heb nooit aan die competitie meegedaan, ik schreef wat er geschreven moest worden. Na Turks fruit heb ik niet geprobeerd een tweede Turks fruit te schrijven. Nee, toen schreef ik juist gecompliceerde boeken als De kus en De walgvogel. Als ik een boek af had, dan begon ik weer lekker aan een schilderij. Daardoor heb ik nooit echte inzinkingen gehad.\u2019<\/p>\n<p>Als hij z\u2019n scheppend bestaan overziet, dan is er voor hem niet echt een periode die er artistiek bovenuit steekt, analyseert Wolkers. \u2018In feite vind je je laatste werk altijd het belangrijkst. Als ik naar de doeken van de laatste jaren kijk, dan vind ik die vaak beter dan wat ik vroeger maakte. Het grappige is dat ik wel parallellen zie tussen al die periodes. Je maakt toch altijd iets geometrisch. Hoe je het ook wendt of keert: ik ben toch een gereformeerde jongen uit het land van Mondriaan en Rietveld. Als \u2019s avonds de sterren komen \u2013 die kun je hier op Texel nog heel goed zien \u2013 dan zie je de geometrie daarin. Die geometrie zit ook in onszelf. We komen eruit voort en we verdwijnen er weer in. Dat uitdijend heelal is \u00e9\u00e9n kokende waanzin van hitte en licht. Daarbij vergeleken is een mens ontstellend nietig. En daar verzet je je weer tegen door kunst te maken. Je streeft bewust of onbewust altijd naar de geometrie van de eeuwigheid.\u2019<\/p>\n<p>Is scheppen in die zin uiteindelijk een poging om de dood te ontstijgen?<\/p>\n<p>Wolkers denkt lang na, en antwoordt dan, onverwacht ernstig: \u2018Zeker.\u2019 Hij vertelt over een tekening die hij in 1944 maakte van het doodsbed van zijn broer. Hij zag hem vanachter een raam, stervend aan difterie. \u2018Ik heb vervolgens een tekening gemaakt van een soort bos. Daarboven heb ik geschreven: \u201cLaatste mogelijkheden\u201d. Eigenlijk een wanhopige schreeuw om opwekking. Ik liet die tekening laatst aan Rudi Fuchs zien. Die zei direct: \u201cMunch.\u201d Dat vond ik zeer bijzonder. Ik had hem niks over mijn broer verteld. Hij z\u00e1g het gewoon. Hij herkende wat ik voelde toen ik zestig jaar geleden die tekening maakte.\u2019 Wolkers vertelt het bijna fluisterend. God, wat was hij toen verdrietig. \u2018Ik heb mijn broer later in de rouwkapel nog geprobeerd tot leven te wekken. Letterlijk. Want als Jezus dat kon, waarom ik dan niet? Ik heb m\u2019n hand op z\u2019n hoofd gelegd. Maar hij bleef ijskoud.\u2019 Hij zwijgt, de blik gericht op een oneindige verte. \u2018Ik verberg wat mij ten diepste raakt.\u2019 Dat heeft, vermoedt hij, waarschijnlijk toch met vroeger te maken. \u2018Maar dat ga ik niet analyseren. Uit zelfbescherming. Er zijn dingen waardoor je gewond raakt. Het ligt er dan maar aan hoe groot je veerkracht is, of je er wel of niet aan ten onder gaat.\u2019<\/p>\n<p>Wanneer bent u het ergst gewond geraakt?<\/p>\n<p>\u2018In Kort Amerikaans wordt beschreven dat de hoofdpersoon een litteken in zijn gezicht heeft. Hij gaat daar enorm onder gebukt.\u2019<\/p>\n<p>\u2018Ik hoef niet langer alleen te zijn, dacht hij. Eindelijk heb ik een vrouw gevonden voor wie ik het hoofd niet af hoef te wenden uit angst dat ze mijn geschonden gelaat zal zien, die me niet zal verlaten omdat ik haar van tevoren al gezegd heb dat het onmogelijk is. Dat je met zo iemand als ik ben niet getrouwd kan zijn. (\u2026) Ze hebben je voor mij gewaarschuwd, je laten zien hoe getekend ik ben. Maar jij bent blind voor de schaduw die over mijn gezicht valt, je verloor je hoofd toen je me zag.\u2019<\/p>\n<p>(fragment uit Kort Amerikaans)<\/p>\n<p>\u2018Dat gaat over mij,\u2019 zegt Wolkers. \u2018Ik had een groot litteken in mijn gezicht. Ik weet nog dat ik als jongetje mijn vader hoorde zeggen: \u201cHij is geschandaliseerd voor zijn hele leven.\u201d Hij wist natuurlijk niet dat ik hem hoorde. Maar het zegt toch alles dat ik dat vijfenzeventig jaar later nog weet?\u2019 Hij pakt de achterflap van Ach, Wim, wat is een vrouw? erbij, wijst met z\u2019n wijsvinger priemend naar de jeugdfoto achterop. \u2018Zie je, het loopt helemaal tot bij mijn oog. Als jongen denk je: een meisje zal wel niks in me zien. Dat bleek gelukkig mee te vallen. Ja, nu zie je het ook niet meer zo erg. Toch lukt het nog steeds niemand om bij een wandeling aan mijn linkerkant te lopen. Ik zal er altijd voor zorgen dat ik aan jouw linkerkant terechtkom, zodat het litteken links zit. Dat is er heel diep ingesleten. Het is niet zomaar dat je daar een heel boek over schrijft.\u2019 Opeens verstart hij. Verdomd, zit daar nou een zanglijster? Ja, hij ziet het goed. Daar zit-ie, dat vogeltje met die gespikkelde borst. En d\u00ed\u00e9, die zijn ook zo leuk. Pimpelmeesjes. Kijk, ze pikken net de zaden uit de teunisbloem.\u2019<\/p>\n<p>Nee, hij raakt nooit uitgekeken. Nog geen seconde. Terwijl hij als jongen graag door de binnenstad van Leiden mocht strompelen, veinzend dat hij blind was. \u2018Dan hoorde ik de mensen fluisteren: Ach gut, die stakker. Een soort leuke act voor mezelf. Voortkomend uit de angst om echt blind te worden.\u2019<\/p>\n<p>In meerdere boeken van u \u2013 bijvoorbeeld \u2018Gifsla\u2019 en \u2018Zomerhitte\u2019 \u2013 wordt expliciet beschreven hoe ogen worden uitgepikt. Voor een observator als u moet het verliezen van je gezichtsvermogen ongeveer het ergste zijn wat er kan gebeuren.<\/p>\n<p>\u2018Ja, dat is de artistieke dood. Als je blind bent kun je niks meer doen. Tenzij je Vincent Bijlo heet. In mijn jeugd heb ik op school al een opstel geschreven over een jongen die door uilen wordt aangevallen, en bij wie z\u2019n ogen worden uitgerukt. Dat is echt een angstbeeld. Het is overigens echt gebeurd. Er is een natuurfotograaf geweest, ene Eric Hosking, die velduilen wilde fotograferen. Daarbij heeft een van die uilen hem een oog uitgepikt. Hij heeft er ook een boek over geschreven: An Eye for a Bird.\u2019<\/p>\n<p>Gaat u scherper observeren naarmate u ouder wordt?<\/p>\n<p>\u2018Dat denk ik wel. Je kunt in elk geval je waarneming steeds beter uiten in je werk. Je ziet het in mijn schilderijen en mijn beelden, maar ook in mijn boeken. Door je ervaring ga je steeds beter construeren. Mijn werk wordt voor mijn gevoel steeds intenser.\u2019<\/p>\n<p>Kees van Kooten zei ooit tegen mij: \u2018Nu ik ouder word, mag ik van mezelf niet meer morsen.\u2019<\/p>\n<p>\u2018Dat herken ik wel. Al denk ik niet dat ik in mijn leven veel gemorst heb. Want als ik aan het morsen was, dan waren er altijd morsetekens, waardoor er toch weer van alles ontstond.\u2019<\/p>\n<p>Heeft u het beste al gemaakt?<\/p>\n<p>Schreeuwend: \u2018Het moet nog. N\u00fa! Ik voel n\u00fa inspiratie. Breng me snel een doek!! Karina, hoe zat dat ook weer met Rembrandt? In die tijd dat hij met Hendrickje was maakte hij toch van die gekke hoedjes? Hij schilderde zichzelf vaak bij wijze van vingeroefening met die hoedjes op. Ook een raar soort ijdelheid natuurlijk. Maar nou zag ik laatst zo\u2019n fantastisch spotprentje in een Amerikaanse krant: \u201cHendrickje, breng me snel de malle hoofddeksels. Ik voel weer een zelfportret in me komen opborrelen.\u201d Geweldig, h\u00e8.\u2019<\/p>\n<p>Waar bent u echt heel erg trots op?<\/p>\n<p>\u2018Nou, bijvoorbeeld op dat schetsje dat daar staat.\u2019 Hij gebaart naar een bronzen beeldje, Leda en de zwaan, een ontwerp van een beeld dat hij rond 1957 maakte in opdracht van de gemeente Zaandam. \u2018Dat vind ik een perfect ding. Door de beweging, door het evenwicht. De naar voren gestrekte arm is helemaal in balans met de uitgestoken voet. En in de hongerwinter heb ik het laatste varkentje dat er nog was getekend. Dat vind ik een verschrikkelijk goede tekening. Nota bene gemaakt door een jongen die op dat moment in een volstrekt isolement verkeerde. En ik heb ooit een schilderij gemaakt, jongen, dat was zo verschrikkelijk goed. Als je dat gez\u00ed\u00e9n had. Een bosgezicht, maar wel zo indringend geschilderd. Toen het af was, en ik ernaar keek, dacht ik: zie je wel, ik ben g\u00e9k geworden. Zo beklemmend was het.\u2019 Het doek bestaat niet meer. Hij heeft het vernietigd, na een ruzie met zijn vader. \u2018Een vorm van zelfverminking. Zoiets was het echt. Zielig eigenlijk, al die dingen.\u2019<\/p>\n<p>En wat springt er van uw boeken voor u uit?<\/p>\n<p>\u2018Ik vind De doodshoofdvlinder een heel goed boek. Gecompliceerd, maar erg mooi. Gek genoeg staat dat geschreven werk wat verder van me af. Je schrijft het, en daarna verdwijnt het wat naar de achtergrond. M\u2019n beeldend werk zie ik dagelijks om me heen, maar ik ga toch niet zo snel mijn boeken herlezen. Als ik dat soms toch doe, dan kan ik wel denken: godverdomme, wat is dit goed geschreven. En als je dan leest wat er in de kritieken soms over gezegd werd, dat is echt niet te geloven.<\/p>\n<p>Neem een boek als Gifsla. Dat is werkelijk vernietigd door de kritiek. Terwijl ik het zelf een heel mooi boek vind. Het grappige is dat mensen altijd denken dat ik als schrijver door het publiek erg gef\u00eateerd word. Dat is nergens op gestoeld. Mijn roem is gebaseerd op Turks fruit. Maar of ze daar helemaal de portee van begrijpen, betwijfel ik. Ik ben nooit \u201cvan het volk\u201d geweest. Ik ben veel meer \u201cvan de bomen\u201d.\u2019<\/p>\n<p>Wolkers heeft zich, zegt hij, \u2018vrij intensief\u2019 bemoeid met de tentoonstelling in De Zonnehof. In het Cobra Museum is er al eens een chronologische overzicht van zijn werk geweest. De opzet van de nieuwe tentoonstelling is anders. \u2018Het leuke is dat er bepaalde periodes uitgelicht worden. Landschapstekeningen die ik maakte toen ik achttien, negentien jaar was. Daarnaast heel vroeg abstract werk en alle glazen beelden die ik heb gemaakt. En verder alles van de laatste twee, drie jaar. Toch heel bijzonder om dat allemaal bij elkaar te zien.\u2019<\/p>\n<p>Is dat een beetje alsof u uw kinderen ziet?<\/p>\n<p>Resoluut: \u2018Nee, want voor m\u2019n kinderen zou ik alles geven wat ik heb, inclusief mijn eigen leven. Zo esthetisch ben ik niet. Maar er zit natuurlijk wel heel veel aandacht en liefde in uit allerlei periodes van mijn leven.\u2019<\/p>\n<p>Kunst kan bij de toeschouwer of de lezer emoties oproepen. Voelt u diezelfde emotie bij uw eigen werk?<\/p>\n<p>\u2018Op een andere manier. Je ziet je eigen werk toch met een zekere afstand. Het is eerder verwondering. Dat je denkt: verdomme zeg, dat heb ik \u00f3\u00f3k nog gemaakt. En het is een bijzondere gedachte dat die dingen mij zullen overleven. Dat realiseer ik mij heel goed.\u2019<\/p>\n<p>De dood komt langzaam dichterbij, dat weet Wolkers ook wel. Hij denkt er regelmatig over na. \u2018Als je dat niet doet, ben je stapelgek.\u2019 Hij is er niet bang voor, benadrukt hij. Al heeft hij de laatste tijd wel regelmatig angstdromen. Tegen zijn vrouw: \u2018Had ik jou dat al verteld? Van die doodskist van mijn broer?\u2019 \u2013 \u2018Ja. O ja, h\u00e8 bah!\u2019<\/p>\n<p>\u2018Het is een soort hallucinatie,\u2019 gaat hij onverstoorbaar verder. \u2018Ik ben in het donker \u2019s nachts op dat kerkhof bezig de kist van mijn broer op te graven. Mijn ouders liggen namelijk boven op hem en dat heb ik altijd onsmakelijk gevonden. Lijkensap van ouders hoort niet op hun kinderen te druppen.\u2019 Als jongen kon hij soms al roerloos op bed liggen, terwijl hij zich voorstelde dat hij ingesloten was door zes planken, hulpeloos onder de aarde.<\/p>\n<p>\u2018Vroeger gaven ze mensen soms een bel mee in hun kist. Dan kon je bellen als je levend begraven was. Nu geven ze je gewoon een mobieltje mee. \u201cJa hallo, met mij. Zeg, ik lig hier onder de grond?\u2026\u201d\u2019<\/p>\n<p>We praten verder over de dood, over de onherroepelijke vergankelijkheid van het lichaam. \u2018Weet jij,\u2019 zegt Wolkers, op een toon alsof hij een mop gaat vertellen, \u2018dat de Egyptenaren hun gestorven vrouwen v\u00f3\u00f3r het mummificatieproces eerst een paar dagen lieten bederven? Ja jongen, dat m\u00f3\u00e9st wel. Anders werden ze door die kerels alsnog geneukt.\u2019<\/p>\n<p>Hoe w\u00e9\u00e9t u dit soort dingen eigenlijk?<\/p>\n<p>\u2018Omdat ik gesolliciteerd heb naar zo\u2019n baantje. Ze zeiden: mijnheer Wolkers, daar komt u helaas niet voor in aanmerking. Uw broekriem zit veel te los.\u2019 Zijn daverende lach stuitert door de woonkamer, om vervolgens abrupt te smoren in diepe ernst en toewijding. Want \u2013 nee, sssst, daar zit een goudhaantje. \u2018Wat een schatje, h\u00e8,\u2019 zegt hij vertederd. En dan, mompelend: \u2018Die natuur overleeft ons allemaal.\u2019<\/p>\n<p>Wim Kayzer maakte ooit een tv-serie met de titel \u2018Van de schoonheid en de troost\u2019. Is kunst uiteindelijk een panacee tegen elk verdriet en elke pijn?<\/p>\n<p>\u2018Dat durf ik niet te zeggen. Kunst kan wel bezwerend zijn. Kijk naar al die schilden uit Afrika of Nieuw-Guinea. Kunst heeft toch met macht en angst te maken. En met de overwinning op die angst. In die zin kan kunst een troostende, helende werking hebben. Maar als kunstenaar heb je daar zelf maar weinig aan. Ik denk niet dat Rembrandt op zijn sterfbed handenwrijvend heeft gedacht: die Nachtwacht komt straks in elk geval op alle koekblikjes van Nederland te staan.\u2019<\/p>\n<p>Maar de tijdelijkheid van je bestaan is misschien minder vergeefs geweest.<\/p>\n<p>\u2018Daar geloof ik niks van. Als je echt de wijsheid in pacht hebt \u2013 zoals ik \u2013 dan weet je dat ook dat ijdelheid der ijdelheden is. Wat betekenen wij nou op de oneindigheid? Wat betekenen Rembrandt en Leonardo da Vinci nou op die schaal van al die miljarden laaiende zonnen in het universum? Niets is eeuwig, behalve de eeuwigheid zelf. Uiteindelijk verdwijnen ook de piramides weer roemloos onder het zand.\u2019<\/p>\n<\/p><\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Vrijdag werd bekend dat schrijver en schilder Jan Wolkers is overleden. Vrij Nederland interviewde hem vorig jaar, daags na zijn 80ste verjaardag.<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":289979,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[59,9,97,269],"tags":[783],"acf":[],"author_name":"Coen Verbraak","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/113375"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=113375"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/113375\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Coen Verbraak","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:featuredmedia":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media\/289979"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=113375"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=113375"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=113375"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}