
 {"id":113199,"date":"2007-10-23T13:32:00","date_gmt":"2007-10-23T11:32:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/jan-wolkers-een-machtige-arend-in-de-letteren\/"},"modified":"2007-10-23T13:32:00","modified_gmt":"2007-10-23T11:32:00","slug":"jan-wolkers-een-machtige-arend-in-de-letteren","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/jan-wolkers-een-machtige-arend-in-de-letteren\/","title":{"rendered":"Jan Wolkers, een machtige arend in de letteren"},"content":{"rendered":"<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<p>05-08-2000<br \/>Door Xandra Schutte<\/p>\n<p>Mijn werk, zei Jan Wolkers, is als Shakespeare. Iedereen kan het lezen, de keukenmeid en de intellectueel. En iedereen las het, maar het werd vooral verslonden door de kinderen van de wederopbouw. Met Wolkers&#8217; boeken in de hand bestormden zij de laatste pijlers van gezapig Nederland. De schrijver wordt dit najaar vijfenzeventig. Een ode aan de leeuw van Texel.<\/p>\n<p>Ze hadden achteraf gezien gelijk. In het voorjaar van 1963 trad Jan Wolkers op in Leiden en las &#8216;Kunstfruit&#8217;, het laatste verhaal van zijn bundel Gesponnen suiker, voor. Het gaat over een alleenstaande jongeman die een losgeslagen meisje ontvangt. Er staan typerende Wolkers-zinnen in als: &#8216;Wat een verrukkelijk blond stuk leven, dacht ik, toen ik haar strakke rok omhoog had getrokken en over haar schouders in de spiegel keek naar het ronde weke vlees dat tussen de bovenrand van haar kousen en haar jarretelgordel uit mijn omhelzing naar voren puilde. Eerst met haar naar bed, dacht ik, eerst met haar slapen en dan praten. Wat in het vlees begonnen wordt, wordt in de geest volbracht.&#8217; Tijdens de voordracht liep een hoogleraar de zaal uit, schielijk gevolgd door een paar kuise meisjesstudenten. Het tafereel herhaalde zich in Bergen, waar nogal wat leden van de Bergense Kunstkring mokkend wegliepen toen Wolkers uit &#8216;Kunstfruit&#8217; las. De loco-burgemeester verkondigde dat de schrijver &#8216;door zijn obscene inhoud de grens van het toelaatbare met betrekking tot de openbare orde en de goede zeden verre overschreed&#8217;.<\/p>\n<p>De weglopers en alle andere moreel verontwaardigden, die Wolkers&#8217; seksuele vrijmoedigheid als &#8216;smeerlapperij&#8217; betitelden, hadden gelijk. Zoals overigens ook de liefhebbers, die, althans de vrouwelijke onder hen, zijn auto en exemplaren van zijn boeken stiekem onder vuurrode lipstickkusjes bedolven, in hun recht stonden. Ze hadden gelijk met hun heftige reactie, want Jan Wolkers was een van de mensen die Nederland onherstelbaar zouden veranderen. Mede door hem zouden de &#8216;openbare orde&#8217; en de &#8216;goede zeden&#8217;, de betrouwbare pijlers waarop burgerlijk Holland rustte in de brave jaren vijftig, voorgoed instorten.<\/p>\n<p>Jan Wolkers begon te publiceren toen de kinderen van de wederopbouw precies oud genoeg waren voor het lezen van grotemensenboeken, aan het begin van de jaren zestig. Juist vanwege de ongeremde manier waarop hij over seksualiteit schreef, zwermden de pubers naar zijn werk als bijen naar de honingpot. Zijn boeken konden concurreren met de nieuwste en hipste langspeelplaten &#8211; ouders en leraren wilden niet dat de jeugd zich erdoor liet bederven. En ze waren het waard om je zakgeld aan te spenderen.<\/p>\n<p>Wolkers liep in zijn romans en verhalen niet alleen vooruit op de seksuele revolutie later in de jaren zestig (&#8216;Die hele seks, dat is met mij gestart kun je wel zeggen&#8217;), hij zorgde ook voor een omwenteling in de Nederlandse literatuur. Hij schreef niet voor beschaafde dames en heren, zijn werk had een rauwe authenticiteit die een veel groter publiek aantrok. Hij was de eerste literaire bestsellerschrijver &#8211; de eerste druk van De kus in 1977 bijvoorbeeld telde onmiddellijk al negentigduizend exemplaren &#8211; en hij was de eerste die furore maakte in het buitenland. Zonder hulp van het zwaar gesubsidieerde productiefonds en (daarom?) zonder het tromgeroffel en trompetgeschal dat de literaire veroveringstochten nu begeleidt als ware Nederland opnieuw de kolonisator van een wereldrijk.<\/p>\n<p>Met Gerard Reve was (en is) hij de eerste schrijver die een gretig opgevoerd personage werd in de media. Nooit te beroerd voor een gepeperde mening of een openhartige uitspraak over zijn liefdesleven. Hij kon aandoenlijk opscheppen over zijn werk: &#8216;Misschien is het hetzelfde als bij Shakespeare. Die kan door iedereen gelezen worden, door een keukenmeid en een intellectueel. Het is dramatisch, het is goed, eenvoudig en tegelijkertijd behoorlijk diep.&#8217; En hij kon minstens even creatief schelden als de beschonken kapitein Haddock uit de Kuifje-albums. Vooral op zijn critici die zijn romans vanaf het einde van de jaren zeventig steeds hartgrondiger begonnen af te breken. Over Maarten &#8211; &#8216;Mina Trut&#8217; &#8211; &#8216;t Hart zei hij: &#8216;Die jongen ligt altijd te mekkeren, hij reageert net als een ouwe aftandse geit die aan zijn verschrompelde tepels getrokken wordt.&#8217; Criticus Aad Nuis had volgens hem &#8216;theorietjes uit de hangkast van juffrouw Laps van driehoog achter&#8217;; Jaap Goedegebuure was een &#8216;schooierachtige wekeling (&#8230;) met de herseninhoud van een ziekelijke chimpansee&#8217;; en Telegraaf-recensent Sitniakowsky een &#8216;afgesleten pleeborstel bij wie de rigor mortis al ingetreden is&#8217;. Hoe dan ook was hij, inzake het armzalige gesputter van de kritiek, de &#8216;machtige arend&#8217; die het eigenlijk niet de moeite waard vond om zich in te laten met een &#8216;van de leg geraakt ziekelijk kapoentje&#8217;.<\/p>\n<p>De grote vraag is natuurlijk waarom de boeken van Wolkers zo&#8217;n commotie veroorzaakten in de jaren zestig. De ophef gold in eerste instantie de onverbloemde beschrijving van seksualiteit (de Trouw-criticus; &#8216;O, wat is hij een stoer jongetje&#8217;), maar dat is als reden te triviaal, daarom was zijn werk nog niet gevaarlijk. Gevaarlijk was Wolkers omdat hij als geen ander vertolker was van het generatieconflict en juist daar moet de generatie na hem, die van de babyboomers, zich mee hebben ge\u00efdentificeerd. Vanaf de verhalen in zijn debuut Serpentina&#8217;s petticoat (1961) tot zijn meesterwerk Terug naar Oegstgeest (1965) tot De doodshoofdvlinder (1979), steeds weer schreef Wolkers zijn bekrompen calvinistische jeugd van zich af. &#8216;Ik vervloek hen die mij hebben voortgebracht,&#8217; noteert hij in zijn debuut. Niet al zijn gretige lezers waren van gereformeerden huize, maar dat deed er niet toe, want de zwartekousenkerk was exemplarisch voor het zuinige, preutse en angstige Nederland van de jaren vijftig. De &#8216;huispotentaat&#8217; die Wolkers&#8217; vader was, stond voor alle onuitstaanbare patriarchen die de scepter zwaaiden over de hoekstenen der samenleving.<\/p>\n<p>De seksualiteit, dat was een van angstige dingen die onderdrukt moesten worden. In &#8216;Het tillenbeest&#8217;, het eerste verhaal uit Serpentina&#8217;s petticoat, heet het al hatelijk: &#8216;Wij zijn thuis orthodox. Ik heb mijn moeder dus nooit anders gekend dan zwanger en zogend.&#8217; Ho\u00e9 je zwanger werd, daar werd thuis niet over gerept; boven het ouderlijk bed hing slechts de eenvoudige spreuk &#8216;Dient den Here&#8217;. In &#8216;Dominee met strooien hoed&#8217; uit Gesponnen suiker (1963) stelt het ene jongetje, met zijn ongezond kromme rug, het andere jongetje met &#8216;hese stem&#8217; voor om te &#8216;geilpompen&#8217;, waarna hij met halfgesloten vuist snelle op- en neergaande bewegingen voor zijn gulp maakt. Het andere jongetje denkt meteen aan het boekje Stomme zonde, waarin beschreven staat dat de onaneerder getroffen zal worden door ruggenmergstering.<\/p>\n<p>Maar de gruwel van de gereformeerde opvoeding ging verder, als het geloof ergens angst voor veroorzaakte, dan was het voor de dood. Het calvinisme huldigt, als bekend, de predestinatieleer, die zegt dat al voor je geboorte vaststaat of je na je dood tot de hemel verheven wordt of tot de hel verdoemd. Wolkers beschrijft hoe zijn vader er vanzelfsprekend van uitgaat dat zijn zoon een verdoemde is. Hij is ook een getekende, hij heeft een litteken op zijn slaap, veroorzaakt door een prop lood die uit de stomende ketel naast zijn wiegje was gesprongen, waarin hij als baby met een longontsteking lag. De angst voor de dood werd door de vader ook gevoed. Als hij de tijdelijkheid van het leven benadrukte: &#8216;Je denkt dat het leven een lolletje is, dat er geen eind aan komt. Maar het is een damp, het vliegt voorbij&#8217; (&#8216;De dominee met de strooien hoed&#8217;). Als hij tijdens zijn dagelijkse bijbellezing leest over Abraham die bereid is, zo de Here het wil, zijn zoon Isaak te offeren en zijn eigen zoon hem vraagt of hij hetzelfde zou doen: &#8216;Ja zei hij; dus was ik altijd bang als mijn vader met stenen achterin de tuin bezig was, dat hij een offerplaats aan het maken was. Dat hij een bericht van God gekregen had&#8217; (Terug naar Oegstgeest).<\/p>\n<p>Het mooist en pijnlijkst staat de afkeer van zijn vader, en alles waar die voor staat, opgetekend in het verhaal &#8216;De verschrikkelijke sneeuwman&#8217; in Serpentina&#8217;s petticoat. De hoofdfiguur ervan noemt zich een &#8216;slachtoffer van de gezegende vruchtbaarheid&#8217; van zijn ouders, omdat hij niet verder mag studeren. Als hij moet solliciteren voor zijn eerste baantje wikkelt hij voor hij naar huis terugkeert zijn hoofd in verband en wendt hij voor dat hij blind is geworden. Dat kun je niet anders dan symbolisch interpreteren: hij sluit zich zo rigoureus mogelijk van zijn ouders af. Later in het verhaal wijst hij op de elektrische schakelaar en barst hij uit tegen zijn vader: &#8216;Ik rolde me in een wollen deken, ging in bed staan, knipte het licht uit en liet me vallen. Zo bleef ik hijgend liggen wachten tot de klauwen van Satan door de dekens zouden slaan. Dat was jullie geloof! Slechts toereikend om nachtmerries bij kinderen teweeg te brengen. Jullie met je openbaringen van Johannes! De maan die in bloed verandert, sprinkhanen met leeuwenkoppen die door de lucht zweven! Ik wilde vroeger nooit iets afmaken, omdat ik dacht: het kan morgen wel de laatste dag zijn, wat heeft het voor zin.&#8217;<\/p>\n<p>Is het dan verwonderlijk dat het werk van Jan Wolkers doortrokken is van de dood? Gruwelijke sterfsc\u00e8nes dist hij steeds weer op, sterke verhalen over haar dat doorgroeit na de dood en opgegraven lijken die ooit verkrampt tegen de deksel van hun kist hebben geduwd. Uitweidingen over hoe zijn jonge hoofdpersonen, in navolging van de dierenoffers in de bijbel, het &#8216;kruipend gedierte dat een verfoeisel is&#8217; ritueel martelen en doden. Behalve met zijn opvoeding met de Heilige Schrift heeft Wolkers&#8217; obsessie voor de dood alles te maken met de vroege dood van zijn broer in de oorlog. In Serpentina&#8217;s petticoat wordt er al aan gerefereerd, in de romans Kort Amerikaans (1962) en Terug naar Oegstgeest vormt de dood van de broer de apotheose. In die romans is het &#8216;litteken van de dood&#8217; op het hoofd van de hoofdfiguur een Ka\u00efnsteken, Gods vingerwijzing dat hij schuldig is aan zijn broers dood. Maar als iets schuld heeft aan die dood door difterie dan is het het geloof van de vader, dat voorschrijft dat inenten niet mag, omdat het toch Gods wil is die zal geschieden.<\/p>\n<p>De benauwenis van het calvinisme en de dood van de broer, het zijn de drijfveren van het schrijversschap van Jan Wolkers. Het zijn die autobiografische wortels die zijn vroege werk een elektrische spankracht geven. Een intensiteit die je als lezer nog steeds niet in de koude kleren gaat zitten. Het toeval wilde dat Wolkers&#8217; strikt particuliere beweegredenen en zijn pogingen zich van de doem te bevrijden, samenvielen met het verlangen van een nieuwe generatie. Wolkers verzet zich tegen de dood door het leven te omarmen, daarin, in het eenmalige leven, moet het gebeuren. Tegenover de haat voor de kerk staat zijn liefde voor de natuur, tegenover de strikte gereformeerde regels en de dreiging van de dood staat de seksuele losbandigheid, tegenover het benepen burgerdom het gretige leven van de boh\u00e8me.<\/p>\n<p>En dat wilden de jongeren die na de oorlog werden geboren ook: zich bevrijden. Ze moeten zich hebben gelaafd aan de vrijgevochten kunstenaars die de boeken van Wolkers bevolken, aan het leven zonder taboes, aan het bestaan voorbij de schaamte. Ze zijn non-conformisten, zijn hoofdpersonen, soevereine individuen die zich door God noch gebod de wet laten voorschrijven. Wolkers werk liet, zou je kunnen zeggen, een beweging zien die zich in de loop van de jaren zestig ook in Nederland voltrok: zijn personages laten de bekrompen kleinsteedsheid van hun geboortedorp achter zich en trekken naar de grote stad, ruilen de theemuts van het gezin voor het volle leven. En dan is er nog iets dat de babyboomers moet hebben aangesproken. Wolkers zingt permanent een loflied op de jeugd, op alles wat jong en sterk is en mooi. Wie dat niet is, is een &#8216;dooie lul&#8217;.<\/p>\n<p>Jan Wolkers heeft zich, aan die indruk ontkom je niet als je zijn oeuvre herleest, ontworsteld aan zijn worgengelen. En Nederland wordt al een hele tijd bevolkt door louter autonome individuen, door gezellig vrijgevochten burgers die hun eigenzinnigheid dagelijks als een trofee oppoetsen. Allemaal zijn ze forever young. Is het dan vreemd dat Wolkers is uitgeschreven? Natuurlijk, hij heeft de laatste jaren een aantal enthousiasmerende essaybundels geschreven en daarnaast heeft hij de ene na de andere kolossale beeldhouwopdracht vervuld. Maar sinds De onverbiddelijke tijd (1984) heeft hij, ondanks een aantal vooraankondigingen, geen roman meer gepubliceerd. Is het toeval dat hij in zijn een na laatste roman, Gifsla (1983), een schrijver opvoerde, opgebouwd uit alle vooroordelen die de kritiek tegen zijn latere werk had, en dat hij die aan het eind liet sterven?<\/p>\n<p>Het latere werk van Jan Wolkers &#8211; vanaf De doodshoofdvlinder, plus de eerdere roman De kus &#8211; is lang niet zo slecht als de critici venijnig beweerden. Integendeel, je ziet eraan dat Wolkers een vakman is, die nog volop gebruik maakt van de ingredi\u00ebnten waar hij het patent op had; de gebeeldhouwde bijbelse taal, het scherpe oog voor details, de mythisch geworden herinneringen aan zijn jeugd. Het verschil is dat het vroege werk geschreven moest, dat de noodzaak ervan van de pagina&#8217;s spatte. In het latere werk worden de bekende ingredi\u00ebnten ingezet in een literair spel, waarin Wolkers lonkt naar kitsch en camp en verbaal zijn niet geringe spierballen laat rollen.<\/p>\n<p>Misschien betekent het feit dat de noodzaak is verdwenen dat Jan Wolkers gelukkig is, zoals zoveel Nederlanders tegenwoordig welvarend en gelukkig zijn. Laten we daarom de leeuw, die zo nu en dan vanaf zijn eiland Nederland opschrikt met een brul, alle lof geven die hem toekomt. Want er zijn weinig schrijvers die zoveel ijzersterke boeken &#8211; de verhalenbundels Serpentina&#8217;s petticoat en Gesponnen suiker, de romans Kort Amerikaans, Een roos van vlees en Turks fruit &#8211; op hun naam hebben staat als hij. En dan heeft hij ook nog Nederland helpen bevrijden.<\/p>\n<\/p><\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Mijn werk, zei Jan Wolkers, is als Shakespeare. Iedereen kan het lezen, de keukenmeid en de intellectueel. En iedereen las het, maar het werd vooral verslonden door de kinderen van de wederopbouw. Met Wolkers&#8217; boeken in de hand bestormden zij de laatste pijlers van gezapig Nederland. De schrijver wordt dit najaar vijfenzeventig. Een ode aan de leeuw van Texel.<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[97,269],"tags":[],"acf":[],"author_name":"Xandra Schutte","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/113199"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=113199"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/113199\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Xandra Schutte","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=113199"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=113199"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=113199"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}