
 {"id":112797,"date":"2007-11-03T16:40:00","date_gmt":"2007-11-03T14:40:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/darfur-de-jebel-marra-een-pastorale-idylle-in-de-sahara\/"},"modified":"2007-11-03T16:40:00","modified_gmt":"2007-11-03T14:40:00","slug":"darfur-de-jebel-marra-een-pastorale-idylle-in-de-sahara","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/darfur-de-jebel-marra-een-pastorale-idylle-in-de-sahara\/","title":{"rendered":"Darfur De Jebel Marra, een pastorale idylle in de Sahara"},"content":{"rendered":"<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<p>Begin jaren tachtig ging Harm Botje sr. met vijf vrienden naar de Jebel Marra, de uitgedoofde vulkaan midden in Darfur. Een oase van idyllische rust in een langzaam roerig wordend gebied. Dit zijn z\u2019n herinneringen aan die tocht.<\/p>\n<p>De eerste keer dat ik van Darfur hoorde, was in Ca\u00efro, op de grote kamelenmarkt van Imbaba. Darfur, dat was de veertig-dagen-weg, de woestijnpiste waarlangs kuddes van duizenden kamelen op gezette tijden de slachthuizen van Ca\u00efro bereikten. Even benoorden Assoean werden ze bijgevoed, met boten de Nijl overgezet en in vrachtauto\u2019s geladen. Je zag hun lange halzen over het beschot uitsteken, terwijl ze tevreden kauwend hun nieuwe omgeving opnamen. De weg tussen Assoean naar Abu Simbel in het zuiden lag bezaaid met hun karkassen, kamelen die het in het zicht van de Nijl net niet hadden gehaald.<\/p>\n<p>In vroeger tijden eindigde die veertig-dagen-weg een stuk noordelijker, bij Assioet. Daar werden niet alleen de kamelen die het hadden overleefd verhandeld, maar ook de slaven die uit Darfur werden aangevoerd. Assioet was en is een deels koptisch-christelijke stad en de specialiteit van de koptische slavenhandelaren was het castreren van jonge negers. Overleefden die dat, dan werden ze verkocht als harembewakers in Ca\u00efro, Alexandri\u00eb en Constantinopel.<\/p>\n<p><b>Enorme uitgedoofde vulkaan<\/b><br \/>Dat was ongeveer de kennis die ik begin jaren tachtig van Darfur had. Van tijd tot tijd waren er berichten over rooftochten van de Baqqara Arabs, beruchte veehouders. En dan was er natuurlijk het conflict in Tsjaad. Noordelijke moslimrebellen, nomaden onder leiding van Hiss\u00e8ne Habr\u00e9, voerden er een door de Libische kolonel Khaddafi gesteunde strijd tegen de door de Fransen gesteunde zittende regering, die vooral bestond uit landbouwende christenen uit Zuid-Tsjaad. Tienduizenden mensen waren uit Tsjaad naar Darfur gevlucht en wachtten in armzalige vluchtelingenkampen op betere tijden. Er kwamen ook berichten door over droogte en mislukte oogsten, maar vergeleken met de almaar doorwoedende oorlog in Zuid-Soedan en de chaos in Tsjaad, leek Darfur vanuit Ca\u00efro bezien een betrekkelijk rustig oord.<\/p>\n<p>Wat me vooral intrigeerde, was het bestaan van een enorme uitgedoofde vulkaan midden in Darfur, de Jebel Marra. Die Jebel, een grote groene oase in de kurkdroge Sa\u00adha\u00adra, had Darfur gemaakt tot wat het was. Iedereen die de Jebel Marra ooit had bezocht, had de schoonheid van de berg geprezen, de beekjes, de vruchtbare akkers, de amandel- en abrikozenbloesems en de twee kratermeren op de top. Folders waren er niet van en ook niet zoveel foto\u2019s, maar het was duidelijk: de Jebel Marra was een bezoek meer dan waard.<\/p>\n<p>Bij de Soedanese ambassade in Ca\u00efro keek men daar vreemd van op. \u2018De Jebel Marra, in Darfur?\u2019 vroegen ze. \u2018Maar wat wilt u daar dan doen? Erop klimmen? Maar waarom? En met wie?\u2019<\/p>\n<p>\u2018Met drie vrienden en twee vriendinnen,\u2019 zei ik. \u2018Het moet er heel mooi zijn en we willen het graag zelf zien.\u2019 Tegen zoveel onschuld was de ambassade niet bestand. Ik klampte de Soedanese ambassadeur, die ik vrij goed kende, nog een keer aan op een receptie, hij verzekerde dat het goed kwam en drie dagen later lagen de visa klaar.<\/p>\n<p><b>Twiddledee en Twiddledum<\/b><br \/>Gewapend met een introductiebrief en met een andere van de Nederlandse ambassade in Khartoem, hadden ook de ambtenaren van het Soedanese ministerie van Binnenlandse Zaken geen bezwaar. Nederland lag toen in Khartoem goed in de markt. Den Haag was een van de grote geldschieters en Neder\u00adlanders voerden een groot waterproject uit in de omgeving van Nyala dat op onze weg lag: toestemming kon moeilijk worden geweigerd. Dus kochten we buskaartjes en gingen vervolgens naar de grote markt van Omdurman, aan de andere kant van de Nijl, om ons te wapenen tegen de reis.<\/p>\n<p>Bussen in Soedan zijn er in alle soorten en maten. Veel bussen in Khartoem waren Ne\u00adder\u00adlandse afdankers van de NZH, de Noord- en Zuid-Hollandse busmaatschappij, je zag het NZH-logo overal in de stad rondrijden. Woestijnbussen zijn van een ander kaliber. Boven op een stevig vrachtwagenonderstel wordt een ijzeren bovenbouw gelast, ijzeren banken worden erin vastgeschroefd, de boel wordt geel of rood geverfd, de binnenkant beplakt met vrome stickers. Dan is de woestijnbus klaar. Nadeel zijn de harde banken zonder bekleding en de uitstekende bouten en moeren, die niet worden afgezaagd. Ik had een paar keer eerder in zo\u2019n bus gezeten: die uitsteeksels kunnen levensgevaarlijk zijn. Voorts puilen de bussen uit met passagiers en bagage. Het is vier dagen en drie nachten hossen voor je vanuit Khartoem in el-Fasher in Oost-Darfur aankomt.<\/p>\n<p>De oplossing voor het ongemak is de aanschaf van touw en matrasjes. Er is een fraaie tekening van Tenniel in Alice in Spiegelland, waar Twiddledee en Twiddledum, omgord met kussens, elkaar met houten zwaarden te lijf gaan. Zo zagen wij er in die bus dus uit. De matrasjes waren wit met rode stippen, we zaten met zijn zessen opgepropt achter in de bus tussen onze rugzakken op een plek die nauwelijks plaats bood aan vier. Rond elf uur \u2019s avonds stopte de bus en kon je buiten in het zand slapen. Bij zonsopgang reed hij weer door tot we el-Fasher bereikten.<\/p>\n<p>Er was in die stad weinig te zien. Pas veel later, terug in Ca\u00efro, bleek wat ik had gemist. De Libi\u00ebrs waren langzaam bezig Darfur over te nemen. Zo\u2019n vijftig kilometer van el-Fasher hadden ze een vliegveld ingericht en een kazerne voor hun troepen. Het vormde onderdeel van Khadaffi\u2019s plannen een eigen Arabisch-Afrikaans imperium te stichten, dat zich over Tsjaad en Darfur diep naar het zuiden moest uitstrekken. De Soedanese regering van Sadiq el-Mahdi voerde besprekingen over een unie met Libi\u00eb, en dit was het voorschot dat Khaddafi alvast had genomen. De Libische kolonel bewapende de Arabisch sprekende nomaden van Darfur, veel van hen dienden tegen een aardig soldij in wat later het islamitisch legioen zou heten. Daar was in el-Fasher niets van te zien en ook niet een paar honderd kilometers verderop in Nyala. Inderdaad, er waren wat problemen met roofzuchtige stammen, maar \u2018dat was altijd al zo\u2019.<\/p>\n<p><b>Absoluut veilig<\/b><br \/>Nee, de Jebel Marra zelf was absoluut veilig, zeiden ze in Nyala, en zo zag de berg er ook uit. Het was een pastorale idylle, verplaatst naar de Sahara. Het was midden in de winter, dus veel bloeide er niet, maar wat er bloeide was mooi. De huisjes hadden fraaie rieten daken. Er waren murmelende beekjes en riviertjes met watervallen. Oude dames kauwden graan dat ze uitspuugden in kommen om te laten gisten, marissa, de lokale drank. Een van mijn medereizigers nam er een slok van, een lange slijmsliert verbond zijn mond met de rest van de drank.<\/p>\n<p>Kleine zwarte kindertjes verfden hun gezichten wit met as om ons na te doen, hoewel we door de zon bietrood waren. Arthur Bagen, de fotograaf in onze gezelschap, schoot plaatje na plaatje. We liepen door bossen, worstelden ons door groen struikgewas, wisselden om de zoveel dorpen van gids en kochten in het laatste dorp voor de top van de Jebel een geit om boven op te eten. Die top was adembenemend. Grote stukken puimsteen dreven in de twee ijskoude kratermeren. De taaie geit werd geslacht, de meegesmokkelde whisky opgedronken, het doel was bereikt. De afdaling was even idyllisch als de klim naar boven: terrassen met opkomend graan, de eerste lenteblaadjes aan de sinaasappelbomen, een gastvrije bevolking. De Jebel was alles wat we er ons van hadden voorgesteld. Wij aten de lokale pap, twee anderen van ons gezelschap namen de voorverpakte hamburgers en beneden in Niyala stonden de potten pindakaas en het zwembad klaar in het huis van de Nederlandse directeur van het waterproject.<\/p>\n<p><b>Tsjadische bandieten<\/b><br \/>Pas toen werd de idylle enigszins verstoord. Eens in de maand werd in West-Darfur een grote veemarkt gehouden, twee dagen rijden van Nyala over een keurige nieuwe asfaltweg, door de Duitsers aangelegd om de boeren hun producten beter te kunnen laten afvoeren. De weg was net klaar, met veel tunnels voor de afvoer van regenwater en heel veel verkeersborden die de passanten waarschuwden tegen van alles en nog wat. Veel verkeer was er niet. Steeds meer verkeersborden waren trouwens door lokale smeden afgeschroefd om als grondstof te dienen voor potten en pannen en het kostte enige moeite een vrachtwagen met chauffeur voor veel geld bereid te vinden de tocht naar de veemarkt te ondernemen. De weg was gevaarlijk, zei hij. Er waren roofovervallen geweest. Politieposten waren beschoten. Twee dorpen waren in brand gestoken, er waren doden gevallen.<\/p>\n<p>De resultaten kon je op de veemarkt zien. Het was druk, maar lang zo druk niet als normaal. Mensen waren bang om zaken te doen, bang dat ze onderweg van hun nieuw aankoop beroofd zouden worden. \u2018Tsjadische bandieten,\u2019 zei de politiecommissaris in Nyala, hoewel dat met een grens die dwars door stamgebieden heen liep moeilijk viel uit te maken. De commissaris zelf had het over \u2018we Arabs,\u2019 maar ook dat viel moeilijk uit te maken. Iedereen in Darfur is even zwart. De hele bevolking is moslim. Het Arabier-zijn in Darfur was en is, zoals trouwens in heel Soedan, geen etnisch, maar een ideologisch-cultureel begrip.<\/p>\n<p>Nee, zei de commissaris, hij was niet bang dat de zaak zou verslechteren. Nou ja, het kon wel even duren voordat alle onrust voorbij was, maar dat hing af van de toestand in Tsjaad. Daar zat de bron van ellende. Nee, die zat niet in Darfur zelf. Nee, de Baqqara Arabs waren geen probleem, die waren soms wat wild, maar de regering had de zaak onder controle. En de Libi\u00ebrs? \u2018De Libi\u00ebrs zijn onze vrienden,\u2019 zei de commissaris. Ze stuurden eten, ze gaven olie, Libi\u00eb was het Arabisch broederland, hij wilde geen kwaad woord over de Libi\u00ebrs horen.<\/p>\n<p>Zelf kwam hij uit Khartoem. Zijn assistent kwam uit Dongola. Eigenlijk kwamen alle politieofficieren uit de Nijlvallei vijftienhonderd kilometer verder. Ze hoopten ook allemaal hun carri\u00e8re daar te kunnen voortzetten. Zo te horen hadden ze niet echt wortel geschoten in Darfur. Ze leken eerder op koloniale ambtenaren, neergekwakt op een vervelende buitenpost ver van de bewoonde wereld. Dat koloniale beeld werd versterkt op de enige school van Nyala. De meeste leerlingen waren kinderen van hoge ambtenaren uit de Nijlvallei. Niemand sprak er Fur, de regionale hoofdtaal, ook de onderwijzers niet. In de bus terug zat een aantal studenten, op weg naar Omdurman. Hun ouders werkten in Darfur, maar ze waren er geen van allen geboren. Of ze later naar Darfur teruggingen? Ze moesten allemaal lachen. Darfur? Dat was toch niks. Dat de Jebel Marra bestond, dat wisten ze, maar ze hadden hem nooit gezien.<\/p>\n<p><b>Curieuze anekdote<\/b><br \/>Twee weken later vroeg de douane in Ca\u00efro waar we waren geweest. Darfur? Hij trok zijn wenkbrauwen op en riep er een gezondheidsinspecteur bij. Hadden we onze internationale inentingsbewijzen bij ons? Mijn twee vrienden uit Nederland hadden dat. Ik en de rest niet. Die waren ook niet nodig, zeiden we. \u2018Niet voor Khartoem,\u2019 zei de gezondheidsinspecteur, \u2018maar waar ligt dat Darfur van u?\u2019 We wezen het aan op de kaart. Hij zette zijn bril op en staarde naar de breedtegraden. Toen keek hij in een boekje. \u2018Gele koorts,\u2019 besliste hij. \u2018U mag Egypte niet in. U mag er ook niet uit. U moet drie weken in quarantaine.\u2019 Protesteren hielp niet.<\/p>\n<p>Zo schoon en zindelijk als de huisjes op de Jebel Marra waren geweest, zo smerig was het quarantainegebouw bij het Ca\u00efreense vliegveld. Het was ook bitter koud, midden in de winter kan de temperatuur langs de woestijnrand van Ca\u00efro tot onder het vriespunt dalen. In ons gebouwtje was wel een open haard. We sloopten de luiken van de ramen om het warm te stoken. De schoorsteen deed het niet en een dikke rook verspreidde zich door het vertrek. Enkele Fransen, die er eerder waren opgesloten, hadden de bewakers een klap gegeven en waren met hun jeep dwars door de poort weggereden naar Isra\u00ebl. Maar wij woonden in Ca\u00efro, er was geen ontsnappen aan. We mochten wel bezoek met drank ontvangen, zo besmettelijk waren we blijkbaar ook weer niet.<\/p>\n<p>De volgende dag kwamen mijn twee vrienden uit Nederland mij redden. Ze hadden mijn internationale inentingsbewijs thuis gevonden. De drie anderen werden de dag daarop gered door de Nederlandse ambassadeur, met een vlaggetje en een brief van de Egyptische minister van Gezondheidszaken. De zo veelbelovende tocht naar de Jebel Marra eindigde daarmee als curieuze anekdote.<\/p>\n<p>De idylle van de Jebel Marra is inmiddels wreed verstoord. Ook daar worden dorpen nu gebombardeerd, uitgemoord en platgebrand. Als ik dat lees, vraag ik me af: wat zou er met die lachende zwarte kinderen zijn gebeurd, die hun gezichten met as wit maakten om op Europeanen te lijken? Omgekomen onder de vlammen van de rieten daken? Die kans wordt met de dag groter.<\/p>\n<\/p><\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Begin jaren tachtig ging Harm Botje sr. met vijf vrienden naar de Jebel Marra, de uitgedoofde vulkaan midden in Darfur. Een oase van idyllische rust in een langzaam roerig wordend gebied. Dit zijn z\u2019n herinneringen aan die tocht.<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[47,71,69,193,1935],"tags":[783],"acf":[],"author_name":"Harm Botje","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/112797"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=112797"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/112797\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Harm Botje","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=112797"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=112797"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=112797"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}