
 {"id":111993,"date":"2007-11-24T00:00:00","date_gmt":"2007-11-23T22:00:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/de-man-die-in-zijn-werk-verdween\/"},"modified":"2007-11-24T00:00:00","modified_gmt":"2007-11-23T22:00:00","slug":"de-man-die-in-zijn-werk-verdween","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/de-man-die-in-zijn-werk-verdween\/","title":{"rendered":"De man die in zijn werk verdween"},"content":{"rendered":"<p>Profiel \/ Arnon Grunberg<\/p>\n<p>Schoonheidssalon Ruzica De Falica bevindt zich op 330, East 76th Street, New York. De enige man in die pijpenla is de eigenaar, een ex-Joegoslaaf die de kassa bewaakt. De sfeer is die van een ouderwets Oost-Europees kuuroord: medicinaal. Het wemelt van de vrouwen, allen van middelbare leeftijd in gelijkogende witte jassen. Russinnen, een Roemeense, een Poolse \u2013 die nooit iets zegt, volgens de anderen. Een vrouw met een mid-western accent begint aan een lang verhaal over een saus voor de pasta die ze gemaakt heeft. Details schuwt ze niet: waar ze de tomaten heeft gekocht, hoe ze eruit moeten zien. Na een minuut of tien zegt de Roemeense, bij haar voeten gezeten: \u2018Ik houd niet van pasta.\u2019<\/p>\n<p>Arnon Grunberg is te laat en dat is Irina niet van hem gewend. Hij wappert verontschuldigend met zijn handen. De taxi, ja, de taxi. Dan wordt hij omhelsd door zijn vaste schoonheidsspecialiste. Een mok dampende thee staat al voor hem klaar. Eerst zijn handen. ?\u2018I love you so much,\u2019 zegt Irina. Dan zijn voeten. Met een zeker plezier rukt ze een pleister van een blaar.<\/p>\n<p>Grunberg zit weerloos in de behandelstoel, met witte, harige benen. Zonder masker. Passief. Overgeleverd. Wonderlijk om hem zo te zien, de control freak, de schrijver die meer en meer een totaalgreep op zijn personages tentoonspreidt.<\/p>\n<p>Vele tegenstellingen kleven hem aan: hij is de bekendste jonge Nederlandse schrijver, woonachtig b\u00faiten Nederland. Zijn geld verdient hij in Nederland en Vlaanderen terwijl hij in New York leeft en werkt. Arnon Grunberg: het jeugdige wonderkind dat van meet af aan grossierde in labyrintische levenswijsheden en gerijpte aforismen; de telg uit een Joods milieu die zich afvraagt of Joden wel bestaan; de meervoudige prijswinnaar die zo vaak ontbreekt bij een uitreiking; de minnaar die zijn geliefde op intercontinentale afstand wenst; de schrijver die in de ene zin iets beweert en daar in de volgende weer aan ontsnapt; de verkondiger van stellige opinies, bij wie je nooit weet of hij het meent of niet; de moralist die uit is op verwarring bij anderen; de kinderloze die zijn petekind koestert; de ongelovige die als spinozist het universele zoekt; de verteller van zijn leven die zich niet wil uitleveren; de liefhebber van vrijblijvende locaties als restaurants en hotellobby\u2019s, die bij voorkeur naar dezelfde blijft terugkeren. Frans Kellendonks notie \u2018oprecht veinzen\u2019 is kinderspel bij wat de literaire Houdini Grunberg uithaalt. In zijn onlangs verschenen autobiografie in briefvorm Omdat ik u begeer schrijft hij in een brief uit 2001: \u2018Natuurlijk wil iedereen bemind worden zoals hij echt is. Lang geleden al kwam ik tot het inzicht dat dat onmogelijk is. Wie me zou zien zoals ik echt ben, zou gillend wegrennen. Of zich uit het raam storten. Alleen mijn bedrog kan worden bemind.\u2019<\/p>\n<p>Wie dergelijke woorden al kan ziften op grunbergiaanse scherts of dito waarheid, krijgt te maken met een ander probleem: de auteur acht het zijn goed recht eerdere standpunten volledig te herzien, soms zelfs per interview of column. Ook is hij niet te beroerd zich lenig en behulpzaam te voegen naar wat de interviewer van dienst van zijn prooi verlangt; zo perste Ischa Meijer de complete Grunberg door de populair-freudiaanse mal van \u2018het komt allemaal door je jeugd\u2019.<\/p>\n<p>Zeker: al die uitlatingen over zijn door oorlogservaringen gekwelde ouders en de ondraaglijke sfeer waarin hij zich thuis staande moest houden, zijn z\u00f3 talrijk en gelijkluidend \u2013 in zijn auto\u00adbiografische debuut Blauwe maandagen, in zijn vroegste proza, in de vele interviews, in zijn columns, zijn brieven \u2013 dat er veel van waar moet zijn. Vanzelf zal zo\u2019n achtergrond de rest van een bestaan kleuren. Maar dat hoeft niet automatisch te betekenen dat die jeugdervaringen de rest van je leven bepalen. Precies een decennium geleden, drie jaar na zijn onverbiddelijke debuutroman, verklaarde hij: \u2018Ik zeg altijd: alles is mogelijk, behalve andere ouders nemen.\u2019<\/p>\n<p>The world is yours<\/p>\n<p>Dat een mens zijn lot in eigen hand kan nemen, al is het niet voor eeuwig, heeft Arnon Yasha Yves Grunberg (22 februari 1971) grandioos laten zien. Die sprong uit het nest blijkt eigenlijk al uit zijn naamkeuze; zijn oorspronkelijk uit Berlijn afkomstige vader Hermann tooide zijn achternaam nog met een umlaut. Arnon heet alleen in zijn paspoort nog Gr\u00fcnberg.<\/p>\n<p>In zijn autobiografisch proza vertekent Grunberg de levensfeiten uit zijn jeugd; hij stelt ze consequent neerdrukkender en absurder voor dan ze volgens zijn moeder waren. Ongeveer zoals hij later, in de eerste jaren van zijn verblijf te New York, zijn leven daadwerkelijk zou fictionaliseren; hij gedroeg zich toen als een personage van eigen makelij. Living to the edge, limo\u2019s, dure restaurants, aantrekkelijke vrouwen, champagne, the sky is the limit. En vooral: the world is yours, zoals de Cubaanse immigrant Tony Montana zich voorhoudt in Grunbergs favoriete gangsterfilm Scarface. Of hij nu ober was, makelaar, schilder, schrijver; Grunberg vond dat hij \u00e1lles kon doen in dit leven. En dat hij iedereen van alles mocht wijsmaken. Verzin een verhaal, laat anderen daarin geloven om zo macht over ze te hebben, om de transformatie tot wie je wilt zijn te versnellen.<\/p>\n<p>Maar ook hier, nog in die jeugd, zijn een paar feiten onomstotelijk. Hermann Gr\u00fcnberg en Hannelore Klein (ook afkomstig uit Berlijn) kregen in 1963 hun eerste: Maniou-Louise. Acht jaar later verscheen Arnon, na een serie miskramen. Toen hij elf was, vertrok zijn zus, tot zijn verdriet, naar Isra\u00ebl. Daarna ging het thuis en op school mis met hem. De Amsterdamse Montessori School doorliep hij nog glansrijk, maar het Vossius Gymnasium besloot hij voortijdig te verlaten, in 1988. Hij dreigde voor de tweede maal te doubleren, de omgang met zijn ontspoorde vriendinnetje \u2018Rosie\u2019 (uit Blauwe maandagen) deed de wens eindexamen te doen geen goed. Maar vooral: hij had zijn eerste, veelbelovende schreden op het schrijf- en acteerpad gezet \u2013 vanuit de theaterwereld was hij opgemerkt. Hij wilde zich slechts inzetten voor dat wat hem waarlijk interesseerde. De meeste mensen besluiten daar pas toe na een voltooide schoolopleiding, maar hij niet. Zijn keuze was existentieel: \u00f3f school, \u00f3f zich creatief uitdrukken.<\/p>\n<p>De rest is geschiedenis. Baantjes om den brode. Definitief afgewezen op toneelscholen in Nederland en Duitsland. Het publiek bleef weg bij solovoorstellingen. Overal kreeg hij nee te horen. Zijn eigen Kasimir Uitgeverij, resulterend in een fondslijst van vijf titels en vijftigduizend euro schuld, ging failliet.<\/p>\n<p>Zijn jeugdvriend, leeftijdgenoot en oud-Vossiaan Eric Schliesser, thans als universitair docent Filosofie werkzaam te Leiden, herinnert zich hoe erg het was. \u2018Aan zijn doorbraak gingen vijf jaren vooraf waarin vrijwel niemand in hem geloofde. Keer op keer kreeg hij ingepeperd dat hij mislukt was. Maar hij toonde altijd enorme ambitie, daadkracht en zelfdiscipline. Door allerlei bijbaantjes stelde hij zich in staat te schrijven. Zonder noemenswaardig inkomen ritselde hij een woning in de Van Eeghenstraat, ik vond dat wel knap.\u2019<\/p>\n<p>Toch waren er enkelingen die iets in hem zagen: de beeldhouwster Ewa Mehl en de regisseur Jan Ritsema. De laatste noemt hij \u2018zijn eerste werkgever\u2019 \u2013 Ritsema liet hem acteren, was zijn eerste uitgever, maakte hem zijn persoonlijk secretaris. Mehl bracht hem in contact met Poolse po\u00ebzie, introduceerde hem bij anderen, was van enorme invloed op hem, getuige de opdracht in zijn roman Figuranten: \u2018Voor Ewa\/ die geprobeerd heeft een man van me te maken\/ die geprobeerd heeft een schrijver van me te maken\/ die geprobeerd heeft een beter mens van me te maken\/ en met warme herinneringen aan haar bietensoep\u2019. Zij is een van de twee personen aan wie hij een reguliere uitgave van zijn hand opdroeg. Inmiddels is ze overleden, maar Grunberg eert haar herinnering. Een deel van het geld van de AKO Literatuurprijs voor De asielzoeker besteedde hij aan de realisatie van de kloeke uitgave Roland Topor: romans, verhalen, tekeningen en foto\u2019s (2007). Diens surrealistische en dada\u00efstische werk leerde hij via haar kennen. Een Topor-tekening sierde al de omslag van Blauwe maandagen.<\/p>\n<p>Broodschrijver<\/p>\n<p>Ergens in die moeilijke periode, nadat hij een ambitieus prozagedicht met waanzinnige beelden voorlas in weer een lege zaal en zich afvroeg waar hij het allemaal voor deed, moet hij ervoor gekozen hebben een literaire schrijver voor een groot publiek te worden, weet Schliesser. \u2018Hij ontdekte toen dat schrijven ook handelswaar is. En dat hij zichzelf kon stimuleren door een broodschrijver te worden die veel geld uitgeeft en dat dan weer moet terugverdienen.\u2019 Het fenomeen Arnon Grunberg kreeg geleidelijk aan contouren.<\/p>\n<p>Hoe welbewust dat in zijn werk ging, blijkt uit de selectiviteit waarmee hij zijn eigen leven en achtergrond als bron van vertelmateriaal aanwendde. Bij zijn debuut werd hij in de publiciteit binnengehaald als \u2018een Joodse schrijver\u2019. Begrijpelijk, omdat hij in dat proza weergeeft hoe de oorlogservaringen van zijn ouders \u2013 zijn vader had meer dan veertig onderduikadressen en zijn moeder overleefde Auschwitz \u2013 een ondraaglijke druk legde op het gezin waarin hij opgroeide. Maar het echt spectaculaire verhaal laat hij liggen: zijn moeder was een van de opvarenden van de Saint-Louis, de boot vol Duits-Joodse vluchtelingen die in 1939 door Cuba en later de Verenigde Staten teruggestuurd werd. Grunberg verkoos daarentegen zijn coming-of-age-drama als vertelstof.<\/p>\n<p>En Joods? Zelf heeft hij daar niets mee op. Al in zijn toneelstuk De dagen van Leopold Mangelmann, ver voor Blauwe maandagen, maakt hij korte metten met het beroep op een Joods oorlogsverleden door leden van de tweede en derde generatie: het moet maar eens afgelopen zijn met dat geklaag. Die uiterst kritische opvatting blijft weerkeren in zijn oeuvre.<\/p>\n<p>In De joodse messias (2004) toont hij hoe antisemitisme zich schuil kan houden in filosemitisme. In zijn openbare correspondentie met de econoom Arnold Heertje, in 2004 gepubliceerd in Het Parool, maakt Grunberg duidelijk dat Joodse identiteit iets is dat anderen voor je bedenken. \u2018Dat de nazi\u2019s meenden dat je ouders Joden waren \u2013 nogmaals zijzelf hadden iets heel anders kunnen menen \u2013 betekent niet dat zij gedwongen waren, of dat jij gedwongen bent deze opgelegde identiteit tot het eind der dagen uit te dragen, als een groenteboer die ook na de sluitingstijd van zijn winkel alleen over bietjes kan praten.\u2019 Heertje had op zijn achttiende kunnen besluiten travestiet te worden, stelt Grunberg. \u2018Jouw identiteit van travestiet Heertje is niet waarachtiger dan jouw identiteit van Heertje de jood.\u2019<\/p>\n<p>In zijn voorwoord bij Renate Rubinsteins verzamelbundel Over Isra\u00ebl spreekt Grunberg kernachtig van \u2018de fictie die jood heet\u2019.<\/p>\n<p>Mark Schaevers, oud-hoofdredacteur van Humo en bezorger van Grunbergs correspondentie Omdat ik u begeer. Brieven 2001-2007, stelt vast: \u2018Hij heeft een bijzondere geschiedenis, die hij nauwelijks ge\u00ebxploiteerd heeft. Andere mensen zitten joodse verledens te verzinnen, Grunberg doet er vrijwillig afstand van.\u2019<\/p>\n<p>De Jood mag dan fictie zijn, volgens Grunberg, behalve als hij door zich als Jood te afficheren kan treiteren, of als hij via een verwijzing naar Joods leed zijn proza een geladen toon kan geven. Zo resoneert de beruchte concentratiekamptatoeage in deze onschuldig ogende mededeling in een brief aan Ayaan Hirsi Ali: \u2018Mijn identiteit zijn de vijftien cijfers van mijn American Express Card.\u2019<\/p>\n<p>Ook verwijst hij nogal eens naar auteurs die schrijven over hun Joodse achtergrond: Bernard Malamud, Saul Bellow, Philip Roth en vooral Joseph Roth. Die laatste figuur fascineert hem merkbaar; misschien omdat Joseph Roth zijn levensloop verzon, zeker omdat hij een wandelende Jood bij uitstek was en zich \u2018Hotelmensch\u2019 noemde. Schaevers: \u2018Ook Arnon speelt in zijn brieven graag de geldbeluste Jood, die al snel eens laat vallen hoe duur zijn hotelkamer is, om welke bedragen het in zijn contracten gaat, en die uitgevers tegen elkaar probeert op te zetten. In zijn brieven aan uitgever Mai Spijkers en literair agent Andrew Wylie wil hij voor Roth niet onderdoen.\u2019<\/p>\n<p>In zijn essay Otto Weininger of Bestaat de jood? (2005) vat Grunberg de in de titel vervatte vraag op als een strikt liter\u00e1ire kwestie. Min of meer datzelfde doet hij in zijn op Erasmus gebaseerde De Mensheid zij geprezen. Lof der Zotheid 2001: van de filosofie maakt hij literatuur, zoals hij in de literatuur aankomt met een filosofische notie als \u2018de waarheid\u2019.<\/p>\n<p>Even welbewust gaat hij te werk in zijn fictie, waarin hij roman na roman groeit, op het griezelige af. Een beheerste roman als Tirza (2006) was, juist na de exuberantie van De joodse messias (2004), niet te voorspellen. En toch, wie Grunbergs oeuvre overziet, kan niet anders constateren dan: ja, daartoe m\u00f3\u00e9st het leiden. Het wonderkind is gerijpt. De verspreide lijnen in zijn fictie komen in deze roman samen: het schaaksgewijs inzetten van een beperkt aantal personages in een beperkte ruimte uit De asielzoeker (2003), de gistende humor en borrelende waanzin uit De joodse messias, de seksuele perversiteit uit Gstaad 95-98 (2002). Dat alles gesteld in heldere, alledaagse taal. De krankzinnigheid schuilt niet meer, zoals in Figuranten en Fantoompijn (2000), in grillige zijsprongen, rare invallen en bizarre opmerkingen, maar geheel en al in de psyche van de hoofdpersoon, de bijna zestigjarige J\u00f6rgen Hofmeester.<\/p>\n<p>Gejubel<\/p>\n<p>Arnon Grunberg rules, ook in prijzenland. Als een boek van hem in zo\u2019n competitie meedoet, kunnen andere schrijvers hun kopjes direct al laten hangen. Hij kreeg tw\u00e9\u00e9maal de Anton Wachterprijs, een prijs voor het beste prozadebuut: voor Blauwe maandagen (1994) en het onder zijn heteroniem Marek van der Jagt gepubliceerde De geschiedenis van mijn kaalheid (2000). Hij sleepte tw\u00e9\u00e9maal de AKO Literatuurprijs in de wacht: voor Fantoompijn en De asielzoeker. Het wordt saai: tweemaal De Gouden Uil, voor De Mensheid zij geprezen en Tirza. Die roman werd ook nog eens onderscheiden met de Libris Literatuurprijs 2007 en genomineerd voor de AKO Literatuurprijs 2007. Eerder dit jaar deed in het literaire circuit het hardnekkige gerucht de ronde dat Grunberg, niettegenstaande zijn jonge leeftijd en vitale productie, al hoge ogen gooit voor de oeuvre-omspannende P.C. Hooftprijs.<\/p>\n<p>Over waardering heeft Grunberg geenszins te klagen. Hij heeft een immens lezerspubliek, de meeste recensenten en critici putten zich uit in superlatieven en van het begin af aan ligt hij goed in medialand. Ischa Meijer vrat hem bijna op, Sonja Barend knuffelde hem, Adriaan van Dis streek hem over zijn bol, Wim T. Schippers vond hem dolkomisch, Hanneke Groenteman wilde hem adopteren en ging hem opeens op z\u2019n Duits \u2018Krrr\u00fcnberk\u2019 noemen. In Vrij Nederland decreteerde Piet Grijs nog voor de verschijning van Figuranten gejubel: \u2018Ik verheug me nu al op de recensies die Arnon Grunberg de komende weken zal krijgen voor zijn tweede roman, Figuranten. Die recensies zullen allemaal positief zijn.\u2019<\/p>\n<p>Belangrijk is ook zijn jarenlange connectie met NRC Handelsblad, de krant die door de meeste decision makers gelezen wordt. Hij schrijft al bijna dertien jaar voor die krant: columns, recensies, interviews, feuilletons, reportages, polemieken. Binnen die tevreden kaste waar scribenten bij voorkeur inhaken op andere scribenten in hun krant, is hij een van hen. En tegelijkertijd ontstijgt hij ze, want hij duikt overal op en is in zijn veelzijdigheid bijna alomtegenwoordig.<\/p>\n<p>Park Avenue<\/p>\n<p>Toneel, filmscripts, essays, columns, journalistiek op tal van podia, prozagedichten, verhalen, romans, novelles, reisverhalen. Radio- en televisiewerk, culminerend in zijn presentatie van het kunstprogramma R.A.M. De hoofdrol in twee reclamespots van De Telefoongids. Dan schildert hij nog, figuratief. Hij reist de wereld rond en nog eens rond. De vraag is eigenlijk wat hij n\u00edet gedaan heeft.<\/p>\n<p>Het antwoord: tijd vermorsen. In het schrijverscaf\u00e9 rondhangen. In Nederland blijven.<\/p>\n<p>In 1995 vertrok hij, in het kielzog van zijn toenmalige vriendin, naar New York, waar hij nog steeds woont. De vertaler Karol Lesman, die door Grunberg \u2018mijn enige vriend\u2019 wordt genoemd, staat het definitieve van die stap nog helder voor ogen. \u2018Hij zei toen al: ik kom niet meer terug. Hij had al zijn schuldeisers uitgenodigd voor een galafeest in het Okura-hotel, met oesters en champagne. Voor iedereen die hij geld schuldig was, had hij een envelop bij zich. De volgende dag vertrok hij.\u2019<\/p>\n<p>Na een korte start deep down Queens, vlak bij het Poolse consulaat, vestigt Grunberg zich nabij het luxe deel van Park Avenue. Hij houdt een appartement in Dublin aan om fiscale redenen. Het mogen dan toevallige omstandigheden zijn die tot zijn emigratie naar de Verenigde Staten hebben geleid, het land past hem als een tweede huid. Hij vindt er een permanent onderwerp om over te schrijven en hij kan er zijn wie hij wil. Het populairste thema in de betere Amerikaanse fictie is: jezelf opnieuw uitvinden. Dat is wat Grunberg in zijn persoonlijk leven doet en waarover hij ons op de hoogte houdt in al zijn overzeese tijdingen in kranten en tijdschriften. De mythe groeit. Het is ontstellend hoeveel we van hem weten. Thuis slaapt en schrijft hij. Buiten de deur ontbijt, luncht, dineert hij en ontmoet hij mensen.<\/p>\n<p>Soms gaan fictie en werkelijkheid een verbond aan. Een Volkskrant-cameraploeg overviel hem in oktober 2000 \u2019s ochtends in het Italiaanse koffiehuis Dolci op Park Avenue, waar hij zat te ontbijten, om hem te feliciteren met de AKO Literatuurprijs voor Fantoompijn. Een vaste bezoekster, ze woonde in een appartement boven het koffiehuis, wilde daar meer van weten en schudde hem voor de camera de hand \u2013 die foto haalde de voorpagina. Ze heette Elayne Kleeman (1930-2005), en kort daarna verloofde Grunberg zich met haar. Het paar vertoonde zich veelvuldig in het openbaar, hetgeen de mythe rondom Grunberg vergrootte. Wat moest hij met dat oude mens?<\/p>\n<p>\u2018Elayne was heel belangrijk voor me,\u2019 is het enige wat hij erover wil zeggen. Karol Lesman weet meer: \u2018Ze was kookboekenschrijfster, kende half culinair New York \u2013 daar had hij nu net over geschreven in Fantoompijn; zijn hoofdpersoon kreeg succes met De Pools-joodse keuken in 69 recepten. Koken na Auschwitz. Voor zulke dingen is Arnon heel gevoelig.\u2019<\/p>\n<p>Maar de persona van immigrant in de Nieuwe Wereld was hem niet genoeg. De in zijn sturm-und-drangjaren gedurig uitgesproken wens om er niet te zijn, de fantasie om dit ondermaanse voortijdig uit eigen verkiezing te verlaten, raakt op de achtergrond. Wat Grunberg wil is: nog meer verdwijnen in zijn werk. Zelf uit het zicht raken, voor de buitenwereld alleen aanwezig zijn in wat hij schrijft. Daartoe moest zijn heteroniem Marek van der Jagt in het leven geroepen worden: een schrijver met een verzonnen biografie. Niemand mocht weten dat Arnon Grunberg daarachter zat.<\/p>\n<p>MvdJ<\/p>\n<p>Editor Reinjan Mulder is juist klaar met de samenstelling van Marek van der Jagts verzameld werk, dat in februari bij uitgeverij De Geus zal verschijnen. Hij legt er de nadruk op dat hij Grunberg niet wegkaapte van diens vaste uitgever, Vic van de Reijt van Nijgh &#038; Van Ditmar. De krant berichtte dat Grunberg met Mai Spijkers aan het onderhandelen was om zijn po\u00ebzie voor veel geld bij Prometheus onder te brengen, dus toen voelde Mulder zich als uitgever van De Geus vrij een balletje op te gooien. Ze kenden elkaar: in zijn tijd als boekenchef bij NRC Handelsblad had Mulder hem daar binnengehaald. Grunberg hapte toe.<\/p>\n<p>In een maandenlang samenspel tussen Grunberg en Mulder werd Marek van der Jagt van levensfeiten voorzien. Omdat De Geus veel Nederlandstalige schrijvers tussen twee culturen uitgeeft, werd besloten dat ook Marek een allochtoon moest zijn: met een Nederlandse vader en een Duitstalige moeder. Hij was geboren in Wenen en daar woonde hij nog. Tot in details cre\u00eberden ze de nieuwe schrijver, die niet alleen romans zou publiceren maar zich ook in het publieke leven met ingezonden brieven en stukken op de opiniepagina\u2019s van kranten zou manifesteren. Het werd een steeds krankzinniger spel. Mulder houdt het ene na het andere knipsel op; Grunberg zag kans via Marek van der Jagts acties om zichzelf te interviewen, met zichzelf te debatteren, zich zelfs te recenseren. Hij vertelt dat ze, als ze het in hun faxen over Arnon Grunberg hadden, de code \u2018mijn vader\u2019 gebruikten. Na het verschijnen van De geschiedenis van mijn kaalheid kwam deze fax bij De Geus binnen, gedateerd 6 oktober 2000: \u2018Vic belde mijn vader vanochtend in paniek op. Ik heb hem verteld dat ik niet Marek van der Jagt ben. Hij vroeg zich bezorgd af of er nog meer boeken van Van der Jagt zouden volgen. Hoe kan ik dat weten?\u2019 Ondertekend met: Marek van der Jagt.<\/p>\n<p>Soms werd het ingewikkeld. Mulder toont een andere fax, uit Wenen:<\/p>\n<p>\u2018Waarde Reinjan,<\/p>\n<p>Ik heb de berichten op internet gelezen.<\/p>\n<p>Ik ben Marek van der Jagt niet. Dat is alles wat ik kan zeggen.<\/p>\n<p>En nu?<\/p>\n<p>Houdt u me op de hoogte.<\/p>\n<p>Uw<\/p>\n<p>MvdJ\u2019<\/p>\n<p>Mulder gnuift: \u2018Hier zie je dat hij zich zelf vergist.\u2019 Ook was het lastig dat niemand buiten Grunberg, Mulder, de eigenaar en de literair ignorante boekhouder van De Geus wisten dat Marek en Arnon \u00e9\u00e9n waren. Geheimhouding voor al die anderen was geen sinecure. Mulder vertelt dat Arnon en hij in Schliersee hadden afgesproken om zaken te doen. \u2018Komt hij tot mijn ontzetting met een vriendinnetje, Claire Weeda, die vooral niet mocht weten waar hij mee bezig was. Ik werd aan haar voorgesteld als een meneer met wie hij nu eenmaal al jaren lange wandelingen maakt. Ze kwam er later, als eerste, toch achter, maar toen heeft Arnon gedreigd haar te vermoorden als ze het verder zou vertellen.\u2019<\/p>\n<p>Grunberg geeft toe dat hij plezier beleefd heeft bij zijn Marek van der Jagt-maskerade, maar hij klinkt toch erg onthecht: \u2018Ach, een maskerade is niet zo interessant. Marek \u2013 ik deed dat om praktische redenen, ik wilde kijken of ik een boek kon schrijven zonder dat mensen wisten dat ik het was, zonder de verplichtingen die daaraan kleven, zonder de druk. Zonder de Marek-boeken was er tussen Fantoompijn en De asielzoeker een langere weg geweest.\u2019<\/p>\n<p>Zijn vriend de recensent Arjen Fortuin, met wie hij daarna de vriendschap per brief opzegde, ontmaskerde hem met hulp van Italiaanse computerdeskundigen in NRC Handelsblad. Grunberg over Van der Jagt: \u2018De functie was uitgediend.\u2019<\/p>\n<p>De winst van het Marek-avontuur is duidelijk: aldus slaagde Grunberg erin een hogere productie te bewerkstelligen van zijn proza, kon hij financieel zijn marktwaarde opschroeven, in de kritiek en in het buitenland een tweede kans krijgen \u2013 Duitsland prefereert de Marek-boeken. En vooral, door los te komen van zijn autobiografie en door in Marek van der Jagts tweede roman Gstaad 95-98 niet langer in de eerste persoon enkelvoud te schrijven, verwierf hij naast grotere technische vaardigheid, meer afstand en daarmee vrijheid.<\/p>\n<p>\u2018Marek\u2019 hielp hem overigens niet bij het verdwijnen in zijn werk. Integendeel, \u2018Marek\u2019 vergrootte de mythe rond Grunberg en richtte de aandacht nog meer op zijn persoon. Het is wat uit de hand gelopen.<\/p>\n<p>Aanstormende jonge auteurs worden voor Grunberg aangezien of doen juist alsof Grunberg hun boek heeft geschreven. Eerst was er al het gerucht dat Aristide von Bienefeldt een heteroniem van Grunberg was \u2013 onzin. Toen begon een Koreaans geadopteerd meisje een feuilleton op de achterpagina van NRC Handelsblad \u2013 dat zou dan weer een gebbetje zijn van Grunberg en diens uitgever Oscar van Gelderen, tja. Dit jaar: Ernest van der Kwast schreef een boek in de geest van Grunberg, Stand-in, en vroeg acteur Sieger Sloot zijn pseudoniem te zijn en te spelen. Werkte niet. Dan is er nog Eva Maria Staals sterke debuutroman over de internationale, illegale wapenhandel Probeer het mortuarium. Dat boek \u00e1demde Grunberg. Reinjan Mulder houdt dat op de invloed van de stilistisch begenadigde Hollands Maandblad-redacteur Bastiaan Bommelj\u00e9, die Staal als schrijfster twee jaar lang intensief begeleidde. Bovendien, merkt Mulder fijntjes op, had Bommelj\u00e9 eerder onder de naam Marek van der Jagt, en in diens stijl, een stuk in zijn eigen blad afgedrukt.<\/p>\n<p>Angst regeert in de media om weer in een Grunberg-opzetje te tuinen, ondervond ook Bregje Bleeker. In haar kersverse debuutroman De Walrus komt Grunberg voor als \u2018de Schrijver\u2019. Hoofdpersoon Bibi gaat na de dood van haar geliefde Walrus, een Amsterdamse hasjhandelaar, naar hem toe in New York en vraagt hem of hij een requiem kan schrijven. Dat wordt niets. Bleeker: \u2018Paul Witteman wist ook z\u00e9ker dat Grunberg De Walrus geschreven had. Daarom wilde hij me niet in Pauw &#038; Witteman. Want dan zitten we daar en dan blijkt dat Grunberg het geschreven heeft.\u2019 Geamuseerd: \u2018Ik vind het een grote eer: je schrijft een boek en dan zegt men: dit is te goed voor een debuut, dus dan moet Arnon Grunberg het wel geschreven hebben. Ik zit er niet mee. Voor mijn generatie is hij de beste schrijver van nu.\u2019<\/p>\n<p>De schrijver, in New York geconfronteerd met zulke verdenkingen, is verbijsterd. \u2018Neeneeneeneeneenee&#8230; die mensen bestaan toch gewoon? Wat een merkwaardige verhalen. Ik denk daarbij ook: wat voor beeld hebben ze van mij? Ik zit gelukkig ver weg.\u2019 Daarna: \u2018Eigenlijk vind ik dat je zo onzichtbaar mogelijk moet zijn. Of alleen in tekst aanwezig moet zijn. Ook niet op tv.\u2019<\/p>\n<p>Hij verklaart zich nader: \u2018Kijk, alles wat je krijgt aan erkenning van de buitenwereld is te weinig. Het is nooit genoeg. Vaak is het ook nog een belediging, in zekere zin. Ik ben ook weleens bij een AKO-prijsuitreiking geweest waarbij ik Anton werd genoemd. Dan ga je toch twijfelen of zo\u2019n man het boek \u00fcberhaupt heeft gelezen. Als die mensen al niet eens mijn naam kunnen uitspreken&#8230;<\/p>\n<p>De laatste keer dat ik de Libris won, fluisterde de juryvoorzitter, Cox Habbema, in mijn oor: je mag iets zeggen, maar houd het binnen de tien seconden. Je voelt een soort angst dat zij de controle kwijtraken. Stel je voor dat je zou zeggen: Geert Wilders is goed! Of: Geert Wilders moet dood! Dat zou die mensen choqueren. Je voelt dat je daar puur een object bent.<\/p>\n<p>De roem die er uiteindelijk is, maakt een einde aan de inbeelding. Als je alleen bent in je kamer kun je je inbeelden van alles te zijn, maar aan het Libris-diner, denk je: dit is het. Dit is wat ik voorstel. Of niet voorstel. Dat is ontluistering.\u2019<\/p>\n<p>Pater familias<\/p>\n<p>Op die manier wil hij zo min mogelijk aan de wereld deelnemen. Maar hij schrijft wel iedere week een mail met het karakter van een openbare brief aan iemand: bekende of onbekende personen, levenden of doden. Die mails verschijnen in Humo en Het Parool. Mark Schaevers maakte daaruit de met een Gerard Reve-citaat getooide selectie Omdat ik u begeer: \u2018Ik had Arnon een wekelijkse column voor Humo gevraagd, maar die heb ik eigenlijk nooit gekregen. Een klassieke column heb ik in zijn mails nooit gezien, daarvoor zijn het te veel brieven waarin je de directe adem van het leven ruikt. Daarom het idee een bundeling ervan te presenteren als een correspondentie. Het voordeel voor Arnon was ook dat een correspondentie een bezorger heeft, en door mij voor die klus te vragen kon hij iets doen wat hij graag meer zou doen: verdwijnen. Levend en wel aanschouwen hoe je brieven door een ander bezorgd worden: misschien is dat wel de aangenaamste vorm van verdwijnen.\u2019<\/p>\n<p>Het is een erg persoonlijke uitstalling geworden, met vooral de vele brieven aan vriendinnen, aan zijn moeder en zus. Op de vraag of dit nu Grunberg is die als een naaktloper op ons afkomt, antwoordt Schaevers: \u2018Dit boek intensiveert de vraag naar het werkelijkheidsgehalte van wat Arnon schrijft, zonder die daarom duidelijk te beantwoorden. Arnon maakt van zijn leven literatuur, en het is niet mijn bedoeling die literatuur weer te reduceren tot het leven. De trieste onttoveringsarbeid van de biograaf is aan mij niet besteed; dan zou ik nog liever meetoveren. Via voetnoten kan ik tonen waar Arnon de werkelijkheid kruist, en dat is dikwijls meteen ook het punt waar hij aan de werkelijkheid ontsnapt. Het liefst had ik dat mijn selectie, met die noten erbovenop, ging lijken op een autobiografie van Arnon in briefvorm, en dat zag hij meteen zitten, omdat, zoals hij het zei, zo\u2019n boek het werk van de biograaf alleen maar kan bemoeilijken.\u2019<\/p>\n<p>Een autobiografie die een biografie overbodig maakt, zo kennen we Arnon Grunberg weer.<\/p>\n<p>Het scherpst laat hij zich zien in wat hijzelf zijn \u2018extended family\u2019 noemt, een entiteit die binnenste en buitenste kringen bevat. Zowel zijn moeder als de werkster kan tot deze alternatieve, zelfgeschapen familie behoren. Grunberg noemt het een mooie fantasie om pater familias te zijn van de extended family. Iemand die onvoorwaardelijke bescherming biedt, loyaal is en loyaliteit terugkrijgt.<\/p>\n<p>\u2018Dat hoeft niet per se seksuele loyaliteit te zijn. Het gaat meer om het aanvaarden wie je bent. Dat het er niet alleen maar om gaat hoe de ander wil dat jij bent. Dat je ook nog mag bestaan zoals je zelf wilt zijn. Dat mag vaak niet.\u2019<\/p>\n<p>Dat de taal waarin die relaties in de correspondentie benoemd worden die van een zakelijk contract is, beaamt hij. \u2018Ook niet-zakelijke relaties zijn gebaseerd op zakelijke voorwaarden. Dat mag je nooit zo benoemen, maar ik vind dat onzin. Ik vraag iets, ik bied iets, dat is een contract. Sommige mensen kunnen daar duidelijk niet mee leven, anderen wel. Ik zoek ook de grenzen op, omdat je soms niet weet wat je aan mensen hebt. Ook doe ik dat weleens uit verveling, omdat je denkt: gebeurt er nog wat? Dan moet je ze wakker schudden. Sommige van hen blijven daarna tot de extended family behoren \u2013 dat is het leukste. Het heeft ook nadelen: die groep wordt steeds groter, en er moet altijd ruimte blijven voor nieuwe mensen die iets toevoegen. Voor sommige van hen voel ik een diepe verantwoordelijkheid. Het wordt wel lastig voor de mensen die erbij komen. Want dan zit je nog met een ex die een vriendin is. Dat wordt niet altijd als prettig ervaren. Dat heeft in het verleden voor problemen gezorgd. Het is niet altijd makkelijk uit te leggen. Het orde scheppen in mijn eigen leven heeft nooit zo\u2019n hoge prioriteit gehad. Wel dat het ordelijk verloopt. Maar niet dat het ergens naar toe moet gaan.\u2019<\/p>\n<p>Hezbollah<\/p>\n<p>Tijd voor wat veldwerk: kennismaken met leden van de extended family. Eva Pel is Arnon Grunbergs tweede persoonlijk secretaris; zij verdeelt haar tijd tussen Amsterdam en New York. De eerste secretaris is Johannes van der Sluis, standplaats Den Haag. Uit de tijd dat Grunberg voor het televisieprogramma R.A.M. werkte, stamt zijn uit noodzaak geboren gewoonte om licht administratief werk, geregel en onderzoek uit te besteden aan secure vertrouwelingen. \u2018Er is altijd werk,\u2019 formuleert Pel bedachtzaam. \u2018Arnon zou het liefst hebben dat ik altijd bereikbaar ben.\u2019<\/p>\n<p>Na lang aandringen, het werk van een \u2018helper\u2019 is immers vertrouwelijk, vertelt Pel iets over een lastige opdracht. Of ze iemand van Hezbollah voor Grunberg te pakken kon krijgen, ten behoeve van zijn stukken voor NRC. \u2018Op reis door Syri\u00eb heb ik ooit een journalist van de BBC ontmoet, zo kwam ik uiteindelijk in contact met Hezbollah. Uiteindelijk krijg je dan via via een telefoonnummer. Dat was van de fixer, zoals Arnon haar noemde. Zij bracht Arnon bij Hezbollah.\u2019<\/p>\n<p>Uit Omdat ik u begeer blijkt dat ook Irina Slutskin, de schoonheidsspecialiste, een gewaardeerd lid is van de extended family. Iedere week laat Grunberg door haar een manicure verrichten. Dat is de enige remedie tegen zijn moeizaam te bedwingen neiging tot \u2018nagelkrabben\u2019. Tevens huurde hij van haar een pand voor toenmalige vriendin Aaf Brandt Corstius, toen die zich in New York bij hem dacht te kunnen voegen.<\/p>\n<p>\u2018Familie?\u2019 zegt Irina. \u2018Ja, hij is een geweldige zoon. Maar wat mij dwarszit is dat ik zijn moeder nog steeds niet ontmoet heb. Als ik ernaar vraag, zegt hij: spoedig, spoedig. Hij vertelt mij veel verhalen over zijn familie, over zijn zus, zijn neefjes en nichtjes. Er is veel intimiteit tussen ons, ik weet veel van zijn vriendinnen, van zijn leven. Hij kwam bij mij omdat hij de hele tijd aan zijn nagels zat, hij beet er constant op. Ik pakte hem hard aan, ik legde hem uit: als je ooit nog eens wilt trouwen, dan wordt het nog een hele klus, want dan moet je ophouden met bijten. Niemand houdt van zulke lelijke handen. Niemand, zeg ik je. Hij kwam vervolgens iedere week. En zoals je ziet, heeft hij nu mooie nagels.<\/p>\n<p>In het begin vroeg ik hem nog regelmatig: ga je trouwen? Dan zei hij nee en zweeg. Maar geleidelijk liet hij toch meer los over zijn relaties, of hij een vriendin had. Weet je, ik kende Aaf niet goed. Maar ik kan je wel vertellen dat ze beslist niet de ware is voor hem. Er zijn veel vrouwen die bij een beroemde man willen horen. Ze was te agressief. Arnon zal op zakelijk vlak wel agressief zijn, maar relationeel is hij erg soft. Ik ben er zeker van dat hij zal trouwen. We moeten blijven hopen. Hij is erg goed met kinderen. Zijn petekind, het zoontje van Marianne, daar is hij gek op. Dat ouderschap heeft hem veranderd. Dat zal helemaal het geval zijn als hij zijn eigen gezin heeft, zijn eigen kinderen. Hij zal een fantastische vader zijn, want hij verzorgt graag anderen, hij is erg warm en zacht. En heel behulpzaam. Het maakt niet uit wanneer je hem belt, dat kan ook \u2019s nachts, hij staat meteen klaar om je overal mee te helpen. We bellen elkaar altijd op onze verjaardagen. Het voelt alsof hij familie van me is.\u2019<\/p>\n<p>De sterkere<\/p>\n<p>Ex-vriendin Aaf Brandt Corstius, die in Omdat ik u begeer ook onder de koosnaam \u2018Aap\u2019 ten tonele wordt gevoerd, is of ze dat nu wil of niet, lid van de extended family. In een recente, nog ongebundelde brief informeerde Grunberg zelfs bij Hanneke Groenteman of het waar is dat \u2018de min of meer onvergetelijke Aaf\u2019 nu met haar zoon Gijs is. In het personenregister achterin wordt zij van allen het meest genoemd. In de verzameling reiscolumns Grunberg rond de wereld (2004), waarin de auteur zich eveneens autobio graaft, is dat nog \u2018Moeder, mijn\u2019. Aaf Brandt Corstius schreef over hun liefdesrelatie in de columnbundel Het jaar dat ik 30 werd (2006). \u2018Aaf\u2019 heeft daarin een knipperlichtrelatie met Meneertje Knipperlicht, die behept is met \u2018relatie-, samenwoon-, bindings- en gezellig-op-de-bankfobie\u00ebn\u2019. Ze heeft geen trek in uitspraken doen over Arnon Grunberg: \u2018Het jaar dat ik 30 werd is een roman, en Meneertje Knipperlicht is Meneertje Knipperlicht. Zo zie ik het en zo vertel ik in interviews ook altijd over het boek. Ik hoorde dat hij in de bundel mensen bij naam en toenaam noemt. Dat is zijn keuze; zelf doe ik dat niet.\u2019<\/p>\n<p>Karol Lesman prijst zich gelukkig tot de extended family te mogen behoren. Hij leerde Arnon Grunberg zestien jaar geleden kennen. Hij zou een vergeten Poolse schrijver vertalen voor Kasimir Uitgeverij. Ze raakten bevriend, maakten samen twee reizen naar Polen en een naar de Oekra\u00efne. Lesman: \u2018Hij is mijn beste vriend. Hij zei: ik ga weg, naar New York \u2013 ik wist dat ons contact minder zou worden. Bij de presentatie van het Topor-boek waar hij sprak, wist ik dat we maar twee zinnen zouden wisselen. Ik wilde hem gewoon zien. Dan is er even een aanraking, en dat is genoeg. Arnons handdruk is nog dezelfde als bij onze kennismaking in Scheltema op 23 april 1991. Volgend jaar gaan we weer naar de Oekra\u00efne. Hij zei me dat hij zo\u2019n zin heeft in die reis. Dat is me voldoende. Dan wordt het weer heel goed.<\/p>\n<p>Dat we niet met elkaar praten is hetzelfde als wel met elkaar praten. De intimiteit bestaat ook uit zwijgen. Wat ik van een vriendschap verwacht, is alles wat hij geeft. Dat vereist niet per se een fysieke aanwezigheid. Er is niemand anders met wie ik dat deel, of ooit gedeeld heb. Natuurlijk mis ik hem.\u2019<\/p>\n<p>De jeugdvrienden Eric Schliesser en Arnon Grunberg kregen heibel over Marek van der Jagt. Schliesser: \u2018Ik was zwaar in mijn ijdelheid gekwetst door De geschiedenis van mijn kaalheid; ik herkende veel van mezelf in dat boek.\u2019 Was die ruzie het einde van een vriendschap waard? \u2018Ik kijk er met een zekere triestheid op terug. Ik vind het jammer dat het uitgegaan is. Maar ik wist dat als ik niet mijn rug recht zou houden, dat ik dan de rest van mijn leven het gevoel zou hebben dat Arnon de meerdere, de sterkere zou zijn, mij in zijn achterzak zou hebben. Ik heb echt gehuild, ik heb Arnon ook horen huilen en gillen van woede, maar op dat moment was het alternatief: altijd de mindere te zijn en de gelijkwaardigheid die ik tussen ons voelde \u2013 als vrienden \u2013 kwijt te raken. Ik ben niet de eerste en ook niet de laatste die dacht dat ik met Arnon iets anders had dan dat er was. Uiteindelijk kon hij niet een relatie van gelijkwaardigheid verdragen. Voor mij is dat de enige soort vriendschap die het bevechten waard is. Ik ben niet de enige die in zijn vriendschap op Arnon verliefd is geweest en ook zijn verliefdheid op mij heeft gevoeld. Ik vind het jammer, voor mezelf, voor hem, dat hij zijn vriendschappen niet koestert. Juist als we ouder en cynischer worden, moeten we bereid zijn onze kwetsbaarheid en menselijkheid niet uit het oog te verliezen. Ik kan melancholiek zijn, maar hij is iemand die in het nu leeft, ondanks al die trauma\u2019s die hij met zich meedraagt.\u2019 Aan Schliesser zijn twee brieven gericht. In de eerste, van 8 oktober 2002, suggereert Grunberg dat zijn jeugdvriend die zichzelf in Marek van der Jagt meent te herkennen, daarom zo kwaad werd, omdat hij eigenlijk z\u00e9lf schrijver wil zijn. Grunberg acht zich door hem publiekelijk belasterd en verklaart hem dood: \u2018Deserteurs krijgen ook de kogel.\u2019 Eric Schliesser besloot de tweede aan hem gerichte brief niet meer te lezen.<\/p>\n<p>Klootzakken<\/p>\n<p>Vrienden zijn met Arnon Grunberg is, kortom, iets bijzonders, of de relatie nu verbroken is of niet. Schaevers poogt dat gevoel te benoemen: \u2018Zijn basisopstelling spreekt mij aan: de mogelijkheid een heel vergaand maar toch gereserveerd contact te hebben. Je respecteert grenzen en als je daaroverheen wilt, vraag je dat met een luide klop op de deur. Ik vind hem niet onbenaderbaar, maar ik vind het ook perfect dat je voorzichtig met elkaar omgaat. Daarom klikt het al jaren tussen ons. Het contact is luxe, zonder verplichtingen. Het helpt ook, geloof ik, dat we het leven op dezelfde manier zien: als een spel. Weliswaar een spel waarbij het leven op het spel staat \u2013 omdat het leven buiten het spel niets is, of zoiets.\u2019<\/p>\n<p>Soortgelijke idee\u00ebn over het leven en het spel, waarmee Grunberg doelt op de omgang tussen mensen, staan ook in De techniek van het lijden (2005); lezingen toen hij gastschrijver was aan de Technische Universiteit Delft. \u2018Leven is je bewust maken van de dreigingen van het noodlot en je daar zo goed mogelijk tegen beschermen.\u2019 Eigenlijk wemelt het bij Grunberg van zulke vaak nogal leerstellige uitspraken. In zijn brieven: \u2018Wat mij betreft is het een morele imperatief: wie ogen heeft, ziet ellende.\u2019 \u2018Zoals David Mamet zegt: \u201cWij moeten allemaal leven in een onvolmaakte wereld.\u201d\u2019 In zijn fictie: \u2018Duisternis is de mens, niets dan dat, het epicentrum van de duisternis.\u2019 Je moet schrijven om de mensheid te schaden, leerde hij van Flaubert en dat lied zingt hij voort. \u2018Bovendien woont in ieder mens een klootzak en ik ben onder meer op aarde om mensen te verzoenen met de klootzak die in hen woont.\u2019 En: \u2018Ik ben een geboren therapeut. En wat mijn therapie zo effectief maakt is dat ik de mensen niet wil genezen, ik wil me met hen vermaken, de wereld is mijn speeltuin en ik wil die speeltuin graag verfraaien.\u2019 Of: \u2018En voor mij is literatuur niets dan destructie.\u2019 Het is fascinerend om te zien hoe gevormd Grunbergs anti-humanisme, stoelend op een anti-moraal, al vanaf het begin in zijn werk aanwezig is \u2013 en hoe weinig zijn filosofie verandert.<\/p>\n<p>Projectielen<\/p>\n<p>Zijn politieke standpunten zijn onvoorspelbaar en altijd interessant: de beste combinatie. Neem zijn reactie op 11 september \u2013 hij was in New York die dag, zag de stad met eigen ogen in zak en as. Zijn gut reaction, die hij ook meteen in de krant opschreef, was: wat zal ik vanavond eten? De golven van hysterie moesten er nog aankomen, Grunberg voorspelde ze op die manier. Om dat te kunnen moet je met een stevig wereldbeeld gewapend zijn.<\/p>\n<p>Eveneens maakt hij in zijn werk fors gebruik van zijn sociale en psychologische intelligentie. Hij houdt met name een oog open voor de kwetsbaarheden van de ander. \u2018Meer nog dan schrijver ben ik dokter. Een mensendokter.\u2019<\/p>\n<p>Hij moet zich bewust zijn van die verschillende talenten. Want in zijn Yasha-columns in de VPRO Gids leeft hij zijn filosofische zendingsdrang ten volle uit, met lapidaire redeneringen, provocatieve omkeringen, extreme standpunten. Terwijl hij in zijn Humo\/Het Parool-brieven vooral rondwroet in de psyche van de aangeschrevene. Net als Saul Bellows personage Moses Herzog schrijft hij brieven aan iedereen, uit het openbare en zijn persoonlijk leven, aan doden en levenden. Maar Grunberg ziet zijn brieven als een vorm van hulpverlening: \u2018De verhouding tussen lezer en schrijver kan worden vergeleken met die tussen pati\u00ebnt en therapeut. De lezer is ziek en moet genezen.\u2019 Dokter Grunberg is van de hardhandige.<\/p>\n<p>Hij moet erom grinniken: \u2018Soms denk ik, bij een nieuw iemand in mijn leven: misschien moet die maar eens geen brief krijgen. Geen zin om weer last te krijgen.\u2019<\/p>\n<p>Polemiek lijkt hij nooit te schuwen. Laatst weer met oorlogscorrespondent Arnold Karskens, die gesuggereerd had dat Grunberg zich door het leger had laten censureren in zijn Afghanistan-stukken. Serieus: \u2018Er zat geen spel in die man. Ik vind het belangrijk van mij af te bijten. Als ik mezelf niet kan verdedigen, kan ik ook mijn extended family niet verdedigen. Het idee dat je niet naar het leven zult worden gestaan, is een misvatting. Die Karskens gaat dan, net als veel Nederlandse schrijvers, boos mijn uitgever opbellen: dit kan niet wat Grunberg doet! Ik kan mij niet voorstellen dat ik dat ooit zou doen.\u2019<\/p>\n<p>De meeste schrijvers reageren niet op zijn aanvallen. Grunberg: \u2018Cees Nooteboom heeft weleens tegen me gezegd: ik heb geen talent voor polemiek. Een respectabele reactie. De meeste schrijvers zeggen desgevraagd: geen commentaar. Je werpt ergens een projectiel binnen, je krijgt een projectiel terug \u2013 dat is ook fijn. Je schrijft iets, en het is fijn als er wordt gereageerd. Als het alleen met zwijgen wordt ontvangen, ga je je afvragen: bestaat het wel? Dat is geen ijdelheid, maar een existenti\u00eble reactie.\u2019<\/p>\n<p>Stel dat ze allemaal op de presentatie zouden komen, de aangeschrevenen in Omdat ik u begeer. \u2018Dat zou ik wel leuk vinden. Ik vind dat ze ook hun versie van het verhaal mogen geven. Je schrijft geen brief aan wie je onverschillig is. Je hoopt toch wel dat er wat gebeurt.\u2019<\/p>\n<p>Schliesser overwoog \u2018stappen\u2019 nadat hij de eerste aan hem gerichte brief ontvangen had. Maar hij besefte snel: \u2018Arnon is verbaal altijd sterker, hij zal altijd lager slaan. Hij wint. Ik kan nooit op dezelfde manier terugvechten, maar het leven is lang. Er zijn genoeg mogelijkheden te benoemen wat voor mij belangrijk in het leven is, om het beter te doen dan Arnon.\u2019<\/p>\n<p>A.F.Th. van der Heijden liet het niet bij schouderophalen, toen hij onlangs weer een brief aan hem in Het Parool las. Hij spuide zijn gal bij Pauw &#038; Witteman: \u2018Het moet maar eens afgelopen zijn, dit grenst aan karaktermoord.\u2019 Grunberg, die kort daarna te gast was, werd geconfronteerd met deze kwaaiige beelden. Hij weigerde, in charmante bewoordingen, als altijd, al te zeer op het geschil in te gaan. Hij had hulpverlening geboden, want daar was meneer Van der Heijden aan toe. De twee interviewers lieten echter niet los, waarop Grunberg aan Witteman vroeg: hebben ze nooit iets naars over u geschreven? Jawel, zei die, heel erge dingen. Maar nooit door collega\u2019s.<\/p>\n<p>Grunberg antwoordde nog dat de literatuur geen gezelligheidsvereniging is en deed er het zwijgen toe. Wat moest hij ook met collega\u2019s? Collega is een begrip dat je onderschrijft of niet.<\/p>\n<p>Respect<\/p>\n<p>Toch staat hij niet alleen. Al eerder, jaren geleden, hekelde P.F. Thom\u00e9se publiekelijk het collega-gedoe onder schrijvers. Wil hij dat toelichten? \u2018Collegialiteit is voor op kantoor. Een schrijver is altijd alleen. Je hebt je aan niemand te verantwoorden, laat staan aan andere schrijvers. De enige met wie je te maken hebt, zijn je lezers.\u2019 De door het Nederlands Literair Productie- en Vertalingenfonds georganiseerde groepsreizen ter promotie van Nederlandse literatuur in het buitenland zijn natuurlijk debet aan dat collegagevoel onder schrijvers. Thom\u00e9se: \u2018Ik vind dat ook heel erg lastig. Bijna nooit vind je die schrijvers goed. Of je vond ze vroeger goed en nu allang niet meer. En omdat schrijvers bijna allemaal narcisten zijn, is er een verplichting tot wederzijdse bewondering. In zulke ruilhandel ben ik slecht.\u2019<\/p>\n<p>De in Omdat ik u begeer opgenomen brief aan hem, over zijn novelle Schaduwkind, heeft hij nog niet gelezen. Maar zo\u2019n brief verbaast hem niet. \u2018Ik denk dat Grunberg zich heel erg druk maakt om andere schrijvers in Nederland. Dat betekent dat hij ze heel serieus neemt. Ik vind het zelf nooit onprettig als figuren als Grunberg of Zwagerman de moeite nemen zich druk te maken om mij. Dat is een teken van respect, zoals iedere kritiek. De meeste schrijvers nemen nog niet eens de moeite daar over na te denken. Het is een misverstand om een negatief oordeel als een daad van disrespect te zien. Juist vaak heb je het beste met iemand voor over wie je kritisch bent, omdat je hoopt dat het tot betere resultaten leidt. Als je alleen maar goede kritieken aankan, betekent het dat je een slechte schrijver bent.\u2019<\/p>\n<p>Hij kan zich goed voorstellen waarom Grunberg zijn openbare brieven schrijft: \u2018Je wilt je als je dat doet andermans invloedssfeer toe-eigenen. Je wilt zeggen: Ik zit niet in mijn kleine kamertje mijn eigen wereld te beschrijven, maar ik betreed deze wereld van Thom\u00e9se, Van der Heijden en al die mensen die ik in de krant zie staan, daar ga ik met mijn natte hondensnuit door de gang lopen, zodat ze weten dat ik daar ook ben geweest.\u2019<\/p>\n<p>A.F.Th. hervatte zijn tegenaanval via een open brief aan Grunberg in HP\/De Tijd. Hij beweert daarin dat Grunberg de literatuur als een eenmanszaak beschouwt en concurrenten wil uitschakelen. Hij noemt hem een \u2018eenzame kruidenier\u2019 en een \u2018goedgebekte woordvoerder van de hufters in Nederland\u2019, \u2018een messias in Afzeikland\u2019. Grunberg reageerde daar niet op, maar publiceerde wel een brief aan Pauw &#038; Witteman, getiteld \u2018Mededogen\u2019, waarin hij eerst herhaalt wat hij in hun programma zei: Van der Heijden is een zieke man en zieke mensen moet je helpen. En tegen zichzelf in bescherming nemen, voegt hij nu toe. Kijkcijfers zijn tenslotte niet allesbepalend.<\/p>\n<p>Hun polemiek is met een sisser afgelopen. Grunberg stak, met zijn petekind op de borst, Libris-prijswinnaar A.F.Th. de vijf toe en die accepteerde de felicitatie. Veel gedoe om niets, maar met ingrijpende gevolgen. In zijn vorige week in Vrij Nederland afgedrukte opiniestuk schrijft Grunberg dat hij als \u2018schrijvende dode\u2019 voortaan zal zwijgen over Nederlandse collega\u2019s en dat hij nooit meer aanwezig zal zijn tijdens literaire activiteiten in Nederland. \u2018Ik trek een cordon sanitaire om de Nederlandse literatuur, opdat het nog lang gezellig kan blijven in die literatuur.\u2019 De ophef over zijn brieven aan A.F.Th. en diens weigering om bij het AKO-festijn samen met hem in \u00e9\u00e9n ruimte te eten, moet hem teleurgesteld hebben. Hij had iets anders verwacht.<\/p>\n<p>Want st\u00e9l dat Van der Heijden Thom\u00e9ses visie had gedeeld, over de kwetsende toonzetting heen was gestapt en Grunbergs eerste brief als een daad van respect had beschouwd. Dan had hij Grunbergs literaire bezwaren tegen zijn werk kunnen aanvechten. Grofweg komen die erop neer dat Van der Heijden, volgens Grunberg, verkeerde prioriteiten stelt in zijn laatste novelle Mim. Te veel (slecht achterhaalbare) bedoelingen, te nadrukkelijke symboliek, te weinig verhaal, luidt zijn kritiek. In die bezwaren klinkt door wat Grunberg in het nawoord van J.M. Coetzees Hij en zijn man schreef: of de auteur iets beweert, of meent wat hij zegt, doet er niet toe. Het gaat tenslotte om de tekst. Alleen in die literaire ruimte, onbezwangerd door schrijvers met opzichtige bedoelingen, kan \u2018de wereld van het spel\u2019 tot zijn recht komen. Het is legitiem dat Grunberg zijn eigen po\u00ebtica in stelling brengt tegen die van Van der Heijden: diens Mim is breed bewierookt door de kritiek. Grunberg houdt aldus de kritiek een spiegel voor: is Mim echt onze maat der dingen?<\/p>\n<p>Grunbergs po\u00ebticale opvatting sluit weer aan bij zijn mijmeringen over verdwijnen. \u2018De meeste schrijvers zouden zichzelf moeten zien verdwijnen, dat zou hun werk ten goede komen\u2019, schrijft hij in een brief. Bovendien is Grunberg standvastig in zijn bewondering voor Coetzee, de gelauwerde, veelgelezen, concessieloze, kille schrijver die leeft voor zijn werk en de anonimiteit zoekt.<\/p>\n<p>Het zich willen meten met grote schrijvers is een constante bij hem. Hij weet zijn voorbeelden te kiezen: de taboeloze moralist Houellebecq; Jacob Isra\u00ebl de Haan als onafhankelijke, Joodse rebel; Gustave Flaubert als icoon van de toegewijde schrijver die zijn schrijven voor de vriendin-op-afstand laat gaan; de fijnzinnige intellectueel Isaak Babel die met het Rode Leger meetrok als embedded journalist \u2013 zoals Grunberg dat in zijn NRC-reportages doet. En above all Coetzee.<\/p>\n<p>Zijn uiteindelijke doel is: emulatie. Ook met vaderlandse auteurs als Nooteboom en Kellendonk. De letterkundige en universitair docente Yra van Dijk bereidt een studie voor waarin ze het hoe en waarom van Grunbergs verwijzingen in Tirza zal ontsluiten naar respectievelijk Rituelen en Mystiek lichaam, grote romans met een vergelijkbare thematiek. Van Dijk: \u2018Naast alle overeenkomsten op verhaal- en thematisch niveau, speelt in de drie romans dezelfde vraag: wat betekent het ouderschap? Wat is er voor zingeving mogelijk als dat er niet is? Seks, geld of kunst?\u2019<\/p>\n<p>Grunberg lijkt daarin verder te gaan dan Nooteboom en Kellendonk. Grunberg is een gedreven lezer, die in de literatuur vooral zichzelf lijkt te willen lezen. Uit een recent nummer van The New Yorker plukt hij feilloos die ene intrigerende uitspraak in een interview met Philip Roth: \u2018It is the way of the novelist to take the raw material of life and transform it into something that is no longer life but language.\u2019 Zowel de zin als de strekking ervan: vintage Grunberg.<\/p>\n<p>Sponsor<\/p>\n<p>Zesendertig is hij en the world is his. Hoe is het om Arnon Grunberg te zijn? Mark Schaevers: \u2018Hij neemt het leven van vandaag serieus. Hij is iemand die schrijft, die denkt, die een eigen leefwereld geconstrueerd heeft om dat serieus te kunnen doen. Ik leef vandaag, in deze wereld, met deze middelen, ik kan vliegen, ik heb vrienden, ik heb kennissen, ik heb als het even kan een geliefde, ik ben een intellectueel van Joodse origine, ik ontmoet mensen, ik schrijf, ik reageer, ik ben een working unit. En toch, we\u2019re talking Grunberg: leven is lijden. Hij leeft intens. Hij loopt rond, hij lokt dingen uit, hij rapporteert over zijn leven \u2013 en dat doet hij op vele manieren, op haast industri\u00eble schaal, in romans, recensies, reportages, columns, lezingen, voorwoorden. De deadline is hem heilig, soms moet het snel, soms \u2013 zeker als hij zijn romans schrijft \u2013 draait hij bewust op een trager ritme. Want als het op z\u2019n drive en ambitie aankomt, blijft hij toch een flaubertiaan in de eenentwintigste eeuw: eerst komt het werk, dan het werk, en vervolgens het werk.\u2019<\/p>\n<p>Volgend jaar is hij gastschrijver aan de Leidse universiteit, reist hij naar Bagdad om de oorlog te verslaan. Hij heeft zitting genomen in een jury met literatuurkenners die zich beijveren voor de uitgave van klassiekers uit de wereldliteratuur. Hij sponsort met een deel van zijn prijzengeld de vertalingen van Stendhal, Topor, Heine, maar ook van Joseph Margulies\u2019 Guant\u00e1namo and the Abuse of Presidential Power. In recensies van Nederlandstalige literatuur in NRC Handelsblad lijkt zijn werk zo langzamerhand het enige ijkpunt. Zijn serie over de oorlog in Afghanistan verscheen in die krant saillant genoeg op de kunstpagina. Rare plek voor oorlogsjournalistiek. Behalve als de auteur vereerd wordt als een belangrijk kunstenaar. De schelm in hem is vrijwel verdwenen, in plaats daarvan is de Gro\u00dfschriftsteller verrezen, om een term uit Robert Musils Der Mann ohne Eigenschaften te lenen. Dat zijn auteurs als Mulisch of Grass die altijd een mening over de wereld klaar hebben. Schrijvers die voor hun boeken staan.<\/p>\n<p>Grunberg zou Grunberg niet zijn als hij geen tegenstelling belichaamde.<\/p>\n<p>Gro\u00dfschriftsteller, maar tegelijkertijd is hij als workaholic een Ahasverus. Niet alleen in overdrachtelijke zin. In zijn reportagestukken, altijd op zoek naar brandhaarden en taboe verklaarde personen, of het nu over Guant\u00e1namo Bay gaat, een familiehotel in Beieren of de pedofielenpartij; hij is op de top van zijn kunnen. In die rol is de schrijver achter het werk verdwenen.<\/p>\n<p>Arnon Grunberg: van gedoodverfde schlemiel tot d\u00e9 schrijver van zijn generatie. Een Hollands succesverhaal. Maar onderweg zijn er toch wat gaten in het pantser ontstaan: een drietal.<\/p>\n<p>E\u00e9n: de affaire-Goedkoop. NRC Handelsblad-recensent Hans Goedkoop schreef negatief over Figuranten; zijn slotzin luidde: \u2018de bodem valt weg onder zijn humor\u2019. Grunberg reageerde in een Yasha-column: \u2018De redactie mag kiezen: Goedkoop of Grunberg.\u2019 Maar de redactie koos niet en Grunberg voerde zijn dreigement niet uit. Waarom maakte hij zich indertijd zo druk om die loze opmerking van Goedkoop? Eerst ontwijkt hij een antwoord, dan zegt hij: \u2018Het was mijn moeder die heel erg ontriefd was door die recensie.\u2019<\/p>\n<p>Tw\u00e9\u00e9: Kert\u00e9sz. Van Grunbergs lange stukken over schrijvers is dat over de Joods-Hongaarse Nobelprijswinnaar het opmerkelijkste: \u2018Het geluk van Auschwitz\u2019 (NRC, 28 februari 2003). De stelling van Kert\u00e9sz is dat het geheugen een verbeeldingsmachine is. Dat hij, gezien zijn verblijf als jongen in de gruwelijkste concentratiekampen, heeft overleefd en zich eigenlijk, als hij eerlijk is, geen snars herinnert van wat er echt is gebeurd. Om dat verleden terug te vinden moet hij dus de weg van de verbeelding bewandelen. Want slechts de verbeelding vermag dat. Grunberg lijkt in dat analytische stuk over Kert\u00e9sz juist van opvatting dat je je aan de feiten moet houden. Dat terwijl hij in zijn fictie nogal eens de verbeelding inzet om het leed te beschrijven.<\/p>\n<p>Dr\u00ede: Auschwitz. In het vorig jaar uitgezonden televisie-interview van Paul Rosenm\u00f6ller met Arnon Grunberg werd de schrijver verzocht naar Auschwitz te gaan, het kamp waar zijn moeder gezeten heeft. Hij heeft een exemplaar van het manuscript dat ze voor haar kinderen heeft gemaakt bij zich. Dat levensverhaal heeft hij nog nooit gelezen. Door het in straf tempo doorvragen over gevoelige en pijnlijke onderwerpen van Rosenm\u00f6ller, die steeds vlak bij Grunberg staat, raakt de schrijver merkbaar onder druk. Hij ratelt: \u2018Ik hoop steeds minder jood te worden, ik ben meer dan dat \u2013 ik ben m\u00e9\u00e9r dan mijn ouders \u2013 ik schaam mij voor dat joodse \u2013 dat is ongemak.\u2019 Nadat hij heeft moeten voorlezen uit zijn moeders boek \u2013 hij doet het snel en toonloos \u2013 typeert hij het drama van zijn ouders zo: \u2018Dat je iets overleefd hebt en dat je niet meer kan leven. Niet meer echt leven.\u2019 Op het terrein van Auschwitz, oog in oog met het onmetelijke en onmenselijke van de eerdere vernietiging, krijgt hij het zichtbaar te kwaad, zoals dat eenieder gebeurt die een concentratiekamp bezoekt, zelfs zonder een vergelijkbaar familieverleden. Hij draait met zijn hoofd, maar de interviewer laat zijn slachtoffer niet gaan. Waar Arnon Grunberg wanhopig over is, wil hij weten. Grunberg, terwijl hij wegkijkt: \u2018Ja, dat het idee wat hij had toen hij zestien was, van: ik ga het anders doen dan mijn ouders, ik ga echt leven, dat dat niet gelukt is. Dus dat hij ook niet echt leeft.\u2019<\/p>\n<p>Verschrikkelijk om te zien, maar memorabele televisie. Het was duidelijk dat hij door gevoel bevangen werd, terwijl hij vastzat in de pose van degene die ongevoelig is voor het leed dezer wereld.<\/p>\n<p>Die sc\u00e8ne vernietigde op dat moment zijn imago.<\/p>\n<p>Uit deze drie momenten spreekt dat Hannelore Gr\u00fcnberg-Klein niet alleen Arnons moeder is, maar ook zijn achilleshiel. Er zijn legio uitspraken in zijn brieven waarin hij afstand probeert te nemen van de vrouw die hij iedere dag belt. \u2018Ik moest mij van mijn moeder bevrijden.\u2019 Aan zijn zus: \u2018Voor onze moeder was liefde een teken van zwakte en daarom heeft ze liefde buiten de deur gehouden, want wat je ook van haar kunt zeggen, niet dat ze zwak is of zwak wil zijn. Maar voor ons is dat geen excuus.\u2019<\/p>\n<p>Aan zijn moeder: \u2018In jouw ogen was ik een genie, maar wel een die zijn eigen veters niet kon vastmaken. Iemand die zich niet kon verweren, iemand die jou nodig had om de boze buitenwereld op afstand te houden.\u2019 De moeder in De dagen van Leopold Mangelmann roept: \u2018Je moet oppassen voor de anderen, ze willen je kwaad doen. Ze willen je wegvagen.\u2019<\/p>\n<p>Yra van Dijk acht het de tragedie van veel Grunberg-personages dat ze buitengesloten zijn van de vrouwelijke wereld: \u2018De moeders vormen een leegte in het werk. Ze zijn er vaak niet, of heel terloops. Of anders zijn ze wel bijzonder stiefmoederlijk. Vrouwen vertegenwoordigen bij hem een soort geheim, ze zijn in zichzelf besloten wezens, nauwelijks benaderbaar. De man kan pas echt van ze houden als ze medelijden opwekken.\u2019<\/p>\n<p>In zijn dagelijks leven daarentegen maakt Grunberg niet de indruk communicatief gehandicapt te zijn met vrouwen. Aan Elayne schrijft hij: \u2018In de literatuur gaat het erom het drama te vergroten, in het leven gaat het erom het drama te verkleinen.\u2019 Aan \u2018Aap\u2019 doet hij deze confidentie: \u2018Ik ben de eerste om toe te geven dat ik bang ben om te leven. Daarom schrijf ik. (&#8230;) Mijn veldonderzoek voor mijn boeken, columns en verhalen brengt mij gevaarlijk dicht in de buurt van het leven, dat ik uit angst probeer te ontvluchten.\u2019<\/p>\n<p>Het schrijven. Over geen ander onderwerp heeft hij zich meer uitgesproken. Alles wat hij schrijft is gericht op de buitenwereld. Door het schrijven neemt hij deel aan de wereld, reageert hij op de wereld, geeft hij de wereld vorm. Schrijven maakt voor hem de werkelijkheid zichtbaar. Hoe zou hij leven zonder het schrijven? \u2018Moeilijk. Zinloos. Deprimerend. Eenzaam,\u2019 zegt hij. \u2018Al kan ik mij voorstellen dat je klaar bent. Het dodelijkste is natuurlijk dat je de hele tijd die schrijver moet zijn. Als ik de ontluistering van een Jeroen Brouwers zie, denk ik: ik zou wat anders gaan doen.\u2019<\/p>\n<p>Het is laat geworden in Sant Ambroeus, een Italiaans restaurant in Manhattan, dat hij regelmatig frequenteert. We zijn de laatste gasten, er is geen haast. De klok slaat twaalf. Na een dag praten is gelukkig de druk van ons gesprek af, dat dan ook steeds meer stiltes kent, onverwachte wendingen neemt en vertrouwelijker wordt. Hij laat blijken hoe hij uitziet naar zijn naderende verblijf als journalist in Afghanistan. Het is de ervaring van menig oorlogscorrespondent: te midden van het gevaar voel je dat je leeft, intenser dan ooit. Maar dan vertelt hij iets dat zich moeilijk laat rijmen met hoe hij \u2013 de control freak \u2013 overkomt.<\/p>\n<p>Toen de militaire situatie daar in Uruzgan erg dreigend werd, de raketten nabij insloegen, en de legerleiding ervoor vreesde weldra een dode journalist, ook nog een beroemd schrijver, naar huis te moeten verschepen, kreeg hij een bevel. Met een beschermingsvest om moest hij in bed gaan liggen \u2013 op zijn zij, als een foetus, beeldt hij met horizontaal gevouwen handen uit. Sereen: \u2018Ik zag mezelf liggen en ik was volmaakt gelukkig.\u2019<\/p>\n<p>GRUNBERG OVER Primo Levi (1919-1987)<\/p>\n<p>Italiaanse schrijver. Bekend om zijn werk over de holocaust.<\/p>\n<p>Beroemdste boek: \u2018Is dit een mens\u2019.<\/p>\n<p>\u2018Juist vertellen wat je hebt meegemaakt vereist literaire middelen, waarmee ik elk middel bedoel dat gebruikt kan worden om de spanning vast te houden, om emoties voor de lezer invoelbaar te maken, om medelijden op te wekken of juist afkeer, kortom elk middel waardoor een boek zich onderscheidt van het weerbericht en de statistieken.\u2019<\/p>\n<p>OVER Stanislaw I. Witkiewicz (1885-1939)<\/p>\n<p>Poolse schrijver en schilder. Grunberg besprak zijn klassieker \u2018Afscheid van de herfst\u2019.<\/p>\n<p>\u2018Dat wat je zegt en de manier waarop je het zegt, is onscheidbaar. Tegen een schrijver zeggen \u201cik houd zo van de manier waarop u schrijft\u201d is een subtiele poging om dat wat er gezegd wordt onschadelijk te maken, maar het slaat nergens op. Inhoud destilleren uit een roman is net zoiets als een mens verbranden en dan het potje as op tafel zetten en zeggen \u201cvoil\u00e0, de inhoud\u201d.\u2019<\/p>\n<p>over J.J. Slauerhoff (1898-1936)<\/p>\n<p>Nederlandse schrijver en dichter. Grunberg besprak zijn verzamelde verhalen.<\/p>\n<p>\u2018Zingeving is de grote vernietiger van schoonheid, iets wat bijvoorbeeld socialisten maar moeilijk konden begrijpen. Het nuttige is over het algemeen erg lelijk.\u2019<\/p>\n<p>over Patrick Modiano (1945)<\/p>\n<p>Franse schrijver. Grunberg noemt zijn beste boeken: \u2018Zondagen in augustus\u2019, \u2018Verloren wijk\u2019, \u2018Villa Triste\u2019 en \u2018Het circus komt voorbij\u2019.<\/p>\n<p>I.<\/p>\n<p>\u2018Modiano schrijft alsof hij een filmcamera is. Hij beschrijft de handelingen, de personen en de dialogen, en zonodig de omgeving. En dit alles zo summier als maar mogelijk, zodat elke zin het verhaal vooruit helpt, en daarom niet gemist kan worden.\u2019<\/p>\n<p>II.<\/p>\n<p>\u2018Schrijven bestaat, zoals bekend, net als film en misschien wel net als alles waar je van kunt houden op deze wereld bij de gratie van suggestie.\u2019<\/p>\n<p>over Isaak Babel (1894-1940) Russische schrijver. Volgens Grunberg \u2018de beste korte verhalen-schrijver van de vorige eeuw\u2019.<\/p>\n<p>I.<\/p>\n<p>\u2018Bijna nergens wordt het zo duidelijk als in het werk van Babel dat het uiteindelijk uitsluitend en alleen om zinnen gaat. Dat een verhaal of een roman niets anders is dan een verzameling zinnen.\u2019<\/p>\n<p>II.<\/p>\n<p>\u2018Stijl is de noodzakelijke afstand tussen de schrijver en zijn gevoel.\u2019<\/p>\n<p>III.<\/p>\n<p>\u2018Goed schrijven ziet eruit alsof iedereen het kan. Alsof het niet moeilijker is dan je mond opentrekken.\u2019<\/p>\n<p>IV.<\/p>\n<p>\u2018Seks bij Babel is niet het hoogtepunt van het samenzijn, de bezegeling van een verbond, eerder het hoogtepunt van de isolatie. Niet liefde maar seks is medelijden.\u2019<\/p>\n<p>over gerrit krol (1934)<\/p>\n<p>Nederlandse schrijver aan wie Grunberg twee brieven schreef in \u2018NRC Handelsblad\u2019.<\/p>\n<p>I.<\/p>\n<p>\u2018Het doel, de functie zou u zeggen, van een boek kan niet gelegen zijn in het mooiste Nederlands. Of Engels. Of Duits. Voor je het weet wordt uw gebruik van het vraagteken geprezen.\u2019<\/p>\n<p>II.<\/p>\n<p>\u2018De scheiding tussen toon en betekenis is kunstmatig en onverstandig. Taal die alleen maar toon is, is muziek. Jan Hanlo schreef een gedicht dat alleen maar toon is. Mooi, maar wel een eindpunt. Je kan erop vari\u00ebren, maar beter wordt het niet.\u2019<\/p>\n<p>III.<\/p>\n<p>\u2018Woorden hebben werkelijkheid nodig om iets te betekenen. Ze zijn het gereedschap van de schrijver, maar ze zitten ons in de weg. Ze moeten, geloof ik, vooral niet de nadruk op zichzelf vestigen. Geen rederijkersproza dus, geen proza dat gecomponeerd is met behulp van zestien woordenboeken.\u2019<\/p>\n<p>IV.<\/p>\n<p>\u2018Het huwelijk tussen schrijver en lezer bestaat uit een aantal wetten die niet altijd even succesvol gebroken kunnen worden. Veel van die wetten lijken op de wetten die bestaan als twee (of meer) mensen een gesprek voeren.\u2019<\/p>\n<p>V.<\/p>\n<p>\u2018Een schrijver speelt met illusies zoals u aangeeft, en hij moet, om ermee te kunnen spelen, die illusies herkennen en ontmaskerd hebben. Een schrijver is iemand die zelf nauwelijks of geen illusies meer heeft maar wel een illusie wil zijn voor anderen.\u2019<\/p>\n<p>VI.<\/p>\n<p>\u2018Elke roman, elk verhaal, is te beschouwen als een pleidooi van de schrijver voor een of meerdere van zijn personages. Een aanklacht, een verdedigingsrede of allebei tegelijk. Hij nodigt de lezer uit een moreel oordeel te vellen over de gedragingen van zijn personages, of beter nog, hij nodigt ze uit, hij verleidt ze hun oordeel te herzien. U dacht dat zoiets slecht is, maar ziet u, onder deze omstandigheden is het helemaal niet slecht, maar begrijpelijk, misschien wel goed. U dacht een paard te zien, maar het was een onschuldige waterrat.<\/p>\n<p>De schrijver doet dit niet door de feiten te veranderen, maar door de feiten anders te ordenen. Zoals een therapeut tegen zijn cli\u00ebnt zegt: \u201cIk kan de feiten van uw leven niet veranderen, maar ik kan wel aantonen dat u uit die feiten hele andere conclusies kunt trekken dan u nu doet.\u201d\u2019<\/p>\n<p>over Jerzy Kosinski (1933-1991)<\/p>\n<p>Pools-Amerikaanse schrijver wiens beroemde roman \u2018De geverfde vogel\u2019 niet op eigen ervaringen bleek te berusten en die zijn boeken niet zelf bleek te hebben geschreven.<\/p>\n<p>I.<\/p>\n<p>\u2018Hij beschrijft een wereld die bijna uitsluitend uit wreedheid lijkt te bestaan op een manier alsof hij een glaasje ranja beschrijft.\u2019<\/p>\n<p>II.<\/p>\n<p>\u2018Wreedheid is bij Kosinski niet alleen iets negatiefs. Het is dat wat mensen bindt, het is een vorm van contact.\u2019<\/p>\n<p>III.<\/p>\n<p>\u2018Een ster die zichzelf niet verzint, die zichzelf niet mythologiseert, is geen ster en kan ook geen ster zijn.\u2019<\/p>\n<p>OVER Bernard-Marie Kolt\u00e8s (1948-1989) Franse toneelschrijver. Grunberg citeert Kolt\u00e8s\u2019 prachtige definitie van een dialoog: \u2018twee monologen die met elkaar proberen samen te leven.\u2019<\/p>\n<p>I.<\/p>\n<p>\u2018Er zijn vele manieren om de werkelijkheid af te beelden, als je schrijft. En jouw werkelijkheid afbeelden, de anderen dwingen door jouw ogen naar de werkelijkheid te kijken, dat lijkt me nog altijd het doel van schrijven.\u2019<\/p>\n<p>II.<\/p>\n<p>\u2018Een dialoog leert je de mensen kennen door hun halve waarheden, hun gedraai en hun leugens. Wie mensen wil leren kennen heeft vaak meer aan hun leugens dan aan zogenaamde oprechte bekentenissen. Hoe liegen ze, waarom liegen ze, met welke inzet liegen ze, wat proberen ze te verduisteren?\u2019<\/p>\n<p>III.<\/p>\n<p>\u2018Je zou het contract tussen de lezer (of kijker) en schrijver (of toneelschrijver of filmmaker) kunnen beschouwen als een onderhandeling. Je wilt meer weten h\u00e8, zegt de schrijver, maar dan moet je nog even met me mee naar de volgende straathoek. En als je daar dan bent, zegt de schrijver: maar als je meer wilt weten moet je toch nog even met me mee naar het metrostation. En als je daar bent, zegt de schrijver, en als je echt wilt weten hoe het afloopt is het minste wat je kunt doen even je linkerborst laten zien. Heel snel. Niemand kijkt.\u2019<\/p>\n<p>Over Guy de Maupassant (1850-1893) Franse schrijver. Zijn beste werk vormen de korte verhalen, novellen en een gedeelte van de brieven.<\/p>\n<p>I.<\/p>\n<p>\u2018Stijl beperkt de mogelijke interpretaties van een zin of een alinea, en zorgt ervoor dat de kans aanzienlijk is dat de lezer leest en begrijpt wat de schrijver wilde uitdrukken.\u2019<\/p>\n<p>II.<\/p>\n<p>\u2018Bovendien lijkt De Maupassant te begrijpen dat de geschreven taal per definitie een afgeleide is van de gesproken taal en hij verwijdert zich nooit te ver van die gesproken taal.\u2019<\/p>\n<p>Over Edgar Hilsenrath (1926) Duitse schrijver. Beste boek volgens Grunberg: \u2018Nacht\u2019 (1964)<\/p>\n<p>\u2018Het is goed er nog even aan te herinneren dat een zin in een roman er niet staat, omdat de schrijver toevallig zin had die zin te schrijven, of omdat het echt zo gebeurd is. Maar omdat de schrijver meent dat die zin de meest effectieve is om de lezer dat te doen voelen, en dat te laten meemaken wat hij wil dat de lezer voelt en meemaakt.\u2019<\/p>\n<p>over Marnix Gijsen (1899-1984) Belgische schrijver. Zijn beste twee boeken volgens Grunberg: \u2018De kroeg van groot verdriet\u2019 (1974) en \u2018Het paard Ugo\u2019 (1968). Grunberg las \u2018De kroeg van groot verdriet\u2019 al op twaalfjarige leeftijd en beweert het nu nog ongeveer eens in de twee jaar te lezen. In een stuk over Gijsen schrijft hij alvorens een boek te lezen altijd eerst het volgende gebed op te zeggen:<\/p>\n<p>\u2018Lieve schrijver<\/p>\n<p>Geef mij toch niet de tijd na te denken over uw curieuze taalgebruik, uw sterk gekruide metaforen, de bladspiegel en het gebruikte lettertype.<\/p>\n<p>Geef mij toch niet de tijd mij af te vragen welke persoon dit allemaal heeft bedacht en waarom in godsnaam.<\/p>\n<p>Lieve schrijver, sleep mij toch mee in uw verhaal, vanaf de eerste bladzijde tot de laatste.<\/p>\n<p>Laat uw boek toch niet het equivalent zijn van een op te lossen cryptogram. Een boek is geen cryptogram en een cryptogram is geen boek. Beleer mij niet, want ik ben niet meer te beleren.<\/p>\n<p>Dwing mij niet te geloven dat geschminkte apen mensen zijn. Ook ik ben slechts gematigd enthousiast over de mens, maar ik ben niet zo stom dat ik het verschil niet kan zien tussen een geschminkte aap en een mens.<\/p>\n<p>Nietzsche zei dat wij kunst nodig hadden om de werkelijkheid te doorstaan. Maar is het niet zo dat wij uw boeken nodig hebben om de werkelijkheid eindelijk te zien. Die wij niet meer kunnen zien om duizend en een redenen die ik hier niet zal opnoemen.<\/p>\n<p>Lieve schrijver, als u dit gebed verhoord heeft, kunt u mij dan niet ook beloven verre te blijven van literaire manifesten, en dat u ook nooit in een literaire jury zult gaan zitten, noch enige verzamelbundel zult samenstellen, en dat u bijtijds zult stoppen met schrijven?\u2019<\/p>\n<p>over Marcel Proust (1871-1922) Franse schrijver. Grunberg zegt geen onvoorwaardelijke aanhanger van hem te zijn.<\/p>\n<p>I.<\/p>\n<p>\u2018Alles wat in De verloren tijd staat is al meegemaakt, niet alleen door Proust, maar ook door de lezer. Alleen was deze laatste nog niet in staat werkelijk te ervaren wat hij had meegemaakt, omdat er nog geen woorden voor waren gevonden.\u2019<\/p>\n<p>II.<\/p>\n<p>\u2018Elke schrijver probeert de definitie van schoonheid te veranderen, zijn werk is die veranderde definitie van schoonheid, of die definitie geaccepteerd wordt doet er nu even niet toe.\u2019<\/p>\n<p>III.<\/p>\n<p>\u2018Jaloezie lijkt Proust te zeggen, stelt ons in staat ons eindelijk werkelijk voor de ander te interesseren. Niet dat we daardoor meer zien, want jaloezie vertekent juist de werkelijkheid, maar in ieder geval brengen we dankzij de jaloezie interesse op voor anderen. Jaloezie is geen afscheiding van de liefde, geen residu ervan of een bijwerking, zoals bij medicijnen, het is de liefde zelf.\u2019<\/p>\n<p>over J.M. Coetzee (1940) Zuid-Afrikaanse schrijver. Grunberg laat zich vaker bewonderend over hem uit. Bijvoorbeeld: \u2018Ik ken geen hedendaagse schrijver die de illusie dat lezen en schrijven de moeite waard zijn zo levend weet te houden als Coetzee.\u2019<\/p>\n<p>I.<\/p>\n<p>\u2018De lezer die zich inleeft, dat is de raison d\u2019\u00eatre van de romanfiguur. Een roman kan niet worden begrepen, en niet worden gewaardeerd, als de lezer de roman niet incorporeert in zijn leven.\u2019<\/p>\n<p>II.<\/p>\n<p>\u2018Bij Coetzee kwam ik de gedachte tegen dat communicatie niet ontstaan is om informatie uit te wisselen, maar vanuit het lied. En het lied is ontstaan om de al te grote en al te lege menselijke ziel met geluid te vullen.\u2019<\/p>\n<p>III.<\/p>\n<p>\u2018De positie die zowel Coetzee als Erasmus lijken te zoeken heeft, dat kan niet genoeg worden benadrukt, niets met lafheid te maken. Maar met wantrouwen, gebaseerd op inzicht over het innemen van posities dat, zo weten zij, ertoe leidt dat je wordt ingelijfd door het spel, dat zijn eigen agenda heeft, in wiens handen de strijdende partijen niets dan instrumenten zijn.\u2019<\/p>\n<p>over Natalia Ginzburg (1916 -1991) Italiaanse schrijfster.<\/p>\n<p>I.<\/p>\n<p>\u2018Schrijven is dus niet ervaringen en gevoelens transformeren tot taal. Precies omgekeerd, taal wordt als het goed is een ervaring. Taal is de ervaring en het gevoel. En wee hen die eerst denken te voelen en dat dan proberen op te schrijven.\u2019<\/p>\n<p>II.<\/p>\n<p>\u2018Pijn spreekt niet. Er is geen taal voor pijn. Van pijn taal willen maken is net zoiets als plassen en dan de urine terug willen stoppen in je piemel.\u2019<\/p>\n<p>Beknopte bibliografie Arnon Grunberg<\/p>\n<p>Romans<\/p>\n<p>Blauwe maandagen (1994)<\/p>\n<p>Figuranten (1997)<\/p>\n<p>De heilige Antonio (1998)<\/p>\n<p>Fantoompijn (2000)<\/p>\n<p>De Mensheid zij geprezen (2001)<\/p>\n<p>De asielzoeker (2003)<\/p>\n<p>Het aapje dat geluk pakt (2004)<\/p>\n<p>Tirza (2006)<\/p>\n<p>Romans<\/p>\n<p>Marek van der Jagt<\/p>\n<p>De geschiedenis van mijn ?kaalheid (2000)<\/p>\n<p>Gstaad 95-98 (2002)<\/p>\n<p>Essays en bundels<\/p>\n<p>De troost van de slapstick (1998)<\/p>\n<p>Geachte Erasmus (2000)<\/p>\n<p>Geweigerde liefde (2002)<\/p>\n<p>Amuse-gueule (2001)<\/p>\n<p>Monogaam  (Marek van der Jagt, 2002)<\/p>\n<p>Grunberg rond de wereld (2004)<\/p>\n<p>Otto Weininger of Bestaat de jood? (Marek van der Jagt, 2005)<\/p>\n<p>Onder de soldaten (2006)<\/p>\n<p>Omdat ik u begeer (2007)<\/p>\n<p>Po\u00ebzie<\/p>\n<p>De Machiavellist (1990)<\/p>\n<p>Liefde is business (1999)<\/p>\n<p>De citaten van Arnon Grunberg over schrijvers komen uit \u2018NRC Handelsblad\u2019, \u2018Humo\u2019 en \u2018Vrij Nederland\u2019<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Van gedoodverfde schlemiel werd Arnon Grunberg d\u00e9 schrijver van zijn generatie. De schelm in hem is intussen vrijwel verdwenen. In plaats daarvan is een Gro\u00dfschriftsteller verrezen, die alleen aanwezig wil zijn in wat hij schrijft. \u2018Ik vind het belangrijk van me af te bijten.\u2019<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[293,27],"tags":[],"acf":[],"author_name":"Jeroen Vullings","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/111993"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=111993"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/111993\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Jeroen Vullings","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=111993"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=111993"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=111993"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}