
 {"id":111471,"date":"2007-12-15T00:00:00","date_gmt":"2007-12-14T22:00:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/als-de-rechter-tekort-schiet\/"},"modified":"2007-12-15T00:00:00","modified_gmt":"2007-12-14T22:00:00","slug":"als-de-rechter-tekort-schiet","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/als-de-rechter-tekort-schiet\/","title":{"rendered":"Als de rechter tekort schiet"},"content":{"rendered":"<p>Interview hoogleraar Janneke Gerards<\/p>\n<p>Janneke Gerards is vrij van de arrogantie van de snelle stijgers. In 2002 promoveerde ze op een boekwerk van achthonderd pagina\u2019s over het gelijkheidsbeginsel, waar ze drie prijzen voor ontving. Bij haar aanstelling als hoogleraar staats- en bestuursrecht te Leiden drie jaar later was ze als 29-jarige even de jongste professor van het land. Rechters van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg kijken met vrees uit naar de commentaren op hun uitspraken die ze schrijft als redacteur van het tijdschrift European Human Rights Cases. En sinds vorig jaar hanteert Gerards de voorzittershamer van De Jonge Akademie. Die afdeling van de Koninklijke Akademie van Wetenschappen wil minister Plasterk voeden met ervaringen van jonge topwetenschappers over de uitwerking van zijn beleid. Ook trekt De Jonge Akademie het land in om aan jong en oud te laten zien dat wetenschap niet een tijdverdrijf voor grijze muizen is, maar een avontuurlijke onderneming voor hippe lieden.<\/p>\n<p>Haar positie is indrukwekkend, maar Gerards\u2019 zelfbewustzijn loopt daar nog niet mee in de pas. Ze twijfelde of ze dit interview wel moest geven. \u2018Dan ben ik zo zichtbaar en dat is niet mijn ding.\u2019 Het geneert haar ook lichtjes dat zij voor de media een aanlokkelijke gesprekspartner is. \u2018De mensen om mij heen vind ik minstens zo goed onderzoek doen, maar die worden nooit gevraagd voor zo\u2019n interview.\u2019 En aan de hoge verwachtingen die men van haar heeft, heeft ze lang moeten wennen. \u2018Als je hoog op een voetstuk bent geplaatst, kun je er ook weer keihard vanaf donderen. Eigenlijk ben ik altijd bang dat iemand er gewoon een keer doorheen prikt en zegt: die Gerards is echt niet zo goed. Juist daarom wil ik misschien niet zo centraal staan, omdat ik denk: is het wel zo bijzonder wat ik doe? Anderen vinden kennelijk van wel, maar dat is hun oordeel over mij, niet mijn eigen oordeel.\u2019<\/p>\n<p>Na overleg met raadgevers uit haar omgeving liet ze zich toch strikken. Al was het maar om de kans te grijpen over haar vakgebied te vertellen. Want dat vindt ze machtig mooi. Gretig schrijven de media over rechterlijke dwalingen. Maar de belangstelling voor het ambacht van juridisch onderzoek is gering. Als we het daarover kunnen hebben, graag.<\/p>\n<p>In een tot appartementen omgebouwde pastorie in hartje Utrecht vertelt Gerards over wat haar fascineert. Haar huis hangt vol foto\u2019s en schilderijen van vogels. \u2018Met mijn drukke baan zal ik nooit een topvogelaar worden, maar als het even uitkomt, ben ik wel graag vroeg buiten. Het gedrag van die beesten waarnemen vind ik heel rustgevend.\u2019<\/p>\n<p>In het werkend bestaan bijt Gerards zich het liefst vast in hard cases. Daar valt lastig een haarscherpe definitie van te geven. \u2018Volgens \u00e9\u00e9n stroming zijn het al die zaken waar de wetgever geen aanknopingspunten heeft gegeven voor de rechter hoe hij ze moet oplossen. De rechter moet dan zelf het recht vinden.\u2019<\/p>\n<p>Zo\u2019n juridische puzzel kan ook ontstaan bij een onbeduidende kwestie zoals \u2018is een heester een boom?\u2019 wanneer er strijd is over de vraag of een kapvergunning nodig is. Maar de Leidse juriste van Maastrichtse komaf loopt pas echt warm voor een hard case als er een taai ethisch aspect aan vastzit. Niet zelden zijn er dan grondrechten in het geding, constateert Gerards. \u2018Juist omdat die een morele lading hebben. Ze gaan over zaken die mensen ontzettend belangrijk vinden, zoals vrijheid en gelijkheid. Als verschillende grondrechten botsen, ontstaan er haast politieke vragen.\u2019<\/p>\n<p>In de rechtspraak is er een olievlekwerking van grondrechten. Een van de verklaringen daarvoor hangt samen met een mooie paradox. Juist doordat er in de sociale verzorgingsstaat zoveel beschermende regels zijn gekomen, worden mensen steeds vaker in hun belangen aangetast. Daardoor raken ze langzaam het vertrouwen kwijt in het regulerende vermogen van de overheid en maken ze steeds vaker de gang naar de rechter om regelgeving aan te vechten. \u2018Je beroept je dan op zo algemeen mogelijke regels om aan te tonen dat de regel waar je tegen opkomt niet deugt,\u2019 verklaart Gerards. \u2018In de trant van: \u201cKijk, we hebben het gelijkheidsbeginsel en het is niet eerlijk dat ik anders word behandeld dan mijn buurman.\u201d Tegelijkertijd vragen we steeds meer van de overheid. Mensen komen aanzetten met redeneringen als: \u201cPrivacy betekent ook dat mijn geslachtsveranderingsoperatie moet worden vergoed. Want wil ik mijzelf kunnen ontplooien, dan moet de overheid daar toch voor zorgen.\u201d\u2019 In de afgelopen eeuw is de zorgplicht van de overheid sterk toegenomen, constateert Gerards. \u2018Grondrechten garanderen houdt niet langer alleen in dat je daar als overheid moet afblijven, maar ook dat je ze actief moet bevorderen. Dat betekent dat er in gevangenissen voldoende mogelijkheden moeten zijn om een vereniging op te zetten. En dat je moet optreden tegen ernstige geluidsoverlast die mensen hindert in hun slaap.\u2019<\/p>\n<p>Dure advocaat<\/p>\n<p>Terwijl het domein van de grondrechten zo almaar uitdijt, zijn ze lastig genoeg nogal vaag. In juridische zin heb je er geen sterk houvast aan. Gerards onderzoekt welke strategie\u00ebn rechters kunnen kiezen om toch tot enigszins objectieve oordelen te komen. Haar droom is hun een helpende hand te bieden. \u2018Het is natuurlijk een gigantische ambitie, en ik weet niet of ik hem ooit waar kan maken, maar het is wel mijn streven instrumenten aan te dragen die rechters kunnen helpen om hun oordelen helderder en voorspelbaarder te maken.\u2019<\/p>\n<p>In een noot van haar oratie schrijft Gerards dat de kwaliteit van de rechterlijke motivering nu vaak ernstig tekortschiet. Een uitspraak die van toepassing is op alle niveaus van de rechtspraak, vindt ze. \u2018De Be\u00adstuurs\u00adrechtspraak van de Raad van State motiveert vaak veel te kort. Het is niemand duidelijk waar het nu eigenlijk om gaat. De Hoge Raad doet zaken wel eens helemaal zonder motivering af. Je zal daar maar als rechtzoekende een dure advocaat voor hebben betaald.\u2019<\/p>\n<p>Een gebrekkige toelichting van het oordeel van de rechter maakt het werk van juristen lastig. \u2018Het is hun taak om gerechtelijke uitspraken te analyseren en te bekijken wat ze betekenen voor de uitleg van het recht. Het vonnis is het enige wat je hebt. De rechter kan net zo goed een beslissing hebben genomen omdat hij ruzie had met zijn vrouw. Daar zal je niet achterkomen als hij niet opschrijft waarom hij iets gevonden heeft. Daarom is die motivering zo vreselijk belangrijk.\u2019<\/p>\n<p>Wezenlijker nog is dat een gebrek aan helderheid in vonnissen het publieke vertrouwen in de rechtspraak kan ondermijnen. Meer iets voor sociologen om dat te onderzoeken, denkt Gerards. Maar ze kan het zich wel voorstellen. \u2018Er stond een aardig stuk in het Nederlands Juristenblad met de titel \u201cWie geven wij het allerlaatste woord?\u201d Als je dat bij de rechter neerlegt, moet je heel zorgvuldige eisen stellen aan het opereren van deze laatste machthebber. Wanneer dat niet goed loopt, doet dat af aan het gezag van die allerlaatste instantie. Als we het vertrouwen in de rechter verliezen, op wie moeten we dan bouwen?\u2019<\/p>\n<p>Schending van mensenrechten<\/p>\n<p>Vanuit haar fascinatie voor hard cases en botsende grondrechten is het Europese Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg een favoriet studieobject van Gerards. Dit in 1959 door de Raad van Europa ingestelde hof biedt een laatste kans aan mensen die vinden dat hun grondrechten zijn geschonden door de staat. Geert Mak noemt het in het nawoord van de jongste editie van In Europa het grootste succes van Europa. \u2018Burgers kunnen hier \u2013 uniek in het internationale recht \u2013 rechtstreeks hun staat aanklagen wegens schendingen van mensenrechten. Niet zelden krijgen ze alsnog gelijk. Het gezag van het Hof is enorm. De uitspraken zijn bindend, werken door in alle aangesloten staten, en niemand waagt het ze naast zich neer te leggen.\u2019<\/p>\n<p>Hoe gezagvol Straatsburg nu volgens Mak ook is, Gerards vreest dat de autoriteit van het Hof begint te wankelen. Ze is niet iemand van de boude uitspraken en formuleert afgewogen en omzichtig. Maar als ze haar zorgen over Straatsburg uitspreekt, neemt ze geen blad voor de mond.<\/p>\n<p>\u2018Het Hof heeft altijd goede uitspraken gedaan, maar gaat nu ten gronde aan de werkdruk. De lidstaten willen geen extra geld geven. De EU heeft het al lastig, maar de Raad van Europa heeft maar liefst zevenenveertig leden. Daar zitten ook Rusland, Azerbeidzjan en Servi\u00eb-Montenegro bij.\u2019<\/p>\n<p>In dat soort landen spelen mensenrechtenkwesties van een ander kaliber, zegt Gerards. \u2018Bij ons zitten er af en toe vreselijke dingen tussen, maar meestal hebben we heel gesofisticeerde mensenrechtenschendingen. Procedures die een half jaar langer hebben geduurd dan netjes zou zijn. Daar staat de problematiek in Rusland tegenover waar mensen in de gevangenis soms maar anderhalve vierkante meter leefruimte hebben, in het pikdonker zitten en veel te weinig eten krijgen. Het aantal ernstige klachten dat uit dat soort staten komt, is gigantisch. Maar het systeem is nog gebouwd op die kleine hoeveelheid West-Europese lidstaten van het begin.\u2019 Net zoals de Europese Unie een nieuw verdrag nodig heeft om de situatie met vijfentwintig lidstaten werkbaar te maken, heeft het Hof een nieuwe structuur en flinke verhoging van het budget nodig, vindt Gerards. \u2018Maar de staten zien kennelijk het belang van het Hof niet genoeg in om daar flink op in te zetten. En Rusland houdt op dit moment een heel belangrijk wijzigingsverdrag tegen waarin de methoden van het Hof worden aangepast aan de omstandigheden.\u2019<\/p>\n<p>Abortus<\/p>\n<p>Het is allemaal een kwestie van geld en politieke wil, maar dat de kwaliteit van de Straatsburgse uitspraken terugloopt, heeft ook een inhoudelijke kant. Niet zelden schieten ze tekort in helderheid en consistentie. Soms doen verschillende Kamers van het Hof botsende uitspraken. Een kwestie van tijdgebrek die tot gebrekkige afstemming leidt, maar wellicht ook een gevolg van de batterij van interpretatietechnieken die het Hof hanteert. Straatsburg graait naar behoeven uit een gereedschapskist van juridische methoden, vreest Gerards. \u2018Cherrypicking is een woord dat veel wordt gebruikt. Je kiest een methode die je in het voorliggende geval goed uitkomt. Op zichzelf begrijpelijk. Maar als je er een hebt gekozen, moet je uitleggen waarom je die keuze hebt gemaakt en moet je dat instrument goed toepassen.\u2019<\/p>\n<p>Aan dat laatste schort het vooral wel eens bij een techniek die met een duur woord de \u201ccomparatieve methode\u201d heet. Gerards: \u2018Het Hof vergelijkt dan hoe er over een bepaald onderwerp wordt gedacht in de zevenenveertig verschillende staten van de Raad van Europa. Hoe denken ze over het recht van geslacht te veranderen in Bulgarije, IJsland en Nederland? Op het moment dat een bepaald aantal staten dat beschouwt als een kwestie die onder de bescherming van privacy valt, zegt het Hof, ok\u00e9, dan vinden wij dat ook.\u2019<\/p>\n<p>Helaas schrijven de Europese rechters vaak niet goed op hoe ze de vergelijking tussen de staten hebben gemaakt en hoeveel staten je nodig hebt om de balans te laten omslaan. Bovendien is de vergelijkende methode een benadering waar je heel voorzichtig mee om moet gaan. \u2018Over het recht op abortus of euthanasie denken wij in Nederland heel anders dan in Polen. Mag je, als een meerderheid van de staten van de Raad van Europa abortus niet erkent als onderdeel van het recht op menselijke waardigheid, tegen Nederland zeggen dat het in strijd is met het recht op leven?\u2019<\/p>\n<p>Deze gemakzuchtige de-meerderheid-heeft-gelijkmethode hanteert het Hof vreemd genoeg met enige regelmaat. Overigens juist niet in het geval van abortus. \u2018Daarvan heeft Straatsburg gezegd: de meningen verschillen zo in Europa dat we het aan de staten overlaten. Het Hof biedt in dit geval nauwelijks extra bescherming of duidelijkheid. Dan ben je niet vreselijk veel opgeschoten met het internationaliseren van de bescherming van mensenrechten.\u2019<\/p>\n<p>Jammer vindt Gerards het dat het Hof zich soms niet wil branden aan netelige kwesties. \u2018In mijn oratie heb ik geschreven over het geval van de Poolse mevrouw Tysiac. Zij was zwanger, terwijl ze vermoedde dat ze blind zou worden als ze een kind zou krijgen. Maar abortus werd in Polen niet toegestaan. Het Hof heeft toen heel behendig om de kernvraag heen gewerkt door op een procedureel punt te gaan zitten. Dat is wel begrijpelijk, want het is een netelige kwestie. Maar ik vind het ook een gemiste kans. Het Hof had zelf een knoop moeten doorhakken. Nu is er nog steeds geen duidelijkheid over het recht op abortus en moeten we wachten tot er een andere zaak naar Straatsburg komt.\u2019<\/p>\n<p>Deemoedig<\/p>\n<p>Dat het Europese Hof voor de Rechten van de Mens zijn vonnissen niet altijd consistent en overtuigend beargumenteert en soms een vluchtroute kiest, kan ertoe leiden dat landen minder deemoedig het hoofd buigen als Straatsburg ze veroordeelt. In Duitsland zijn ze bijvoorbeeld zachtjes aan het morren, vertelt Gerards. \u2018Aanleiding was de uitspraak in de zaak Von Hannover. Van de prinses van Monaco waren in de sensatiepers allerlei smakelijke foto\u2019s verschenen. De nationale rechter had daar een schitterende redenering over opgezet. De vrijheid van meningsuiting betekende ook dat mensen kennis mochten nemen van de uitingen van de roddelpers. Het Europese Hof heeft die argumentatie van tafel geveegd. De vrijheid van meningsuiting omvat ook wel de roddelpers, maar we moeten meer waarde toekennen aan het recht op privacy.\u2019<\/p>\n<p>Op zich is dat een begrijpelijke afweging. Kwetsbaar maakten de Straatsburgse rechters zich door een redenering die Gerards als niet helemaal logisch typeert. \u2018Ze zeiden dat de serieuze media echt belangrijk waren. Maar aan al die B-bladen moesten we niet al te veel waarde hechten.\u2019<\/p>\n<p>Duitsland was boos over de uitspraak. Dat uitte zich onder andere in een interview in Der Spiegel waarin een hoge rechter deze bekritiseerde.<\/p>\n<p>In Nederland schrikken we meestal nog flink als we een veroordeling van Straatsburg hebben gekregen, denkt Gerards. Een mooi voorbeeld is de reactie op de laatste uitspraak tegen Nederland over de gijzeling van journalist Koen Voskuil, die zijn bron voor een artikel over vals spel bij de politie niet wilde prijsgeven. De Nederlandse overheid heeft, oordeelde het Hof op 22 november 2007, ten onrechte een inbreuk gemaakt op zijn journalistieke verschoningsrecht. Al met al een mooie, vrij goed beargumenteerde uitspraak, vindt Gerards. \u2018Het is dan ook niet zo gek dat Hirsch Ballin meteen heeft aangekondigd dat er iets moet veranderen in Nederland. In de uitspraak zijn voldoende aanknopingspunten te vinden om te weten wat er in een mogelijke wet over het journalistieke verschoningsrecht zou moeten komen te staan.\u2019<\/p>\n<p>Toch is Gerards bang dat er ook in ons land al haarscheurtjes in de autoriteit van het Hof komen. \u2018Dat zag je al bij de kwestie van de Somalische asielzoeker Salah Sheekh.\u2019 In januari 2007 oordeelde Straatsburg dat zijn uitzetting in strijd was met artikel drie van de Europese Verklaring voor de Rechten van de Mens: \u2018Niemand zal onderworpen worden aan marteling of aan onmenselijke of vernederende behandeling of straf.\u2019 Gerards: \u2018Het Hof zei dat de Nederlandse methoden om vast te stellen of het risico bestaat dat iemand in zijn thuisland blootgesteld zal worden aan foltering niet waterdicht was. Eigenlijk moeten we onze methode dus aanpassen. Maar zeker partijen die vinden dat we iets anders moeten omgaan met buitenlanders in Nederland, hebben wel gezegd dat we ons niet al te veel moeten aantrekken van het oordeel van het Hof.\u2019<\/p>\n<p>Gerards wil Straatsburg bijstaan bij het beter motiveren van de vonnissen met een beslismodel waar ze nu samen met twee promovendi aan werkt. Maar zitten de rechters wel te wachten op die helpende hand? \u2018Ja, ze vinden het wel prettig. Voor ik met mijn onderzoek begon ben ik gaan praten met rechters in Straatsburg. Zij gaven aan dat meer houvast wenselijk is, zeker waar het gaat om de belangenafweging tussen grondrechten. Ze gebruiken ook graag stappenplannen. In mijn proefschrift heb ik een beslismodel ontwikkeld voor zaken op het gebied van gelijke behandeling. De Commissie Gelijke Behandeling heeft gezegd het een nuttig model te vinden. Ook andere rechters hebben interesse getoond.\u2019<\/p>\n<p>Gelijkheidsbeginsel<\/p>\n<p>Vier jaar lang werkte Gerards hard aan haar imposante proefschrift. Toen de klus geklaard was, had ze weinig zin er de boer mee op te gaan. \u2018Ik heb vaak het verzoek gekregen een handzame, commerci\u00eble samenvatting te maken, zodat we mijn model gewoon in het curriculum van de opleiding tot rechter kunnen opnemen. Als ik wil dat het echt wordt gehanteerd, moet ik dat absoluut doen. Tegelijkertijd wil ik verder met andere dingen. Uiteindelijk gaat het mij meer om de wetenschappelijke zoektocht naar de beste methode.\u2019<\/p>\n<p>Een handzame samenvatting voor rechters heeft ze nog niet kunnen schrijven. Of het nu in een paar zinnen voor VN kan? \u2018Het uitgangspunt van veel rechters is: het gelijkheidsbeginsel houdt in dat gelijke gevallen gelijk moeten worden behandeld en ongelijke ongelijk. In mijn proefschrift heb ik dat uitgangspunt ter discussie gesteld. Rechters moeten niet kijken of de voorliggende gevallen vergelijkbaar zijn, maar een objectieve rechtvaardigingstoets hanteren.\u2019<\/p>\n<p>Wat die dan inhoudt? \u2018Elke zaak over ongelijke behandeling gaat over benadeling. Werknemer A heeft minder salaris dan B. Buurman A heeft een parkeervergunning, buurman B niet. De vraag is: is dit verschil redelijk? Dat kun je doen aan de hand van die toets. Waarom is dat verschil er? Misschien woont buurman B wel op een hoek en is het gevaarlijk daar een auto te zetten. Vervolgens kun je de vraag stellen of het gemaakte onderscheid een redelijk middel is om het doel van verkeersveiligheid te bereiken.\u2019<\/p>\n<p>Het klinkt logisch. Maar de rechterlijke macht in Nederland is nog niet collectief gevallen voor Gerards\u2019 werkwijze. \u2018De meeste rechters vinden het geen aanlokkelijke gedachte de vergelijkheidbaarheidstoets los te laten en in heel veel rechtzaken zie ik hem even feestelijk weer terugkomen. Daar erger ik me wel eens aan.\u2019<\/p>\n<p>Die gangbare werkwijze heeft de schijn eenvoudig te zijn, vermoedt Gerards. \u2018Veel dingen in de wereld zijn onvolmaakt, niet omdat we geen betere oplossingen weten, maar omdat ze in de praktijk niet makkelijk genoeg bruikbaar zijn,\u2019 concludeert ze filosofisch.<\/p>\n<p>Pot geld<\/p>\n<p>Zeker zestig uur per week heeft Gerards aan haar proefschrift gewerkt. Vanuit een grote passie voor het wetenschappelijke onderzoek. Toch gaat veel van haar tijd nu zitten in bestuurstaken en in het voorzitterschap van De Jonge Akademie. \u2018Toen ik ervoor werd gevraagd, heb ik lang getwijfeld. Ik vond mezelf niet zo\u2019n voorzitterstype. Ik houd ook niet zo van recepties en dineren vind ik al helemaal vreselijk. Maar het leek me wel geweldig om dit mooie gezelschap van jonge topwetenschappers een tijdje te leiden.\u2019<\/p>\n<p>De dag voor het interview is Gerards nog op gesprek geweest bij Minister Plasterk. \u2018Als Jonge Akademie willen we ons bemoeien met wetenschapsbeleid. Onze leden staan met de poten in de modder. We zien alle problemen van het beleid dat van hogerhand wordt bedacht.\u2019<\/p>\n<p>Een voorbeeldje? \u2018De Nederlandse Orga\u00adni\u00adsa\u00adtie voor Wetenschappelijk Onder\u00adzoek (NWO) geeft subsidies aan onderzoekers die met dat geld naar een universiteit kunnen toegaan en zeggen: \u201cH\u00e9, we hebben een pot geld en we zijn heel goed, wil je ons een plekje geven?\u201d Dat spoort soms niet met het loopbaanbeleid van de universiteiten. Er zijn veel klachten over de inbedding en doorstroming van jonge onderzoekers naar hogere functies. Prima dat minister Plasterk geld overhevelt van de universiteiten naar NWO. Maar dan moet je universiteiten ook dwingen om een fatsoenlijk personeelsbeleid te voeren. En je moet goed nadenken over de vraag of we niet een volstrekt verouderd universitair bestel hebben.\u2019<\/p>\n<p>Dat vindt Gerards eigenlijk wel. \u2018Het zit voor een deel in de piramidale functieopbouw. Een hoogleraar met twee hoofddocenten, daaronder zijn er een paar universitair docenten en nog een treetje lager dwarrelen de postdocs en promovendi rond. Universitair docenten die heel erg goed zijn, komen niet in aanmerking voor een hogere positie totdat die enkele hoofddocent een keer vertrekt. Als je echt op talent wil inzetten en de beste wetenschappers wil belonen, moet je een systeem cre\u00ebren waarbij je op individuele basis posities voor toponderzoekers kunt scheppen.\u2019<\/p>\n<p>Vooral in de b\u00e8tavakken gaat de doorstroming heel moeilijk, constateert Gerards. \u2018Daar zit echt een prop. Je hebt mensen die postdoc op postdoc stapelen. Als ze daar gelukkig mee zijn, is dat heel mooi. Maar als ze dat doen uit frustratie omdat er geen plek is als universitair docent, is dat zonde van je talent. En dat kan ook leiden tot een braindrain.\u2019<\/p>\n<p>De Jonge Akademie probeert niet alleen de minister te bestoken met idee\u00ebn over wetenschapsbeleid, maar wil ook de jeugd ervan doordringen hoe spannend wetenschap is. Het leukste voorbeeld daarvan vindt Gerards het programma DJA on Wheels. \u2018Met een bus gaan we naar scholen toe om ze aan de hand van het thema eten te laten zien wat wetenschap is. Over eten kun je vanuit alle wetenschappelijke disciplines de meest bizarre vragen stellen en experimenten uitvoeren. Scholieren vinden het fantastisch. We hebben een klein onderzoekje uitgevoerd. We legden de vraag voor welk beeld ze van een wetenschapper hebben. Vooraf was het een klassiek imago van een man met een witte jas. Achteraf een jong iemand met een G-star-T-shirt en een spijkerbroek.\u2019<\/p>\n<p>Zelf heeft Gerards de liefde voor de alma mater met de paplepel ingegoten gekregen. \u2018Mijn vader is jurist. Hij heeft echt een fascinatie voor mooie juridische vraagstukken en oplossingen. Als hoofd juridische zaken en later secretaris van de Universiteit Maastricht werkt hij in een academische omgeving. Als ik wel eens bij hem langskwam, werd ik altijd heel gelukkig in die omgeving. Er hing iets, een inspirerende lucht van met zijn allen werken aan iets moois.\u2019<\/p>\n<p>Ook op school zagen ze een academische carri\u00e8re voor Gerards in het verschiet liggen. \u2018Ik kan mij een opmerking van de leraar Nederlands herinneren die na mijn mondeling tentamen zei: \u201cDat heb je erg goed gedaan, maar als je straks wetenschapper bent moet je wel uitkijken dat je niet te lang van stof bent.\u201d\u2019<\/p>\n<p>Wetenschapper, \u00f3\u00f3k een idee, dacht Gerards. \u2018Ik wilde altijd balletdanseres worden. Maar daar moet je bepaalde capaciteiten voor hebben die ik niet bezat. Dan is wetenschapper een goede tweede, toch?\u2019<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Hoogleraar recht Janneke Gerards (31) stopt haar ziel en zaligheid in de zoektocht naar houvast in lastige juridische kwesties rondom botsende grondrechten. \u2018Ik wilde balletdanseres worden. Wetenschap is een goede tweede, toch?\u2019<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[27,405],"tags":[],"acf":[],"author_name":"Tomas Vanheste","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/111471"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=111471"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/111471\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Tomas Vanheste","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=111471"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=111471"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=111471"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}