
 {"id":110457,"date":"2008-01-26T00:00:00","date_gmt":"2008-01-25T22:00:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/slooft-de-dichteres-zich-uit\/"},"modified":"2008-01-26T00:00:00","modified_gmt":"2008-01-25T22:00:00","slug":"slooft-de-dichteres-zich-uit","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/slooft-de-dichteres-zich-uit\/","title":{"rendered":"Slooft de dichteres zich uit?"},"content":{"rendered":"<p>Maandboek po\u00ebzie<\/p>\n<p>Het werk van Anne Vegter heeft niet zomaar iets eigenaardigs, het is totaal anders dan alles wat ik ken. Het is dan ook niet moeilijk er niet goed raad mee te weten, misschien is dat zelfs de bedoeling wel. Want goede raad is maar redelijk en een product van het verstand, maar de gedichten in Spamfighter, Vegters jongste bundel, ?komen daar niet vandaan.<\/p>\n<p>Ze lijken op het eerste gezicht afkomstig uit een ander, groter gebied waar onbekende wetten heersen. Je zou ze kunnen vergelijken met aliens, wezens van een geheel andere orde. Je bent geneigd, omdat je niet beter weet, ze te benaderen met je eigen taal en je eigen zenuwstelsel, maar daar reageren ze niet erg op.<\/p>\n<p>De enige po\u00ebzie waar ze in de verte aan doen denken is die van Tonnus Oosterhoff, een dichter die de laatste jaren de grenzen van de dichtkunst aardig heeft opgerekt met niet-?statische, bewegende, zichzelf corrigerende, onnavolgbare gedichten. \u2018Ik vind Tonnus op een geheimzinnige manier een ingewijde in een geheim dat wij niet kennen,\u2019 lees ik in een interview met Anne Vegter in het blad Awater. Ze wijdde in Spamfighter een gedicht \u2018O\u2019 aan hem met daarin de regels: \u2018De natuur heeft de neiging tot imitatie, leert Tonnus mij: \/ wil je iets leren, moet je iemand nadoen, jij zeker.\u2019 De vraag is of deze dichteres wel wil leren, het zal haar allicht van haar eigen weg afleiden.<\/p>\n<p>Po\u00ebzie zoals in Spamfighter, die je soms nauwelijks met je verstand kunt aanpakken, moet het van iets anders hebben, een nauwelijks benoembare overtuigingskracht die misschien het dichtst komt bij echtheid, ongekunsteldheid. Slooft de dichteres zich uit, speelt ze een beetje met haar lezers, of is ze \u00e9cht zo? Op mij maakt dit werk, in al zijn plaatselijke ondoordringbaarheid, een volstrekt waarachtige indruk. Je zou het kunnen vergelijken met een brein dat regelmatig wat infarctjes vertoont: soms raak je de draad kwijt maar dat maakt het brein er niet minder boeiend om, integendeel. Niet dat dit zieke of krankzinnige po\u00ebzie is, welnee, het maakt een kerngezonde, ja zelfs lebensbejahende indruk. Je wordt er bijvoorbeeld, als ik dan toch even een effect mag meten, vrolijk van. Zoals van dit kleintje:<\/p>\n<p>Bekentenis<\/p>\n<p>Die snakt naar morren en vierentwintig uur bellen of versprekingen en fluistert:<\/p>\n<p>\u2018E\u00e9n hoertje maar, niets om je over op te winden, tenminste nog niet.\u2019<\/p>\n<p>De onvolmaaktheid gaat hem goed af, overigens bedoelde ze het verkeerde keelgat.<\/p>\n<p>Eerdere voorbeelden van dit proces: iemand bekreunt de heiligen van vlees,<\/p>\n<p>iemand keert zich voorzichtig tegen zijn dijn, iemand beetje bang, te over.<\/p>\n<p>Slap van de lach hangen wonderen over tafel, niet eens helemaal uitgevouwen.<\/p>\n<p>Ik proef er een huwelijkse sc\u00e8ne in, verwijten over en weer, een toefje overspel en wat echtelijke recalcitrantie, maar daarbovenuit een subliem hilarisch gevoel dat alles relativeert.<\/p>\n<p>Het is die ontvankelijkheid voor het wonderlijke, verrassende en toevallige in het leven van alledag die deze po\u00ebzie voedt. Misschien is dat ook de motivatie voor de titel Spamfighter die verder natuurlijk nergens wordt uitgelegd: bestrijding van het benedenmodale, de dagelijkse vuilnis. En de keerzijde daarvan: bevordering van het bijzondere, de geestigheid van alles.<\/p>\n<p>Het viel me trouwens op dat deze zo ongebruikelijke gedichten vaak teruggaan op huiselijke situaties, man, kinderen, broer, ouders; om op literair avontuur te gaan hoef je de deur niet uit. \u2018Kunst is bijvangst\u2019 heet een van de gedichten: het stroomt als het ware toevallig en onbedoeld met de rest van het leven in de netten van de dichter.<\/p>\n<p>Wie denkt dat deze \u2018gekke\u2019 en \u2018wilde\u2019 gedichten wel voort moeten komen uit een niet aflatende hoorn des overvloeds, waar niet al te kritisch uit wordt geput, vergist zich lelijk. Dit is pas Anne Vegters derde po\u00ebziebundel in zestien jaar en hij is ook weer pierdun. Dat wijst op strenge selectie, alleen het juiste moment en de juiste woorden mogen meedoen, zoals in dit wederom haast jubelende gedicht \u2018Showen en trippen\u2019:<\/p>\n<p>Er is zielsveel geluk nodig in deze jurk met vertedering naar buren te kijken die rond middernacht hun afvalzak in een container doen.<\/p>\n<p>Er is zielsveel geluk nodig in deze jurk een taxi aan te houden die onwillig is<\/p>\n<p>je tot buiten de stad te rijden waar loofhout staat dat zich voortplant.<\/p>\n<p>Op die mazzel dat de dingen precies goed ?samenvallen is het steeds weer langdurig wachten.<\/p>\n<p>Intussen krijg ik de indruk dat deze dichteres grosso modo toch iets rustiger is geworden dan in de vorige dichtbundels, haar zinnen zijn langer geworden, het tempo oogt trager. Wat eerst capriccio\u2019s waren, zijn nu soms haast sarabandes. Het opmerkelijke is dat bij die toegenomen kalmte het schotse en scheve karakter van Anne Vegters po\u00ebzie des te meer opvalt, alsof je er in vertraging pas goed zicht op krijgt. En ook dat het helemaal niet van een andere planeet is, al lijkt dat soms zo, maar uit onze eigen wereld, gezien van grote hoogte:<\/p>\n<p>Diep onder me was de vindplaats Aarde, die rondtollende klontering<\/p>\n<p>vaste en vloeibare delen bedekt met populaire kleverigheid,<\/p>\n<p>een verbroederend oud goedje.<\/p>\n<p>Dat kleverige oude goedje moet de mensheid zijn. Ik zou niet weten welke andere dichter dan Anne Vegter op zo\u2019n gekke en rake formulering zou komen.<\/p>\n<p>Exemplarische levenslessen<\/p>\n<p>\u2018Er was een psychiater die tijdens onze eerste ontmoeting vroeg: \u201cJa? Vind jij dat belangrijk? Bijzonder zijn?\u201d\u2019 In haar tweede bundel Koerikoeloem doet Tjitske Jansen heel gewoontjes over haar biografie. Alledaags qua taal \u2013 de teksten lijken meer op prozafragmenten dan op po\u00ebzie \u2013 maar ook qua mededeling: een heel doorsnee leven komt hier langs, hoe ze vroeger jokte, wat ze zich van haar ouders herinnert, wat leraren tegen haar zeiden. Toch zijn het meer dan losse herinneringen. Door de fragmentjes op elkaar af te stemmen, zijn een soort exemplarische levenslessen ontstaan.<\/p>\n<p>Een ontzettend riskant proc\u00e9d\u00e9, dat makkelijk in kitscherige eenvoud had kunnen ontaarden. Maar hoeveel twijfels ik ook bij de opzet heb, het geheel overtuigt me toch door, ja, het hoge woord moet er maar uit: authenticiteit. Hoe Tjitske Jansen het precies voor elkaar krijgt, blijft een beetje een raadsel, maar deze ongeschminkte po\u00ebzie w\u00e9rkt. Al wat menselijk is \u2013 ijdelheid, onzekerheid, zelfbewustzijn, melancholie \u2013 passeert de revue. Zeker, het is volstrekt op herkenbaarheid geschreven, maar wat is daar eigenlijk op tegen als het effect heeft?<\/p>\n<p>\u2018Er was een leraar handvaardigheid die mijn eerste abstracte kunstwerk in de vitrine zette en verdedigde tegenover mijn klasgenoten. \u201cAls je een koe in de wei ziet staan dan vraag je toch ook niet: wat is dat? Dat is een koe. Nou en dit is dit.\u201d\u2019<\/p>\n<p>claustrofobische wereld<\/p>\n<p>De po\u00ebzie van Ilse Starken\u00adburg in Gekraakt klooster is als in haar vorige bundels bescheiden, timide haast. Een\u00advou\u00addig geformuleerd met ellipsen en dichterlijkheden waar je niet over struikelt. Wat blijft hangen, is die sfeer van een benauwde, hier en daar regelrecht claus\u00adtro\u00adfo\u00adbi\u00adsche wereld. \u2018Wie leest, leeft zelf niet\u2019 schrijft ze ergens en dat is geloof ik de tegenstrijdige opdracht in deze gedichten: hoe te leven in het klooster. Het alleenzijn is aandachtig onder woorden gebracht, zonder geklaag en daardoor des te drukkender; \u2018het is hier stil \/ want ik luister \/ naar hiernaast \/ naar hun leven.\u2019 Hoewel dit in essentie ernstige en bedrukte po\u00ebzie is, proef je soms een zweempje ironie, zoals in het gedicht over de begrafenis met de oude buurman; \u2018na \/ de plechtigheid ging hij \/ toch maar naar Yab Yum.\u2019<\/p>\n<p>Al is dit po\u00ebzie van de binnenwereld, je voelt toch dat het eigenlijk zo vredig niet is:<\/p>\n<p>gesprek op het strand<\/p>\n<p>het moet iemand zijn<\/p>\n<p>met een ander karakter dan<\/p>\n<p>ik: een rustig iemand<\/p>\n<p>maar jij bent toch zelf heel rustig?<\/p>\n<p>nee, van binnen<\/p>\n<p>ben ik niet heel rustig<\/p>\n<p>scherpe kantjeS<\/p>\n<p>Na haar mooie debuut Twee zonnen heeft Maria Barnas het roer omgegooid. De rede\u00adlijk trans\u00adparante po\u00ebzie van iemand die het leven probeert te omarmen, is abstracter en her\u00adme\u00adti\u00adscher geworden. Je voelt dat er een hele wereld op het spel staat. Stad en actualiteit weerhouden de hoofdpersoon als het ware van te veel ik-gerichte gedachten. Aanslagen in Lon\u00adden, een illegale Chi\u00adnees die uit het raam springt, een vrouw die zich bij het menstrueren \u2018afvraagt wat de lading is van een kut\u2019. En te midden van al die \u2018evenementen\u2019 een zoekende hoofdpersoon.<\/p>\n<p>Ook in de vorm en stijl is een soort opzettelijke onvastheid geslopen, zozeer dat ik aan sommige gedichten geen touw meer kon vastknopen. Als dit beeldhouwwerk zou zijn, zou ik zeggen: vol ruw oppervlak en scherpe kantjes. Wie op soepele, trefzekere gedichten had gerekend in deze tweede bundel komt bedrogen uit, het is opeens een stuk hoekiger geworden en ik heb de indruk dat de dichteres niet helemaal weet welke kant ze op wil. Maar soms is het dan toch raak: \u2018We maken een einde\u2019: \u2018Er ligt een homp klei \/ in de hoek van de kamer \/ een beetje aangetast mijn angst \/ dat je hebt zitten boetseren \/ in mijn afwezigheid.\u2019<\/p>\n<p>Anne Vegter, \u2018Spamfighter\u2019, Querido, 40 p., \u20ac 16,95; Tjitske Jansen, \u2018Koerikoeloem\u2019, Podium, 56 p., \u20ac 15,00; Ilse Starkenburg, \u2018Gekraakt klooster\u2019, De Arbeiderspers, 62 p., \u20ac 16,95; Maria Barnas, \u2018Er staat een stad op\u2019, De Arbeiderspers, 60 p., \u20ac 15,95<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Maandboek po\u00ebzie Het werk van Anne Vegter heeft niet zomaar iets eigenaardigs, het is totaal anders dan alles wat ik ken. Het is dan ook niet moeilijk er niet goed raad mee te weten, misschien is dat zelfs de bedoeling wel. Want goede raad is maar redelijk en een product van het verstand, maar de [&hellip;]<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[293,27],"tags":[],"acf":[],"author_name":"Rob Schouten","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/110457"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=110457"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/110457\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Rob Schouten","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=110457"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=110457"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=110457"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}