
 {"id":110165,"date":"2008-02-02T00:00:00","date_gmt":"2008-02-01T22:00:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/de-eerste-bliepjes\/"},"modified":"2008-02-02T00:00:00","modified_gmt":"2008-02-01T22:00:00","slug":"de-eerste-bliepjes","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/de-eerste-bliepjes\/","title":{"rendered":"De eerste bliepjes"},"content":{"rendered":"<p>Elektronische muziek \/ De vader van de elektronische muziek<\/p>\n<p>In 1957 begint het ruimtetijdperk met de lancering van de Spoetnik, een zilveren bol met vier antennes. Op radio&#8217;s overal ter wereld klinken de bliepjes die de satelliet naar de aarde zendt. De eerste signalen uit de ruimte. De luisteraars kijken elkaar gefascineerd aan. Als antwoord aan de bliepjes draaien sommige radiodiskjockeys &#8216;Song Of The Second Moon&#8217;, een ode aan de Spoetnik. De single met futuristische bliepmuziek is gemaakt door Kid Baltan, het pseudoniem van Dick Raaijmakers, in die tijd een onbekende geluidstechnicus van Philips.<\/p>\n<p>&#8216;Kijk, hier istie,&#8217; zegt Kees Tazelaar, een veertiger met twee oorbelletjes en korte blonde haren. Tazelaar is het hoofd van het Instituut voor Sonologie van het conservatorium van Den Haag. In zijn kamer liggen vergeelde partituren. In een hoek een oude bandrecorder en op zijn bureau een Apple-computer. Van een plank trekt hij de originele single van &#8216;Song Of The Second Moon&#8217;. &#8216;Het hoesje is kapot, maar het vinyl is nog perfect.&#8217; De single wordt algemeen geaccepteerd als het eerste voorbeeld van elektronische popmuziek. Het maakt van Raaijmakers een naam die overal ter wereld regelmatig valt bij het groeiende leger van liefhebbers van elektronische muziek.<\/p>\n<p>Het plaatje markeert een bijzondere muzikale periode in het Natuurkundig Laboratorium (Natlab) van Philips. Het is de tijd van de ruimtevaart, de kwantummechanica en de transistor. De tijd waarin klassieke componisten als Stockhausen en Var\u00e8se de nieuwste technieken omarmen en het componeren wetenschappelijk benaderen. Het Natlab geeft componisten als Henk Badings, Ton de Leeuw en Edgard Var\u00e8se gelegenheid tot het maken van elektronische muziek, met ruisgeneratoren, elektrische filters en bandrecorders. Geluidstechnici van Philips assisteren bij het opnemen van de muziek. Een tijdrovend proces. Zeven maanden werkt Edgard Var\u00e8se aan zijn acht minuten durende &#8216;Po\u00e8me \u00c9lectronique&#8217;, dat hij maakt voor de wereldtentoonstelling van 1958 in Brussel. Toon voor toon worden centimeters geluidsband aan elkaar geplakt.<\/p>\n<p>Een van de Philipsmannen die de componisten helpt, is Dick Raaijmakers, een ongewone laborant van eind twintig. Geslaagd als pianist op het conservatorium van Den Haag, verkiest hij een baan aan de lopende band bij Philips boven een traditionele muzikale carri\u00e8re. Maar zijn muzikale bagage komt van pas. Als assistent van de componist Henk Badings ontpopt hij zich als een geluidentovenaar.<\/p>\n<p>Maanden pielen<\/p>\n<p>Vanuit het management van Philips komt in 1957 de suggestie om naast de zware elektronische klassieke muziek ook eens &#8216;lichte muziek&#8217; te proberen. Dick Raaijmakers is d\u00e9 man om dat in de praktijk te brengen. Het resultaat is &#8216;Song Of The Second Moon&#8217; van Kid Baltan &#8211; oftewel Dik Natlab. Hoewel het plaatje niet officieel uitgebracht wordt, is iedereen blij met de publiciteit en het enthousiasme dat de muziek oproept. Philips besluit door te gaan met het produceren van lichte synthetische muziek. En om meer gewicht aan het project te geven, neemt Philips Tom Dissevelt in dienst. De bassist van Rita Reys staat bekend als een knap arrangeur.<\/p>\n<p>&#8216;Raaijmakers vindt dit aanvankelijk niet leuk,&#8217; zegt Tazelaar. &#8216;Hij voelt zich ondergewaardeerd. Hij kan het zonder Dissevelt ook wel.&#8217; Maar het klikt tussen de twee. Dissevelt zit net zo graag als Raaijmakers maanden aan een nummer van drie minuten te pielen. En ze delen een zelfde soort dadendrang. De mannen van Philips nemen geen genoegen met alleen de leuke geluidjes die makkelijk succes hebben, maar plakken en poetsen net zo lang tot er unieke muzikale juweeltjes overblijven.<\/p>\n<p>Het tweetal maakt een EP die misschien wel een van de belangrijkste platen is in de geschiedenis van de Nederlandse popmuziek. Electronic Movements is een werk dat de muziekgeschiedenis aantoonbaar heeft be\u00efnvloed. Geluidspionier Jean-Jacques Perrey stopt met zijn medicijnenstudie nadat hij de muziek van Dissevelt en Raaijmakers op de radio hoort. Vanaf dat moment richt hij zich op de productie van elektronische muziek. Samen met Gershon Kingsley maakt hij in de jaren zestig naam met geplakte en geknipte popmuziek die veel weg heeft van het werk van de Nederlanders. Kingsley scoort in 1972 een superhit met &#8216;Popcorn&#8217;.<\/p>\n<p>Ook vertonen de elektronische werken van Dick Hyman, Brian Eno en Frank Zappa opmerkelijke overeenkomsten met de muziek van de Philipsmannen. David Bowie noemt ze zelfs in een lijst van vijfentwintig platen die hem het meest be\u00efnvloed hebben. Tussen The Velvet Underground en Live At The Apollo van James Brown staat Elektrosonics, een verzamelaar uit de jaren zestig met het werk van Tom Dissevelt en Kid Baltan. Terecht vergelijkt Bowie de muziek van Dissevelt en Raaijmakers met die van een grootheid als Ennio Morricone, maar dan loopier. De muziek is niet alleen futuristisch, maar ook muzikaal interessant. Een zeldzame combinatie.<\/p>\n<p>Originele man<\/p>\n<p>Maar de erkenning komt te laat voor Dissevelt. Hij is halverwege de jaren zestig al gestopt met elektronische muziek. Hij is teleurgesteld in het gebrek aan waardering van de mensen van Philips en het uitblijvende succes van zijn elektronische langspeelplaat Fantasy in Orbit uit 1963. Zelfs zijn vrouw Rien, de zus van Rita Reys, reageert ongemakkelijk als hij zijn werk laat horen. Omdat er in de tijd van de Beatles en de Stones weinig interesse meer is voor Dissevelts arrangeerkwaliteiten, moet hij zijn geld verdienen als broodmuzikant bij Wim Sonneveld en Toon Hermans.<\/p>\n<p>Raaijmakers blijft wel experimenteren met moderne muziekvormen, maar op zijn onnavolgbare eigenwijze manier. In 1965 krijgt hij een brief van Roy Lovejoy, een beroemde editor uit de Amerikaanse filmwereld. Lovejoy stuurt de brief namens Stanley Kubrick, die het werk van hem en Dissevelt gehoord heeft en ge\u00efnteresseerd is in zijn muziek. Hij wil graag zulke elektronische klanken in zijn nieuwste film: &#8216;A project closely connected with outer space.&#8217; Het is een verzoek om muziek te maken voor 2001: A Space Odyssey. De soundtrackopdracht van de eeuw. &#8216;Our thanks for your anticipated cooperation,&#8217; staat er dan ook zelfverzekerd onder de brief.<\/p>\n<p>Maar Lovejoy en Kubrick weten niet met wie ze te maken hebben. Raaijmakers laat droogjes weten dat hij het niet met Kubrick eens is. Hij maakt &#8216;concert music&#8217; die live uitgevoerd moet worden. Zijn muziek is helemaal niet geschikt voor een film. Vindt hij zelf. &#8216;Dick Raaijmakers is een heel originele man,&#8217; zegt Kees Tazelaar. &#8216;Een heel grote denker over muziek ook.&#8217; Tazelaar, zelf ook een bekend elektronisch componist, is een van de grootste kenners van het werk van Raaijmakers en Dissevelt. Altijd is hij op zoek naar oude banden en andere documenten, die inzicht kunnen geven in de werkwijze en de denkwereld van de muziek\u00adpioniers van de vorige eeuw. Getipt door een van zijn studenten stuit Tazelaar op een doos brieven van Raaijmakers aan beeldend kunstenares Miep Roggen (later Oddens).<\/p>\n<p>Fragmenten uit de brieven zijn afgedrukt in de uitgebreide monografie die V2_, het Instituut voor Instabiele Media in Rotterdam, over Raaijmakers heeft uitgebracht. Ze geven een inzicht in Raaijmakers&#8217; denkwereld: &#8216;Ik verdom het maken van een schilderij (klankstuk, mooi stuk, kop-staart-stuk, verhalend of afwikkelend stuk) dat kan worden opgehangen. Liever maak ik iets als grond, wand, hemel: naamloos, altijd vanzelfsprekend aanwezig, goed en mooi. Wat baat mij het maken van een stuk dat zich kronkelend wil manifesteren als &#8220;iets-van-mij-zelf&#8221;&#8216;?<\/p>\n<p>Slijtageplekken<\/p>\n<p>Raaijmakers ontwikkelt zich tot een van Neder\u00adlands meest experimentele componisten. Veel heeft hij gewerkt aan muziekinstallaties die de componist overbodig maakten. Speakers die kogeltjes in beweging zetten die vervolgens weer met de speaker botsen. Brandende microfoons. Een muzikaal schaakspel, een stereo\u00adverslag van een pingpongwedstrijd. Het levert niet-lineaire muziek op, beantwoordend aan zijn liefde voor instabiliteit.<\/p>\n<p>Daarnaast schrijft Raaijmakers in de jaren tachtig muziekfilosofische stukken in het literair tijdschrift Raster. Een ervan staat er afgedrukt in de monografie, inclusief aantekeningen van Raaijmakers zelf. Onbegrijpelijke en omslachtig geformuleerde overwegingen over de aard van klank worden afgewisseld door po\u00ebtische stukjes tekst, zoals over de slijtage van apparaten: &#8216;Tengevolge van veel gebruik ontstaan &#8211; juist op de hardste mantel &#8211; slijtageplekken met een satijnachtige structuur die het beste predikaat vormen van &#8220;een apparaat met kwaliteit&#8221;. Slijtplekken onderscheiden dat ene apparaat van zijn serie en maken het tot iets onvervangbaars.&#8217;<\/p>\n<p>Iets vergelijkbaars is hoorbaar in de stukken die Raaijmakers met Dissevelt samen en onafhankelijk van elkaar maakten. Met de huidige technieken had je de nummers in een paar uur kunnen maken. Maar nooit hadden ze dan geklonken zoals ze nu klinken. Dit is misschien wel de echte magie van elektronische muziek.<\/p>\n<p>Nu zit Raaijmakers ziek thuis. Maar zijn docentschap bij de sonologieafdeling in Den Haag is nog steeds voelbaar. De studenten aan het Haagse Conservatorium krijgen tot op de dag van vandaag onderwijs in het plakken en knippen van geluidstape. In de gangen en lokalen van de afdeling staan de fossiele apparaten uit het Natlab. Prachtige apparaten met satijnachtige slijtplekken. Met draaiknoppen, schakelaars en wijzertjes. Sommige worden nog gebruikt in geluidslaboratoria waar studenten als beeldhouwers geluidssculpturen maken. In de geest van Dissevelt en Raaijmakers.<\/p>\n<p>&#8216;Meer dan in het eindresultaat is Raaijmakers ge\u00efnteresseerd in de weg ernaar toe,&#8217; zegt Kees Tazelaar. &#8216;Soms moet je niet de kortste maar de langste weg nemen.&#8217;<\/p>\n<p>Arjen Mulder en Joke Brouwer (red.), \u2018Dick Raaijmakers. Monografie\u2019, V2_Publishing, Rotterdam, 550 pagina\u2019s, \u20ac 59,90<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Als onbekende philips-technicus maakte Dick Raaijmakers in de jaren vijftig de eerste elektronische popmuziek ter wereld. Nu is hij beroemd als eigenzinnig componist en is er een dikke monografie over hem verschenen.<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","ep_exclude_from_search":false,"footnotes":""},"tags":[],"class_list":["post-110165","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry"],"acf":[],"author_name":"Gerard Janssen","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/110165","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=110165"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/110165\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Gerard Janssen","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=110165"}],"wp:term":[{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=110165"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}