
 {"id":109853,"date":"2008-02-16T00:00:00","date_gmt":"2008-02-15T22:00:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/vroeger-at-alles-beter\/"},"modified":"2008-02-16T00:00:00","modified_gmt":"2008-02-15T22:00:00","slug":"vroeger-at-alles-beter","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/vroeger-at-alles-beter\/","title":{"rendered":"Vroeger at alles beter"},"content":{"rendered":"<p>Rondgang voedselindustrie \/ Schud de hand die je voedt<\/p>\n<p>Stel, u loopt door de supermarkt. En u bent het type dat weet: ik ben wat ik eet. Dan negeert u natuurlijk de diepvriesfrikadellen, de oosterse tweevaksmaaltijden en de felgroen besuikerde donuts. Maar u stopt wel een Blue Band Goede Start-brood in uw mandje. De roomboter laat u liggen, v\u00e9\u00e9l te vet. Voor u alleen margarine. Die &#8216;verlaagt het cholesterol actief&#8217;, meldt de verpakking. Bovendien bevat het product &#8216;toegevoegde plantensterolen&#8217;, en die dienen vast ergens toe. Voor het avondeten stelt u een eenvoudige doch voedzame maaltijd samen: pandanrijst met kip en broccoli. Vooruit, een potje kant en klare currysaus erbij, gemak dient de mens. Om overdag de hongerklap voor te zijn, slaat u wat appels in, en probeert eens een powerstick, een &#8216;vers kwarktussendoortje&#8217; dat toegevoegde vitaminen en calcium bevat. Al met al een behoorlijk gezonde boodschappenmand.<\/p>\n<p>Mis! Als we de Amerikaanse journalist Michael Pollan mogen geloven, vormen uw aankopen de perfecte illustratie van wat allemaal niet deugt aan de huidige westerse eetcultuur. In zijn onlangs verschenen boek In Defense of Food betoogt Pollan dat het &#8216;menselijk dier&#8217; slecht gedijt op het westerse dieet. Sinds het verschijnen van zijn vorige megaseller The Omnivore&#8217;s Dilemma (2006) geldt de journalist als Amerika&#8217;s diepste vorser van de vertwijfeling over ons voedsel.<\/p>\n<p>&#8216;Maar wat eet u dan zelf?&#8217; werd hem in talloze interviews gevraagd. Als antwoord schreef hij zijn pamflet, dat inmiddels bovenaan de non-fictie bestsellerlijst van The New York Times staat. Pollans betoog kan in twee simpele slogans worden samengevat. &#8216;Eet voedsel!&#8217; en &#8216;Weg met alle eetexperts!&#8217; Wat in de supermarkt ligt, stelt hij, is vaak helemaal geen voedsel. Het aanbod bestaat vooral uit kunstmatige, samengestelde voedingsproducten. Neem de powerstick: een reep gemodificeerd zuivel met emulgatoren en suiker in een plastic hoes.<\/p>\n<p>Wie zich in zijn overgrootmoeder probeert te verplaatsen, Pollans opdracht, moet de ideologie afschudden die ons onzeker over eten heeft gemaakt. Dat kan alleen, zegt hij, als we niet meer luisteren naar de eetexperts, maakt niet uit of het wetenschappers zijn als Martijn Katan of zelfbenoemde deskundigen als Sonja Bakker. En we moeten ons niet meer blindstaren op de gezondheidsclaims op een pakje boter of een flesje &#8216;probiotische yoghurt&#8217;.<\/p>\n<p>Monsterverbond<\/p>\n<p>Zo hoopt Pollan afscheid te nemen van wat hij de &#8216;Age of Nutritionism&#8217; noemt, een tijdperk dat is gevormd door drie geloofsovertuigingen. E\u00e9n: niet het eten zelf is het belangrijkst, maar de voedingsstoffen die erin zitten. Twee: omdat voedingsstoffen onzichtbaar en onbegrijpelijk zijn, hebben we de hulp van experts nodig om te beslissen wat we moeten eten. Drie: het hogere doel van eten is de bevordering van de lichamelijke gezondheid.<\/p>\n<p>Verantwoordelijk voor de verspreiding van dit trio misvattingen is het Nutritional Industrial Complex, een monsterverbond van de voedselindustrie en voedingswetenschappers. Wie met Pollaniaanse blik door de supermarkt loopt, ziet overal de tekenen. &#8216;Bevat Omega-3!&#8217;, &#8216;Extra calcium!&#8217;, &#8216;Helpt minder te eten. Werking in meerdere wetenschappelijke studies aangetoond!&#8217; Pollan moet er niets van hebben.<\/p>\n<p>Immers, het Nutritional Industrial Comp\u00adlex heeft ook dertig jaar lang geroepen dat we minder vet moeten eten, en zelfs dat, zegt de Amerikaan, is onzin. Dat voedingsdeskundigen het al die tijd verkeerd hebben gezien, hebben ze niet van de daken geschreeuwd. Maar voor wie de omfloerste taal van de laatste overzichtsartikelen uit gezaghebbende wetenschappelijke tijdschriften begrijpt, is het klip en klaar: dierlijk vet heeft geen verband met kanker en hart- en vaatziekten. De enige  slechte vetten zijn de transvetten. En ironisch genoeg zitten die nu juist in &#8216;gezonde&#8217; producten als margarine, niet in echte boter.<\/p>\n<p>Het is geen toeval, denkt Pollan, dat de weinig vet-campagne parallel loopt aan de epidemie\u00ebn van obesitas en hart- en vaatziekten. Vetten zijn vervangen door koolhydraten. Er is toenemend bewijs dat de consumptie van koolhydraten de stofwisseling zo be\u00efnvloedt dat onze honger toeneemt. En dus gaan we meer eten. Of zoals Pollan het verwoordt: &#8216;Wat de Sovjet-Unie voor de ideologie van het marxisme was, is de &#8220;weinig vet-campagne&#8221; voor de ideologie van het &#8220;nutritionisme&#8221;.&#8217;<\/p>\n<p>We eten ons ziek<\/p>\n<p>De profeten van het Nutritional Industrial Complex, betoogt de Amerikaan, zijn verantwoordelijk voor het ontstaan van een nieuw menstype. Eentje dat zowel over- als ondervoed is, omdat het zich volvreet met eten dat zo eenzijdig is dat het lichaam blijft schreeuwen om voedingsstoffen. Dat in het Westen nu allerlei welvaartsziekten om zich heen grijpen die bij inheemse volkeren nauwelijks voorkomen, wijt Pollan aan een aantal desastreuze veranderingen in ons eetpatroon.<\/p>\n<p>Aten we vroeger bijvoorbeeld gehele voedingswaren, tegenwoordig is bijna alles bewerkt, geraffineerd en samengesteld. Neem de pandanrijst. Het zilvervlies dat daar is afgepeld, bevatte de meeste voedingsstoffen en zorgde voor een vertraagde opname van de suikers uit de rijst. Juist dat laatste wil de industrie voorkomen. Haar inspanningen zijn erop gericht glucose &#8211; de favoriete brandstof van het brein &#8211; zo snel mogelijk af te leveren. Want: producten die in een snelle bevrediging voorzien, zijn makkelijker te verkopen.<\/p>\n<p>Een andere verandering in ons eetpatroon hangt samen met de verminderde diversiteit van het voedselaanbod. Wie denkt dat hij in de supermarkt steeds meer te kiezen heeft, komt bedrogen uit. Vier gewassen, becijfert Pollan, zorgen samen voor tweederde van alle calorie\u00ebn die we dagelijks binnenkrijgen: ma\u00efs, soja, graan en rijst. Ook de diversiteit aan groenten en vlees is dramatisch gedaald. Zo bestaan er talloze kippenrassen, van de Ukkelse baardkriel tot de Siciliaanse bekerkamhoen. Maar grote kans dat de kipfilet voor bij de pandanrijst van een &#8216;Cornish&#8217; komt, wereldwijd de meest rendabele vleeskip.<\/p>\n<p>Met de moderne, industri\u00eble landbouw is de voedselproductie enorm opgeschroefd. Maar, stelt Pollan, die indrukwekkende toename in kwantiteit heeft geleid tot een aanzienlijke daling in kwaliteit. Per hectare produceren we meer calorie\u00ebn, maar minder voedingswaarde. De groen-glimmende, smetteloze Granny Smith in de supermarkt levert een derde van het ijzer van een exemplaar uit 1940.<\/p>\n<p>En dan nog iets: we eten steeds minder blad\u00adgroente en steeds meer zaden. Om aan te tonen wat daaraan nu weer verkeerd is, moet Pol\u00adlan zich zelf bezondigen aan &#8216;nutritionism&#8217;. In bladgroente zitten veel omega-3-vetten, die beschermen je tegen hartziekten. Olie uit zaden, zoals ma\u00efssiroop dat in bij\u00advoor\u00adbeeld frisdranken en toetjes zit, bevat juist omega-6-vetten. De wereldwijde toename van omega-6-consumptie is, aldus een door Pollan geciteerde onderzoeker van de National Health Institute, &#8216;\u00e9\u00e9n groot ongecontroleerd experiment dat mogelijk heeft bijgedragen aan tal van maatschappelijke kwalen als agressie, depressie en sterfte door hart- en vaatziekten&#8217;.<\/p>\n<p>Eet voedsel!<\/p>\n<p>Het grootste probleem van het westerse eetpatroon, zegt Pollan, is dat traditie en cultuur zijn verdrongen door de macht van de wetenschap en de industrie. In de tijd van onze overgrootouders was eten nog gewoon eten. De kakofonie aan adviezen van wetenschappers en marketeers maakt de westerling onzeker.<\/p>\n<p>Maar er is hoop. Onderzoek naar verwesterde aboriginals heeft uitgewezen dat terugkeer naar een traditioneel leven van jager-verzamelaar, de gezondheid ten goede komt. Nu is de rimboe niet voor iedereen haalbaar of wenselijk. Daarom heeft Pollan zijn eigen lijst met adviezen opgesteld. Een selectie:<\/p>\n<p>1. Eet niets dat je overgrootmoeder niet zou herkennen als voedsel. Weg dus met de &#8216;powersticks&#8217; van deze wereld. Die had ze vast voor een tube lijm aangezien.<\/p>\n<p>2. Vermijd voedsel dat meer dan vijf ingredi\u00ebnten bevat, waar ma\u00efssiroop in zit, of dingen die je niet kent en niet kunt uitspreken. Terug het schap in, die pandanrijst. Bevat maltodextrine. Kennen we niet. En die rode currysaus is helemaal kansloos. Dik tien ingredi\u00ebnten, waaronder allemaal e-nummers. Het Goede Start-brood idem dito. Dat is niet  gemaakt van meel, gist en water, maar is rijk aan broodverbeteraars, die bij wisselende kwaliteit van het meel toch een standaardbrood opleveren.<\/p>\n<p>3. Vermijd voedsel waarop gezondheidsclaims staan. Laat die yoghurtdrankjes en margarines maar lekker liggen.<\/p>\n<p>4. Betaal meer, eet minder. Geen kiloknaller uit de supermarkt, maar Barnevelder kip van de bioslager. Wantrouw het het Optimel-drankje dat &#8211; wetenschappelijk bewezen! &#8211; de eetlust vermindert, en doe zoals de Okinawa. Dat volk, een van de gezondste van de wereld volgens Pollan, huldigt het principe: eet tot je je voor tachtig procent vol voelt.<\/p>\n<p>5. Eet als een omnivoor. Hoe groter de vari\u00ebteit aan soorten die je eet, hoe waarschijnlijker het is dat je al je behoeften aan voedingsstoffen krijgt vervuld. Koop eens een groentepakket bij de biowinkel. Dat zit vol knollen die geen mens meer kent. Of ga naar de boerenmarkt, waar veertig soorten appels te koop zijn. Wel drie keer zo duur.<\/p>\n<p>6. Blijf aan de buitenkant in de supermarkt. Daar staan de verse spullen. Nog beter: blijf helemaal weg uit de supermarkt, en ga naar de boerenmarkt. &#8216;Schud de hand die je voedt,&#8217; schrijft Pollan.<\/p>\n<p>Het klinkt allemaal tamelijk romantisch. Soms zelfs een beetje na\u00efef. Wie heeft er nog de tijd en het geld om altijd vers en biologisch te koken? Je zou zelfs kunnen stellen dat het een tikje elitair is om alleen voedsel uit de streek te willen eten. De Nederlandse voedselexpert Louise Fresco schreef: &#8216;In extreme vorm is het benadrukken van de streekgebonden producten en autarkie elitair: zonder afhankelijkheid van voedsel van elders zou de wereldbevolking niet gevoed kunnen worden en zouden arme landen niet kunnen exporteren.&#8217;<\/p>\n<p>Toch zal Pollan ook in Nederland een breed gehoor vinden. Met drie miljoen kant-en-klaarmaaltijden die dagelijks langs de kassa gaan, heeft het eetpatroon waarop hij zijn pijlen richt, zich ook in de Nederlandse samenleving geworteld. En net als in Amerika is hier een tegenbeweging op gang gekomen. Voedsel uit de streek is populairder dan ooit. Woorden als &#8216;puur&#8217; en &#8216;langzaam&#8217; komen in zwang. Orga\u00adni\u00adsaties als &#8216;Vrienden van het platteland&#8217; helpen vervreemde stedelingen aan adressen van boeren die hun waren aan huis verkopen. Op de populaire website Foodlog.nl is In Defense of Food enthousiast onthaald. &#8216;Wat een fenomenaal artikel met een geweldige conclusie!&#8217; schrijft een bezoeker over de samenvatting die op het weblog staat te lezen. &#8216;Ik krijg er gewoon een goed humeur van.&#8217; Een andere bezoeker schrijft: &#8216;Denk je dat Pollan een geitenwollensokken romanticus is met zijn eigen varkens, kippen en kolen? Je vergist je. Hij is een rationeel redenerende pragmaticus.&#8217;<\/p>\n<p>Wie na lezing van het pamflet nog niet wil eten als zijn grootouders, krijgt door Pollan een knap staaltje rekenwerk voorgeschoteld. &#8216;Het is hoogste tijd,&#8217; zei hij laatst in een interview, &#8216;dat de voedingsindustrie stopt zijn echte kosten af te wentelen. Geweldig dat McDonald&#8217;s een hamburger kan verkopen voor negenennegentig cent. Maar wat kost zo&#8217;n burger echt? Reken de olie mee en het legerbudget dat nodig is om die olie te blijven krijgen. Reken ook de by-passoperaties mee. En de vervuiling met stikstof van de akkers waarop het mais voor het veevoer is geteeld. Dan kom je niet op negenennegentig cent, maar op vijftig dollar.&#8217;<\/p>\n<p>eten volgens voedselkenners<\/p>\n<p>Robert Kranenborg (57) voorheen chef-kok van restaurant Vossius in Amsterdam en Le Cirque in Scheveningen. Adviseert de voedingsmiddelenindustrie.<\/p>\n<p>\u2018Met mijn advieswerk probeer ik het ambachtelijke koken zo dicht mogelijk bij de industrie te brengen. Natuurlijk is het ondoenlijk om een saus die ik in Le Cirque maakte, industrieel te vervaardigen. We zoeken naar tussenvormen. Het probleem is daarbij de smaak. Op zich is niets mis met het gemodificeerd zetmeel waar supermarktproducten vol mee zitten. Ze zorgen voor een natuurlijke binding, waar de saus zijn stabiliteit aan ontleent. Maar tegelijk maskeert dat spul de smaak.<\/p>\n<p>Door massaproductie en technologische innovaties kan er goedkoop worden geproduceerd. Dat heeft een weldadig sociaal effect, dat moet je niet uitvlakken. Maar uiteindelijk is een product waarin de tomatensmaak wordt gerealiseerd door een paar druppeltjes iets anders dan een product dat zijn smaakt ontleent aan een tomaat die op de traditionele manier is geteeld, gedroogd en bewaard.<\/p>\n<p>Een gevarieerd aanbod bestaat wel, maar verwacht het niet in de supermarkt. Daar is alles een variatie op een bescheiden aantal smaken. Zo willen de mensen allemaal biefstuk. Maar ze willen niet kauwen, want dan heet het al snel \u201ctaai\u201d. Dus komen er allemaal varianten met gesneden biefstuk in de supermarkt. Probleem is dat \u201clekker zacht\u201d tegelijk betekent \u201cgeen smaak\u201d.<\/p>\n<p>Je moet de smaak van je grootmoeder niet als maat nemen. Dat is misleidend. Je hoort oude mensen vaak zeggen: de spinazie smaakt tegenwoordig niet meer zoals vroeger. Dat is waar, want ouderen proeven anders dan jongeren. Dat ligt niet aan de spinazie, maar aan die mensen. We hebben inmiddels wel ontdekt dat alle zintuigen een rol spelen bij het proeven. Een aardappel smaakt niet lekker als er een tafel verder een man zit die naar zweet ruikt. De kracht van de wijn is afhankelijk van de muziek die opstaat.<\/p>\n<p>De gezondheidscultus is doorgeslagen, absoluut. Neem caffe\u00efnevrije koffie. Mensen zouden eens moeten weten hoeveel chemicali\u00ebn daarin gaan om die caffe\u00efne te vervangen. Dan kun je beter gewoon echt goede koffie drinken, die is zo gebrand dat er al weinig caffe\u00efne in zit. Bovendien is het slecht voor onze weerstand, al dat spic-and-span eten. Het is goed als je af en toe een korreltje zand in de champignons vindt, of een slak in de sla. Daar bouwt je lichaam weerstand van op. Niemand gaat dood van een beetje vies eten. Maar als je nooit meer viezigheid in je eten vindt, is dat wel levensgevaarlijk.\u2019<\/p>\n<p>Prof.dr.ir. Rudy Rabbinge is hoogleraar Voedselontwikkeling en -veiligheid aan de Universiteit van Wageningen.<\/p>\n<p>\u2018Beweert Pollan dat de groeiende kwaliteit van het voedsel niet van belang is geweest voor de stijging van de levensverwachting in het Westen? Dat is klinkklare nonsens. Okay, de daling van de kindersterfte heeft er ook mee te maken, maar dat is maar een deel van het verhaal. Laten we eerlijk zijn: Door de indu\u00adstri\u00adali\u00adsatie van ons voedsel zijn onze levens aantrekkelijker geworden, gelukkiger en beter. Bovendien bestaat er tegenwoordig juist meer keuze, niet minder. Toen ik klein was, namen mijn ouders me heel af en toe mee naar een van de weinige Chinese restaurants in Nederland. Ik keek mijn ogen uit. Thuis kreeg ik altijd hetzelfde.<\/p>\n<p>Toegegeven, door de week eten mensen meer en meer gemaksvoedsel. Maar in het weekeinde gaan ze ook helemaal los. De culinaire cultuur die hier de laatste decennia is gegroeid, is enorm. Bovendien is dat gemaksvoedsel niet slecht voor je. En de industrie weet het ook nog steeds meer smaak te geven. Het enige is: je moet er niet te veel van eten.<\/p>\n<p>Ik zou zeggen: als je dan toch iemand de schuld ergens van wilt geven, moet je eerder bij de consument zijn dan de industrie. Pollan voert een discussie die er in het licht van de grote megatrends van deze tijd niet toe doet. Neem de groei van de zuivelindustrie in India. Gigantisch: het gaat hier om honderden miljoenen mensen die plotseling ook meedrinken en eten. En neem de groei aan dierlijke eiwitten die door Chinezen worden geconsumeerd. De industrie moet daar een antwoord op vinden. Dat is pas een uitdaging.\u2019<\/p>\n<p>Jan Groenewold, moleculair gastronoom en theoretisch natuurkundige. Leidt samen met Eke Marien Cook&#038;Chemist, een bedrijf dat zich richt op \u2018moleculair koken\u2019.<\/p>\n<p>\u2018Koken is per definitie een chemisch proces, daar moet je niet moeilijk over doen. Het is net als bij schilderen; het helpt als je de techniek beheerst. Als je weet hoe okergroen met geel mengt, om maar eens iets te noemen. Waarom zou je met je eten niet mogen spelen? Waarom alleen eten wat je overgrootmoeder herkent als voedsel?<\/p>\n<p>Neem het maken van een botersaus, een klassiek voorbeeld. Je voegt eieren aan de boter toe, voor de binding. Maar kies je precies de juiste temperatuur, dan blijft het bindmiddel in de boter zelf intact, net als de molecuulstructuur, waardoor het ook zonder ei kan binden. Als je dat voor elkaar krijgt, heeft de saus een andere smaak. Zo\u2019n nieuwe hollandaise, een beurre blanc, is een verrijking, geen verschraling. Of neem die ui die vorige week in Nieuw-Zeeland is ontwikkeld. Ze hebben het chemische proces weten te blokkeren waardoor je moet tranen bij het snijden. Die ui smaakt waarschijnlijk ook anders. Ook dat kan een verrijking zijn.<\/p>\n<p>Een ingewikkelder geval is de arctische slijmvis, de puitaal. Unilever heeft bakkersgist gemodificeerd met het dna van dat beest om eiwitten aan te kunnen maken die kristalvorming in hun ijs tegengaan. Het bedrijf gebruikt dat alleen voor producten die ze in Amerika verkopen, want in Europa is genetisch gemanipuleerd eten vooralsnog verboden. Al proef je er niets van, ik neig ernaar om te zeggen: laat die slijmvis met rust.  Tegelijk denk ik dat het verkeerd is tegen genetisch gemanipuleerd voedsel te strijden met gezondheid als argument. Door dat voortdurend aan te voeren \u2013 terwijl het waarschijnlijk onjuist is \u2013 raakt een ander legitiem argument uit zicht: dat de industrie dankzij de genetische manipulatie allerlei nieuwe, natuurlijke producten tot haar eigendom maakt.<\/p>\n<p>Ook Pollans pleidooi voor \u201cpuur\u201d eten is moeilijk vol te houden, omdat \u201cpuur\u201d een relatief begrip is. Sinds het begin der tijden maken de keuken en levensmiddelen verandering door. Denk bijvoorbeeld aan plantenveredeling, nieuwe kooktechnieken en verbeteringen in productieprocessen.\u2019<\/p>\n<p>Diny Schouten Culinair journaliste.<\/p>\n<p>\u2018Ik ben niet iemand die zich met gezondheid bezighoudt. Omega-3 gaat bij mij het ene oor in en het ander oor uit. Ik heb me verdiept in de ambachtelijke productie van eten, in het verschil in kwaliteit, in hoe het smaakt. Dan krijg je wel zijdelings mee welke krankzinnige hoeveelheid smaakversterkers en conserveringsmiddelen in industrieel geproduceerd voedsel zit.<\/p>\n<p>Pollan is eindelijk weer iemand die iets intelligents zegt. Op foodlog.nl wordt hij hevig bediscussieerd. Mensen schrijven: hij kan wel zeggen, eet zoals je grootmoeder, maar laat hem gewoon zeggen, ik ga weer eten zoals mijn grootmoeder. Dan heeft het niet te veel pretenties, en dan wordt het ook weer niet zo\u2019n nieuw geloof.<\/p>\n<p>Het is mooi dat mensen zich er plotseling voor interesseren dat het eigenlijk rotzooi is wat ze eten. Maar het is een mythe dat je gezond moet worden van eten. Je wordt ook gezond van een beetje ontspannen leven. Dus als je gelukkig wordt van een speklap met een vetrand eraan, moet je dat vooral eten. Ik kwam vanmorgen van een slager in Nijmegen. Die is zijn eigen varkens gaan houden, uit afschuw van de bio-industrie. Als je weet hoeveel antibiotica die beesten krijgen, dan denk je nee, dat wil ik niet. Die slager heeft nu Spaanse varkens. Die beesten hebben Iberico-hammen. Die hebben prachtig en gezond vet dat ik met graagte eet.<\/p>\n<p>Of ik weleens in de supermarkt kom? Nou, liever niet. Bijna nooit. Ik heb plezier in dingen kopen bij mensen die er verstand van hebben. Als je bij de AH vraagt, waar ligt de zuurkool, kijken ze je aan van, zuurkool, wat is dat? En als ik daar de treurnis aan appels zie, dan kan ik me voorstellen dat het mensen moeite kost fruit eten. Daar zit geen smaak meer aan. In de supermarkt verkopen ze wel biologisch voedsel, maar het gaat nog steeds niet over de kwaliteit van de producten. Biologische kip bij de AH is geen echt goede kip, ze gaan toch voor goedkoop. Daarmee is biologisch een verkooptrucje geworden. Ik heb ooit een inkoopster van de biologische afdeling AH horen zeggen: een biologische cake moet wel zo smaken als de gangbare cake, anders willen de mensen het niet.<\/p>\n<p>Ik maak pat\u00e9s en worstjes en die verkoop ik aan de bakkerswinkels, en het Lloydhotel, en af en toe sta ik er mee op een heel chique markt in Baambrugge, maar dat is voor de zeer kapitaalkrachtigen. Want dat is het dilemma, ze zijn zeer kostbaar.\u2019<\/p>\n<p>Martijn Katan hoogleraar Voedingsleer aan de VU. Publiceerde onlangs \u2018Wat is nu gezond?\u2019 (Bert Bakker).<\/p>\n<p>\u2018Pollan gooit drie dingen door elkaar: lekker eten, wat de voedingswetenschap te melden heeft, en wat gebeurt er in de markt. Voor lekker eten heb je geen professor nodig. Dat doe je zelf met je tong en je neus en wat je van je moeder hebt geleerd. Het tweede is de voedingswetenschap. De media maken vaak een karikatuur van wat die wetenschap al dan niet te melden heeft. Dat is wel waar iemand als Pollan op afgaat. Die heeft al die dikke rapporten die bol staan van enerzijds, anderzijds niet gelezen, maar hij gaat af op de koppen, en die geven een karikaturaal beeld.<\/p>\n<p>Als Pollan zegt dat het low fat-dieet eerst alles zou genezen en dat vervolgens bleek dat het nergens voor deugt, dan baseert hij zich voor een belangrijk deel op de media. Bovendien komt dan de derde speler in zicht, de industrie. Als je kijkt wat Amerikaanse wetenschappers daar oorspronkelijk over hebben gezegd, is het dat je meer groenten, meer bruine bonen, meer fruit en minder vette hamburgers zou moeten eten. Dat was zo slecht nog niet. Toen heeft de Amerikaanse levensmiddelenindustrie gezegd: onze klanten willen geen bruine bonen. Dus gaan wij nu chips met weinig vet maken. Die waren niet aan te slepen.<\/p>\n<p>De consument heeft daar een wat dubbele rol in. Enerzijds is hij het machteloze slachtoffer van wat bij hem overkomt als wetenschap. Anderzijds voelt hij natuurlijk wel aan zijn water dat low fat-producten nog steeds veel calorie\u00ebn bevatten. In zijn hart weet hij heus wel dat hij beter volkorenbrood kan eten. Dat is een beetje mijn bezwaar tegen Pollan. Daar zit ook een beetje in van o, wat ben ik misleid, terwijl hij toch eigenlijk wel wist dat je niet voor een dubbeltje op de eerste rang kunt zitten.<\/p>\n<p>In Verenigde Staten heeft de levensmiddelenindustrie de transvetten jarenlang weten te verkopen als een goed alternatief voor dierlijke vetten. Door zwakte bij de Amerikaanse overheid is er veel ruimte geschapen om spullen te verkopen onder het mom van gezond.<\/p>\n<p>Maar het feit dat natuurlijke, onverzadigde vetzuren beter zijn dan de verzadigde, dierlijke vetten is altijd overeind gebleven. Alleen heeft de Amerikaanse industrie daar een loopje mee genomen.\u2019<\/p>\n<p>Michael Pollan, \u2018In Defense of Food. The Myth of Nutrition and the Pleasure of Eating\u2019, Penguin Books, 246 pagina\u2019s, \u20ac 30,40. In april verschijnt de vertaling bij De Arbeiderspers.<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Amerika is in de ban van eetgoeroe Michael Pollan. Zijn advies: ontsnap aan de wurgende greep van de eetexperts en eet zoals je overgrootouders aten. Wat vinden Nederlandse voedselexperts hiervan?<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[27],"tags":[1271],"acf":[],"author_name":"Tomas Vanheste, Robert van de Griend, Pieter van Os","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/109853"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=109853"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/109853\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Tomas Vanheste, Robert van de Griend, Pieter van Os","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=109853"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=109853"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=109853"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}