
 {"id":109377,"date":"2008-03-01T00:00:00","date_gmt":"2008-02-29T22:00:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/muziek-spoel-je-niet-weg\/"},"modified":"2008-03-01T00:00:00","modified_gmt":"2008-02-29T22:00:00","slug":"muziek-spoel-je-niet-weg","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/muziek-spoel-je-niet-weg\/","title":{"rendered":"Muziek spoel je niet weg"},"content":{"rendered":"<p>Reportage \/ New Orleans na Katrina<\/p>\n<p>Roger Lewis is helemaal in het zwart. Van zijn gepoetste schoenen tot het petje op zijn grijzende krullen. De elegante zestiger, baritonsaxofonist van de Dirty Dozen Brass Band, moet op een begrafenis spelen vanochtend.<\/p>\n<p>We rijden over het gebarsten plaveisel van Gentilly. Na Katrina stond het water hier twee meter hoog. Van de begane grond was weinig over toen Lewis thuiskwam van zijn vluchtadres in Vicksburg, Mississippi. Nu heeft hij, zoals veel mensen hier, zijn huis verhoogd en woont hij op de eerste verdieping. Gentilly was een wijk voor de zwarte middenklasse. Mooie vrijstaande huizen van hout, veel ervan ook nu nog met de ramen dichtgetimmerd en de macabere graffiti van New Orleans op de deur: de datum, de afkorting van het legeronderdeel dat na de ramp is langsgeweest, het aantal aangetroffen doden. Achter die deuren zijn mensen verdronken in hun eigen keukens.<\/p>\n<p>Het weer is drukkend en regenachtig. Lewis is in mineur. Vandaag is de begrafenis van Sharleen McGlothurn (54), verpleegster. &#8216;We noemden haar Cherry Red. Ze had een lichte huid, sproeten en roodachtig haar.&#8217; Het blijft even stil. Dan praat hij verder, in dat donkere, trage ritme &#8211; net als veel oudere muzikanten is hij gaan klinken als het instrument dat hij bespeelt. &#8216;Ooit waren we vijf jaar samen. Makkelijk was ze niet. Een furie van een vrouw. Als ik te laat thuiskwam stond ze stampvoetend voor de deur en kreeg ik klappen. Maar ja,&#8217; grinnikt hij, &#8216;zelf ben ik ook geen heilige.&#8217; Dan zwijgt hij weer, terwijl we over de viaducten rijden waarop mensen in die laatste dagen van augustus 2005 strandden in de brandende hitte. &#8216;Ik kan me haar niet dood voorstellen. Ik zie haar nog in volle glorie voor me. Een paar weken geleden heb ik een paar uur aan haar ziekbed gezeten. Ik herkende haar nauwelijks. In die doodskist hoef ik straks niet te kijken.&#8217;<\/p>\n<p>Het is voor het eerst dat hij een vroegere geliefde ten grave moet dragen. Aan Katrina is Cherry Red niet overleden &#8211; al ligt het sterftecijfer in New Orleans twintig procent hoger dan daarvoor, vanwege de naschok, ziekten en zelfmoord. Maar alles wat weg is, komt op een toch al veel te grote stapel van onachterhaalbare herinneringen te liggen. Van zijn jeugd, zijn eerste optredens, de geschiedenis van bijna vijftig jaar professioneel muziek maken, heeft Roger Lewis vrijwel niets over. &#8216;In het huis van mijn ouders, tussen Pleasant en Harmony, stond vijf meter water. Alles was doorweekt en weggeschimmeld. Hier. Dit zijn de enige twee foto&#8217;s die ik nog uit de blubber kon vissen.&#8217; Hij haalt zijn iPhone tevoorschijn. Een foto van zijn moeder uit de jaren veertig: een lief glimlachende jonge vrouw in een zedig jurkje. &#8216;Mijn vader en ik stonden rechts van haar, maar die helft van de foto was weg.&#8217; En eentje van hemzelf op zijn vijftiende: een gretig lachende jongen met spitse tanden en een jagershoedje.<\/p>\n<p>Gaten in het straatbeeld<\/p>\n<p>De orkaan had geen slechtere plek in Amerika kunnen uitzoeken dan New Orleans. Dit is een stad van oude, hechte en trotse gemeenschappen. Volgens een onderzoek van Gallup, gehouden vlak voor Katrina, was meer dan vijftig procent van de bewoners erg tevreden met zijn leven, de hoogste score van de eenentwintig onderzochte grote Amerikaanse steden. Nu is het weefsel kapot. De schok zat hem niet in de verwoesting alleen. New Orleans heeft altijd geleefd met de wetenschap dat er een volgende orkaan komt en dat het water gevaarlijk dicht achter de dijken ligt. Dat de overheid en zijn ingenieurs ze zouden beschermen, geloofden ze al sinds de overstroming van 1962 niet meer. Het trauma zit hem in het uiteenvallen van families, buurten, de stadsbevolking. De helft van de mensen is ge\u00ebvacueerd, over het hele land uitgewaaierd, en lang niet iedereen komt terug. In de armere buurten, door Katrina blootgelegd, is het moeilijk om in je eentje overeind te blijven. Maar ook in de rijkere zijn de vaste patronen van een gewone buurt weg. Er zijn gaten in het straatbeeld gevallen. Je moet nadenken bij elke stap die je zet, in plaats van gedachteloos door de dag te zwieren &#8211; wat hier jarenlang kon zoals het nergens anders kan.<\/p>\n<p>We komen aan bij het uitvaartcentrum op St. Philip Street, in het hartje van Treme, ooit de eerste zwarte wijk van de Verenigde Staten. De pastelkleurige houten huizen met kleine veranda&#8217;s en balkons staan al bijna twee eeuwen langs de weg. Begrafenisgasten hangen op de hoek met een sigaret en een flesje bier. Lewis parkeert zijn auto op de enige vrije plek in de straat. &#8216;God zal het wel zo gewild hebben.&#8217; Hij wijst naar het zachtpaarse huisje waar we voor staan. &#8216;Dit is het huis waar Cherry Red en ik onze eerste nacht doorbrachten.&#8217;<\/p>\n<p>Fraude viert hoogtij<\/p>\n<p>New Orleans is een muziekstad. De geboorteplaats, zeggen ze hier, van jazz, rhythm &#038; blues en rock &#8216;n&#8217; roll. &#8216;De muziek komt echt wel terug,&#8217; bromt Lewis. &#8216;Maar het wordt een andere stad.&#8217; Van zijn kameraden in de Dirty Dozen Brass Band woont de helft sinds Katrina nog steeds in Baton Rouge, Texas en Detroit. &#8216;Mensen die aan hun pensioen toe waren en hun huis hadden afbetaald, moeten vanaf nul beginnen. Het grote geld neemt het over. De een zijn dood is de ander zijn brood. Donald Trump bouwt een nieuw casino in het centrum. Dit wordt het Disneyland van het Zuiden, een gokkersparadijs.&#8217;<\/p>\n<p>V\u00f3\u00f3r Katrina was vijfenzestig procent van de stadsbevolking zwart. Een kwart leefde onder de armoedegrens, twee keer zoveel als het landelijk gemiddelde. Er woonden 500.000 mensen &#8211; nu ruim 300.000. De ramp eiste zo&#8217;n 16.000 dodelijke slachtoffers. De wederopbouw verloopt frustrerend traag. In het begin waren er grootse plannen. Maar ze spraken elkaar tegen. De stad moest kleiner. Nee, groter. Er zou niet meer gebouwd worden waar het te laag was. Of toch wel: de dijken zouden hoog genoeg worden om elke orkaan te weerstaan. De gerenoveerde wijken zouden een gemengde bevolking krijgen. Nee, de oorspronkelijke gemeenschappen moesten intact blijven. Uiteindelijk bleef de regeringssteun beperkt tot zo&#8217;n tien miljard, in plaats van de zestig miljard die president Bush beloofde op Jackson Square, tijdens zijn bezoek twee weken na de ramp. De plannen voor een nieuw New Orleans, &#8216;een Afro-Caribisch Parijs&#8217;, waren van de baan. Intussen twisten private verzekeraars en de staatsverzekeringsmaatschappij nog steeds over wie voor welke schade opdraait. Fraude viert hoogtij, en het hooggerechtshof verklaarde onlangs de tienduizenden ingediende aansprakelijkheidsclaims bij het Army Corps of Engineers, die de dijken bouwen, niet ontvankelijk.<\/p>\n<p>Het is een Amerikaans verhaal: de overheid kan en wil niet ingrijpen, de mensen moeten het zelf doen. En dus vertimmert iedereen met het geld dat hij heeft zijn eigen huis, zonder plan, zonder een hogere ambitie dan maar gewoon verder te gaan met overleven.<\/p>\n<p>Opgetilde huizen<\/p>\n<p>Tania Tetlow, een sprankelende jonge hoogleraar recht aan Tulane University, rijdt me door de zwaarst getroffen buurten. Nu pas, zegt ze, is de stank uit de huizen verdwenen. &#8216;We voelen ons verraden. We vonden altijd al dat we niet helemaal bij Amerika hoorden. Nu heeft Amerika ons laten merken het daarmee eens te zijn. Dit is een driehonderd jaar oude stad, een van de mooiste ter wereld. Maar Amerikanen zijn gewend nieuwe dingen te kopen als er iets kapotgaat. Hoe ze moeten omgaan met traditie weten ze niet.&#8217;<\/p>\n<p>Onderweg valt ze regelmatig stil bij de aanblik van dichtgetimmerde winkelcentra, hele straten met planken voor de ramen, braakland waar onherstelbare panden zijn platgewalst. &#8216;Als ik dit aan mensen laat zien, voel ik me of totaal verdoofd of ik stort helemaal in.&#8217; Ze concentreert zich op de kleine tekenen van herstel. In Bywater, een gemoedelijk oud wijkje dat niet te zwaar is beschadigd, bracht ze als voorzitter van de Library Foundation zeven ton aan private donaties bij elkaar om de Alvar-bibliotheek op te knappen. Aan de rand van de wijk verrijst de nieuwe Musicians Village: een initiatief van Harry Connick jr. en Branford Marsalis, die met de landelijke vrijwilligersorganisatie Habitat for Humanity goedkope, maar stevige huisjes neerzetten voor terugkerende muzikanten. Op een verlaten parkeerplaats staat de aangenaam rommelige Panorama Brass Band hun klezmerfanfare te oefenen.<\/p>\n<p>De Lower Ninth Ward is een kale vlakte. De treurigste plek van de stad, een zwarte wijk met zestienduizend bewoners, liep volledig onder water en zorgde voor de beelden die de wereld over gingen. De meeste huizen waren zo zwaar beschadigd dat de bulldozer er overheen is gegaan. &#8216;Maar ook hier komen er mensen terug,&#8217; zegt Tetlow. &#8216;De kerken en scholen gaan weer open. Er komen vrijwilligers uit het hele land om te helpen. Ik ken een stel dat zijn huwelijksreis hier doorbracht.&#8217; De jonge hippies van Common Ground leggen met buurtbewoners moestuintjes aan. En Fats Domino heeft zijn huis terug: een fors geel en wit geval, met de waterlijn nog zichtbaar halverwege de garagedeur, opgeknapt door het fonds van Tipitina&#8217;s, de lokale muziektempel.<\/p>\n<p>Lakeview was een ruime, welgestelde wijk, voornamelijk bevolkt door de witte middenklasse. Veel van de huizen die nog overeind stonden, worden nu letterlijk opgetild en op palen gezet. De bewoners leven vaak in de voortuin, in de witte trailers van FEMA, de rampzalige organisatie die de hulp moest co\u00f6rdineren. Ergens staan twee helften van een aangesleepte prefab-woning scheef op straat. Het uitgestrekte City Park, waar in het begin duizenden tentjes voor de reddingswerkers stonden opgesteld, oogt modderig en afgeragd. &#8216;Vrienden van mij,&#8217; zegt Tetlow, &#8216;komen hier elke twee weken een stukje van het gras maaien.&#8217;<\/p>\n<p>Het trauma is haar grootste zorg. &#8216;Als ik iemand vraag hoe het gaat en hij zegt prima, dan weet ik wat prima betekent: alles kwijt, geen werk meer, maar geen doden in de nabije omgeving. Er is veel ontkenning. Mensen gaan aan de drank, plegen zelfmoord. Waar moeten ze naartoe met hun verhaal? De geestelijke gezondheidszorg is uit elkaar gevallen. Instituten zijn dicht, artsen en psychologen vertrokken.&#8217;<\/p>\n<p>Het aantal moorden stijgt. Er zijn dit jaar meer Amerikanen gedood in New Orleans dan in Bagdad. De Times Picayune opent met de moord op een jonge politieagente. De dader: een schizofreen voor wie geen plaats meer was in de instellingen. Als de schemering valt, passeren we een dichtgetimmerd Mental Health Care Center. Het enige teken van leven komt van een dakloze die zijn wantrouwige kop uit een constructie van dozen en dekens omhoogsteekt, als een struisvogel die onraad bespeurt.<\/p>\n<p>Jubelend geschetter<\/p>\n<p>De herdenkingsdienst, of home going, voor Sharleen McGlothurn nadert zijn uitgelaten einde. De jonge pastor Ronnie London staat geen seconde stil en daagt de dood uit, aangemoedigd door tweehonderd toehoorders die elke oneliner hardop bevestigen. &#8216;Sharleen is verhuisd naar waar het leven beter is,&#8217; schalt de pastor. &#8216;Daar zal ze het goed hebben. Daar heeft ze geen last meer van FEMA en de autoriteiten!&#8217;<\/p>\n<p>Roger Lewis heeft zijn groepje bij elkaar. Julius McPhee van de Dirty Dozen Brass Band op tuba. Bennie Lewis, ooit mede-oprichter van de Dirty Dozen en nu met de Treme Brass Band, op de grote trom. Elliot &#8216;Stack&#8217; Kelliae, met wie Lewis nog bij Fats Domino heeft gespeeld, op klarinet. En de jonge Glen David Andrews van de Lazy 6 op trombone en zang. Twee twintigers en drie zestigers met de begrafenismuziek in hun genen. Het vorige album van de Dirty Dozen, opgedragen aan de lokale legende Anthony &#8216;Tuba Fats&#8217; Lacen, heette Funeral For a Friend: een hartverscheurend uitbundig afscheid van een oude kameraad die scheurend, toeterend en gillend naar hoger sferen wordt getild. Lewis en de anderen schuifelen de zaal in. Onder de tastende, gedragen eerste tonen van uitvaartklassieker Just a Closer Walk with Thee is de aandrang om straks, als ze de stoet over straat begeleiden, in jubelend geschetter uit te barsten al voelbaar.<\/p>\n<p>Zodra Glen David Andrews begint te zingen, met een schorheid van eeuwenoud verdriet die bijna niet strookt met die rubberen ledematen, herken ik hem. Hij was het die hetzelfde lied zong in Spike Lees When the Levees Broke, te midden van een stoetje muzikanten in uniform dat door de bergen wrakhout van de Lower Ninth Ward paradeerde.<\/p>\n<p>Liever naar de katholieken<\/p>\n<p>&#8216;Natuurlijk niet,&#8217; zegt hij bijna verontwaardigd als we elkaar later spreken in Caf\u00e9 du Monde, waar Chinese dames de traditionele caf\u00e9 au beignet serveren. Ik vroeg hem of hij nooit genoeg krijgt van die klassiekers. &#8216;Al die nieuwe brass bands van tegenwoordig mogen zich nauwelijks muzikanten noemen. Mensen hebben het over een opleving, voor mij is de traditie in verval. Je moet toch op zijn minst de Saints kunnen spelen!&#8217; Zelf leerde hij de muziek op straat. &#8216;Al die mannen woonden in Treme. Als ik ergens stond te spelen, sleepte Tuba Fats me naar binnen, net zo lang tot ik het kon. En toen we op Jackson Square voor de toeristen speelden, met oom James en neefje Troy &#8216;Trombone Shorty&#8217; Andrews, zei mijn oom dat ik maar moest zingen. Ik was de enige met een stem.&#8217; Nee, zingen leerde hij niet in de kerk. &#8216;Bij de baptisten duurde de dienst veel te lang. Drie uur in de kerk! Ik ging liever naar de katholieken. Daar stond je na drie kwartier weer buiten. Zingen leerde ik door goed te luisteren naar Ernie K-Doe en Fats.&#8217;<\/p>\n<p>Andrews woont al ruim twee jaar in een FEMA-trailer. &#8216;Ik ben nog altijd niet terug waar ik wezen moet. Katrina heeft ons lelijk te pakken gehad.&#8217; Hij kwam terecht in Houston. Op kerstavond 2005 kocht hij een kaartje voor de bus terug naar New Orleans. &#8216;Ik liet voor zeker drieduizend dollar aan spullen achter. Meer dan mijn twee toeters, mijn PlayStation en een tas met kleren had ik niet bij me. Een paar dagen later stond ik hier alweer te spelen, in Caf\u00e9 du Monde, voor een publiek van aannemers, FEMA en politiemannen.&#8217;<\/p>\n<p>Die avond treedt hij op in de Rock &#8216;n&#8217; Bowl: een recht uit de Amerikaanse jaren vijftig getilde bowling waar bowlers nauwelijks oog hebben voor de jongens op het kleine podium. Andrews blaast de trombone nieuw leven in: in zijn handen is het een wapen, een werktuig waarmee hij het dak van de bowling doorboort en de sterrenhemel in suist. Niet meer dan twee of drie van de liedjes die hij zingt, dateren van na zijn geboorte &#8211; en hij is van 1980 &#8211; maar ze klinken funky en noodzakelijk alsof er niets zo levend is als de geschiedenis.<\/p>\n<p>What&#8217;s going on?<\/p>\n<p>What&#8217;s Going On? van de Dirty Dozen Brass Band is een meesterwerk. En dat kan helemaal niet. Het origineel van Marvin Gaye uit 1971 geldt als onaanraakbaar: een aanklacht tegen stadsverval, milieuvervuiling, oorlog, politiegeweld, werkloosheid en armoede &#8211; zo suikerzoet gezongen en vederlicht in zijn arrangementen dat de woede onmerkbaar, bijna gasachtig naar binnen waait. Hoe zouden zes blazers uit New Orleans dat moeten evenaren? &#8216;Het was een idee van producer Shawn Amos,&#8217; zegt Roger Lewis. &#8216;Kijk, Marvin Gaye had het over hebzucht, over politiek. Wij herkenden dat en wisten meteen dat wij die vraag opnieuw moesten stellen. What&#8217;s Going On? Wat is er aan de hand met de regering, met de staat, met de corruptie hier &#8211; maar ook in de rest van de wereld, in Irak, in Afghanistan? Tijd om het voor te bereiden, hadden we niet. We kwamen van alle kanten ingevlogen. We waren moe van alles wat we achter de rug hadden. Eenmaal in de studio kwam het op improvisatie aan. Iedereen had zijn inbreng. And we took it somewhere else. We maakten er avant-garde van, iets hedendaags. Coltrane, Parker and all them cats kopieerden toch ook niet, als ze klassiekers speelden?&#8217; Opeens klonk het onmogelijke volkomen logisch. Het protest van Marvin Gaye deinde bijna gewichtloos op de tijdgeest. De Dirty Dozen &#8211; geholpen door de stemmen van Chuck D, Bettye LaVette en Guru &#8211; maken er diepe, donkere funk van, een kolkende vloedgolf van muziek. Het koper klauwt en vloekt en verdrinkt haast in zijn eigen woede, maar de saxofoons en trompetten zwiepen onweerstaanbaar de lucht in, vastbesloten om niet kopje onder te gaan.<\/p>\n<p>Papa funk<\/p>\n<p>Ik kwam hier met de vraag wat er na Katrina was veranderd in de muziek van New Orleans. Misschien geven de Dirty Dozen het voorbeeld: de klassiekers blijven op het repertoire, maar ze betekenen iets anders. Of eigenlijk: hetzelfde, maar met een nieuwe urgentie. Zowel de trieste als de hoopvolle liedjes zijn opeens terug waar ze ooit vandaan kwamen. Het gemak is eraf, de werkelijkheid heeft hard toegeslagen en ze betekenen vandaag weer wat ze ooit bedoelden te zeggen. Irma Thomas die op de parkeerplaats van een shopping mall het handjevol white trash aan het dansen krijgt op Iko Iko. Rocking Dopsie die op een modderig grasveldje tekeergaat op zijn wasbord tijdens Down by the riverside. De hees opwiekende stem van John Boutt\u00e9, als hij in een caf\u00e9 aan Frenchmen Street zingt: I was born by the river. De jonge Soul Rebels Brass Band die een stuiterende versie van I&#8217;ll fly away loslaat op de dicht op elkaar gepakte massa in Le Bon Temps Roule. Al die liedjes gaan over New Orleans, de lange donkere nachten, het verlangen om terug te keren, de heimwee naar vroeger, maar vooral over de hoop op betere tijden. Nu meer dan ooit.<\/p>\n<p>Nee hoor, bromt Roger Lewis. &#8216;Ik weet niet of die oude muziek nu iets nieuws betekent. Dat moet iedereen voor zichzelf uitmaken. Wij hebben het daar niet over.&#8217; En nee, beweert ook Glen David Andrews. Traditie is traditie, en daar moeten we vooral niets aan veranderen. &#8216;Nou ja, als ik nu St. Louis Blues speel, bedenk ik wel eens hoe somber het hier tegenwoordig is als de zon ondergaat en ik alleen maar kan wegkruipen in mijn trailer.&#8217;<\/p>\n<p>Nee, zegt ook Art Neville, de aartsvader van New Orleans&#8217; grootste band, The Neville Brothers. &#8216;De orkaan heeft niets aan de muziek veranderd.&#8217; Hij loopt tegenwoordig met een stok, maar Papa Funk blijft hij. Na de ramp was hij snel terug op Valence Street, in de 13th Ward. &#8216;Hier hoor ik thuis. Ik ben hier geboren, net als mijn grootouders en mijn kinderen. Ik ga hier pas weg als het water voor de deur staat.&#8217; Het is een buurt van brede straten, stoepen die over de wortels van oude eiken golven, telefoondraden tegen de lichtbewolkte hemel, huizen met elegant afbladderende veranda&#8217;s, houten pilaren, kleurige Mardi Gras-maskers voor de ramen en palmbomen die met hun bladeren langs het glas vegen. &#8216;Het wordt nooit meer zoals het was,&#8217; zegt Art Neville. &#8216;Maar de mensen komen terug. De muziek komt terug. En daar gaat het om. De overheid maakt het er niet makkelijker op, maar iedereen die het zich kan veroorloven, moet proberen thuis te komen. Daarom hou ik het positief. Kom terug, dat is de boodschap van onze muziek. Ik ga geen nummers spelen die het de mensen moeilijker maken dan ze het al hebben.&#8217; Terwijl zijn vrouw Lorraine zich op de achtergrond druk voorbereidt op haar parade in Mardi Gras, klinkt zijn stem onverstoorbaar. Hij heeft &#8216;dat moeiteloze New Orleans ding,&#8217; schreef biograaf David Ritz, &#8216;dat maakt dat je zingt zoals je spreekt.&#8217;<\/p>\n<p>Dat gemak zie ik overal in New Orleans. Alle muzikanten spelen samen alsof ze op de straathoek een praatje staan te maken. Soms komt er eentje bij, even later moet iemand er vandoor. Het gesprek was even onderbroken, niet iedereen is er meer bij, maar het gaat gewoon door, net zo ontspannen als vroeger en net zo aanstekelijk. Herinneringen kunnen zoekraken in het water, maar muziek spoel je niet weg. Deze gemeenschap is niet uit elkaar gevallen.<\/p>\n<p>Mogen dansen<\/p>\n<p>&#8216;De muziek heeft de mensen weer bij elkaar gebracht,&#8217; zegt Sherwood Collins, een rustige jongen in een groen shamrock-shirt, die ik spreek in het keukentje van WWOZ Radio, waarop hij elke week twee uur vult met schitterende muziek uit New Orleans. Achter de ramen stroomt de Mississippi stil en massief voorbij. &#8216;En die mensen willen niet dat er iets aan hun muziek verandert.&#8217; Zo simpel is het. Er is hier al genoeg veranderd. &#8216;De stad waar ze zijn opgegroeid, vonden ze volledig verwoest terug. Sommige teksten van nieuwe bands als Dumpstaphunk of Galactic gaan over die ervaring, maar de muziek zelf klinkt nog net als vroeger. De woede is er wel, maar woede maakt gewoon geen deel uit van onze cultuur. Kijk maar naar de begrafenissen. We kunnen gewoon niet wachten voor we weer mogen dansen. Het leven is er om van te genieten, zo intens mogelijk.&#8217;<\/p>\n<p>In het uitvaartcentrum lopen de zes muzikanten traag heupwiegend door het gangpad naar voren. Ze spelen I&#8217;ll Fly Away. Glen David Andrews onderbreekt zichzelf opeens monter om aan te kondigen dat nu zijn favoriete stukje komt en zingt dan verder over hoe Sharleen boven de wolken onderweg is naar haar schepper. Roger Lewis maakt nauwelijks merkbaar, zonder langer dan een paar seconden te kijken, een knikje met zijn sax naar de geopende doodskist.<\/p>\n<p>De Dirty Dozen Brass Band speelt op 6 maart in Paradiso, Amsterdam.<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Chris Keulemans ging naar New Orleans met de vraag wat er na Katrina is veranderd in de muziek. \u2018de klassiekers blijven op het repertoire, maar ze betekenen iets anders. Of eigenlijk: hetzelfde, maar met een nieuwe urgentie.\u2019<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[193,27],"tags":[],"acf":[],"author_name":"Chris Keulemans","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/109377"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=109377"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/109377\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Chris Keulemans","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=109377"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=109377"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=109377"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}