
 {"id":109365,"date":"2008-03-01T00:00:00","date_gmt":"2008-02-29T22:00:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/voor-stuudjes-en-streetkids\/"},"modified":"2008-03-01T00:00:00","modified_gmt":"2008-02-29T22:00:00","slug":"voor-stuudjes-en-streetkids","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/voor-stuudjes-en-streetkids\/","title":{"rendered":"Voor stuudjes en streetkids"},"content":{"rendered":"<p>Reportage \/ Tweetalig onderwijs populair<\/p>\n<p>Calm down, calm down! maant docente Mirjam Heller de leerlingen die zich luidruchtig voor de ingang van de personeelskamer ophouden. Het is pauze, en ze kolken over het linoleum van het Cals College in Nieuwegein naar de centrale hal. In het Engels vraagt Heller een meisje iets over haar huiswerk. &#8216;No, no, not yet,&#8217; is het gestamelde antwoord.<\/p>\n<p>Het Engels is geen overijverig toneelstukje: een deel van de leerlingen van het Calscollege wordt geacht Engels te spreken. Het is een van de scholen die het tweetalig onderwijs hebben ingevoerd. Offici\u00ebler: content and language integrated learning. Vaktermen voor een onderwijsvernieuwing die wijdverbreid is, en die nu eens voornamelijk met gejuich wordt ontvangen door zowel docenten als leerlingen.<\/p>\n<p>Eenvoudig gezegd krijgen middelbare scholieren die voor &#8216;tweetalig&#8217; kiezen, minstens de helft van hun lessen in het Engels. Dus kunnen de brugklassers in Nieuwegein docente aardrijkskunde Judith van der Zande wel vertellen dat &#8216;a very deep place in the ocean&#8217; een &#8216;trench&#8217; is, maar komen ze niet op het woord trog. En leren de leerlingen van biologiedocent Wim de Bruin, die rond een menselijk skelet samendrommen, alles over &#8216;cartilage&#8217;, niet over kraakbeen. Over een paar jaar hebben ze niet alleen een vwo-diploma, maar ook een International Baccalaureate-certificaat Engels, waarmee de poorten van buitenlandse universiteiten voor hen openzwaaien.<\/p>\n<p>De leerlingen van het Cals College die voor tweetalig hebben gekozen, kunnen die keuze goed motiveren. Natuurlijk scoren een vlotte Engelse babbel en een studie in het buitenland hoog. Maar het gaat ze vooral om dat beetje extra inspanning. Veel van hen zijn actieve en expressieve leerlingen die, wil docente Heller wel toegeven, hun tweetalige klas speciaal vinden. Leeftijdgenoten in &#8216;gewone&#8217; klassen hebben daar een woord voor: &#8216;stuudjes&#8217;. Een term die nog niet zo lang geleden was voorbehouden aan gymnasiumleerlingen.<\/p>\n<p>Zesdeklasser Harm van het tweetalig vwo wilde niet naar het gymnasium, hoewel hij het wel had gekund. In klassieke talen zag hij niks. Dan liever de taal van de toekomst. Vierdeklasser Paul valt hem bij. En bovendien: het Cals doet veel aan muziek, &#8216;en het culturele aanbod is goed,&#8217; zegt Paul. Die instelling heeft hij gemeen met zijn medeleerlingen. Zelfontplooiing vinden ze belangrijk, en dat betekent dat ze best wat harder willen lopen.<\/p>\n<p>Zo zien de voorstanders van het tweetalig onderwijs het graag. Dankzij leerlingen als Paul en Harm kunnen zij het tweetalig onderwijs &#8216;het moderne gymnasium&#8217; noemen. Docente Heller: &#8216;Scholen moeten zich profileren, imago is belangrijk. Je komt er bijna niet onderuit om zoiets als tweetalig onderwijs aan te bieden.&#8217;<\/p>\n<p>Meer dan een leerfabriek<\/p>\n<p>De invoering van het tweetalig onderwijs is geen overwaaiende trend. Sinds de jaren negentig groeit het aantal scholen als kool. Dit schooljaar bieden negenennegentig middelbare scholen een tweetalige opleiding aan. Dat betekent dat scholieren op \u00e9\u00e9n op de vijf vwo-scholen voor tweetalig kunnen kiezen. En het is niet iets wat scholen er even &#8216;bij&#8217; doen; een paar lesjes in het Engels voldoen niet. Wie erkend wil worden als tweetalige school moet een nieuwe afdeling opzetten, die betaald moet worden van een extra ouderbijdrage. Het Europees Platform Internationaliseren in Onderwijs, dat het tweetalig onderwijs co\u00f6rdineert, zorgt alleen voor een startsubsidie. Een beloning is er ook. Vwo&#8217;s die een tweetalige opleiding aanbieden, trekken meestal meer leerlingen, die vaak bovengemiddeld presteren.<\/p>\n<p>Nu is het Cals College toch al een school die wil laten zien dat hij meer is dan een leerfabriek. Ooit was de school koploper met de invoering van ICT. Het &#8216;cultuurprofiel&#8217; krijgt veel nadruk. In 1993 praatte toenmalig minister van Onderwijs Jo Ritzen er met de leerlingen over de veranderingen die sinds zijn eigen middelbareschooltijd in het onderwijs waren doorgevoerd. En hij pleitte voor beter talenonderwijs. &#8216;Leraren Duits, Frans of Engels die niet vanaf de eerste dag een vreemde taal in de klas spreken, moeten een verdraaid goed excuus hebben,&#8217; tekende het AD uit zijn mond op. &#8216;Ook andere lessen zouden af en toe in een vreemde taal gegeven moeten worden.&#8217;<\/p>\n<p>Veertien jaar later zijn de dromen van de minister, die verketterd werd om zijn voornemen het Engels als voertaal in te voeren op de universiteit, grotendeels uitgekomen. Tweetalig onderwijs op de middelbare school is geen op zich staand fenomeen. Volgend studiejaar worden dertienhonderd opleidingen in het hoger onderwijs in het Engels aangeboden, honderd meer dan dit jaar. Zelfs op het mbo wordt ge\u00ebxperimenteerd: rond de dertig opleidingen zijn in het Engels. Op de middelbare school is tweetalig onderwijs ingeburgerd. Behalve op het vwo wordt op verschillende plekken op het havo in het Engels gedoceerd. Hier en daar ontspruiten tweetalige vmbo&#8217;s. En dit schooljaar verlaat de eerste lichting Rotterdamse basisscholieren met een tweetalige &#8216;earlybird&#8217;-opleiding de school.<\/p>\n<p>Het Cals College toont hoe succesvol tweetalig onderwijs is. Ondanks opgetrokken wenkbrauwen op andere scholen is het de tweede school in Nieuwegein die dit onderwijs biedt.<\/p>\n<p>Bijdehand<\/p>\n<p>Opvallend veel leerlingen in de aula van het Wolfert van Borselencollege in Rotterdam zijn gekleed in mantelpakje en jasje-dasje. Zij doen mee aan de Model United Nations, een nagespeelde bijeenkomst van de VN. In vlekkeloos Engels praten ze over wereldvrede. Suze Anne is vice-voorzitter van de zitting. Wat medeleerlingen vinden van de &#8216;tweetaligen&#8217;? &#8216;Ze zullen ons wel eens irritant vinden,&#8217; zegt ze lachend. &#8216;We z\u00edjn ook behoorlijk bijdehand.&#8217; Dat klinkt ook door in de woorden van haar leeftijdgenoten op andere tweetalige scholen: leerlingen staan vaker voor de klas om een presentatie te houden, en docenten sporen hen aan om zich mondiger op te stellen.<\/p>\n<p>Jesse uit vwo 5 doet niet mee aan de bijeenkomst. Haar schema zit ook vol genoeg. Behalve haar schoolwerk doet ze aan turnen en tennis, en ze volgt pre-university college, een programma voor getalenteerde leerlingen die alvast een voorproefje van de universiteit krijgen. En ze moet ook nog eens anderhalf uur reizen om op school te komen. Wanneer ze dan vrij heeft? Twijfelend antwoordt ze: &#8216;Op zondag?&#8217; Ze wil &#8216;iets medisch&#8217; gaan doen. Het geijkte pad is dan het gymnasium. Maar Jesse wilde per se naar Wolfert Tweetalig.<\/p>\n<p>Reddingsboei<\/p>\n<p>Locatiedirecteur Arnold Koot verruilde het trainingspak van de gymleraar al lang geleden voor het kostuum van het directielid. Hier en daar schiet hij een klaslokaal in, waar docenten en leerlingen nauwelijks opkijken als de directeur vanuit een hoek de les een tijdje gadeslaat. Later in zijn kantoor vertelt Koot dat zijn docentenkorps gewend is aan onverwacht bezoek: zijn taakopvatting is nogal hands-on.<\/p>\n<p>In het gebouw van &#8216;de Wolfert&#8217;, zoals Rotterdammers de school noemen, stond de wieg van het tweetalig onderwijs. Het prestige dat nu aan de opleiding kleeft, was niet altijd vanzelfsprekend. Bij de invoering van het tweetalig onderwijs was het een reddingsboei voor de school. Het waren de jaren tachtig, de tijd van de megafusies in het voortgezet onderwijs. Ook de Rotterdamse school, met een dalend leerlingaantal, stond op de nominatie om te worden samengevoegd met een aantal vmbo-scholen. Om het bestaansrecht als zelfstandige school te rechtvaardigen, richtte het bestuur in 1986 een internationale afdeling op. Om het leerlingaantal op te stuwen &#8211; kinderen van Nederlandse ouders mochten van de overheid niet naar een internationale school &#8211; werd zes jaar later tweetalig onderwijs voor Nederlandse leerlingen ingevoerd. Voortaan kregen de Rotterdamse scholieren het grootste deel van hun lessen in het Engels.<\/p>\n<p>De zelfstandigheid van de school stond op het spel &#8211; reden voor personeel en directie om het tweetalig onderwijs zeer serieus te nemen. De vijftien beste docenten van de school werden bij elkaar gezet, onder wie Arnold Koot. De eerste schooljaren leerde hij Engels van een van zijn leerlingen. Een paar jaar later stelde de school met een aantal andere pioniers in het tweetalig onderwijs een handvest tweetalig onderwijs op, dat ten grondslag lag aan de standaard waaraan alle nieuwe tweetalige scholen moeten voldoen.<\/p>\n<p>Blanke leerlingen<\/p>\n<p>Vijftien jaar ervaring hebben Koot streng, zelfs onverbiddelijk gemaakt. Hij zegt over een docent: &#8216;Dit is een heel goede docent die ik vijf jaar geleden heb aangenomen. Maar als hij onder druk staat, schakelt hij wel eens over naar Nederlands. Nu zou ik hem niet meer aannemen.&#8217; Het liefst heeft hij eigenlijk helemaal geen Nederlanders meer voor de klas, behalve voor Nederlands. Vreemde talen-docenten zijn bij voorkeur opgegroeid met hun &#8216;vaktaal&#8217;. Voor de rest van de lessen wil hij native speakers: docenten die van huis uit Engels spreken. Waar andere scholen in de bovenbouw vaak overgaan op les in het Nederlands om de leerlingen voor te bereiden op hun eindexamen, krijgen de scholieren van de Wolfert tot hun allerlaatste schooldag les in het Engels.<\/p>\n<p>In zijn kantoor gaat Koot zo aan tafel zitten dat hij uitzicht heeft op de gang. Het is duidelijk aan wie het college zijn reputatie van strenge school te danken heeft. Collega-scholen worden net zo kritisch bekeken, want Koot weet dat succes niet vanzelfsprekend is. Jarenlang heeft hij moeten vechten tegen wat hij eufemistisch &#8216;grotestadsproblematiek&#8217; noemt. In de jaren tachtig zag hij hoe in een paar jaar tijd het nagenoeg witte leerlingbestand zwart werd. Die omslag speelde mee bij de beslissing om tweetalig onderwijs in te voeren. De school wilde niet zomaar m\u00e9\u00e9r leerlingen binnenhalen, maar \u00e1ndere leerlingen, beter presterende leerlingen, uit middenklassemilieus. Blanke leerlingen. Daartoe moest de Wolfert bewijzen dat een binnenstadsschool ook een school voor uitblinkers kan zijn. Met succes. Op het prikbord naast de lerarenkamer hangt een kopie van het onderzoek naar schoolprestaties 2007 van Trouw. Met markeerstift is in het korte rijtje beste vwo-scholen de naam van Wolfert Tweetalig aangestreept.<\/p>\n<p>Chatverbod<\/p>\n<p>Aan de noordrand van Apeldoorn, op de Jacobus Fruytier scholengemeenschap, begint docente Engels Joanne Roth haar les. &#8216;Wat vinden oude mensen van tieners?&#8217; vraagt ze in het Engels aan de 3 vwo-klas. &#8216;Brutal,&#8217; antwoordt een jongen snel. De klas lacht; hij bedoelt natuurlijk brutaal. De les ontaardt in puberpraat: ouders zijn streng en bemoeizuchtig, tieners zijn lui en houden van drinken en feesten. Vlak voor het eind mogen de leerlingen die het volgende uur Grieks hebben, alvast gaan. Langs het kastje met keurig in het gelid staande bijbels spoeden ze zich het lokaal uit. De rest sluit de les af met een gebed. Roth gaat voor, zegt dank voor de dag en vraagt vergiffenis voor haar zonden en die van haar leerlingen.<\/p>\n<p>De Jacobus Fruytier scholengemeenschap is een van de zeven reformatorische scholengemeenschappen in Nederland. Leerlingen komen van ver om hier naar school te kunnen. Meisjes en vrouwelijke docenten dragen rokken. De docenten proberen hun geloofsovertuiging in de lessen zo veel mogelijk te laten doorklinken. De scholieren onderscheiden zich in weinig van andere tieners. Maar in de schoolprestaties valt \u00e9\u00e9n verschil op: leerlingen van reformatorische scholen zijn slechter in Engels dan hun leeftijdgenoten op openbare scholen.<\/p>\n<p>Sectordirecteur Henk Westerink weet precies hoe dat komt: zijn leerlingen komen minder in contact met wat hij noemt &#8216;moderne media&#8217;. In gereformeerde gezinnen wordt weinig of geen televisie gekeken en de leden van de gereformeerde gemeente hebben weinig op met de heersende jongerencultuur. En niet voor de televisie mogen hangen, chatten en surfen levert religieuze tieners ironisch genoeg een nadeel op: een achterstand in Engels.<\/p>\n<p>Westerink, van huis uit vakdidacticus Engels, zon op een manier om dat probleem te verhelpen. Als sectordirecteur had hij alle vrijheid om zijn professie, het verbeteren van het onderwijs in Engels, op zijn school los te laten. Tweetalig onderwijs leek een uitstekende manier om de achterstand van zijn leerlingen weg te werken. Toch begon hij de eerste voorlichtingsavond met lood in de schoenen. Misschien zaten ouders aan de Veluwezoom helemaal niet te wachten op een opleiding die de deur naar de wijde wereld zo nadrukkelijk openzette. Tot zijn verrassing waren de reacties ronduit positief.<\/p>\n<p>In 2002 startte het tweetalig onderwijs in Apeldoorn. Dit jaar doen de eerste leerlingen eindexamen. Tot nu toe zijn de resultaten bemoedigend: ze doen het beter bij Engels dan leeftijdgenoten op een &#8216;gewone&#8217; openbare school, zij het nog niet zo goed als leerlingen van een openbare school met tweetalig onderwijs. En de tweetalige opleiding trekt meer leerlingen naar de school. Dat bleek al in het eerste jaar. De school wist toen zelfs een handvol leerlingen uit de regio van de reformatorische scholengemeenschap in Amersfoort &#8211; zo&#8217;n vijftig kilometer verderop &#8211; aan te trekken. Een jaar later voerde ook de Amersfoortse school het tweetalig onderwijs in. De scholen halen hun leerlingen nu allebei uit een uitgestrekte regio. Directeur en docenten denken wel te weten waar dat enthousiasme vandaan komt. Behalve voor een studie of baan in het buitenland, vinden zij een goede beheersing van het Engels een mooi uitgangspunt voor ontwikkelingswerk of, wie weet, de zending.<\/p>\n<p>Elitair<\/p>\n<p>Een vraag die alle schoolbesturen zich hebben gesteld voor ze tweetalig onderwijs invoerden, is: kweken we geen eliteklasje? Het niveau van de lessen gaat omhoog &#8211; omdat Engels wordt gesproken, maar ook omdat internationalisering een plaats moet krijgen in het lesprogramma. Het Europees Platform heeft namelijk ook een eigen agenda: meer aandacht voor &#8216;Europa&#8217;. Aan tweetalige scholen worden ook op dat inhoudelijke gebied eisen gesteld. Aspirant-brugklassers moeten op vrijwel alle scholen langs een ballotagecommissie voor ze worden toegelaten op een tweetalige opleiding. Daar komt bij dat elke school een extra ouderbijdrage vraagt. De vaak duurdere boeken en de verplichte uitstapjes moeten w\u00e9l worden betaald.<\/p>\n<p>Arnold Koot van het Wolfert van Borselencollege is stellig. Als zijn opleiding elitair is, het zij zo. Per slot van rekening is zijn school juist met het tweetalig onderwijs begonnen om zich te onderscheiden van de massa. Wie het niet kan betalen, komt er niet op. Koot: &#8216;Ik weet zeker dat er ouders zijn die een krantenwijk hebben om hun kinderen hier op school te houden.&#8217; Wie blijft zitten in de onderbouw kan meteen vertrekken. Het is de enige manier om de hoge standaard van het onderwijs te garanderen, vindt Koot.<\/p>\n<p>Nieuwegein is iets minder steil. Het Cals College was onderdeel van een golf van tweetalige scholen die rond de eeuwwisseling opkwam, en heeft de pionierstijd niet meegemaakt. Co\u00f6rdinator Mirjam Heller denkt niet dat er ouders zijn die de kosten als een drempel ervaren. In Apeldoorn worden door het tweetalig onderwijs eerder drempels geslecht. Sinds de invoering heeft directeur Westerink veel meer contact met naburige, openbare scholen, omdat die ook tweetalig onderwijs hebben ingevoerd. Zo nu en dan werken de leerlingen samen aan projecten.<\/p>\n<p>MTV-generatie<\/p>\n<p>Wie zeker niet beticht kan worden van het cre\u00ebren van een elitegroepje, is Lydia van Deelen. Zij is directielid van de scholengemeenschap Reigersbos in Amsterdam Zuidoost. De ligging van de school drukt een zwaar stempel op de beeldvorming: op basis van de postcode krijgt Reigersbos subsidie voor achterstandsleerlingen.<\/p>\n<p>Dit schooljaar startte de school met tweetalig onderwijs. Niet, zoals het Wolfert van Borselencollege destijds, om andere leerlingen naar de school te halen. Ook niet, zoals in Apeldoorn, omdat de Amsterdamse kinderen het Engels slecht beheersen. Integendeel zelfs. De rapportcijfers laten zien dat leerlingen van Reigersbos relatief goed scoren voor Engels. Het zijn juist de andere vakken waarover Van Deelen zich zorgen maakt. Ze merkt dat leerlingen de &#8216;schooltaal&#8217; van de docenten vaak moeilijk kunnen volgen. Van Deelen denkt dat formeel Nederlands een probleem is, omdat haar leerlingen de taal van de straat spreken. &#8216;We hebben het wel over de MTV-generatie. Engels is vaak veel natuurlijker voor ze dan ABN,&#8217; zegt Van Deelen in haar kantoor op de eerste verdieping. Het is maandagmiddag, de gangen van het gebouw op een steenworp afstand van metrostation Reigersbos zijn verlaten.<\/p>\n<p>Een pioniersklas van vijfentwintig leerlingen is dit schooljaar van start gegaan. De eerste rapporten stemmen tot tevredenheid, maar Van Deelen blijft heel voorzichtig: in het prille begin wil ze niet te hoog van de toren blazen. Die terughoudendheid staat haar ambitie niet in de weg. Het voorlopige plan is om de tweetalige leerlingen drie jaar in een gecombineerde havo\/vwo-klas te houden, in de hoop dat een hoger percentage dan nu uiteindelijk vwo kan gaan doen. Als de proef succesvol is, wil Van Deelen zo snel mogelijk een tweetalig vmbo beginnen, &#8216;om het beste te halen uit de leerlingen die we hebben&#8217;.<\/p>\n<p>De vraag die je bij Van Deelens aanpak kunt stellen, is: moet je juist deze kinderen niet beter Nederlands leren, om er zo voor te zorgen dat ze de lessen w\u00e9l in het Nederlands kunnen volgen? Maar Van Deelen is ervan overtuigd dat voor internationaal toegeruste leerlingen nog meer deuren opengaan. Bovendien merkt ze dat de lessen er met de invoering van het Engels alleen maar op vooruit gaan. Juist omdat de docenten een vreemde taal spreken, omschrijven ze moeilijke begrippen veel beter. Ze nemen niet meer voetstoots aan dat de leerlingen het allemaal wel begrijpen. Dat leidt ertoe dat de tweetalige leerlingen beter scoren dan hun leeftijdgenoten in reguliere klassen. O\u00f3k voor Nederlands. Van Deelen: &#8216;Tweetalig onderwijs past gewoon bij de tijdgeest. Volgens mij is de grote groei ervan een wetmatigheid.&#8217;<\/p>\n<p>Wolfert Tweetalig<\/p>\n<p>Rotterdam<\/p>\n<p>Jesse Fest (midden, 16, 5 vwo) wil de optie van werken of studeren in het buitenland openhouden en koos daarom voor tweetalig onderwijs. Ze denkt dat leerlingen in tweetalige klassen meer gericht zijn op de toekomst en daarom beter presteren. Jesse wil geneeskunde gaan studeren en onderzoek doen.<\/p>\n<p>Suze Anne Jansen (aan \u2018t raam, 17, 5 vwo) zegt dat ze een breder wereldbeeld heeft omdat ze in twee talen denkt en leert. Ze wil na school een internationaal gerichte studie doen. Ze doet mee aan het Roemeni\u00eb-project, het junior TU Delft project en het proefstuderen op de Erasmus Universiteit. Ze helpt bij het organiseren van de Model United Nations.<\/p>\n<p>Sem Janssen (eerste rij, 16, 5 vwo) zegt dat tweetalig onderwijs voor hem een \u2018onbewuste keuze\u2019 was. Hij doet op school mee aan het Kenia-project en aan de Model United Nations. ?Sem schrijft short stories.<\/p>\n<p>Jacobus Fruytier scholengemeenschap Apeldoorn<\/p>\n<p>Jan van \u2019t Land (16, 5 lyceum) was slecht in Engels, maar kan zich nu goed redden. Hij denkt erover om University College in Utrecht of in Middelburg te gaan doen.<\/p>\n<p>Dianne van der Rhee (14, 3 lyceum) merkt duidelijk verschil tussen haar Engels en dat van haar niet-tweetalige medeleerlingen. Ze wil na school naar de pabo, om basisschooldocent te worden.<\/p>\n<p>Hanneke Groothedde (15, 3 lyceum) vindt een goede beheersing van het Engels mooi meegenomen. Haar ouders vonden Engels belangrijk; Hannekes zus volgt ook tweetalig onderwijs.<\/p>\n<p>Gert-Jaap Polinder (16, 5 lyceum) zegt dat zijn medeleerlingen en hij weinig moeite met Engels hebben. Hun taalbeheersing is soms groter dan die van de docenten voor de klas.<\/p>\n<p>Calscollege Nieuwegein<\/p>\n<p>Harm van Leeuwen (17, 6 vwo) verveelde zich wel eens op de basisschool. Tweetalig onderwijs leek hem nuttig, ook met het oog op de toenemende internationalisering. Zijn ouders stimuleerden hem. Hij heeft zich aangemeld voor het University College in Utrecht, een Engelstalige opleiding naar Amerikaans model. Hij doet ook mee aan het European Youth Parliament, een debatwedstrijd.<\/p>\n<p>Britt Vergeer (14, 3 gymnasium) koos aanvankelijk voor tweetalig vwo omdat ze dacht dat de combinatie gymnasium en tweetalig te zwaar zou zijn. Omdat het eerste jaar goed ging, is ze in de tweede toch Latijn en Grieks erbij gaan doen. Ze tennist twee keer per week, heeft pianoles en doet op school mee aan de muziekklas, een extra uur voor leerlingen die een instrument bespelen.<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Er is een onderwijsvernieuwing die w\u00e9l enthousiast ontvangen wordt: tweetalig onderwijs, in Nederlands en Engels, neemt een hoge vlucht. Niet van regeringswege opgelegd, maar bedacht door scholen \u2013 en het werkt.<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[241,27],"tags":[],"acf":[],"author_name":"Hidde van den Brink","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/109365"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=109365"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/109365\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Hidde van den Brink","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=109365"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=109365"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=109365"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}