
 {"id":108883,"date":"2008-03-22T00:00:00","date_gmt":"2008-03-21T22:00:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/heimwee-naar-superman\/"},"modified":"2008-03-22T00:00:00","modified_gmt":"2008-03-21T22:00:00","slug":"heimwee-naar-superman","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/heimwee-naar-superman\/","title":{"rendered":"Heimwee naar Superman"},"content":{"rendered":"<p>Strip<\/p>\n<p>Superman is een jood. In die zin dat de eerste held met bovennatuurlijke krachten ooit werd geboren in de hoofden van twee kinderen van Joodse immigranten, Jerry Siegel en Joe Shuster. Zoals veel kinderen in de jaren dertig waren zij fan van zogenaamde pulps: smoezelige boekjes die gedistribueerd werden langs dezelfde kanalen als de illegale alcohol in het door depressie geteisterde Amerika. Pulps waren bedoeld om snel geld te verdienen. Ze werden gevuld met strips en verhalen over alles waar jong Amerika afleiding in kon vinden: geweld, sport, humor, misdaad, erotiek en science fiction.<\/p>\n<p>Siegel en Shuster waren met name fan van verhalen waarin gefantaseerd werd over wetenschappelijke innovaties die een betere wereld zouden brengen. Door die sciencefiction te kruisen met bestaande helden als Zorro en Dick Tracy, cre\u00eberden zij in 1938 Superman, de superheld die geboren werd op de verre planeet Krypton. Superman was een doorslaand succes. Binnen de kortste keren verschenen allerlei comics over soortgelijke superhelden. Stuk voor stuk getekend door Joodse tekenaars. Wie wil weten hoe dat komt, krijgt bij de tentoonstelling Superhelden en sjlemielen in het Joods Historisch Museum wat mij betreft geen bevredigend antwoord.<\/p>\n<p>In het boek Men Of Tomorrow: Geeks, Gangsters, and the Birth of the Comic Book (2004) beschrijft Gerard Jones al hoe de beperkte carri\u00e8remogelijkheden voor joden, in combinatie met een bruisende drukkersindustrie, van de New Yorkse Lower East Side het epicentrum van de comics-productie maakte. Er is niet veel verbeeldingskracht voor nodig om op te tentoonstelling te zien hoe de bedenkers van Superman hun persoonlijke preoccupaties kwijt konden bij hun gemaskerde helden. Superman vecht voor een wereld waarin iedereen gelijk en veilig is, ongeacht zijn achtergrond. Precies dat waar kinderen van Joodse immigranten, die voordurend moesten vechten tegen armoede, rechteloosheid, antisemitisme en straatbenden, naar snakten. Voor hen bestond er een groot verschil tussen de wereld thuis en de wereld daarbuiten. Thuis werd met een accent gesproken dat herinnerde aan een verre oude wereld, noem het Krypton. Buiten bestond een nieuwe wereld. Daar werden zij geacht de grenzeloze dromen en verlangens van hun ouders waar te maken. De superheld was het spiegelbeeld van de Joodse immigrant. De immigrant was verzwakt en op de vlucht, de superheld onoverwinnelijk en in de aanval. Superman als de ultieme assimilatiefantasie.<\/p>\n<p>In Superhelden en sjlemielen wordt ook aandacht besteed aan de naoorlogse superhelden. Bij hun tekenaars sloeg de twijfel toe. De meesten waren inmiddels vertrokken uit hun achterbuurten. Voor het eerst in tijden zag hun toekomst er rooskleurig uit. Integratie en welvaart kwamen binnen handbereik. Maar het innerlijke geluk waarop gehoopt was, bleef uit.<\/p>\n<p>Stan Lee en Jack Kirby (geboren Stanley Lieber en Jacob Kurtzberg) schiepen tussen 1952 en 1960 superhelden die minder goed in hun vel zaten dan hun voorgangers. Zij leefden niet in fantasiesteden als Gotham of Metropolis, maar in Amerika. Spiderman woont in New York en kan spinnenwebben uit zijn hand schieten. Maar zijn alter ego, Peter Benjamin Parker, twijfelt voordurend aan zichzelf en heeft moeite meisjes te versieren. Ook Dr. Robert Bruce Banner kan maar moeilijk zijn draai vinden. Hij lijdt aan woedeaanvallen die hem ongewild in de Hulk veranderen.<\/p>\n<p>Psychedelische trip<\/p>\n<p>Het is een gemiste kans dat Superhelden en sjlemielen geen aandacht besteedt aan de weerstand waarmee comics in die tijd te maken kregen. Die kwam voornamelijk van een zekere dr. Fredric Wertham, een Duits-Amerikaanse psychiater die in zijn boek Seduction of the Innocent uit 1954 waarschuwde voor de schadelijke effecten van comics op de ontwikkeling van de Amerikaanse jeugd. Hij zette het Amerikaanse Congres onder druk, met als gevolg een gedragscode tegen geweld in comics. Het is niet moeilijk om te verdedigen dat Wertham zich verzette tegen comics om zo acceptatie te winnen bij niet-Joden in een door antisemitisme vergiftigd Amerika.<\/p>\n<p>Terwijl het establishment riep om fatsoen, braken ook in de Amerikaanse comics de jaren zestig aan. Bij een nieuwe generatie, opgegroeid in naoorlogse welvaart, drong het besef door dat het grote gevaar waartegen gestreden moest worden wel eens de Amerikaanse droom z\u00e9lf kon zijn. Het Joods Historisch Museum toont in dit verband terecht Mad Magazine, een satirisch tijdschrift uit New York waarin &#8211; opnieuw &#8211; voornamelijk joodse tekenaars de Amerikaanse populaire cultuur in twijfel trokken. Maar het hart van de tegencultuur klopte in San Francisco, waar Robert Crumb het boegbeeld was van de zogeheten Underground Comix. Crumb toverde de Amerikaanse droom om in een psychedelische trip vol angst en antihelden. Crumb is de enige niet-Jood die in de tentoonstelling te zien is, al wordt de nadruk wel erg gelegd op zijn Joodse vrouw, striptekenaar Aline Kominsky, en niet op zijn obsessie met seks, drugs en muziek.<\/p>\n<p>Dit is ook het punt waarop de tentoonstelling het verhaal niet verder vertelt, maar verzandt in een optelsom van Joden en strips. Dat is jammer, want het is duidelijk dat een nieuwe generatie joodse Amerikanen hun voordeel deed met het door Crumb ge\u00ebffende pad.<\/p>\n<p>Striptekenaar Art Spiegelman veroorzaakte nationale onrust toen door hem getekende plaatjes van rokende en vechtende baby&#8217;s een hit werden bij de schoolgaande jeugd. Spiegelmans garbage pail kids werden als subversief beschouwd en verbannen uit het klaslokaal. In de tentoonstelling ontbreken ze. Wel is er aandacht voor de strip die Spiegelman wereldberoemd maakte: Maus. Daarin gebruikte Spiegelman niet de superheldentaal, maar de dierenwereld van Walt Disney om de holocaustgeschiedenis van zijn ouders en de invloed daarvan op hemzelf te vertellen.<\/p>\n<p>Spiegelman opende met het serieuze Maus eind jaren tachtig, begin jaren negentig de poorten van de hoge cultuur voor de strip. Maar het was een andere Joodse tekenaar, Will Eisner, die als eerste een strip voor volwassenen, een graphic novel, tekende. Eisner, aan wie in de tentoonstelling ruim aandacht wordt besteed, begon als tekenaar van comics in de Lower East Side. Daar maakte hij de opkomst van het genre van dichtbij mee. Bovendien ontwierp hij na de oorlog The Spirit: een superheld die afgezien van een klein masker nauwelijks nog verschilde van een gewone sterveling. De Spirit viel bovendien op door de innovatieve manier waarop Eisner de pagina&#8217;s vulde en het verhaal vertelde.<\/p>\n<p>Minder gecharmeerd ben ik van zijn autobiografische werk. In 1978 tekent Eisner A Contract with God, and Other Tenement Stories. Het is het eerste boek met het etiket &#8216;Graphic Novel&#8217; op de kaft. Eisner haalt er herinneringen in op aan de achterbuurt waarin hij opgroeide. Maar die zijn zijn overwegend nostalgisch en sentimenteel.<\/p>\n<p>Een hoogtepunt in de graphic novels is Jimmy Corrigan, the Smartest Kid on Earth, het meesterwerk van Chris Ware uit 2000 dat tot mijn verbijstering in de tentoonstelling ontbreekt. Aan het begin van Wares getekende epos komt ook een op Superman gelijkende figuur om de hoek kijken. &#8216;Super-man&#8217;, legt het eerst aan met de moeder van Jimmy om vervolgens fier met zijn cape van een wolkenkrabber te springen. Een plaatje later slaat hij te pletter op de stoep. Ware grijpt terug op de geschiedenis van de Amerikaanse comic maar doet dat zonder ook maar een moment nostalgisch of pathetisch te worden. Dat hij ontbreekt in de tentoonstelling kan alleen zijn omdat hij niet Joods is. Jammer, want The New York Jewish Museum was een jaar geleden een stuk minder kleinzerig toen het hem wel opnam in de tentoonstelling Masters of American Comics.<\/p>\n<p>Nostalgie<\/p>\n<p>Wat opvalt voor iemand die zoals ik graag in stripwinkeltjes komt, is hoeveel nieuwe graphic novels zich tegenwoordig in de New Yorkse achterbuurten van de vorige eeuw afspelen. Ook in het Joods Historisch Museum zijn ze te zien. De tentoongestelde pagina&#8217;s van James Strum bijvoorbeeld spelen in de jaren twintig en hebben voornamelijk Joodse thema&#8217;s. Ook Ben Katchor situeert zijn The Jew of New York precies op de plek waaraan de grondleggers van het genre zo wanhopig wilden ontsnappen.<\/p>\n<p>Dit is waar de tentoonstelling had kunnen gaan over hoe in het Amerikaanse jodendom een verlangen naar een betere toekomst heeft plaatsgemaakt voor nostalgie naar de periode van Jerry Siegel en Joe Shuster. Maar in plaats van commentaar te leveren op die ontwikkeling is het museum zelf in de val van de nostalgie gelopen. De tentoonstelling doet wat dat betreft denken aan een boek als UP, UP, AND, OY VEY &#8211; how jewish history, culture, and values shaped the comic book superhero waarin rabbijn Simcha Weinstein probeert aan te tonen dat alle door joden gemaakte comics eigenlijk alleen maar over joodse onderwerpen gaan. Die simplificatie verklaart ook waarom er in deze (van een Frans museum gekochte) expositie wel ruimte is voor Joods-Franse en Isra\u00eblische strips, en niet de Nederlander Joost Swarte, die betrokken was bij het door Spiegelman opgerichte comix tijdschrift RAW.<\/p>\n<p>Jammer, want door te blijven hangen in wat het museum &#8216;de Joodse ervaring in de strip&#8217; noemt, mist het een kans om het verhaal te vertellen over de veranderende identiteit binnen een immigrantengemeenschap. Beginnend bij nieuwe emigranten die dromen van een welvarende toekomst als volwaardige burgers, een proces van zelfreflectie bij de tweede meer ge\u00efntegreerde generatie, en als voorlopig laatste stap het nostalgisch verlangen naar een door de buitenwereld opgelegde identiteit.<\/p>\n<p>Het beste voorbeeld van die sentimentele sprong naar het verleden vinden we in Spiegelmans In the Shadow of no Towers. Het boek, dat in 2004 verscheen, begint met een razende tirade tegen het Amerika van na 11 september. Spiegelman verdrijft zijn woede en onmacht met de troost die hij vindt in oude comics. Hij vlucht terug in de tijd door een aflevering na te tekenen van Little Nemo in Slumberland, een strip die verscheen ver voordat Superman werd geboren.<\/p>\n<p>\u2018Superhelden en sjlemielen. Joodse herinnering in de stripkunst\u2019 is t\/m 8 juni te zien in het Joods Historisch Museum, Amsterdam. Zie www.jhm.nl<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>De tentoonstelling Superhelden en sjlemielen in het joods historisch museum veegt alles wat joods is en met strips van doen heeft op een grote hoop.<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","ep_exclude_from_search":false,"footnotes":""},"tags":[],"class_list":["post-108883","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry"],"acf":[],"author_name":"Micha Wertheim","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/108883","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=108883"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/108883\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Micha Wertheim","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=108883"}],"wp:term":[{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=108883"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}