
 {"id":108815,"date":"2008-03-22T09:08:00","date_gmt":"2008-03-22T07:08:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/de-teloorgang-van-de-mutanabbistraat\/"},"modified":"2008-03-22T09:08:00","modified_gmt":"2008-03-22T07:08:00","slug":"de-teloorgang-van-de-mutanabbistraat","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/de-teloorgang-van-de-mutanabbistraat\/","title":{"rendered":"De teloorgang van de Mutanabbistraat"},"content":{"rendered":"<div class=\"wpg-element lead-bold\">\n<h3>Vijf jaar oorlog in Irak<\/h3>\n<p>Sinds het begin van de oorlog was Minka Nijhuis regelmatig in Irak. Ze volgde het wel en wee van een familie en schreef er een boek over. Enkele weken geleden was ze terug in Bagdad, waar het intellectuele leven langzaam de nek wordt omgedraaid. <\/p>\n<\/p><\/div>\n<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<p>Altijd staat in de sobere benedenwoning in Amman waar Ward met haar bejaarde moeder Khala woont de Iraakse televisiezender aan. Zo is Bagdad nooit ver weg. Vaak zijn het berichten over de zoveelste bomaanslag. Bloedende slachtoffers, weeklagende familieleden, loeiende ambulances tussen de zwarte rook. Maar vanavond is er ook goed nieuws.<\/p>\n<\/p><\/div>\n<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<p>&#8216;De boekenmarkt in de Mutanabbistraat is weer open,&#8217; zegt Ward als de historische gevels van de wijk in beeld verschijnen. De markt was gesloten sinds er vorig jaar maart een bomaanslag plaatsvond. Ongeveer dertig mensen kwamen om en tientallen raakten gewond. De straat die genoemd is naar de tiende-eeuwse dichter Al Mutanabbi is een begrip onder erudiete families zoals die van Ward en haar moeder Khala. Ward is vergroeid met de buurt. Toen ik vijf jaar geleden bij hen in huis woonde, nam ze me mee op haar wandelingen. Terwijl we ons door de menigte rond de boekenstalletjes wrongen, citeerde ze een oud gezegde: &#8216;Ca\u00efro schrijft, Beiroet drukt en Bagdad leest.&#8217; <\/p>\n<p>Zelfs onder het bewind van Saddam waren er verboden werken te krijgen en af en toe vertoonde de wijk oprispingen van verzet. Net na de val van Saddam breidde het assortiment zich in rap tempo uit. Ik zag er verweerde nummers van Time en Newsweek, Engelse pockets van Dickens, verhandelingen over de Palestijnse kwestie, The Waste Land van T.S. Eliot en Joseph Conrads Heart of Darkness, en boeken van de Libanese dichter Gibran. Bestseller was een nieuw boek over de wrede en decadente levensstijl van Saddam en zijn familie, geschreven door een voormalige lijfwacht. Het zenuwcentrum van de Mutanabbistraat was caf\u00e9 Shabander. De legendarische uitspanning zat net na de val van het regime vol met schrijvers en voormalige dissidenten die de waterpijp rookten en nipten van mierzoete thee in kelkvormige glaasjes. De discussies gonsden openlijk door de ruimte. &#8216;Dit is het echte parlement van Irak,&#8217; zei iemand toen ik met een collega het caf\u00e9 bezocht. In die periode waren de Mutanabbistraat en caf\u00e9 Shabander het symbool van de hoop op een vrij en democratisch Irak. Religieuze juk Het tv-programma vertelt over de wederopbouw van de straat waarvoor een paar miljoen is uitgetrokken. <\/p>\n<p>Wards donkere ogen staan vol ergernis. Ze moet het nog zien met die wederopbouw; corruptie viert ook in het huidige Irak hoogtij. Toen ze nog voor de door de Verenigde Staten geleide coalitie werkte die tijdelijk het land bestuurde, kwam ze er dagelijks mee in aanraking en sindsdien is het er niet beter op geworden. Ook verder is ze sceptisch. &#8216;Het kan wel zijn dat de markt weer open is, maar wat voor boeken worden er verkocht?&#8217; Ze vermoedt dat de collectie flink verschraald is onder het religieuze juk van het land. Het conservatieve klimaat was voor haar en haar moeder een belangrijke reden om te vluchten. Wereldse, hoogopgeleide vrouwen als zij kregen met de dag meer vijanden in Bagdad. Toen ik hen in april 2006 opzocht, kwam een vertrek voor het eerst serieus ter sprake. Het sektarische moorden was na de aanslag op het sjiitische heiligdom in Samarra op een dieptepunt beland. Ward vertelde over de haat en de waanzin die ze in de straten zag. Het werd haar steeds duidelijker dat er in een land destructieve krachten kunnen loskomen waartegen je als individu niets meer vermag. Een paar maanden later trokken ze, net als honderdduizenden andere Irakezen, de deur van hun huis in Bagdad achter zich dicht. Meer dan een paar koffers hadden ze niet bij zich. Ergens hoopten ze nog dat het vertrek uit Bagdad maar tijdelijk zou zijn. Het was een hele klus geweest om hun dierbaarste spullen zo veilig mogelijk op te bergen. Het kristal en het zilverwerk dat de echtgenoot van Khala had meegebracht van zijn talloze reizen als hoge functionaris voor het ministerie van Olie in de periode voordat Saddam aan de macht kwam, pakten ze in kisten. De fotoalbums gingen achter slot en grendel. <\/p>\n<p>De antieke tapijten werden bestrooid met mottenballen en opgerold. In een paar dagen tijd veranderde de sfeervolle slaapkamer van Khala in een opslagruimte. Afkeer Het bestaan van Ward en Khala in Amman is illegaal en zonder toekomst. Net voor mijn aankomst heeft Ward een gesprek gehad met medewerkers van de Amerikaanse overheid. De kans is groot dat ze vanwege haar vroegere werk voor de Amerikaanse coalitie in aanmerking komt voor asiel in de Verenigde Staten. Maar of Khala mee kan, is niet zeker. &#8216;En zonder mijn moeder ga ik natuurlijk nooit,&#8217; zegt Ward gedecideerd. Haar collega&#8217;s bij de hulporganisatie waar ze een tijdelijke baan heeft, plagen haar met speculaties over de staat waar ze terecht zal komen. Arkansas of Colorado? Of New York? Andere gevluchte Irakezen benijden haar dat ze naar het land van de onbegrensde mogelijkheden kan vertrekken. Ze zucht. &#8216;Om je de waarheid te zeggen: ik ga liever niet.&#8217; Ze heeft geprobeerd er niet aan toe te geven, maar toch heeft ze de afgelopen vijf jaar een afkeer van Amerikanen gekregen. &#8216;Ik denk aan alles wat ze in mijn land hebben aangericht.&#8217; Nadat ze de foto&#8217;s van de martelingen in Abu Ghraib had gezien, wist ze dat het nooit meer goed zou komen tussen haar en de Verenigde Staten. Dagenlang liep ze misselijk rond. De Amerikanen met wie ze te maken had in haar werk bekeek ze met argwaan. Wie van hen had geweten van de folteringen? Wie was tot hetzelfde in staat? Ze vindt het ironisch dat het zo gelopen is. Haar vader droeg het land waar hij zijn doctorsgraad had gehaald een warm hart toe. Als meisje was het haar droom geweest er ook te studeren. <\/p>\n<p>&#8216;En nu? Ik moet er niet aan denken er te gaan wonen.&#8217; Maar ze weet ook dat ze niet veel keus heeft. Ei bakken In de anderhalf jaar dat ze in Amman zijn, is de afstand tot Bagdad groter geworden. Af en toe krijgen ze bezoek van vrienden die in Amman even op adem komen en dan luistert ze verbaasd naar hun verhalen over de chaos, het gevaar, de beperkingen die geestelijken de samenleving opleggen. &#8216;Destijds leefde ik zelf ook zo. Nu vraag ik me af hoe ze het volhouden.&#8217; Die verwijdering beangstigt haar. Ze wil zich niet afgesneden voelen van haar land. &#8216;Vijf jaar sinds de oorlog begon,&#8217; zegt ze peinzend. In een scala van herinneringen trekt de hele periode aan haar voorbij. Hoe ze net een ei stond te bakken toen een bom het huis op zijn grondvesten deed trillen. Hoe de jonge opgewonden plunderaars in hun gestolen doktersjassen de ziekenhuisbedden over straat duwden na de val van het bewind. Het beeld van de brandende moskee\u00ebn en de mensen die wezenloos over straat liepen tijdens de orgie van geweld die de aanval op de heilige schrijn in Samarra losmaakte. <\/p>\n<p>En dan de dood van Saddam. Ze kan zich er nog steeds over opwinden. &#8216;Mijn land heeft gerechtigheid nodig, maar dit was wraak.&#8217; Hij is veroordeeld voor een moordpartij in een sjiitisch dorp, terwijl hij terecht had moeten staan voor elk van de wandaden die hij had begaan. &#8216;Hij is er veel te makkelijk vanaf gekomen.&#8217; De laatste weken zijn er berichten dat Bagdad veiliger is geworden. Veel van de soennitische strijders die voorheen tegen de regering vochten, worden nu betaald om buurten te bewaken. Ward bekijkt die ontwikkeling met argwaan. Ze kunnen zich net zo makkelijk weer tegen de huidige bestuurders en de Amerikaanse troepen keren. &#8216;Tot voor kort doodden we mensen zoals jij,&#8217; kreeg een vriendin die nog steeds met onbedekte haren auto rijdt, van een van deze buurtwachten te horen. Wijken zijn sektarisch gezuiverd en lokale leiders hebben hun invloedssferen afgebakend en ook daarom is het moorden afgenomen. <\/p>\n<p>&#8216;The job is done,&#8217; zegt Ward cynisch. &#8216;Als het echt veiliger wordt in Bagdad, zou je dan teruggaan?&#8217; vraag ik. Ze schudt haar hoofd. &#8216;Geen sprake van.&#8217; De onveiligheid zou ze nog wel weer het hoofd weten te bieden, maar ze moet er niet aan denken onder het religieuze juk te leven. Volgens haar zijn ook de meeste andere gevluchte Irakezen nog huiverig om terug te gaan. Ze denken dat de luwte in het geweld maar tijdelijk is omdat de politieke problemen niet worden opgelost. Huurlingen Met Wards opmerkingen over de Mutanabbistraat in mijn achterhoofd vertrek ik naar Bagdad. Zoals gewoonlijk zit het vliegtuig vol bonkige types met baseballpetjes en tatoeages op hun boomstammen van armen. Het zijn medewerkers van de talloze particuliere beveiligingsbedrijven die allerlei logistieke taken voor het leger verrichten. Nergens is oorlog zo geprivatiseerd als in Irak. Ook in de vertrekhal staan tientallen huurlingen in woestijnkleurige broeken en bergschoenen. Om hen heen manoeuvreren Iraakse families die het land uit vluchten. De weg naar de stad voert langs een cordon van beton. Sinds de invasie zijn er steeds meer muren verrezen. Ze dienen om explosies te weren, maar ook om opstandige wijken onder controle te houden. We moeten flink omrijden, door wijken in westelijk Bagdad waar de afgelopen twee jaar veel gevochten werd. De omgeving oogt verwaarloosd. <\/p>\n<p>Vuilnis, lege huizen, gesloten winkels en barricaden van prikkeldraad en boomstammen. Dichter bij het hotel verandert het beeld. Het is veel drukker op straat, de winkels zijn open en het is er schoner. De wijk staat onder controle van het Badr Corps, een sjiitische militiegroep. In uniformen van het Iraakse leger bemannen ze de controleposten. Even verderop zijn het Koerdische peshmerga&#8217;s die de omgeving bewaken omdat de residentie van de Koerdische president Talabani zich er bevindt. De meesten spreken geen Arabisch en ze communiceren in gebarentaal met de weggebruikers. Pokdalig Kort na mijn aankomst in het hotel krijg ik een berichtje van mijn Iraakse collega Ghaith Abdul-Ahad: &#8216;De Mutanabbistraat zal je hart breken. Het brak in ieder geval het mijne. Be prepared.&#8217; Het kost moeite om er te komen. Om veiligheidsredenen is de gewone route afgesloten. Uiteindelijk komen we aan de achterkant van de boekenmarkt. De wijk lijkt op een oorlogszone. Sommige gebouwen zijn tot een berg puin gereduceerd, andere zijn pokdalig van de kogels. Er waren tot een paar maanden geleden veel aanslagen en gevechten tussen soennitische groepen en het Iraakse leger en Amerikaanse troepen. <\/p>\n<p>Mijn tolk Faris is net zo geschokt als ik. &#8216;Het lijkt Beiroet wel,&#8217; zegt hij. Het is meer dan een jaar geleden sinds hij in de wijk was. Als sjiiet waagt hij zich zo min mogelijk in delen van de stad die onder controle van soennitische groepen staan. De meeste inwoners van Bagdad verlaten hun eigen wijk alleen als het echt nodig is. Abdul-Ahad heeft niet overdreven. De Mutanabbistraat is alle allure kwijt. Het asfalt is verdwenen en in de zandhopen slingert vuilnis. De meeste winkels zijn dicht. Slechts een enkele handelaar heeft zijn boeken uitgestald. Terwijl zich vroeger op vrijdag een menigte door de straat perste, drentelen nu maar enkele tientallen bezoekers rond. Er loopt maar \u00e9\u00e9n andere vrouw. Zoals Ward al vreesde, is van de collectie niets meer over. Behalve een paar Engelse pockets, lesboeken en handleidingen liggen er voornamelijk exemplaren van de Koran en andere religieuze werken. Veel van die publicaties zijn afkomstig uit Iran. Ik zie nog wel een bundel van Wards overleden oom die een vermaard dichter is. Die bevat een van Wards lievelingsgedichten: &#8216;De zon is lieflijker in mijn land, en zelfs de duisternis is er schoner.&#8217; Ik zou de handelaren van alles willen vragen, maar Faris heeft me laten beloven dat ik mijn mond houd. Als hij een boek doorbladert, zie ik hoe zijn handen trillen. Graffiti Caf\u00e9 Shabander is gesloten. De doodse gevel, die wordt verbouwd, maakt het moeilijk voor te stellen dat het er ooit bruiste van de discussies. Ik denk aan Amir al Sayegh, een van de stamgasten die ik in 2003 leerde kennen. Hij hield informeel kantoor aan een van de withouten tafels en verdiende de kost door voor anderen brieven en documenten van het Arabisch naar het Engels en omgekeerd te vertalen. <\/p>\n<p>The Ugly American, noemden de andere caf\u00e9bezoekers hem vanwege zijn lichte uiterlijk en zijn openlijke bewondering voor de Verenigde Staten. Sayegh had de gewoonte graffiti op de muren van Bagdad te kopi\u00ebren. Het was een nieuw fenomeen in het post-Saddam-tijdperk en volgens hem gaven de teksten de stemming in de stad weer. Hele dialogen trof hij aan. Saddam zal terugkeren, had iemand geschreven. Ja, door mijn reet, had iemand anders geantwoord. Zijn verwachtingen waren hooggespannen toen de Amerikanen, die hij kende als helden uit de film, orde op zaken kwamen stellen in zijn land. Maar zijn optimisme verflauwde. Degenen die in de straten van Bagdad hun geweren op hem richtten, leken niet op de mannen van het witte doek. Zijn land was opgezadeld met rubbish minds, klaagde hij. Toen ik hem voor het laatst zag, in 2005, was hij nerveus. Niet alleen omdat zijn openhartige mening over het reilen en zeilen in Bagdad hem vijanden bezorgde, maar ook omdat er aanslagen op kerken plaatsvonden. Hij wilde bij zijn familie in Canada gaan wonen. Een paar maanden later was hij verdwenen. Ik wil op zoek naar Hadji Mohammed, de eigenaar van Shabander. Een wat stuurse man van midden zeventig die altijd aan de tafel bij de ingang zat. Naar verluidt verloor hij een aantal zoons bij de bomaanslag van vorig jaar. Ook Shabander liep zware schade op. Maar Faris vindt het tijd om weg te gaan. De volgende dag probeert hij alsnog om Hadji Mohammed te vinden. <\/p>\n<p>Twee uur later komt hij ontdaan terug. De eigenaar van Shabander zat in zijn drukkerij aan de Mutanabbistraat en had hem weggestuurd. Hij werd boos om het interviewverzoek. &#8216;Altijd maar verhalen schrijven, maar niemand doet iets,&#8217; zei hij. Bij dat standpunt bleef hij, al liet hij na een tijdje wel iets van zijn boze onwil varen. Hij raakte tijdens de bomaanslag al zijn vijf zoons kwijt. &#8216;Ze gaven hem een stukje van een lichaam en zeiden dat het een van zijn zoons was,&#8217; doet Faris verslag van het gesprek. Shabander vertegenwoordigde iets speciaals voor de intellectuelen van Bagdad, vond Hadji Mohammed. Als mij iets gebeurt, moeten jullie het caf\u00e9 open houden, had hij tegen zijn zoons gezegd. Nu het omgekeerd gelopen is, heeft hij geen zin meer in het leven. Abu Ghraib Hamid Mokhtar, een schrijver die ik in april 2003 voor het eerst ontmoette, woont nog wel in Bagdad. Terwijl de plunderaars met hun buit door de straten sjouwden, nam hij mij mee naar Abu Ghraib. Daar had hij vanwege zijn kritiek op het bewind acht jaar vastgezeten. Rond het lugubere complex hing de stank van de dood. Honden snuffelden rond een paar graven waaruit ledematen in staat van ontbinding staken. Terwijl we rondliepen, liet hij zijn stem regelmatig tot een gefluister dalen en af en toe keek hij schichtig om zich heen. Een oude gewoonte die zich maar moeilijk liet verjagen, verontschuldigde hij zich. Het zou met het verstrijken van de tijd wel overgaan. Zijn hoop op een betere toekomst na de meedogenloze dictatuur van Saddam was fragiel en onwennig, maar hij was er. Maar toen ik hem in 2005 opnieuw opzocht, stonden zijn ogen nog even gekweld als destijds. We troffen hem op de boekenmarkt. <\/p>\n<p>Shabander was gesloten. Er gingen geruchten dat er aanslagen gepleegd zouden worden. Niemand wist met zekerheid uit welke hoek de dreigementen kwamen, maar de meeste Irakezen die we spraken, verdachten fundamentalistische groepen ervan dat ze de kritische discussies in Shabander tot zwijgen wilden brengen. We belandden met Mokhtar in een theehuis om de hoek in de historische Al Rashidstraat. Het donkere, bloedhete caf\u00e9 met berookte wanden leek totaal niet op Shabander. De sfeer was bedompt en iedereen observeerde iedereen. Rondslenterende mannen deden navraag naar nieuwkomers. Tijdens het gesprek werd duidelijk dat Mokhtar nieuwe vijanden had. &#8216;Vroeger was er \u00e9\u00e9n Saddam, nu zijn er vele,&#8217; zei hij. Hij doelde op diverse gewapende groepen die aanslagen plegen op vrijdenkers en op allerlei anderen die ze als verraders zien. Hij nam tijdens schrijversbijeenkomsten en in de media stelling tegen het toenemende fundamentalisme en de sektarische spanningen. Hij pleitte voor religieuze tolerantie, eenheid en openheid. Hij wist dat hij daardoor een doelwit was. Hij varieerde zijn dagelijkse ritme zoveel mogelijk. Zijn auto had hij verruild voor een onopvallender model. Ook was hij bezig safe houses te cre\u00ebren waar schrijvers elkaar konden treffen. De onrust belette hem iets nieuws te schrijven. Voor experimenteren was geen ruimte in zijn hoofd en zijn voornaamste onderwerp was zijn gevangenisverleden dat hij in fletse, onduidelijke foto&#8217;s op tafel legde. Hij leek zich te generen voor dat gebrek aan creativiteit en was duidelijk opgelucht toen het tijd was te vertrekken.<\/p>\n<p>Het was slechts halverwege de middag, maar de Mutanabbistraat was al totaal verlaten toen een groepje schrijvers die als wachtposten hadden gefungeerd, ons naar de auto escorteerde. Mokhtar is magerder geworden en zijn ogen staan flauwtjes. Hij draagt een donker pak met stropdas: hij komt net van de begrafenis van een bevriende collega, die op klaarlichte dag werd neergeschoten terwijl hij onderweg was naar een vergadering. Hij was een uitgesproken tegenstander van het sektarische geweld en hij verafschuwde het onderscheid tussen de verschillende groepen. &#8216;Ik weet tot de dag van vandaag niet eens of hij soenniet of sjiiet was,&#8217; zegt Mokhtar. Volgens de Iraqi Media Safety Group is hij een van de tweehonderdzeventig Iraakse journalisten die sinds de invasie zijn gedood. &#8216;Ik zag mezelf toen ik achter de kist liep,&#8217; zegt Mokhtar. Het klinkt als een constatering. Acht dagen geleden kwam er een telefoontje dat ook hij aan de beurt was om uit de weg geruimd te worden. Hij wordt vergezeld door vier gewapende lijfwachten en vertelt dat het leven hem nu regelmatig zwaarder valt dan zijn bestaan in de gevangenis. &#8216;Toen wist ik wie mijn vijand was. Nu ben ik op mijn hoede voor iedereen die ik niet ken. Zelfs bekenden vertrouw ik niet meer.&#8217; Een tijdje is hij stil. Dan zegt hij: &#8216;We are at war with the unknown.&#8217; In het geheim houdt hij een dagboek bij. Nu publiceren zou een doodvonnis zijn. &#8216;Het is als onder Saddam.&#8217; Drank We zitten in de Alwiyah-club, de soci\u00ebteit die door Britse ontdekkingsreizigster Gertrude Bell werd opgericht kort nadat in 1920 de Britten het mandaat over Irak kregen. Toen het land in 1932 officieel onafhankelijk werd, breidde de club zich verder uit. <\/p>\n<p>Inmiddels zijn er duizenden leden. Ook Ward en haar moeder kwamen er wekelijks. Maar de ruime lounge met zware stoelen rond lage tafels is nagenoeg leeg. Een enorme kroonluchter hangt in het midden van de zaal. Het is het enige dat frivoliteit geeft aan de ruimte. Verder straalt het interieur een tijdloze soberheid uit, alsof de dramatische gebeurtenissen van de afgelopen decennia het gebouw niet beroerd hebben. Toen ik er vijf jaar geleden voor het eerst kwam, liet een ober me de drankvoorraad zien: whisky, gin, cognac. Arak werd er niet geschonken, die lokale drank was beneden Alwiyahs waardigheid, zei hij. Er gaan geruchten dat het een kwestie van tijd is of ook de bar in Alwiyah zal dicht moeten. De manager ziet de sfeer van het oude Bagdad verdwijnen. &#8216;De meeste van onze leden zijn vertrokken naar het buitenland. De nieuwe zijn van een ander slag, profiteurs die door de oorlog rijk geworden zijn.&#8217; Met een lichte buiging zetten obers in livrei schalen met kebab, humus en salade neer. <\/p>\n<p>Alleen de tafel naast ons is bezet. Een groepje vrouwen in modieuze mantelpakken en zonnebrillen in het geblondeerde haar. Alwiyah-club is een kleine enclave geworden die haar leden even tegen de rest van Bagdad beschut. Diezelfde sfeer hangt ook in de galerie Hewar in het noorden van Bagdad, waar kunstenaars elkaar nog altijd treffen. De eigenaar Qassim Sabti heeft met zijn lange grijze haren en gulle lach het uiterlijk van een bon vivant. Hij foetert op collega&#8217;s die hun kunst in dienst van de religie stellen: &#8216;Die weg leidt naar het graf.&#8217; Over de nieuwe leiders met hun gewapende groepen die hun religieuze stempel op de samenleving drukken, zegt hij: &#8216;Zij zijn de soldaten van de dood. Wij zijn de soldaten van het leven.&#8217;   <\/p>\n<\/p><\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Sinds het begin van de oorlog was Minka Nijhuis regelmatig in Irak. Ze volgde het wel en wee van een familie en schreef er een boek over. Enkele weken geleden was ze terug in Bagdad, waar het intellectuele leven langzaam de nek wordt omgedraaid.<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[47,71,193,69,917],"tags":[],"acf":[],"author_name":"Minka Nijhuis","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/108815"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=108815"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/108815\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Minka Nijhuis","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=108815"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=108815"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=108815"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}