
 {"id":108473,"date":"2008-04-05T00:00:00","date_gmt":"2008-04-04T22:00:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/intello-special-filosofie\/"},"modified":"2008-04-05T00:00:00","modified_gmt":"2008-04-04T22:00:00","slug":"intello-special-filosofie","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/intello-special-filosofie\/","title":{"rendered":"Intello &#038; pubfilosoof; SPECIAL FILOSOFIE"},"content":{"rendered":"<p>Dubbelinterview \/ Franse geuzennaam, Engels scheldwoord<\/p>\n<p>&#8216;E\u00e9n ding hebben ze niet begrepen in Parijs: koffie verkeerd!&#8217; Marijn Kruk kijkt tevreden naar het schuimige kopje op tafel. Met natuurlijk \u00e9\u00e9n koekje erbij. Zijn collega Patrick van IJzendoorn herkent de frustratie: &#8216;Ik probeer in Londen nog steeds tevergeefs het concept coffee wrong te introduceren.&#8217; Ze grinniken. Veel hebben ze niet nodig, deze twee jonge journalisten: ze praten aan \u00e9\u00e9n stuk door over hun ervaringen in de twee Europese hoofdsteden. En schreven er elk een boek over: twee beschouwingen over de hedendaagse intellectuele milieus aan weerszijden van de Noordzee.<\/p>\n<p>We zitten in De Zwart, een bruin caf\u00e9 aan het Amsterdamse Spui waar de Nederlandse fine fleur van schrijvers en denkers graag vertoeft. De donkere kroeg aan het plein met de boekhandels moet vandaag doorgaan voor Amsterdams meest intellectuele trefplek. Nee, geen grand caf\u00e9 vol tables rondes; geen fancy club met open haard, sigaren en brandy. Nederlandse intellectuele glorie betekent: net iets te krap zitten op houten stoeltjes in een rokerige ruimte waar bij de ingang een enorme foto prijkt van kaasblokjes met rood-wit-blauwe prikkertjes.<\/p>\n<p>Niet meteen de setting waar je een oer-intellectueel als Jean-Paul Sartre ziet binnenwandelen. Van IJzendoorn schudt het hoofd: &#8216;Filosoof George Steiner werd ooit de vraag gesteld waarom er nooit een Sartre is opgestaan in een Engels caf\u00e9. Zijn antwoord: A: geen Sartre en B: geen caf\u00e9.&#8217; Hij neemt een trek van zijn sigaret en lacht: &#8216;Franse caf\u00e9s bleken in het verleden legendarische ontmoetingsplekken voor intellectuelen. Maar in die Engelse pubs is het onmogelijk discussi\u00ebren: je zit er niet, je h\u00e1ngt er aan de bar. Ik ben wel eens een zogenaamde pubfilosoof tegengekomen; die organiseerde de plaatselijke quizavonden. Dat zegt genoeg!&#8217;<\/p>\n<p>On-Engels begrip<\/p>\n<p>Van IJzendoorn windt er in zijn boek Londen Denkt geen doekjes om: het eiland heeft weinig op met het fenomeen intellectueel. Van IJzendoorn: &#8216;De intellectueel is per definitie een on-Engels begrip. Het heeft een connotatie met progressieve en utopische denkbeelden. Het herinnert aan Aldous Huxley, George Orwell; schrijvers die waarschuwden voor de dystopie. De Engelsen zijn niet idealistisch ingesteld. Engelsen sterven niet voor hun idee\u00ebn. Filosoof Bertrand Russell verwoordde het klinkend: &#8220;Ik ga niet sterven voor mijn idee, want ik zou het wel eens bij het verkeerde eind kunnen hebben&#8221;. Engelsen hebben een stevige dosis zelfrelativering.&#8217;<\/p>\n<p>Zo niet de Fransen, voor wie het woord de bakermat is. Tijdens de Dreyfus-affaire, eind negentiende eeuw, werden linkse denkers en schrijvers als \u00c9mile Zola voor intellectueel uitgescholden. Later omarmden ze de titel als geuzennaam. Inmiddels wordt alles wat intellectueel is of lijkt in Frankrijk op handen gedragen. Kruk: &#8216;De Fransen nemen zichzelf bloedserieus. Op het vermoeiende af. Ze hebben enorm veel respect voor idee\u00ebn. En natuurlijk is er dat romantische stereotype van de oer-intellectueel, gebaseerd op de verhalen over Sartre, Camus en Bernard-Henri L\u00e9vy. Toen ik naar Parijs ging was dat ook mijn beeld van de Franse denker: ge\u00ebngageerd en glamoureus. Ik herinner me de desillusie toen ik op de Franse universiteiten kwam: overal smerigheid, graffiti op de muren en een onuitstaanbaar muffe lucht. Hadden hier grote namen als Derrida gedoceerd? Waar stonden hun tronen?&#8217; Hij kijkt verongelijkt vanachter zijn strenge zwarte brilletje: &#8216;Pas later realiseerde ik me dat er in Frankrijk twee soorten intellectuelen zijn: de sterintellectueel, mediagenieke mannen als Bernard-Henri L\u00e9vy en Michel Onfray die op televisie te pas en te onpas strak in het pak hun zegje doen; en de morsige, shagrokende academici die veroordeeld zijn tot smerige leslokaaltjes.&#8217;<\/p>\n<p>Intello<\/p>\n<p>Kruk: &#8216;De televisie-intellectuelen hebben redelijk wat invloed, maar niet noodzakelijkerwijs de meest interessante idee\u00ebn. Televisie speelt een charmante man als Bernard-Henri L\u00e9vy zeker in de kaart. Zo turfde iemand hier 430 televisieoptredens van L\u00e9vy naast 620 van de acteur G\u00e9rard Depardieu. Dat zegt wat over de schaal waarop het gebeurt. In Frankrijk bestaat de gewoonte om bij maatschappelijke vraagstukken je licht te gaan opsteken bij de intellectuelen. De Fransen hebben zelfs het spotnaampje intello voor de veel gevraagde televisie-intellectueel. De intello becommentarieert, duidt, zet gebeurtenissen in perspectief &#8211; zo goed en zo kwaad als dat gaat op televisie.&#8217;<\/p>\n<p>Van IJzendoorn fronst: &#8216;Ondenkbaar in Engeland! De intellectueel is daar vrijwel onzichtbaar in de visuele media. Er is \u00e9\u00e9n grote uitzondering: als het om een quiz gaat, kan het niet intellectueel genoeg zijn. Voeg aan een format een competitief element toe, een flinke dosis trivia en een vleugje ironie, en alles kan. Lange debatten daarentegen worden gezien als uitsloverig, bijna g\u00eanant.&#8217;<\/p>\n<p>Kruk: &#8216;Frankrijk kent juist een lange traditie van tables rondes: tafelgesprekken tussen intellectuelen over filosofische en politieke onderwerpen waarin, als je het mij vraagt, oeverloos wordt doorgemekkerd. Het is nauwelijks een gesprek te noemen, meer een beurtelings zo uitgebreid mogelijk je standpunt uiteenzetten. Ook politici nemen er plaats; zelfs president Sarkozy heeft aangekondigd zijn luistervaardigheid te oefenen aan een table ronde. Die gesprekstraditie heeft geleid tot een bloeiende intellectuele cultuur, maar ook een cultuur van intellectualiseren, van praten om het praten.&#8217;<\/p>\n<p>Van IJzendoorn: &#8216;Veel praten, maar weinig daden. In Engeland zijn discussies veel oplossingsgerichter. Wat dacht je van de aanleg van de Chunnel? De Fransen hadden voor hun deel van de tunnel de mooiste blauwdrukken klaarliggen, terwijl de Engelsen er bij wijze van spreken als een rugbyelftal tegenaan gingen. Maar toen de Fransen met al hun plannen in de problemen kwamen, verzonnen de Engelsen de oplossing. Kijk, dat dan weer wel.&#8217;<\/p>\n<p>Kruk: &#8216;Ja, en terwijl ze in Frankrijk praatten over de Verlichting werd hij in Engeland uitgevoerd. Dat soort verhalen kennen we inmiddels wel.&#8217;<\/p>\n<p>Van IJzendoorn: &#8216;Maar het is waar! Misschien vormt dat wel het grootste bezwaar van de Engelsen tegen het intellectuele: dat het niet praktisch is. Grootse denkbeelden worden in Engeland niet bruikbaar geacht, niet pragmatisch genoeg. Als politicus moet je het niet wagen je te laten inspireren door een intellectueel! De Britse minister John Reid had een keer het lef in het Lagerhuis een uitspraak van de filosoof Hegel aan te halen. Jaren later, toen hij minister was in Noord-Ierland, werd die verwijzing hem nog nagedragen. Een journalist schreef: hoe kun je verwachten dat iemand die Hegel aanhaalt vrede kan stichten in Noord-Ierland? En omgekeerd: je moet je als politicus niet proberen voor te doen als intellectueel. Toen Margaret Thatcher aan haar uitgever vertelde dat ze een intellectuele biografie wilde schrijven, viel dat bepaald niet in goede aarde. Want de uitgever kende zijn vak en wist wat het Engelse publiek wil weten: welke tandpasta Thatcher gebruikt, wat haar favoriete restaurant is. De Fransen houden van idee\u00ebn; de Engelsen van trivia.&#8217;<\/p>\n<p>Kruk: &#8216;Ja, dat klopt. In Frankrijk verdwijnt het menselijke aspect al gauw naar de achtergrond. Ze beperken zich liever tot de inhoud met als gevolg een soms wat bloedeloze exercitie.&#8217;<\/p>\n<p>Van IJzendoorn: &#8216;Ik wil ook weten wat Winston Churchill als ontbijt at, jij niet? Inhoudelijk of niet, intellectueel zijn in Engeland heeft ook zo z&#8217;n voordelen: je kunt er heerlijk je gang gaan, je wordt er toch niet serieus genomen. Het is geen toeval dat omstreden denkers als Voltaire, Marx en Lenin naar Engeland trokken. De laatste twee konden er zelfs ongestoord hun revoluties voorbereiden.&#8217;<\/p>\n<p>Intellectueeltje spelen<\/p>\n<p>Kruk veert op: &#8216;Ah: revoluties! De Fransen krijgen er maar geen genoeg van. Tot op de dag van vandaag doen ze niets liever dan de Franse Revolutie naspelen en de intellectuele elite doet volop mee. Neem die steunbetuiging aan Ayaan Hirsi Ali begin februari. Heel links intellectueel Frankrijk stond voor haar op de bres; van S\u00e9gol\u00e8ne Royal tot Bernard-Henri L\u00e9vy. Maar ik zag vooral een groep mensen intellectueeltje spelen. Het leek een exacte kopie van die bijeenkomst in 1975 toen Solzjenitsyn naar Parijs kwam en daar een heldenontvangst van de anti-totalitaire intelligentsia kreeg.&#8217;<\/p>\n<p>Terug naar het hier en nu: caf\u00e9 De Zwart in Amsterdam. Hoe zit het met de Nederlandse intellectueel? Kruk: &#8216;Ik kan zo drie sprankelende plekken in Parijs noemen waar het intellectuele debat zich afspeelt. Maar kijk waar we hier zitten: in een kneuterige bruine schrijverskroeg.&#8217; Van IJzendoorn valt hem bij: &#8216;Nederland heeft meer een schrijverscultuur dan een denkcultuur. Ik merk dat ook de politici hier huiverig zijn voor het predicaat intellectueel. Het Nederlandse intellectuele debat is saai, een beetje kortzichtig en vooral humorloos.&#8217; Kruk: &#8216;Het debat heeft veel weg van een squashbaan: je gooit een balletje op en het blijft maar kaatsen en kaatsen. Neem nou die discussie over de Wildersfilm. Je zou toch denken dat nu zo&#8217;n beetje alles gezegd is, maar dat balletje botst maar door. Het discours is weinig elegant en weinig ambitieus. Nederland blijft toch dat land van dominees en bijbelexegeten, van tweedehandsfilosofie. Een land dat zich als intellectueel broeinest veel serieuzer zou moeten nemen. Wat dat betreft kunnen we wat leren van de Fransen!&#8217; Van IJzendoorn: &#8216;Ja, maar graag met een vleugje Engelse humor en ironie. Want die Nederlandse intellectuelen en politici hebben geen greintje zelfrelativering.&#8217; Kruk: &#8216;Maar alsjeblieft zonder dat overdreven bescheidene. Bescheidenheid werkt beperkend. En we roepen het over onszelf af. Als tegenwoordig iets omschreven wordt als &#8220;heel erg Nederlands&#8221; heeft dat vrijwel altijd een negatieve bijklank. Het betekent: klein, onbeduidend, kneuterig. Laten we dat toch eens omdraaien: dit is \u00f3ns discours, er is belangstelling voor en het is belangrijk. Het is geen Frankrijk en geen Engeland, het is gewoon heel erg Nederlands!&#8217;<\/p>\n<p>Het gezicht van de Franse intellectueel volgens Marijn Kruk<\/p>\n<p>Raymond Aron (1905-1983)<\/p>\n<p>Aron bewijst dat je tegelijk ge\u00ebngageerd en intellectueel integer kunt zijn. Stelde dat filosofische luciditeit niet mogelijk is zonder persoonlijke moed. Koelbloedig analyticus met een warmbloedige inborst &#8211; zoals blijkt uit zijn Clausewitz-biografie.<\/p>\n<p>Bernard-Henri L\u00e9vy (1951)<\/p>\n<p>De oer-media-intellectueel. Hoe heeft het zo ver met de Franse intellectuele wereld kunnen komen dat &#8216;BHL&#8217; is uitgegroeid tot de verpersoonlijking van wat in Frankrijk voor &#8216;intellectueel&#8217; doorgaat? zo vragen zijn critici zich af. Verdienstelijk reiziger en journalist. En jawel: hij heeft een eigen impresariaat.<\/p>\n<p>Marcel Gauchet (1946)<\/p>\n<p>Zonder twijfel de interessantste Franse intellectueel van het moment. Incontournable. Nam de rol over van Sartre als idee\u00ebnaanjager bij Gallimard. Legt gedurfde en uiterst originele dwarsverbanden tussen politieke filosofie, geschiedenis en sociologie. Sympathiek, gespeend van glamour. Anders dan BHL is hij een intellectueel die onderzoek doet. En nog gewoon in het telefoonboek staat.<\/p>\n<p>Roger Scruton (1944)<\/p>\n<p>Bevindt zich in een lastig pakket: hij is een intellectueel, maar wil het niet zijn. Noemt zichzelf liever een metaboer die schrijft over &#8216;het eerlijke boerenleven&#8217;, de jacht op vossen, het belang van amateurgeleerden, van de beierende kerkklokken, Morris dancing en de stijve bovenlip. Iets te veel Germaanse ernst voor een Engelse filosoof.<\/p>\n<p>John Gray (1948)<\/p>\n<p>Als Scruton een soort leesbare Heidegger is, dan is Gray het Engelse neefje van Arthur Schopenhauer. Hij twijfelt en moppert over alles: de Verlichting, de Europese Unie en ideologische fijnproeverij. Beschouwt de mens als een schadelijk dier, Thatcher als een trotskist en Al-Qaida als een bij uitstek modernistisch fenomeen.<\/p>\n<p>Frank Furedi (1947)<\/p>\n<p>Een Engels denker die zich niet schaamt voor het begrip &#8216;intellectueel&#8217;. Heeft zelfs een boek geschreven waarin hij zich afvraagt waar de intellectuelen toch gebleven zijn. Deze ex-marxist gelooft heilig in de Verlichting en verafschuwt modieuze paniek over klimaatverandering, sigarettenrook en terrorismedreigingen.<\/p>\n<p>Het gezicht van de engelse intellectueel volgens Patrick van IJzendoorn<\/p>\n<p>Patrick van IJzendoorn, \u2018Londen denkt \u2013 Het publieke debat in Engeland\u2019. Boom, 180 p., \u20ac 19,90. Marijn Kruk, \u2018Parijs denkt \u2013 het publieke debat in Frankrijk\u2019. Boom, 180 p., \u20ac 19,90 (verschijnt deze zomer)<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Marijn Kruk en Patrick van IJzendoorn schreven over het intellectuele milieu in Frankrijk en Engeland. een gesprek over de intellectuele allergie van de Engelsen en oeverloos Frans gemekker. \u2018De fransen houden van idee\u00ebn, de engelsen van trivia.\u2019<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[151,27],"tags":[],"acf":[],"author_name":"Sarah Meuleman","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/108473"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=108473"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/108473\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Sarah Meuleman","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=108473"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=108473"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=108473"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}