
 {"id":108245,"date":"2008-04-12T00:00:00","date_gmt":"2008-04-11T22:00:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/vangdrang\/"},"modified":"2008-04-12T00:00:00","modified_gmt":"2008-04-11T22:00:00","slug":"vangdrang","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/vangdrang\/","title":{"rendered":"Vangdrang"},"content":{"rendered":"<p>Portret \/ Sportvissers \/ De elite gaat sportvissen<\/p>\n<p>Peter Paul Blommers<\/p>\n<p>Reclameman<\/p>\n<p>&#8216;Net als de meeste vissers wil ik gewoon een hele grote vangen,&#8217; zegt Peter Paul Blommers. De baas van de Nederlandse tak van reclamebureau Ogilvy ving zijn eerste karper als klein jongetje. Het was in Duitsland, aan de Biggensee. De hele camping liep uit. Karpervissen leerde hij in 1977, in Hilversum, waar hij woonde. Vissterfte trof de Berlagevijver, alleen de karpers bleven over.<\/p>\n<p>Toen was karpervissen nog niet het massavermaak dat het nu is. Er waren misschien een paar honderd gespecialiseerde karpervissers. Goed karperwater kiezen kost enorm veel tijd en energie, zegt hij. Je moet je helemaal verbinden aan het water om een mooie karper te kunnen vangen. Het zijn intelligente vissen, volgens Blommers.<\/p>\n<p>In 1978 verhuisde het gezin naar Limburg. Volgens de overlevering zwom er in de gracht van kasteel Hoensbroek een monsterkarper, een legendarische vis. &#8216;Ik heb dagen en nachten aan die kasteelgracht doorgebracht,&#8217; zegt Blommers. &#8216;Ik was een jaar of zeventien en dat kasteel was gewoon van mij.&#8217;<\/p>\n<p>Het werd voorjaar, maar van de vis geen spoor. De kasteelheer bezwoer hem dat het beest er rondzwom. Op een dag hing Blommers een nestkast op in de kasteeltoren. Hij keek terloops naar beneden en zag de vis die hij zo vaak tevergeefs had gezocht: &#8216;Hij was echt twee keer zo groot als alle andere karpers in de gracht, een sinaasappel tussen de mandarijnen. Een vis van 25 of 30 kilo.&#8217; Twee keer kreeg Blommers het dier aan de haak, nooit haalde hij hem binnen. Totaal onbelangrijk, oordeelt hij nu. Hij is de vis toch te slim afgeweest. &#8216;Ik was een puber en die tijd aan het water gebruikte ik om over van alles na te denken. Het was het opperste geluk. Ik zat midden in de natuur en dacht: wat is dit fabuleus. Die vis was vooral een vehikel voor dat gevoel.&#8217;<\/p>\n<p>In de jaren tachtig werd het karpervissen Blommers te massaal. &#8216;Er kwamen mensen bij met wie ik echt niks heb.&#8217; Stekpezers noemt hij ze: mannen die bovenop zijn stek gingen vissen als ze zagen dat hij goed ving. &#8216;Als je nu naar de Sloterplas gaat, zijn er altijd karpervissers. Altijd. Ik weet zeker dat ik de karpers tussen hun benen zou kunnen opvissen.&#8217; Voor hem hoeft het niet meer. Het is niet te combineren met zijn werk: &#8216;Iedereen hier is afhankelijk van mijn persoonlijke energie. Die kan ik niet meer in het vissen steken.&#8217; Bovendien ontbreekt in Nederland het grote avontuur. &#8216;Het moet niet te gemakkelijk zijn, en niet te massaal. Ik wil gewoon in een afgesloten omgeving mijn geheime dingen doen. Dat is vissen voor mij.&#8217;<\/p>\n<p>Wat hij nog wel mooi vindt: met zijn twee zoons, van acht en twaalf, naar de sluis bij Bennebroek en dan gewoon met de vaste lat vissen. &#8216;Je hebt geen bewuste gedachten, denkt niet aan je werk. En voor kinderen is het net als een tekening maken: zo&#8217;n bezigheid bestaat al een paar honderd jaar. De simpelste dingen hebben vaak de meeste betekenis. En na anderhalf, twee uur is het mooi geweest.&#8217;<\/p>\n<p>Jankees Vendrik<\/p>\n<p>Tandarts<\/p>\n<p>&#8216;Het gaat om de aanbeet,&#8217; zegt snoekbaarsvisser Jankees Vendrik. &#8216;Dat geeft zo&#8217;n enorme klap, zo&#8217;n beuk. Dat is een hole in one, daar krijg je een adrenalinestoot van. Daar kan zelfs een bijzonder mooi glas wijn niet tegenop.&#8217; De toewijding aan die beuk gaat ver: &#8216;Toen mijn zoontje vijf was, zat hij op 5 december huilend bij mij in de boot. Hij werd pas stil toen hij een snoek van tachtig centimeter ving.&#8217;<\/p>\n<p>In 2002 beleefde tandarts Vendrik zijn &#8216;finest hour&#8217;. Hij werd toen derde op het wereldkampioenschap snoekbaarsvissen. In die wedstrijd verspeelde hij wel tien vissen. Bij het klassieke aas dat hij gebruikte, zit de lijn vast aan een oogje op de kop van het kunstvisje. Hij ontdekte dat snoekbaarzen die van voren aanvielen met hun bek tegen de lijn stootten en niet gehaakt werden. Vier jaar werkte hij aan een revolutionair nieuw kunstaas: een nepvisje met een oogje dat langs een railtje over de rug beweegt, zodat de roofvis het ook bij de kop kan pakken. Het leverde hem een zeker aanzien op onder de Nederlandse snoekbaarsvissers.<\/p>\n<p>Vendriks villa in Westbroek is klassiek ingericht. De meubels zijn van donker hout, de open haard is groot, aan de muur prijken opgezette dieren. In de woonkamer, die uitkijkt over het Utrechtse polderland, contrasteert de grote televisie met het interieur. De tandarts speelt een dvd van zijn laatste vistocht. Hij heeft altijd een camera bij zich als hij &#8211; een of twee keer in de week &#8211; op snoekbaars gaat vissen.<\/p>\n<p>Op het beeldscherm zit Vendrik met een vismaat in een bootje op het Haringvliet in een dik, gewatteerd camouflagepak en met een baseballkap op zijn hoofd. Als Vendrik-op-film een monstrueuze snoekbaars van een meter uit het water haalt, springen de twee mannen in het bootje opgewonden schreeuwend op. De echte Vendrik kijkt vanaf de bank glunderend toe, sigaar in de mond, hondje op schoot.<\/p>\n<p>&#8216;Ik kan ook heel gelukkig worden als ik een erg mooie vulling maak,&#8217; zegt de tandarts. Maar als hij niet kan vissen, of eens een dag niks vangt, gaat zijn humeur wel heel snel achteruit. Echt fel wordt Vendrik daarom als ter sprake komt wat zijn geliefde snoekbaars bedreigt: beroepsvissers hebben het op het beest gemunt en er wordt gestroopt bij het leven. Sportvissers nemen miljoenen kilo&#8217;s vis mee voor de pot. En Vendrik? Hij niet, hij lust geen vis. Hij wil alleen maar meer vangen. &#8216;Want tien keer de beuk is leuker dan een keer.&#8217; Hij kan het niet helpen. &#8216;C&#8217;est une maladie.&#8217;<\/p>\n<p>Hyppo Wanders<\/p>\n<p>Directeur van een communicatiebureau<\/p>\n<p>Alle natuur in Nederland is gecultiveerd, behalve die onder water, zegt Hyppo Wanders, creatief directeur van een Utrechts communicatiebureau. &#8216;Het is de laatste wildernis. Er spelen zich onder water zulke drama&#8217;s af. Er wordt elk moment van de dag gevochten op leven en dood. Mensen zouden ervan schrikken als dat boven water zou gebeuren.&#8217; Als je daar eenmaal aan verslingerd raakt, zegt Wanders, wil je deel gaan uitmaken van dat leven. En dat kan maar op \u00e9\u00e9n manier, vindt hij.<\/p>\n<p>Wanders was nog maar een jongen. Met zijn moeder ging hij per trein naar Griekenland. Ergens in het noorden van &#8211; toen nog &#8211; Joegoslavi\u00eb kwam de trein tot stilstand, midden op een brug. &#8216;Het raam van de trein was een uitsnede, als een foto. Ik zag aan weerszijden bergen en middenin een prachtige stroom, waarin twee mannen aan het vliegvissen waren. Het was zo&#8230; esthetisch verantwoord.&#8217;<\/p>\n<p>Nu heeft hij over de hele wereld gevist. Noord-Amerika is misschien wel het mooist. Het buitenleven is er veel belangrijker dan hier. Als je de mensen daar echt wilt leren kennen, moet je gaan vissen, zegt hij. &#8216;Mijn hengel is in de loop der jaren steeds meer een excuus geworden. Het is mijn wandelstok.&#8217;<\/p>\n<p>In Nederland bestaat die cultuur tot Wanders&#8217; spijt niet. &#8216;Wij hebben geen prachtige, culturele vishistorie, zoals Frankrijk, Engeland of de VS. Nederland heeft nou eenmaal geen schrijvers als Hemingway.&#8217; In Nederland was vissen voor mensen die geen geld hadden om naar de slager te gaan, zegt hij. En vliegvissen, zoals hij doet, heet elitair te zijn. Zelfs vliegvissers zijn soms verbaasd als hij vertelt dat je met de vliegenhengel ook in de Hollandse polder prima uit de voeten kunt.<\/p>\n<p>Een vis verleiden om toe te happen, dat maakt het zo spannend, vindt Wanders. Je moet vooral heel goed kijken. Forellen bijvoorbeeld staan gewoon stil in het water, achter een steen, uit de stroom. Die plekken leerde Wanders feilloos herkennen. &#8216;Forel wacht op voorbijdrijvende insecten, maar je moet wel weten op welke insecten. Je zoekt een vlieg uit die het meest op dat insect lijkt. Een paar schijnworpen, dan raakt de vlieg het water, iets stroomopwaarts van de vis. Hij drijft over de plek waar de vis staat. Niks. Je werpt nog een keer. Weer niks. Je werpt een derde keer. De vlieg lijkt de forel voorbij te drijven. Dan zie je een klein kolkje in het water en de vlieg is weg. Je hebt hem verleid. Je kunt hem niet dwingen, maar je hebt het toeval zo veel mogelijk beperkt. Dat moment, dat voelt als klaarkomen.&#8217;<\/p>\n<p>Hans van Manen<\/p>\n<p>Jurist<\/p>\n<p>Toen jurist Hans van Manen vijf jaar oud was, hing hij wel eens een touwtje met een wurm eraan in het water, om salamanders te vangen. Als je het voorzichtig optilde, bleven de beestjes &#8211; ook zonder haakje &#8211; gewoon hangen.<\/p>\n<p>Heel dicht bij de natuur zijn, daar draait het voor Van Manen om. &#8216;There is more to fishing than catching fish, zeggen de Engelsen. Vissen vergemakkelijkt de dagelijkse beslommeringen. Het feit dat die natuur nog bestaat, geeft me rust.&#8217; In Nederland is het niet altijd een onverdeeld genoegen. De etiquette onder vissers laat nog wel eens te wensen over. Als je vist, heb je de ruimte nodig. Hier lopen andere vissers pal voor je langs als je een mooie visstek hebt gevonden. &#8216;Neem nou het Oostvoornse meer: je denkt toch niet dat Van Manen daar gaat vissen?&#8217; vraagt hij.<\/p>\n<p>Mooie visplekken zijn er natuurlijk genoeg. Van Manen gebaart naar het raam. Zijn achtertuin grenst aan een prachtig meertje aan de rafelrand van Breda. De ondergaande zon zet de rietkragen in vlam. &#8216;Als ik om die rietkraag heen roei, kan ik de mooiste vissen vangen. Snoek, grote ruisvoorns.&#8217; Maar liever gaat hij naar het buitenland. Zalmvissen is het summum. &#8216;Zalm is een enigma. Het is een heel sterke vis, maar tegelijkertijd heel kwetsbaar; een symbool voor de natuur.&#8217; Zalm is ook een simpele vis, volgens Van Manen. En zo hoort het: simpel. &#8216;W\u00edj maken er iets ingewikkelds van,&#8217; zegt hij over de sportvissers.<\/p>\n<p>Hij haalt er een dik boek bij, over de geschiedenis van de zalmvisserij rond de Biesbosch. Allemaal verleden tijd. De Rijn was ooit de mooiste zalmrivier in de wereld. Nu is Van Manen betrokken bij de herintroductie van de zalm in Nederland. Dat is een moeizaam proces: bij de trek stroomopwaarts over onze rivieren komen ze zoveel hindernissen tegen. Er zijn waterkrachtcentrales, waarvan de turbines grote hoeveelheden trekvis vermalen. Er zijn beroepsvissers, die volgens Van Manen te veel vissen verschalken die ze helemaal niet mogen vangen. Hij vindt het niet erg dat zijn grote hobby hem ook zijn grootste ergernissen oplevert. Het gaat om de natuur. Maar de vis moet natuurlijk wel uit het water gehaald worden. &#8216;Verspelen deed je als klein kind,&#8217; zegt Van Manen. Eerst pakt de zalm je aas: &#8216;Bop!&#8217; zegt hij. En dan land je hem.<\/p>\n<p>Watersense, gevoel voor het water, dat heb je nodig als visser. Dat is meer dan ervaring: &#8216;Ik kan ook een rivier lezen die ik nog nooit eerder heb gezien.&#8217; Een heleboel mensen zouden baat hebben bij een beetje meer watersense, denkt Van Manen. &#8216;Er worden pakketten gemaakt voor basisscholen, om de kinderen iets over het onderwaterleven te leren, maar die worden nauwelijks gebruikt.&#8217; Van Manens vrouw staat voor de klas. Zo&#8217;n pakket kwam ook op haar basisschool binnen, maar geen van haar collega&#8217;s wilde er iets mee doen. &#8216;Leer die kinderen nou gewoon vissen. Dan hoeven ze later ook niet op straat rond te hangen.&#8217;<\/p>\n<p>Albert van den Brink Hartchirurg<\/p>\n<p>Hartchirurg Albert van den Brink wil na zijn werk in het AMC nog wel eens een hengel uitwerpen, maar niet om de dag te overpeinzen. &#8216;Ik denk nooit aan mijn werk tijdens het vissen,&#8217; zegt de chirurg. &#8216;Het is net niet helemaal mediteren, maar het komt wel in de buurt.&#8217; Golfen heeft hij ook geprobeerd, maar het lag hem niet. Als hij naar het buitenland moet voor een congres zoeken zijn collega&#8217;s vaak een golfbaan op. Hij heeft van tevoren uitgezocht of er mooi viswater in de buurt is. Een hengel heeft hij altijd in zijn koffer. Vangdrang noemt hij het wel. Het is jagen, oerinstinct, denkt Van den Brink. &#8216;Ik ben vanmorgen naar de groenteboer en naar de slager geweest. Dat is eigenlijk ook jagen.&#8217;<\/p>\n<p>&#8216;Als je wilt, kunnen we wel een snoek gaan vangen,&#8217; zegt Van den Brink in zijn Amstelveense woonkamer. Even later start hij de auto. De enorme hond van het gezin gaat in de achterbak. Ze moet uitkijken voor de haakjes met kunstaas die op de wielkasten in de bekleding zijn gestoken. Boven de achteruitkijkspiegel zit nog meer kunstaas in de stof geprikt. Vliegen en nimfen zijn het, kunstig gebonden nabootsingen van echte insecten en hun kroost. De hartchirurg draagt een stevige groene broek, een zware groene jas en laarzen. Het is een korte rit naar het Amsterdamse bos.<\/p>\n<p>In een bocht van een brede sloot, vlak naast een brug, werpt hij in. Met een paar flinke zwiepen brengt hij de lichte lijn in de lucht. Vliegvissers gebruiken geen zwaar aas om in te werpen; de lijn moet als een zweep in de lucht worden gehouden door hem naar voor en naar achteren te laten vlieden. Stukje bij beetje geeft Van den Brink meer lijn, tot hij met zijn aas bijna de overkant van de brede sloot haalt. Dan laat hij de vlieg het water raken. Vlieg is trouwens een misleidende naam. Hoewel het kunstaas vederlicht is, moet het een klein visje voorstellen. In het water dansen de gele pluimen als vinnen. Met de hand haalt Van den Brink de lijn met korte rukjes binnen. Als de namaakvis weer bijna aan land is, schuift Van den Brink een paar meter op en werpt opnieuw. Met grote precisie plaatst hij de vlieg onder de overhangende boomtakken aan de andere oever.<\/p>\n<p>Al bij de vijfde worp is het raak. Halverwege de sloot grijpt een snoek van zo&#8217;n halve meter de vlieg. Hij worstelt op de grens van water en lucht. Het klotst en kolkt, de glimmende flank van de roofvis schittert in het daglicht. Dan bevrijdt hij zich van de haak en wordt het water weer stil. Van den Brinks dag is goed. Zijn vangdrang is gestild.<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Meer dan een kwart van de sportvissers is succesvol, welgesteld en hoogopgeleid. Wat brengt de elite ertoe haar kostbare vrije tijd te besteden aan volkssport nummer \u00e9\u00e9n?<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[27],"tags":[1271],"acf":[],"author_name":"Hidde van den Brink","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/108245"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=108245"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/108245\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Hidde van den Brink","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=108245"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=108245"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=108245"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}