
 {"id":107973,"date":"2008-04-19T00:00:00","date_gmt":"2008-04-18T22:00:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/zeepbel-of-miljoenencircus-china-nu\/"},"modified":"2008-04-19T00:00:00","modified_gmt":"2008-04-18T22:00:00","slug":"zeepbel-of-miljoenencircus-china-nu","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/zeepbel-of-miljoenencircus-china-nu\/","title":{"rendered":"Zeepbel of miljoenencircus?; CHINA NU"},"content":{"rendered":"<p>Hedendaagse kunst in China<\/p>\n<p>In een van de ateliers aan de Yonglia Straat in Shanghai duwt She Gang me zijn visitekaartje in de hand. &#8216;She Gang&#8217;, staat erop. En daaronder: &#8216;schilder&#8217;. De Chinees met hip brilmontuur beschouwt zichzelf niet als kunstenaar, maar als vakman. Hij maakt wat zijn klanten willen. Een natuurgetrouwe kopie van een familiefoto? Prima. Een landschapje? Ook goed. De prijs van zijn werk hangt niet af van de kwaliteit, maar van het formaat. Een klein schilderij kost honderd yuan (zo&#8217;n tien euro), de grootste doeken gaan weg voor het tienvoudige.<\/p>\n<p>De laatste tijd gaan de zaken boven verwachting goed, grijnst She Gang. Zijn voornamelijk buitenlandse klanten kopen tegenwoordig massaal replica&#8217;s van eigentijdse Chinese kunstenaars. Hij heeft zelfs drie studenten in dienst moeten nemen. Ze zitten geconcentreerd te schilderen achter hun ezels. De voltooide doeken liggen opgestapeld op de grond of hangen ingelijst aan de muur: melancholische portretten van de Chinese schilder Zhang Xiaogang, de propagandistische reclamewerken van Wang Guangyi.<\/p>\n<p>Ik wijs naar een kopie van een schilderij van Yue Minjun, beroemd vanwege zijn felgekleurde afbeeldingen van groepen mannen in verschillende situaties die allemaal Yue&#8217;s eigen lachende gezicht hebben. &#8216;Die doen?&#8217; vraagt She Gang. &#8216;Overmorgen klaar.&#8217;<\/p>\n<p>Paus in onderbroek<\/p>\n<p>Chinezen hebben een naam hoog te houden als het gaat om het kopi\u00ebren van populaire producten. Sportkledingfabrikant Nike kreeg in China concurrentie van Nibe en de motorfietsen van Honda hadden last van tegenhanger Hongda. Als Chinese broodschilders massaal hun eigen kunstenaars kopi\u00ebren, kan je er donder op zeggen dat die kunstenaars populair zijn.<\/p>\n<p>En zo is het. Moderne Chinese kunst verovert de wereld. In maart 2006 reageerden velen nog verbaasd toen Kameraad No. 120 van Zhang Xiaogang tijdens Sotheby&#8217;s eerste veiling van moderne Aziatische kunst in New York 979.200 dollar opleverde, een fors bedrag voor een nog levende kunstenaar. En al helemaal voor een levende Chinees. Zoiets was nog niet eerder vertoond.<\/p>\n<p>Sindsdien stapelen de records zich op. In oktober 2006 kocht de Britse verzamelaar Charles Saatchi een ander doek van Zhang Xiaogang voor 1,5 miljoen dollar. En in november leverde Zhangs abstracte Tiananmen-plein maar liefst 2,3 miljoen dollar op. Diezelfde maand wisselde een panorama van de Drie Kloven Dam van collega-schilder Liu Xiaodong van eigenaar voor 2,7 miljoen dollar.<\/p>\n<p>Sindsdien lijkt het miljoenencircus niet te stoppen. In juni bracht een schilderij van Yue Minjun, waarop hij zichzelf heeft afgebeeld als een lachende paus in onderbroek, een bedrag op van 4,4 miljoen dollar. Voorlopig hoogtepunt vormt zijn werk Execution, ge\u00efnspireerd op het bloedige neerslaan van de opstand op het Tiananmen-plein in 1989. Vier lachende gevangenen staan te wachten op het genadeschot, dat zal worden gegeven door een groepje al even hard grijnzende beulen die doen alsof ze hun geweren richten, al zijn de wapens op het schilderij onzichtbaar. Het doek werd jarenlang verborgen gehouden tot het in oktober opdook op een veiling in Londen, waar een onbekende verzamelaar het kocht voor maar liefst 5,9 miljoen dollar.<\/p>\n<p>Niet iedereen applaudisseerde mee voor dit Chinese wonder. Kunstkenners en deskundologen die de opkomst van het culturele China over het hoofd hadden gezien, reageerden vol ongeloof. Het Amerikaanse blad Portfolio sprak smalend over de &#8216;Ka-Ching! Dynasty&#8217;, een verwijzing naar het geluid van een rinkelende kassa. Dat moest wel gebakken lucht zijn, concludeerde het blad. Kunstcriticus Richard Dorment sprak in The Daily Telegraph van &#8216;De Grote Chinese Kunst Zwendel&#8217;. &#8216;Ik ben keer op keer naar tentoonstellingen van dat spul gegaan om er telkens weer achter komen dat het niet de moeite van een recensie waard was,&#8217; schreef hij. Zijn collega Waldemar Januszczak maakte het nog bonter. &#8216;Al die schilders zijn getraind op communistische scholen om keer op keer hetzelfde trucje te doen,&#8217; jammerde hij in de Sunday Times. &#8216;Zhang Xiaogang melkt een eindeloze reeks nietszeggende Chinese gezichten uit. En hij verkoopt zelfs beter dan Damien Hirst of Jeff Koons!&#8217;<\/p>\n<p>Pistoolschoten<\/p>\n<p>Hebben de azijnzure recensenten gelijk? Stelt Chinese moderne kunst echt zo weinig voor? Kunnen de Chinezen niet meer dan enkel kopi\u00ebren wat er in het Westen al jaren gebeurt? Moeten verzamelaars vrezen voor instortende prijzen als gevolg van een heuse &#8216;kunstbubble&#8217;? En hoe reageert de Chinese overheid op de miljoenen dollars die de kunstenaars binnenhalen?<\/p>\n<p>Om daar achter te komen, sprak ik met kenners die de Chinese kunst al jaren van nabij volgen. En met de makers van de miljoenenwerken zelf, de kunstenaars over wie sommige westerse recensenten zo lelijk deden.<\/p>\n<p>Li Songsong (36), bekend vanwege zijn schilderijen die momenten in de recente Chinese geschiedenis uitbeelden: &#8216;Kunst uit China is jarenlang verwaarloosd in de rest van de wereld. Misschien omdat weinig mensen het goed konden plaatsen. Hoe dan ook: het kreeg weinig kans. Als je ergens zo lang geen belangstelling voor hebt, en het dan ontdekt, sta je natuurlijk verbaasd over hoe kleurrijk en veelzijdig het is. Ik denk helemaal niet dat Chinese kunst zo overdreven populair is.&#8217;<\/p>\n<p>Kunst en cultuur staan in China al zeker veertig jaar op gespannen voet met de autoriteiten. In 1976 eindigde het leven van Mao Zhedong en daarmee zijn &#8216;Culturele Revolutie&#8217;. De Grote Leider had zijn onderdanen jarenlang opgejut om alles en iedereen uit het &#8216;oude China&#8217; te vernielen. Met succes. Tempels werden afgebroken, universiteiten bleven jarenlang gesloten, intellectuelen werden naar het platteland verbannen of simpelweg doodgeslagen. Van het culturele leven was na de revolutie weinig over &#8211; behalve dan wellicht een enkele Chinese opera over de socialistische klassenstrijd en een reeks propagandaposters die Mao liet maken ter meerdere eer en glorie van zichzelf.<\/p>\n<p>De Chinezen begonnen vanaf nul toen Deng Xiaoping vanaf 1978 de meeste maatregelen van kameraad Mao weer ongedaan maakte. Ondanks de versoepelingen duurde het nog een hele tijd voordat Chinese kunstenaars voor het eerst in het openbaar konden exposeren. De veelzijdige kunstenaar Zhang Dali vertelt aan de telefoon hoe hij zich voelde toen hij in 1987 afstudeerde aan de Centrale Academie voor Kunst en Design in Beijing. &#8216;Ik ging in mijn studio aan de slag als modern kunstenaar, maar geloofde niet dat mijn werk ooit in het openbaar te zien zou zijn. Alleen mijn vrienden zagen wat ik maakte.&#8217;<\/p>\n<p>Alleen de zogenoemde Star-groep exposeerde in het openbaar door kunstwerken op te hangen aan de hekken van de National Gallery of Art in Beijing. Het werd oogluikend toegestaan. Andere kunstenaars vertrokken naar Europa of de Verenigde Staten om zich verder te bekwamen.<\/p>\n<p>Pas na jarenlang gezamenlijk lobbyen lukte het de kunstenaars om de overheid te overtuigen. In februari 1989 vond de &#8216;Geen U-bocht&#8217;-expositie plaats in de National Gallery of Art. De titel verwees naar steun voor politieke hervormingen. Zhang Dali: &#8216;Het was een belangrijk moment in de geschiedenis van moderne kunst. De Chinese kunstenaars kregen hoop. We probeerden de grenzen van de overheid op te zoeken.&#8217;<\/p>\n<p>Dat lukte. Op de eerste dag van de tentoonstelling vuurde kunstenaar Xiao Lu bij wijze van &#8216;performance art&#8217; twee kogels af op haar kunstwerk Dialoog, dat bestond uit twee telefooncellen. Nauwelijks zes uur na de opening van de expositie sloten de autoriteiten het museum weer. Pas vijf dagen later mochten de deuren weer open.<\/p>\n<p>Met &#8216;Geen U-bocht&#8217; zette de Chinese moderne kunst zich ook in het buitenland op de kaart. Time Magazine schreef een recensie, droogkomisch getiteld &#8216;Eieren, pistoolschoten en condooms&#8217;.<\/p>\n<p>Iedereen depressief<\/p>\n<p>Op een zonnige zaterdagmiddag is het druk in 798, het grootste en populairste kunstdistrict van China. In de loodsen van de voormalige munitiefabriek in Beijing huizen tientallen Chinese en internationale kunstgalerie\u00ebn, hippe koffiehuizen en een boekhandel. Bij de ingang van het terrein staan twee reusachtige vleeskleurige borsten. Bij nadere inspectie blijken ze vast te zitten aan een vrouwenbeeldje van nog geen tien centimeter hoog. Na klachten van bewoners van het aanpalende appartementencomplex zijn de tepels aan het oog onttrokken door middel van een enorme beha. Behalve vandaag. De beha ligt werkeloos in de struiken.<\/p>\n<p>&#8216;De wind heeft zijn werk gedaan,&#8217; constateert Sabine Wang droogjes als we langs het beeld lopen. De Duitse, die haar achternaam dankt aan haar Chinese vader, werkt al jaren in China als kunstconsulent en curator. Ze kent veel van de bekendste kunstenaars persoonlijk.<\/p>\n<p>Wang neemt me mee naar het AT-caf\u00e9, de oudste uitspanning op het terrein. Nadat ze een glas felgekleurd vruchtensap heeft besteld, steekt ze van wal. Ze vertelt hoe ze in 1989 als twee\u00ebntwintigjarige studente Chinese taal naar Beijing mocht in het kader van een uitwisselingsprogramma. Rechtstreekse vluchten bestonden nog niet. Via Oost-Berlijn en Moskou reisde ze met een klein vliegtuigje van de Oost-Duitse staatsmaatschappij Interflug naar Beijing.<\/p>\n<p>Als buitenlandse studente leerde ze al snel enkele Chinese kunstenaars kennen. &#8216;Die hadden nauwelijks gelegenheid om te exposeren,&#8217; herinnert ze zich. &#8216;Het Chinese vriendje van een van mijn medestudentes beschilderde T-shirts die hij verkocht om een beetje geld te verdienen. Dat vonden we allemaal prachtig.&#8217;<\/p>\n<p>Vanaf half april 1989 begonnen de studentenprotesten voor meer vrijheid en democratie op het Tiananmen-plein. Wang ging mee naar de demonstraties. Studenten van de twee kunstacademies in Beijing speelden een grote rol, onder meer door de bouw van de legendarische Godin van de Democratie, een tien meter hoog wit beeld van een vrouw die een brandende fakkel omhoog houdt. Op 3 juli, enkele uren voordat het leger met zwaar geschut zou ingrijpen, besloot Wang het plein te verlaten. &#8216;De sfeer werd agressief. Veel militairen en een hoop geschreeuw.&#8217; Later die dag werden de deuren van het verblijf van buitenlandse studenten afgesloten. &#8216;We konden er niet meer uit. We hebben op een balkon staan luisteren naar de geluiden van het plein. Iemand had een radio bij zich. Via The Voice of America konden we volgen wat er gebeurde. We hebben die hele nacht niet geslapen.&#8217;<\/p>\n<p>Net zoals het gros van de buitenlanders werd Wang een paar dagen later gerepatrieerd. In september 1989 kwam ze weer terug. &#8216;De sfeer was enorm veranderd. Iedereen was zo depressief. Alle openheid, hoop en idealen waren de grond in geslagen. En niemand wilde meer praten over wat er was gebeurd.&#8217;<\/p>\n<p>Cynisch realisme<\/p>\n<p>Precies dat is volgens de Groningse kunstverzamelaar Cees Hendrikse een kritiek moment geweest in de ontwikkeling van eigentijdse kunst in China. &#8216;De periode tot 1989 kan je beschouwen als inhaalslag ten opzichte van het Westen,&#8217; doceert hij. &#8216;Van helemaal niets was er in tien jaar tijd een culturele scene ontstaan, waarbij veel werd overgenomen uit het buitenland.&#8217;<\/p>\n<p>Pas na het bloedbad op het Tiananmen-plein sloegen de Chinese kunstenaars een eigen weg in. Ze trokken zich letterlijk terug uit de samenleving en stichtten kunstenclaves in dorpen buiten Beijing. In die periode ontstond de stroming die &#8216;cynisch realisme&#8217; of &#8216;politieke pop-art&#8217; wordt genoemd. Veel van de schilderijen die nu de show stelen op kunstveilingen, stammen uit die periode. &#8216;Kunstenaars voelden zich bedrogen, ze wilden niets meer met politiek te maken hebben,&#8217; zegt Hendrikse. &#8216;Dat zie je terug in hun werk.&#8217;<\/p>\n<p>Hoewel de Chinezen gebruik maakten van een &#8216;westerse&#8217; beeldtaal, zijn de onderwerpen in hun schilderijen uit die tijd overduidelijk Chinees. Op dat punt is de zure kritiek in elk geval onterecht.<\/p>\n<p>Gedurende de hele jaren negentig bleven Chinese schilders min of meer ondergronds werken. In het buitenland kregen ze erkenning via mensen als de Zwitserse oud-ambassadeur Uli Sigg, een van de grootste verzamelaars van eigentijdse Chinese kunst ter wereld. In China zelf was nauwelijks plek voor exposities. Kunstenaars moesten zich behelpen met &#8216;appartementskunst&#8217;, korte exposities in de priv\u00e9woningen van expats voor een klein publiek van insiders.<\/p>\n<p>Rond 2000 begon dat te veranderen. In 2001 huurden de eerste kunstenaars in Beijing werkruimte op het leegstaande fabrieksterrein 798. Later dat jaar opende de eerste buitenlandse galerie haar deuren op het terrein.<\/p>\n<p>Vanaf dat moment ging het snel. Tegelijk met het economische wonder van China ontdekten steeds meer verzamelaars Chinese kunst. Volgens de regels van het spel tussen vraag en aanbod begonnen de prijzen daarvan aan hun stormachtige opmars op de veilingen van Sotheby&#8217;s en Christie&#8217;s in New York, London, Hongkong en later ook Beijing. Hoe hoger de bedragen, des te meer buitenlandse verzamelaars een kijkje kwamen nemen, hoe verder de vraag steeg. Met als resultaat nieuwe records in de veilinghuizen.<\/p>\n<p>Iets met een panda<\/p>\n<p>In een voormalig landhuis aan de Weihei Straat in Shanghai houden enkele tientallen kunstenaars atelier. Er huist ook een galerie, die geleid wordt door Jeff Zhou. In zijn eenvoudige kantoor serveert hij oploskoffie en sigaretten. Zhou handelt al jaren in eigentijdse kunst. Tegen de muren van zijn werkkamer staan ingelijste prenten, klaar voor de tentoonstelling die hij volgende week opent.<\/p>\n<p>Naar aanleiding van het succes van de cynische Chinese pop-art, zijn veel kunstenaars aan het kopi\u00ebren geslagen, zegt hij. &#8216;Ze denken: zolang ik iets maak dat buitenlanders begrijpen, kan ik veel geld verdienen.&#8217; Zhou beschrijft het soort schilderijen dat hij bedoelt: &#8216;Iets met Voorzitter Mao, een panda of een Chinese prostituee. En liefst alledrie tegelijk.&#8217; Dat de jonge kunstenaars zelf de culturele revolutie of de opstand van 1989 niet bewust hebben meegemaakt, deert niet.<\/p>\n<p>Die schilderijen hebben op de lange termijn weinig waarde, zegt Zhou. &#8216;Zodra buitenlanders ontdekken dat China meer is dan dat, worden die schilderijen saai en irrelevant.&#8217; Zelf promoot hij liever kunstenaars die wat anders maken. Deze week opent hij een tentoonstelling van Chai Yi Ming, een kunstenaar die teruggrijpt op de Chinese kunsttraditie van v\u00f3\u00f3r de culturele revolutie. Hij maakt absurdistische inkttekeningen op rijstpapier middels een eeuwenoude Chinese techniek. Zhou: &#8216;Nu China zo snel verandert, zie je kunstenaars die op de een of andere manier naar hun wortels zoeken. Dat is veel interessanter dan alweer een grap uithalen met Mao.&#8217;<\/p>\n<p>De veelbelovende kunstenaars uit de jongste generatie laten zich in hun werk inspireren door een breed scala aan onderwerpen. In hun schilderijen, fotografie of videokunst is veel aandacht voor de huidige Chinese maatschappij, waarin internet, reclame en architectuur een belangrijke rol spelen. En natuurlijk de waanzinnig snelle ontwikkelingen die het land doormaakt. &#8216;Het gaat allemaal zo snel,&#8217; zegt fotograaf Maleonn bijvoorbeeld, &#8216;dat we gewichtloos worden in de tijd. Dat vind ik op dit moment veel interessanter dan politiek.&#8217;<\/p>\n<p>Wat het in China lastig maakt om het kaf van het koren te scheiden, is het ontbreken van een volwassen kunstkritiek. Recensenten zijn vaak goed bevriend met de artiesten over wie ze schrijven. Of erger nog: ze worden door hen betaald. Dat maakt het kopen van kunst een tamelijke riskante zaak voor speculanten. Maar die laten zich er niet door weerhouden.<\/p>\n<p>In zijn kantoor neemt Jeff Zhou een trek van zijn sigaret. &#8216;Het is net de aandelenmarkt,&#8217; zegt hij. &#8216;Ik wordt wel eens gebeld: &#8216;Jeff, heb je nog iets waarmee ik winst kan maken?&#8217; Dan zeg ik: &#8216;Ach man, koop gewoon iets wat je mooi vindt.&#8217;<\/p>\n<p>Kijken met de oren<\/p>\n<p>Naast de legendarische tulpengekte in het zeventiende eeuwse Holland, de internationale dotcom-hype van de jaren negentig en de luchtbel op de Amerikaanse huizenmarkt, lijkt er nu ook sprake te zijn van de Chinese &#8216;kunstbubble&#8217;. In het kort gezegd: de prijzen van zo&#8217;n beetje alle Chinese kunstenaars zijn z\u00f3 hoog gestegen, dat een fikse daling haast onvermijdelijk lijkt.<\/p>\n<p>Kunstverzamelaar Cees Hendrikse spreekt van het fenomeen &#8216;kijken met de oren&#8217;. Hij legt het uit: speculanten horen van de razendsnel stijgende prijzen en gokken erop dat zo&#8217;n beetje alle kunst uit China een paar keer in waarde over de kop zal gaan. &#8216;Daardoor leveren sommige werken die weinig voorstellen ook ineens belachelijk veel op. Meer dan op de lange termijn houdbaar is.&#8217;<\/p>\n<p>De beroemde Chinese kunstenaar Wenda Gu noemt de veilingbedragen &#8216;een grote illusie&#8217;, die hij als volgt verklaart: &#8216;China staat wereldwijd in de belangstelling vanwege de economische groei. Daardoor staan ook Chinese kunstenaars in de schijnwerpers. Zelf spelen ze maar een triviale rol. Cruciaal is de aandacht voor politiek, maatschappij en economie.&#8217; Wenda Gu noemt de prijzen nu &#8216;ongezond&#8217;. &#8216;Pas als de Chinese economische groei zich stabiliseert, zullen de veilingen objectieve waarden laten zien. Nu is veel het gevolg van speculatie.&#8217;<\/p>\n<p>&#8216;De waarde van uw beleggingen kan sterk fluctueren. In het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst,&#8217; luidt de bekende disclaimer. Precies dat geldt natuurlijk ook voor wie speculeert in kunst. Werken van schilders die nu meeliften op de Chinese hype, zullen over een paar jaar wellicht veel minder waard blijken te zijn.<\/p>\n<p>De grootste critici van kunst uit China hekelen ook de gewoonte van Chinese kunstenaars zichzelf eindeloos te herhalen. Zhang Xiaogang met zijn honderden soortgelijke familieportretten, Yue Minjun met de eeuwige lachende gezichten. Ook de prijzen voor die beroemde werken zouden als een zeepbel uiteen kunnen spatten, waarschuwen ze.<\/p>\n<p>Cees Hendrikse spreekt dat met kracht tegen. &#8216;De prijzen voor het werk van topkunstenaars zoals Yue Minjun, Zhang Xiaogang, Liu Xiandong of Feng Lijun hebben gewoon aansluiting gevonden bij de internationale top,&#8217; constateert hij.<\/p>\n<p>Kunstenaar Yue Minjun zelf verwacht ook niet dat de veilingopbrengsten van zijn werk snel zullen dalen. &#8216;De populariteit van mijn werk blijft stabiel. Ik run geen productiefabriek die ups en downs kent,&#8217; zegt hij kordaat.<\/p>\n<p>En laten we eerlijk zijn: Yue Minjuns eigen grijnzende gezicht is inmiddels tot icoon geworden, zoals de lijnen en vlakken van Mondriaan of de zeefdrukken van Andy Warhol. Hetzelfde geldt voor de familieportretten van Zhang Xiaogang, een kunstenaar die overigens kan teren op een veel breder scala aan stijlen en perioden dan alleen zijn portretten.<\/p>\n<p>Het lijkt zelfs niet onmogelijk dat het werk van de beroemdste Chinese kunstenaars n\u00f3g verder stijgt. Wie de internationale prijzen erbij pakt, ziet wel wat ruimte. De Britse kunstenaar Damien Hirst toucheerde onlangs maar liefst honderd miljoen dollar voor zijn werk For the Love of God, een menselijke schedel bedekt met platina en diamanten, door sommigen omschreven als &#8216;een heel dure discobal&#8217;.<\/p>\n<p>Ook voor de minder bekende kunstenaars zou de bubble kunnen meevallen. Reden: de vraag naar kunst uit China zal eerder toe- dan afnemen. Chinezen zelf kopen nu nog weinig kunst, maar dat verandert snel. De Chinese Cosmopolitan, een blad dat zijn bestaansrecht ontleent aan het duiden van de laatste trends, bracht in maart een omslagverhaal met de titel &#8216;Kunst heeft een prijs&#8217;, waarin gewone Chinezen uitlegden hoe hip het is je huis te decoreren met echte kunst. Slechts een fractie van de miljoenen Cosmo-lezers hoeft het advies te volgen, of de prijzen schieten weer omhoog.<\/p>\n<p>Voor de gewone kunstliefhebber heeft de prijzenhausse in China maar \u00e9\u00e9n groot nadeel: musea wereldwijd hebben nog maar mondjesmaat Chinese kunstwerken gekocht- de subtop is niet goed genoeg en de Chinese top is voor de meeste musea erg duur. Dat betekent dat veel werk van de beroemdste Chinese kunstenaars uit de jaren tachtig en negentig voorlopig in priv\u00e9collecties zit. En dat het afhankelijk is van de verzamelaar of het werk al dan niet voor het publiek te zien zal zijn.<\/p>\n<p>Toeristisch hoogtepunt<\/p>\n<p>Dat de populariteit van Chinese kunst tegenwoordig wordt uitgedrukt in dollars, leidt ook tot iets anders. De Chinese overheid, die kunstenaars uit eigen land jarenlang links liet liggen omdat ze &#8216;te lastig&#8217; waren, ziet plotseling potentie. Prompt hebben de autoriteiten het beleid omgegooid. Met een nieuwe &#8216;creatieve industrie&#8217;-politiek hopen ze op een forse uitbreiding van het aantal kunstenaars en creatievelingen.<\/p>\n<p>Zoals alles nemen ze ook dat voornemen voortvarend ter hand. In oktober vorig jaar opende in Shanghai een gloednieuw creative industry centre in het art-decopand &#8216;1933&#8217;, ooit het grootste runderslachthuis van Azi\u00eb. Het moest plaats gaan bieden aan allerlei creatieve bedrijfjes: kunstenaars, galerie\u00ebn, architectenbureaus, reclamebureaus en industrieel vormgevers. Op de eerste rij in de volle zaal zaten de vertegenwoordigers van de communistische partij uit verschillende stadsdistricten, zeven kalende heren op leeftijd. Na de openingsceremonie, waarin een grote rol was weggelegd voor tientallen mooie jonge Chinese vrouwen, klommen de partijbonzen het podium op voor een verrassing: ze onthulden zeven goudkleurige plakkaten die de komst aankondigden van even zoveel nieuwe creatieve centra in de stad.<\/p>\n<p>Ook in Beijing hebben de lokale autoriteiten hun mening bijgesteld. Dreigden ze tot vorig jaar nog met sluiting van het 798 Art District, nu roemen ze het als een van de belangrijkste toeristische trekpleisters van de stad. Op dit moment werken bouwvakkers aan de bestrating, riolering en elektriciteit om het gebied om te klussen tot een van de toeristische hoogtepunten tijdens de Olympische Spelen in augustus.<\/p>\n<p>&#8216;De overheid gedroeg zich eerst als vijand,&#8217; zegt Sabine Wang. &#8216;En nu ineens als beste vriend. Kunstenaars discussi\u00ebren veel over de vraag hoe ze daarmee om moeten gaan.&#8217; De eerste aanvaring met de nieuwe ambtelijke bestuurders van het 798-terrein heeft ertoe geleid dat de oorspronkelijke kunstenaars met hun jaarlijkse festival een ander heenkomen hebben gezocht.<\/p>\n<p>Dertig jaar na de kaalslag van de culturele revolutie begint in China zo eindelijk weer een volwassen culturele sector te ontstaan. Met een levendige undergroundscene naast de commerci\u00eble centra voor &#8216;creatieve industrie&#8217;, met beginnende Chinese galerietjes naast de grote internationale ketens, met hoge kunst naast lage kunst en met het echte werk naast fake.<\/p>\n<p>Yue Minjun<\/p>\n<p>Yue Minjun (1962) is wellicht de bekendste Chinese kunstenaar van dit moment. Hij schildert zijn eigen grijnzende gezicht telkens opnieuw op verschillende lichamen en in verschillende situaties. Is hij een cynisch realist, zoals kunstcritici hem omschrijven? &#8216;Ik zou het niet weten. Schilders beschrijven hun werk meestal niet. Het is zoals de relatie tussen een kip en een ei. Kippen leggen eieren en dat is het. Je vraagt een kip ook niet om haar eieren te omschrijven.&#8217; Op de vraag waarom Chinese kunst nu zo populair is, zegt hij: &#8216;Het is een modeverschijnsel, dat samenhangt met de economische ontwikkeling in China. Ik vind het lastig om in te schatten hoe lang het zal aanhouden. De populariteit van mijn werk blijft stabiel. Ik run geen productiefabriek die ups en downs kent.&#8217; Er zijn mensen die zijn werk kopi\u00ebren. &#8216;Zolang ze mijn naam niet gebruiken, vind ik het prima. Ook zij moeten geld verdienen.&#8217;<\/p>\n<p>Liu Xiaodong<\/p>\n<p>&#8216;Wereldrecord eenmaal, andermaal, verkocht,&#8217; kopte het Chinese staatspersbureau Xinhua in november 2006 naar aanleiding van de veiling van Liu Xiaodongs schilderij De nieuwe Drie Kloven verhuizers, dat maar liefst 2,7 miljoen dollar opbracht. Liu Xiaodong (1963) maakte een serie van vijf enorme doeken over de rivier de Yangtze in de provincie Hubei, waar China sinds 1994 bouwt aan de grootste waterkrachtcentrale ter wereld. De Drie Kloven Dam heeft in China en ook daarbuiten geleid tot veel debat, omdat het stuwmeer dat ontstaat een gebied onder water zal zetten waar bijna twee miljoen mensen wonen. Die moeten allemaal gedwongen verhuizen naar elders. In de schilderijen van Liu Xiaodong dient de dam als voorbeeld voor de gevolgen van materi\u00eble vooruitgang. Hij noemt het een &#8216;typisch grootschalig Chinees project zonder menselijk gevoel&#8217;.<\/p>\n<p>Li Songsong<\/p>\n<p>Li Songsong (1973) maakt grote olieverfschilderijen op basis van foto&#8217;s uit magazines en kranten van plaatsen en gebeurtenissen uit de recente Chinese geschiedenis. &#8216;Chinese kunst verandert constant, maar ik weet niet of het verbetert. Ik kan moeilijk aangeven in welke richting de kunst zich beweegt. Net zoals ik niet met zekerheid kan zeggen hoe een plant precies zal groeien. Zoiets hangt af van de regen, het klimaat, de bodem. Kunst is nauw verbonden met de maatschappij waarin ze gemaakt wordt. Als je de toekomst van de Chinese kunst wilt voorspellen, moet je kijken naar de ontwikkeling van de hele Chinese maatschappij, naar de politiek, de economie, de sociale omstandigheden. Helaas moet je dan ook constateren dat Chinese moderne kunst te weinig binding heeft met China&#8217;s huidige maatschappij. Dat moeten we verbeteren.&#8217;<\/p>\n<p>Wenda Gu<\/p>\n<p>De bekende Shanghainese kunstenaar Wenda Gu (1955) woont al twintig jaar in New York. Hij heeft het plan om de Groningse Martinitoren deze zomer te behangen met een soort &#8216;jurk&#8217;, bestaande uit honderden rode Chinese lampionnen. Dat kunstwerk is onderdeel van zijn wereldwijde Hemelse Rode Lantaarn-project. &#8216;Dit wordt het eerste gebouw in de serie,&#8217; zegt hij. &#8216;De lantaarn is een typisch Chinese mascotte die voor elk festival gebruikt wordt. Als je lantaarns over een christelijke kerktoren hangt, ontstaat een cultureel conflict. Een vredig conflict, dat wel. Mijn kunst houdt zich bezig met culturele tegenstellingen en menselijke identiteit. Dat intrigeert me. Een van de projecten waaraan ik al dertien jaar werk is het verzamelen van het haar van mensen over de hele wereld. Inmiddels hebben al vier miljoen mensen haar gedoneerd. Mijn doel is om daarmee een soort kosmopolitisme, een soort eenheid tussen mensen te cre\u00ebren. In het echt kan zoiets niet, maar in de wereld van de kunst wel.&#8217;<\/p>\n<p>De fotostudio van Peng Liu<\/p>\n<p>Geheel volgens het nieuwe beleid willen de autoriteiten in Shanghai het kunstenaarscomplex op Weihai Lu 696 omvormen tot &#8216;centrum voor creatieve industrie&#8217;. Daarbij horen naast kunstenaars ook commerci\u00eble bureaus, zoals dat van fotograaf Peng Liu en zijn collega&#8217;s. Hun studio bevindt zich achter een enorme hal vol graffiti. Ze maken foto&#8217;s in opdracht. Hun voornaamste klanten zijn bruidsparen die zich in alle mogelijke jurken en pakken laten fotograferen. Een andere groep klanten zijn jongeren. Volgens de laatste trend laten die zich eerst opmaken door een professionele visagist voordat Peng Liu ze op de foto zet in de meest idiote situaties. De fotograaf laat de foto&#8217;s zien die hij afgelopen week heeft gemaakt: stelletjes die zich hebben laten vereeuwigen in Amerikaans legeruniform compleet met mitrailleur, een vrouw die in een badkuip ligt als zojuist vermoord lichaam uit een thriller en een stelletje dat Adam en Eva moet voorstellen.<\/p>\n<p>Chai Yi Ming<\/p>\n<p>De studio van kunstenaar Chai Yi Ming bevindt zich op het voormalige fabrieksterrein M50, oftewel Moganshan Lu 50 in Shanghai. Als toeristentrekpleister is het gebied veel minder ontwikkeld dan de grote tegenhanger in Beijing, waar het 798 Kunstdistrict al is doorgestoten naar plek acht in de toptien van &#8216;musts&#8217; volgens de populaire Eyewitness Travel Guides. Op de bovenste etages van de panden op M50 wappert de was, teken dat kunstenaars hier nog altijd zelf wonen en werken. Het terrein is bereikbaar via een weg over een industrieterrein met enorme loodsen, waar alleen de graffiti een aanwijzing is voor de aanwezigheid van eigentijdse kunstenaars. In de weekends worden de nieuwe exposities geopend. Hier geen gelikte presentaties en champagne, maar een keukentafel met plastic bekertjes wijn en een paar zakken chips. M50 voelt nog altijd als een echte culturele broedplaats.<\/p>\n<p>Zhang Xiaogang<\/p>\n<p>Zhang Xiaogang (1963) is inmiddels wereldberoemd met zijn honderden portretten die gebaseerd zijn op familiesfoto&#8217;s uit de tijd van de Culturele Revolutie. De portretten zijn vaak monochroom en beelden personen af die kalm en uitdrukkingsloos in de lens staren. Hun ogen verraden, in zijn woorden, &#8216;een geweldige emotionele turbulentie&#8217;. &#8216;In 1989 eindigt het tijdperk dat Chinese kunstenaars de westerse moderne kunst imiteerden. Het is een mijlpaal. Chinese kunst begon een conversatie met de internationale trend. Het ging zichzelf positioneren. Na 1989 is de Chinese kunst volwassen geworden. Pas in de jaren negentig begon de wereld oog te krijgen voor Chinese kunst. Ook mijn werk is in die tijd veranderd. Al veranderde mijn stijl pas daadwerkelijk toen ik in 1993 mijn Grote Familie-serie begon.&#8217;<\/p>\n<p>MALEONN<\/p>\n<p>De Shanghainese fotograaf Maleonn (1972) maakt gestileerde foto&#8217;s van absurdistisch ogende taferelen. Hij exposeert wereldwijd.<\/p>\n<p>&#8216;Ik werkte als regisseur van reclamefilmpjes. Maar toen ik de leeftijd van dertig naderde, ging ik me afvragen of ik daar wel gelukkig van zou worden. Ik heb mijn baan opgezegd en ben gaan fotograferen. Eerlijk gezegd had ik niet gedacht daarvan ooit te kunnen leven.<\/p>\n<p>Mijn werk heeft weinig met politiek te maken, dat laat ik aan anderen over. Ik ben meer bezig met de razendsnelle veranderingen in China. Het is alsof we onze ankers verliezen. We worden gewichtloos in tijd. Ik werk aan een serie portretten van een Chinese postbode op een fiets die een brief wil bezorgen, maar het adres nooit kan vinden. Hij is verloren in de moderne tijd van mobiele telefonie en e-mail. Mijn kunst is Chinees, maar de onderwerpen zijn universeel. Iedereen heeft herinneringen aan dingen uit zijn jeugd die zijn verdwenen.&#8217;<\/p>\n<p>Zhang Dali<\/p>\n<p>Zhang Dali (1963) werd bekend als graffitikunstenaar AK-47 in Beijing. Onder zijn veelzijdige werk bevindt zich een serie levensgrote afgietsels van Chinese bouwvakkers. &#8216;Het is waanzinnig wat sommige mensen betalen voor Chinese kunst. Ze zijn rijk, geld betekent niets voor ze, misschien zoeken ze naar een soort emotie. En dan heb je nog de investeerders, die verwachten dat een kunstwerk tien keer zoveel waard gaat worden. Voor mij betekent het dat mijn leven een stuk gemakkelijker is geworden. Ik kan nu geld investeren in grotere projecten. Momenteel werk ik aan mijn fotoserie Een tweede geschiedenis. Ik verzamel al jaren historische foto&#8217;s waaraan iets is veranderd. Mensen zijn weggehaald of andere dingen zijn juist toegevoegd. Het betreft meestal bekende gebeurtenissen, zoals Mao die aan het werk is bij de keizerlijke grafkelders. Ik toon de gepubliceerde foto naast het origineel.&#8217;<\/p>\n<p>Fotografie met dank aan: Dai Weiping, Shanghai Duolun Museum of Modern Art \/ www.duolunart.com en Florence Zhou<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>De prijzen van moderne Chinese kunst schieten omhoog, en de Chinese overheid heeft de kunstdistricten ontdekt als toeristische trekpleister. Beleeft China een nieuwe culturele revolutie?<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[27],"tags":[],"acf":[],"author_name":"Michiel Hulshof","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/107973"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=107973"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/107973\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Michiel Hulshof","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=107973"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=107973"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=107973"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}