
 {"id":107703,"date":"2008-04-26T00:00:00","date_gmt":"2008-04-25T22:00:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/het-profijt-van-de-armoedestrijd-special-banken\/"},"modified":"2008-04-26T00:00:00","modified_gmt":"2008-04-25T22:00:00","slug":"het-profijt-van-de-armoedestrijd-special-banken","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/het-profijt-van-de-armoedestrijd-special-banken\/","title":{"rendered":"Het profijt van de armoedestrijd; SPECIAL BANKEN"},"content":{"rendered":"<p>Lenen aan China \/ China en de wereldbank<\/p>\n<p>De nieuwe chief economist van de Wereldbank heeft een interessant curriculum. Als 27-jarige deserteerde hij uit het Taiwanese leger. Op 17 mei 1979 zwom hij, voor de kust van China, van het ene eilandje naar het andere: van de republiek China naar de Volksrepubliek China. Omdat Yifu Lin als hooggekwalificeerde econoom een modelofficier was in het Taiwanese leger, heeft de regering op het eiland Formosa lang gezwegen over de waarheid. Pas in 2000, toen hij inmiddels een bekende Chinees was in Peking, heeft Taiwan zijn status als &#8216;vermist&#8217; laten omzetten in een aanklacht wegens desertie.<\/p>\n<p>Direct na aankomst in de Volksrepubliek ging de jonge econoom marxistische politieke economie studeren aan de universiteit van Peking. Daarna promoveerde hij als eerste &#8216;communistische&#8217; Chinees aan de Universiteit van Chicago in Amerika. Dat was opnieuw een opvallende overstap, omdat de universiteit van Chicago destijds de thuishaven was van Milton Friedman (1912-2006), de radicale voorvechter van de vrije markt. Hij had van de economiefaculteit een bolwerk gemaakt van de toonaangevendste neoliberale economen in de westerse wereld.<\/p>\n<p>In Yifu Lins Chicago-tijd hoorde zijn achtergelaten vrouw voor het eerst dat haar man nog leefde. Ze voegde zich bij hem, haalde in Chicago ook haar doctorstitel en vergezelde haar hervonden man terug naar Peking, waar beiden uitgroeiden tot gezaghebbende publieke intellectuelen. Yifu Lin, die zich sinds zijn verblijf in Amerika &#8216;Justin&#8217; laat noemen, publiceerde als hoogleraar economie aan universiteit van Peking als een van de weinige Chinezen uit de Volksrepubliek in internationaal in aanzien staande economische vakbladen. Als oprichter van het Centrum voor Economisch Onderzoek en adviseur van de communistische regering, had hij een belangrijke hand in het vooralsnog opvallende economische succes van het autoritair geleide staatskapitalisme. Hij schreef daarover in The China Miracle; Development Strategy and Economic Reform, een van de zestien boeken van zijn hand.<\/p>\n<p>Op 31 mei aanstaande begint Yifu Lin zijn werk als hoogste econoom van de Wereldbank. Die dag markeert een belangrijke verandering in de status van China binnen de Wereldbank en, opmerkelijker, in de mondiale economische verhoudingen. Enkele maanden geleden werden die nieuwe verhoudingen al onderstreept door de eerste Chinese donatie aan IDA, de International Development Association. Dat is de tak van de Wereldbank die giften en zachte leningen verstrekt aan de allerarmste landen, een groep waartoe China tot 1999 zelf nog behoorde. De tijden zijn veranderd. De directeur van de Wereldbank, de Amerikaan Robert Zoellick, pleit tegenwoordig openlijk voor een uitbreiding van de G8 tot een G10, met China en India erbij. Beide landen hebben inmiddels inderdaad een aanzienlijk grotere economie dan G8-leden als Itali\u00eb en Canada.<\/p>\n<p>De Wereldbank bracht de eerste Chinese donatie aan IDA als groot nieuws. De internationale persbureaus namen die jubelberichten braaf over, maar verzwegen dat China tegelijkertijd nog altijd een van de allergrootste ontvangers is van Wereldbankgeld. Al is het land al enkele jaren de grootste motor van de wereldwijde economische groei, afgelopen jaar kreeg het toch nog 1,6 miljard euro van de Wereldbank, ter stimulering van de groei. Sterker, in 2007 ging er alleen meer Wereldbankgeld naar Argentini\u00eb en India, ook niet de allerarmste landen.<\/p>\n<p>Wel aflossen<\/p>\n<p>Om te begrijpen hoe China zowel donateur als ontvanger van Wereldbankgelden kan zijn, is het goed te kijken naar het spel dat de Wereldbank speelt. De organisatie bestaat uit vijf financi\u00eble instellingen, waarvan de IBRD en de IDA de belangrijkste zijn. De eerste, de International Bank for Reconstruction and Development, leent haar geld voordelig op de internationale kapitaalmarkt. Voordelig, omdat landen als Amerika, Engeland, Frankrijk en Nederland garant staan, waardoor de Wereldbank beschikt over een &#8216;triple A-rating&#8217;. Geld verstrekken aan de instelling is even risicoloos als het kopen van Nederlandse of Duitse staatsobligaties.<\/p>\n<p>Het opgehaalde geld zet de IBRD vervolgens uit in landen waar het inkomen per hoofd van de bevolking hoger is dan 1065 dollar per jaar (in 2007), maar lager dan 5185 per jaar. In landen als China dus, en Mexico en Argentini\u00eb. Kortom, in de Tweede Wereld. Middle Income Countries, zoals de Wereldbank ze noemt. Deze landen, vaak met hoge groeicijfers en een groot potentieel, kunnen ook terecht bij commerci\u00eble banken, maar de Wereldbank biedt lagere rentes en langere looptijden dan ING, Citibank of Merrill Lynch. Ook de Wereldbank is blij met zoveel mogelijk leningen in deze landen, want die leveren geld op, ook na aftrek van salarissen, beheer van buitenlandse vestigingen en kosten voor externe rapportages. Want het is wel de bedoeling dat er wordt afgelost en rente betaald, al zijn de looptijden lang en de rentes laag.<\/p>\n<p>Omdat de Wereldbank een non-profit ontwikkelingsorganisatie is, met armoedebestrijding als centrale opdracht, gaan de vruchten van de rendabele IBRD-activiteiten naar de IDA-landen. Met andere woorden: de Wereldbank sluist geld uit de Tweede naar de Derde Wereld. Daarnaast geeft de Eerste Wereld direct aan de allerarmste landen, via donaties aan de IDA-kas. De laatste jaren zijn die donaties enorm gestegen. Bij de meest recente ronde, afgesloten aan het einde van het afgelopen jaar in Berlijn, haalde de bank een recordbedrag op. Engeland passeerde voor het eerst de VS als grootste donor, met 4,2 miljard voor de komende drie jaar. De VS zegden 3,7 miljard toe, wat ook voor hen een stijging van dertig procent betekende &#8211; de hoogste stijging sinds de ambtsperiode van Jimmy Carter.<\/p>\n<p>Maar ondanks deze recordbedragen komt de helft van het IDA-budget nog altijd uit het rendement van de leningen aan de Tweede Wereld. Het rendement uit de IBRD-leningen vormt het levenssap van de instelling. En opvallender: dat sap wordt doorgaans slechts uit een paar landen geperst. Neem 2003. Toen ging de helft van de leningen naar Brazili\u00eb en Turkije, landen met enorme groeipercentages, zeker in dat jaar. Eerder gold hetzelfde voor Mexico, een land dat sinds 1990 zo&#8217;n achtendertig miljard dollar aan Wereldbankgelden ontving. Voor India is dat vijfendertig miljard dollar. Argentini\u00eb: vierentwintig miljard. En Zuid-Korea komt op de eerste plaats als gekeken wordt naar de hoeveelheid Wereldbankdollars per hoofd van de bevolking. Op de wereldkaart op de vorige twee pagina&#8217;s is te zien waar de leningen de laatste drie jaren naartoe gingen.<\/p>\n<p>Kortom: de Wereldbank, opgericht als ontwikkelingsorganisatie, gedraagt zich als een heuse bank. De organisatie zoekt de plaatsen waar het meeste rendement valt te halen. Tel je de IDA- en IBRD-uitgaven bij elkaar op, dan blijkt niet voor niets dat sinds 1990 maar liefst twee\u00ebnzestig miljard dollar naar Europa en Centraal Azi\u00eb ging, twee\u00ebnnegentig miljard naar Zuid- en Midden-Amerika en slechts 3,1 miljard dollar naar Afrika. Toegegeven, in 2007 ging er relatief veel geld naar Afrika, vierentwintig procent van het te besteden budget, een record voor de Wereldbank. De instelling meldde het trots in talloze perscommuniqu\u00e9s. Toch ging ook afgelopen jaar opnieuw meer dan de helft van het te besteden geld naar Europa en Azi\u00eb. Daar gaf de bank aanzienlijk minder ruchtbaarheid aan.<\/p>\n<p>Spoorlijnen en welvaart<\/p>\n<p>Dan China. Al is de gemiddelde inwoner nog niet rijk, de Chinese overheid is dat wel. Het land heeft geen staatsschuld, maar beschikt over het grootste staatsoverschot ter wereld. Kortom, de overheidsbankrekening is zo groot dat China het liever niet direct in de eigen economie stopt, uit angst dat oververhitting en dus inflatie het gevolg zal zijn. (Zie het artikel &#8216;Great Wall St.&#8217; op pagina 92-93.) Toch vond de Wereldbank het nodig om vanaf 1990 meer dan veertig miljard dollar te spenderen aan 284 Chinese ontwikkelingsprojecten. Daarbij gaat het vooral om treinverbindingen, snelwegen en watervoorzieningprojecten. Een aanzienlijk bedrag ging zelfs naar de Chinese financi\u00eble sector, terwijl Chinese staatsfondsen overal ter wereld bedrijven kopen of erin participeren &#8211; zelfs op Wall Street. Zo stak het Chinese staatsfonds CIC begin dit jaar vijf miljard in de gerenommeerde Amerikaanse zakenbank Morgan Stanley. China bezit, kortom, onderdelen van westerse financi\u00eble instellingen, maar krijgt tegelijkertijd zachte leningen van de wereldgemeenschap, om de bancaire sector te steunen.<\/p>\n<p>De &#8216;China-desk&#8217; van de Wereldbank verantwoordt deze leningen door te wijzen op de nog altijd heersende armoede in grote delen van China. Woordvoerder Elisabeth Mealey: &#8216;Miljoenen Chinezen moeten nog altijd zien rond te komen van minder dan twee dollar per dag, een wereldwijd gehanteerde definitie van armoede.&#8217; En daarom, zei Wereldbank-president Zoellick na zijn bezoek aan China enkele maanden geleden, &#8216;willen we de samenwerking met China niet verminderen, maar juist intensiveren, zowel binnen China als samen met China in andere landen.&#8217;<\/p>\n<p>Op de vraag hoe de door de Wereldbank gefinancierde nieuwe spoorlijnen en snelwegen de armoede bestrijden, verwijst het China-kantoor naar ettelijke rapporten van de onderzoeksafdeling van de bank over de relatie tussen infrastructuurverbetering en economische groei. Die relatie is er, maar ook de meest vermaarde economen vragen zich af hoe het zit met de causaliteit: brengt de welvaartsgroei de spoorlijnen of brengen de spoorlijnen de welvaart? En wat in het ene land wel werkt, werkt niet in het andere. Bovendien willen ook commerci\u00eble banken geld steken in Chinese spoorwegen en snelwegen; de economische groei in China hoeft immers niet meer te worden aangewakkerd, maar bestaat allang. Om daar een graantje van mee te pikken is verleidelijk, geen offer. Het is de vraag of de Wereldbank niet vooral uit eigen belang in China opereert.<\/p>\n<p>Niemand klaagt<\/p>\n<p>Oud-minister en econoom Jo Ritzen, auteur van het boek A Chance for The World Bank (2005), legt uit dat ook binnen de organisatie deze oneerlijke concurrentie met commerci\u00eble banken ter discussie staat. De Independent Evaluation Group, een interne evaluatiegroep, wijdde in de afgelopen zes jaar niet minder dan drie strategy papers aan deze problematiek. Die bevestigen dat de kosten die de Wereldbank berekent over de leningen aan Chinese projecten nog altijd lager liggen dan de marktwaarde; de rente die commerci\u00eble banken hanteren.<\/p>\n<p>Het rapport dat daar het strengst over oordeelde, was opgesteld door een commissie onder leiding van de Amerikaanse econoom Allan Meltzer. Een citaat daaruit: &#8216;Voor hun missie van armoedebestrijding in ontwikkelingslanden beweert de Bank het vizier voornamelijk te richten op de meest behoeftige landen, die geen toegang hebben tot financieringsbronnen in de private sector. Maar dat doet ze niet; zeventig procent van de Wereldbankgelden stroomt naar elf landen die juist wel toegang hebben tot private resource flows.&#8217; En: &#8216;In de retoriek van de organisatie krijgt de private sector ervan langs, omdat tachtig procent van hun leningen naar een handjevol economie\u00ebn gaat. Tegelijk beweert de bank dat de eigen leningen naar de gehele ontwikkelingswereld gaan. In werkelijkheid zit er nauwelijks verschil tussen het uitleengedrag van de bank en dat van private partijen.&#8217; Vooral in de jaren negentig ging het mis. &#8216;Het percentage landen dat geen adequate toegang heeft tot de gewone kredietmarkt en goedkope leningen krijgt van de Wereldbank, is gedaald van veertig procent in 1993 tot minder dan \u00e9\u00e9n procent in 1999.&#8217;<\/p>\n<p>&#8216;Maar,&#8217; zo verdedigt Jo Ritzen de organisatie waar hij zelf lange tijd als econoom werkte, &#8216;uit de rapporten na dat van Meltzer bleek dat de aanwezigheid van de Wereldbank in snelgroeiende midden-inkomenslanden de kwaliteit van het bancaire systeem bevordert, en daar profiteren ook commerci\u00eble banken van.&#8217; Dat kan de reden zijn dat banken niet openlijk klagen over de valse concurrentie van de Wereldbank. De offici\u00eble woordvoerder van ING, Raymond Vermeulen, zocht enkele dagen binnen de bank naar een kenner die hier commentaar op kan leveren, maar hij verklaarde uiteindelijk dat de bank-verzekeraar geen offici\u00eble mening heeft over de praktijk. Ook de gangbare critici van de Wereldbank, de anders- of antiglobalisten, klagen niet, want door de lucratieve leningen in de Tweede Wereld kan de Wereldbank meer geld besteden aan de Derde Wereld. Als niemand klaagt, haalt een fenomeen zelden de media.<\/p>\n<p>Bono heeft het makkelijk<\/p>\n<p>Dat commerci\u00eble banken niet openlijk kritiek leveren op het gesubsidieerd bankje spelen van de Wereldbank, verbaast ook een Britse econoom niet die sinds een paar jaar op het hoofdkantoor van de organisatie in Washington werkt. De bedrijfspolitiek van de Wereldbank gebiedt hem journalisten door te verwijzen naar de afdeling voorlichting, maar juist zijn mening is interessant omdat hij voor zijn komst naar Washington bij een commerci\u00eble bank in de Londense city werkte. Hij zegt, anoniem: &#8216;Hardop klagen over een ontwikkelingsinstelling doet de pr nooit goed, of je nu gelijk hebt of niet.&#8217; Bovendien, legt hij uit, zouden commerci\u00eble banken de leningen van de Wereldbank aan China inderdaad wel zelf willen verstrekken, maar niet met dezelfde aandacht voor het milieu, voor arbeidsvoorwaarden of anti-corruptiebepalingen als de organisatie in Washington. &#8216;Want dat moet je de Wereldbank toch nageven,&#8217; zegt hij, &#8216;met al die ngo&#8217;s op de nek toont de bank een maatschappelijke verantwoordelijkheid die private partijen zich niet kunnen, of willen, permitteren.&#8217;<\/p>\n<p>Tegelijk is het juist die maatschappelijke verantwoordelijkheid waarmee de bank zich de laatste jaren uit de markt prijst. Ook in de Tweede Wereld. De Chinese overheid heeft zoveel geld in de la, dat het land bereid is leningen te verstrekken voor even lage rente en even lange looptijden als de Wereldbank, maar dan zonder eisen te stellen aan de ontvangers van de leningen. Anders gezegd: binnen China profiteert de Wereldbank van enorme groeicijfers, terwijl de multilaterale organisatie in andere delen van de wereld als kredietverstrekker met China concurreert. In Afrika spendeert China miljarden. Overal op het continent kom je havens tegen, sportstadions, wegen en huizencomplexen tegen die Chinezen daar hebben gebouwd. Dat deden ze in ruil voor grondstofwinningsconcessies en handelsovereenkomsten.<\/p>\n<p>China koopt politieke invloed. En niet alleen in Afrika. Onlangs klaagde de chef van het Wereldbankkantoor in Kazachstan, Kurt Bayer, dat hij zijn Wereldbankleningen aan de straatstenen niet kwijt kan zolang China met de buidel blijft rinkelen en de belofte doet een oogje toe te knijpen als de opbrengsten van de gesubsidieerde projecten naar het buitenland worden gesluisd, een praktijk die de Wereldbank in toenemende mate probeert tegen te gaan. En China heeft het makkelijker dan de Wereldbank: het is ongevoeliger voor ngo&#8217;s en andere kritische zielen dan de Wereldbank. Het is voor popzanger Bono aanzienlijk eenvoudiger om de directeur van de Wereldbank aan te spreken op de armoedebestrijding in Afrika, dan voor filmster Richard Gere om met Chinese regeringsfunctionarissen over Tibet te praten.<\/p>\n<p>Basketballen<\/p>\n<p>Justin Yifu Lin zal geen bezwaar aanvoeren tegen de geldstromen die zijn organisatie nog altijd naar China stuurt. Tegelijkertijd staat de hoogste econoom van de bank niet ver van zijn westerse collega&#8217;s als het om de rol van de overheid in de economie gaat. Letterlijk heeft hij geschreven: &#8216;De eerste taak van de overheid is om alle mogelijke obstakels te verwijderen die vrije, open markten in de weg staan.&#8217; Maar het is onduidelijk hoe Yifu Lin denkt over een onafhankelijke rechterlijke macht, over democratie en mensenrechten; onderwerpen waar de Wereldbank zich juist in toenemende mate mee bezighoudt.<\/p>\n<p>In speeches zal deze voormalige adviseur van de Chinese partijbonzen zeker maatschappelijk verantwoorde ontwikkeling prijzen, in lijn met zijn organisatie. Maar iedereen bij de Wereldbank weet ook dat China de spectaculaire welvaartsgroei in het afgelopen decennium heeft gerealiseerd zonder zich iets aan te trekken van maatschappelijke tegengeluiden, milieuschade of de rechten van de eigen burgers. Nu wil de wereldgemeenschap dat deze tot het staatskapitalisme bekeerde ex-Taiwanees uit een ander vaatje tapt. Maar waarom zou Justin Yifu Lin een winnende strategie verlaten? E\u00e9n troost: de wandelende contradictie Justin Yifu Lin heeft vaker zijn koers verlegd. En misschien lukt het hem ook dit keer een wereld van verschil zwemmend te overbruggen. De vorige keer schijnt hij zichzelf drijvend &#8211; en levend &#8211; te hebben gehouden met een paar basketballen. Dit keer helpen de miljarden van China hem wellicht een handje.<\/p>\n<p>Het wereldwijde imago van de Wereldbank<\/p>\n<p>Kritiek op de Wereldbank richt zich zelden op de concurrentievervalsende werking van goedkope leningen aan snelgroeiende, middelgrote economie\u00ebn. Doorgaans gaat het om de effectiviteit, milieueffecten of andere perverse neveneffecten van door de Wereldbank gesponsorde projecten. Het middel zou erger zijn dan de kwaal. Uit een recente peiling blijkt dat deze kritiek vooral leeft in de eerste wereld, niet in de derde wereld waar de mensen leven wier lot de critici beklagen. Neem Engeland. Daar zegt maar liefst 37 procent van de ondervraagden de multilaterale financi\u00eble instelling &#8216;een kwalijke organisatie&#8217; te vinden. In Nigeria, Congo en Ghana is dat maar zes procent. Sterker, 82 procent van de Kenianen denkt &#8216;voornamelijk positief&#8217; over de Wereldbank. In Indonesi\u00eb en Tanzania is dat 81 procent. Over de hele linie genomen, is het inkomen per hoofd van de bevolking een goede indicator voor de populariteit van de Wereldbank. Hoe lager het inkomen, hoe beter het imago van de instelling. En andersom.<\/p>\n<p>Als auteurs als de &#8216;andersglobalisten&#8217; Naomi Klein, John Perkins en Noreena Hertz ook in de Derde Wereld succes willen hebben met hun kritiek op een instelling als de Wereldbank, moeten ze misschien wachten, ironisch genoeg, op meer succes van die instelling. Want alleen als de bevolking verder alfabetiseert &#8211; een van de doelstellingen van de Wereldbank &#8211; kunnen anti- of andersglobalisten diep in het regenwoud van Congo de bevolking overtuigen van de slechtheid en valse motieven van de grootste ontwikkelingsorganisatie ter wereld.<\/p>\n<p>Ontwikkelingshulp aan China<\/p>\n<p>Ontwikkelingseconoom Paul Hoebink ziet de goedkope leningen die de Wereldbank nog jaarlijks uitzet in China niet als een groot probleem. &#8216;Problematischer vind ik dat ook individuele staten nog altijd veel geld geven aan China,&#8217; zegt hij. &#8216;Voor menig land is China zelfs de grootste ontvanger van hulp.&#8217;<\/p>\n<p>Japan geeft inderdaad een tiende van de eigen ontwikkelingshulp aan China. Duitsland bijna vijf procent.<\/p>\n<p>Hoebink: &#8216;Ze noemen dat ontwikkelingshulp, maar het zijn verkapte exportsubsidies. Om oneerlijke concurrentie tegen te gaan, proberen de rijke landen via de OESO elkaar te verbieden exportsubsidies te verlenen aan de eigen industrie. Maar om de OESO-regelingen daarna alsnog te omzeilen, bevorderen landen de eigen &#8220;gebonden hulp&#8221;, uit naam van armoedebestrijding.&#8217;<\/p>\n<p>Ook Nederland geeft ontwikkelingshulp aan China, terwijl China al in 2006 tijdens een bijeenkomst van het volkscongres besloot de eigen groei af te gaan remmen om oververhitting te voorkomen. De Nederlandse ontwikkelingshulp aan China loopt via het zogenaamde ORET-programma van het ministerie van Buitenlandse Zaken. ORET ondersteunt investeringen van Nederlandse bedrijven die wegen, bruggen en dijken bouwen. Momenteel zijn er dertig door ORET gesteunde projecten in China in uitvoering, waaraan ontwikkelingssamenwerking 81 miljoen euro heeft bijgedragen. Die hulp aan China is opvallend nu de geluiden over een mogelijke boycot van de spelen steeds luider klinken. Daarnaast heeft een onderzoek in 2006 uitgewezen dat de hulp naar China tussen 1991 en 2003 weliswaar een nuttige bijdrage heeft geleverd aan de kansen voor het Nederlandse bedrijfsleven in China, maar niet aan armoedebestrijding. Voornaamste oorzaak is dat de projecten voornamelijk plaatsvonden in de meest ontwikkelde gebieden van China.<\/p>\n<p>In het verleden heeft vooral de VVD deze hulp in het kader van ORET gesteund, de vrijemarktretoriek van deze partij ten spijt. Gevraagd om een reactie zegt VVD-kamerlid Arend-Jan Boekesteijn: &#8216;Als we alleen maar handel drijven met goedbestuurde landen, verarmen we zelf binnen de kortste keren.&#8217;<\/p>\n<p>Maar moet de Nederlandse belastingbetaler bedrijven helpen om handel te drijven in China? Boekesteijn: &#8216;Laten we niet roomser zijn dan de paus. Alle andere landen doen het ook. Dan moeten wij niet achterblijven.&#8217;<\/p>\n<p>In de mede door Vrij Nederland georganiseerde debatserie \u2018De geglobaliseerde glazen bol\u2019 staat op 6 mei de Wereldbank terecht voor een speciaal daartoe in het leven geroepen rechtbank. De aanklager beweert dat de door de Wereldbank voorgeschreven recepten de kwaal al te vaak verergerden. Aan de advocaten de taak het tegendeel te bewijzen. Getuigendeskundigen staan de rechter bij. Het publiek fungeert als jury. Voor meer informatie: zie www.balie.nl<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Ook vorig jaar zette de Wereldbank tegen een zacht prijsje meer dan een miljard dollar uit aan leningen in China. Want ook de Wereldbank profiteert graag van de dubbele groeicijfers van deze economische reus. Uit naam van de armoedebestrijding.<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[27],"tags":[],"acf":[],"author_name":"Pieter van Os","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/107703"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=107703"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/107703\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Pieter van Os","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=107703"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=107703"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=107703"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}