
 {"id":106873,"date":"2008-05-24T00:00:00","date_gmt":"2008-05-23T22:00:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/net-of-die-kaping-niet-van-mij-was\/"},"modified":"2008-05-24T00:00:00","modified_gmt":"2008-05-23T22:00:00","slug":"net-of-die-kaping-niet-van-mij-was","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/net-of-die-kaping-niet-van-mij-was\/","title":{"rendered":"\u2018Net of die kaping niet van mij was\u2019"},"content":{"rendered":"<p>Interview \/ De scenarioschrijfster<\/p>\n<p>Acteur Jaap Spijkers draagt een bruingrijs pak met ruitmotief en lichtbruin overhemd. Zijn gezicht is grauw van kou en uitputting. Hij staat nu bijna bij de treindeur. Om hem heen Molukse jongens, hun geweren in de hand. De executie lijkt onafwendbaar. Het zweet parelt op zijn voorhoofd als hij begint te praten. Voor zijn leven. Maar vooral dat van zijn vrouw en kinderen. Een voor een haalt hij hun foto&#8217;s uit zijn portefeuille. Bij het portretje van jongste dochter Susan zegt hij ge\u00ebmotioneerd tegen kaper Carlos: &#8216;Kijk, ze is bijna net zo oud als jij. Ze wil heel graag groot zijn, maar ze is nog zo klein dat ze me nodig heeft\u2026 En nu is ze me kwijt.&#8217;<\/p>\n<p>Het is een gure novemberdag, eind 2007. In een treinloods van Nedtrain, aan de rand van Utrecht, staat de Hondekop nummer 386. Decor \u00e9n belangrijke speler in de telefilm Wijster van Paula van der Oest (regie) en Nicolette Steggerda (scenario). Op een monitor achter in de loods kijkt de schrijfster mee. Als Spijkers met trillende handen de foto&#8217;s omhoog houdt, is ze even ontroerd. &#8216;Een kernsc\u00e8ne,&#8217; fluistert ze. &#8216;Dit gaat over Ger en mij.&#8217;<\/p>\n<p>Op 2 december 1975, om 10.07 uur, werd in de buurt van het dorp Wijster de stoptrein Groningen-Zwolle (de Hondekop nummer 387) gekaapt door zeven Molukse jongeren uit Bovensmilde. Doel van hun actie: de Nederlandse overheid eindelijk haar belofte na laten komen zich in te zetten voor de Molukse zaak, de vrije Republiek van de Zuid-Molukken (RMS). Dertien dagen duurde de gijzeling; de machinist en twee passagiers werden door de kapers doodgeschoten.<\/p>\n<p>Iedereen die destijds op televisie de beelden van de stilstaande trein met de met kranten afgeplakte ramen in het beijzelde weiland heeft gezien, ziet ze bij het horen van de naam Wijster z\u00f3 weer voor zich. De eerste treinkaping ter wereld maakt, zoals dat tegenwoordig heet, deel uit van ons collectief geheugen.<\/p>\n<p>Voor het eerst heeft iemand zich nu gewaagd aan een speelfilm over deze gebeurtenis. Nicolette Steggerda (Den Haag, 1959) was zestien in 1975, en woonde in Groningen, in het gezin van Ger en Rietje Vaders en hun twee dochters. Ger Vaders, destijds hoofdredacteur van het Nieuwsblad van het Noorden, zat in de bewuste trein. Meteen na zijn vrijlating schreef hij geschiedenis met zijn minutieuze verslagen van binnenuit. Vaders werd zo vaak over de traumatische gebeurtenis ge\u00efnterviewd, dat ook zijn naam er nog altijd mee verbonden is. In Steggerda&#8217;s scenario is hoofdpersoon Rob van der Laan gemodelleerd naar hem. Dochter Susan is de puberende Nicolette zelf.<\/p>\n<p>Hand met een pistool<\/p>\n<p>Voor iemand die de treinkaping van nabij heeft meegemaakt, is het niet zo gek dat ze die geschiedenis gebruikt voor een filmscenario. Toch heeft het toeval daar een flinke hand in gehad. Steggerda was, na jaren regelen, produceren en programma&#8217;s bedenken voor Hilversum en Aalsmeer, toe aan iets anders. Het liefst wilde ze schrijven. Ze meldde zich aan bij de net opgerichte Scriptschool en werd geselecteerd voor de eerste lichting studenten van de vakopleiding scenario. Ze vertelt: &#8216;We moesten elkaar een beetje leren kennen en daarvoor had de leiding wat kennismakingsspelletjes voor ons in petto. Op tafel lagen allemaal foto&#8217;s, onderkant boven. Ieder moest er een pakken, ernaar kijken en naar aanleiding van die foto iets over zichzelf vertellen. Het hoefde niet echt te zijn. Je mocht ook verzinnen. Ik pak een foto, ga zitten, draai hem om: een bruine hand met een pistool erin. Ik dacht: hoe kan dat nou? De andere foto&#8217;s waren van bloemetjes, paardjes, niet zo heftig. Ik kon een lulverhaal ophangen of gewoon het verhaal vertellen: als het iets persoonlijks moet zijn, dan is het dat. Dus ik vertelde. Over Ger. Over die trein. En dat ik zestien was. Iedereen was er stil van. Steeds kwamen ze erop terug. En toen begon het idee bijna organisch te groeien. Paul Bertram, het hoofd van de school, zei: &#8220;Prachtig verhaal. Maar wacht er even mee. Daar ben je nog niet aan toe.&#8221;&#8216;<\/p>\n<p>Voor haar eindexamen schreef Steggerda een script van zestig pagina&#8217;s over de verhouding tussen een vader en een dochter, tegen de achtergrond van de treinkaping. &#8216;In de film van nu zitten nog heel veel dingen uit dat scenariootje van toen, waarop ik ook ben afgestudeerd. Vanaf dat moment was het &#8220;een ding&#8221;. Producenten wilden het hebben.&#8217; Het oorspronkelijke scenario werd ten slotte een script van bijna honderd pagina&#8217;s en is nu een ademstokkend benauwende en roerende film van anderhalf uur. &#8216;Ger heeft mijn afstudeerscenario nog gelezen,&#8217; vertelt ze. &#8216;Daarin was de moeder heel vervelend. Dat vond hij niet zo aardig, maar hij begreep het wel. Maar weer die kaping\u2026 daar was hij echt klaar mee. Ik zal ook blij zijn als de film is uitgezonden en alles voorbij is. Ik ben er vanaf 2004 mee bezig. Het was een intens, langzaam proces. Nu is de apotheose nabij en zo is het goed.&#8217;<\/p>\n<p>Zij aan zij met de Molukkers<\/p>\n<p>Ze heeft zich bewust beperkt in haar research voor de film. &#8216;Het boek van mijn vader heb ik gespeld. Dutch Approach, de meesterlijke documentaires van Ren\u00e9 Roelofs: honderd keer gezien. Wat de kapers geschreven hebben, heb ik ook gelezen, maar ik heb met niemand gesproken. Dat wilde ik niet. Ik moest m\u00edjn verhaal durven vertellen. Zo openhartig als Ger in zijn autobiografie over mij schrijft en over zijn liefdesaffaire, zo openhartig ben ik in deze film ook wel.&#8217;<\/p>\n<p>In zijn autobiografische &#8216;psycho-documentaire&#8217; IJsbloemen en witte velden (Anthos, 1989) schreef Vaders zijn leven, meer in het bijzonder de moeilijke momenten daarin, van zich af. In de Tweede Wereldoorlog kwam hij als jongen terecht in Kamp Vught. Tijdens de politionele acties van 1948 vocht hij als soldaat tegen de Indonesische onafhankelijkheidsstrijders, zij aan zij met de Molukkers van het KNIL: de vaders van de latere treinkapers. Uit het boek rijst het beeld op van een intelligente en betrokken, maar ook autoritaire en ijdele man, die zich na elk zelfverwijt weer gauw verontschuldigt, zich beroepend op omstandigheden. Uiterst openhartig schrijft hij over wel en wee in zijn gezin en de liefdesaffaire die hem was &#8216;overkomen&#8217;. Vanwege de spanningen thuis, die weer te maken hadden met Nicolette, zijn pleegdochter. In de film betrapt zij hem met een andere vrouw. En de ochtend waarop hij in de doemtrein zal stappen, stopt zij in de binnenzak van zijn jasje een verlanglijstje voor Sinterklaas: of Sint er voor wil zorgen dat hij voortaan wat vaker thuis is.<\/p>\n<p>Steggerda: &#8216;Toen de kaping aan de gang was, heb ik me ervoor afgesloten, uit zelfbescherming. Misschien dat ik daarom nu met dit verhaal kom. Sommige dingen moeten er toch uit, ooit. Die kaping: het was net of die niet van mij was. Was ook niet helemaal van mij. Wel van mijn zusjes. Het was h\u00fan vader en niet die van mij. Mijn vader w\u00e1s al dood. Nu niet nog een keer alsjeblieft. Dus dat heb ik helemaal weggestopt.&#8217;<\/p>\n<p>Dom geweest<\/p>\n<p>Ze groeide op in Den Haag, als enig kind van ouders die kort na elkaar overleden. &#8216;Mijn moeder was vierenveertig toen ze in verwachting raakte van mij. In die tijd was dat krankzinnig oud. Mijn vader was toen al zesenvijftig. Hij was een oude man met een gleufhoed. Echt Haags. Mijn moeder was keurig, met beeldige jurken aan, slangenleren schoenen en bijpassende tas. Mijn vader werd ziek. Maar dat hij dood zou gaan, werd mij, kind van twaalf, niet verteld. En toen ging ineens mijn moeder dood. Binnen drie dagen gingen mijn ouders dood. Er kwamen familieberaden over mij, oom Ger was daarbij. Waarom ik toen koos voor oom Ger, tante Rietje en mijn twee nichtjes? Ik weet het niet. Ik kende ze amper. Maar ik moest toch wat? En zo was ik ineens in Groningen. Daar zag alles er heel modern uit. Dat vond ik wel gaaf. Met twee van die grote zussen, en oom was journalist. Ik denk dat iedereen zijn best heeft gedaan om het voor mij goed te laten zijn. Maar Ger had zijn vrouw niet betrokken bij zijn besluit mij in huis te nemen en dat is dom geweest. Hij was heel erg bezig met zijn carri\u00e8re, eigenlijk nooit thuis. Het kenmerkt hem ook, dat hij dat emotioneel niet in de gaten heeft gehad. Vanuit zijn hart heeft hij vast gedacht: dat kind moet gered. Dat heeft hij gedaan, maar daarbij ook de fout gemaakt mij voor te trekken boven zijn eigen dochters. Dat alles is bij tante Rietje in het verkeelde keelgat geschoten. Zij en ik konden niet met elkaar overweg, ook later niet. Ik verstoorde haar gezin. Mede daardoor was ik vanaf mijn twaalfde alleen. Ik had met Ger wel echt een bijzondere band, tot aan zijn dood toe. Als ik ergens mee zat, belde ik hem.<\/p>\n<p>In zijn boek, dat ik pas later goed heb gelezen en waar ronduit bezopen dingen in staan zoals m\u00edjn schuld aan z\u00edjn liefdesavontuur, stond wel iets wat me diep heeft geraakt. Toen hij dreigde doodgeschoten te worden, heeft hij met medepassagier Hans Prins gepraat. Ook over mij. Drie jaar geleden is dit met haar gebeurd en het kan toch niet zo zijn, stel dat ze mij doodschieten, hoe moet het dan met dat meisje? Dat gaat niet. Hoe moet zo&#8217;n meisje dan nog verder? Ik heb hem gevraagd of dat gesprek echt zo had plaatsgevonden. Ja, zei hij. Dat is altijd in mijn hoofd blijven zitten. Het is ook een basis voor de film geweest. Hoe kan het allemaal in een mensenleven gebeuren? Het is bijna een film op zich.&#8217;<\/p>\n<p>\u2018Wijster\u2019, donderdag 29 mei, 20.30 uur, Nederland 3 (VARA)<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Nicolette Steggerda schreef het scenario voor Wijster, de eerste film over een van de treinkapingen in de jaren zeventig. Haar stiefvader was een van de gijzelaars. \u2018Mijn vader w\u00e1s al dood. Nu niet nog een keer alsjeblieft. Dus dat heb ik helemaal weggestopt.\u2019<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[27],"tags":[],"acf":[],"author_name":"Ingrid Harms","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/106873"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=106873"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/106873\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Ingrid Harms","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=106873"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=106873"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=106873"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}