
 {"id":106481,"date":"2008-05-31T14:56:00","date_gmt":"2008-05-31T12:56:00","guid":{"rendered":"http:\/\/beta.vn.nl\/terug-naar-darfur-het-kan-elk-moment-mis-gaan\/"},"modified":"2008-05-31T14:56:00","modified_gmt":"2008-05-31T12:56:00","slug":"terug-naar-darfur-het-kan-elk-moment-mis-gaan","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vn.nl\/terug-naar-darfur-het-kan-elk-moment-mis-gaan\/","title":{"rendered":"Terug naar Darfur, &#8216;Het kan elk moment mis gaan&#8217;"},"content":{"rendered":"<div class=\"wpg-element lead-bold\">\n<p>Na zes jaar keerde Arita Baaijens terug naar Noord-Darfur. Tot haar verrassing trof ze een relatief rustig gebied aan, waar soms fragiele bondgenootschappen tussen inheemse boeren en Arabische nomaden zijn gesloten. Maar vrede is ver weg. <\/p>\n<\/p><\/div>\n<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<p>De oorlog heeft El Fasher zichtbaar goed gedaan. Kon ik zes jaar geleden kiezen uit een gammel vliegtuig en een vrachtwagen om in de hoofdstad van Noord-Darfur te komen, nu somde een reisagent in Khartoem geroutineerd alle maatschappijen op die dagelijks op het stadje vliegen. Er is meer veranderd. Gladde banen asfalt, een stroom Toyota Land Cruisers en minitaxi&#8217;s, overal huizen in aanbouw. In het centrum van de stad is een pizzabakker voor buitenlandse hulpverleners en VN-soldaten, die als spreeuwen over het stadje zijn uitgezwermd. En het ziekenhuis waar voor de oorlog nog geen injectienaald te vinden was, is zo goed uitgerust dat medische studenten er stage lopen.<\/p>\n<p>&#8216;Je kunt best naar Darfur komen,&#8217; had woestijngids Yussuf Gamaa (58) laatst door de telefoon gezegd. Ik kende Yussuf goed; we hadden Noord-Darfur verschillende keren per kameel doorkruist tot de oorlog het reizen vanaf 2003 onmogelijk maakte. Yussuf had mensen zien doodgaan, had kamelen verloren tijdens een ernstige droogte en had stammenoorlogen meegemaakt. Op een leugen had ik hem nooit betrapt. Zelfs zijn sterkste verhalen bleken waar te zijn, maar nu leek hij te overdrijven. Hoe kon het rustig zijn in het door oorlog geteisterde Darfur? &#8216;De zware gevechten in het noorden zijn allang voorbij,&#8217; zei Yussuf, alsof hij tegen een onwetend kind sprak. De situatie was overzichtelijk. Dorpelingen waren vermoord, verjaagd of hadden een regeling getroffen met krijgsheren. Administratieve centra waren in handen van de regering. Rebellen en milities waren de baas op het platteland.<\/p>\n<\/p><\/div>\n<div class=\"wpg-element paragraph\">\n<p>Als Arabier had Yussuf makkelijk praten: zijn stam was gelieerd aan Musa Hilal, de voormalige co\u00f6rdinator van de Janjaweed, de duivels te paard die de inheemse bevolking terroriseren. Yussuf vond het merkwaardig dat het Internationaal Gerechtshof in Den Haag om uitlevering van Musa Hilal vroeg. De man zorgde immers voor stabiliteit in door hem gecontroleerde gebieden. Goed, er waren veel dorpen vernield, maar inheemse bewoners die afzagen van steun aan rebellen werden met rust gelaten en zelfs beschermd.<\/p>\n<p>Ik geloofde er niets van, maar kon Yussufs woorden ook niet weerleggen. De oorlog was complex en de situatie veranderde per dag of per week. Voor een buitenstaander was het onmogelijk te weten, laat staan te begrijpen wat daarginds gaande was. Volgens een recente schatting van de Verenigde Naties zou het dodental minstens driehonderdduizend bedragen. Het aantal ontheemden werd geschat op twee miljoen. Trek dat af van het totaal aantal inwoners van Darfur (6,2 miljoen) en er blijven ruim drie miljoen mensen over. Daarvan is een fractie actief betrokken bij de oorlog. Over de rest, nomaden en boeren die niet waren gevlucht, hoorde je nooit iets. Tot deze vergeten groep behoorden waarschijnlijk ook mensen die ik op mijn reizen (2000-2002) door Darfur had leren kennen. Ik dacht vaak aan hen, maar het oorlogsgebied bezoeken durfde ik niet. <\/p>\n<p>Aangemoedigd door Yussuf besloot ik alsnog te gaan, met als startpunt El Fasher, de stad waar mijn andere reizen ook waren begonnen.<\/p>\n<p><b>Een tweede vrouw<\/b><br \/>&#8216;Dat is Ibrahim Saleh!&#8217; De foto van de haras, beschermer, die mij acht jaar geleden vergezelde op mijn eerste reis door Darfur gaat van hand tot hand op de soek El Kebir, de grote markt in El Fasher.<\/p>\n<p>&#8216;Ibrahim is in de stad,&#8217; weet een man bij een groentestal. Hij belooft hem naar mij toe te sturen.<\/p>\n<p>&#8216;Wel, wel.&#8217; De stem van Ibrahim klinkt doorgroefd. Ook in andere opzichten heeft de oorlog sporen nagelaten. Diepe rimpels in het chocoladebruine gezicht, afstandelijke blik, zelfverzekerde tred. Het schriele jochie van de foto is een man geworden. Ik had Ibrahim na die eerste reis in 2000 niet meer gezien, maar wist dat hij na het uitbreken van de oorlog in het Soedanese leger was gegaan, zwaar gewond was geraakt en zes maanden in het ziekenhuis had gelegen. Hij was redelijk hersteld, maar actief vechten ging niet meer. Ik verwachtte een verbitterde man aan te treffen, iemand die ternauwernood zijn hoofd boven water kon houden. Maar tot mijn verrassing rijdt Ibrahim in een dikke Toyota Land Cruiser ter waarde van honderd kamelen, geen krasje op de lak. Ook is hij voor de tweede keer getrouwd. Destijds fantaseerde hij al over een tweede vrouw, maar hij had toen geen geld om een extra gezin te onderhouden.<\/p>\n<p>Had hij de loterij soms gewonnen? Na verder vragen bij anderen kom ik te weten hoe Ibrahim vrouwe Fortuna aan zijn zijde wist te scharen. Nadat hij uit het ziekenhuis was ontslagen, weigerde de regering hem compensatie te betalen. Ibrahim liep over naar het kamp van de Fur-rebellen. Zij waren dolblij met een Arabische gids die hen door vijandelijk gebied wilde loodsen. Bovendien nam Ibrahim collega&#8217;s mee. De regering kwam bij zinnen en bood Ibrahim een grote som geld. Nu werkt hij weer voor zijn oude werkgever. Als adviseur. Boze tongen beweren dat hij af en toe aanschuift in de cockpit van een bommenwerper. Piloten kunnen prima mikken, maar voor een ongeoefend oog zien alle dorpen er vanuit de lucht hetzelfde uit. Als ik Ibrahim naar de aard van zijn geheimzinnige werkzaamheden vraag, is een ondoorgrondelijk lachje het enige antwoord.<\/p>\n<p><b>Vruchtbaarste akkers<\/b><br \/>&#8216;Daarginds vielen de bommen,&#8217; knikt mijn Arabische tolk El Hadi, terwijl we door zijn woonplaats Kutum slenteren. Het door bergen omringde Kutum, een stadje met vijfenveertigduizend inwoners, ligt aan een brede wadi met ruisende palmbomen en groentetuinen, honderdtwintig kilometer ten noordwesten van El Fasher. Dat ik met een helikopter naar Kutum kon vliegen, was een klein mirakel geweest. De chef van de veiligheidsdienst in El Fasher weigerde aanvankelijk toestemming voor mijn vertrek te geven, tot ik hem attendeerde op mijn website met foto&#8217;s van Arabische nomaden. Hij zou er &#8216;s avonds naar kijken. De volgende dag lag mijn reisvergunning klaar.<\/p>\n<p>Zes jaar geleden, toen ik Kutum voor het eerst bezocht, logeerde ik bij familie van El Hadi, die in het dagelijks leven leraar is. Toen leefden Arabieren, Berti, Tunjur en Fur nog gebroederlijk naast elkaar. Nu zijn de Arabische inwoners vertrokken. Ze vluchtten nadat rebellen in 2003 jacht op hen maakten. Daarbij zouden tientallen doden zijn gevallen. Het bombardement en een gruwelijke wraakactie van Janjaweed scheurde de gemeenschap in Kutum verder uit elkaar. De stad is sinds het bombardement weer in handen van het leger, maar de Arabische inwoners keerden niet terug. Alleen El Hadi bleef. &#8216;Ik laat me niet wegjagen,&#8217; klinkt het resoluut. Ondanks het sociale isolement, een vermoorde ezel en een gekidnapte huishoudelijke hulp, blijft hij trouw aan de plek waar zijn wortels liggen. Mensen in Kutum beschouwen hem als een spion. &#8216;El Hadi is een informant,&#8217; sist een inwoner me toe, in de helikopter op de weg terug.<\/p>\n<p>Hoewel de controleposten, het kamp met blauwhelmen en de met amuletten behangen Janjaweed niemand doen vergeten dat het oorlog is, lijkt het leven in Kutum zijn gewone gang te hebben hernomen. Vogels kwinkeleren in loofbomen die brede zandstraten van schaduw voorzien. Vrouwen gehuld in kleurige omslagdoeken begeven zich naar de markt in de wadi. Jonge meiden porren met gras en brandhout beladen ezels voort. In het centrum arriveren overvolle bussen uit omringende dorpen. De passagiers komen voor de markt, een wirwar van stalletjes met verse producten, goedlachse marktvrouwen en een enkele Arabische nomade die schapen te koop aanbiedt. Van animositeit is op het eerste gezicht niets te merken.<\/p>\n<p>&#8216;Het is nu rustig,&#8217; zegt een uit Zuid-Afrika afkomstige VN-soldaat vanachter een muur van zandzakken bij een controlepost. &#8216;Maar het kan elk moment misgaan.&#8217; Zoals twee jaar geleden, toen Janjaweed, legersoldaten en rebellen slaags raakten op de markt. Op kleinere schaal vinden bijna wekelijks incidenten plaats. Daarom begeleiden blauwhelmen meisjes die hout sprokkelen en op marktdagen patrouilleren tanks over de belangrijkste aanvoerweg naar de markt. Toch werden vorige week twee meisjes verkracht, worden boeren ge\u00efntimideerd en beroofden gelegenheidsdieven eergisteren twee boeren van waterpompen.<\/p>\n<p>Dat spanningen rond Kutum hoog kunnen oplopen is niet vreemd, zegt El Hadi. De vruchtbaarste akkers uit de regio liggen in het gebied. Er loopt ook een belangrijke migratieroute van kamelenhoedende nomaden. Zowel de boeren als de nomaden kwamen aan het begin van de oorlog onder vuur te liggen. Arabische nomaden werden door rebellen uit semi-vaste nederzettingen ten noorden van Kutum verdreven en zijn graasgronden kwijtgeraakt. Boeren werden op hun beurt vermoord of uit dorpen verjaagd door Janjaweed. Verdreven nomaden, nomadengroepen die er al woonden en ontheemde boeren in kampen vlak bij de vruchtbare tuinen, leven nu op een kluitje. Met Janjaweed en rebellen als extra stoorzenders.<\/p>\n<p>Driehonderd gevluchte nomadenfamilies van de Mahria-stam zouden in de buurt van Kutum zijn neergestreken. Het verhaal kwam me ongeloofwaardig voor. De veel geuite klacht van Arabische kennissen dat niemand zich om hun op drift geraakte broeders bekommerde, begon te irriteren, net als andere propagandapraatjes. &#8216;Zij zijn begonnen.&#8217; &#8216;Verkrachtingen komen niet voor.&#8217; &#8216;Er is een genocide op Arabieren gaande.&#8217; En nu zouden ook Arabische nomaden slachtoffer zijn van de oorlog.<\/p>\n<p>Om het broodjeaapverhaal te ontzenuwen vraag ik El Hadi mee te gaan naar het kamp van de verdreven Mahria. De gehuurde jeep bonkt vervaarlijk over keien en kuilen. De zandweg voert langs verlaten dorpen en groentetuinen, waarin boeren uit het nabijgelegen ontheemdenkamp werken. Na een uur doemt een gigantisch en zwaarbewaakt tentenkamp op. Tot aan de horizon tenten, dophoedjes van met stof en kleden omspannen takken. El Hadi dirigeert de chauffeur naar een grote witte tent, gedoneerd door Unicef. Binnen zitten mannen in een kring. De meeste gekleed in traditionele witte hemdjurken, de twee in afwijkende kledij zijn Janjaweed.<\/p>\n<p>De bezoekers betuigen hun medeleven met de vader van een jongen die gisteren werd gedood. &#8216;Per vergissing.&#8217; De dader was een Arabier. In een aanpalende tent staart de moeder verloren voor zich uit. Ze wordt bijgestaan door een weduwe wier echtgenoot, een oudere man, in 2005 in mootjes werd gehakt tijdens een wraakactie. De aanwezige Mahria klagen over het verlies van de school, de weidegronden en hun bewegingsvrijheid. Het kost moeite onbevooroordeeld te luisteren. Arabieren, dat zijn immers de bad guys, de plunderende Janjaweed die ik van het journaal kende. De werkelijkheid blijkt genuanceerder.<\/p>\n<p><b>Lokroep van wapens<\/b><br \/>&#8216;Alle Janjaweed zijn Arabieren, maar niet alle Arabieren zijn Janjaweed.&#8217; De uitspraak is van Bershem, directeur van Masar-El Fasher, een organisatie die opkomt voor de belangen van nomaden. De oorlog is volgens Bershem funest voor nomaden, die altijd al een zwaar verwaarloosde groep vormden. Het weinige dat er was geweest aan voorzieningen &#8211; mobiele klinieken, veterinaire hulp en nomadenscholen &#8211; functioneerde niet meer. Met doden en onwetendheid als gevolg. Daarom steunden lang niet alle Arabische nomaden de Janjaweed. Laat staan dat iedereen zou sympathiseren met de Soedanese regering, die nomaden nog nooit een dienst had bewezen, behalve als het op wapenleveranties aankwam.<\/p>\n<p>De leider van de Baggara Rizeigat, veehoedende nomaden, biedt bijvoorbeeld al jaren koppig weerstand aan Khartoem en weigert zijn stam te laten vechten. De regering probeert hem te isoleren door stamleden om te kopen met geld en schone beloftes. Veel traditionele leiders staan al aan de zijlijn. In macht en invloed zijn ze voorbijgestreefd door de jongere garde, die, ongeduldig en gefrustreerd, de lokroep van wapens niet weerstaat. De nazir, het stamhoofd, van de Mahria bij wie ik op bezoek ben, schudt zijn oude hoofd. Hij weigerde ten strijde te trekken tegen zijn buren, de niet-Arabische Meidob, maar stamgenoten weerhouden bij de militie te gaan, dat kan hij niet. Wel verbiedt de grijsaard Janjaweed vanuit zijn kamp te opereren. De grenzen zijn echter diffuus. Iets verderop, in een aanpalende wadi, slurpen kamelen van een Mahria-sjeik luidruchtig water uit een drinktrog. Ernaast doet een Janjaweed de was. Terwijl de sjeik zijn hoofd richting Mekka buigt, drinken twee andere Janjaweed gezellig thee met zijn kamelenherders. En de pomp die het putwater omhoog haalt: gekocht of gestolen?<\/p>\n<p>Op de terugweg stuit ik in het verlaten Afrikaanse lemen gehucht Fata Borno op een groepje statige mannen, vijf dorpsoudsten en een Mahria. De raad van wijzen vergaderde zojuist over een heikele kwestie: wel of niet terugkeren naar hun dorp. Terugkeer betekent heulen met de vijand en beschermgeld betalen (vandaar de Arabier in het gezelschap). Maar ook: de draad van het leven oppakken. In het kamp blijven betekent tegemoetkomen aan rebellenleiders, die ontheemden nodig hebben als pressiemiddel. Maar ook: het verwaarlozen van tuinen en palmbomen, verveling en op elkaar gepakt leven.<\/p>\n<p><b>Donkere vulkaanbergen<\/b><br \/>Tijdens mijn reis merk ik dat Fata Borno niet het enige dorp is waar mensen oorlogsmoe zijn en proberen hun leven bij elkaar te rapen. De analfabete boer of nomade geeft niets om hoogdravende verklaringen van politieke leiders die de realiteit uit het oog verliezen, zich laten omkopen of zich wentelen in de aandacht van de internationale gemeenschap. Daarom sluiten sommige Afrikaanse gemeenschappen in Darfur overeenkomsten met krijgsheren en in enkele gevallen mogen Arabische nomaden hun kamelen laten grazen in rebellengebied.<\/p>\n<p>El Fasher, Sayah, Sindi, Madu, Malha. De bus volgt dezelfde noordelijke route die ik acht jaar geleden per kameel aflegde. Mijn reisdoel is het ontoegankelijke Meidob-gebergte vlakbij Malha, het regionale centrum van de Meidob, een ge\u00efsoleerd levend bergvolk. Daar hoop ik Fadlallah te vinden, de bevlogen wiskundeleraar die destijds mijn gids was.<\/p>\n<p>Vanuit de bus, een omgebouwde truck, oogt het landschap griezelig verlaten. Tussen donkere vulkaanbergen staat het gras kniehoog, maar er is geen schaap of herder te zien. De bus stopt alleen bij controleposten. De ene keer zijn het rebellen met uitbundige om het hoofd gewikkelde lappen die om papieren vragen, de andere keer soldaten van het Soedanese leger. Mijn tolk en begeleider Korena, een boomlange Meidob, onderneemt de stoffige busreis in gestreken overhemd en pantalon. De outfit past bij zijn positie. Hij is secretaris-generaal van de Wing of Peace, een afsplitsing van de Soedanese Bevrijdingsbeweging SLM. De naam verwijst naar het Darfur Vredesakkoord, dat in 2006 werd getekend door een minderheid van de rebellen waaronder de Wing of Peace. &#8216;Achteraf spijt van,&#8217; zegt Korena. &#8216;Leiders wonen nu in grote huizen in Khartoem, maar politiek gezien hebben ze geen enkele invloed.&#8217; Korena ken ik uit Malha, waar hij zes jaar geleden Engels en Frans doceerde. Een paar jaar geleden vertrok hij uit Malha &#8211; geen elektriciteit, geen communicatie met de buitenwereld &#8211; om in El Fasher aan zijn carri\u00e8re te werken.<\/p>\n<p>De bus is gestopt in Madu. Een dronken rebel zwalkt het theehutje binnen waar de passagiers pauzeren. &#8216;Weet je wel wie ik ben?&#8217; schreeuwt de jongen tegen niemand in het bijzonder. &#8216;S. L. A.!&#8217; Iedereen is muisstil. Na een half uur sleuren kameraden de dronkelap weg. Vanuit de bus zie ik nog net hoe zij de tegenstribbelende jongen met een dik touw aan een boom binden om te ontnuchteren.<\/p>\n<p><b>Duizend betaalde banen<\/b><br \/>Mijn voormalige gids door Meidob-land toont zich niet verbaasd als ik opduik in het familiegehucht, een verzameling hutten ergens diep in het vulkaangebergte. In het sikje van de inmiddels vijftigjarige Fadlallah kronkelen zilveren draden, verder lijkt hij niet veranderd. Mager als een acaciatak, hoekige gebaren, expressief gezicht, praten in de hoogste versnelling. Fadlallah bezoekt zijn oude vader, die de negentig nadert, en zijn zieke moeder. Bij de thee praat hij me bij over zijn ouders, broer en zussen. Acht jaar leven samengebald tot een half uur. In het hele verhaal komt de oorlog niet voor. Hoe dat komt, begrijp ik pas later, als Fadlallah me in Malha ontvangt op de middelbare school waarvan hij nu directeur is.<\/p>\n<p>Het had er even heel slecht uitgezien, vertelt hij. De Zayyadiya, de Arabische buren, hadden het op hun land voorzien. Begin maart 2004 vielen ze aan met luchtsteun van het leger. De Meidob vochten, maar konden niet op tegen bommen en machinegeweren. De stam begroef honderdvijftig doden en bedacht een tegenzet. Ze besloten hun Arabische buren na te volgen en betuigden steun aan president Bashir. De president kreeg Malha, een strategisch gelegen plek diep in rebellengebied, ongeschonden aangeboden op voorwaarde dat duizend Meidob werden getraind om het plaatsje te &#8216;beschermen&#8217; tegen rebellen. Zo geschiedde. Onder de duizend gerekruteerde politiemannen is ook de taaie Adam Zikiri, de man die de omslag siert van mijn boek Woestijnnomaden. Duizend betaalde banen, extra geld voor scholen en waterputten, de Arabische buren schaakmat en de regering ook. &#8216;Een mooi resultaat,&#8217; lacht Fadlallah. De rebellen en de politiemannen voeren een toneelstukje op. In naam zijn ze tegenstanders, maar in werkelijkheid gaan ze bij elkaar op bezoek.<\/p>\n<p>Tot nog toe had ik rebellen alleen maar gezien. Wie waren die jongens en waarom vochten ze? Ik wil veldcommandanten spreken, maar niemand in Malha durft me naar een rebellenkamp te brengen uit angst dat de auto wordt ingepikt. De enige taxi in het plaatsje, een door zijn wielen zakkend autootje ter grootte van een telefooncel, blijkt het perfecte vervoermiddel. Korena zit dubbelgevouwen voorin en geeft aanwijzingen &#8211; als hij niet onder de auto ligt om de banden uit het zand te graven.<\/p>\n<p>Korena kent de Meidob-veldcommandanten die ons opwachten in Gebel Issa, een nederzetting ten noorden van Malha. Vier van hen zaten als leerling bij hem in de klas, vijf van de zes genoten een universitaire opleiding. De commandanten behoren tot een rebellenfactie die het vredesakkoord niet ondertekende. Er is nog te veel dat hen dwarszit. &#8216;Geen werk. Discriminatie. Geen voorzieningen.&#8217; Desnoods vechten ze vijfentwintig jaar voor hun rechten, want ze &#8216;gaan liever dood door een kogel dan van verveling&#8217;. Dat ontheemden terug willen keren naar hun dorpen en gebaat zijn bij vrede, daaraan hebben de jongens geen boodschap. &#8216;Voor de oorlog werden huizen ook platgebrand door Janjaweed. Nu krijgen de getroffenen tenminste gratis onderdak, voedsel en scholing.&#8217; Het is alsof ik een Arabier hoor praten. Korena, die zich hard maakt voor vrede, is niettemin trots op de oorlogszuchtige stamgenoten. &#8216;Ze nemen tenminste hun verantwoordelijkheid.&#8217;<\/p>\n<p><b>Fragiele bondgenootschappen<\/b><br \/>Rebellen, Janjaweed, stamhoofden, dorpsoudsten, de wiskundeleraar; wie ik ook sprak, over Darfur hoorde ik hen nauwelijks. Wel over het belang van de stam, het dorp of de eigen portemonnee. Gebrek aan visie en de ieder-voor-zich mentaliteit maakt de situatie in Darfur onoverzichtelijk, uitzichtloos en voor de internationale gemeenschap bijna onmogelijk om te doorgronden. Rebellenfacties zijn verdeeld in dertig splintergroepen. Janjaweed lopen over naar rebellen, of vechten in het leger en verkopen stiekem legertrucks aan rebellen, bendes pikken auto&#8217;s en goederen van hulporganisaties in, rebellenjongens beginnen voor zichzelf, Afrikaanse dorpen sluiten deals met milities, Arabieren en niet-Arabieren schudden elkaar op de ene markt de hand en schieten elkaar op de andere overhoop.<\/p>\n<p>Rebellen en Janjaweed valt veel te verwijten, maar de aanstichters van de ellende in Darfur bevinden zich in Khartoem. Het was nooit tot een oorlog gekomen als de regering voor scholen, klinieken en economische ontwikkeling had gezorgd. Maar een welvarend Darfur met Arabieren in de minderheid is de politieke elite een gruwel. Daarom worden stammen en leiders voortdurend tegen elkaar uitgespeeld, met als resultaat oorlog. Een oorlog die overigens een heel ander gezicht heeft dan ik me op grond van mediaberichten had voorgesteld. Terwijl in West-Darfur de bommen vallen en mensen nog steeds massaal vluchten, is het in Noord-Darfur redelijk rustig en bestaan op sommige plaatsen fragiele bondgenootschappen tussen inheemse boeren en Arabieren. Toch kan het geweld elk moment weer oplaaien en een duurzame vrede is nog lang niet in zicht.<\/p>\n<p>Met die sombere conclusie vlieg ik terug naar Khartoem. Op aanraden van een kennis breng ik als laatste een bezoek aan dr. El Tayyib, directeur van het instituut voor vredesonderzoek aan de universiteit van Khartoem. &#8216;De situatie is niet best,&#8217; beaamt hij. Darfur mist onbaatzuchtige leiders met een visie. Ook ontbreekt een intellectueel middenkader dat van zich laat horen. &#8216;Maar dat gaat veranderen.&#8217; El Tayyib is de spil van een werkgroep bestaande uit veertig sleutelfiguren en intellectuelen uit Darfur, die elkaar op persoonlijke titel buiten Soedan treffen om een langetermijnplan te ontwikkelen. In dat plan is ook plaats voor Arabische nomaden. Het proces gaat tijd kosten. Veel tijd. &#8216;Maar het gaat ons lukken,&#8217; weet El Tayyib, &#8216;want behalve de krijgsheren is iedereen moe van dit alles.&#8217;<\/p>\n<p>Enkele weken later gaat bij mij thuis de telefoon. &#8216;Korena is vermoord,&#8217; schreeuwt een kennis me vanuit El Fasher toe. De charismatische secretaris-generaal van de Wing of Peace die me naar de Meidob-rebellen had gebracht, was in zijn woning doodgeschoten. Een politieke moord, weet de kennis. De opdracht zou komen van een hoge leider uit de eigen beweging. Het treurige nieuws zou me niet moeten verbazen. In Darfur worden conflicten met wapens beslecht, zelfs als het ondertekenaars van het Darfur Vredesakkoord betreft.<\/p>\n<\/p><\/div>\n<p>\u00a0<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Na zes jaar keerde Arita Baaijens terug naar Noord-Darfur. Tot haar verrassing trof ze een relatief rustig gebied aan, waar soms fragiele bondgenootschappen tussen inheemse boeren en Arabische nomaden zijn gesloten. Maar vrede is ver weg.<\/p>\n","protected":false},"author":1023,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"content-type":"","footnotes":""},"categories":[47,71,69,193,1935],"tags":[783],"acf":[],"author_name":"Arita Baaijens","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/106481"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/types\/post"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/comments?post=106481"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/posts\/106481\/revisions"}],"author":[{"embeddable":true,"name":"Arita Baaijens","href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/users\/1023"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/media?parent=106481"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/categories?post=106481"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vn.nl\/wpg-api\/wp\/v2\/tags?post=106481"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}